← #nieuws

Nederlandse overheid komt gezamenlijk met route naar een integrale visie op biotechnologie 

, , , ,

De vijf rechtstreeks bij biotechnologie betrokken ministeries (EZK, IenW, LNV, OCW en VWS) gaan nauw samenwerken in het uitdenken en uitwerken van de noodzakelijke langetermijnvisie voor biotechnologie, hopelijk nog in 2024. Dit besluit komt voort uit de reactie van het kabinet op de aanbevelingen uit de Trendanalyse Biotechnologie van de Gezondheidsraad en de COGEM. Dat vinden we bij hollandbio een hartstikke goede ontwikkeling waar we graag een bijdrage aan blijven leveren.

In de Trendanalyse Biotechnologie 2023 geven de Gezondheidsraad en Commissie Genetische Modificatie (COGEM) een scherp overzicht van de razendsnelle ontwikkelingen in de biotechnologie en de bijdrage van deze sleuteltechnologie aan maatschappelijke uitdagingen en de wereldwijde Sustainable Development Goals (SDGs). Het rapport roept op tot een integrale visie met scherpe keuzes, nationale regie via een interdepartementale directie biotechnologie en fikse investeringen. Eerder heeft hollandbio bijgedragen aan de input voor deze analyse en waren we maar wat blij met de inhoud van het rapport. Hartstikke goed nieuws dus dat het kabinet deze bevindingen deelt, en dat is ook helemaal in lijn met de brede steun vanuit onder andere kennisinstellingen, bedrijven en NGO’s die we eerder optekenden. 

Visietraject moet eind 2024 tot kabinetsbrede integrale langetermijnvisie leiden 

In de kabinetsreactie op de Trendanalyse komt naar voren dat diverse departementen nauwer samen gaan werken. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) zijn de trekkers en zullen ook de andere ministeries (VWS, LNV en OCW) betrekken om eind Q1 2024 met een aanpak en hopelijk tegen het eind van 2024 met de gevraagde gezamenlijke en integrale visie op biotechnologie te komen. Een belangrijke kanttekening is wel dat de exacte visievorming zal plaatsvinden onder leiding van het nieuw te vormen kabinet. Het centrale uitgangspunt van het kabinet bij het uitwerken van de integrale visie is de bijdrage die biotechnologie kan leveren aan onze economie, de volksgezondheid en maatschappelijke transities zoals de eiwittransitie en landbouwtransitie, de klimaattransitie en de transitie naar een circulaire economie. En die bijdrage van de biorevolutie is in potentie enorm, zo lieten we eerder ook al in een oogopslag zien. 

Vanzelfsprekend zal hollandbio alle kansen pakken om input te blijven leveren en blijven we dit traject nauw in de gaten houden!  

← #nieuws

Goede voornemens voor een gezond geneesmiddelendebat  

,

Medicijnkosten zijn en blijven onderwerp van debat, zo bewijst de recente berichtgeving in het FD. “Nederland weet uitgaven medicijnen goed te beteugelen”, kopte de zakenkrant na eigen onderzoek. En dat maakte de tongen los: “We beheersen de medicijnkosten, maar patiënten betalen de prijs”, stelden drie farmaceuten. Vrijwel gelijktijdig concludeerde een oogarts: “Focus op lagere prijs geneesmiddelen levert tekorten op”, waarop het samenvattende commentaar van het FD luidde: “Beteugeling medicijnkosten stuit op grenzen”. Een en ander was blijkbaar tegen het zere been van demissionair minister Kuipers, die terstond zijn beleid verdedigde en in het verweer kwam tegen “conclusies die niet kloppen”. En dan zijn bij hollandbio de oren gespitst…

De pot en de ketel 

Dat de minister de berichtgeving niet zomaar kon negeren, begrijpen we. Geneesmiddelen zijn immers een belangrijk dossier in zijn portefeuille en nog politiek zichtbaar ook. Hij gaat erover en zit erop, zo gezegd. En dat is nogal een verantwoordelijkheid. We willen problemen dan ook zeker niet onder het tapijt schuiven, noch bagatelliseren. Ook wij zien het zorginfarct met angst en beven tegemoet en zien dat het roer om moet, willen we innovatie ook in de toekomst verzilveren in gezondheidswinst. We zijn niet tegen strenge criteria voor toelating in het pakket, niet tegen onderhandelingen, en zelfs niet per definitie tegen een keihard nee (al mag dat nooit het eindpunt zijn bij een effectieve behandeling). We spreken ons uit tegen misbruik van regels en denken mee over oplossingen die de mazen in het net dichten en waarmee alle betrokkenen uit de voeten kunnen. Het is alleen jammer dat onze minister in zijn reactie de verleiding niet kon weerstaan om precies te doen wat hij anderen verwijt: selectief putten uit cijfers en casuïstiek, en problemen, oorzaken en gevolgen spinnen tot oneigenlijke conclusies, met als enig doel het eigen gelijk te onderstrepen. Daarmee doet ook de bewindsman geen recht aan dit complexe en beladen dossier. Niks geen symbiose, maar politiek pur sang.

Iedereen heeft gelijk 

Nu zou het gek zijn als wij alsnog enkel een duit in hetzelfde zakje doen door in reactie de argumenten van de minister hier vanuit ons eigen perspectief één voor één te fileren (al moeten we eerlijkheidshalve bekennen dat dat de nodige zelfbeheersing kost 😉). Want – radicale uitzonderingen daargelaten – vrijwel iedereen die zich roert in het debat heeft wel een punt. De uitdagingen en dilemma’s in de gezondheidszorg die de minister geacht wordt op te lossen zijn groot, taai en complex, wat zich slecht verhoudt tot de ongeduldige, volatiele en gepolariseerde politieke realiteit en noopt tot stevige stellingname. Tegelijkertijd heeft de FD-redactie ook gelijk wanneer ze stellen dat we in Nederland relatief weinig uitgeven aan geneesmiddelen en dat de uitgaven aan geneesmiddelen tot nu best onder controle, en zeker niet de belangrijkste oorzaak van de stijgende zorgkosten zijn. Ook de ziekenhuizen hebben gelijk, wanneer ze aangeven onder druk te staan doordat ze enerzijds de rekening krijgen van de nieuwe geneesmiddelen en anderzijds gebonden zijn aan een uitgavenplafond. En helaas hebben ook oncologen gelijk wanneer ze vaststellen dat nieuwe kankergeneesmiddelen nog lang niet altijd levens redden en dat behandelen niet altijd de beste besteding van het geld is. De grote problemen aan de onderkant van de geneesmiddelenmarkt ontkent zeker niemand: de tekorten, de bodemprijzen voor essentiële geneesmiddelen en het gebrek aan strategische autonomie. Ook farmaceuten hebben gelijk als ze het belang van continue innovatie benadrukken, de torenhoge investeringen en het teruglopende rendement daarop, en de steeds moeizamere route naar de patiënt met direct en indirect gezondheidsverlies tot gevolg.

Ministeriële utopie 

Je voelt hem aankomen, naast iedereen gelijk geven, willen we toch ook een punt drukken in reactie op het verweer van de minister. En dat punt gaat over de definitie van een ‘gezonde markt’. Zijn beeld lijkt een markt waarin de nieuwste, beste producten goedkoper worden aangeboden dan oude, waarin leveranciers proactief handelen om de klant altijd de laagst mogelijke prijs te bieden, waarin niemand het onderste uit de kan haalt wanneer de kans zich binnen de regels voordoet, en waarin zeker niemand bovenmatig winst maakt. Een markt waarin innovaties altijd direct baanbrekend en nooit incrementeel zijn, waarin prijzen ook zonder afspraken en in afwezigheid van concurrentie direct na patentverloop significant zakken, en waarin commerciële concurrentie een not-for-profit teameffort is om kopers een zo groot mogelijke keus voor de laagste prijs te kunnen bieden. Kortom: in de ministeriele gezonde markt maakt iedere speler het eigen raison d’etre ondergeschikt aan de beleidsdoelen van het ministerie van VWS: Een ministeriële utopie.

Goede voornemens 

Een mens mag dromen, maar toch stellen we voor om in 2024 wat realiteitszin in dat beeld van die gezonde markt te brengen. Laten we om te beginnen de logica van marktwerking erkennen. Fabrikanten willen als verkoper zo veel mogelijk omzet draaien, terwijl overheden als koper de beste producten wil afnemen voor zo min mogelijk geld. Laten we gegeven die logica allemaal onze rol pakken, bij voorkeur zonder al te veel onnodig gemor en gemopper. Laten we stoppen met het afgeven op iedereen – jazeker, ook bedrijven – die zich aan marktregels houdt. (Wild idee: misschien kunnen we zelfs organisaties die alle boxen weten te tikken en hun product vergoed en wel naar de patiënt loodsen eens in het zonnetje zetten?) Laten we in plaats van enkel te mopperen over maatschappelijke verantwoordelijkheid aansturen op wijziging van regels die verkeerd uitpakken, als nodig op nationaal, Europees of wereldwijd niveau. Maar laat vooral het gezamenlijke belang leidend zijn voor succesvol beleid: dat alle geneesmiddelen die gezondheidswinst toevoegen, of ze nu nieuw, oud, te goedkoop of te duur zijn, zo snel mogelijk hun weg vinden naar eenieder die ze nodig heeft. Want één ding is zeker: zonder die toegang verliezen we echt allemaal. 

← #nieuws

Doorpakken op diagnostiek nog geen gelopen race 

Voor iedereen de beste gezondheidsinterventie op het juiste moment. Dat klinkt als toekomstmuziek, maar hollandbio is overtuigd: met een brede inzet van diagnostiek is gezondheid op maat binnen handbereik. Toch is het breed benutten van diagnostiek nog geen gelopen race. Vooralsnog legt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bal bij veldpartijen, terwijl het veld juist visie, regie en hulp van het ministerie vraagt. Spoiler alert: we bevinden ons in een catch-22.

De mogelijkheden rond diagnostiek breiden zich snel uit, ziet ook demissionair minister Kuipers. Hij vroeg het RIVM in kaart te brengen welke kansen dit – en DNA-technologie in het bijzonder – kan bieden voor de gezondheid van de Nederlandse bevolking. Het doel was aan de hand hiervan een visie en strategie uit te werken. In Kuipers’ laatste kamerbrief lezen we helaas dat de minister niet doorpakt op dit vlak. Ondanks de expliciete oproep om meer regie en randvoorwaarden vanuit het veld, zijn volgens Kuipers de zorgpartijen zelf aan zet.    

Parallel aan dit traject zijn zorgpartijen zelf ook bezig geweest om de route van moleculaire diagnostiek van lab naar praktijk te verbeteren, met oncologie als scope. Het doel was om te komen tot meer gelijke toegang voor patiënten tot zowel diagnostiek als de daaropvolgende, best passende behandeling. Onder regie van het Zorginstituut heeft het veld afspraken gemaakt en maatregelen getroffen om deze processen beter te organiseren: zo zijn er nu twee beoordelings- en duidingscommissies (CieMKNT en CieBOD), is er een taskforce binnen de zorgverzekeraars die adviseert over de vergoeding, is er een aparte declaratiecode ontwikkeld voor moleculaire diagnostiek en is een kwaliteitsstandaard in werking getreden. De eerste tegels voor een route van lab naar praktijk voor diagnostiek zijn daarmee gelegd – zij het met een specifieke focus op de oncologie en moleculaire diagnostiek.  

Uiteindelijk wil elke patiënt natuurlijk de voor hem of haar best passende behandeling. Hollandbio ziet dat diagnostiek in bredere zin daarom onmisbaar is voor gezondheid op maat. Hoe gaan we zorgen dat we alle patiënten met innovatieve diagnostiek van een maatwerkbehandeling voorzien, in lijn met onze Gezondheid op Maat-ambitie? Met het tempo en de scope waarin we nu handelen, zijn de testen en technologieën – zeker als het geen companion diagnostics betreft – achterhaald tegen de tijd dat ze een patiënt bereiken. Hollandbio ziet graag dat diagnostiek de specialistische aandacht krijgt die het domein verdient. Wij wenden de bovengenoemde ontwikkelingen daarom graag aan als breekijzer voor een oplossing die voor meerdere innovatieve testen en bij meerdere indicaties werkt. Wil jij hier graag over meedenken? Laat het hollandbio’s Britt weten! 

← #nieuws

Uitgaven aan geneesmiddelen stabiel

Met de dubbele vergrijzing en het aanzwellend zorginfarct is het belangrijk om te weten waar we ons zorggeld aan uitgeven en of dat nog efficiënter kan. Minister Kuipers won hiervoor advies in bij de technische werkgroep macrobeheersing zorguitgaven en het FD nam de uitgaven aan geneesmiddelen de afgelopen jaren onder de loep. De breed gedeelde conclusie van deze week: we geven relatief weinig uit aan curatieve zorg.

Sinds 2006 geven we in euro’s weliswaar 62% meer uit aan medicijnen, maar als je daar de inflatie naast legt zijn de uitgaven over al die jaren gelijk gebleven, concludeert het FD (ook weergegeven in deze special). Dat het gras elders niet groener is, concludeert ook SiRM, in het kader van het onderzoek van de technische werkgroep macrobeheersing zorguitgaven. SiRM becijferde dat de uitgaven aan curatieve zorg van alle onderzochte landen in Nederland het laagst zijn. We hebben, kortom, in Nederland al een stevige greep op de uitgaven aan geneesmiddelen in de curatieve zorg. Betekent dat dan dat de bomen tot in de hemel groeien? Nee, die vlieger gaat wat hollandbio betreft zeker niet op. Juist als het gaat om het realiseren van gezondheid op maat, onze ambitie, blijven de uitdagingen onverminderd groot.  

← #nieuws

Van ziekte naar gezondheid: een levendig debat over medische preventie

, ,

Hoe mooi zou het zijn als we ziekte aan de voorkant kunnen voorkomen? Daar is een verschuiving van onze focus voor nodig: van ziekte naar gezondheid, en van curatieve zorg naar preventieve zorg. Door te investeren in preventieve maatregelen kunnen we mogelijk aanzienlijke kosten voor de gezondheidszorg besparen op de lange termijn. Waar we heen willen is duidelijk. Hoe we dat in de praktijk brengen nog een stuk minder. Daarom kwamen we met een brede groep stakeholders bijeen om te praten over het thema medische preventie.

Op 7 december organiseerden hollandbio en Schuttelaar & Partners een Maatschappelijke Café over medische preventie – waaronder diagnostiek, geneesmiddelen en vaccins – in het Beeld & Geluid museum in Den Haag. Beleidsmakers, patiëntvertegenwoordigers, artsen, apothekers, fabrikanten en uitvoerders namen allemaal deel aan het debat. Onder leiding van dagvoorzitter Edwin Hecker voerden de deelnemers op dynamische wijze een felle discussie.

De cruciale rol van preventie

Bas Derks, lid van de directie Publieke Gezondheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), bracht direct aan de start van het debat de vraag naar voren: “Hoe kunnen we de kosten en de baten van preventie beter meenemen in de besluitvorming over de financiering van preventie?”. Het ministerie van VWS heeft daarover het Kennisplatform Preventie om advies gevraagd. Bas Derks belichtte de rol van het Kennisplatform en hoe deze vraag de behoeften van het ministerie weerspiegelt. Gelukkig staat de verschuiving van zorg naar preventie steeds prominenter op de agenda bij het ministerie, waardoor er een groeiende erkenning en steun ontstaat voor het belang van medische preventie. Het rapport van het Kennisplatform wordt begin 2024 gepubliceerd en kan hier hopelijk aan bijdragen.

Peter Wognum, bestuurslid en vicevoorzitter van de Long Alliantie Nederland, pleit voor een herziening van onze zorgpaden en wil hier verschillende expertises bij betrekken. Dat zou voor mensen met longziekten echt een verschil kunnen maken, omdat een gecoördineerd plan het huidige stelsel moet verbeteren en versterken. Volgens Wognum is het huidige vaccinatiesysteem versnipperd en worden de beschikbare vaccins niet optimaal benut. Namens de Long Alliantie pleit hij dat de oplossing ligt in het verankeren van een leidraad, waarbij specifieke richtlijnen voor vaccinaties bij longziekten in de praktijk worden opgenomen. “Betere medische preventie bij mensen met longziekten leidt tot minder ziekenhuisopnamen”, aldus Peter Wognum.

Daarna deelden drie sprekers op welke manier innovaties kunnen bijdragen aan medische preventie en wat dat kan betekenen voor patiënten. Daarbij maakten we direct kennis met de drie aspecten van medische preventie: diagnostiek, geneesmiddelen en vaccins.

Ilse van Hensbeek, medisch directeur bij AstraZeneca, onderstreept de grote impact van betere diagnostiek voor mensen met chronische nierschade. Met een eenvoudige test kan vroegtijdige nierschade opgespoord worden, waardoor op tijd gestart kan worden met behandeling en de kans op complicaties vermindert. Naast deze impact zorgt vroegtijdige opsporing ook voor een vermindering van impact op het milieu. De huidige behandeling, nierdialyse, verbruikt namelijk veel water. Volgens Hensbeek is het de verantwoordelijkheid van de overheid om meer bewustzijn te creëren over de impact van nierschade. “We moeten mensen aansporen met publiekscampagnes,” aldus Hensbeek.

Stefan Vegter, Senior Pricing & Reimbursement Manager bij Novartis, illustreert hoe investeringen in innovatieve geneesmiddelen de zorg kunnen ontlasten en de levenskwaliteit van patiënten kunnen verbeteren. Hij verduidelijkt hoe een gezonde levensstijl en medicatie elkaar aanvullen, mede doordat een gezonde leefstijl helpt bij het verbeteren van effectiviteit van een geneesmiddel. “Onderzoek en beleid gericht op medische preventie zijn investeringen in de toekomst,” besluit Vegter zijn betoog.

De laatste spreker, Daniëlle van Zandbergen, medisch directeur bij GSK, richt zich op de uitvoering van vaccinaties en maakt daarbij vergelijkingen met buurlanden. “We praten over innovatie, maar is het echt innovatie als het jaren duurt voordat we het toepassen?” vraagt Zandbergen zich af. Ze benadrukt dat dialogen tussen alle betrokken partijen essentieel zijn om tot snelle implementatie te komen.

Verschillende perspectieven in het Lagerhuisdebat

Na de inleidende presentaties was het moment aangebroken voor het Lagerhuisdebat, begeleid door Roderik van den Bos van de debatacademie. De zaal werd opgesplitst in tweeën, waarbij deelnemers hun standpunt kenbaar konden maken door te stemmen met hun voeten. Het debat leidde tot boeiende discussies.

De meest opvallende uitkomsten vanuit het debat:

  1. De deelnemers maken opvallend andere keuzes dan het huidig beleid. Zo waren de deelnemers unaniem in hun oordeel dat er nu te weinig aandacht besteed wordt aan preventie: de huidige 2% zou volgens de meeste deelnemers prima naar 10% of hoger kunnen. Over de manier waarop was de meeste discussie. Volgens een groot deel van de zaal was een standaard budget alloceren niet het middel om hier te komen.
  2. Een digitale zorgwijzer, waarbij burgers inzicht kunnen krijgen in welke preventieve zorg voor hen beschikbaar is, zien de deelnemers als een goed idee. Een aantal randvoorwaarden zijn daarvoor wel nodig: een digitaal hulpmiddel mag geen vervanging zijn van de persoonlijke zorgverlener en de informatie moet objectief verstrekt worden.
  3. De aanwezigen zijn van mening dat de beoordeling van preventieve maatregelen veel sneller kan. Over het hoe waren de meningen behoorlijk verdeeld. Een medisch preventieve maatregel automatisch toelaten tot de markt als deze niet binnen jaar beoordeeld is, vonden velen een stap te ver. Tegelijkertijd geven deelnemers aan dat beoordeling binnen een jaar zeker moet kunnen, als we kijken naar landen om ons heen. Een groot deel van de zaal vindt dat er betere processen zijn om de toelating te versnellen, en dat de voorgestelde dwangmaatregel niet de oplossing is.
  4. Er is behoefte aan één partij die de beoordeling op zich neemt van zowel preventieve als curatieve maatregelen. Deze partij heeft wel de expertise nodig van alle verschillende partijen, zoals het Zorginstituut Nederland (ZIN) en de Gezondheidsraad.  

Het Maatschappelijk Café benadrukt nogmaals dat het van belang is dat we met elkaar de dialoog blijven voeren. Het verminderen van complexiteit in het systeem, meer aandacht en budget voor preventie, beter voorlichten en samenwerking in het werkveld vormden de rode draad van de avond. Op deze punten zijn we het met elkaar eens. Hoe dit concreet moet worden gerealiseerd, daarover verschillen de meningen nog. Laten we kijken of we het niet bij praten kunnen houden, maar nu ook concreet in actie kunnen komen!

Om deze video te bekijken, dient u marketing cookies te accepteren.

Uitkomst stellingen

U kunt de volledige uitkomsten van de stellingen hier teruglezen:

← #nieuws

Paradise by the dashboard light?

, ,

Afgelopen week introduceerde het ministerie van VWS zijn spiksplinternieuwe Dashboard Doorlooptijden Geneesmiddelen. Een ontwikkeling die we bij hollandbio met open armen ontvangen en die er veelbelovend uitziet: wij zien namelijk graag helderheid over de routes en doorlooptijden van álle nieuwe innovaties die bijdragen aan onze Gezondheid op Maat-ambitie.

Het nieuwe dashboard brengt in kaart hoe lang het duurt om extramurale geneesmiddelen en intramurale sluisgeneesmiddelen vergoed te krijgen, en hoe de verschillende stappen in het proces verlopen. Op deze manier vormt het een mooie aanvulling op ons eigen onderzoek, over de doorlooptijden tot het moment dat de NZa een add-onprestatie toekent. Enorm waardevolle inzichten, die helpen om het systeem verder te begrijpen en hierover met elkaar in gesprek te gaan. Want wat vinden we van deze doorlooptijden? Ons valt bijvoorbeeld op dat het lang kan duren voordat een dossier na een handelsvergunning ook daadwerkelijk compleet is en het Zorginstituut aan een beoordeling begint. Wat ligt daaraan ten grondslag? Hoe meer we met elkaar onderzoeken hoe het systeem werkt, stap 1, hoe beter we samen met alle stakeholders kunnen werken aan verbeteringen die gezondheid op maat dichterbij brengen!  

← #nieuws

Drug repurposing: een innovatieve wereld te winnen

,

Afgelopen week overhandigde FAST een position paper over de stimuleringsmogelijkheden voor drug repurposing, het herontwikkelen van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe aandoeningen, aan demissionair minister Kuipers. De eensgezinde ambitie om hoe dan ook tot effectieve oplossingen te komen, spat van het FAST position paper af. En dat smaakt naar meer, vindt hollandbio. Veel meer.

Een nieuw geneesmiddel van lab naar patiënt brengen is een enorme uitdaging. De route is extreem lang, risicovol en kostbaar. Het is dan ook een no-brainer om, wanneer die weg eenmaal met succes bewandeld is, het geregistreerde geneesmiddel optimaal te benutten voor zoveel mogelijk patiënten. Soms blijkt zo’n geneesmiddel naast de initieel geregistreerde indicatie ook voor andere aandoeningen te werken. En ook die potentie willen we natuurlijk ten volste benutten.

In de praktijk blijkt het proces van repurposing – zoals het herontwikkelen van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe indicaties heet – echter niet zo eenvoudig. FAST, het Centre for Future Affordable Sustainable Therapy development, onderzocht de knelpunten en oplossingen voor optimale repurposing en riep demissionair minister Kuipers – en zijn opvolger – in het resulterende position paper op om “drug repurposing” tot een beleidsspeerpunt te maken.

Met hun position paper laat FAST zien dat de schoen wringt bij het businessmodel: de extra investeringen die gemaakt moeten worden voor een officiële registratie bij een nieuwe indicatie, moeten namelijk op de een of andere manier terugverdiend worden. Maar als puntje bij paaltje komt, wil niemand die rekening betalen; niet vooraf in de broodnodige investering, en niet achteraf in de vorm van een hogere vergoeding. FAST komt met een aantal voorstellen om dit probleem te verhelpen en een duurzaam en redelijk verdienmodel rond drug repurposing vorm te geven, bijvoorbeeld door een uitzondering in te bouwen in het huidige preferentiebeleid voor generieke geneesmiddelen.

Het moge duidelijk zijn: hollandbio juicht elk initiatief toe dat resulteert in méér gezondheidswinst uit innovatie. Optimale repurposing van bestaande geneesmiddelen, of het nu gaat om oudere, generieke geneesmiddelen, of om indicatie-uitbreiding van nieuwe, innovatieve, geneesmiddelen, maakt daar integraal deel van uit. We steunen de oproep aan de overheid om daar waar de markt het af laat weten het gat te dichten op elk mogelijke manier, door investeringsrisico’s te verkleinen en de route van lab naar patiënt te versnellen en verbeteren. Maar dan wel op gelijke wijze voor iedereen die geneesmiddelen ontwikkelt en produceert. Of het nu om een generiek of innovatief geneesmiddelenbedrijf gaat, start-up of multinational, een bereidende apotheek, een academische instelling of een non-profitorganisatie.

Daarbij is het gat in het businessmodel een stuk groter dan waar FAST met dit paper op inzoomt. En erger nog, het gat groeit snel. Terwijl de wereld nog nabeeft van de coronapandemie, ontbreekt het businessmodel voor preventieve interventies zoals antibiotica, antiviralen en vaccins nog steeds. En hoewel bedrijven dankzij de stimulerende Europese weesgeneesmiddelenwetgeving de afgelopen jaren volop investeerden in nieuwe geneesmiddelen, indicatie-uitbreidingen en gepersonaliseerde behandelingen tegen zeldzame ziekten, wordt ook die businesscase met het vertragen en vastlopen van nationale vergoedingstrajecten met de dag slechter. De vele ondernemers in de achterban van hollandbio die ondanks ijzersterke wetenschap, een duidelijke medische behoefte én een door de wol geverfd team het leeuwendeel van hun tijd zoeken naar geld, kunnen dat beamen.

De eensgezinde ambitie om hoe dan ook tot effectieve oplossingen te komen spat van het FAST position paper af, en dat smaakt naar meer. Wat hollandbio betreft rekken we die mindset dan ook op naar álle varianten van geneesmiddelenontwikkeling, waar ondanks een schreeuwende maatschappelijke en medische behoefte nog een innovatieve wereld te winnen valt. En, ambitieus als we zijn, zien we nog wel veel meer mogelijkheden om de route van lab naar patiënt voor iedereen te effenen. Laten we dan ook de handen ineen slaan voor een forse investering in vooruitgang, want alleen zo wordt gezondheid op maat realiteit.

← #nieuws

Maatwerk als rode draad tijdens Biotech Wednesday: Gezondheid op maat 

, ,

Vorige week woensdag vond ons Biotech Wednesday-event plaats, met als rode draad hollandbio’s kersverse programma: Gezondheid op maat. In de sfeervolle Tuinzaal van het Centraal Museum deelden zowel wijzelf als een selectie biotech koplopers deze middag hoe zij gepersonaliseerde gezondheidszorg verder op weg helpen met behulp van ziektemodellen, diagnostiek en behandelingen – zowel curatief als preventief.

Onze programmamanager Britt van de Ven trapte het programma af door het publiek mee te nemen in de biorevolutie. Aan de hand van een aantal voorbeelden liet ze zien hoe die gezondheid op maat steeds tastbaarder maakt. Britt: “Als het gaat om gezondheid, geldt: One size does NOT fit all. Biotech kan helpen de juiste behandeling te geven aan de juiste persoon op het juiste moment.” 

Robert Vries, CEO van HUB organoids, liet vervolgens zijn licht schijnen op de mogelijkheden en knelpunten van HUB’s organoid-technologie, zowel als klinisch relevant ziektemodel als diagnostische tool: “Dit soort patiëntmodellen stellen ons in staat voorspellingen te maken over effectiviteit en toxiciteit die we anders nooit hadden kunnen meten. Met deze informatie kunnen we klinische studies revolutionair anders opzetten, en zo het geneesmiddelenontwikkelproces substantieel versnellen.” 

Chapter Lead Patient Journey Partners Janneke Boersma vertelde daarna hoe Roche vooroploopt in de ontwikkeling van gepersonaliseerde behandelingen: “Door de inzet van diagnostiek en data kunnen we binnen steeds meer ziektegebieden waarde toevoegen.” Desondanks stuit het bedrijf nog te vaak op obstakels op weg naar de patiënt. Janneke: “Bestaande kaders zitten innovatie in de weg. We moeten samen silo’s doorbreken en laten zien dat andere vormen van geneesmiddelontwikkeling ook passend zijn. Waar een wil is, kan een weg zijn.” 

Tot slot zette multiondernemer Remko van Leeuwen preventieve innovaties in het zonnetje. Aan de hand van voorbeelden uit zijn werk bij biotech startups Madam Therapeutics en SurvivX, het Aidsfonds en de BEAM Alliance, liet hij zien waarom de succesvolle ontwikkeling en implementatie van middelen als vaccins en antibiotica door een almaar verslechterende business case zo’n enorme uitdaging vormt. Remko: “Het roer moet om! Alleen als we innovatie op de juiste manier belonen, kunnen we genoeg middelen doorontwikkelen om infecties te blijven bestrijden. Het voorkomen van ziekte is immers beter dan genezen.” 

“Als het aan ons en de sprekers ligt, wordt maatwerk het nieuwe normaal,” sloot onze moderator Wieteke af: Genoeg food for thought voor de afsluitende netwerkborrel!

© Niels van Houts Fotografie

← #nieuws

NKI neemt toegankelijkheid onder de loep

,

Jaren verschil in toegang tot nieuwe kankermedicijnen voor Europese patiënten, kopte het Nederlands Kanker Instituut (NKI) afgelopen week. Met een studie voegen zij waardevolle inzichten toe aan de routes, feiten en cijfers over geneesmiddelen die we bij hollandbio zelf ook zo graag bij elkaar brengen. En dat is mooi nieuws: want willen we de geneesmiddelentoegang op een duurzame wijze verbeteren dan hebben we de kennis, kunde en het oplossend vermogen van alle betrokken stakeholders nodig.

Enorme verschillen in toegang tot nieuwe medicijnen

Uit het onderzoek van het NKI valt af te leiden dat er enorme verschillen zijn in de toegang tot nieuwe medicijnen binnen Europa. En dat terwijl alle landen en ziekenhuizen in principe dezelfde toegang hebben tot de onderliggende informatie. Niet alle ziekenhuizen passen een nieuw middel op hetzelfde moment toe en niet elk middel komt op dezelfde manier beschikbaar, vonden de onderzoekers. Ook early access programma’s (EAP) en off-label voorschrijving maken dat het sterk uiteenloopt wanneer patiënten in verschillende landen behandeld kunnen worden met nieuwe geneesmiddelen. Met deze inzichten in het daadwerkelijke voorschrijfgedrag voegt het NKI een belangrijk puzzelstuk toe aan onze zoektocht naar helderheid over de feiten, cijfers en routes richting de markt.

Alle partijen moeten beter

Willen we voor tijdige toegang zorgen, dan zullen alle partijen het beter moeten doen, geeft onderzoeker Wim van Harten aan: “Het zou te gemakkelijk zijn om de schuld te leggen bij één partij, zoals de farmaceutische industrie, of de overheid” – hoewel dat helaas nog te vaak wel gebeurt. Het artikel van het NKI siert zich juist doordat het nuance in deze discussie brengt. Begrip voor ieders rol in het systeem is daarbij onontbeerlijk. Zo ook voor bedrijven, die immers geen liefdadigheidsinstellingen zijn maar ook hun eigen broek op moeten houden en daar financieel rendement voor nodig hebben.

EAP opmaat naar gezondheid op maat

Afhankelijk van welke stakeholder je het vraagt, is een EAP een tegemoetkoming aan patiënten en het systeem, of een marketingtactiek in afwachting tot definitieve vergoede toegang. Natuurlijk zal geen enkele fabrikant een EAP optuigen zonder de verwachting die kosten later terug te verdienen, maar dat hoeft niet haaks te staan op maatschappelijke betrokkenheid. Uiteindelijk valt er voor beide partijen aan de onderhandeltafel iets te halen uit deze gratis verstrekking. Helder is in elk geval dat een EAP zonder einddatum niet houdbaar is – zeker niet voor kleinere bedrijfjes, wiens voortbestaan afhangt van de inkomsten van een of enkele producten. Hollandbio ziet EAP’s dan ook als een manier om de toegang tot nieuwe geneesmiddelen te verbeteren en versnellen. Door nieuwe geneesmiddelen zo vroeg mogelijk in te zetten kunnen we meer kennis in de praktijk opdoen over voor wie welke behandeling op welk moment de beste keuze is. Zo kunnen EAP’s juist een van de missende schakels vormen op weg naar onze ambitie: Gezondheid op maat.

Geen quick fix

Toch is er, zoals het NKI zelf ook aangeeft, geen quick fix om te zorgen dat nieuwe geneesmiddelen zo snel mogelijk beschikbaar komen. We kunnen niet één partij of één processtap aanwijzen als oorzaak van vertraagde toegang. Het klinkt als een dooddoener, maar we hebben echt alle partijen nodig om samen het systeem beter te maken. Wij hebben daar goede ideeën over, die we graag met de rest van de wereld delen. Wil je ook meepraten over gezondheid op maat? Kom dan 15 november naar Utrecht!

← #nieuws

Lekgeprikte miljardenwinst

, ,

Schreeuwerige koppen met vette chocoladeletters over MILJARDENVERLIES, van hollandbio hoeft het niet en we hadden het ook zeker niet verwacht. Toch echoot de oorverdovende stilte over de inzakkende vraag naar coronavaccins bij ons nog na. Een breed gedeelde misrekening leidde tot krimp voor de kampioenen van de coronacrisis. Het is een harde realiteit, waar de sector vaker mee heeft te dealen.

Verwachtingsvol keek men op de beurs – uw pensioenfonds incluis – naar de koers van verschillende vaccinmakers. En dat bleek een rit omlaag, nu meerdere van hen miljardenverliezen in de boeken noteren en flinke klappen krijgen op de beurs. Ze zullen er zelf liever niet al te veel aandacht op vestigen, want wie praat zichzelf nou graag omlaag, maar opvallend is het wel. Hier hebben bedrijven namelijk – tegen de verwachting in – miljarden aan verlies genomen.

Moet de farmaceut nu met de pet rond? Berooid aankloppen voor staatssteun? Absoluut niet. Na het commerciële succes zijn ze uiteraard prima in staat om de inzakkende vraag op te vangen. Het toont echter hoe lastig voorspelbaar de ontwikkeling is van dergelijke innovaties. Sommige bedrijven hebben aan het begin van de coronacrisis al hun verlies moeten nemen, toen concurrenten sneller of simpelweg beter bleken. Andere haakten later af, toen de mRNA-vaccins favoriet werden. En nu is het de beurt aan de eerdere kampioenen zelf door de inzakkende vraag, met als gevolg onverkoopbare voorraden en dalende beurskoersen (sommige zelfs lager dan toen COVID-19 uitbrak).

Het is de realiteit die we in de biotech sector zo vaak zien: de ontwikkeling van nieuwe behandelingen duurt lang, is kostbaar en risicovol. De weg naar de samenleving is meer dan eens hobbelig, of zelfs een achtbaan met een enorme volatiliteit. Het ene moment is het product door de vraag niet aan te slepen en worstelen beleidsmakers met de vraag welke beroepsgroep of landen als eerste moet meedelen in de schaarse vaccins, het volgende moment maalt nauwelijks iemand nog om zo’n prik. Crisis bezworen, a job well done. En tegen welke prijs? Dat hangt er dus maar net van af wanneer je de balans opmaakt – en dat is soms ook een schreeuwerige kop waard.