← #nieuws

Nederlandse overheid komt gezamenlijk met route naar een integrale visie op biotechnologie 

, , , ,

De vijf rechtstreeks bij biotechnologie betrokken ministeries (EZK, IenW, LNV, OCW en VWS) gaan nauw samenwerken in het uitdenken en uitwerken van de noodzakelijke langetermijnvisie voor biotechnologie, hopelijk nog in 2024. Dit besluit komt voort uit de reactie van het kabinet op de aanbevelingen uit de Trendanalyse Biotechnologie van de Gezondheidsraad en de COGEM. Dat vinden we bij hollandbio een hartstikke goede ontwikkeling waar we graag een bijdrage aan blijven leveren.

In de Trendanalyse Biotechnologie 2023 geven de Gezondheidsraad en Commissie Genetische Modificatie (COGEM) een scherp overzicht van de razendsnelle ontwikkelingen in de biotechnologie en de bijdrage van deze sleuteltechnologie aan maatschappelijke uitdagingen en de wereldwijde Sustainable Development Goals (SDGs). Het rapport roept op tot een integrale visie met scherpe keuzes, nationale regie via een interdepartementale directie biotechnologie en fikse investeringen. Eerder heeft hollandbio bijgedragen aan de input voor deze analyse en waren we maar wat blij met de inhoud van het rapport. Hartstikke goed nieuws dus dat het kabinet deze bevindingen deelt, en dat is ook helemaal in lijn met de brede steun vanuit onder andere kennisinstellingen, bedrijven en NGO’s die we eerder optekenden. 

Visietraject moet eind 2024 tot kabinetsbrede integrale langetermijnvisie leiden 

In de kabinetsreactie op de Trendanalyse komt naar voren dat diverse departementen nauwer samen gaan werken. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) zijn de trekkers en zullen ook de andere ministeries (VWS, LNV en OCW) betrekken om eind Q1 2024 met een aanpak en hopelijk tegen het eind van 2024 met de gevraagde gezamenlijke en integrale visie op biotechnologie te komen. Een belangrijke kanttekening is wel dat de exacte visievorming zal plaatsvinden onder leiding van het nieuw te vormen kabinet. Het centrale uitgangspunt van het kabinet bij het uitwerken van de integrale visie is de bijdrage die biotechnologie kan leveren aan onze economie, de volksgezondheid en maatschappelijke transities zoals de eiwittransitie en landbouwtransitie, de klimaattransitie en de transitie naar een circulaire economie. En die bijdrage van de biorevolutie is in potentie enorm, zo lieten we eerder ook al in een oogopslag zien. 

Vanzelfsprekend zal hollandbio alle kansen pakken om input te blijven leveren en blijven we dit traject nauw in de gaten houden!  

← #nieuws

Van ziekte naar gezondheid: een levendig debat over medische preventie

, ,

Hoe mooi zou het zijn als we ziekte aan de voorkant kunnen voorkomen? Daar is een verschuiving van onze focus voor nodig: van ziekte naar gezondheid, en van curatieve zorg naar preventieve zorg. Door te investeren in preventieve maatregelen kunnen we mogelijk aanzienlijke kosten voor de gezondheidszorg besparen op de lange termijn. Waar we heen willen is duidelijk. Hoe we dat in de praktijk brengen nog een stuk minder. Daarom kwamen we met een brede groep stakeholders bijeen om te praten over het thema medische preventie.

Op 7 december organiseerden hollandbio en Schuttelaar & Partners een Maatschappelijke Café over medische preventie – waaronder diagnostiek, geneesmiddelen en vaccins – in het Beeld & Geluid museum in Den Haag. Beleidsmakers, patiëntvertegenwoordigers, artsen, apothekers, fabrikanten en uitvoerders namen allemaal deel aan het debat. Onder leiding van dagvoorzitter Edwin Hecker voerden de deelnemers op dynamische wijze een felle discussie.

De cruciale rol van preventie

Bas Derks, lid van de directie Publieke Gezondheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), bracht direct aan de start van het debat de vraag naar voren: “Hoe kunnen we de kosten en de baten van preventie beter meenemen in de besluitvorming over de financiering van preventie?”. Het ministerie van VWS heeft daarover het Kennisplatform Preventie om advies gevraagd. Bas Derks belichtte de rol van het Kennisplatform en hoe deze vraag de behoeften van het ministerie weerspiegelt. Gelukkig staat de verschuiving van zorg naar preventie steeds prominenter op de agenda bij het ministerie, waardoor er een groeiende erkenning en steun ontstaat voor het belang van medische preventie. Het rapport van het Kennisplatform wordt begin 2024 gepubliceerd en kan hier hopelijk aan bijdragen.

Peter Wognum, bestuurslid en vicevoorzitter van de Long Alliantie Nederland, pleit voor een herziening van onze zorgpaden en wil hier verschillende expertises bij betrekken. Dat zou voor mensen met longziekten echt een verschil kunnen maken, omdat een gecoördineerd plan het huidige stelsel moet verbeteren en versterken. Volgens Wognum is het huidige vaccinatiesysteem versnipperd en worden de beschikbare vaccins niet optimaal benut. Namens de Long Alliantie pleit hij dat de oplossing ligt in het verankeren van een leidraad, waarbij specifieke richtlijnen voor vaccinaties bij longziekten in de praktijk worden opgenomen. “Betere medische preventie bij mensen met longziekten leidt tot minder ziekenhuisopnamen”, aldus Peter Wognum.

Daarna deelden drie sprekers op welke manier innovaties kunnen bijdragen aan medische preventie en wat dat kan betekenen voor patiënten. Daarbij maakten we direct kennis met de drie aspecten van medische preventie: diagnostiek, geneesmiddelen en vaccins.

Ilse van Hensbeek, medisch directeur bij AstraZeneca, onderstreept de grote impact van betere diagnostiek voor mensen met chronische nierschade. Met een eenvoudige test kan vroegtijdige nierschade opgespoord worden, waardoor op tijd gestart kan worden met behandeling en de kans op complicaties vermindert. Naast deze impact zorgt vroegtijdige opsporing ook voor een vermindering van impact op het milieu. De huidige behandeling, nierdialyse, verbruikt namelijk veel water. Volgens Hensbeek is het de verantwoordelijkheid van de overheid om meer bewustzijn te creëren over de impact van nierschade. “We moeten mensen aansporen met publiekscampagnes,” aldus Hensbeek.

Stefan Vegter, Senior Pricing & Reimbursement Manager bij Novartis, illustreert hoe investeringen in innovatieve geneesmiddelen de zorg kunnen ontlasten en de levenskwaliteit van patiënten kunnen verbeteren. Hij verduidelijkt hoe een gezonde levensstijl en medicatie elkaar aanvullen, mede doordat een gezonde leefstijl helpt bij het verbeteren van effectiviteit van een geneesmiddel. “Onderzoek en beleid gericht op medische preventie zijn investeringen in de toekomst,” besluit Vegter zijn betoog.

De laatste spreker, Daniëlle van Zandbergen, medisch directeur bij GSK, richt zich op de uitvoering van vaccinaties en maakt daarbij vergelijkingen met buurlanden. “We praten over innovatie, maar is het echt innovatie als het jaren duurt voordat we het toepassen?” vraagt Zandbergen zich af. Ze benadrukt dat dialogen tussen alle betrokken partijen essentieel zijn om tot snelle implementatie te komen.

Verschillende perspectieven in het Lagerhuisdebat

Na de inleidende presentaties was het moment aangebroken voor het Lagerhuisdebat, begeleid door Roderik van den Bos van de debatacademie. De zaal werd opgesplitst in tweeën, waarbij deelnemers hun standpunt kenbaar konden maken door te stemmen met hun voeten. Het debat leidde tot boeiende discussies.

De meest opvallende uitkomsten vanuit het debat:

  1. De deelnemers maken opvallend andere keuzes dan het huidig beleid. Zo waren de deelnemers unaniem in hun oordeel dat er nu te weinig aandacht besteed wordt aan preventie: de huidige 2% zou volgens de meeste deelnemers prima naar 10% of hoger kunnen. Over de manier waarop was de meeste discussie. Volgens een groot deel van de zaal was een standaard budget alloceren niet het middel om hier te komen.
  2. Een digitale zorgwijzer, waarbij burgers inzicht kunnen krijgen in welke preventieve zorg voor hen beschikbaar is, zien de deelnemers als een goed idee. Een aantal randvoorwaarden zijn daarvoor wel nodig: een digitaal hulpmiddel mag geen vervanging zijn van de persoonlijke zorgverlener en de informatie moet objectief verstrekt worden.
  3. De aanwezigen zijn van mening dat de beoordeling van preventieve maatregelen veel sneller kan. Over het hoe waren de meningen behoorlijk verdeeld. Een medisch preventieve maatregel automatisch toelaten tot de markt als deze niet binnen jaar beoordeeld is, vonden velen een stap te ver. Tegelijkertijd geven deelnemers aan dat beoordeling binnen een jaar zeker moet kunnen, als we kijken naar landen om ons heen. Een groot deel van de zaal vindt dat er betere processen zijn om de toelating te versnellen, en dat de voorgestelde dwangmaatregel niet de oplossing is.
  4. Er is behoefte aan één partij die de beoordeling op zich neemt van zowel preventieve als curatieve maatregelen. Deze partij heeft wel de expertise nodig van alle verschillende partijen, zoals het Zorginstituut Nederland (ZIN) en de Gezondheidsraad.  

Het Maatschappelijk Café benadrukt nogmaals dat het van belang is dat we met elkaar de dialoog blijven voeren. Het verminderen van complexiteit in het systeem, meer aandacht en budget voor preventie, beter voorlichten en samenwerking in het werkveld vormden de rode draad van de avond. Op deze punten zijn we het met elkaar eens. Hoe dit concreet moet worden gerealiseerd, daarover verschillen de meningen nog. Laten we kijken of we het niet bij praten kunnen houden, maar nu ook concreet in actie kunnen komen!

Om deze video te bekijken, dient u marketing cookies te accepteren.

Uitkomst stellingen

U kunt de volledige uitkomsten van de stellingen hier teruglezen:

← #nieuws

Paradise by the dashboard light?

, ,

Afgelopen week introduceerde het ministerie van VWS zijn spiksplinternieuwe Dashboard Doorlooptijden Geneesmiddelen. Een ontwikkeling die we bij hollandbio met open armen ontvangen en die er veelbelovend uitziet: wij zien namelijk graag helderheid over de routes en doorlooptijden van álle nieuwe innovaties die bijdragen aan onze Gezondheid op Maat-ambitie.

Het nieuwe dashboard brengt in kaart hoe lang het duurt om extramurale geneesmiddelen en intramurale sluisgeneesmiddelen vergoed te krijgen, en hoe de verschillende stappen in het proces verlopen. Op deze manier vormt het een mooie aanvulling op ons eigen onderzoek, over de doorlooptijden tot het moment dat de NZa een add-onprestatie toekent. Enorm waardevolle inzichten, die helpen om het systeem verder te begrijpen en hierover met elkaar in gesprek te gaan. Want wat vinden we van deze doorlooptijden? Ons valt bijvoorbeeld op dat het lang kan duren voordat een dossier na een handelsvergunning ook daadwerkelijk compleet is en het Zorginstituut aan een beoordeling begint. Wat ligt daaraan ten grondslag? Hoe meer we met elkaar onderzoeken hoe het systeem werkt, stap 1, hoe beter we samen met alle stakeholders kunnen werken aan verbeteringen die gezondheid op maat dichterbij brengen!  

← #nieuws

MIT-regeling aan groot onderhoud toe

, ,

De subsidies voor R&D-samenwerkingsprojecten, haalbaarheidsprojecten en kennisvouchers, als onderdeel van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)-regeling 2017-2021, zijn aan groot onderhoud toe. Dat blijkt uit de evaluatie van Dialogic & SEO, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK). De onderzoeksbureaus geven aan dat in eerste instantie wordt aanbevolen om de MIT te moderniseren en te optimaliseren. Hollandbio is gesprekspartner geweest om input te leveren namens de biotech sector en is blij om te zien dat een aantal van de aangedragen verbeterpunten, zoals het verkleinen van de voorwaarden tussen regio’s en het verlagen van administratieve lasten, terug komen in de aanbevelingen. Want des te beter subsidies aansluiten op de financieringsbehoeften van het mkb in de praktijk, des te sneller innovaties doorontwikkeld kunnen worden.

Evaluatie is een kans op verbeteringen

De MIT-subsidies zijn één van de weinige publieke financieringsinstrumenten die aansluiten op de financieringsbehoeften van vroege fase biotech bedrijven. Maar het is en blijft een generiek financieringsinstrumenten dat qua voorwaarden en grootte beter kan aansluiten op het atypische karakter van kennis- en kapitaalintensieve start- en scale-ups met een risicovol profiel en lange doorlooptijden. Deze evaluatie is het moment om input te leveren om die aansluiting tussen vraag en aanbod beter te stroomlijnen.

In gesprekken met de biotech achterban hebben we aantal verbeterpunten gehaald die tijdens het interview met Dialogic en SEO hebben aangedragen. Dat zijn onder meer:

  • Een ophoging van het budget in totaal en per project
  • Uniforme en gelijkwaardige aanvraag- en beoordelingsprocedures
  • Niche kennis betrekken tijdens beoordelingsprocessen
  • Verlagen van administratieve lasten

Daarnaast zijn per subsidie ook nog een aantal specifieke suggesties tot verbetering gedaan.

Aanbevelingen Dialogic en SEO

De onderzoeksbureaus geven aan het tijd is voor groot onderhoud voor de MIT-regeling met in eerste instantie de aanbeveling om de MIT te moderniseren en te optimaliseren. Een aantal aanbevelingen ten aanzien van de MIT-subsidies:

  • Blijf focussen op het verkleinen van verschillen in voorwaarden tussen regio’s.
  • Overweeg om de beoordeling van MIT R&D-samenwerking verder te bundelen.
  • Investeer in automatisering en digitalisering van uitvoeringsprocessen om efficiëntie te verhogen en kosten te verlagen.
  • Verminder administratieve lasten van MIT door uniformere procesvoorwaarden tussen regio’s, duidelijkere beoordelingscriteria en gebruiksvriendelijkere aanvraagformulieren.
  • Vergroot de bekendheid van MIT binnen regionale innovatienetwerken en zorg dat gebruikers op de hoogte zijn van andere innovatieregelingen.

Hollandbio is blij om te zien dat er overlap zit in een aantal van onze aangedragen verbeterpunten en de aanbeveling tot het verbeteren van de MIT-regeling. Elke verbetering in het financieringslandschap voor biotech bedrijven zorgt ervoor dat innovaties op het gebied van gezondheid en duurzaamheid sneller door ontwikkelen en verderop de valorisatieladder klimmen tot ze uiteindelijk de maatschappij kunnen bereiken! We bieden graag onze hulp aan het ministerie van EZK in de implementatiefase.

← #nieuws

Drug repurposing: een innovatieve wereld te winnen

,

Afgelopen week overhandigde FAST een position paper over de stimuleringsmogelijkheden voor drug repurposing, het herontwikkelen van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe aandoeningen, aan demissionair minister Kuipers. De eensgezinde ambitie om hoe dan ook tot effectieve oplossingen te komen, spat van het FAST position paper af. En dat smaakt naar meer, vindt hollandbio. Veel meer.

Een nieuw geneesmiddel van lab naar patiënt brengen is een enorme uitdaging. De route is extreem lang, risicovol en kostbaar. Het is dan ook een no-brainer om, wanneer die weg eenmaal met succes bewandeld is, het geregistreerde geneesmiddel optimaal te benutten voor zoveel mogelijk patiënten. Soms blijkt zo’n geneesmiddel naast de initieel geregistreerde indicatie ook voor andere aandoeningen te werken. En ook die potentie willen we natuurlijk ten volste benutten.

In de praktijk blijkt het proces van repurposing – zoals het herontwikkelen van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe indicaties heet – echter niet zo eenvoudig. FAST, het Centre for Future Affordable Sustainable Therapy development, onderzocht de knelpunten en oplossingen voor optimale repurposing en riep demissionair minister Kuipers – en zijn opvolger – in het resulterende position paper op om “drug repurposing” tot een beleidsspeerpunt te maken.

Met hun position paper laat FAST zien dat de schoen wringt bij het businessmodel: de extra investeringen die gemaakt moeten worden voor een officiële registratie bij een nieuwe indicatie, moeten namelijk op de een of andere manier terugverdiend worden. Maar als puntje bij paaltje komt, wil niemand die rekening betalen; niet vooraf in de broodnodige investering, en niet achteraf in de vorm van een hogere vergoeding. FAST komt met een aantal voorstellen om dit probleem te verhelpen en een duurzaam en redelijk verdienmodel rond drug repurposing vorm te geven, bijvoorbeeld door een uitzondering in te bouwen in het huidige preferentiebeleid voor generieke geneesmiddelen.

Het moge duidelijk zijn: hollandbio juicht elk initiatief toe dat resulteert in méér gezondheidswinst uit innovatie. Optimale repurposing van bestaande geneesmiddelen, of het nu gaat om oudere, generieke geneesmiddelen, of om indicatie-uitbreiding van nieuwe, innovatieve, geneesmiddelen, maakt daar integraal deel van uit. We steunen de oproep aan de overheid om daar waar de markt het af laat weten het gat te dichten op elk mogelijke manier, door investeringsrisico’s te verkleinen en de route van lab naar patiënt te versnellen en verbeteren. Maar dan wel op gelijke wijze voor iedereen die geneesmiddelen ontwikkelt en produceert. Of het nu om een generiek of innovatief geneesmiddelenbedrijf gaat, start-up of multinational, een bereidende apotheek, een academische instelling of een non-profitorganisatie.

Daarbij is het gat in het businessmodel een stuk groter dan waar FAST met dit paper op inzoomt. En erger nog, het gat groeit snel. Terwijl de wereld nog nabeeft van de coronapandemie, ontbreekt het businessmodel voor preventieve interventies zoals antibiotica, antiviralen en vaccins nog steeds. En hoewel bedrijven dankzij de stimulerende Europese weesgeneesmiddelenwetgeving de afgelopen jaren volop investeerden in nieuwe geneesmiddelen, indicatie-uitbreidingen en gepersonaliseerde behandelingen tegen zeldzame ziekten, wordt ook die businesscase met het vertragen en vastlopen van nationale vergoedingstrajecten met de dag slechter. De vele ondernemers in de achterban van hollandbio die ondanks ijzersterke wetenschap, een duidelijke medische behoefte én een door de wol geverfd team het leeuwendeel van hun tijd zoeken naar geld, kunnen dat beamen.

De eensgezinde ambitie om hoe dan ook tot effectieve oplossingen te komen spat van het FAST position paper af, en dat smaakt naar meer. Wat hollandbio betreft rekken we die mindset dan ook op naar álle varianten van geneesmiddelenontwikkeling, waar ondanks een schreeuwende maatschappelijke en medische behoefte nog een innovatieve wereld te winnen valt. En, ambitieus als we zijn, zien we nog wel veel meer mogelijkheden om de route van lab naar patiënt voor iedereen te effenen. Laten we dan ook de handen ineen slaan voor een forse investering in vooruitgang, want alleen zo wordt gezondheid op maat realiteit.

← #nieuws

Maatwerk als rode draad tijdens Biotech Wednesday: Gezondheid op maat 

, ,

Vorige week woensdag vond ons Biotech Wednesday-event plaats, met als rode draad hollandbio’s kersverse programma: Gezondheid op maat. In de sfeervolle Tuinzaal van het Centraal Museum deelden zowel wijzelf als een selectie biotech koplopers deze middag hoe zij gepersonaliseerde gezondheidszorg verder op weg helpen met behulp van ziektemodellen, diagnostiek en behandelingen – zowel curatief als preventief.

Onze programmamanager Britt van de Ven trapte het programma af door het publiek mee te nemen in de biorevolutie. Aan de hand van een aantal voorbeelden liet ze zien hoe die gezondheid op maat steeds tastbaarder maakt. Britt: “Als het gaat om gezondheid, geldt: One size does NOT fit all. Biotech kan helpen de juiste behandeling te geven aan de juiste persoon op het juiste moment.” 

Robert Vries, CEO van HUB organoids, liet vervolgens zijn licht schijnen op de mogelijkheden en knelpunten van HUB’s organoid-technologie, zowel als klinisch relevant ziektemodel als diagnostische tool: “Dit soort patiëntmodellen stellen ons in staat voorspellingen te maken over effectiviteit en toxiciteit die we anders nooit hadden kunnen meten. Met deze informatie kunnen we klinische studies revolutionair anders opzetten, en zo het geneesmiddelenontwikkelproces substantieel versnellen.” 

Chapter Lead Patient Journey Partners Janneke Boersma vertelde daarna hoe Roche vooroploopt in de ontwikkeling van gepersonaliseerde behandelingen: “Door de inzet van diagnostiek en data kunnen we binnen steeds meer ziektegebieden waarde toevoegen.” Desondanks stuit het bedrijf nog te vaak op obstakels op weg naar de patiënt. Janneke: “Bestaande kaders zitten innovatie in de weg. We moeten samen silo’s doorbreken en laten zien dat andere vormen van geneesmiddelontwikkeling ook passend zijn. Waar een wil is, kan een weg zijn.” 

Tot slot zette multiondernemer Remko van Leeuwen preventieve innovaties in het zonnetje. Aan de hand van voorbeelden uit zijn werk bij biotech startups Madam Therapeutics en SurvivX, het Aidsfonds en de BEAM Alliance, liet hij zien waarom de succesvolle ontwikkeling en implementatie van middelen als vaccins en antibiotica door een almaar verslechterende business case zo’n enorme uitdaging vormt. Remko: “Het roer moet om! Alleen als we innovatie op de juiste manier belonen, kunnen we genoeg middelen doorontwikkelen om infecties te blijven bestrijden. Het voorkomen van ziekte is immers beter dan genezen.” 

“Als het aan ons en de sprekers ligt, wordt maatwerk het nieuwe normaal,” sloot onze moderator Wieteke af: Genoeg food for thought voor de afsluitende netwerkborrel!

© Niels van Houts Fotografie

← #nieuws

De biotech partijwijzer

, , , ,

Op woensdag 22 november gaat Nederland naar de stembus. In hoeverre omarmen politieke partijen de biorevolutie en biotech innovaties die het leven beter maken? Hollandbio zocht het uit en legde partijprogramma’s langs de lat van innovatie, gezondheid en duurzaamheid.

Twaalf partijprogramma’s gescoord op biotechnologie

De inzet van hollandbio is helder: de revolutionaire innovaties uit de biotechnologie gebruiken om Nederland innovatiever, gezonder en duurzamer te maken. Daarvoor hebben we het gloednieuwe Biotech Verkiezingsmanifest opgesteld. Om te zien hoe partijen zich daartoe verhouden, hebben we de verkiezingsprogramma’s van de twaalf grootste partijen gescoord op de thema’s innovatie, gezondheid en duurzaamheid. Daarbij hebben we waar mogelijk ook gekeken naar de doorrekening door het Centraal Planbureau (CPB), waarin sommige partijen extra kleur bekennen. Zo ontstaat het overzicht van welke partijprogramma’s het meest uitgesproken voorstander zijn van biotechnologie.

Uitleg per thema

Een ijzersterk innovatie- en ondernemersklimaat

Het stimuleren van ondernemerschap is een maatschappelijke taak. Daarom moet er in Nederland voldoende en passende financiering zijn, hetgeen toekomstige innovatie versnelt. Ook de (fiscale en publieke financierings-)instrumenten die we tot onze beschikking hebben moeten op orde zijn, zodat het biotech ecosysteem verder tot bloei kan komen. Hiermee versnellen we de biorevolutie en plukken we daarvan de vruchten voor gezondheid, duurzaamheid en economische groei.

Gezondheid op maat

Nederland moet toe naar een stelsel dat gezondheid op maat mogelijk maakt. Daarvoor is betere toegankelijkheid van innovatieve/gepersonaliseerde geneesmiddelen noodzakelijk, evenals het beter benutten van de mogelijkheden van diagnostiek. Ons land moet doorpakken op preventie en heeft een gezondheidsdata-infrastructuur nodig als voorwaarde voor passende zorg.

Biotechnologie voor een duurzame toekomst

Ons land kan een gidsrol spelen in de transitie naar een duurzame samenleving. Daarvoor moeten we wel ruim baan geven aan disruptie en is Europa aan zet voor meer biotech impact. Duurzame oplossingen zijn er volop, die alleen worden benut als er nationaal wordt doorgepakt. Daarom wordt opschaling gestimuleerd en is een brede maatschappelijke toepassing van doorslaggevend belang.

Score per thema

Innovatie

D66 (donkergroen): D66 heeft met inzet op sleuteltechnologieën, een wetenschapsfonds en de optuiging van een Nederlandse publiek-private investeringsbank een duidelijke en voor de biotech sector relevante inzet op innovatie. Ook wil de partij een fiscale regeling voor innovatie en duurzaamheid.

Volt (donkergroen): Volt besteedt op innovatievlak veel aandacht aan start- en scale-ups en de uitdagingen waar zij mee te maken hebben rond financiering en intellectueel eigendom. Ook zetten zij in op een industrie- en innovatievisie waarin de kansen uit sleuteltechnologieën centraal staan, maar volgt er een lastenverzwaring voor bedrijven door de verhoging van het tarief van de innovatiebox.

VVD (donkergroen): Uitgebreide plannen en oog voor ondernemers in alle soorten en maten in de politieke keuzes zorgen voor een goede score voor de VVD. De aandacht voor betere valorisatie,  financieringsmogelijkheden en toegang tot talent voor specifiek start- en scale-ups vallen in het bijzonder op. Helaas wil de partij het resterende budget van het Nationaal Groeifonds schrappen.

CU (donkergroen): De ChristenUnie besteedt in zijn programma veel aandacht aan het Nederlandse innovatieklimaat, met concrete plannen op financierings- en valorisatiethema’s. Ook wil CU voldoen aan de Lissabon-doelstelling van 3% van ons BBP aan R&D-uitgaven. Helaas wil de partij het resterende budget van het Nationaal Groeifonds schrappen.

NSC (lichtgroen): NSC heeft oog voor de noden van start- en scale-ups en innovatief mkb en wil daar beleid, fondsen, internationaal talent en instrumenten als de WBSO en Innovatiebox voor inzetten. Daar tegenover staat dat de partij de 30%-regeling versobert, en het Klimaatfonds en Stikstoffonds afschaft omdat zij de democratische controle daarop mist. Het Groeifonds gaat samen met Invest-NL en delen van RVO op in een Nationale Ontwikkelingsmaatschappij.

CDA (lichtgroen): Voor innovatie heeft het CDA op papier goede ambities, met onder andere vermindering van regeldruk en het Europees investeren in sleuteltechnologieën zoals biotechnologie, maar het ontbreekt hier en daar aan concrete plannen voor start-ups, mkb en gevestigde bedrijven voor een ijzersterk innovatieklimaat. Ook schaft het CDA het Nationaal Groeifonds af.

BBB (lichtgroen): BBB besteedt veel aandacht aan het verminderen van regeldruk voor alle soorten bedrijven en plaatst een grote nadruk op het behouden en verbeteren van het vestigingsklimaat, onder andere via fiscale regelingen. Er is iets minder specifieke aandacht voor start- en scale-ups en het inzetten op sleuteltechnologieën.

PvdD (oranje): Aan de ene kant stelt PvdD maatregelen voor die vooral grote en gevestigde bedrijven raken, zoals het fors verhogen van de winstbelasting en het schrappen van de expatregeling. Wel pleit de partij voor het fiscaal aantrekkelijker maken van geduldig kapitaal in sectoren die minder snel rendement opleveren (zoals biotech) en maatregelen en instrumenten toe te spitsen op duurzame ‘opbouwbedrijven’.

GroenLinks/PvdA (oranje): GroenLinks/PvdA wil dat de overheid gaat mee-investeren in baanbrekende innovaties die kansrijk zijn én die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Wel vragen zij een grote bijdrage van bedrijven, bijvoorbeeld door hogere afdrachten, en willen ze de expatregeling en innovatiebox afschaffen. Ook schrappen ze het resterende budget voor het Nationaal Groeifonds, waarvan een deel wordt geïntensiveerd in een innovatiefonds. Daarnaast stellen ze voorwaarden rond publieke kennis en patenten aan innovaties die uit publiek geld voortkomen en willen zij publiek-private samenwerking meer van elkaar scheiden.

SP (rood): De SP plaatst de nadruk op hogere lasten en grotere verplichtingen voor met name grote bedrijven. Daarnaast moet publiek-privaat onderzoek zodanig gaan verlopen dat private partijen daar geen zeggenschap meer over hebben. Wel komt er voor startende bedrijven en mkb een nationale investeringsbank met leningen.

FVD (rood): FVD wil regeldruk voor het mkb terugdringen, maar besteedt verder weinig tot geen aandacht aan de bijdrage van innovatieve (biotech) bedrijven aan de economie.

PVV (rood): De PVV besteedt in haar programma in het geheel geen aandacht aan de rol die (biotech) bedrijven en innovatie kunnen spelen en de bijdrage die zij kunnen leveren op economisch vlak.

Gezondheid

BBB (donkergroen): Op gezondheidszorg en in het bijzonder rond geneesmiddelen zet BBB in op het versnellen van de toegang tot innovatieve geneesmiddelen. Daarnaast roept BBB op zorgverzekeraars meer te stimuleren op preventie en willen zij geanonimiseerd datagebruik mogelijk maken voor de ontwikkeling van innovaties.

VVD (lichtgroen): Brede aandacht en concrete plannen voor de verschillende onderwerpen die spelen op het gezondheidsvlak, waaronder proefdiervrije innovatie, het uitwisselen van data en het verbeteren van preventie door bijvoorbeeld vaccinatie. Toch is het zorgelijk dat nieuwe behandelingen/behandelmethoden wat de VVD betreft niet langer automatisch het basispakket instromen.

Volt (lichtgroen): Pleidooi voor gezamenlijke Europese inkoop van geneesmiddelen, het verder ontwikkelen van de Europese farmaceutische strategie en het opzetten van een fonds voor het ontwikkelen van geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten. Ook wil Volt focussen op de aanpak van AMR en pandemische paraatheid en meer nadruk op preventie in de zorg en maatschappij, bijvoorbeeld door 1% van het zorgbudget hiertoe over te hevelen naar gemeenten.

D66 (lichtgroen): D66 wil een grotere rol voor de overheid op gezondheidszorg, bijvoorbeeld door investeringen in gebieden waar de markt niet instapt of door gezamenlijke Europese onderhandelingen over geneesmiddelen. Ook steekt de partij meer geld in (medische) preventie. Verder wil D66 stappen maken op het stimuleren van klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie en vaccins. Punt van aandacht is dat D66 farmaceutische winst onverdedigbaar vindt, meer inzicht vraagt in hun kosten en deze bedrijven mogelijk zwaarder wil belasten.

NSC (lichtgroen): Op geneesmiddelen plaatst NSC de nadruk op de transitie naar passende zorg, de-medicalisering en het scherper kijken naar en (Europees) inkopen van nieuwe, innovatieve medicijnen. Verder heeft NSC aandacht voor belangrijke randvoorwaarden zoals structurele financiering voor innovaties die de zorg aantoonbaar kwalitatief verbeteren en goedkoper maken en ruim baan geven aan goede ICT en technologie. Op preventie komt lijkt NSC vooral in te zetten op leefstijlpreventie.

PVV (lichtgroen): Op gezondheidsvlak vindt de PVV dat er geen wachttijd moet zijn voor medicijnen na een positief advies van het EMA en dat extra zorgkosten voorkomen worden doordat mensen met het afschaffen van het eigen risico geen zorg mijden.

CDA (geel): Het CDA wil zorgdata weghouden bij bedrijven, hoewel deze enorm kunnen helpen bij het ontwikkelen en beter toepassen van geneesmiddelen en diagnostica. Daarentegen zetten ze wel fors in op preventie. Over geneesmiddelen is weinig terug te vinden, behalve het tegengaan van tekorten.

CU (geel): De “ethiek der voorzichtigheid” inzake medische innovaties en beperkingen voor wetenschappelijk onderzoek verlagen de score voor de CU. Toch zijn er wel stevige en concrete ambities op preventie, bijvoorbeeld door preventieve interventies in het basispakket op te nemen en vaccinatie beter te organiseren.

PvdD (oranje): Zoals verwacht besteedt de PvdD veel aandacht aan proefdiervrije innovatie door onder andere in te zetten op het sneller en beter erkennen en toepassen van nieuwe onderzoeks- en testmethoden. Rond geneesmiddelen wil de partij meer transparantie over de opbouw van prijzen en het inperken van patenten bij belemmeringen voor de toegankelijkheid. Verder pleit de PvdD voor uitgebreide overheidscommunicatie over vaccins. 

GroenLinks/PvdA (oranje): Op geneesmiddelen pleit GroenLinks/PvdA voor soms verregaande maatregelen, van het gezamenlijk inkopen van geneesmiddelen in Europa tot het herzien van het patentrecht en ruimere mogelijkheden voor dwanglicenties en het goedkoop namaken van dure medicijnen. Wel heeft de partij een stevige en goede inzet op preventie, bijvoorbeeld door meer geld te geven aan regionale zorgfondsen en de GGD’en, die daarin een belangrijke taak krijgen.

SP (oranje): Op geneesmiddelen stelt de SP dat Nederland minder afhankelijk moet worden van de farmaceutische industrie, bijvoorbeeld met een nationaal onderzoeksfonds voor geneesmiddelen. Wel wil de SP dat preventieve middelen waarvan de effectiviteit is aangetoond voortaan in het basispakket komen.

FVD (rood): FVD is faliekant tegen data-uitwisseling. Op geneesmiddelen willen ze primair generieke geneesmiddelen voorschrijven om medicijnkosten te drukken. Enig lichtpuntje is het pleidooi voor laagdrempelige preventiespreekuren bij de huisarts, hoewel de partij ook het preventieakkoord wil afschaffen.

Duurzaamheid

VVD (donkergroen): Met brede inzet op duurzame vormen van voedselproductie, waaronder kweekvlees en (precisie)fermentatie en moderne veredelingsmethoden, wil VVD de Nederlandse duurzame technologie in ons land houden. Kanttekening hierbij is dat de partij minder geneigd is om via belasting, normering en andere instrumenten een gelijker speelveld voor duurzamere bedrijven te creëren.

D66 (donkergroen): Er zijn vanuit D66 plannen om, met een mix van beleid en geld, toepassingen te stimuleren die een meer duurzame landbouw en een circulaire economie bevorderen, waarbij kweekvlees expliciet wordt benoemd. Tegelijkertijd blijft D66 weg van een duidelijke positie op New Genomic Techniques zoals CRISPR-Cas.

Volt (donkergroen): Door middel van belastingen, normering en (afbuigen van) subsidies wil Volt de CO2-uitstoot beperken en Nederland een wereldwijde duurzame koploper maken. Ook is er expliciete aandacht voor (biotechnologische) innovaties als biobased materialen, kweekvlees en precisielandbouw. Volt heeft echter geen duidelijke positie op New Genomic Techniques.

BBB (lichtgroen): Als het gaat om duurzaamheid, stelt BBB concrete maatregelen voor die ertoe moeten leiden dat biotechnologische innovaties meer ruimte moeten krijgen, bijvoorbeeld door betere Europese regelgeving en vergunningstrajecten. Een kanttekening daarbij is wel dat dit zich met name toe lijkt te spitsen op planten en landbouw, en minder op toepassingen als kweekvlees, (precisie)fermentatie en biobased materialen en toepassingen. Daarnaast is de partij ook minder geneigd om belasting, normering en andere instrumenten te gebruiken om een gelijker speelveld voor duurzamere bedrijven te creëren.

CDA (geel): Met veel inzet op New Genomic Techniques en het behouden van de koppositie in de agricultuur doet het CDA het goed, maar aandacht voor bijvoorbeeld cellulaire agricultuur (kweekvlees en precisiefermentatie), de eiwittransitie en biobased materialen en toepassingen mist.

CU (geel): De CU heeft stevige plannen als het gaat om duurzaamheid, met geld, belasting en beleid voor het stimuleren van groene technologie en toepassingen. Bij vlagen missen concrete plannen en aandacht voor biotechnologie, of het nu gaat om New Genomic Techniques, (precisie)fermentatie of biobased materialen en toepassingen.

GroenLinks/PvdA (geel): Op duurzaamheidsvlak is er vanuit GroenLinks/PvdA vooral veel aandacht voor CO2-reductie op meerdere manieren, bijvoorbeeld door normering en belasting. Ook wil zij meer ruimte voor biobased en circulaire toepassingen en cellulaire landbouw zoals precisielandbouw en kweekvlees. Wel staat de partij enigszins sceptisch tegenover NGT’s, zij stellen daar eisen aan met betrekking tot verduurzaming en een etiketteringsplicht.

PvdD (geel): De PvdD heeft stevige duurzaamheidsdoelen die bereikt worden door maatregelen die opkomende (biotech)bedrijven kunnen stimuleren zoals normering, belastingen en beprijzing. Biotechnologische innovaties zoals kweekvlees en (precisie)fermentatie komen daar expliciet en positief in terug. Grote tegenvaller is dat PvdD mordicus tegen moderne veredelingsmethoden en genetische modificatie bij planten (NGT’s) is.

NSC (oranje): NSC gaat voor overwegend klassieke en bestaande maatregelen om duurzaamheid te stimuleren, zoals het vasthouden aan het emissiehandelssysteem en het verplichten van maatregelen voor de inzameling, het hergebruik en de recycling van materialen. Verder is er veel aandacht voor innovaties in gangbare sectoren en toepassingen, zoals in de akkerbouw en visserij, en niet zozeer op innovaties rond plantenveredeling, kweekvlees en (precisie)fermentatie.

SP (oranje): Voor het stimuleren van duurzaamheid focust de SP op het aanpakken van grote, vervuilende bedrijven. Er is geen aandacht voor (biotechnologische) innovaties die de landbouw duurzamer maken of klimaatverandering tegengaan, alleen voor een transitie naar biologische landbouw.

PVV (rood): Op duurzaamheid wil de PVV vooral zaken afschaffen: van stikstofmaatregelen en het Stikstoffonds tot gelden voor CO2-reductie, en van de deelname aan het VN-Klimaatakkoord tot de Klimaatwet en het Klimaatfonds.

FVD (rood): FVD wil stoppen met alle vormen van klimaatbeleid, duurzaamheid en is fel tegen de eiwittransitie.

← #nieuws

NKI neemt toegankelijkheid onder de loep

,

Jaren verschil in toegang tot nieuwe kankermedicijnen voor Europese patiënten, kopte het Nederlands Kanker Instituut (NKI) afgelopen week. Met een studie voegen zij waardevolle inzichten toe aan de routes, feiten en cijfers over geneesmiddelen die we bij hollandbio zelf ook zo graag bij elkaar brengen. En dat is mooi nieuws: want willen we de geneesmiddelentoegang op een duurzame wijze verbeteren dan hebben we de kennis, kunde en het oplossend vermogen van alle betrokken stakeholders nodig.

Enorme verschillen in toegang tot nieuwe medicijnen

Uit het onderzoek van het NKI valt af te leiden dat er enorme verschillen zijn in de toegang tot nieuwe medicijnen binnen Europa. En dat terwijl alle landen en ziekenhuizen in principe dezelfde toegang hebben tot de onderliggende informatie. Niet alle ziekenhuizen passen een nieuw middel op hetzelfde moment toe en niet elk middel komt op dezelfde manier beschikbaar, vonden de onderzoekers. Ook early access programma’s (EAP) en off-label voorschrijving maken dat het sterk uiteenloopt wanneer patiënten in verschillende landen behandeld kunnen worden met nieuwe geneesmiddelen. Met deze inzichten in het daadwerkelijke voorschrijfgedrag voegt het NKI een belangrijk puzzelstuk toe aan onze zoektocht naar helderheid over de feiten, cijfers en routes richting de markt.

Alle partijen moeten beter

Willen we voor tijdige toegang zorgen, dan zullen alle partijen het beter moeten doen, geeft onderzoeker Wim van Harten aan: “Het zou te gemakkelijk zijn om de schuld te leggen bij één partij, zoals de farmaceutische industrie, of de overheid” – hoewel dat helaas nog te vaak wel gebeurt. Het artikel van het NKI siert zich juist doordat het nuance in deze discussie brengt. Begrip voor ieders rol in het systeem is daarbij onontbeerlijk. Zo ook voor bedrijven, die immers geen liefdadigheidsinstellingen zijn maar ook hun eigen broek op moeten houden en daar financieel rendement voor nodig hebben.

EAP opmaat naar gezondheid op maat

Afhankelijk van welke stakeholder je het vraagt, is een EAP een tegemoetkoming aan patiënten en het systeem, of een marketingtactiek in afwachting tot definitieve vergoede toegang. Natuurlijk zal geen enkele fabrikant een EAP optuigen zonder de verwachting die kosten later terug te verdienen, maar dat hoeft niet haaks te staan op maatschappelijke betrokkenheid. Uiteindelijk valt er voor beide partijen aan de onderhandeltafel iets te halen uit deze gratis verstrekking. Helder is in elk geval dat een EAP zonder einddatum niet houdbaar is – zeker niet voor kleinere bedrijfjes, wiens voortbestaan afhangt van de inkomsten van een of enkele producten. Hollandbio ziet EAP’s dan ook als een manier om de toegang tot nieuwe geneesmiddelen te verbeteren en versnellen. Door nieuwe geneesmiddelen zo vroeg mogelijk in te zetten kunnen we meer kennis in de praktijk opdoen over voor wie welke behandeling op welk moment de beste keuze is. Zo kunnen EAP’s juist een van de missende schakels vormen op weg naar onze ambitie: Gezondheid op maat.

Geen quick fix

Toch is er, zoals het NKI zelf ook aangeeft, geen quick fix om te zorgen dat nieuwe geneesmiddelen zo snel mogelijk beschikbaar komen. We kunnen niet één partij of één processtap aanwijzen als oorzaak van vertraagde toegang. Het klinkt als een dooddoener, maar we hebben echt alle partijen nodig om samen het systeem beter te maken. Wij hebben daar goede ideeën over, die we graag met de rest van de wereld delen. Wil je ook meepraten over gezondheid op maat? Kom dan 15 november naar Utrecht!

← #nieuws

Hollandbio’s feedback op Europees NGT-voorstel

,

Hollandbio leverde vorige week haar input via een feedbackronde van de Europese Commissie op haar voorstel rond de toepassing van nieuwe genomische technieken (NGT’s) in planten. Al hadden we liever een complete paradigmaverschuiving gezien, dit NGT-voorstel heeft de potentie om de felbegeerde NGT-toepassingen daadwerkelijk op de Europese markt te krijgen en zo bij te dragen aan Europese doelen op het gebied van duurzaamheid, innovatie en economie. Wel roept het voorstel op enkele punten onduidelijkheid en zorgen op.

Biotech maakt het leven beter. Om de kansen van de mondiale biorevolutie voor gezondheid, duurzaamheid en economie te verzilveren, is een paradigmaverschuiving nodig. In plaats van de huidige gedateerde wet- en regelgeving voor genetische modificatie aan te passen, verkiest hollandbio een nieuwe start met een schone lei. We moeten een einde maken aan de stigmatisering van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) en ons concentreren op de vraag of een organisme of product veilig is voor het beoogde gebruik. Hollandbio pleit voor wetgeving die veiligheid borgt zonder te discrimineren op grond van technologie. Wij pleiten voor een wetgeving die stimulerend werkt op de ontwikkeling en inzet van alle innovaties die bijdragen aan de Europese doelen op het vlak van gezondheid, duurzame voedselproductie en circulaire economie.

Dat gezegd hebbende, is hollandbio blij met het voorstel rond de toepassing van nieuwe genomische technieken (NGT’s) van de Europese Commissie. Dit voorstel heeft het potentieel om gewenste NGT-toepassingen in planten in Europa te ontwikkelen en te telen en zo bij te dragen aan Europese doelen op het gebied van duurzaamheid, innovatie en economie. Wel roept het voorstel op enkele punten onduidelijkheid en zorgen op die wij terug hebben gegeven richting de Europese Commissie via een recente feedbackronde. Onze zorgen omvatten de haalbaarheid van Categorie 1 en Categorie 2, evenals de interpretatie van Annex I, met name rondom het aantal toegestane modificaties voor polyploïde gewassen, de definitie van het uitgangsmateriaal en de impact van off-target mutaties op de categorisering van gewassen. Bovendien reflecteren we op het voorgestelde verificatieprocedure, de positie van de biologische sector, co-existentiemaatregelen en inconsistenties in de detectievereisten.

Gezien de beperkte reikwijdte van het huidige voorstel, dat tot doel heeft de wetgeving te moderniseren voor een beperkt aantal technieken in planten, dringen we er bij de Europese Commissie op aan om in de nabije toekomst een meer algehele modernisering van de ggo-richtlijn te starten. Ook biotech toepassingen in micro-organismen en celkweek, zoals biobased materialen, cellulaire landbouw en medische toepassingen, lopen tegen de niet-passende en gedateerde huidige Europese ggo-regelgeving aan. Daarom pleiten wij om naast dit voorstel ook spoedig over te gaan tot modernisering van de ggo-regelgeving voor deze toepassingen. Wij stellen voor om in de overwegingen van het huidige wetsvoorstel op te nemen dat er op korte termijn ook een voorstel komt voor micro-organismen en celkweek.

← #nieuws

Tweede Kamer heeft te weinig sympathie voor 30%-regeling 

, ,

Iedereen wil graag innovatie stimuleren, maar om dat voor elkaar te krijgen hebben we toptalent nodig. Dit toptalent beweegt zich op de internationale arbeidsmarkt en deze is, net als in Nederland, heel krap. Alle reden om ervoor te zorgen dat de overheid het aantrekken van dit talent stimuleert. Toch strookt de politieke werkelijkheid niet met deze realiteit. 

Helaas stemde het gros van de fracties in de Tweede Kamer vorige week voor het amendement van lid Omtzigt die de “30% expat”-regeling verder versobert (enkel de VVD stemde tegen, de leden Ephraim en Gundogan onthielden zich van stemming). Kijkend naar alleen de Nederlandse arbeidsmarkt klinkt het inderdaad oneerlijk, een expat die voor een Nederlands bedrijf werkt en met dezelfde functie en hetzelfde salaris netto gedurende vijf jaar meer overhoudt dan de collega die al tien jaar in Nederland inkomensbelasting afdraagt. Maar onze arbeidsmarkt is juist voor innovatieve (start-up) bedrijven een mondiale markt, wat de instemming van de Tweede Kamer wellicht een wat kortzichtige keuze maakt.  

Landen om ons heen hebben ook van dit soort regelingen of introduceren juist initiatieven die de komst van kenniswerkers stimuleert. Werknemers hebben dus volop keuze om te gaan waar zij de beste kansen hebben. Laten we voorkomen dat bedrijven hetzelfde doen en zich buiten Nederland te vestigen. Want daardoor wordt de bezuiniging van vandaag de totaal verloren inkomstenbelasting, werkgelegenheid en winstbelasting van morgen. 

Om toch voorop te blijven lopen in innovatie op gezondheid en duurzaamheid en bedrijven hier te houden en laten groeien, ligt er wat ons betreft dus een grote opdracht voor een volgend kabinet. Hoe blijven wij als land concurrerend voor het toptalent dat we nodig hebben om deze innovaties te realiseren?