Overdag stagiair, ’s avonds biotechondernemer
In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je koers als de risico’s groot zijn, de financiering onzeker is en de ontwikkeling jaren duurt? We spraken Diederik Mud, co-founder van Bionomic, over de overstap van een studieproject in diagnostiek naar een eigen bedrijf in ziektebehandeling bij planten, de moeizame realiteit van lange toelatingsroutes en de charme van avondmaaltijden op kantoor tijdens het bouwen van een start-up.
Diederik is één van de oprichters van Bionomic, een bedrijf dat werkt aan biopesticiden. Het zaadje werd geplant tijdens zijn tijd aan de Hogeschool Leiden, waar hij samen met medeoprichter Stan Aanhane een project deed waarin ze een diagnostische tool ontwikkelden voor fusariumschimmels bij tulpenbollen.
Hoewel het studieproject zich richtte op diagnostiek, bleek al snel dat de echte urgentie voor de agrarische sector ergens anders lag. “Het grotere probleem is dat de chemische middelen binnen de sector afgebouwd moeten worden, maar tegelijkertijd blijft het aanbod van biologische alternatieven nog te beperkt.” Dat inzicht leidde tot Bionomic: een bedrijf dat op biologische wijze gewassen wil beschermen tegen hardnekkige schimmels.
Na zijn tijd aan de Hogeschool Leiden deed Diederik nog een masteropleiding Life Sciences & Business Studies in Leiden en liep hij overdag stage bij Johnson & Johnson. In die periode werkte hij samen met Stan in de avonduren door aan Bionomic. Overdag liepen beide stage en ’s avonds zaten zij op het kantoortje op het LBSP. Het avondeten werd op kantoor opgewarmd. “In de avonduren hebben we de basis gelegd van wat het bedrijf nu is”, vertelt hij. Die ‘houtje-touwtje’-fase gaf hem echt het ondernemerschapsgevoel: bouwen aan iets dat groter kan worden. Inmiddels heeft Bionomic een product waarvan ze in het veld kunnen aantonen dat het doet wat het moet doen, en waarbij ook de eerste tox- en ecotoxstudies zijn uitgevoerd.
Diederik noemt het zelf “best wel gek” om al zo vroeg te starten. “In de basis werd je opgeleid als techneut,” zegt hij, “dus het was een stap om qua mindset echt vanuit het onderzoekende naar het ondernemende te gaan.”
Op de vraag of het een voordeel of een nadeel is als je nog weinig ‘ondernemersbagage’ hebt, antwoordt hij: “Ik denk wel allebei. Onervarenheid zorgt ervoor dat je soms keuzes maakt die je met de kennis van nu misschien anders zou maken, maar juist daardoor ook stappen zet. Zo waren we aan het begin niet bekend met de enorme doorlooptijd (tot wel 10 jaar) van toelatingen in Europa. Die realiteit schrikt af, maar ergens vond ik het ook een mooie uitdaging: hoe los je dit soort problemen op?”
Toch zit het Diederik nog dwars. Het toelatingsproces voor gewasbeschermingsmiddelen is in Europa complex en traag en niet goed genoeg
ingericht voor innovatie. “Het hele framework is ingericht op het chemische. Het is lastig om daar met een biologisch middel tussen te komen.”
Dat maakt Europa als ‘launching market’ moeilijk en zorgt ervoor dat Bionomic ook naar andere markten kijkt. Tijdens een innovatiemissie in Brazilië zagen Diederik en Stan dat de goedkeuring voor nieuwe gewasbeschermingstechnieken daar tot wel acht keer zo snel kan gaan als in Nederland.
En daar wringt het, juist omdat de innovatie in Nederland ontstaat. “Het is jammer,” zegt Diederik. “We hebben heel veel contact gehad met verschillende telers en als je ze dan vervolgens moet vertellen dat ze nog 8 tot 10 jaar moeten wachten, dat vind ik gewoon ontzettend jammer.”
Diederik zou graag zien dat de producten van Bionomic snel voor de Nederlandse landbouwsector beschikbaar zijn, maar kijkt ook naar de internationale realiteit. “We lopen een beetje achter de feiten aan in Europa.” Een patroon dat wat hollandbio betreft niet alleen bij gewasbescherming zichtbaar is, maar breder in de biotech speelt, en waar ook Diederik zich over verwondert. “Dat kan toch niet echt de bedoeling zijn? Studies en onderbouwing zijn hartstikke belangrijk, maar het wringt dat vergelijkbare kwaliteit elders sneller kan leiden tot markttoegang.”
