← #publicaties

Nationaal Comité advies dierproevenbeleid pleit voor systeemverandering

,

Samenwerken aan systeemverandering: dat adviseert het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) de staatsecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, als hij stappen willen zetten richting een proefdiervrije samenleving. Aan hun langverwachte en breed opgepikte transitieadvies ‘van niche naar norm’ ligt meer dan een jaar aan onderzoek, interviews en stakeholdersbijeenkomsten ten grondslag. Met die grondigheid én hun samenhangende adviezen op randvoorwaarden rond de pijlers governance en eigenaarschap, ethische actualisering, innovatie- en ketenbeleid, internationale strategie en monitoring zoeken ze wat hollandbio betreft nuance die rechtdoet aan de complexiteit van dit dossier.

Want sneller, beter en diervriendelijker nieuwe geneesmiddelen, vaccins en alternatieve voedingsbronnen ontwikkelen – dat willen we allemaal wel. Alleen niet elk domein kan daarbij volgens het NCad dezelfde route of hetzelfde tempo volgen. NCad-voorzitter Van Meeteren: “Een nieuwe methode kan uitstekend werken, maar als het systeem eromheen niet meebeweegt, blijft zo’n innovatie een niche. De volgende stap is dus niet nóg meer innoveren, maar ervoor zorgen dat wat er al is, ook echt doorwerkt in de onderzoekspraktijk.” Hear hear! Als partner van de transitie draagt hollandbio graag bij aan deze realistische koers. Wil je na het lezen van het rapport hierover met ons doorpraten? Mail hollandbio’s Britt.

← #publicaties

WBSO: De katalysator voor Nederlandse innovatie

,

Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financiële middelen voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Ieder jaar nemen we de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) onder de loep. 

← #publicaties

Subsidie langs de meetlat: Eurostars

, ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech-innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotechbedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de Europese subsidieregeling Eurostars aansluit bij de behoeften van biotech?  In een nieuwe infographic scoren we deze subsidies op een schaal van 1 tot 10. 

Eurostars is onderdeel van het Europese innovatieprogramma Eureka. Via subsidies van maximaal €500.000 voor het Nederlandse projectaandeel jaagt deze regeling snellere ontwikkeling en groei aan van kleine bedrijven, mits die deelnemen aan een samenwerkingsverband tussen partijen uit meerdere Europese landen. Hoewel de subsidie Europees georiënteerd is, ligt de uitvoering ervan bij de lidstaten zelf. In Nederland is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) daarvoor verantwoordelijk. Dit heeft per jaar een totaal van €22 miljoen beschikbaar voor Nederlandse aanvragen verdeeld over twee calls. 

Wil een subsidie zoals Eurostars aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:   

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.   
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.    
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.  
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.   
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.   
  1. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen. 

Hoe scoort Eurostars? 

Wanneer we Eurostars langs onze meetlat leggen, zien we het volgende: 

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort de Eurostars erg goed. Het betreft namelijk een zuivere subsidie zonder terugbetalingsverplichting. Voor het MKB en kennisinstellingen wordt 50% van de projectkosten gesubsidieerd en voor grote bedrijven of andere instellingen bedragen de subsidiabele projectkosten maximaal 40%. De rest van de financiering moeten deelnemers uit andere bronnen halen. Hiermee scoort Eurostars een 9 uit 10. 

De IP-bescherming van Eurostars projecten is goed geregeld. Van tevoren maken de verschillende deelnemers in het project afspraken over intellectueel eigendom, wat resulteert in een score van 8 uit 10. 

De administratieve last van de Eurostars is relatief laag. Ze vereist twee keer per jaar een inhoudelijke update en aan het einde een uitgebreidere rapportage. Bij grotere consortia kan de last wat hoger zijn vanwege het grotere aandeel betrokken partijen. Daartegenover staat een subsidiebedrag van maximaal € 500.000. Dat is prima in balans, dus scoort deze subsidie hiervoor een 8 uit 10. 

Hoewel zeggenschap bij deze subsidie deels met andere samenwerkingspartners wordt gedeeld, zien wij dat de ondernemer altijd in de lead is bij de aanvraag. Met deze partners wordt er van tevoren een duidelijke consortiumsovereenkomst verwacht waarin vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt. Ook is pivoteren in het project (na goedkeuring) mogelijk. Wij geven daarom een 8 uit 10. 

De doorlooptijd voor een Eurostars-aanvraag is lang. Na een Europese inhoudelijke controle en beoordeling wordt door RVO beoordeeld welke aanvragen gehonoreerd kunnen worden. Alles bij elkaar kost dit vijf tot zes maanden. Wij vinden dat erg stevig vinden en scoren hier daarom met een 4 uit 10. 

Het slagingspercentage van de Eurostars vinden wij met 50% acceptabel. Helaas is er niet genoeg budget beschikbaar om alle kwalitatief goede voorstellen van financiering te voorzien. Ook kan het gebeuren dat het budget van een samenwerkende lidstaat uit het project op is, waardoor het volledige project niet door kan gaan. Wij scoren deze subsidie hiervoor daarom een 7 uit 10. 

Al met al scoort de Eurostars, wat ons betreft, voor biotech dus erg goed. De populariteit van het instrument bevestigt dit: in het overzicht van gehonoreerde aanvragen tot en met september 2025 is te zien dat Nederlandse bedrijven de weg naar de Eurostars goed weten te vinden. Het enige minpuntje aan de Eurostars vinden wij de doorlooptijd, maar verder scoort de Eurostars uitstekend. Heb jij ervaring met deze subsidie, of een andere kijk op de Eurostars? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech! 

← #publicaties

Subsidie langs de meetlat: Biotech Booster

,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de twee verschillende fasen van Biotech Booster aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidies op een schaal van 1 tot 10.

Biotech Booster is een gehonoreerd groeifondsprogramma dat zich richt op de valorisatie van biotech kennis naar innovaties. Via mentoring, netwerk en financiering helpt het programma ondernemende wetenschappers om slimme ideeën door te ontwikkelen richting de markt. Subsidie vanuit Biotech Booster is beschikbaar voor toepassingen van biotech in de breedte en wordt aangeboden in twee fasen: fase 1, Proof of Principle, biedt financiering tot €200,000 aan early-stage projects, en fase 2, Proof of Concept, biedt financiering tot €1.9 miljoen aan meer gevorderde projecten.

Bij het aanjagen van valorisatie betrekt Biotech Booster actief het Nederlandse ondernemersnetwerk. Ervaren ondernemers beoordelen en ondersteunen de verschillende subsidiefasen. Deelnemers ontvangen bij Biotech Booster doorgaans volledige projectfinanciering, onder voorbehoud van uitzonderingen door staatssteunregels. Als het project commercieel succes oplevert, deelt Biotech Booster mee in de winst. Samen met de ondernemer spreekt Biotech Booster daarvoor van tevoren een passende vorm van success sharing af.

Wil een subsidie zoals die van Biotech Booster aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.

Hoe scoort Biotech Booster?

Wanneer we Biotech Booster langs onze meetlat leggen, ontstaat het volgende beeld:

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort biotech booster voor zowel fase 1 als fase 2 een 7 uit 10. Dit omdat de maatregelen van beide fasen, ondanks hun eigen voor- en nadelen, uiteindelijk zorgen voor een investeerbaar bedrijf. Voor fase 1 is een nadeel dat de subsidie wordt omgezet in een lening wanneer het bedrijf tussentijds via een andere route financiering ophaalt en afziet van een fase 2 aanvraag. Aan de andere kant biedt fase 1 subsidie juist ook een streepje voor bij het verkrijgen van de €1.9 miljoen financiering van fase 2. Voor fase 2 vraagt Biotech Booster een deel van de winst uit het project, maar biedt Biotech Booster juist ook ruimte voor een maatwerkoplossing in deze winstdeling. Ook stimuleert zij via interne begeleiding het ophalen van vervolgfinanciering.

De IP-bescherming is bij Biotech Booster erg goed geregeld. Het programma speelt een actieve rol in de valorisatiestappen, de onderhandelingen met lokale Tech Transfer Officesen in het maken van duidelijke afspraken met de ondernemer. Voor beide fasen geven we daarom een 9 uit 10.

De administratieve last van een aanvraag bij Biotech Booster is relatief hoog, evenals het bedrag dat er tegenover staat. Dit resulteert in een score van 7 uit 10 voor fase 1 en 8 uit 10 voor fase 2.

Wat betreft zeggenschap zien wij een groot verschiltussen beide fasen. Biotech Booster heeft namelijk power of attorney op de projecten in fase 2, wat inhoudt dat ze de juridische zeggenschap over het project in handen heeft. Een “project stuurgroep” met daarin één iemand namens de IP-eigenaar, drie ondernemers en één expert op het onderwerp gedraagt zich daarbij als supervisory board. Daardoor verlies je als ondernemer gedeeltelijke directe zeggenschap over de koers van (een deel van) je bedrijf, al staat daar wel tegenover dat de projectstuurgroep waarde toevoegt in de hulp en ondersteuning die zij biedt. Dit resulteert in een score van 6 uit 10 voor fase 2. In fase 1 bestaat deze power of attorney niet en behoudt de startende ondernemer zijn zeggenschap. Daaraan geven we daarom een 8 uit 10.

De doorlooptijd voor een aanvraag bij Biotech Booster is lang. Een project moet namelijk eerst een heel aantal fasen doorlopen van eerste indiening tot selectie vanuit Biotech Booster, met een totale looptijd van 16 weken voor fase 1 tot zelfs 23 weken voor fase 2. Na de selectie van Biotech Booster wacht je nog eens 13 weken op goedkeuring vanuit de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I). Dit alles zorgt voor een score van 4 uit 10.

Het slagingspercentage van biotech booster is acceptabel. Er is helaas niet genoeg budget beschikbaar om alle kwalitatief goede voorstellen van financiering te voorzien. Met een slagingspercentage van ongeveer 33% op fase 1 en 50% op fase 2 zien wij daar dan ook nog absoluut ruimte voor verbetering. De score hiervoor is 6 uit 10 voor fase 1 en 7 uit 10 voor fase 2.

Dus al met al levert Biotech Booster hele goede handvaten voor ondernemende wetenschappers om kennis te valoriseren en zijn de subsidies die worden geboden absoluut van meerwaarde. Toch is er wat hollandbio betreft nog een wereld te winnen in het terugbrengen van de doorlooptijd. Daarnaast vinden we het zonde niet alle kwalitatief goede voorstellen op dit moment subsidie kunnen ontvangen.

Heb jij ervaring met Biotech Booster subsidie, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!

← #publicaties

Dutch Life Sciences Trend Analysis 2026: biotech is on the map, but still looking for a way up

, ,

While Dutch & European governments are prioritising biotech, the Dutch Life Science Trend Analysis shows a decline on multiple metrics. The number of companies founded, assets in (pre)clinical development & total funding amounts of last year all decreased compared to 2024. This came to light through the Dutch Trend Analysis Report 2026 from the leading global biotech database Biotechgate in collaboration with hollandbio. The annual report provides an in-depth look at funding patterns, company formation, and international benchmarks.

The growth we hoped for is not yet there

The 2025 data reinforce the ‘winner takes it all’ trend we flagged last year: an increasing concentration of capital among a small group of winners. In the report on 2024, Dutch venture financing continued to grow, showing a 10% increase compared to the previous year. And while hollandbio was hoping for a continuation of this growth, the report shows otherwise. The total biotech funding amount of 2025 is similar to that of 2024 (-2,3%), while the number of rounds is decreasing. This implies that although the average round size is increasing, total funding is not. Luckily, a few Dutch companies were able to raise significant funding in 2025, including Leyden Labs, Avidicure and The Protein Brewery.

The data sends out another worrying signal: the decreasing number of assets in development (-10%). Leading fields are still oncology, neurology and infectiology. As the risk of technical failure is high in biotech, a pipeline with sufficient assets in development is of crucial importance. In addition, since 2020, the number of companies founded has been declining. The international data show that this is not a Dutch problem, though: all benchmarked countries show a decline in company foundation. Hollandbio sees this as a real threat for the future, as today’s start-ups and clinical assets are tomorrow’s changemakers.

International Benchmark: ups and downs

Although it is a mixed bag, the international benchmark leaves room for some good news, too. The Netherlands scores excellently when it comes to the number of companies per million inhabitants: only Denmark and Switzerland do better. Also, the Dutch ecosystem is home to more food, agriculture and materials biotech compared to other countries. Yet, when looking at the health applications, specifically the assets in clinical development, we are down in the charts, with countries such as the United Kingdom, Denmark, Switzerland and the United States way ahead of us.

The US still play a different league compared to Europe when it comes to funding: even though the total equity capital raised there has declined significantly (-15%), US companies raised 4x the amount of equity capital. Also, the increasing amount of equity capital raised in China is relevant. Although not included in the report, the Chinese equity capital raised for biotech is over 50% of the total capital raised in Europe and growing(1).

Time to act now

The story told by the trend analysis is not a positive one for Europe and the Netherlands. The report’s data reflects reality – and must underscore the urgency of the challenges we face. European biotech is losing momentum to the US and China. Dutch companies keep looking at the US for an IPO and one of the only Dutch biotech’s listed in Amsterdam is openly doubting a focus on the US stock market. On top of that, securing early-stage funding remains a serious challenge and an increasing number of companies are filing for bankruptcy.

Europe needs to step up to remain a global player in biotech. Luckily, the European Commission and the Dutch national government see this, and have published plans to turn the tide: the EU Biotech Act, The Dutch Biotech Vision and Wennink Report present ambitious goals to help the EU biotech sector thrive. Unfortunately, nice words on paper do not fund start-ups or help companies scale – only actions do. It is time for bold moves. It is time to act now.

Through the challenges, we do see some positives too: the recent acquisition of Merus by Genmab, large funding rounds by Azafaros and Leyden Labs and the IPO of Dutch-tinted Agomab. At hollandbio, we continue to put effort in the best possible funding ecosystem for every stage of development, from early grants to M&A and IPO. We will remain committed to have more of these Dutch and European success stories in the future.

Do you have any questions or remarks on this Dutch Trend Analysis? Please reach out to hollandbio’s Max

(1). BiotechGate

← #publicaties

Toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen in Nederland

,

1,2 miljoen mensen in Nederland leven met een zeldzame aandoening, vaak zonder uitzicht op een effectieve behandeling. Ondanks dat er steeds meer innovatieve weesgeneesmiddelen een Europese handelsvergunning krijgen, blijft 43% daarvan nog steeds buiten bereik van Nederlandse patiënten. Rond zeldzame ziektedag staat hollandbio, samen met vele anderen over de hele wereld, stil bij iedereen die hier dagelijks mee te maken heeft. Onderzoekers en ondernemers over de hele wereld zetten zich elke dag keihard in om voor iedereen een geneesmiddel te ontwikkelen, ondersteund door gerichte stimulansen voor de Europese Unie. Wij vinden het dan ook enorm zonde als deze behandelingen niet beschikbaar komen voor patiënten. Want iedereen verdient een passende behandeling, onafhankelijk van hoe vaak je ziekte voorkomt.

43% van de weesgeneesmiddelen in Nederland buiten bereik

Niet alle weesgeneesmiddelen die door het Europees Medicijnagentschap (EMA) zijn goedgekeurd zijn dus in Nederland beschikbaar. Het afgelopen jaar hebben negen nieuwe weesgeneesmiddelen een marktvergunning gekregen. Er zijn nu in totaal 251 weesgeneesmiddelen met een actieve marktvergunning. Het Nederlandse basispakket vergoedt op dit moment 57% van deze middelen. Hoewel het uiteindelijk meestal wel lukt om weesgeneesmiddelen vergoed te krijgen, kost dit heel veel tijd: van de weesgeneesmiddelen die in de afgelopen tien jaar zijn geregistreerd is nu 53% vergoed; voor middelen die ouder zijn ligt dat percentage op 89%. En voor de oudere middelen kan dit percentage zelfs iets te rooskleurig zijn, omdat bedrijven geneesmiddelen ook van de markt kunnen halen als deze niet succesvol genoeg zijn. Dat is zonde, juist ook omdat de EU met gerichte wetgeving onderzoek naar zeldzame ziektes extra ondersteunt. Het is hoog tijd om het tij te keren!

Een duik in de feiten en cijfers

Elk jaar onderzoekt hollandbio hoeveel weesgeneesmiddelen vergoed beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten. Als een weesgeneesmiddel een Europese handelsvergunning krijgt, betekent dat nog niet meteen dat artsen dit aan patiënten kunnen voorschrijven. Nadat de EMA een oordeel velt over de balans tussen baten en risico, volgt in Nederland een tweede ronde aan beoordelingen. Daarin wordt getoetst hoe goed een geneesmiddel werkt ten opzichte van de huidige zorgstandaard en of de prijs en effectiviteit van het geneesmiddel met elkaar in balans zijn, zodat daarna kan worden bepaald of een geneesmiddel vanuit de zorgverzekering wordt vergoed. Ook hier is de zeldzaamheid van een ziekte vaak al een spelbreker: Het is natuurlijk veel moeilijker om in een kleine groep patiënten aan te tonen of en bij wie iets werkt. Onze bevindingen over het succespercentage van deze laatste stap, gebaseerd op data van de Europese Commissie, EMA, het GVS en Farmatec, publiceren we vandaag in een bijgewerkte infographic.

Soort registratie en bedrijf maakt verschil

Waarom het ene weesgeneesmiddel wel en het andere niet snel vergoed wordt, is helaas niet uit de openbare data te destilleren. Wel kunnen we zien dat het soort registratie en de grootte van het bedrijf hier invloed op lijken te hebben. Zo worden middelen met een voorwaardelijke marktvergunning maar mondjesmaat vergoed (5%) en weesgeneesmiddelen waarvan de marktvergunning onder bijzondere omstandigheden wordt uitgegeven (67%) juist vaker vergoed dan gemiddeld. Ook zien we dat het grote bedrijven (69%) vaker lukt om een weesgeneesmiddel vergoed te krijgen dan het MKB, waarvoor het maar in 25% van de gevallen lukt. En sowieso wordt het overgrote deel van de weesgeneesmiddelen (95%) uit onze analyse naar de markt gebracht door grotere, dikwijls wereldwijd opererende bedrijven.

Geen tijd te verliezen

Patiënten hebben geen tijd om te wachten tot een nieuw geneesmiddel eindelijk eens vergoed en wel beschikbaar komt. Er zijn legio redenen om aan te wijzen waarom dit zo lang kan duren. Bijvoorbeeld doordat weesgeneesmiddelen niet altijd passen in de bestaande beoordelingskaders, of omdat bedrijven ervoor kiezen om hun middelen eerst in andere landen aan te bieden. Bijvoorbeeld omdat de markt daar groter is, of de procedure om tot vergoede toegang te komen sneller, meer op maat of voorspelbaarder is. En heel soms is het ook zo dat een ziekte zo zeldzaam is dat er geen patiënten in Nederland bekend zijn. Dan kan een ontwikkelaar er bewust voor kiezen het middel helemaal niet in Nederland te lanceren.

Iedereen verdient een weesgeneesmiddel

Wat hollandbio betreft, is onze gezamenlijke opdracht duidelijk: zorgen dat patiënten zo (ver)goed en snel mogelijk toegang kunnen krijgen tot innovatieve weesgeneesmiddelen. Het is domweg onacceptabel dat een werkend geneesmiddel patiënten niet bereikt, allereerst en vooral voor de betreffende patiënten en hun naasten, die verstoken blijven van hun kans op beterschap. Maar de impact reikt verder. Deze sterk gepersonaliseerde geneesmiddelen vertegenwoordigen immers de koplopers in de transitie naar gezondheid op maat – die buiten bereik blijft als we geen toegang kunnen realiseren. Ook blijken nieuwe technologieën, initieel ontwikkeld voor de behandeling van zeldzame ziektes, in veel gevallen later ook toepasbaar voor andere, vaker voorkomende ziektebeelden, waarbij het weesgeneesmiddel de weg vrijmaakt voor forse vervolginnovatie en -ontwikkeling.

Tijd voor vernieuwing

Helaas zien we nog té weinig aandacht, actie en urgentie om te waarborgen dat weesgeneesmiddelen nu en in de toekomst hun weg naar vergoede toegang zullen vinden. Ons huidige zorgstelsel is ontworpen in en voor een andere tijd, en paste goed bij de uitdagingen die toen speelden. Maar die tijd is voorbij: de nieuwe realiteit staat bol van nieuwe mogelijkheden, voor het vastleggen en benutten van data, voor slimmere inzet van nieuwe diagnostiek en uiteraard in het beschikbare behandelarsenaal. Toch blijven we maar pleisters plakken – het systeem oplappen in plaats van de broodnodige echte verandering teweeg te brengen. Het is tijd voor vernieuwing: voor een lerend zorgstelsel, waarin elke patiënt de juiste behandeling krijgt op het juiste moment. Zo laten we gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

← #publicaties

Subsidie langs de meetlat: Vroege Fase Financiering

,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Vroege Fase Financiering (VFF) aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

De Vroege Fase Financiering (VFF) is een lening die innovatieve starters en het mkb helpt om een kansrijk idee van plan- naar startfase te brengen. Het merendeel van de aanvragers is actief in High Tech Systemen & Materialen en zo’n 20% in biotech, waarvan 15.5% in Life Science & Health en 4,7% in Agri & Food. Voor bedrijven verloopt de verstrekking via de regio’s Noord‑Holland, Zuid‑Holland, Utrecht, Zeeland en Noord‑Brabant, of via RVO voor de rest van Nederland. Aanvragen van academische en toegepast‑onderzoeksorganisaties lopen via NWO. De precieze eisen en voorwaarden kunnen per regio of aanbieder verschillen. Een intentieverklaring van een private investeerder voor de periode na de VFF is altijd vereist. Afhankelijk van het type organisatie financiert de VFF 35% tot 100% van het projectbedrag, dat in totaal minimaal €50.000 en maximaal €450.000 bedraagt.

Wil een subsidie zoals de VFF aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort de VFF?

Wanneer we de VFF langs onze meetlat leggen, ontstaat het volgende beeld:

Om in aanmerking te komen voor een VFF-lening, is een intentieverklaring voor vervolgfinanciering verplicht. Voor biotech bedrijven met een hoge kapitaalbehoefte wringt dit: investeerders steken hun geld liever direct in onderzoek en ontwikkeling dan in het aflossen van een lening voor eerder werk. Daarnaast gelden strikte financieringsvoorwaarden: afhankelijk van het type organisatie financiert de VFF 35% (groot mkb), 45% (klein mkb) of 100% (innovatieve starters) van het project, en die lening met een rente van 7,21% (voor 2025) moet vanaf drie jaar na de start al worden terugbetaald. Dat is voor biotechbedrijven extra uitdagend, omdat inkomsten in die fase doorgaans nog niet in zicht zijn. Ook blijken de VFF-voorwaarden per regio te verschillen: in Zuid-Holland betreft de subsidie bijvoorbeeld een converteerbare lening die loopt via UNIIQ. De nationale regeling biedt deze mogelijkheid niet en is daardoor minder aantrekkelijk voor vervolgfinanciering. Door deze combinatie van beperkingen scoort de regeling op dit onderwerp een 4 uit 10.

Op het gebied van IP-bescherming scoort de VFF sterk: 9 uit 10. Als het IP bij het bedrijf in bezit is of via een exclusieve licentie is verkregen, blijft het daar. Bij aanvragen via NWO geldt zelfs een extra verplichte verklaring dat de betrokken kennisinstelling bereid is: “zodanige rechten op de intellectueel eigendom te verlenen zodat dit later in het proces geen belemmering vormt”. Daarmee sluit de regeling goed aan op de investeerbaarheid van biotech innovaties.

De administratieve last voor de VFF is merkbaar. Het is even zoeken bij welk regionaal of nationaal loket je precies moet zijn en ook de aanvraag zelf kost best wat tijd. En daarnaast voegt het rondkrijgen van de intentieverklaringen van private financiers ook extra druk toe. Het bedrag dat je er bij toekenning voor terugkrijgt, kan echter wel substantieel en daarmee de moeite waard zijn, wat zorgt voor een score van 6 uit 10.

De VFF laat de zeggenschap over het project volledig bij het bedrijf zelf, zonder dat er een consortium hoeft worden opgetuigd. Wel moet een investeerder vooraf een intentieverklaring afgeven, wat de wendbaarheid van het bedrijf in de vroege fase beperkt – een moment waarop juist nog van alles kan veranderen. We geven daarom een 7 uit 10.

De standaard doorlooptijd van de VFF is met 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode netjes en voorspelbaar. Toch blijkt deze in de praktijk per regio te kunnen verschillen en soms langer uit te vallen. Dat is jammer, want een korte en voorspelbare doorlooptijd helpt bedrijven plannen en zorgt ervoor dat projecten relatief snel kunnen starten. Daarom scoort de VFF op dit onderdeel wat ons betreft een 8 uit 10.

Het relatief lage slagingspercentage van 32% laat zien dat de vraag aanzienlijk hoger is dan het beschikbare budget. Dat is zonde, want daarmee kan deze aantrekkelijke regeling niet iedereen bedienen, wat zorgt voor een score van 6 uit 10.

Al met al is de VFF een bruikbare optie voor biotech bedrijven om de vroege fase van productontwikkeling te financieren. Op IP-bescherming en doorlooptijd scoort de regeling goed. Tegelijkertijd zijn het lage slagingspercentage en de verplichtingen rond vervolgfinanciering belangrijke knelpunten waar wat ons betreft nog winst te behalen is.  

Heb jij ervaring met de VFF, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!

← #publicaties

Subsidie langs de meetlat: Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten

,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojectenaansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) stimuleert mkb’ers en wetenschappelijke instellingen om samen te werken aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten of diensten in de regeneratieve geneeskunde. De regeling is bedoeld voor consortia waarin minimaal één mkb-ondernemer en één wetenschappelijke instelling samenwerken aan een project. De SRGO biedt een combinatie van een lening en een subsidie tot maximaal €3 miljoen per project. Mkb-ondernemers ontvangen een lening van maximaal 50% van het totale bedrag voor eigen onderzoekskosten. De kennisinstellingen ontvangen een subsidie van tussen de 25% en 100%, afhankelijk van het soort onderzoek dat zij uitvoeren (fundamenteel, industrieel of experimenteel).

Wil een subsidie zoals de SRGO aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort de SRGO?

Wanneer we de SRGO langs onze meetlat leggen, zien we een gemengd beeld.

Het ophalen van vervolgfinanciering wordt met de SRGO niet makkelijk gemaakt. Waar een kennisinstelling tot wel 100% subsidie kan ontvangen, kan een bedrijf alleen een lening krijgen. Deze lening heeft een rente van 3% plus een opslag van 15% aan het eind van het project. Ook mag gedurende de looptijd van de lening geen uitkering worden gedaan aan aandeelhouders. Dit levert een score op van 2 uit 10.

Ook op het gebied van IP-bescherming scoort de SRGO laag: 3 op 10. De regeling legt een sterke nadruk op kennisdeling, en verplicht toepassing van de principes van Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Hierdoor heeft de kennisinstelling veel invloed op het IP dat tijdens het project ontstaat. Hoewel vooraf afspraken mogelijk zijn, pakt dit zelden gunstig uit voor ondernemers.

De administratieve last is een behoorlijke papierwinkel, al is die in verhouding tot de omvang van de te verkrijgen lening wel de moeite waard. De consortiumovereenkomst, leningsovereenkomst met RVO, jaarlijkse rapportages en het uitgebreid eindverslag met verplichte accountantsverklaring eisen veel tijd en kennis van mkb-ondernemers. Daarnaast wordt het subsidiebedrag  niet in een keer uitgekeerd, maar in delen op basis van vooraf afgesproken mijlpalen. Dit levert een krappe voldoende op: 6 op 10.

Wat betreft zeggenschap scoort de SRGO een 4 op 10. Want hoewel de mkb-ondernemer penvoerder is, is de speelruimte klein. Strakke projecteisen, waaronder vaste begin-, midden- en eindmijlpalen, een minimum van 10% fundamenteel onderzoek en verplichtingen rond het aantal en type samenwerkingspartners, verkleinen de scope en pivoteerruimte.

De doorlooptijd is standaard 13 weken na sluiten van de aanvraagperiode. Dat is netjes en levert wat ons betreft een score op van 8 op 10.

Ook het budget is prima. Voor de bedrijven die aan de eisen voldoen is voldoende budget beschikbaar, dus geven we dat een 8 op 10.

Samenvattend is de SRGO vooral interessant voor consortia met een sterke onderzoekscomponent, en biedt zij voor marktgerichte innovatie weinig ruimte. Dit komt onder andere door de scheve en onwenselijke verdeling van bekostiging, waarbij bedrijven uitsluitend een lening krijgen en kennisinstellingen tot wel 100% subsidie kunnen ontvangen. Willen we écht werk maken van het toepassen van biotech in regeneratieve geneeskunde, dan moet deze regeling wat ons betreft meer ruimte bieden voor ondernemerschap. Innovaties naar de markt brengen is al complex genoeg – complexe financieringsstructuren en beperkende IP-voorwaarden helpen niet, maar remmen. Heb jij ervaring met de SRGO, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!