Hoe brengen we innovatieve ziektemodellen samen van lab naar praktijk?
Een realistische transitie naar proefdiervrije innovatie is niet van de een op de andere dag geregeld, zo blijkt uit de verslagen van vijf stakeholderbijeenkomsten die het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) organiseerde. Deze sessies dienden als input voor haar nieuwe transitieadvies 2.0, dat later dit jaar verschijnt. Uit de input van de 200 deelnemers spreekt een beeld dat we maar al te zeer herkennen: er heerst veel innovatiekracht, maar er zijn nog ook duidelijke implementatiedrempels voor ziektemodellen – variërend van validatie-eisen en versnipperde regelgeving tot culturele gewoontes en beperkte datadeling. Toch worden mooie stappen vooruitgezet in binnen‑ én buitenland, doordat beleid, praktijk en regulatoire kaders steeds meer ruimte bieden aan mensgericht onderzoek en ontwikkeling.
De Amerikaanse FDA introduceerde vorige week bijvoorbeeld een helder (concept)valideringskader dat innovatieve ziektemodellen nadrukkelijk een plek geeft in regulatoire besluitvorming. Een ziektemodel hoeft daarbij niet volledig gevalideerd te zijn om te worden meegenomen, mits goed onderbouwd en passend binnen de context‑of‑use. Ook presenteerden de Eurogroup for Animals en de RSPCA, in samenwerking met bedrijven, een actieplan dat organisaties helpt om samen ziektemodellen sneller toe te passen. Zo stellen zij voor te sturen op gedeelde KPI’s, te investeren in mensrelevante modellen, ervaringen uit te wisselen over wat wel en niet werkt en vroegtijdig het gesprek aan te gaan met regulators. Met die gecombineerde acties – beleid dat ruimte maakt en gebruikers die leren – bewegen we langzaam maar zeker naar een wereld waarin mensgerichte ziektemodellen waar mogelijk de norm worden.