← #nieuws

Power to the Partnership at Biotech for a Sustainable Future 2025 

,

On Tuesday, we gathered the Dutch biotech community, at the KAS in Woerden, for the fourth edition of hollandbio’s Biotech for a Sustainable Future event. In an inspiringly green setting, participants from both industry and academia explored how biotech partnerships can create food and materials that are just as tasty, nutritious and robust as we’re used to, but with less impact on animals, nature and climate.


Hollandbio’s Wieteke set the tone for an interactive afternoon by inviting everyone to join a lively hollandbio domino game. Teams raced to connect their cards, sparking conversations and collaboration from the very start. A perfect warm-up for an afternoon dedicated to building bridges with a room full of people for progress! 

Partnerships that make an impact 
Julie Cortal (NoPalm Ingredients) and Lore Stormink (Royal Smilde Foods) showed a prototype of a palm-oil-free margarine and shared how strong partnerships unlock true innovation. Success often begins in R&D and flourishes when customers are willing to move quickly and invest early. Exclusivity, trust and shared ambition were recurring themes, underlining that collaboration is as much about relationships as it is about technology. 

 
Next, Anker Sørensen (KeyGene) and Peter Bolijn (Chiquita) took us on a journey into the world of robust bananas. They reminded us how the famous Gros Michel banana vanished from global trade after Panama disease devastated plantations. Today, new threats like Fusarium TR4 and Black Sigatoka challenge the Cavendish variety. Their joint venture, Yelloway, is building a pipeline for disease-resistant bananas, aiming to protect farmers’ livelihoods while reducing chemical use and emissions.  

 
Last but not least, Thomas van Mameren (ChainCraft) and Patrick van ’t Hof (Royal Avebe) explained how they connected through ‘potato juice’. Using a circular process, ChainCraft transforms Royal Avebe’s watery side streams into medium-chain fatty acids via mixed culture fermentation, offering a sustainable alternative to fossil-based fatty acids. It’s a win‑win-win, Royal Avebe reduces waste and energy use, ChainCraft produces high-value products and together they contribute to the climate transition. With success at the demo scale, they are now co-developing a full-scale facility next to Avebe’s site in Ter Apelkanaal. 

Thank you for joining us! 

Events like these show that real progress is made by people, by those who dare to innovate, collaborate, and build bridges across sectors. At hollandbio, we’re proud to unite a community of people for progress: entrepreneurs, scientists, and partners who turn bold ideas into real-world solutions. Let’s keep connecting, keep partnering, and keep moving forward. See you next year!  

← #nieuws

Doorlooptijden tot vergoeding van geneesmiddelen: is de top bereikt?

, ,

Nieuwe geneesmiddelen vormen de drijvende kracht achter de vooruitgang in de zorg. Patiënten die twintig jaar geleden misschien nog in een uitzichtloze situatie zaten, kunnen nu weer naar school, werken en volop meedoen aan het leven. Maar nog niet iedereen heeft op dit moment al uitzicht op een behandeling. Daarom is het essentieel dat we zorgen dat nieuwe geneesmiddelen op de juiste manier zo snel mogelijk beschikbaar komen. Hollandbio doet elk jaar onderzoek naar hoe de route van lab naar praktijk eruit ziet. Op deze manier dragen we bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelontwikkeling, -registratie en -vergoeding.

Zonder add-on geen geneesmiddel

Elk jaar onderzoekt hollandbio de doorlooptijden tussen registratie bij de EMA en add-on toekenning voor nieuwe intramurale geneesmiddelen. Dit is een cruciale stap op de weg van lab naar praktijk, want met een add-on kunnen ziekenhuizen geneesmiddelen declareren bij de zorgverzekeraar. Zonder add-on zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Wel een belangrijke kanttekening: een add-on regelt alleen hóe er betaald gaat worden. Óf het geneesmiddel daadwerkelijk wordt vergoed is een andere overweging van zorgverzekeraars of, in het geval van sluisgeneesmiddelen, de overheid. De doorlooptijden die wij in ons onderzoek laten zien geven dus een minimale inschatting van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.

Doorlooptijden in de sluis blijven doorstijgen

Gemiddeld duurt het 410 dagen na EMA-registratie tot een nieuw geneesmiddel een add-on krijgt toegekend. Bij slechts 6 geneesmiddelen duurde dit korter dan 100 dagen. En de laatste keer dat dit lukte was in 2022. Bij vorige edities van dit onderzoek zagen we een stijgende trend in de doorlooptijden. Die zien we nu niet meer. De mediane doorlooptijd van alle geneesmiddelen is zelfs iets gedaald, van 371 dagen in 2020 tot 349 dagen in de eerste helft van 2025. Voor weesgeneesmiddelen zien we zelfs een daling: de mediane doorlooptijd was voor deze groep in 2020 nog 527 dagen, in de eerste helft van 2025 bedroeg deze 409 dagen. Niet bij alle geneesmiddelen gaat de data de goede kant op. Bij geneesmiddelen die in de sluis zitten zien we de doorlooptijden toenemen van mediaan 482 dagen in 2020 tot 562 dagen in de eerste helft van 2025.

Wat we in de data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die nog onderweg zijn richting add-on, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. Dat dat er sowieso een aantal zijn, is wel uit onze monitor op te maken. In 2024 en de eerste helft van 2025 zijn elf nieuwe intramurale geneesmiddelen vergoed, terwijl er in dezelfde periode in totaal 46 nieuwe geneesmiddelen bij de EMA zijn geregistreerd. Hier zitten wel ook extramurale middelen bij.

Op naar beneden

Het mag duidelijk zijn dat de lange doorlooptijden tussen registratie en vergoeding hollandbio een doorn in het oog zijn. Wij hopen dat we nu de top bereikt hebben, en dat we volgend jaar een daling kunnen laten zien. Volgens hollandbio is vol inzetten op gezondheid op maat de beste manier om dit te bereiken. Werk je aan geneesmiddelen(beleid), heb je ideeën over de toegang tot geneesmiddelen of wil je simpelweg je mening kwijt? Wij gaan graag met je in gesprek! Stuur een mail naar hollandbio’s Thomas, dan zetten wij de koffie klaar.

← #nieuws

Laat ons start- en scale-upbeleid niet steken in de middenmoot, maar op naar de koppositie!

,

Biotech ondernemers zijn aanpakkers, zij willen hun bedrijf en innovaties zo goed en snel mogelijk verder brengen. Daar heb je goede mensen voor nodig, die je alleen aan boord krijgt door hen bijvoorbeeld in aandelen te laten meedelen. Op dit moment blokkeren we onszelf in Nederland door de beperkte ruimte die er voor startups is om dat te doen. Zo laat de World Competitiveness Ranking zien dat Nederland gezakt is van de vierde plek in 2021 naar plek tien in 2024, met name door ons ingewikkelde belastingstelsel en de hoge kosten, en bungelen we in de onderste regionen in de Not Optional Ranking rond medewerkersparticipatie. Het nieuwe wetsvoorstel vanuit het ministerie van Financiën waarmee belasting op aandelen in startups alleen bij verkoop plaatsvindt, en de eerder door het ministerie van Economische Zaken aangekondigde regeling voor het aantrekkelijker maken van aandelenopties in startups en scale-ups, zijn een goede stap vooruit. Maar willen we in Nederland echt toonaangevend zijn op biotech, dan hebben we meer nodig: dan moeten we niet gaan voor de middenmoot, maar leren van andere landen die het nu beter doen en onderdeel worden van de kopgroep.

Vermogen in startups op termijn voordeliger belast, definitie startup aandachtspunt

Volgens het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement betalen belastingplichtigen straks belasting over het werkelijke rendement op hun vermogen. Hollandbio pleitte eerder al voor vermogenswinstbelasting in plaats van vermogensaanwasbelasting, vanwege het positieve effect op het innovatieklimaat. Met succes: aandelen in startups worden straks pas belast bij verkoop. De invoering staat gepland voor 1 januari 2028.

Bij het wetsvoorstel komt ook een herziening van de definitie van een ‘startup’ kijken. In de nieuwe situatie ben je een ‘startup’ wanneer je onderneming innovatief is, er sprake is van schaalbaarheid, je kunt aantonen wat er nodig is om te groeien, een besloten of naamloze vennootschap of vergelijkbare Europese rechtsvorm hanteert en wanneer je voldoet aan een passende solvabiliteit en liquiditeit (en geen onderneming in surseance of faillissement bent). Deze laatste voorwaarde is voor hollandbio een aandachtspunt, omdat innovatieve startups uit onder andere de biotech jarenlang externe financiering ophalen en investeren in R&D zonder dat zij omzet – laat staan winst – maken, wat automatisch leidt tot een lage solvabiliteit en liquiditeit. Hollandbio vraagt de overheid rekening te houden met deze karakteristieken van tech startups, zodat zij niet buiten de boot vallen bij deze en andere wetten, instrumenten en regelingen.

Aandelenopties als loon straks aantrekkelijker

Het ministerie van Economische Zaken introduceert een regeling die aandelenopties als loon aantrekkelijker maakt voor start- en scale-ups. Belastingheffing verschuift naar het moment van verkoop, en het tarief daalt van 49% (Box 1) naar 32% (Box 2). Hierdoor kunnen bedrijven medewerkers beter laten meedelen in hun groei. Hollandbio verwelkomt deze regeling, die het aantrekken en behouden van talent vergemakkelijkt en de internationale concurrentiepositie versterkt. De regeling gaat in op 1 januari 2027.

Van stuck in the middle naar head of the pack

Hoewel de voorgestelde maatregelen een stap in de goede richting zijn, is het risico reëel dat Nederland blijft steken in de middenmoot. De World Competitiveness Ranking laat zien dat ons complexe belastingstelsel een rem zet op economische groei doordat we het afleggen tegen andere landen. Daarmee blokkeren we onszelf. Ook op het gebied van medewerkersparticipatie scoort Nederland vooralsnog laag, blijkt uit de Not Optional Ranking, waarin we ver achterblijven bij landen als Letland en Estland. Dit is het moment om vooruitgang te blijven omarmen. Willen we onze positie als koploper behouden, dan is vereenvoudiging van het fiscale stelsel essentieel. Laten we leren van landen die het goed doen, en zorgen dat Nederland vooroploopt in het aanjagen van innovatie, talent en investeringen.

← #nieuws

In gesprek met leden over de toekomstbestendigheid van de stand der wetenschap en praktijk 

,

In Nederland wordt zorg alleen vergoed als deze voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk (SWP). Maar hoe bepalen we eigenlijk wat die stand is? En sluit onze nationale werkwijze nog wel aan bij de internationale context? Tijdens onze ‘praat mee’-bijeenkomst op 13 mei ging hollandbio hierover in gesprek met leden en expert Gertie Lintjens van CMS. We bespraken hoe de huidige interpretatie van SWP soms wringt met de realiteit van vandaag. Hierdoor blijven innovaties die nu al laten zien dat zorg beter, sneller en gerichter kan te vaak steken in langdurige toelatingsprocedures. De bijeenkomst onderstreepte wat we bij hollandbio al langer signaleren: als we gezondheid op maat écht willen realiseren, moeten we ook de spelregels herzien. Alleen dan kunnen slimme biotech oplossingen hun weg vinden naar de patiënt — en zorgen we samen voor een toekomstbestendige zorg. Benieuwd naar de inzichten uit het gesprek? Stuur een mail naar hollandbio’s Britt of Thomas – we delen ze graag! 

← #nieuws

“An investors nightmare is missing out on a successful product!” – Empowering Biotech Leaders: Navigating Finance Event, A Recap 

, , ,

Last week, hollandbio had the pleasure of welcoming 50 biotech founders and C-level executives to our first-ever exclusive financing event: Empowering Biotech Leaders: Navigating Finance. The event was organized in response to requests from our members, who – despite working in diverse fields within biotech – often face similar challenges: high-risk ventures, substantial funding needs, and long timelines to market. Ultimately, everyone is looking for the right funding to bring their innovation to the people who need it most. 

In her opening speech, hollandbio’s Wieteke Wouters pointed to the growing Valley of Death, where more and more, the winner takes it all. To help our members beat the odds, we invited three seasoned biotech leaders to share their hard-earned lessons: Sjoerd van Gorp (Citryll), Paul van der Horst (Agomab), and biotech veteran André Hoekema. 

Their engaging presentations covered key topics like how to close a deal, create FOMO among investors, and build long-term value. Some standout takeaways: 

  • Be bold and diversify your pipeline 
  • Perfect your pitch – what message do you want to leave behind with an investor? 
  • Believe in your product and your data 
  • Celebrate the small wins – and don’t forget to enjoy the ride 

Following the presentations, a lively discussion ensued, touching on topics like entering the U.S. market and choosing the right partners. The afternoon continued with 1-on-1 partnering sessions, where participants met directly with peers and experts of their choice to exchange insights and advice. The networking lasted well into the end of the afternoon over drinks and bites. 

We’d like to thank all participants for making this event a success. We hope to have sparked just enough FOMO for a future session with even more members 😉 

← #nieuws

Visioen van een betere wereld met de slimme oplossingen van biotech 

, , ,

Nederland wil tot de wereldwijde kopgroep behoren in onderzoek, ontwikkeling en toepassing van biotech, aldus de Rijksbrede visie biotechnologie die het kabinet vrijdag publiceerde. Maar liefst zeven bewindspersonen zetten hun handtekening onder de nationale ambitie om biotech te benutten voor méér gezondheidswinst, een circulaire economie en onze voedselzekerheid. Hollandbio is blij met deze gezamenlijke stip aan de horizon. De visie geeft wat ons betreft het startschot om te doen wat de sector nodig heeft: samen de schouders eronder om onnodige drempels weg te nemen.

Nederland is een land van aanpakkers. We zien een probleem, bedenken slimme oplossingen en doen het. Daarom zijn we ook goed in biotech. Niet omdat het vanzelf ging, maar omdat we al jaren bouwen op een stevig fundament van kennis, lef en samenwerking. Die positie hebben we niet cadeau gekregen. We hebben deze verdiend door slimme investeringen en durf. Maar terwijl andere landen de volgende stap zetten, blokkeren wij onszelf. Innovaties lopen vast in regels en vergunningen, talent vertrekt en doorbraken waarvoor wij de basis legden worden in het buitenland verzilverd. Zo raken we niet alleen onze koppositie kwijt, maar ook de dingen waar we allemaal beter van worden: nieuwe medicijnen, voeding en materialen die slimmer en schoner worden gemaakt, en een economie die blijft draaien. Willen we een ijzersterk innovatieklimaat, dan is het essentieel om biotech nu de ruimte te geven om te floreren. 

Hollandbio is dan ook maar wat blij met de gezamenlijke stip aan de horizon die de overheid met de publicatie van de visie biotech zet. De overheid onderstreept de waarde van de sector voor ons verdienvermogen, voor het realiseren van belangrijke maatschappelijke doelstellingen op het vlak van gezondheid, klimaat en voedselzekerheid en geeft een beeld van knel- en verbeterpunten die het succes van de sector in de weg staan. Bovendien onderschrijft ze met de gezamenlijke visie dat een integrale aanpak – tussen de departementen onderling en met de sector – van cruciaal belang is om een plek in de wereldwijde kopgroep te verzilveren, een punt dat hollandbio meermaals naar voren bracht.  

Als het om biotech gaat, staat de overheid dikwijls op het gaspedaal en de rem tegelijk, met – bewust of onbewust – stilstand als resultaat. Alleen een integrale, gezamenlijke aanpak maakt het mogelijk om ministerie-overstijgende problematiek te signaleren, te doorbreken en als het even kan, te voorkomen, zodat biotech koplopers niet meer voortdurend nodeloos tegen muren aanlopen. Er is nog een wereld te winnen, maar alleen al door de gezamenlijke opdracht om tot een integrale visie te komen, wisten de verschillende departementen elkaar beter te vinden, en ervoeren ze hoe een betere samenwerking kan leiden tot meer samenhangend beleid dat iedereen verder helpt. Een structurele inbedding van deze samenwerking is volgens hollandbio cruciaal om de volgende stap te zetten: actie. Want eerlijk is eerlijk: met een gezamenlijke visie alleen gaan we die kopgroep niet halen.  

Gelukkig is Nederland groot geworden door te doen, niet door af te wachten. Dit is dan ook het moment om vooruitgang te blijven omarmen: investeren in slimme oplossingen, bouwen op onze kracht en ruimte geven aan knappe koppen. Door nu de juiste keuzes te maken, houden we zelf de regie over onze toekomst. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio graag bijdraagt aan wat komen gaat: het uit de weg ruimen van de talloze hordes die onze biotech koplopers onnodig doen struikelen op hun lange weg van uitvinding naar patiënt of supermarktschap. Wij hebben er alvast zin in! 

← #nieuws

NAM Navigator helpt route van lab naar praktijk voor innovatieve ziektemodellen ophelderen 

, ,

Een betere, veiligere en diervriendelijkere ontwikkeling van onder andere levens-, geneesmiddelen en andere materialen en stoffen: nieuwe ziektemodellen bieden kansen voor zowel ondernemers als onderzoekers. Toch blijft het een voortdurende zoektocht hoe, waar en wanneer we deze modellen, waaronder bijvoorbeeld organ-on-a-chip en organoids, optimaal kunnen benutten en welke route zij van lab naar praktijk moeten doorlopen. De nieuwe NAM Navigator beoogt meer helderheid te bieden op dit laatste punt.

De komst van nieuwe ziektemodellen biedt prachtige kansen voor een betere productontwikkeling. Alleen, hoe graag we het ook willen, geheel zonder proefdieren kunnen we op dit moment simpelweg nog niet. Binnen de Transitie Proefdiervrije Innovaties denkt hollandbio als partner graag mee hoe we de uitdagingen die ziektemodellen op route van lab naar praktijk ervaren weg kunnen nemen, zonder dat de ontwikkeling van producten zelf daarmee op de tocht komt te staan. We zijn daarom blij dat TPI partner ZonMw -op aangeven van Tweede Kamerleden Tjeerd de Groot, Peter Valstar en Erik Haverkort- de NAM navigator heeft ontwikkeld. Dit online platform ondersteunt onderzoekers en ontwikkelaars van nieuwe ziektemodellen op weg naar toepassing in de praktijk. Je vindt er gedetailleerde informatie over de verschillende stappen die nodig zijn voor validatie en wettelijke goedkeuring, zoals richtlijnen voor standaardisatie en data-aanlevering en ervaringen van andere onderzoekers met het validatieproces. Mis je nog iets? Koppel dit vooral terug via het contactformulier op de website, zodat we de website gezamenlijk zo goed en actueel mogelijk kunnen houden.  

Ondanks deze mooie stap, is er wat hollandbio betreft meer nodig dan helderheid over routes om de inzet van ziektemodellen te versnellen. De vraag blijft of we als maatschappij bereid zijn nieuwe producten te accepteren zonder dat daar een dierproef aan te pas is gekomen, en welke waarborgen in wet- en regelgeving nodig zijn om dat mogelijk te maken. Ook ontbreekt het bij de ontwikkeling van deze modellen regelmatig aan een valide businesscase en zien we andere bedrijven deze toepassingen op den duur in huis halen, zoals met de aanstelling van Hans Clevers bij Roche en met de overname van HUB Organoids door Merck. Een vraag die wij binnen TPI daarom inbrengen: willen we deze ziektemodellen in ons aller belang helpen valideren en kwalificeren -en zo ja- hoe en wat vergt dat van ons allemaal?  

← #nieuws

Van uitstel komt aanpassing op amendement wet Veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal 

, ,

Patiënten, academie én bedrijfsleven sprongen afgelopen weken gezamenlijk op de bres om een dreigende crisis af te wenden die vele levens had kunnen kosten. Tweede Kamerleden van CDA en SP hadden namelijk een amendement op de wet Veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal ingediend, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor patiënten en het nationale biotech ecosysteem. Het amendement verbood het maken van winst op producten met lichaamscellen of -weefsel als grondstof. Dat klinkt misschien helemaal niet zo gek, ware het niet dat dit het eind zou betekenen van de beschikbaarheid van cel- en gentherapieën voor patiënten in Nederland, én voor het onderzoek, de ontwikkeling en de productie van deze geneesmiddelen in ons land – een tak van sport waarin we nu juist koploper zijn.   

Cel- en gentherapieën maak je vaak op basis van cellen van patiënten zelf, en zijn dikwijls de laatste, soms levensreddende, strohalm voor zeer kwetsbare patiënten. Nadat patiëntenorganisaties, academie, bedrijven en anderen hun zorgen hadden geuit, pasten de Kamerleden het amendement gelukkig aan. In plaats van het initiële verbod, bevat het amendement nu een verplichting om over twee jaar te monitoren wat de effecten van deze wet zijn op de donorveiligheid en donatiebereidheid.  

Een win-win volgens hollandbio: de Tweede Kamer kan op deze manier oog houden op hoe de zorg voor deze kwetsbare patiënten verloopt en doet bovendien recht aan de cruciale rol van de vele biotech bedrijven die elke dag werken aan onderzoek en ontwikkeling, productie en beschikbaarheid van deze groeiende groep geavanceerde therapieën. Samen zorgen we ervoor dat deze therapieën nu en in de toekomst levens kunnen blijven redden.

← #nieuws

Het is gelukt! Lidstaten bereiken akkoord over NGT-voorstel 

,

Afgelopen vrijdag hebben de Europese lidstaten een akkoord bereikt over hun positie ten opzichte van het NGT-voorstel. Dat betekent dat de onderhandelingen tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de lidstaten eindelijk van start kunnen gaan. Dankzij een sterke Nederlandse inzet, is de positie van de lidstaten relatief gunstig voor biotech – het maximaal haalbare uit de onderhandelingen. Hollandbio maakte zich hier hard voor. In dit persbericht lees je belangrijkste wijzigingen die door de Europese Raad zijn goedgekeurd.  

← #nieuws

Eén patiëntbelang, twee maten

,

VWS-minister Fleur Agema heeft antwoord gegeven op Kamervragen van de BBB over de subsidie van 16,5 miljoen euro aan het UMCG, voor onderzoek naar de effectiviteit van een nieuwe celtherapie. Haar antwoorden geven blijk van begrip en erkenning voor de vragen die de toekenning van de subsidie ook bij hollandbio oproept. Zo gaf de minister niet alleen aan onze zorgen serieus te nemen, ook zegde ze een gesprek met het Zorginstituut toe over de vraag of de subsidievoorwaarden en -verlening van de subsidieregeling Veelbelovende Zorg wel overeenkomen met de bredere beleidsinzet van de overheid op innovatieve geneesmiddelen.

Onze opinie, de Kamervragen van de BBB en de antwoorden van de minister over de toekenning van de subsidie maakten nogal wat los, in en buiten Den Haag. Patiënten spraken zich uit over het belang van deze levensreddende behandelingen én de inzet van het UMCG bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Daarmee is hollandbio het volmondig eens, al heeft dat de berichtgeving helaas niet gehaald.

Hollandbio juicht elke organisatie toe – commercieel, non-profit, academisch, klein of juist heel groot – die het klaarspeelt om een nieuw geneesmiddel bij de patiënt te brengen. Daarbij onderstrepen we de waarde van continue innovatie en zijn we doordrongen van het belang van betaalbaarheid. Ook de inzet van het UMCG kan daarmee in de basis op onze volle steun rekenen. Wel vinden we het belangrijk dat voor alle partijen dezelfde spelregels gelden, spelregels die we met zijn allen afgesproken hebben. Dat lijkt niet het geval in deze casus – waar de overheid met twee maten lijkt te meten. Het ministerie van VWS deelt die zorg, zo blijkt uit de antwoorden op de Kamervragen.

Toch leven ook na de antwoorden van het ministerie bij hollandbio nog diverse vragen, waarop wij graag een antwoord krijgen:

  • In hoeverre is hier daadwerkelijk sprake van marktfalen, aangezien er al een geregistreerde CAR-T celtherapie voor deze indicatie voorhanden is?
  • Hoe zit het met rolvermenging van het Zorginstituut, dat gelijktijdig adviseert over de vergoeding van de geregistreerde therapie en een miljoenensubsidie voor de ontwikkeling van een concurrerend middel verleent?
  • Welke gevolgen heeft het voor de studieopzet van het UMCG als er een geregistreerde CAR-T vanuit het basispakket wordt vergoed? En hoe dient dit het belang van de patiënt?
  • Leidt het onderzoek dat het UMCG met deze subsidie wil doen ook tot de aanvraag  van registratie voor deze behandeling bij het Europees Medicijn Agentschap (EMA), zoals we dat voor deze groep geavanceerde therapieën (ATMP’s) in Europa hebben afgesproken om veiligheid, effectiviteit en kwaliteit te borgen?
  • Klopt het dat een bedrijf nooit de directe aanvrager kan zijn van de subsidieregeling Veelbelovende Zorg en dat een bedrijf daarmee nooit in dezelfde mate kan profiteren van deze subsidie als het UMCG in de rol van ontwikkelaar én zorginstelling?
  • Welk signaal geeft de overheid met deze subsidie af aan de diverse CAR-T bedrijven die juist Nederland hebben gekozen als productie-hub voor Europese patiënten – een unique selling point waar het ministerie van Economische Zaken maar wat trots op is?

Naast dat we graag antwoorden krijgen op onze vragen, gaan we het liefst natuurlijk met iedereen in gesprek om de angel uit deze discussie te halen en samen te werken aan een ecosysteem waarin gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand kunnen gaan. De koffie staat klaar!