← #nieuws

Zorg voor vruchtbare voedingsbodem bij uitwerking NGT-regels

, ,

Europa heeft met de nieuwe NGT-verordening een belangrijke stap gezet richting toekomstbestendige landbouw. Maar met alleen een mooi wettelijk kader zijn we er nog niet. Of onderzoekers, veredelaars en biotechbedrijven straks écht met deze slimme veredelingstechnieken aan de slag kunnen, hangt nog af van de praktische uitwerking van de regels. Daarom diende hollandbio input in op de uitvoeringsregels voor zowel categorie 1- als categorie 2-NGT-planten. Onze boodschap richting de Europese Commissie: zorg voor werkbare procedures en voorkom dat onnodige informatieverplichtingen, technisch onhaalbare detectie-eisen en ellenlange procedures innovatie alsnog de pas afsnijden.

Zelfde gewassen, maar dan beter

Met nieuwe genomische technieken, zoals CRISPR-Cas, kunnen veredelaars sneller, preciezer en efficiënter werken aan gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten, plagen, droogte en hitte, bijvoorbeeld omdat zij efficiënter om kunnen gaan met water en voedingsstoffen of een verbeterde voedingswaarde krijgen. Stuk voor stuk oplossingen waar onze landbouw, voedselvoorziening en planeet om zitten te springen.

De nieuwe Europese verordening maakt daarbij onderscheid tussen twee categorieën. Categorie 1 omvat planten met genetische aanpassingen die ook van nature of via conventionele veredeling zouden kunnen ontstaan. Voor deze planten komt een vereenvoudigde verificatieprocedure. Categorie 2 omvat planten met andere NGT-aanpassingen. Voor deze categorie blijven aangepaste procedures voor risicobeoordeling, notificatie en markttoelating gelden.

De Europese Commissie werkt nu de regels en informatievereisten voor beide categorieën verder uit. De manier waarop deze procedures worden ingericht, bepaalt of de nieuwe verordening daadwerkelijk deuren opent, of innovatie door nieuwe bureaucratische hindernissen opnieuw voor een dichte deur komt te staan. In onze inbrengen (voor categorie 1 hier en voor categorie 2 hier te vinden) formuleren we aandachtspunten voor werkbare NGT-regels.

Kijk naar de plant, niet naar de route ernaartoe

Categorie 1-NGT-planten zijn vergelijkbaar met planten die van nature of via conventionele veredeling kunnen ontstaan. De verificatie hoort daarom maar één vraag te beantwoorden: voldoet de uiteindelijke plant aan de vastgestelde criteria?

Wat hollandbio betreft, moet de beoordeling zich richten op het eindresultaat. Tijdelijke tussenstappen en genetische elementen die tijdens de ontwikkeling zijn gebruikt, maar niet meer in de uiteindelijke plant aanwezig zijn, horen de juridische status van die plant niet te bepalen. Alleen de beoogde NGT-aanpassingen die daadwerkelijk in de uiteindelijke plant aanwezig zijn, moeten worden meegeteld.

De verificatie mag al helemaal niet via de achterdeur veranderen in een nieuwe risico- of toelatingsprocedure. Dat zou haaks staan op het uitgangspunt van de verordening en opnieuw onnodige kosten, vertraging en onzekerheid veroorzaken.

Geen genetische speld in een hooiberg zoeken

Ook de bewijsvoering voor categorie 1 moet proportioneel blijven. Veredelaars en onderzoekers moeten met passende wetenschappelijke methoden kunnen aantonen dat een plant aan de criteria voldoet. Een verplichte standaardroute of rigide checklist past daar niet bij.

Whole-genome sequencing mag daarom geen standaardvereiste worden. Zo’n verplichting zou ertoe kunnen leiden dat iedere aangetroffen genetische variant moet worden verklaard, terwijl variatie ook van nature, tijdens weefselkweek en bij conventionele veredeling ontstaat. Daarmee dreigt de verificatie een zoektocht te worden naar een genetische speld in een hooiberg, zonder dat dit nodig is om de categorie 1-status vast te stellen.

De informatievereisten moeten bovendien werkbaar zijn voor de volle breedte van het biotech-ecosysteem, van start-ups en mkb-bedrijven tot gevestigde veredelaars en publieke onderzoeksinstellingen. Ook ontwikkelaars van kleinere of minder commercieel geteelde gewassen mogen niet worden buitengesloten doordat voor hun gewas minder genomische informatie beschikbaar is.

Zorg voor eén Europees speelveld

Eén Europese verordening vraagt om één Europese uitleg. Wanneer iedere lidstaat eigen informatievereisten, telmethoden of aanvullende beperkingen kan introduceren, ontstaat alsnog een nationale hindernisbaan. Hollandbio pleit er daarom voor dat lidstaten geen aanvullende nationale eisen kunnen toevoegen aan de verordening.

Geef onderzoek en veldproeven de ruimte

Een belangrijk aandachtspunt in onze categorie 1-inbreng is de positie van onderzoek en ontwikkeling. In een vroege onderzoeksfase testen ontwikkelaars vaak verschillende aanpassingen, om vervolgens via selectie tot een uiteindelijke plant te komen die binnen de categorie 1-criteria valt.

Het moet daarom praktisch mogelijk blijven om experimentele lijnen met meer dan twintig aanpassingen in veld- en kasproeven te onderzoeken. Als ieder tussenstadium door een zware toelatingsprocedure moet, worden juist de experimenten geblokkeerd die nodig zijn om geschikte categorie 1-planten te ontwikkelen.

Wanneer zulke proeven alleen onder het volledige bestaande ggo-kader kunnen plaatsvinden en vroege verificatie tegelijkertijd openbaarmaking van concurrentiegevoelige onderzoeksinformatie vraagt, wordt onderzoek buiten Europa ineens een stuk aantrekkelijker. Dat is precies het tegenovergestelde van wat Europa nodig heeft. We willen innovatie hier mogelijk maken, niet haar met zorgvuldig opgetuigde regels de grens over jagen.

Eenmaal categorie 1, blijvend categorie 1

Ook na verificatie moet er duidelijkheid zijn. Een plant die als categorie 1 is geverifieerd, moet vervolgens net als conventioneel uitgangsmateriaal in verdere veredelingsprogramma’s kunnen worden gebruikt.

Eerder beoordeelde aanpassingen mogen bij volgende kruisingen niet telkens opnieuw worden geteld of beoordeeld. Dat geldt ook voor nakomelingen van planten die afzonderlijk al als categorie 1 zijn geverifieerd. Alleen wanneer daarna een nieuwe NGT-toepassing plaatsvindt, horen de nieuw geïntroduceerde aanpassingen te worden bekeken.

Zonder zo’n duurzame status blijft het gebruik van categorie 1-planten in de praktijk onnodig ingewikkeld. Mét die duidelijkheid kunnen veredelaars daadwerkelijk voortbouwen op eerdere innovaties, precies zoals dat bij conventionele veredeling gebeurt.

Laat de regels ook voor categorie 2 het verschil maken

Ook voor categorie 2-planten geldt dat de nieuwe regels alleen verschil maken als de procedures daadwerkelijk slimmer worden ingericht.

Hollandbio pleit uiteindelijk voor een bredere modernisering van het Europese ggo-kader. Regelgeving zou moeten kijken naar de veiligheid en eigenschappen van het uiteindelijke product, in plaats van naar de technologie waarmee dat product is ontwikkeld. Voor categorie 2-NGT-planten moet de beoordeling daarom wetenschappelijk onderbouwd, proportioneel, voorspelbaar en praktisch uitvoerbaar zijn.

Als aanvragen voor categorie 2-planten terechtkomen in dezelfde langdurige, onzekere en politiek gevoelige procedures die de teelt en marktintroductie van ggo-gewassen in Europa al decennialang praktisch onmogelijk maken, dan levert de nieuwe wetgeving niet de beloofde vooruitgang. Een nieuw wettelijk etiket op een oude procedure is niet genoeg.

Het doel moet zijn om de veiligheid van een product zorgvuldig en op basis van wetenschappelijk bewijs te beoordelen. Niet om innovatie vast te laten lopen in een administratief doolhof waaruit zelfs veilige en waardevolle producten niet meer ontsnappen.

Tijd om door te pakken

Europa heeft met de nieuwe NGT-verordening een belangrijke keuze gemaakt voor innovatie. Nu is het zaak die vooruitgang niet alsnog te smoren in een wirwar van bewijsvereisten, nationale verschillen, politiek gevoelige procedures en technisch onhaalbare voorwaarden.

De verordening wordt vanaf 17 juli 2028 van toepassing. Voor die tijd moeten de uitvoeringsregels en bijbehorende richtsnoeren klaar zijn. Hollandbio pleit voor regels die helder, geharmoniseerd, proportioneel en toekomstbestendig zijn. Regels die veiligheid en wetenschappelijke kwaliteit als uitgangspunt nemen, maar ook erkennen hoe onderzoek, plantenveredeling en productontwikkeling in de praktijk werken.

Want alleen wanneer veredelaars en biotechbedrijven slimme veredelingstools daadwerkelijk kunnen gebruiken, kunnen betere gewassen sneller bijdragen aan duurzame landbouw, voedselzekerheid, klimaatadaptatie en een concurrerend Europa.

← #nieuws

Nederland maakt meer proeverijen kweekvlees en -vis mogelijk

, ,

Hoera! Het kabinet heeft met deze Kamerbrief bekendgemaakt dat zij de mogelijkheid voor proeverijen met twee jaar verlengt voor kweekvlees en -vis die nog geen Europese Novel Foods goedkeuring hebben ontvangen. Bovendien krijgen Nederlandse opschalingsfaciliteiten zoals Cultivate at Scale nu ook de ruimte om voor hun klanten proeverijen te organiseren. Lees meer

De proeverijen werden twee jaar geleden opgezet door de ministeries van LVVN en VWS in samenwerking met bedrijven, hollandbio en Cellulaire Agricultuur Nederland. In de tussentijd hebben twee bedrijven in totaal vijf proeverijen georganiseerd en heeft Wageningen Food & Biobased Research (WFBR) een evaluatie uitgevoerd, waarvan de aanbevelingen in het vernieuwde protocol voor de proeverijen zijn opgenomen.

Hollandbio is blij dat we samen met ministeries, bedrijven en andere organisaties tot de vernieuwde proeverijen zijn gekomen. Hiermee brengen we deze producten weer een stapje dichter bij de markt.

← #nieuws

Staatssecretaris koppelt biotech aan voedselzekerheid

,

Een Kamerbrief die hollandbio van harte verwelkomt: in de Aankondiging Strategische Agenda Voedselzekerheid benadrukt staatssecretaris Silvio Erkens dat innovatie en biotech onmisbaar zijn voor een weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem. De agenda, die in 2027 definitief wordt vastgesteld, moet Nederland beter voorbereiden op uitdagingen zoals geopolitieke spanningen, klimaatverandering, verstoringen in handelsketens en cyberdreigingen. Hollandbio kijkt er naar uit om vanuit de biotech sector bij te dragen aan de verdere uitwerking van deze agenda.

Innovatie sleutel voor toekomstbestendig voedselsysteem

In de brief benadrukt de staatssecretaris dat innovatie een sleutelrol speelt bij het toekomstbestendig maken van het voedselsysteem. Daarbij noemt hij expliciet technologieën zoals biotechnologie, kunstmatige intelligentie, robotisering en digitalisering als belangrijke instrumenten om de voedselvoorziening weerbaarder te maken en strategische afhankelijkheden te verkleinen. Ook verwijst hij naar de eerder aangekondigde Agrifood Innovatieagenda, met daarin een prominente plek voor nieuwe genomische technieken (NGT’s), biocontrol en innovatieve voedselproductie, en de investeringsagenda Food2040, die inzet op behoud van de Nederlandse koploperpositie van hoogtechnologische, duurzame en weerbare voedselproductie.

Biotech draagt bij aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie

Voor hollandbio is dit een positieve ontwikkeling. Waar biotech vaak wordt besproken vanuit innovatie, verduurzaming of economisch verdienvermogen, erkent het kabinet nu ook expliciet de bijdrage die deze sleuteltechnologie kan leveren aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie. Juist innovaties zoals weerbare gewassen, biologische gewasbescherming, (precisie)fermentatie en andere biotech toepassingen kunnen helpen om voedselproductie toekomstbestendig te houden in een wereld die steeds onzekerder wordt.

Meedenken over uitwerking

De staatssecretaris gaat de agenda de komende maanden verder uitwerken met stakeholders uit de voedselketen, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Hollandbio kijkt ernaar uit om hieraan bij te dragen en mee te denken over de rol die biotech kan spelen in een innovatief, weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem.

← #nieuws

Den Haag ziet brood in phytophthora-resistente aardappel

,

De phytophthora-resistente aardappel stond deze zomer volop in de belangstelling. Tijdens bezoeken aan de veldproef van Wageningen University & Research zagen onderzoekers, telers, veredelaars, beleidsmakers, journalisten en hollandbio’s Timen, Leonie en Annemiek van dichtbij hoe innovatieve veredelingstechnieken als CRISPR-Cas kunnen bijdragen aan gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten zoals phytophthora, met minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en sterkere oogsten tot gevolg. Nu de Europese regels voor dit soort nieuwe genomische technieken zijn aangenomen, verschuift de aandacht naar de praktijk: hoe zorgen we dat dit soort innovaties daadwerkelijk hun weg vinden naar telers en consumenten? De eveneens aanwezige staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Silvio Erkens, schoof ook aan en liet diezelfde dag nog middels een Kamerbrief weten zich graag in te zetten voor een tijdige en werkbare implementatie van de nieuwe regels. Ook de Nederlandse Aardappel Organisatie riep op tot een snelle uitwerking van de nieuwe regelgeving. Een belangrijk signaal dat velen met ons uitkijken naar de mogelijkheden die deze nieuwe generatie gewassen bieden voor een toekomstbestendig voedselsysteem.

← #nieuws

Tweede Kamer: passende regels nodig voor microbiële culturen

,

Mooi nieuws uit de Tweede Kamer: een motie waarin Kamerlid Wim Meulenkamp (VVD) het kabinet verzoekt zich in de Europese Unie in te zetten voor passende regels voor microbiële culturen, kreeg een grote meerderheid. De discussie over de regulering van deze belangrijke biologische alleskunners, ingezet voor smaak, conservering, textuur en meer, sleept zich al zeker twintig jaar voort in Europa, met grote onduidelijkheid en onzekerheid tot gevolg voor ontwikkelaars, voedselverwerkers en supermarkten. Extra inzet is dus hard nodig.

De term microbiële cultuur doet waarschijnlijk niet direct een belletje rinkelen (zuurdesem fans daargelaten). Toch zijn ze zo veelgebruikt en gangbaar dat je ze, misschien wel dagelijks, op je bord hebt liggen. Sinds mensenheugenis benutten we immers al fermentatie door bacteriën om levensmiddelen smakelijker, langer houdbaar of veiliger te maken: denk aan brood, kaas, yoghurt en zuurkool. Niets nieuws onder de zon dus – al kunnen we dankzij continue innovatie microbiële culturen voor steeds meer producten inzetten, bijvoorbeeld in filet americain en de oer-Hollandse haring. Goed nieuws voor onze smaakpapillen, voedselveiligheid, en een belangrijke troef in de strijd tegen voedselverspilling.

Dat lijkt een win-win situatie, nietwaar? Toch dreigen innovatieve koplopers tegen een torenhoge muur van wet- en regelgeving aan te lopen, die vernieuwing en het benutten van deze biologische alleskunners blokkeert. Dat komt doordat ambtelijke juristen en technocraten, helaas ook op voordracht van de Nederlandse overheid, zich al jarenlang het hoofd breken over de vraag of microbiële culturen in een voedingsmiddel een ingrediënt zijn, die vallen onder voedselveiligheidsregels van de Algemene Levensmiddelenverordening, of dat ze onder de Additievenregelgeving vallen, een toelatingsroute ontwikkeld om de veiligheid van toevoegingen aan voedingsmiddelen te borgen (de welbekende E-nummers).

Hoe theoretisch dat vraagstuk ook klinkt, het antwoord heeft verstrekkende gevolgen voor het benutten van de mogelijkheden van microbiële culturen. Waar culturen al decennialang en naar tevredenheid gezien worden als ingrediënten, en dus vallen onder de algemene regels voor voedsel en voedselveiligheid, dreigen nieuwe toepassingen vanwege hun technische functie (conservering, textuur, antimicrobiële werking) gezien te worden als additief. Nou is het probleem dat die route, de additievenregeling, nooit bedacht is met bacteriën, of een mix van bacteriën, in het achterhoofd, maar voor chemische toevoegingen met vaak een enkele functie. Daardoor sluit deze totaal niet aan bij de levende organismen, en vormt het een zeer vertragend, kostbaar en onzeker blok aan het been van de biotech bedrijven die de culturen ontwikkelen, voor voedselverwerkers en supermarkten. Overigens zonder toegevoegde waarde voor de voedselveiligheid, die immers ook geborgd is binnen de Algemene Levensmiddelenverordening.

Zolang de Europese discussie voortduurt, kiest Nederland – alle biotech ambities ten spijt – voor een actief handhavingsbeleid. Dat houdt grofweg in dat wanneer de NVWA in de supermarkt een haring, of een bakje filet americain aantreft met een microbiële cultuur zonder E-nummer, het de schappen uit en hup de prullenbak in moet. Krom genoeg mag de korter houdbare, en voor schadelijke infecties gevoelige evenknie gewoon blijven liggen.

Het is een typisch biotech probleem: de overheid trapt tegelijkertijd op het gaspedaal en de rem, en maakt geen enkele haast om de resulterende stilstand te doorbereken. De inzet van Nederland, zoals recent nog toegelicht door minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) na vragen uit de Tweede Kamer, bood helaas wéér geen soelaas. Hoewel wij de motie van Kamerlid Meulenkamp liever nóg explicieter hadden gezien, zet deze Nederland toch hopelijk op een beter spoor in haar inzet in Europa.

Hollandbio blijft hoe dan ook ijveren om de volle potentie van onze microbiële helden te kunnen benutten, als onmisbaar ingrediënt van onze innovatiekracht, economie en prangende maatschappelijke uitdagingen in voedselvoorziening en meer.

← #nieuws

Kabinet zet agrifood innovatie op scherp, met biotech vol in het vizier

,


Vorige week publiceerde het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de contouren van een meerjarige Agrifood Innovatieagenda, gericht op het versterken van verdienvermogen, concurrentiekracht en het aanpakken van maatschappelijke opgaven zoals klimaat, voedselzekerheid en biodiversiteit. Deze vormt de uitwerking van een aangenomen motie van Kamerlid Den Hollander (VVD) en een hele trits mede-indieners die tuinbouw, zaadveredeling en biotechnologie als belangrijke kans voor Nederland zien. Vanuit deze context kondigt het kabinet aan om bestaande middelen gerichter in te gaan zetten op vier kansrijke innovatiedomeinen – agtech, weerbare teelten, voedselinnovaties en (glas)tuinbouw – met als doel hier private investeringen in aan te jagen en innovatie in te versnellen. In de verdere uitwerking wordt onderzocht wat nodig is om deze prioritaire innovaties, waarbinnen biotech een grote rol speelt, te versnellen.

De inzet van het ministerie ligt nadrukkelijk op het op orde brengen van randvoorwaarden die cruciaal zijn om innovaties daadwerkelijk van lab naar markt en maatschappij te brengen. Denk aan onderzoeks- en data-infrastructuur, talentontwikkeling, snellere en voorspelbare toelating, experimenteerruimte en opschalingsmogelijkheden. De komende maanden volgt per innovatiedomein een uitwerking van wat nodig is om prioritaire innovaties te versnellen, met daarbij aandacht voor de wensen van zowel gevestigde partijen als start- en scale ups.

Daarbij bevat de agenda ook concrete aanknopingspunten voor biotech. Zo zet het kabinet onder andere in op het versnellen en vereenvoudigen van de aanvraagprocedure voor planten veredeld met nieuwe genomische technieken (NGTs), het aanjagen van private investeringen in biocontrol (biologische gewasbeschermingsmiddelen), het vergroten van de succesratio van novel foods procedures en het faciliteren van Europese proeverijen en alternatieven verdienmodellen voor kweekvlees en innovatieve fermentatie.

De komende maanden werkt het ministerie de innovatieagenda verder uit in samenwerking met ondernemers en experts. Dit moet leiden tot een tienjarig plan dat houvast biedt én flexibel genoeg blijft om mee te bewegen met de actualiteit. Eind dit jaar volgt een high level summit voor de lancering van de agenda, gevolgd door een Innovatietop in 2027 om innovaties uit te lichten, deals te sluiten en investeerders aan te trekken. Voor hollandbio een belangrijke kans om ervoor te zorgen dat biotechinnovaties hiermee de ruimte krijgen die nodig is om door te breken. Wij zetten ons de komende periode actief in om de stem van biotech stevig te laten doorklinken in de verdere uitwerking van de innovatieagenda.

← #nieuws

Groen licht voor NGT’s in Europa

,

Fantastisch nieuws voor burgers, boeren en de Europese biotechsector: vanmiddag stemde het Europees Parlement in met nieuwe regelgeving waarmee plantenveredelaars ook in Europa aan de slag kunnen met nieuwe genomische technieken (NGT’s) voor het veredelen van gezonde, robuuste gewassen.

Toegang tot deze innovatieve technieken is hard nodig om maatschappelijke uitdagingen zoals voedselzekerheid, klimaatverandering en duurzame landbouw beter het hoofd te bieden. Bovendien geeft Brussel hiermee een belangrijk signaal af: Europa kiest voor wetenschap, innovatie en vooruitgang.

Na jarenlang wachten kunnen wetenschappers, telers en veredelaars in Europa binnenkort eindelijk profiteren van de mogelijkheden die moderne veredeling biedt: sneller, preciezer en efficiënter werken aan sterke, weerbare gewassen. Deze doorbraak is niet zomaar bereikt: met vereende krachten maakten politici, beleidsmakers, wetenschappers, ondernemers, boeren en ngo’s zich jarenlang hard voor modernisering van de wetgeving rondom genetische modificatie, in Nederland en in Brussel. Hollandbio is blij, trots en dankbaar dat al die inspanningen vandaag hun vruchten afwerpen.

Vandaag vieren we deze mijlpaal. Morgen werken we verder aan een snelle en werkbare implementatie, zodat Europa zo snel mogelijk kan profiteren van de innovatiekracht van moderne veredelingstechnieken.

En daarna? Dan blijven we ons inzetten voor wetgeving die producten beoordeelt op hun eigenschappen en risico’s, en niet op de techniek waarmee ze zijn ontwikkeld. Moedig voorwaarts!

← #nieuws

Twee dagen vol biobased vooruitgang op Bio Innovations Europe

,

Afgelopen week bracht het toonaangevende biobased partnering event Bio Innovations Europe ruim 450 bezoekers van over de hele wereld samen in Den Haag. Natuurlijk was ook hollandbio van de partij. Samen met Planet B.io en Biotech Booster vormden onze oranje biotech-hoek op de beursvloer een gastvrije one-stop-shop voor innovatieve koplopers in de biobased economie.

De vele energieke partneringgesprekken en inspirerende lezingen maakten de groeiende mogelijkheden van biotech om bij te dragen aan belangrijke transities naar een circulaire industrie en een klimaatvriendelijk voedselsysteem maar wat duidelijk. Daarnaast schoof hollandbio’s Timen aan bij de high-level meeting voor Europese beleidsmakers van onze Brusselse zus EuropaBio. Hollandbio gaf daar namens onze biotechkoplopers waardevolle input mee om de biobased economy in Europa de wind in de zeilen te geven, onder andere via de EU Biotech Act. We zien er nu al naar uit om tijdens de editie van 2027 mooie biobased sprongen voorwaarts met elkaar te vieren!

← #nieuws

Hollandbio submits input for the EU Biotech Act II

, , , ,

Last week, hollandbio submitted its input to the European Commission’s (now closed) Call for Evidence on the EU Biotech Act II — a key opportunity for shaping the future of biotechnology and biomanufacturing in Europe. Together with partners across the ecosystem, we provided detailed and concrete suggestions on how to address the key challenges the biotech sector faces. In line with our four core asks, we asked for a more integrated approach to biotech policy across sectors and regulations, real investment in frontrunners to enable scale-up and industrial deployment, faster and more predictable routes to market and stronger market pull to create a level playing field for biotech solutions. Because only by addressing the full value chain from research to industrialisation and uptake can Europe ensure that biotech innovations are not only developed here, but also implemented here, delivering impact for health, our planet and economic growth.

← #nieuws

Nederland strijdt voor gelijk speelveld kweekvlees 

,

Nederland zal zich verzetten tegen de bescherming van vleesbenamingen in Europese regelgeving, zo schrijft LVVN-staatssecretaris Silvio Erkens aan de Tweede Kamer. Een verbod op het gebruik van de naam vlees ontmoedigt volgens de staatssecretaris de innovatie op het gebied van kweekvlees, die een trits aan steekhoudende argumenten oplepelt. Maar overtuigen die wel? Door de namenban voor alles anders dan slachtvlees ligt er nu echter een veel fundamentelere vraag op het bord.

EU ontmoedigt voedselinnovatie 

Het kabinet is kraakhelder: de EU ontmoedigt voedselinnovatie zoals – maar niet uitsluitend – kweekvlees. Staatssecretaris Erkens vreest dat investeerders minder geïnteresseerd zullen zijn in dergelijke ontwikkelingen, hetgeen haaks staat op het Coalitieakkoord en rapport-Wennink. Ook vreest het kabinet dat de voorgenomen Europese regels leiden tot onnodige regeldruk. Bovendien stelt de bewindsman dat de consument zelf goed in staat is om te beslissen wat hij of zij koopt. Steekhoudende argumenten, die in de Europese discussie evenwel jammerlijk genoeg vooralsnog niet overtuigen. Kennelijk speelt er meer. 

Gaat het om het product of de wijze van produceren? 

De fundamentele vraag die op ons bord ligt: gaat het om het product, of om hoe we dat produceren? Slachtvlees of kweekvlees, het product is identiek: vlees. Of deze nou door gecultiveerde productiewijze of op een conventionele manier geproduceerd is. Toch doet de manier waarop ertoe in de ogen van de voorstanders, omdat wat je koopt een hele keten helpt financieren. Woordvoerders van slagersbelangen vinden dat het “vakmanschap” wel een onsje meer mag zijn, want dat is volgens hen klaarblijkelijk wat de vleesnamen dienen te beschermen.  

Wegstemmen van de gouden standaard 

Als we het dan toch hebben over vakmanschap, dat is bij  kweekvlees bij uitstek het geval; niet voor niets is de EU-markttoelating onder auspiciën van voedselwaakhond EFSA de strengste ter wereld – de gouden standaard en dus heilige graal voor innovatieve producenten. Hoewel er aan het eind van de rit nog wel een horde te nemen is: lidstaten stemmen over de markttoelating. Politieke motieven kunnen hier dus meespelen, en de ‘misteak’ die de EU thans begaat roept dan ook de nodige vragen op. Zoals: garandeert Nederland dat innovatie van eigen bodem die hier met bloed, zweet en tranen naar de markt wordt gebracht, aan het eind van de rit niet banaal wordt weggestemd door lidstaten met meer traditionele landbouwbelangen dan innovatieve industrie?