← #nieuws

Tweede Kamer: passende regels nodig voor microbiële culturen

,

Mooi nieuws uit de Tweede Kamer: een motie waarin Kamerlid Wim Meulenkamp (VVD) het kabinet verzoekt zich in de Europese Unie in te zetten voor passende regels voor microbiële culturen, kreeg een grote meerderheid. De discussie over de regulering van deze belangrijke biologische alleskunners, ingezet voor smaak, conservering, textuur en meer, sleept zich al zeker twintig jaar voort in Europa, met grote onduidelijkheid en onzekerheid tot gevolg voor ontwikkelaars, voedselverwerkers en supermarkten. Extra inzet is dus hard nodig.

De term microbiële cultuur doet waarschijnlijk niet direct een belletje rinkelen (zuurdesem fans daargelaten). Toch zijn ze zo veelgebruikt en gangbaar dat je ze, misschien wel dagelijks, op je bord hebt liggen. Sinds mensenheugenis benutten we immers al fermentatie door bacteriën om levensmiddelen smakelijker, langer houdbaar of veiliger te maken: denk aan brood, kaas, yoghurt en zuurkool. Niets nieuws onder de zon dus – al kunnen we dankzij continue innovatie microbiële culturen voor steeds meer producten inzetten, bijvoorbeeld in filet americain en de oer-Hollandse haring. Goed nieuws voor onze smaakpapillen, voedselveiligheid, en een belangrijke troef in de strijd tegen voedselverspilling.

Dat lijkt een win-win situatie, nietwaar? Toch dreigen innovatieve koplopers tegen een torenhoge muur van wet- en regelgeving aan te lopen, die vernieuwing en het benutten van deze biologische alleskunners blokkeert. Dat komt doordat ambtelijke juristen en technocraten, helaas ook op voordracht van de Nederlandse overheid, zich al jarenlang het hoofd breken over de vraag of microbiële culturen in een voedingsmiddel een ingrediënt zijn, die vallen onder voedselveiligheidsregels van de Algemene Levensmiddelenverordening, of dat ze onder de Additievenregelgeving vallen, een toelatingsroute ontwikkeld om de veiligheid van toevoegingen aan voedingsmiddelen te borgen (de welbekende E-nummers).

Hoe theoretisch dat vraagstuk ook klinkt, het antwoord heeft verstrekkende gevolgen voor het benutten van de mogelijkheden van microbiële culturen. Waar culturen al decennialang en naar tevredenheid gezien worden als ingrediënten, en dus vallen onder de algemene regels voor voedsel en voedselveiligheid, dreigen nieuwe toepassingen vanwege hun technische functie (conservering, textuur, antimicrobiële werking) gezien te worden als additief. Nou is het probleem dat die route, de additievenregeling, nooit bedacht is met bacteriën, of een mix van bacteriën, in het achterhoofd, maar voor chemische toevoegingen met vaak een enkele functie. Daardoor sluit deze totaal niet aan bij de levende organismen, en vormt het een zeer vertragend, kostbaar en onzeker blok aan het been van de biotech bedrijven die de culturen ontwikkelen, voor voedselverwerkers en supermarkten. Overigens zonder toegevoegde waarde voor de voedselveiligheid, die immers ook geborgd is binnen de Algemene Levensmiddelenverordening.

Zolang de Europese discussie voortduurt, kiest Nederland – alle biotech ambities ten spijt – voor een actief handhavingsbeleid. Dat houdt grofweg in dat wanneer de NVWA in de supermarkt een haring, of een bakje filet americain aantreft met een microbiële cultuur zonder E-nummer, het de schappen uit en hup de prullenbak in moet. Krom genoeg mag de korter houdbare, en voor schadelijke infecties gevoelige evenknie gewoon blijven liggen.

Het is een typisch biotech probleem: de overheid trapt tegelijkertijd op het gaspedaal en de rem, en maakt geen enkele haast om de resulterende stilstand te doorbereken. De inzet van Nederland, zoals recent nog toegelicht door minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) na vragen uit de Tweede Kamer, bood helaas wéér geen soelaas. Hoewel wij de motie van Kamerlid Meulenkamp liever nóg explicieter hadden gezien, zet deze Nederland toch hopelijk op een beter spoor in haar inzet in Europa.

Hollandbio blijft hoe dan ook ijveren om de volle potentie van onze microbiële helden te kunnen benutten, als onmisbaar ingrediënt van onze innovatiekracht, economie en prangende maatschappelijke uitdagingen in voedselvoorziening en meer.