← #nieuws

Biotech stevig verankerd in nieuw industriebeleid

, ,

Onder het motto “wie niet kiest, verliest” introduceert het kabinet nieuw industriebeleid: een koerswijziging waarmee een nieuw kabinet zich nadrukkelijker richt op de meest kansrijke markten voor Nederland. Op het lijstje van zes strategische sectoren prijkt ook biotech – een keuze die hollandbio uiteraard volmondig onderschrijft. De focus legt het fundament voor gerichte marktinterventies om de biotech sector te ondersteunen, zoals het verbeteren van toegang tot financiering, het wegnemen van knellende regelgeving en het opleiden, aantrekken en behouden van talent. Hollandbio is trots op de plek op de nationale prioriteitenlijst en is nauw betrokken bij de uitwerking in broodnodige acties om ondernemers de wind in de zeilen te geven zodat we de bijdrage van biotech aan maatschappelijke opgaven en ons verdienvermogen ook kunnen realiseren.

Nederland wil zich onderscheiden op biotech

Het kabinet zet in op focus: minder versnippering, meer slagkracht. En één van de zes markten waarmee Nederland zich internationaal kan onderscheiden, is biotech, zo informeert demissionair minister van Economische Zaken Karremans de Tweede Kamer. Het industriebeleid op biotech bouwt voort op de al bestaande inzet via Biotech Booster, CropXR en Cellulaire Agricultuur. Op het menu van mogelijkheden voor het nieuwe industriebeleid staan daarnaast onderwerpen als het verbeteren van ecosystemen, financiering, talent, regelgeving en marktcreatie: stuk voor stuk randvoorwaarden die essentieel zijn voor een bloeiend innovatieklimaat. Tegelijkertijd blijft het generieke instrumentarium, zoals de WBSO, beschikbaar voor alle bedrijven.

Jarenlange inspanning ten grondslag aan prioriteitenlijst

Hoewel het industriebeleid nog geen investeringen of concrete acties toezegt, is de keus voor biotech goed nieuws. Sterker nog, hollandbio vindt het cruciaal dat biotech op de prioriteitenlijst van het kabinet staat. Alleen zo kunnen we immers rekenen op de brede overheidssteun die broodnodig is voor het succes van de sector en de vele gedreven ondernemers in onze achterban. We zijn dan ook trots dat onze jarenlange inspanning zijn vruchten afwerpt: biotech is stevig verankerd in alle relevante strategieën, ambities en beleidsdoelen voor de toekomst van Nederland: naast het nieuwe industriebeleid ook de integrale visie biotechnologie, de Nationale Technologie Strategie (NTS) en diverse maatschappelijke en missie gedreven transities.

De ambitieuze vervolgstap komt eraan

Hoog tijd voor stap twee dus, vinden wij: een fikste dosis lef, daadkracht en actie. Daarvoor zoekt het kabinet inspiratie bij oud-ASML topman Peter Wennink, die gevraagd is om voor eind 2025 advies uit te brengen over de benodigde investeringen voor succes, onder meer in – diverse deelgebieden van – biotech. Ook verkent het kabinet een herprioritering van bestaande budgetten. Natuurlijk zorgt hollandbio ervoor dat de fikse lijst aan acties die de sector nodig heeft op alle juiste bureaus ligt, zodat ondernemers de wind in de zeilen hebben en biotech in optimaal kan bijdragen om de kabinetsambities voor de toekomst van Nederland te realiseren.

← #nieuws

Bescherm klinisch onderzoek: Teken de brandbrief tegen het afschaffen van de farmaciebrief

, ,

Dankzij kennis, lef en samenwerking is Nederland koploper in biotech en klinisch onderzoek. Maar dat fundament wankelt. Het ministerie van Economische Zaken heeft besloten om de farmaciebrief af te schaffen, een essentiële regeling voor Contract Research Organisations (CRO’s) binnen de van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Dit resulteert in een grote verslechtering van het klinisch onderzoekklimaat in Nederland. In een brandbrief roept hollandbio het ministerie dringend op dit besluit te heroverwegen. Wij verzoeken iedereen die het belang van innovatie, nieuwe behandelingen en een sterk kennisland onderschrijft, deze onderaan deze pagina te ondertekenen. Samen maken we het verschil voor de toekomst van klinisch onderzoek in Nederland!

De farmaciebrief omschrijft welke activiteiten van CRO’s in aanmerking komen voor WBSO en vormt daarmee een belangrijke troef voor de het Nederlandse klinisch onderzoeksklimaat. Het wegvallen van deze regeling heeft verstrekkende gevolgen: Nederland verliest haar aantrekkingskracht als vestigingsland voor innovatieve (bio)farmaceutische bedrijven, onze internationale kennispositie komt onder druk te staan en patiënten krijgen minder snel toegang tot nieuwe behandelingen.

In de brandbrief benadrukt hollandbio dat het afschaffen van de farmaciebrief haaks staat op de kabinetsambities voor innovatie en biotech. Zonder deze regeling dreigen we niet alleen onze koppositie kwijt te raken, maar ook de voordelen die klinisch onderzoek ons land biedt: toegang tot nieuwe therapieën, economische groei en hoogwaardige werkgelegenheid.

De ondertekenaars van deze brandbrief onderschrijven het belang van een sterk en internationaal concurrerend klinisch onderzoeksklimaat in Nederland. Samen spreken we ons uit vóór behoud van de farmaciebrief óf een alternatieve borging van CRO-activiteiten binnen de WBSO. Alleen zo houden we Nederland aantrekkelijk voor (bio)farmaceutisch onderzoek, innovatie en investeringen.

Vragen over de brandbrief?

Neem contact op met hollandbio’s Robbert.

← #nieuws

Laat ons start- en scale-upbeleid niet steken in de middenmoot, maar op naar de koppositie!

,

Biotech ondernemers zijn aanpakkers, zij willen hun bedrijf en innovaties zo goed en snel mogelijk verder brengen. Daar heb je goede mensen voor nodig, die je alleen aan boord krijgt door hen bijvoorbeeld in aandelen te laten meedelen. Op dit moment blokkeren we onszelf in Nederland door de beperkte ruimte die er voor startups is om dat te doen. Zo laat de World Competitiveness Ranking zien dat Nederland gezakt is van de vierde plek in 2021 naar plek tien in 2024, met name door ons ingewikkelde belastingstelsel en de hoge kosten, en bungelen we in de onderste regionen in de Not Optional Ranking rond medewerkersparticipatie. Het nieuwe wetsvoorstel vanuit het ministerie van Financiën waarmee belasting op aandelen in startups alleen bij verkoop plaatsvindt, en de eerder door het ministerie van Economische Zaken aangekondigde regeling voor het aantrekkelijker maken van aandelenopties in startups en scale-ups, zijn een goede stap vooruit. Maar willen we in Nederland echt toonaangevend zijn op biotech, dan hebben we meer nodig: dan moeten we niet gaan voor de middenmoot, maar leren van andere landen die het nu beter doen en onderdeel worden van de kopgroep.

Vermogen in startups op termijn voordeliger belast, definitie startup aandachtspunt

Volgens het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement betalen belastingplichtigen straks belasting over het werkelijke rendement op hun vermogen. Hollandbio pleitte eerder al voor vermogenswinstbelasting in plaats van vermogensaanwasbelasting, vanwege het positieve effect op het innovatieklimaat. Met succes: aandelen in startups worden straks pas belast bij verkoop. De invoering staat gepland voor 1 januari 2028.

Bij het wetsvoorstel komt ook een herziening van de definitie van een ‘startup’ kijken. In de nieuwe situatie ben je een ‘startup’ wanneer je onderneming innovatief is, er sprake is van schaalbaarheid, je kunt aantonen wat er nodig is om te groeien, een besloten of naamloze vennootschap of vergelijkbare Europese rechtsvorm hanteert en wanneer je voldoet aan een passende solvabiliteit en liquiditeit (en geen onderneming in surseance of faillissement bent). Deze laatste voorwaarde is voor hollandbio een aandachtspunt, omdat innovatieve startups uit onder andere de biotech jarenlang externe financiering ophalen en investeren in R&D zonder dat zij omzet – laat staan winst – maken, wat automatisch leidt tot een lage solvabiliteit en liquiditeit. Hollandbio vraagt de overheid rekening te houden met deze karakteristieken van tech startups, zodat zij niet buiten de boot vallen bij deze en andere wetten, instrumenten en regelingen.

Aandelenopties als loon straks aantrekkelijker

Het ministerie van Economische Zaken introduceert een regeling die aandelenopties als loon aantrekkelijker maakt voor start- en scale-ups. Belastingheffing verschuift naar het moment van verkoop, en het tarief daalt van 49% (Box 1) naar 32% (Box 2). Hierdoor kunnen bedrijven medewerkers beter laten meedelen in hun groei. Hollandbio verwelkomt deze regeling, die het aantrekken en behouden van talent vergemakkelijkt en de internationale concurrentiepositie versterkt. De regeling gaat in op 1 januari 2027.

Van stuck in the middle naar head of the pack

Hoewel de voorgestelde maatregelen een stap in de goede richting zijn, is het risico reëel dat Nederland blijft steken in de middenmoot. De World Competitiveness Ranking laat zien dat ons complexe belastingstelsel een rem zet op economische groei doordat we het afleggen tegen andere landen. Daarmee blokkeren we onszelf. Ook op het gebied van medewerkersparticipatie scoort Nederland vooralsnog laag, blijkt uit de Not Optional Ranking, waarin we ver achterblijven bij landen als Letland en Estland. Dit is het moment om vooruitgang te blijven omarmen. Willen we onze positie als koploper behouden, dan is vereenvoudiging van het fiscale stelsel essentieel. Laten we leren van landen die het goed doen, en zorgen dat Nederland vooroploopt in het aanjagen van innovatie, talent en investeringen.

← #nieuws

“An investors nightmare is missing out on a successful product!” – Empowering Biotech Leaders: Navigating Finance Event, A Recap 

, , ,

Last week, hollandbio had the pleasure of welcoming 50 biotech founders and C-level executives to our first-ever exclusive financing event: Empowering Biotech Leaders: Navigating Finance. The event was organized in response to requests from our members, who – despite working in diverse fields within biotech – often face similar challenges: high-risk ventures, substantial funding needs, and long timelines to market. Ultimately, everyone is looking for the right funding to bring their innovation to the people who need it most. 

In her opening speech, hollandbio’s Wieteke Wouters pointed to the growing Valley of Death, where more and more, the winner takes it all. To help our members beat the odds, we invited three seasoned biotech leaders to share their hard-earned lessons: Sjoerd van Gorp (Citryll), Paul van der Horst (Agomab), and biotech veteran André Hoekema. 

Their engaging presentations covered key topics like how to close a deal, create FOMO among investors, and build long-term value. Some standout takeaways: 

  • Be bold and diversify your pipeline 
  • Perfect your pitch – what message do you want to leave behind with an investor? 
  • Believe in your product and your data 
  • Celebrate the small wins – and don’t forget to enjoy the ride 

Following the presentations, a lively discussion ensued, touching on topics like entering the U.S. market and choosing the right partners. The afternoon continued with 1-on-1 partnering sessions, where participants met directly with peers and experts of their choice to exchange insights and advice. The networking lasted well into the end of the afternoon over drinks and bites. 

We’d like to thank all participants for making this event a success. We hope to have sparked just enough FOMO for a future session with even more members 😉 

← #nieuws

Visioen van een betere wereld met de slimme oplossingen van biotech 

, , ,

Nederland wil tot de wereldwijde kopgroep behoren in onderzoek, ontwikkeling en toepassing van biotech, aldus de Rijksbrede visie biotechnologie die het kabinet vrijdag publiceerde. Maar liefst zeven bewindspersonen zetten hun handtekening onder de nationale ambitie om biotech te benutten voor méér gezondheidswinst, een circulaire economie en onze voedselzekerheid. Hollandbio is blij met deze gezamenlijke stip aan de horizon. De visie geeft wat ons betreft het startschot om te doen wat de sector nodig heeft: samen de schouders eronder om onnodige drempels weg te nemen.

Nederland is een land van aanpakkers. We zien een probleem, bedenken slimme oplossingen en doen het. Daarom zijn we ook goed in biotech. Niet omdat het vanzelf ging, maar omdat we al jaren bouwen op een stevig fundament van kennis, lef en samenwerking. Die positie hebben we niet cadeau gekregen. We hebben deze verdiend door slimme investeringen en durf. Maar terwijl andere landen de volgende stap zetten, blokkeren wij onszelf. Innovaties lopen vast in regels en vergunningen, talent vertrekt en doorbraken waarvoor wij de basis legden worden in het buitenland verzilverd. Zo raken we niet alleen onze koppositie kwijt, maar ook de dingen waar we allemaal beter van worden: nieuwe medicijnen, voeding en materialen die slimmer en schoner worden gemaakt, en een economie die blijft draaien. Willen we een ijzersterk innovatieklimaat, dan is het essentieel om biotech nu de ruimte te geven om te floreren. 

Hollandbio is dan ook maar wat blij met de gezamenlijke stip aan de horizon die de overheid met de publicatie van de visie biotech zet. De overheid onderstreept de waarde van de sector voor ons verdienvermogen, voor het realiseren van belangrijke maatschappelijke doelstellingen op het vlak van gezondheid, klimaat en voedselzekerheid en geeft een beeld van knel- en verbeterpunten die het succes van de sector in de weg staan. Bovendien onderschrijft ze met de gezamenlijke visie dat een integrale aanpak – tussen de departementen onderling en met de sector – van cruciaal belang is om een plek in de wereldwijde kopgroep te verzilveren, een punt dat hollandbio meermaals naar voren bracht.  

Als het om biotech gaat, staat de overheid dikwijls op het gaspedaal en de rem tegelijk, met – bewust of onbewust – stilstand als resultaat. Alleen een integrale, gezamenlijke aanpak maakt het mogelijk om ministerie-overstijgende problematiek te signaleren, te doorbreken en als het even kan, te voorkomen, zodat biotech koplopers niet meer voortdurend nodeloos tegen muren aanlopen. Er is nog een wereld te winnen, maar alleen al door de gezamenlijke opdracht om tot een integrale visie te komen, wisten de verschillende departementen elkaar beter te vinden, en ervoeren ze hoe een betere samenwerking kan leiden tot meer samenhangend beleid dat iedereen verder helpt. Een structurele inbedding van deze samenwerking is volgens hollandbio cruciaal om de volgende stap te zetten: actie. Want eerlijk is eerlijk: met een gezamenlijke visie alleen gaan we die kopgroep niet halen.  

Gelukkig is Nederland groot geworden door te doen, niet door af te wachten. Dit is dan ook het moment om vooruitgang te blijven omarmen: investeren in slimme oplossingen, bouwen op onze kracht en ruimte geven aan knappe koppen. Door nu de juiste keuzes te maken, houden we zelf de regie over onze toekomst. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio graag bijdraagt aan wat komen gaat: het uit de weg ruimen van de talloze hordes die onze biotech koplopers onnodig doen struikelen op hun lange weg van uitvinding naar patiënt of supermarktschap. Wij hebben er alvast zin in! 

← #nieuws

Biotech: onderdeel van het huidige en toekomstige Nederlandse verdienvermogen 

,

Op donderdag 13 februari gaat minister Beljaarts van Economische Zaken in debat met Tweede Kamerleden over het verdienvermogen van Nederland. In aanloop naar dit debat vraagt hollandbio aandacht bij Tweede Kamerleden voor de manieren waarop de Nederlandse biotech een nog grotere bijdrage kan leveren aan het huidige en toekomstige verdienvermogen van ons land. Hoe die ideale voedingsbodem voor biotech ondernemers en bedrijven eruit ziet? Hollandbio zet in op de rol die de WBSO speelt in het stimuleren van klinisch onderzoek, de verbetermogelijkheden van de voorwaarden in publieke financieringsinstrumenten zoals het Innovatiekrediet en ten slotte de wijze waarop de overheid het financieringslandschap voor innovatieve start–ups en scale-ups in Nederland kan verbeteren. 

  1. WBSO als stimulans voor biofarmaceutisch en klinisch onderzoek  

De WBSO is een aantrekkelijke fiscale regeling waar veel biotech bedrijven gebruik van maken, omdat R&D de drijvende kracht achter hun innovaties is.  De rol van de WBSO en de positie en het belang van biofarmaceutisch en klinisch onderzoek daarbinnen, bijvoorbeeld in het stimuleren van private R&D en het behoud van een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat voor biotech en farmaceutische bedrijven, is van groot belang. Wij pleiten ervoor dat de overheid deze positie behoudt en waar mogelijk versterkt. 

  1. Toekomstfonds: belangrijk voor innovatie, maar revolverendheid geen doel an sich 

Het Toekomstfonds, en voor biotech belangrijke instrumenten daarbinnen als het Innovatiekrediet, kenmerken zich door de drang naar revolverendheid van de middelen vanuit de overheid. Dit staat op gespannen voet met de doelstelling van deze instrumenten, namelijk (bio)tech start- en scale-ups helpen in Nederland snel en goed door te groeien, met alle maatschappelijke en economische impact die daarmee gepaard gaat. Hollandbio zet erop in dat de overheid leert van hoe andere landen de inrichting en de bijbehorende voorwaarden en criteria van publieke financieringsinstrumenten handiger en verstandiger aanpakken, bijvoorbeeld in België en de VS.  
 

  1. Financieringsgaten overbruggen voor Nederlandse koplopers 

Een van de belangrijkste drempels voor Nederlandse koplopers in het bijdragen aan ons verdienvermogen, is het hardnekkige probleem rond het overbruggen van de financieringsgaten die zich nog steeds voordoen in ons land. Iedereen is het, na alle rapporten en analyses in de afgelopen jaren, inmiddels wel eens dat de ‘valley of death’ een realiteit is voor innovatieve (biotech) start- en scale-ups. De vraag is nu wat Nederland gaat doen om dit gapende gat te overbruggen, zeker in het licht van de steeds sterkere Europese ontwikkelingen en focus op concurrentievermogen. 

Onze volledige input lees je hier terug. 

← #nieuws

Reactie op wijziging Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie binnen Wet Vifo 

, ,

Hollandbio, de belangenvereniging voor de Nederlandse biotech sector, maakt graag gebruik van de mogelijkheid voor het geven van een reactie op de consultatie rond de wijziging van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie. Met deze wijziging regelt de Nederlandse overheid dat bepaalde sensitieve technologieën, waaronder biotechnologie, binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, zodat zij, door middel van veiligheidstoetsing van investeringen in en fusies van ondernemingen, risico’s voor de nationale veiligheid kan beheersen.  

In onze reactie vragen wij aandacht voor de mogelijk negatieve gevolgen van Wet Vifo voor het Nederlandse investerings- en innovatieklimaat voor biotech bedrijven. Want hoewel de bescherming van de nationale veiligheid een groot goed is, kan deze onder druk komen te staan door (1) onduidelijke afbakening, (2) onvoldoende capaciteit bij het Bureau Toetsing Investering (BTI) door de uitbreiding van het toepassingsbereik en door (3) oplopende administratieve lasten die bedrijven en investeerders ervaren ten opzichte van de situatie in andere landen. Wij lichten deze zorgen hier nader toe.  

  1. Afbakening biotechnologie en subtechnologieën 

De afbakening van de vier subtechnologieën binnen biotech in de tabel van bijlage 2 lijkt op eerste oogopslag overzichtelijk. Echter blijft ons onduidelijk in welke mate een bedrijf zich bezig moet houden met deze subtechnologieën voordat zij onder de meldingsplicht valt: is dat verplicht wanneer de hoofdactiviteit één of meerdere van deze subtechnologieën omvat, of ook wanneer zij alleen gebruik maken van deze technologieën? Om een voorbeeld te geven: als een bedrijf als hoofdactiviteit het ontwikkelen en aanbieden van diensten op het vlak van genomics heeft, dan lijkt het aannemelijk dat zij onder het toepassingsbereik valt, maar hoe zit dat voor biotech bedrijven die alleen de uitkomsten uit genomics gebruiken voor de ontwikkeling van hun geneesmiddel, gewas of materiaal? Duidelijkheid over de vraag wanneer je als bedrijf onder de Wet Vifo valt, is wenselijk, omdat dit anders tot onvoorspelbaarheid en onzekerheid leidt voor bedrijven en investeerders. 

  1. Capaciteit en doorlooptijd Bureau Toetsing Investering 

In de huidige situatie staat er maximaal 8 weken voor de eerste toetsing door het BTI. Onder andere in de Nota van toelichting en het Beleidskompas bij de voorliggende wijziging komt naar voren dat er minimaal 1.000 bedrijven in de nieuwe situatie ook binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, met als gevolg dat het BTI jaarlijks naar alle waarschijnlijk meer dan 100 zaken extra moet gaan toetsen. Het borgen van de tijdslijnen en communicatie met bedrijven en investeerders over verzoeken, aanvullende informatie en verdere eisen maken of dit proces bedrijven vertrouwen geeft, of dat een gebrek aan menskracht of grotere onduidelijkheid voor beperkingen en onnodig oponthoud zorgt. De concurrentiepositie van Nederlandse biotech bedrijven komt in dat laatste geval onder druk te staan op de internationale investeringsmarkt waar zij opereren. Zeker omdat de tijdslijnen voor investeringsscreening in andere EU-lidstaten al (ruim) onder de Nederlandse standaarden liggen: zo houdt Denemarken 45 dagen aan en Frankrijk 42 dagen voor de eerste fase, tegenover 56 dagen in Nederland. En voor de maximale periode, inclusief mogelijk vervolgonderzoek, gaat Denemarken uit van 170 dagen en Frankrijk van 105 dagen tegenover 182 dagen in Nederland.1 

Hoe kijkt de overheid naar deze uiteenlopende doorlooptijden van investeringsscreening in de Europese Unie en kan zij een inschatting maken van de gevolgen voor de aantrekkelijkheid van het Nederlandse investeringsklimaat voor bijvoorbeeld de biotech sector? In hoeverre is het BTI op dit moment toereikend ingericht, qua capaciteit en expertise, om deze grotere aantallen meldingen tijdig te verwerken? Hoe gaat de overheid deze situatie monitoren en evalueren? Hollandbio ziet graag een regelmatige toets en evaluatie van de capaciteit en tijdslijnen van het BTI. 

  1. Administratieve lasten voor bedrijven en investeerders 

Wanneer het melden van een investering, het inwilligen van eventuele aanvullende eisen of het uitvoeren van verder onderzoek veel administratieve lasten met zich meebrengt, kost deze toetsing biotech bedrijven en investeerders veel extra geld en tijd. Bovendien is hiervoor ook kennis nodig die buiten de scope van veel ondernemers ligt, waarmee inhuur van kostbare externe financiële of juridische expertise noodzakelijk wordt. Enige administratieve lasten zijn onvermijdelijk, maar die moeten hun doel niet voorbijschieten en het innovatieklimaat nodeloos schaden. In welke mate zijn de eisen die de Nederlandse overheid oplegt aan bedrijven en investeerders in het kader van meldingen onder de Wet Vifo vergelijkbaar met andere EU-lidstaten? 

We vertrouwen erop dat de overheid bovenstaande zorgen en overwegingen meeneemt in de verdere uitwerking van de wijziging van het toepassingsbereik van de Wet Vifo en gaan hierover graag in gesprek waar nodig en behulpzaam. 

← #nieuws

Aan de wandel met de Minister voor Buitenlandse handel 

, ,

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp Reinette Klever toonde volop interesse in de medische biotech sector tijdens haar bezoek aan de BIO-Europe in Stockholm. De BIO-Europe was onderdeel van een bezoek aan Zweden voor handelsrelatie en energie. Hollandbio’s Managing Director Annemiek ontving de minister, Ingrid Thijssen (voorzitter VNO-NCW) en de Nederlandse Ambassadeur Joost Reintjes. Na een korte introductie over de sector nam de delegatie een kijkje op de beursvloer voor wat actie bij Intravacc en Bio-Connection.

Kees Groen (o.a. Matisse Pharmaceuticals), Nadieh Kuijpers (CCO Surfix Diagnostics), Erik Manting (CEO Mendus), en Willemijn Vader (CEO Vitroscan) gaven vervolgens in gesprek een kijkje in de keuken van een biotech bedrijf en bespraken de kansen en uitdagingen op de internationale markt. Geïnspireerd door de kennis en kunde van onze sector verliet de minister deze BIO. Tijdens de volgende missie naar het Verenigd Koninkrijk, zet zij zich weer in voor kansen van Nederlandse biotech bedrijven. 

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: Early stage private financiering

, ,

Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? In deze editie duikt hollandbio dieper in de seed- en serie A financiering.

Onderzoek van hollandbio toont aan dat de gemiddelde seed- of serie A financieringsronde in Europa enorm sterk groeit. Bedroeg in 2016 de gemiddelde seed-ronde ongeveer €3.5 miljoen, is dat in 2024 bijna €8 miljoen. Ook voor serie-A financiering zien we dezelfde stijgende trend: in 2016 bedroeg een gemiddelde Serie-A ronde €12 miljoen, in 2024 bijna €35 miljoen! Vast staat dat deze forse stijging veel invloed heeft op het financieringslandschap, maar wat de stijging precies veroorzaakt en wat de precieze gevolgen zijn, vergt meer onderzoek.

Hollandbio is niet de enige die deze trend opvalt. Een recent artikel in Nature Biotechnology rapporteerde niet alleen de grotere rondes, maar tekende bovendien een daling van het aantal seed- en serie-A financieringsrondes op. Uit onze data bleek dit niet, maar bleek wel dat de groei in het aantal financieringsrondes niet zo doorzet als de groei in de omvang van de rondes. Deze ontwikkelingen samen tonen aan dat er steeds meer een “winner takes all”-principe optreedt op de financieringsmarkt, een principe dat ook al besproken werd tijdens de financieringsbreakout op ons meest recente Dutch Biotech Event. Investeerders blijven liever langer betrokken bij hun portfoliobedrijven dan dat ze investeren in nieuwe bedrijven. Daarnaast speelt volgens adviesbureau FFUND ook mee dat VC fondsen groeien, die de focus daardoor verleggen op grotere tickets en liever gezamenlijk een grote ronde doen dan een kleine alleen.

Wat hollandbio betreft is het niet per definitie slecht dat er grotere tickets worden verstrekt in vroege financieringsrondes. De bedrijven die deze grotere rondes ontvangen, kunnen meer vaart maken en zich langer toeleggen op het ontwikkelen van een product in plaats van het ophalen van (steeds een beetje) financiering. Of bedrijven de grotere tickets in een latere fase van ontwikkeling ophalen dan voorheen, of een hoger percentage aan equity uit handen geven, vertelt de beschikbare data ons niet. Ook blijft onduidelijk of de grotere rondes van invloed zijn op de waardering van bedrijven.

Binnen de biotech is de valley of death een bekend en gevreesd fenomeen. Een groeiend aantal bedrijven strandt namelijk in die valley als gevolg van gebrek aan financiering en niet door technisch falen. Om die reden zet hollandbio zich in om ervoor te zorgen dat deze valley of death niet groter wordt, maar juist krimpt. De grotere rondes wijzen echter mogelijk op het tegenovergestelde, een groeiende kloof. Hollandbio houdt vinger aan de pols en blijft onderzoek doen naar het biotech financieringslandschap om zich blijvend hard te kunnen maken voor een krimpende valley of death en passende financiering voor elke fase van ontwikkeling. 

← #nieuws

Stippen en stappen van de overheidsvisie voor biotech 

, , ,

Sinds begin van dit jaar werken de vijf rechtstreeks bij biotech betrokken ministeries (EZ, IenW, LVVN, OCW en VWS) nauw samen in het uitdenken en uitwerken van de noodzakelijke langetermijnvisie van de overheid voor biotechnologie. In een brief aan de Tweede Kamer delen de bewindspersonen een tussenstap met de publicatie van het rapport ‘Stippen op de horizon – toekomstbeeld biotechnologie 2030-2050’ door Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) en een aantal vervolgstappen voor de komende tijd. Hollandbio is blij met de erkenning van het nieuwe kabinet voor de waarde en potentie van biotech voor de Nederlandse maatschappij en economie. Ook blijven we aandringen op een integrale aanpak vanuit de overheid op biotech-beleidsvraagstukken als cruciaal onderdeel van de biotechvisie en het daaropvolgende actieprogramma.

Bouwstenen voor integrale werkwijze 

In de Kamerbrief schetst het kabinet dat het in het proces naar een visie op biotech verschillende bouwstenen gebruikt, waaronder ook het rapport van STT waarin verschillende toekomstscenario’s en daarbij horende gevolgen en publieke waarden op een rijtje zijn gezet. In het vervolg van de brief schetst het kabinet hoe zij tegenover biotech staat en hoe het traject naar een integrale visie eruit ziet. 

Hollandbio ziet in de Kamerbrief veel herkenning en erkenning van de waarde en potentie van biotech terugkomen vanuit het kabinet, waarbij de bewindspersonen de kansen zien die onze sector biedt voor maatschappij en economie. Daarbij omarmt het kabinet ook de ambities en mogelijkheden voor biotech in Nederland zoals die eerder in de Nationale Technologiestrategie en het Groeimarkten-rapport naar voren kwamen en houdt zij rekening met de Europese inspanningen rond bijvoorbeeld de mededeling van de Europese Commissie op Biotech & Biomanufacturing – kortom, aan integrale ambities geen gebrek.  

Tegelijkertijd is het zelfs met veel ambitie en een integrale visie nog steeds geweldig moeilijk om  biotech innovaties van lab naar maatschappij te brengen. Hollandbio is daarom alleen echt tevreden als de integrale visie op biotech leidt tot  integrale werkwijze vanuit het kabinet en de ministeries die de  Nederlandse biotech sector echt een stap vooruit helpt.  

Gas + rem = stilstand 

Die stap vooruit is hard nodig, want wanneer het om biotech gaat, staan onze nationale overheid en ook Europa op dit moment dikwijls tegelijk op het gas- en rempedaal, met stilstand tot gevolg. Zo willen we transities aanjagen, maar geen (systeem)verandering. We willen koplopers ondersteunen, maar komen niet in actie zonder consensus. En we willen innovatie stimuleren, maar zijn niet bereid om ook maar het minste risico te accepteren. Dit zorgt ervoor dat onze concurrentiepositie waar het gaat om biotech achteruit holt: innovatieve bedrijven hebben grote moeite om financiering aan te trekken, zijn vanwege gedateerde wet- en regelgeving niet in staat om de nieuwste technologieën te gebruiken zoals CRISPR-Cas en zien zich geconfronteerd met ellenlange, onduidelijke en kostbare regulatoire processen voor markttoelating van hun producten. Vindingen van eigen bodem vinden als eerst hun weg naar consumenten en patiënten buiten Europa, en bedrijven dreigen in dat kielzog mee te vertrekken.  

Koers kiezen en spelregels bepalen 

De Rijksbrede integrale visie op biotech is dé uitgelezen kans om deze ministerie-overstijgende problematiek te signaleren, te doorbreken en in de toekomst te voorkomen. Hiervoor zou de Nederlandse overheid een structurele, integrale werkwijze moeten ontwikkelen en implementeren rond biotech beleidsvraagstukken zodat we een duidelijke koers kiezen, samen de spelregels bepalen en vooruit gaan. Alleen dan kunnen we ervoor zorgen dat Nederland koploper blijft in biotech en dat biotech een cruciaal onderdeel van de oplossing kan zijn: voor het genezen van  patiënten met ongeneeslijke ziekten, het maken van materialen zoals plastic zonder fossiele grondstoffen en voldoende voedsel produceren op een meer natuur- en diervriendelijke manier.  

Uitvoeringsagenda verwacht in 2025 

De Kamerbrief sluit af met het beoogde proces, met een conceptvisie die de overheid eind 2024 wil voorleggen aan betrokkenen vanuit wetenschap, markt en maatschappij om de inhoudelijke afwegingen toe te kunnen lichten en de conceptvisie te valideren en begin 2025 een definitieve visie die naar de Tweede Kamer komt. De visie zal vervolgens tot een uitvoeringsagenda moeten leiden die concrete handvatten biedt hoe de visie daadwerkelijk te realiseren.