Nederland strijdt voor gelijk speelveld kweekvlees
Nederland zal zich verzetten tegen de bescherming van vleesbenamingen in Europese regelgeving, zo schrijft LVVN-staatssecretaris Silvio Erkens aan de Tweede Kamer. Een verbod op het gebruik van de naam vlees ontmoedigt volgens de staatssecretaris de innovatie op het gebied van kweekvlees, die een trits aan steekhoudende argumenten oplepelt. Maar overtuigen die wel? Door de namenban voor alles anders dan slachtvlees ligt er nu echter een veel fundamentelere vraag op het bord.
EU ontmoedigt voedselinnovatie
Het kabinet is kraakhelder: de EU ontmoedigt voedselinnovatie zoals – maar niet uitsluitend – kweekvlees. Staatssecretaris Erkens vreest dat investeerders minder geïnteresseerd zullen zijn in dergelijke ontwikkelingen, hetgeen haaks staat op het Coalitieakkoord en rapport-Wennink. Ook vreest het kabinet dat de voorgenomen Europese regels leiden tot onnodige regeldruk. Bovendien stelt de bewindsman dat de consument zelf goed in staat is om te beslissen wat hij of zij koopt. Steekhoudende argumenten, die in de Europese discussie evenwel jammerlijk genoeg vooralsnog niet overtuigen. Kennelijk speelt er meer.
Gaat het om het product of de wijze van produceren?
De fundamentele vraag die op ons bord ligt: gaat het om het product, of om hoe we dat produceren? Slachtvlees of kweekvlees, het product is identiek: vlees. Of deze nou door gecultiveerde productiewijze of op een conventionele manier geproduceerd is. Toch doet de manier waarop ertoe in de ogen van de voorstanders, omdat wat je koopt een hele keten helpt financieren. Woordvoerders van slagersbelangen vinden dat het “vakmanschap” wel een onsje meer mag zijn, want dat is volgens hen klaarblijkelijk wat de vleesnamen dienen te beschermen.
Wegstemmen van de gouden standaard
Als we het dan toch hebben over vakmanschap, dat is bij kweekvlees bij uitstek het geval; niet voor niets is de EU-markttoelating onder auspiciën van voedselwaakhond EFSA de strengste ter wereld – de gouden standaard en dus heilige graal voor innovatieve producenten. Hoewel er aan het eind van de rit nog wel een horde te nemen is: lidstaten stemmen over de markttoelating. Politieke motieven kunnen hier dus meespelen, en de ‘misteak’ die de EU thans begaat roept dan ook de nodige vragen op. Zoals: garandeert Nederland dat innovatie van eigen bodem die hier met bloed, zweet en tranen naar de markt wordt gebracht, aan het eind van de rit niet banaal wordt weggestemd door lidstaten met meer traditionele landbouwbelangen dan innovatieve industrie?