← #nieuws

Zorg voor vruchtbare voedingsbodem bij uitwerking NGT-regels

, ,

Europa heeft met de nieuwe NGT-verordening een belangrijke stap gezet richting toekomstbestendige landbouw. Maar met alleen een mooi wettelijk kader zijn we er nog niet. Of onderzoekers, veredelaars en biotechbedrijven straks écht met deze slimme veredelingstechnieken aan de slag kunnen, hangt nog af van de praktische uitwerking van de regels. Daarom diende hollandbio input in op de uitvoeringsregels voor zowel categorie 1- als categorie 2-NGT-planten. Onze boodschap richting de Europese Commissie: zorg voor werkbare procedures en voorkom dat onnodige informatieverplichtingen, technisch onhaalbare detectie-eisen en ellenlange procedures innovatie alsnog de pas afsnijden.

Zelfde gewassen, maar dan beter

Met nieuwe genomische technieken, zoals CRISPR-Cas, kunnen veredelaars sneller, preciezer en efficiënter werken aan gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten, plagen, droogte en hitte, bijvoorbeeld omdat zij efficiënter om kunnen gaan met water en voedingsstoffen of een verbeterde voedingswaarde krijgen. Stuk voor stuk oplossingen waar onze landbouw, voedselvoorziening en planeet om zitten te springen.

De nieuwe Europese verordening maakt daarbij onderscheid tussen twee categorieën. Categorie 1 omvat planten met genetische aanpassingen die ook van nature of via conventionele veredeling zouden kunnen ontstaan. Voor deze planten komt een vereenvoudigde verificatieprocedure. Categorie 2 omvat planten met andere NGT-aanpassingen. Voor deze categorie blijven aangepaste procedures voor risicobeoordeling, notificatie en markttoelating gelden.

De Europese Commissie werkt nu de regels en informatievereisten voor beide categorieën verder uit. De manier waarop deze procedures worden ingericht, bepaalt of de nieuwe verordening daadwerkelijk deuren opent, of innovatie door nieuwe bureaucratische hindernissen opnieuw voor een dichte deur komt te staan. In onze inbrengen (voor categorie 1 hier en voor categorie 2 hier te vinden) formuleren we aandachtspunten voor werkbare NGT-regels.

Kijk naar de plant, niet naar de route ernaartoe

Categorie 1-NGT-planten zijn vergelijkbaar met planten die van nature of via conventionele veredeling kunnen ontstaan. De verificatie hoort daarom maar één vraag te beantwoorden: voldoet de uiteindelijke plant aan de vastgestelde criteria?

Wat hollandbio betreft, moet de beoordeling zich richten op het eindresultaat. Tijdelijke tussenstappen en genetische elementen die tijdens de ontwikkeling zijn gebruikt, maar niet meer in de uiteindelijke plant aanwezig zijn, horen de juridische status van die plant niet te bepalen. Alleen de beoogde NGT-aanpassingen die daadwerkelijk in de uiteindelijke plant aanwezig zijn, moeten worden meegeteld.

De verificatie mag al helemaal niet via de achterdeur veranderen in een nieuwe risico- of toelatingsprocedure. Dat zou haaks staan op het uitgangspunt van de verordening en opnieuw onnodige kosten, vertraging en onzekerheid veroorzaken.

Geen genetische speld in een hooiberg zoeken

Ook de bewijsvoering voor categorie 1 moet proportioneel blijven. Veredelaars en onderzoekers moeten met passende wetenschappelijke methoden kunnen aantonen dat een plant aan de criteria voldoet. Een verplichte standaardroute of rigide checklist past daar niet bij.

Whole-genome sequencing mag daarom geen standaardvereiste worden. Zo’n verplichting zou ertoe kunnen leiden dat iedere aangetroffen genetische variant moet worden verklaard, terwijl variatie ook van nature, tijdens weefselkweek en bij conventionele veredeling ontstaat. Daarmee dreigt de verificatie een zoektocht te worden naar een genetische speld in een hooiberg, zonder dat dit nodig is om de categorie 1-status vast te stellen.

De informatievereisten moeten bovendien werkbaar zijn voor de volle breedte van het biotech-ecosysteem, van start-ups en mkb-bedrijven tot gevestigde veredelaars en publieke onderzoeksinstellingen. Ook ontwikkelaars van kleinere of minder commercieel geteelde gewassen mogen niet worden buitengesloten doordat voor hun gewas minder genomische informatie beschikbaar is.

Zorg voor eén Europees speelveld

Eén Europese verordening vraagt om één Europese uitleg. Wanneer iedere lidstaat eigen informatievereisten, telmethoden of aanvullende beperkingen kan introduceren, ontstaat alsnog een nationale hindernisbaan. Hollandbio pleit er daarom voor dat lidstaten geen aanvullende nationale eisen kunnen toevoegen aan de verordening.

Geef onderzoek en veldproeven de ruimte

Een belangrijk aandachtspunt in onze categorie 1-inbreng is de positie van onderzoek en ontwikkeling. In een vroege onderzoeksfase testen ontwikkelaars vaak verschillende aanpassingen, om vervolgens via selectie tot een uiteindelijke plant te komen die binnen de categorie 1-criteria valt.

Het moet daarom praktisch mogelijk blijven om experimentele lijnen met meer dan twintig aanpassingen in veld- en kasproeven te onderzoeken. Als ieder tussenstadium door een zware toelatingsprocedure moet, worden juist de experimenten geblokkeerd die nodig zijn om geschikte categorie 1-planten te ontwikkelen.

Wanneer zulke proeven alleen onder het volledige bestaande ggo-kader kunnen plaatsvinden en vroege verificatie tegelijkertijd openbaarmaking van concurrentiegevoelige onderzoeksinformatie vraagt, wordt onderzoek buiten Europa ineens een stuk aantrekkelijker. Dat is precies het tegenovergestelde van wat Europa nodig heeft. We willen innovatie hier mogelijk maken, niet haar met zorgvuldig opgetuigde regels de grens over jagen.

Eenmaal categorie 1, blijvend categorie 1

Ook na verificatie moet er duidelijkheid zijn. Een plant die als categorie 1 is geverifieerd, moet vervolgens net als conventioneel uitgangsmateriaal in verdere veredelingsprogramma’s kunnen worden gebruikt.

Eerder beoordeelde aanpassingen mogen bij volgende kruisingen niet telkens opnieuw worden geteld of beoordeeld. Dat geldt ook voor nakomelingen van planten die afzonderlijk al als categorie 1 zijn geverifieerd. Alleen wanneer daarna een nieuwe NGT-toepassing plaatsvindt, horen de nieuw geïntroduceerde aanpassingen te worden bekeken.

Zonder zo’n duurzame status blijft het gebruik van categorie 1-planten in de praktijk onnodig ingewikkeld. Mét die duidelijkheid kunnen veredelaars daadwerkelijk voortbouwen op eerdere innovaties, precies zoals dat bij conventionele veredeling gebeurt.

Laat de regels ook voor categorie 2 het verschil maken

Ook voor categorie 2-planten geldt dat de nieuwe regels alleen verschil maken als de procedures daadwerkelijk slimmer worden ingericht.

Hollandbio pleit uiteindelijk voor een bredere modernisering van het Europese ggo-kader. Regelgeving zou moeten kijken naar de veiligheid en eigenschappen van het uiteindelijke product, in plaats van naar de technologie waarmee dat product is ontwikkeld. Voor categorie 2-NGT-planten moet de beoordeling daarom wetenschappelijk onderbouwd, proportioneel, voorspelbaar en praktisch uitvoerbaar zijn.

Als aanvragen voor categorie 2-planten terechtkomen in dezelfde langdurige, onzekere en politiek gevoelige procedures die de teelt en marktintroductie van ggo-gewassen in Europa al decennialang praktisch onmogelijk maken, dan levert de nieuwe wetgeving niet de beloofde vooruitgang. Een nieuw wettelijk etiket op een oude procedure is niet genoeg.

Het doel moet zijn om de veiligheid van een product zorgvuldig en op basis van wetenschappelijk bewijs te beoordelen. Niet om innovatie vast te laten lopen in een administratief doolhof waaruit zelfs veilige en waardevolle producten niet meer ontsnappen.

Tijd om door te pakken

Europa heeft met de nieuwe NGT-verordening een belangrijke keuze gemaakt voor innovatie. Nu is het zaak die vooruitgang niet alsnog te smoren in een wirwar van bewijsvereisten, nationale verschillen, politiek gevoelige procedures en technisch onhaalbare voorwaarden.

De verordening wordt vanaf 17 juli 2028 van toepassing. Voor die tijd moeten de uitvoeringsregels en bijbehorende richtsnoeren klaar zijn. Hollandbio pleit voor regels die helder, geharmoniseerd, proportioneel en toekomstbestendig zijn. Regels die veiligheid en wetenschappelijke kwaliteit als uitgangspunt nemen, maar ook erkennen hoe onderzoek, plantenveredeling en productontwikkeling in de praktijk werken.

Want alleen wanneer veredelaars en biotechbedrijven slimme veredelingstools daadwerkelijk kunnen gebruiken, kunnen betere gewassen sneller bijdragen aan duurzame landbouw, voedselzekerheid, klimaatadaptatie en een concurrerend Europa.

← #nieuws

Nederland maakt meer proeverijen kweekvlees en -vis mogelijk

, ,

Hoera! Het kabinet heeft met deze Kamerbrief bekendgemaakt dat zij de mogelijkheid voor proeverijen met twee jaar verlengt voor kweekvlees en -vis die nog geen Europese Novel Foods goedkeuring hebben ontvangen. Bovendien krijgen Nederlandse opschalingsfaciliteiten zoals Cultivate at Scale nu ook de ruimte om voor hun klanten proeverijen te organiseren. Lees meer

De proeverijen werden twee jaar geleden opgezet door de ministeries van LVVN en VWS in samenwerking met bedrijven, hollandbio en Cellulaire Agricultuur Nederland. In de tussentijd hebben twee bedrijven in totaal vijf proeverijen georganiseerd en heeft Wageningen Food & Biobased Research (WFBR) een evaluatie uitgevoerd, waarvan de aanbevelingen in het vernieuwde protocol voor de proeverijen zijn opgenomen.

Hollandbio is blij dat we samen met ministeries, bedrijven en andere organisaties tot de vernieuwde proeverijen zijn gekomen. Hiermee brengen we deze producten weer een stapje dichter bij de markt.

← #nieuws

Klimaatdoelen vragen om opschaling en toepassing van toekomstbestendige oplossingen

Nederland dreigt de wettelijk verankerde klimaatdoelen voor 2030, 2040 en 2050 niet te halen. Dat blijkt uit de nieuwste Klimaat en Energieverkenning, waarin het Planbureau voor de Leefomgeving concludeert dat het huidige klimaatbeleid onvoldoende is om de noodzakelijke emissiereducties te realiseren. Ook de Raad van State (RvS) stelt dat het halen van die doelen meer vraagt dan alleen het optimaliseren van bestaande systemen. Klimaatneutraliteit vraagt volgens de RvS ook om nieuwe manieren van produceren, consumeren en omgaan met grondstoffen, én om beleid dat ervoor zorgt dat nieuwe oplossingen daadwerkelijk hun weg vinden naar de samenleving.

Opschaling en toepassing van slimme oplossingen loopt te vaak mis

Aan slimme oplossingen gelukkig geen gebrek. Binnen én buiten de biotech werken knappe koppen volop aan innovaties die kunnen bijdragen aan een wereld mét toekomst. Denk aan biobased materialen die fossiele grondstoffen vervangen, nieuwe voedingsmiddelen die vriendelijker zijn voor dier en planeet of gewassen die beter bestand zijn tegen droogte en andere gevolgen van klimaatverandering.

Toch gaat het volgens de RvS bij het opschalen en toepassen van deze oplossingen mis. Nog te vaak lopen innovatieve bedrijven tegen bekende barrières aan, zoals beperkte toegang tot financiering, complexe vergunningprocedures en een gebrek aan ondersteuning bij de stap van startup naar scale-up. Daardoor blijven veel veelbelovende innovaties hangen in pilots, demonstratieprojecten of kleinschalige productie of duurt de stap van technologie naar grootschalige toepassing vaak veel langer dan nodig zou moeten zijn.

Innovatieve producten die de markt halen betreden een ongelijk speelveld

En zelfs als innovatieve producten de markt bereiken, ziet de RvS, is succes niet vanzelfsprekend. Consumenten kiezen uiteindelijk namelijk alleen voor klimaatvriendelijke producten als ze ook betaalbaar, aantrekkelijk en gebruiksvriendelijk zijn. Klimaatvriendelijke innovaties concurreren daardoor nog vaak met de fossiele industrie en conventionele landbouw, waarbinnen producten al jarenlang volledig zijn opgeschaald en kosten zijn geoptimaliseerd. Dat maakt het voor nieuwe oplossingen lastig om door te breken, ook wanneer ze aantoonbaar beter zijn voor mens, dier en planeet.

Dus is het volgens de RvS belangrijk dat de overheid voorwaarden creëert waarin toekomstbestendige oplossingen wél kunnen opschalen en hun weg vinden naar de samenleving. Door bijvoorbeeld ruimte te maken voor innovatieve bedrijvigheid, startups te helpen doorgroeien naar scale-ups, markten te openen voor klimaatvriendelijke alternatieven en een gelijk speelveld te creëren via normeringen, publieke inkoop en prijsprikkels, kunnen klimaatvriendelijke keuzes uitgroeien tot vanzelfsprekende keuzes. Want pas wanneer innovatieve producten de stap kunnen maken van lab naar schap en van niche naar nieuwe standaard, kunnen zij de impact maken die nodig is om Nederland klimaatneutraal te maken.

← #nieuws

Staatssecretaris koppelt biotech aan voedselzekerheid

,

Een Kamerbrief die hollandbio van harte verwelkomt: in de Aankondiging Strategische Agenda Voedselzekerheid benadrukt staatssecretaris Silvio Erkens dat innovatie en biotech onmisbaar zijn voor een weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem. De agenda, die in 2027 definitief wordt vastgesteld, moet Nederland beter voorbereiden op uitdagingen zoals geopolitieke spanningen, klimaatverandering, verstoringen in handelsketens en cyberdreigingen. Hollandbio kijkt er naar uit om vanuit de biotech sector bij te dragen aan de verdere uitwerking van deze agenda.

Innovatie sleutel voor toekomstbestendig voedselsysteem

In de brief benadrukt de staatssecretaris dat innovatie een sleutelrol speelt bij het toekomstbestendig maken van het voedselsysteem. Daarbij noemt hij expliciet technologieën zoals biotechnologie, kunstmatige intelligentie, robotisering en digitalisering als belangrijke instrumenten om de voedselvoorziening weerbaarder te maken en strategische afhankelijkheden te verkleinen. Ook verwijst hij naar de eerder aangekondigde Agrifood Innovatieagenda, met daarin een prominente plek voor nieuwe genomische technieken (NGT’s), biocontrol en innovatieve voedselproductie, en de investeringsagenda Food2040, die inzet op behoud van de Nederlandse koploperpositie van hoogtechnologische, duurzame en weerbare voedselproductie.

Biotech draagt bij aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie

Voor hollandbio is dit een positieve ontwikkeling. Waar biotech vaak wordt besproken vanuit innovatie, verduurzaming of economisch verdienvermogen, erkent het kabinet nu ook expliciet de bijdrage die deze sleuteltechnologie kan leveren aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie. Juist innovaties zoals weerbare gewassen, biologische gewasbescherming, (precisie)fermentatie en andere biotech toepassingen kunnen helpen om voedselproductie toekomstbestendig te houden in een wereld die steeds onzekerder wordt.

Meedenken over uitwerking

De staatssecretaris gaat de agenda de komende maanden verder uitwerken met stakeholders uit de voedselketen, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Hollandbio kijkt ernaar uit om hieraan bij te dragen en mee te denken over de rol die biotech kan spelen in een innovatief, weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem.

← #nieuws

Minder dubbel werk bij de beoordeling van gestapelde GM-gewassen

EFSA opent de deur naar een eenvoudigere beoordeling van stacked events, GM-gewassen waarin meerdere eerder beoordeelde genetische eigenschappen zijn gecombineerd. Als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, hoeven bepaalde veldproeven en beoordelingen mogelijk niet opnieuw te worden uitgevoerd. Het statement van EFSA lees je hier.

← #nieuws

Europese Commissie vraagt input over praktische uitwerking NGT-regels

Nu de nieuwe Europese regels voor planten ontwikkeld met nieuwe genomische technieken (NGT’s) zijn vastgesteld, begint een minstens zo belangrijke fase: de praktische uitwerking van die regels om verdere innovatie en toepassing van slim veredelde, klimaatvriendelijke en toekomstbestendige gewassen mogelijk te maken. De Europese Commissie laat er in ieder geval geen gras over groeien: begin deze week publiceerde die twee calls for evidence’s over de procedures en informatievereisten voor categorie 1- en categorie 2-NGT-planten. Daarmee kunnen betrokkenen kennis, ervaring en aandachtspunten meegeven voor de verdere uitwerking. Hollandbio werkt aan een eigen bijdrage aan beide calls – uiteraard gericht op het optimaal benutten van deze slimme veredelingstools voor innovatie – en deelt haar input met de leden. Ook zelf reageren? Dat kan tot en met 28 september 2026.

Twee consultaties voor twee NGT-categorieën

De nieuwe NGT-verordening trad op 16 juli 2026 in werking en wordt vanaf 17 juli 2028 van toepassing. Ter voorbereiding werkt de Europese Commissie aan aanvullende uitvoeringsregels voor beide NGT-categorieën. De eerste consultatie gaat over de delegated act met verificatieprocedure en informatievereisten voor categorie 1-planten die vergelijkbaar zijn met conventioneel veredelde gewassen. De tweede consultatie richt zich op een implementing act met notificatie- en markttoelatingsprocedures voor categorie 2-planten, waarvoor aangepaste ggo-regels blijven gelden.

Praktijkervaring is waardevol

De precieze inrichting van de procedures is belangrijk voor uiteenlopende betrokkenen, waaronder onderzoekers, veredelaars, bedrijven, bevoegde autoriteiten en andere organisaties die met de ontwikkeling of toepassing van NGT-planten te maken hebben. Het is daarom goed om relevante praktijkervaring, aandachtspunten of concrete voorstellen uiterlijk 28 september via de calls te delen. Zo kan de Commissie bij de verdere uitwerking rekening houden met de uitvoerbaarheid en duidelijkheid van de toekomstige regels. En dragen we samen bij aan een innovatief en toekomstbestendig Europa, waarin slimme oplossingen uit biotech kunnen bijdragen aan klimaatvriendelijke landbouw, voedselzekerheid en uiteindelijk een wereld met toekomst.

← #nieuws

Den Haag ziet brood in phytophthora-resistente aardappel

,

De phytophthora-resistente aardappel stond deze zomer volop in de belangstelling. Tijdens bezoeken aan de veldproef van Wageningen University & Research zagen onderzoekers, telers, veredelaars, beleidsmakers, journalisten en hollandbio’s Timen, Leonie en Annemiek van dichtbij hoe innovatieve veredelingstechnieken als CRISPR-Cas kunnen bijdragen aan gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten zoals phytophthora, met minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en sterkere oogsten tot gevolg. Nu de Europese regels voor dit soort nieuwe genomische technieken zijn aangenomen, verschuift de aandacht naar de praktijk: hoe zorgen we dat dit soort innovaties daadwerkelijk hun weg vinden naar telers en consumenten? De eveneens aanwezige staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Silvio Erkens, schoof ook aan en liet diezelfde dag nog middels een Kamerbrief weten zich graag in te zetten voor een tijdige en werkbare implementatie van de nieuwe regels. Ook de Nederlandse Aardappel Organisatie riep op tot een snelle uitwerking van de nieuwe regelgeving. Een belangrijk signaal dat velen met ons uitkijken naar de mogelijkheden die deze nieuwe generatie gewassen bieden voor een toekomstbestendig voedselsysteem.

← #nieuws

Tweede Kamer: passende regels nodig voor microbiële culturen

,

Mooi nieuws uit de Tweede Kamer: een motie waarin Kamerlid Wim Meulenkamp (VVD) het kabinet verzoekt zich in de Europese Unie in te zetten voor passende regels voor microbiële culturen, kreeg een grote meerderheid. De discussie over de regulering van deze belangrijke biologische alleskunners, ingezet voor smaak, conservering, textuur en meer, sleept zich al zeker twintig jaar voort in Europa, met grote onduidelijkheid en onzekerheid tot gevolg voor ontwikkelaars, voedselverwerkers en supermarkten. Extra inzet is dus hard nodig.

De term microbiële cultuur doet waarschijnlijk niet direct een belletje rinkelen (zuurdesem fans daargelaten). Toch zijn ze zo veelgebruikt en gangbaar dat je ze, misschien wel dagelijks, op je bord hebt liggen. Sinds mensenheugenis benutten we immers al fermentatie door bacteriën om levensmiddelen smakelijker, langer houdbaar of veiliger te maken: denk aan brood, kaas, yoghurt en zuurkool. Niets nieuws onder de zon dus – al kunnen we dankzij continue innovatie microbiële culturen voor steeds meer producten inzetten, bijvoorbeeld in filet americain en de oer-Hollandse haring. Goed nieuws voor onze smaakpapillen, voedselveiligheid, en een belangrijke troef in de strijd tegen voedselverspilling.

Dat lijkt een win-win situatie, nietwaar? Toch dreigen innovatieve koplopers tegen een torenhoge muur van wet- en regelgeving aan te lopen, die vernieuwing en het benutten van deze biologische alleskunners blokkeert. Dat komt doordat ambtelijke juristen en technocraten, helaas ook op voordracht van de Nederlandse overheid, zich al jarenlang het hoofd breken over de vraag of microbiële culturen in een voedingsmiddel een ingrediënt zijn, die vallen onder voedselveiligheidsregels van de Algemene Levensmiddelenverordening, of dat ze onder de Additievenregelgeving vallen, een toelatingsroute ontwikkeld om de veiligheid van toevoegingen aan voedingsmiddelen te borgen (de welbekende E-nummers).

Hoe theoretisch dat vraagstuk ook klinkt, het antwoord heeft verstrekkende gevolgen voor het benutten van de mogelijkheden van microbiële culturen. Waar culturen al decennialang en naar tevredenheid gezien worden als ingrediënten, en dus vallen onder de algemene regels voor voedsel en voedselveiligheid, dreigen nieuwe toepassingen vanwege hun technische functie (conservering, textuur, antimicrobiële werking) gezien te worden als additief. Nou is het probleem dat die route, de additievenregeling, nooit bedacht is met bacteriën, of een mix van bacteriën, in het achterhoofd, maar voor chemische toevoegingen met vaak een enkele functie. Daardoor sluit deze totaal niet aan bij de levende organismen, en vormt het een zeer vertragend, kostbaar en onzeker blok aan het been van de biotech bedrijven die de culturen ontwikkelen, voor voedselverwerkers en supermarkten. Overigens zonder toegevoegde waarde voor de voedselveiligheid, die immers ook geborgd is binnen de Algemene Levensmiddelenverordening.

Zolang de Europese discussie voortduurt, kiest Nederland – alle biotech ambities ten spijt – voor een actief handhavingsbeleid. Dat houdt grofweg in dat wanneer de NVWA in de supermarkt een haring, of een bakje filet americain aantreft met een microbiële cultuur zonder E-nummer, het de schappen uit en hup de prullenbak in moet. Krom genoeg mag de korter houdbare, en voor schadelijke infecties gevoelige evenknie gewoon blijven liggen.

Het is een typisch biotech probleem: de overheid trapt tegelijkertijd op het gaspedaal en de rem, en maakt geen enkele haast om de resulterende stilstand te doorbereken. De inzet van Nederland, zoals recent nog toegelicht door minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) na vragen uit de Tweede Kamer, bood helaas wéér geen soelaas. Hoewel wij de motie van Kamerlid Meulenkamp liever nóg explicieter hadden gezien, zet deze Nederland toch hopelijk op een beter spoor in haar inzet in Europa.

Hollandbio blijft hoe dan ook ijveren om de volle potentie van onze microbiële helden te kunnen benutten, als onmisbaar ingrediënt van onze innovatiekracht, economie en prangende maatschappelijke uitdagingen in voedselvoorziening en meer.

← #nieuws

Kabinet zet agrifood innovatie op scherp, met biotech vol in het vizier

,


Vorige week publiceerde het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de contouren van een meerjarige Agrifood Innovatieagenda, gericht op het versterken van verdienvermogen, concurrentiekracht en het aanpakken van maatschappelijke opgaven zoals klimaat, voedselzekerheid en biodiversiteit. Deze vormt de uitwerking van een aangenomen motie van Kamerlid Den Hollander (VVD) en een hele trits mede-indieners die tuinbouw, zaadveredeling en biotechnologie als belangrijke kans voor Nederland zien. Vanuit deze context kondigt het kabinet aan om bestaande middelen gerichter in te gaan zetten op vier kansrijke innovatiedomeinen – agtech, weerbare teelten, voedselinnovaties en (glas)tuinbouw – met als doel hier private investeringen in aan te jagen en innovatie in te versnellen. In de verdere uitwerking wordt onderzocht wat nodig is om deze prioritaire innovaties, waarbinnen biotech een grote rol speelt, te versnellen.

De inzet van het ministerie ligt nadrukkelijk op het op orde brengen van randvoorwaarden die cruciaal zijn om innovaties daadwerkelijk van lab naar markt en maatschappij te brengen. Denk aan onderzoeks- en data-infrastructuur, talentontwikkeling, snellere en voorspelbare toelating, experimenteerruimte en opschalingsmogelijkheden. De komende maanden volgt per innovatiedomein een uitwerking van wat nodig is om prioritaire innovaties te versnellen, met daarbij aandacht voor de wensen van zowel gevestigde partijen als start- en scale ups.

Daarbij bevat de agenda ook concrete aanknopingspunten voor biotech. Zo zet het kabinet onder andere in op het versnellen en vereenvoudigen van de aanvraagprocedure voor planten veredeld met nieuwe genomische technieken (NGTs), het aanjagen van private investeringen in biocontrol (biologische gewasbeschermingsmiddelen), het vergroten van de succesratio van novel foods procedures en het faciliteren van Europese proeverijen en alternatieven verdienmodellen voor kweekvlees en innovatieve fermentatie.

De komende maanden werkt het ministerie de innovatieagenda verder uit in samenwerking met ondernemers en experts. Dit moet leiden tot een tienjarig plan dat houvast biedt én flexibel genoeg blijft om mee te bewegen met de actualiteit. Eind dit jaar volgt een high level summit voor de lancering van de agenda, gevolgd door een Innovatietop in 2027 om innovaties uit te lichten, deals te sluiten en investeerders aan te trekken. Voor hollandbio een belangrijke kans om ervoor te zorgen dat biotechinnovaties hiermee de ruimte krijgen die nodig is om door te breken. Wij zetten ons de komende periode actief in om de stem van biotech stevig te laten doorklinken in de verdere uitwerking van de innovatieagenda.

← #nieuws

Biotech maakt klimaatvriendelijke keuzes wél mogelijk

Steun voor klimaatbeleid staat onder druk, blijkt uit nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Niet omdat Nederlanders het probleem niet zien – integendeel. Een meerderheid maakt zich wel degelijk zorgen over klimaatverandering en de gevolgen ervan. Tegelijk groeit het gevoel dat klimaatmaatregelen schuren met het dagelijks leven. Mensen willen wel veranderen, maar alleen als het past binnen hun leven, gewoontes en portemonnee. Hoe maken we duurzame keuzes logisch en haalbaar voor iedereen?

Veel klimaatbeleid gaat impliciet uit van gedragsverandering als startpunt: minder shoppen, niet vliegen, geen vlees eten. We moeten steeds meer en mogen steeds minder, terwijl onderzoek laat zien dat mensen juist afhaken zodra ze moeten veranderen of dingen moeten laten. Zodra maatregelen duurder, ingewikkelder of opgelegd voelen, neemt de bereidheid om te verduurzamen af. Gedragsexpert Bas Erlings stelde onlangs dan ook nog in Trouw dat duurzaam gedrag vooral níet duurzaam moet voelen, om mensen ertoe te verleiden. Sterker nog: als het alternatief aantrekkelijker én goedkoper is, verandert gedrag volgens hem vanzelf.

Het is dan ook geen wonder dat het SCF-onderzoek steeds minder steun ziet voor maatregelen die ingrijpen op gedrag, zoals rekeningrijden en een vlees- of zuiveltaks, maar wel voor maatregelen die ingrijpen op vervuilende bedrijven, zoals verduurzamingsverplichtingen en hogere belastingen. Ook onder jongeren is dit terug te zien. Uit het recente State of Youth onderzoek van KidsRights blijkt dat jongeren zich steeds meer zorgen maken over het klimaat, omdat zij de economische en sociale effecten ervan vandaag al voelen. Oplossingen moeten volgens hen praktisch en betaalbaar zijn om te werken. De helft van de jongeren vindt zelfs dat duurzame keuzes niet duurder mogen zijn.

Misschien moeten we de vraag daarom omdraaien. Van: hoe overtuigen we mensen om anders te leven? Naar: hoe maken we duurzame keuzes zo dat ze vanzelf passen in het leven dat mensen al leiden? Met oplossingen die aansluiten bij wat mensen al kennen en waarderen. Voedsel dat net zo lekker en betaalbaar is, materialen die net zo sterk en toepasbaar zijn en producten die blijven doen wat ze altijd deden, maar dan met minder uitstoot, minder afval en minder druk op mens, dier en planeet.

Dat klinkt misschien als toekomstmuziek, maar dat is het niet. Mede dankzij biotech bestaan er al meer van dit soort oplossingen dan we wellicht denken: sterkere, gezondere gewassen die minder bestrijdingsmiddelen nodig hebben, bioplastics geproduceerd uit reststromen, en leer, kaas en vlees gemaakt zonder dat er een dier voor hoeft te lijden. Het zijn deze slimmere manieren van produceren en consumeren, bedacht door knappe koppen van eigen bodem, die het nu al mogelijk maken om toekomstbestendig te leven zonder in te leveren op kwaliteit of functionaliteit. Biotech maakt klimaatvriendelijke keuzes daarmee niet ingewikkelder, maar juist vanzelfsprekender. Het verlaagt de drempel, in plaats van die te verhogen.

Toch halen veel van deze producten op dit moment de supermarkt nog niet, of blijven ze steken in te kleinschalige productie. De stap van lab naar schap is nog te vaak een hobbelige route. Biotech producten hebben moeite door trage, verouderde Europese en Nederlandse regelgeving te komen en kunnen qua prijs nog niet altijd opboksen tegen bestaande, vervuilende producten die al volledig zijn opgeschaald.

Gelukkig presenteerde het Burgerberaad Klimaat eind vorig jaar een advies aan de Tweede Kamer met ideeën om klimaatvriendelijke producten wél een kans te geven om bij te dragen aan een wereld met toekomst. Hoewel het Kabinet inmiddels heeft aangegeven een groot deel van de burgeraanbevelingen vrijwel direct over te nemen, blijven juist de echte gamechangers voor slimme biotech-oplossingen voorlopig helaas nog liggen. Denk bijvoorbeeld aan opschalingsinstrumenten en prijsprikkels (zoals beprijzingen, normeringen en bijmengverplichtingen) die markten structureel zouden verschuiven richting klimaatvriendelijke keuzes voor landbouw, voedsel en materialen.

En dat terwijl we geen tijd te verliezen hebben om ruimte te maken voor biotech. Bij hollandbio werken we aan het wegnemen van drempels, zodat deze oplossingen niet in het lab of de pilotfase blijven hangen, maar uitgroeien tot vanzelfsprekende keuzes voor iedereen. Door de bijdrage van biotech aan een klimaatvriendelijke toekomst breed te laten erkennen, de weg van lab naar schap voor toekomstbestendige planten, voedsel en materialen te versnellen en een eerlijk speelveld te creëren waarin duurzame alternatieven kunnen concurreren met de fossiele industrie en conventionele landbouw, maken we duurzame keuzes niet alleen wenselijk, maar ook bereikbaar voor iedereen. Want uiteindelijk ontstaat draagvlak voor klimaatbeleid, wat ons betreft niet door mensen te vragen om te veranderen, maar door verandering mogelijk te maken.