← #nieuws

Patenten genoeg, nu nog impact

Ook het European Patent Office (EPO) bevestigt na analyse van patentdata: Europa heeft geen gebrek aan goede wetenschap, zeker niet in biotech. Universiteiten, publieke onderzoeksorganisaties en academische ziekenhuizen waren in 2025 betrokken bij maar liefst 34,4% van de Europese EPO-patentaanvragen in biotech en 26,1% in farma. In weinig andere strategische technologieën leunt de innovatiebasis zo sterk op publiek onderzoek.

Maar een patent is nog geen product en kennis nog geen impact. Precies daar wringt het volgens het nieuwe EPO-rapport Europe’s technology transfer landscape. Europese universiteiten zijn steeds vaker eigenaar van academische uitvindingen, maar hun patenten blijven minder vaak langdurig in stand dan Amerikaanse. Dat is geen directe maat voor commercieel succes, benadrukt het EPO, maar wel aanleiding om breder te kijken naar wat er nodig is om academische technologie verder te brengen.

Voor biotech is dat cruciaal. Tussen ontdekking en product liggen proof-of-concept, validatie, regelgeving, ondernemerschap, financiering, productie en markttoegang. Wie miljarden investeert in kennis, maar de route naar toepassing niet goed organiseert, laat potentieel op de plank liggen.

Volgens het EPO vraagt dat niet simpelweg om méér technology transfer, maar om betere toegang tot wat innovaties nodig hebben om verder te komen. Denk aan marktkennis, investeerdersnetwerken, founder matching, proof-of-concept-financiering en specialistische expertise die over instellingen heen beschikbaar is.

Dat klinkt hollandbio bekend in de oren. Niet iedere universiteit, TTO of ondernemer hoeft alles zelf in huis te hebben. Zolang iedere kansrijke innovatie maar toegang krijgt tot de expertise, mensen en middelen die nodig zijn voor de volgende stap. Precies het principe achter initiatieven als Biotech Booster: haal naar binnen wat je zelf nog mist en organiseer het ontwikkelpad rond wat de innovatie nodig heeft.

En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap uit het rapport. Een patent, licentie of spin-off is geen eindresultaat, maar een tussenstation. Het uiteindelijke succes zit in innovaties die daadwerkelijk verder komen en economische of maatschappelijke waarde creëren. Het EPO pleit daarom voor een blik voorbij patent counts en licensing income, richting marktbereik, investeringen en uiteindelijke impact.

Die blik is des te relevanter nu ook buiten Europa stevig wordt ingezet op de stap van kennis naar mark. Waar Europa het gat met de Verenigde Staten probeert te dichten, zet China nadrukkelijk in op commercialisering via onder meer actieve matching van kansrijke technologie met bedrijven, open licensing en ‘use first, pay later’-modellen.

Kennis creëren is stap één. IP vastleggen stap twee. Maar impact ontstaat pas als de hele route naar de markt werkt. Daarom moeten we niet alleen tellen wat er aan de voorkant uit universiteiten komt, maar kijken waar innovaties onderweg vastlopen. Want uiteindelijk komt een innovatie op het ontwikkelpad niet verder dan de schakel waar zij blijft steken.

← #nieuws

European Innovation Act versterkt twee schakels, nu de rest van de keten nog

,

Europa wil innovatie sneller naar de markt brengen en jij kunt meepraten over hoe. De European Innovation Act bevat interessante aanknopingspunten voor biotechondernemers: van de overheid als eerste klant voor innovatieve oplossingen tot betere mogelijkheden om intellectueel eigendom te verzilveren. Mooie stappen, maar voor biotech is meer nodig om van uitvinding naar impact te komen. Tot 7 december kun je feedback geven op het voorstel. Inspiratie nodig om van je te laten horen? Hollandbio analyseerde eerder al wat de Innovation Act kan betekenen voor biotech. Zelf leveren we natuurlijk ook input, in lijn met die analyse.

De European Innovation Act lijkt goed te begrijpen dat een patent nog geen product is en een goede uitvinding nog geen innovatie in de markt. Met meer aandacht voor R&D procurement krijgt de overheid een sterkere rol als eerste klant voor innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd moeten betere IP-waardering, IP-backed finance en een Europese IP-marktplaats het makkelijker maken om intellectueel eigendom daadwerkelijk te verzilveren.

Maar het succes staat of valt met de uitvoering: worden publieke inkopers daadwerkelijk launching customer en gaan financiers IP straks écht anders waarderen? Bovendien is het jammer dat regulatory sandboxes uit de uiteindelijke Act zijn verdwenen. De richting klopt, maar IP en procurement zijn slechts twee schakels in een veel langere keten. Voor biotech moeten ook financiering, regelgeving, ontwikkeling, opschaling en markttoegang meebewegen. Europa is er dus nog niet, maar zet met deze Innovation Act wel een stap in de goede richting.

← #nieuws

Voor iedere held dezelfde spelregels

, ,

Academisch of juist commercieel, het is tijd voor heldere en gelijke spelregels die gelden voor alle ontwikkelaars van geneesmiddelen, zo schreef hollandbio enkele weken geleden in een stuk waarin we ook de afwijzing van de kankertherapie van het Nederlands Kanker Instituut (NKI) door EMA aanhaalden. Diverse media (FD, FtM) berichtten daarop hoe het doek viel voor de met veel bravoure academisch ontwikkelde therapie tegen huidkanker.

Iedereen die een geneesmiddel van het lab bij een patiënt weet te brengen, is voor hollandbio een held, ongeacht afkomst of businessmodel. Wel vinden we dat voor iedereen dezelfde spelregels moeten gelden. Ook voor academic farma dus. Want, zoals Mariska Koster het treffend verwoordt in haar column: sympathiek is niet hetzelfde als goed genoeg. Juist daar treedt in Nederland nog wel eens verwarring op, zo laat hollandbio’s analyse van recent bewandelde academische geitenpaadjes zien. EMA daarentegen maakt geen onderscheid, getuige haar oordeel over het door het NKI ingediende dossier voor een therapie tegen huidkanker. De medicijnwaakhond vond de gegevens over werkzaamheid en veiligheid onvoldoende betrouwbaar en zag tekortkomingen in onder meer onderzoeksopzet, productie en documentatie.

Het FD en Follow the Money laten zien hoe en waarom het Tacquell-project strandde. Een harde les voor het NKI, en een les die de vele geneesmiddelenontwikkelaars in hollandbio’s achterban eveneens aan den lijve ondervonden. Geneesmiddelen ontwikkelen is nou eenmaal complex en risicovol, vergt hooggespecialiseerde kennis en kost handenvol geld. Zelfs wanneer een ontwikkelaar, in tegenstelling tot het NKI, vanaf dag één het einddoel, de benodigde expertise en de weg daartoe helder voor ogen heeft, is succes geenszins verzekerd. Een fact of life in biotech: één succesvol geneesmiddel staat op de schouders van honderden pogingen die faalden. Private investeerders weten dat, en nemen dat risico bewust in het verstrekken van kapitaal aan bedrijven, met de gulden regel dat de successen moeten compenseren voor de mislukkingen. Alleen zo kunnen ze immers duurzaam innovatie aan blijven jagen. Bij het NKI is dat anders, het avontuur werd gefinancierd uit publieke middelen: het instituut kreeg om tot deze nee te komen al vergoeding uit het basispakket voor het nog experimentele middel, en ontving €13,1 miljoen aan subsidie van onder meer het KWF en de subsidieregeling veelbelovende zorg.

Het verhaal begon vol branie en bravoure: het NKI ging bewijzen dat een academische instelling zelfstandig én goedkoper een geneesmiddel naar de markt kon brengen dan een farmaceut, zo ronkten de krantenkoppen. Die droom ligt nu in duigen, en begrijpelijkerwijs overheerst de teleurstelling. Hoewel het geld weg is, de subsidieregeling veelbelovende zorg ter ziele, en het twijfelachtig is of zowel het NKI als KWF zich nog eens aan een dergelijk avontuur zullen wagen, hoeft het niet voor niets geweest te zijn. In plaats van de oproep tot lagere eisen voor academische ontwikkelaars om de finish te halen, breken wij een lans om de nieuw opgedane kennis en realiteitszin te benutten om, in plaats van tegen elkaar, in verbeterde samenwerking vindingen van lab naar patiënt te brengen. Het NKI heeft geweldig onderzoek, en met deze kennis kan het instituut vindingen een nog betere start geven voor doorontwikkeling, waardoor bedrijven het stokje meer voortvarend over kunnen nemen en om vindingen zo snel en efficiënt mogelijk door EMA-registratie en de daaropvolgende vergoedingsprocedures heen te loodsen. En dat zou alleen maar winst zijn, voor het biotech ecosysteem – al die patiënten die nog wachten op een bewezen veilige en effectieve behandeling voorop.

← #nieuws

In gesprek met plant-based: andere start, zelfde missie

,

Begin deze maand mocht hollandbio’s Dora op uitnodiging van het Plant Based Netwerk West-Brabant een inkijkje geven in de dynamiek en kansen van het Nederlandse biotech-ecosysteem. En eerlijk is eerlijk, wat is het fijn om een middag door te brengen met ondernemers die net als in de biotech bezig zijn met de vraag: hoe krijgen we het voor elkaar? Want een goed idee is mooi, maar een uitstekende uitvoering is beter. En laat dat nou precies zijn waar ondernemers in uitblinken. Beginnen, proberen, aanpassen en vooral: blijven gaan.

Hoewel hollandbio normaal gesproken bij de biotech-leest blijft, voelde de verbinding met het plant-based netwerk heel logisch. We werken meestal vanuit verschillende technologieën, maar aan dezelfde transitie: slimmer, duurzamer en anders produceren, met alternatieven voor de grondstoffen en productiemethoden van vandaag.

Juist daarin versterken onze netwerken elkaar. Neem DKG De Keukenfabriek, die inzet op biobased keukens. Misschien zit daar vandaag nog weinig biotech in, maar zo’n ondernemer helpt wél de weg vrij te maken voor verandering: anders omgaan met grondstoffen, investeren in nieuwe productiemethoden en klanten laten ervaren dat een alternatief ook gewoon beter kan zijn.

En zo werkt acceptatie vaak. Eerst in kleine stapjes, totdat het ineens hard gaat. Misschien ligt er vandaag nog geen kaas zonder koe in iedere keuken en bakken we nog niet overal koekjes zonder palmolie. Maar als die alternatieven straks wél de norm worden, wordt de biotechrevolutie ineens heel tastbaar. En het liefst ook proefbaar.

In West-Brabant zit in ieder geval volop energie om die beweging te versnellen en ervoor te zorgen dat vernieuwers als The Protein Brewery en Revyve juist op hun thuisgrond kunnen doorgroeien. Heel veel dank aan de organisatie voor de uitnodiging en aan de DKG Groep voor de gastvrijheid. En vooral: complimenten aan alle ondernemers die niet alleen praten over verandering, maar haar elke dag proberen te realiseren.

Onze werelden liggen dichter bij elkaar dan je op het eerste gezicht misschien denkt. En juist op dat snijvlak valt nog veel samen te winnen.

← #nieuws

Denk mee over de verdere uitwerking van de EHDS

Met de komst van de European Health Data Space (EHDS) werkt Europa aan een verbeterde toegang van gezondheidsgegevens, mede voor wetenschap en innovatie. Om dit zo goed mogelijk vorm te geven nodigt de Europese Commissie onderzoekers, innovators, publieke organisaties en andere betrokkenen uit om mee te denken over de uitvoering. Dat kan nu op drie manieren: via een openbare consultatie over onder andere de documenten voor aanvragen, het EHDS Stakeholder Forum en de EHDS Stakeholders’ Community.

Geef je mening over drie Europese modeldocumenten

Binnen EHDS2 worden straks in heel Europa dezelfde modeldocumenten gebruikt. Zo moeten procedures duidelijker, voorspelbaarder en makkelijker worden. De Europese Commissie hoort graag wat jij vindt van drie conceptmodellen:

1. Aanvragen voor toegang tot gezondheidsgegevens, voor toegang tot geanonimiseerde of gepseudonimiseerde gegevens in een beveiligde verwerkingsomgeving.

2. Vergunningen voor gezondheidsgegevens, waarin staat welke toegang en verwerking zijn toegestaan en onder welke voorwaarden.

3. Aanvragen voor gezondheidsgegevensresultaten, voor het verkrijgen van geanonimiseerde statistische resultaten zonder toegang tot de onderliggende gegevens.

Zijn de modellen duidelijk en makkelijk in te vullen en te beoordelen? Zijn ze proportioneel en voorkomen ze dubbel werk? Deel je praktijkervaring uiterlijk 13 november 2026 om middernacht (Brusselse tijd) via de openbare consultatie.

Praat mee in het EHDS Stakeholder Forum

Wil je structureel meepraten? Solliciteer dan met jouw organisatie voor het EHDS Stakeholder Forum. Dit adviesorgaan brengt een representatieve groep van circa 80 stakeholders rechtstreeks in contact met de EHDS Board. Aanmelden kan tot en met 10 december 2026.

Deel kennis in de EHDS Stakeholders’ Community

Je kunt ook aansluiten bij de EHDS Stakeholders’ Community. Dit platform is bedoeld om kennis en ervaringen te delen en feedback te geven. Iedereen die bij de EHDS betrokken is, kan meedoen.

Nieuwsgierig geworden? Over het Forum en de Community lees je meer in het nieuwsbericht van de Europese Commissie.

← #nieuws

Regie nodig tijdens transitie naar proefdiervrije innovaties

Deze week debatteert de Tweede Kamer over dierproeven. Hollandbio heeft de fracties vooraf op het hart gedrukt dat de transitie naar proefdiervrije innovaties regie nodig heeft. Als partner van het Transitieprogramma Proefdiervrije Innovaties (TPI) en in lijn met het Ncad-transitieadvies Van Niche naar Norm, vragen we de Kamer het kabinet aan te sporen tot één interdepartementale visie, met één onafhankelijke regisseur.

Nederland loopt voorop met innovaties zoals organoïden en organs-on-a-chip. De techniek is van eigen bodem en ons land heeft het innovatiepotentieel al in huis. Nu moeten deze oplossingen hun weg naar de praktijk vinden.

Waarom innovatieve oplossingen nog te vaak goede ideeën blijven

Dat gaat nu nog moeizaam. Want hoewel nieuwe ziektemodellen op specifieke vraagstukken prima een antwoord kunnen geven, is nog onduidelijk wanneer en hoe zij een dierproef of klinische trial kunnen vervangen, en wat nodig is om een model daarvoor te valideren en te kwalificeren. Ontwikkelaars lopen vooral vast in de latere fases, wanneer hun product richting implementatie beweegt, mede doordat financiering en prikkels voor doorontwikkeling en commercialisatie daar onvoldoende aansluiten.

Naast regelgeving spelen er uitdagingen in de praktijk. Een gebrek aan kennis, procedures en infrastructuur staan het opschalen van testen regelmatig in de weg. Daar komt bij dat we in plaats van het doorontwikkelen en breed implementeren van bestaande testen, tegelijkertijd ook met elkaar de ontwikkeling van nieuwere, nog betere ziektemodellen stimuleren. Als we dan toch nieuwe modellen willen blijven ontwikkelen, is het wel zaak dat die ook de praktijk bereiken. Juist over de implementatie en de wijze waarop we dat organiseren moeten we wat hollandbio betreft broodnodig met elkaar in gesprek. Via de Europese samenwerking op nieuwe benaderingen (ERA NAM), mede opgezet dankzij Nederlandse inspanningen, liggen hier mooie kansen om daar als één Europa gezamenlijk in op te trekken.

Regie vanuit één overkoepelende visie

Niet alleen op Europees niveau is er behoefte aan harmonisatie. Ook binnen Nederland hebben we baat bij één interdepartementale visie, ziet hollandbio. Daarom vragen we om regie. Er zijn veel actoren met elk een eigen rol, van overheid en wetenschap tot bedrijfsleven, financiers, proefdierfaciliteiten, Ombion en het TPI-partnerprogramma. Eén visie en één regisseur met doorzettingsmacht en middelen, brengt de acties van ministeries en veld op één lijn. Daarnaast vragen we aandacht voor financiering die past bij validatie en implementatie, en voor regelgeving waarin gevalideerde ziektemodellen worden opgenomen in internationale richtlijnen. Zo zorgen we ervoor dat innovatieve oplossingen dierproeven werkelijk stuk voor stuk gaan vervangen.

← #nieuws

Van wetenschap naar biotechbedrijf: daar valt nog een wereld te winnen

Nederland barst van de wetenschap, maar we weten die kennis niet goed om te zetten in nieuwe bedrijven, liet hollandbio al eerder zien in Lost in Translation. Het nieuwe Dutch Spin-off Report 2026 van Techleap voegt daar een datalaag aan toe. En de boodschap is dubbel: academische spin-offs blijken kansrijk, maar de Nederlandse wetenschap laat nog veel ondernemend potentieel liggen. Sinds 2015 groeide het aantal onderzoekers met 28%, terwijl de spin-offproductie niet meegroeide.

Voor biotech verdient de vergelijking wel wat nuance. Techleap beoordeelt spin-offs onder meer op volume × kwaliteit × snelheid, waarbij het ophalen van €1 miljoen privaat kapitaal een belangrijke mijlpaal is. Dat levert een krachtige benchmark op, maar biotech laat zich niet één-op-één vergelijken met andere startups. Lange ontwikkeltrajecten, hoge kapitaalbehoeftes en veel kapitaal vóórdat er überhaupt een product op de markt staat, horen bij het spel.

Het echte alarmsignaal zit daarom misschien wel eerder in de pijplijn. Het aantal spin-offs uit de health sciences is sinds 2015 met maar liefst 58% gedaald, terwijl de natural sciences hun output juist verdrievoudigden. Breder gezien produceren technische universiteiten bovendien per onderzoeker 3,4 keer zoveel spin-offs als algemene universiteiten en UMC’s.

En dat terwijl spin-offs juist laten zien wat er te winnen valt. Van de Nederlandse biotechstartups is bijna één op de twee een spin-off. Over de volle breedte bereiken spin-offs bovendien vaker financieringsmijlpalen dan startups zonder academische oorsprong: 18% haalt minimaal €1 miljoen op tegenover 9% van andere Nederlandse startups.

De grote verdienste van het rapport is daarmee misschien niet een perfecte benchmark. De onderliggende data kennen beperkingen en Techleap positioneert de monitor zelf als een systeem dat verder wordt uitgebouwd. De winst zit vooral in het meetbaar maken van volume, kwaliteit én snelheid, zodat we gerichter kunnen leren waar kennis wél en niet de stap naar ondernemerschap maakt.

Want aan goede wetenschap en grote maatschappelijke uitdagingen geen gebrek. Nu moeten we zorgen dat meer van die kennis de weg naar de markt vindt. Versterk daarom het ecosysteem van kennisinstellingen, ondernemers, investeerders en gespecialiseerde aanjagers zoals Techleap, Biotech Booster en Oncode. Niet nóg een keer het wiel uitvinden, maar behouden wat werkt, verbeteren wat stokt en vooral: meer ijzersterke wetenschap omzetten in biotechbedrijven die impact maken.

← #nieuws

3% R&D: veel beweging, maar is het genoeg?

Vorig jaar lanceerde het kabinet het 3%-R&D-actieplan. Want met zo’n 2,4% van het bbp aan R&D (en een afvlakkende trend voor de komende jaren) zit Nederland nog een flink eind van de gewenste 3%-norm. Die laatste procentpunten vragen niet om een status quo, maar om fors méér publieke én private R&D-investeringen van in totaal zo’n 12 miljard euro. Inmiddels informeert EZK-minister Herbert de Tweede Kamer over de eerste grote voortgangsupdate, met daarin veel beweging: er komt geld voor spin-offs, toegang tot onderzoeksfaciliteiten staat op de agenda, Invest-NL werkt aan een fonds met institutionele investeerders, er komt meer Europese cofinanciering en het innovatie-instrumentarium gaat op de schop. Uiteindelijk telt voor hollandbio maar één ding: maken deze maatregelen het voor innovatieve bedrijven makkelijker om hier te starten, experimenteren, financieren en door te groeien? Zodat we niet ieder jaar een actieplan nodig hebben om dichter bij de 3% te komen, maar die 3% daadwerkelijk de norm wordt.

Vooral op financiering worden stappen gezet. Hollandbio vroeg eerder aandacht voor het tekort aan grote, risicovolle investeringstickets boven €50 miljoen voor R&D-intensieve scale-ups. Nu werkt Invest-NL aan een fonds-in-fonds waarin pensioenfondsen en andere institutionele beleggers kunnen investeren. De eerste due-diligencetrajecten zijn gestart. Een welkome stap om veel meer Nederlands kapitaal richting snelle groeiers te krijgen. De IPCEI voor Biotech staat helaas nog niet op de Rijksbegroting, ondanks de grote interesse vanuit het bedrijfsleven. De vraag is of hier nog middelen voor gaan komen, iets waar hollandbio zich voor in blijft zetten. Daarnaast passen de ontwikkelingen rond NADI, NII en het Groeifonds gelukkig wel in de bredere beweging om innovatieve bedrijven van meer en beter passend kapitaal te voorzien.

Vlot van start met kennis voor innovatie

Ook rond valorisatie komt er meer aandacht voor ondernemerschap, maar snelheid blijft wat ons betreft het sleutelwoord. De standaard deal terms krijgen gezelschap van express terms, en er komt een nieuwe financieringsregeling voor academische spin-offs. Structurele verbetering betekent dat ondernemer en kennisinstelling snel tot redelijke, financierbare voorwaarden komen. Niet eindeloos polderen, maar wat hollandbio betreft vanuit een gemeenschappelijk doel binnen een maand een voorstel volgens ondernemersvriendelijke deal terms. Verder laat de overheid een verkenning uitvoeren naar een nationale TTO. Hollandbio hoopt dat de overheid daarbij lering trekt uit een nationaal model voor valorisatie van biotech kennis zoals Biotech Booster dat al is. Laten we vooral versterken wat al werkt, in plaats van nieuwe structuren naast bestaande structuren te bouwen

Ruimte voor opschaling op komst?

Het kabinet erkent inmiddels dat hoge gebruikerskosten voor testfaciliteiten een barrière vormen en laat TNO onderzoeken hoe start- en scale-ups beter toegang kunnen krijgen tot bestaande onderzoeks- en testfaciliteiten. Dat past bij hollandbio’s eerdere pleidooi voor vouchers waarbij onze aanvulling blijft: leg de keuze waar mogelijk bij de ondernemer. Een biotechbedrijf weet zelf het beste welke faciliteit nodig is om bijvoorbeeld een klinische of food-grade standaard te halen. Voorkom dat publieke middelen vooral terechtkomen bij faciliteiten omdat ze toevallig al in het systeem zitten. Geld voor experimenteerruimte is pas echt effectief als het een innovatie daadwerkelijk een stap dichter bij de gebruiker brengt.

Van beweging naar resultaat

Allemaal stappen vooruit dus. Toch staat de 3%-teller nog lang niet op groen. Zonder aanvullend beleid koerst Nederland juist verder weg van het doel: de nieuwe analyse voorziet dat de maatregelen de daling wel kunnen afremmen, maar niet keren. De echte lakmoesproef is daarom niet hoeveel fondsen, regelingen en loketten Nederland optuigt, maar of (biotech) bedrijven daadwerkelijk sneller van kennis naar bedrijf, van lab naar pilot en van startup naar scale-up komen. Het 3%-actieplan zorgt voor beweging in de juiste richting, nu het tempo omhoog en dan kunnen ondernemers en bedrijven echt vooruit.

← #nieuws

Volkskrant-artikel over medicinale cannabis: “Wat je nu vernielt, krijg je niet meer terug”

De Volkskrant besteedde deze week uitgebreid aandacht aan de dreigende tekorten van medicinale cannabis en de situatie rondom Bedrocan, dat in surseance van betaling zit terwijl het al decennialang wereldwijd koploper is op dit gebied. Het stuk laat goed zien waar het om gaat: patiënten die afhankelijk zijn van een specifieke variëteit, een overheid die zonder alternatief het contract opzegt en nu noodgedwongen in het buitenland moet aankloppen om zelfgecreëerde tekorten te voorkomen. Een regulier geneesmiddeltekort is dit allerminst, en WUR-hoogleraar voeding en farmacologie Renger Witkamp, tevens voorzitter van kenniscentrum Instituut Medicinale Cannabis, maakt pijnlijk duidelijk wat voor verstrekkende gevolgen een noodgedwongen wissel als gevolg van dit beleidsprobleem kan hebben: “Door welke stof en welk verschil het precies komt weten we niet, maar sommige kinderen krijgen na een wissel simpelweg meer aanvallen.”

Dit is geen gewoon geneesmiddelentekort. Patiënten kunnen niet zomaar wisselen, en de oplossing die VWS voor ogen heeft – import van een buitenlands eindproduct – zal naar verwachting duurder uitvallen. Omdat medicinale cannabis niet vergoed wordt, komen die hogere kosten rechtstreeks bij de patiënt terecht. Wie het zich niet kan veroorloven, of wiens vertrouwde variëteit straks niet meer beschikbaar is, dreigt zijn toevlucht te nemen tot de coffeeshop, waar alleen ongecontroleerd aanbod voorhanden is.

Hollandbio vraagt al langer aandacht voor de situatie en bracht het onderwerp in via een brief aan de VWS-commissie van de Tweede Kamer, die je hier kunt lezen. De politiek heeft intussen een schriftelijke vragenronde ingelast en wacht net als wij op de beantwoording door VWS-minister Hermans. Dezelfde minister die wel opiumontheffingen verleent voor het wietexperiment, zal in november in de Kamer moeten uitleggen hoe zij voorkomt dat patiënten richting de coffeeshop worden gedreven. Wat hollandbio betreft biedt een aanpassing van de beleidsregel de oplossing op de korte termijn: geef binnenlandse productie weer ruimte, zonder te hoeven wachten op een telkens uitgestelde wetswijziging die intussen onherstelbare schade dreigt aan te richten, aan een sector én aan de patiënten die er al jaren op vertrouwen. In de woorden van Witkamp: “Wat je nu vernielt, krijg je niet meer terug.”

← #nieuws

Biotech heeft knappe koppen én handige handen nodig

Goed nieuws voor biotech: life sciences & biotechnologie is één van de vier prioritaire domeinen in de nieuwe Talentstrategie van het kabinet. En misschien nog wel belangrijker: de blik op talent is gelukkig breed. De verschillende onderwijskoepels doen een voorstel waarin het niet alleen gaat om méér mensen opleiden, maar ook om talent aantrekken en behouden, om- en bijscholen én opleidingen sneller laten aansluiten op de kennis en vaardigheden van morgen. Hollandbio las tevreden mee.

Een groeiende biotechsector draait niet alleen op PhD’ers. Onderzoekers, procesoperators, dataspecialisten, regulatory experts, klinische projectmanagers en productiemedewerkers zijn allemaal nodig om innovaties van lab naar markt te brengen. En wíé je wanneer nodig hebt, verandert voortdurend met de ontwikkelfase van een bedrijf. Theoretisch of praktisch, mbo, hbo of wo, wetenschappelijk of toegepast: we have a job that needs to get done.

Daarom moet talentbeleid niet te veel vastzitten aan diploma’s, functietitels of vooraf uitgestippelde loopbaanpaden. Dezelfde expertise kan onder allerlei functietitels schuilgaan en een groot deel van de benodigde vaardigheden in biotech wordt juist op de werkvloer opgebouwd. Ervaring met kwaliteitsdenken, procedures of gereguleerde omgevingen kan bovendien ook uit andere sectoren komen. Kijk dus vooral naar wat iemand kan én kan leren, en naar het werk dat gedaan moet worden.

Leven lang toegang tot de arbeidsmarkt

En dat leren stopt niet bij het behalen van een diploma. Technologie ontwikkelt razendsnel en met de vlucht die bijvoorbeeld AI neemt, zullen vaardigheden blijven veranderen. Daarom juichen we toe dat de onderwijskoepels opleidingen makkelijker willen kunnen aanpassen aan toekomstgerichte kennis en vaardigheden en stevig inzetten op om- en bijscholing. Voor biotech is dat minstens zo belangrijk als nieuwe instroom. Maak een leven lang ontwikkelen daarom ook daadwerkelijk toegankelijk: flexibel, praktijkgericht en met lage drempels voor werknemer én werkgever.

Hetzelfde geldt voor het aantrekken en behouden van talent. Nederland kan veel zelf opleiden en de Europese arbeidsmarkt biedt bedrijven toegang tot talent, maar dat is niet altijd voldoende. Zeker voor specifieke expertise of pieken in de vraag kan internationaal talent van buiten Europa een waardevolle aanvulling zijn. Een toekomstbestendige talentstrategie moet dus niet alleen gaan over opleiden, maar ook over zorgen dat bedrijven op het juiste moment toegang hebben tot de juiste mensen.

Talentbeleid dat werkt

Ook de oproep van de onderwijskoepels om barrières in wet- en regelgeving weg te nemen klinkt hollandbio als muziek in de oren. Volgens de koepels is dat onder meer nodig om regionale samenwerking makkelijker te maken en het onderwijs flexibel te houden. Ze willen bovendien structureel met betrokken partijen om tafel over de talentopgave. Terecht, want talentbeleid werkt niet als curricula, regels en publiek-private samenwerking langzamer bewegen dan de technologie en bedrijven waarvoor we dat talent zo hard nodig hebben.

De richting klopt dus. Biotech staat terecht op het prioriteitenlijstje. Nu moet die prioriteit worden vertaald naar voldoende mensen op de labvloer én in de fabriek, opleidingen die kunnen meebewegen, ruimte om te leren op de werkvloer en toegang tot talent van binnen én buiten Nederland. En vooral: beleid dat meebeweegt met de verschillende behoeften van start-ups, scale-ups en grotere biotechbedrijven, in plaats van de sector in één mal te persen.

Plukken we na de jaarwisseling de vruchten?

De voorstellen van de onderwijskoepels vormen het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van de Talentstrategie; rond de jaarwisseling volgt de volgende stap richting de Tweede Kamer. De zaadjes zijn daarmee geplant. Of we straks ook de vruchten kunnen plukken, hangt af van de ruimte, inzet en het lef bij de uitwerking. Maar voor nu staan de neuzen alvast behoorlijk dezelfde kant op.