Europese biotechs blijven vertrekken: nieuwe EIB studie legt pijnpunten bloot
Het is geen nieuws dat Europese bedrijven, en in het specifiek biotechs, vaak vertrekken naar het buitenland. Maar zelden werden de feiten hierover zo scherp blootgelegd als in een recent rapport van de Europese Investeringsbank (EIB), uitgevoerd door EY. Tussen 2008 en 2021 verhuisden bijna 30% van de Europese unicorns (startups met een waarde van boven de $1 miljard) het hoofdkantoor naar het buitenland, meestal naar de Verenigde Staten. De belangrijkste redenen zijn een gunstiger financieringsklimaat, een aantrekkelijke markt om het product als eerste te lanceren en meer groeimogelijkheden. Diezelfde factoren kwamen ook naar voren in onderzoek van hollandbio’s Hanna naar de relocatie van Nederlandse biotechs. Europa werkt hard aan plannen om dit te voorkomen, zoals de EU Biotech Act, het Competitiveness Compass en – dichter bij huis – de aanbevelingen van het Rapport Wennink. Maar als we het tij écht willen keren, is ook actie nodig. En snel ook!
Wat hollandbio betreft is het tijd om tempo te maken en onze mooie plannen om te zetten in concrete actie. Gelukkig laat het EIB‑rapport ook zien dat er volop ruimte is om vooruitgang te boeken. Geïnterviewde bedrijven noemen bijvoorbeeld het moderniseren en harmoniseren van regelgeving, betere toegang tot passende financiering, het oplossen van human capital-knelpunten via soepelere kennismigratieregels en investeren in educatie en ondernemersklimaat als cruciale stappen. Dat bedrijven vertrekken is een symptoom van een achterstand die Europa heeft opgebouwd. Hollandbio maakt zich hard voor de noodzakelijke ommekeer – de cijfers en rapporten zijn duidelijk: er is geen tijd te verliezen.