← All news

Toegankelijkheid van nieuwe behandelingen: kan het beter?

, , ,

Vintura, IQVIA, Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) en HollandBIO deelden afgelopen donderdag inzichten uit drie recente onderzoeken over de toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen in Nederland. Tijdens het interactieve webinar identificeerden we samen met een breed scala aan stakeholders de uitdagingen in de periode na vergoeding. We kijken terug op een geslaagde bijeenkomst, en concluderen voorzichtig dat toegang tot nieuwe geneesmiddelen nog sneller en beter kan. Wel ontbreekt een helder en gedeeld beeld van de onderliggende oorzaken. Voordat we aan de slag kunnen met oplossingen, is eensgezindheid over de uitdagingen en een open discussie met alle betrokkenen essentieel.  

Geneesmiddelen zijn pas van waarde wanneer zij de patiënt ook daadwerkelijk bereiken. De route van lab naar patiënt is hobbelig. Hoewel registratie van een nieuw geneesmiddel soms als finishlijn voor toegang gepresenteerd wordt, is dat niet het geval. Na registratie volgt op nationaal niveau het proces van vergoeding en inkoop. Tenslotte moet een nieuw middel ook worden voorgeschreven door een arts, voordat de patiënt toegang heeft. Drie recente studies onderzochten de toegankelijkheid van nieuwe behandelingen in Nederland.

Vergoeding van add-on geneesmiddelen

Thomas Broekhoff (HollandBIO) legde uit hoe vergoeding voor intramurale geneesmiddelen in Nederland werkt. Hij zoomde in zijn onderzoek in op één van de indicatoren van toegankelijkheid, namelijk de doorlooptijden tussen het moment van registratie en de toekenning van een add-onprestatie. Met een add-on kan een ziekenhuis een geneesmiddel dat meer dan €1.000,- per patiënt per jaar kost, los van de geldende diagnose-behandelcombinatie declareren bij een zorgverzekeraar. Uit het onderzoek komt naar voren dat deze doorlooptijden om verschillende redenen sterk uiteenlopen en niet van tevoren te voorspellen zijn. De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in een infographic, inclusief vijf aanbevelingen om het open instroom proces te verbeteren.

Toegang tot nieuwe add-on geneesmiddelen in de oncologie na vergoeding

Renaud Heine (ESHPM) en Christel Jansen (Vintura) deelden de belangrijkste inzichten uit twee recent gepubliceerde studies. Beiden onderzochten hoe snel patiënten na een positief vergoedingsbesluit ook daadwerkelijk toegang hebben tot verschillende nieuw geregistreerde kankermedicijnen in Europa. Uit het onderzoek van IQVIA en ESHPM blijkt dat vertraagde toegang tot innovatieve kankergeneesmiddelen een gemiste kans kan zijn voor patiënten en een potentieel verlies van levensjaren oplevert. Een vergelijkbare conclusie volgde uit het rapport van Vintura. Nederland heeft in verhouding tot andere Europese landen tamelijk snel toegang tot innovatieve kankergeneesmiddelen na registratie. De uptake van innovatieve kankergeneesmiddelen in de klinische praktijk lijkt in verhouding tot onze buurlanden echter traag te zijn.

Toegankelijkheid add-on geneesmiddelen na vergoeding: kan het beter?

Waarom is de uptake van nieuwe kankergeneesmiddelen in Nederland vertraagd? Op basis van informatie uit de theorie deelden aanwezigen ervaringen uit de praktijk via Mentimeter. Vele uiteenlopende verklaringen passeerden de revue, waaronder neerwaartse budgetdruk op voorschrijvers, langzame opname in richtlijnen en een conservatieve houding van voorschrijvers. Na afloop concluderen we voorzichtig dat toegang tot nieuwe geneesmiddelen nog sneller en beter kan, maar dat we niet precies weten waardoor suboptimale toegang veroorzaakt wordt. Eensgezindheid over het probleem en de onderliggende oorzaken is een eerste cruciale stap op weg naar het realiseren van verbeteringen. Een open discussie met alle betrokkenen is daarbij essentieel. Dit webinar gaf een mooie eerste aanzet tot een onderlinge dialoog, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en een gedeelde feitelijke basis.

← All news

Initiatiefnota pleit voor investeringen in infectiepreventie

Afgelopen week publiceerde Tweede Kamerlid Hayke Veldman (VVD) een initiatiefnota, een voorstel voor beleid, waarin hij pleit voor grotere investeringen in infectiepreventie. De huidige COVID-19 pandemie vormt daarin een ultiem voorbeeld van de gevolgen van een uitbraak voor gezondheid, economie en welzijn. Veldman stelt dat anticiperen op volgende infectieziekten cruciaal is. We moeten tot beleid komen dat diverse onzekerheden wegneemt in de ontwikkeling en beschikbaarheid van vaccins, antibiotica en andere behandelingen. HollandBIO ziet de Initiatiefnota als kans om het Nederlandse infectieziektenbeleid verder te versterken, en doet er het liefste nog een schepje bovenop.

De initiatiefnota stelt verbeteringen voor op vier gebieden: rond onderzoek en ontwikkeling van innovaties als vaccins en antibiotica, de beoordeling van vaccins, de beschikbaarheid van vaccins en de implementatie. De rode draad is dat Nederland, op nationaal en Europees niveau, meer werk moet maken van toekomstscenario’s en een investeringsperspectief op preventieve interventies. HollandBIO sluit zich hier volledig bij aan, en ziet de nota als opmaat naar een toekomstig Deltaplan Infectieziekten waarin naast vaccinaties en antibiotica ook andere cruciale middelen, zoals antivirale middelen en een goede infectieziektediagnostiek, een plek krijgen.

Benieuwd naar de hele Initiatiefnota? Lees dan hier verder.

Lees ook de bijdrage van Annemiek Verkamman aan de campagne Infectieziekten.

← All news

De patiënt aan tafel bij geneesmiddelen-onderzoek

Op dinsdag 15 december 2020 is het zover: de eerste lichting EUPATI NL-studenten studeert af. 16 ervaren patiëntenvertegenwoordigers zijn in deze unieke Nederlandse opleiding opgeleid tot stevige gesprekspartners bij geneesmiddelenonderzoek, -ontwikkeling en -innovatie.

In iets meer dan een jaar doorliepen de studenten 5 online modules over het geneesmiddeltraject: medicijnontdekking en -ontwikkeling, preklinische ontwikkeling, klinische ontwikkeling, registratie en geneesmiddelenbewaking en Health Technology Assessment (HTA) en vergoeding.

Daarnaast waren er trainingsdagen bij relevante en interessante partners in het land om de theorie te leren toepassen en de benodigde vaardigheden te ontwikkelen. Deze trainingsdagen konden door de coronamaatregelen helaas niet allemaal op locatie doorgang vinden, maar de online bijeenkomsten boden een volwaardig alternatief.

Kennis, communicatievaardigheden en lef
Veel studenten vonden de opleiding best pittig, het niveau lag hoog. Maar ze onderschrijven allemaal dat EUPATI NL je relevante kennis, communicatievaardigheden en connecties brengt om je werk als patiëntenvertegenwoordiger nog beter te doen. Een van de studenten, Saskya Angevare, beschrijft dat de opleiding haar ook lef gaf:

“Ik meende dat ik de kennis niet had om mee te praten. Dankzij EUPATI NL is dat verleden tijd. Ik weet nu dat ik het wél kan. Misschien op een ander niveau, maar ik heb het soort kennis waaraan mijn stakeholders behoefte hebben.”

Studente Ellen Kooijmans had vooral veel aan het ‘leren van een nieuwe taal’:

“Kennis, kennis en nog eens kennis: zoveel hiaten zijn nu ingevuld. Daarnaast bouwden we een zeker net zo belangrijk netwerk op met patiëntenvertegenwoordigers en mensen uit ‘het veld’ die we hebben mogen ontmoeten.”

De studenten hadden allemaal hun eigen motivatie en drijfveren om deel te nemen, maar 1 ding hebben zij gemeen: ze hebben zelf, of een van hun naasten heeft, te maken met een chronische aandoening. Daarnaast delen zij de sterke motivatie om vanuit het patiëntenperspectief steviger invloed uit te gaan oefenen op de ontwikkeling en beschikbaarheid van geneesmiddelen!

Achtergrond
De EUPATI NL-opleiding is de eerste opleiding in Nederland die echt werk maakt van het opleiden van patiëntenvertegenwoordigers in het geneesmiddelenveld. De Nederlandse opleiding is afgeleid van de Europese EUPATI Patients’ Academy, maar de opzet en inhoud is vertaald en aangescherpt naar de Nederlandse situatie.

Onder leiding van PGOsupport werkte een enthousiaste groep van vertegenwoordigers van relevante organisaties aan de realisatie van EUPATI NL: EUPATI-fellows, Bijwerkingencentrum Lareb, het Centre for Human Drug Research (CHDR), het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF), Health Holland, Hogeschool Utrecht, Holland BIO, het Ministerie van VWS, Patiëntenfederatie Nederland, de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), ZonMw en Zorginstituut Nederland.

Bron: EUPATI NL (Persbericht)

← All news

Glycostem announces treatment of first patient in pivotal phase I/IIa trial of oNKord® in patients with Acute Myeloid Leukemia

Glycostem Therapeutics B.V., a leading clinical-stage company focused on the development of therapeutic off-the-shelf Natural Killer (NK) cells, today announced that the first patient has been dosed in its pivotal phase I/IIa trial of oNKord® for the treatment of Acute Myeloid Leukemia (AML). The WiNK trial will enroll 33 AML patients at eight clinical sites based in five European countries. oNKord® is the company’s first-generation off-the-shelf allogeneic NK cellular immunotherapy product. Glycostem is furthermore developing a range of second (CAR-NK) and third generation (TCR-NK) NK products in-house.

“We are thrilled about the first patient being dosed in this pivotal trial. This important milestone potentially paves the way for a positive impact on the lives of patients with AML who are at high risk of relapse. The preliminary efficacy data obtained with oNKord® is very promising and we are looking forward to the data from this study, which will allow us to draw conclusions regarding oNKord® safety and tolerability and most importantly its efficacy for treatment of AML patients,” tells Troels Jordansen, CEO at Glycostem.

“We are very excited about being involved in the WiNK trial and to learn what the efficacy of oNKord® will be on eradicating measurable residual disease (MRD) in AML patients,” tells Professor Heuser, Investigator and Head of the central laboratory for MRD assessment at the Hannover Medical School in Germany. “Currently, two thirds of MRD-positive AML patients who are in complete morphologic remission will relapse, and unfortunately, there is no cure for this group of patients if allogeneic stem cell transplantation is not an option. Therefore, the outcome of this trial is literally of vital importance and positive results could have a very significant impact on the prospects of current and future patients we are treating.”

Evaluating safety, tolerability and efficacy                       

WiNK (ClinicalTrials.gov identifier: NCT04632316) is a prospective two-stage, open-label, single arm, multicenter phase I/IIa trial to evaluate the safety and efficacy of oNKord®, an off-the-shelf, ex vivo-cultured allogeneic NK cell preparation, in 33 adults with AML who are in complete morphologic remission with residual measurable disease and with no strong indication for hematopoietic stem cell transplantation.

Stage A of the trial is designed to assess the safety and tolerability of escalating doses of oNKord® in three cohorts of three subjects each. An Independent Data Monitoring Committee (IDMC) will review safety data of all treated subjects in each cohort and make recommendations before moving to the next dose. Stage B of the trial will enroll an additional 24 subjects to evaluate the safety, tolerability and efficacy of oNKord® at the recommended phase II dose, as identified from stage A.

Source: Glycostem (Press release)

← All news

Leidse studie toont dat genomische test MammaPrint bij borstkankerpatiënten van 70 jaar en ouder overbehandeling kan beperken

De genomische borstkankertest MammaPrint blijkt nauwkeurig het risico op terugkeer van borstkanker op afstand (uitzaaiing) bij vrouwen van 70 jaar en ouder te voorspellen. De data uit de FOCUS-studie, geleid door de Leidse chirurgisch oncoloog Dr. Gerrit-Jan Liefers (LUMC), tonen dat MammaPrint zowel de patiënt als de arts een veel beter inzicht geeft in de behandelopties, wat belangrijk kan bijdragen aan een vermindering van de overbehandeling van borstkanker bij vrouwen op leeftijd. In sommige gevallen zou zelfs de hormoonbehandeling overbodig kunnen zijn.

Het betreft gegevens van een groep van 422 oudere vrouwen waarbij tussen 1997 en 2004 borstkanker was vastgesteld, aangeleverd door het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Deze week werden de resultaten bekendgemaakt op een groot Amerikaans borstkankercongres in San Antonio.

De behandeling van oudere borstkankerpatiënten kan uitdagend zijn, aangezien zij vaker zogeheten indolente of inactieve tumoren hebben en een grotere kans lopen op het ontwikkelen van andere aandoeningen die hun gezondheid negatief beïnvloeden dan jongere patiënten. De huidige behandelrichtlijnen voor borstkanker bevelen therapie aan op basis van de gezondheid van de patiënt, de kans op uitzaaiingen, de verwachte winst van therapie en uiteraard de wens van de patiënt.

Klinisch-pathologische factoren zijn onvoldoende voor een echt nauwkeurige bepaling van de prognose. Van de genomische borstkankertest MammaPrint is met prospectieve studies, waaronder de bekende MINDACT Studie, aangetoond dat deze de terugkeer van de tumor bij jongere vrouwen met borstkanker nauwkeurig voorspelt. Voor deze FOCUS-studie werd het 70-genen-profiel bij vrouwen van 70 jaar en ouder met borstkanker geëvalueerd. MammaPrint bleek deze patiënten nauwkeurig te kunnen inschalen op basis van een tienjarige follow-up, zoals eerder aangetoond bij jongere populaties vrouwen.

Verder laten de resultaten zien dat zelfs patiënten met een klinisch hoog risico volgens de gangbare methode, maar die volgens MammaPrint juist een Ultra Lage risicoclassificatie meekregen, in de tien jaar na die diagnose geen terugkerende tumoren ontwikkelden. Dit opent voor artsen en hun patiënten de mogelijkheid tot meerdere behandelingsopties en -overwegingen. Zij kunnen beter geïnformeerde behandelbeslissingen nemen. Een classificatie ‘Ultra Laag’ betekent dat deze oudere vrouwen een uitstekende overleving kunnen hebben zonder eventuele chemotherapie en alleen beperkte of zelfs helemaal geen hormoonbehandeling.

Dr. Gerrit-Jan Liefers, chirurg en hoofd van de afdeling Chirurgische Oncologie van het Leids Universitair Medisch Centrum en de hoofdonderzoeker van de FOCUS-studie vindt dat deze data tonen hoe belangrijk het is om alles te weten te komen over de tumor, vooral wanneer artsen te maken hebben met oudere patiënten die kwetsbaarder zijn en gevoeliger voor de effecten van een zware behandeling. “We zien dat oudere patiënten met een genomisch Laag Risico op terugkeer van de borsttumor het op de lange termijn heel goed doen. Dit geeft ons het vertrouwen hun behandeling te kunnen de-escaleren. Zelfs als ze klinisch als hoog risico zijn ingeschat lijkt het in geselecteerde oudere vrouwen veilig om aanvullende behandeling (hormonale behandeling of bestraling) achterwege te laten. Dit beleid zal echter nog wel moeten worden getoetst in een prospectieve trial. We stellen deze gegevens graag ter beschikking van de borstkankergemeenschap en laten het belang van onderzoek bij alle soorten borstkankerpatiënten zien.”

Voor postmenopauzale vrouwen die worden geïdentificeerd als MammaPrint Ultra Laag Risico, hebben deze resultaten betekenisvolle implicaties voor hun behandeltraject. Ze bevestigen de uitkomsten van eerdere studies als de STO-3 en de IKA tamoxifen cohort trial, die eerder dit jaar werden gepresenteerd tijdens het ESMO congres.

Bron: Agendia (Persbericht)

← All news

Data is het nieuwe goud

, ,

Terugkijktip! Een mooie aflevering van Op1, waar Diederik Gommers de show stal met zijn complimenten aan farma en wetenschappers, zijn nuchtere opmerking over de logistieke uitdaging rondom de aanstaande coronavaccinatie én zelf een wereldprimeur met een gouden randje kwam brengen.

Het begon al mooi, Ton de Boer (CBG-MEB), Agnes Kant (Lareb) en Paul Korte (Janssen) gingen bij Op1 in gesprek over de Nederlandse vaccinatiestrategie. Conclusie: de eerste twee met bloedspoed ontwikkelde coronavaccins worden nu beoordeeld voor markttoelating. Daarmee schijnt er licht aan het eind van de tunnel en kunnen we het op de implementatie écht niet af laten weten, vond ook Diederik. Daar is HollandBIO het helemaal mee eens.

Daarnaast bracht Diederik samen met Paul Elbers (AMC) een prachtige wereldprimeur : de aankondiging dat Nederlandse IC’s op grote schaal data gaan delen om daarmee patiëntenzorg te verbeteren. Zorg op maat komt een stap dichterbij. Met dit initiatief laten Nederlandse intensivisten blijken heil te zien in data, en precies dat lampje is bij ons ook gaan branden: data is het nieuwe goud! 

Door technologische innovaties zijn we in staat om in steeds hogere resolutie meer en betere data te vergaren over gezondheid en ziekte, én om die data te benutten om te bepalen wat de juiste zorginterventie is: niets doen, blijven monitoren, het inzetten van een preventieve interventie of de start van een zo gericht mogelijke behandeling. Het effect van de zorginterventie kan vervolgens weer gemonitord worden. Waar goede behandelingen ontbreken, kan data helpen om nieuwe behandelingen sneller en beter te ontwikkelen.

Bedrijven en organisaties uit de HollandBIO-achterban bulken van de ambitie en potentie om te zorgen dat iedere patiënt de juiste zorg op het juiste moment krijgt. Daarvoor ontwikkelen en gebruiken ze een veelheid aan innovatieve technologieën. Denk aan (whole genome) sequencing, 3D-celkweek, organoïden, organs-on-a-chip, single cell sequencing, imaging en artificial intelligence. Maar de route van lab naar praktijk is niet zonder hordes. HollandBIO bracht de kansen en uitdagingen van slimmer meten in kaart en vatte ze samen in een handige praatplaat. Je vindt deze hier.

“Het delen van IC-data, het klinkt zo logisch, waarom niet eerder?” vroeg Op1-presentator Charles Groenhuijsen terecht. Onder andere omdat we in de geneeskunde best conservatief zijn en systemen slecht op elkaar aansluiten, aldus Gommers. Opnieuw raak. Technologische innovaties alleen zijn niet genoeg, we moeten ze ook kunnen, mogen én willen gebruiken. Werk aan de winkel dus!

Bronnen:

https://www.npostart.nl/diederik-gommers-en-paul-elbers-hebben-een-wereldprimeur-nederlandse-ics-gaan-op-grote-schaal-samenwerken/02-12-2020/POMS_BV_16366726

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/12/02/ics-gaan-data-met-elkaar-delen-a4022408

← All news

HALIX Signs Agreement With AstraZeneca For Commercial Manufacture Of COVID-19 Vaccine

HALIX B.V. signed an agreement with AstraZeneca AB for large-scale commercial drug substance manufacture of AZD1222, the adenovirus vector-based COVID-19 vaccine.

Under the agreement, HALIX will provide commercial manufacturing of drug substance at its state-of-the-art cGMP facility at the Leiden Bio Science Park in the Netherlands. To meet the increased demand, HALIX expands with two additional viral vector production lines.

With this agreement, HALIX continues its key role as one of the original partners in the University of Oxford’s consortium for the manufacture of AZD1222. The vaccine was co-invented by the University of Oxford and its spin-out company Vaccitech.

Alex Huybens, Chief Operations Officer, states, “Building on the solid foundations made with the University of Oxford, it’s our pleasure to expand our manufacturing support of AZD1222 with AstraZeneca. Through the consortium, the partners are bringing their collective expertise and manufacturing capabilities to support vaccine production and combat this evolving crisis.”

HALIX has an established technical and quality track record for the development and GMP manufacture of viral vectors used in immuno-oncology and to vaccinate against infectious diseases, such as HIV, ZIKA, Chikungunya and the Influenza. The 6,700 m2 BSL2 GMP facility, recently approved by the Dutch authorities and located on the Leiden Bio Science Park in the Netherlands, provides both clinical and commercial scale manufacturing capabilities in fully independent, self-contained Grade B and C cleanrooms for virus products.

Source: HALIX (Press release)

← All news

Zorginstituut vraagt input voor Horizonscan geneesmiddelen

,

Vandaag publiceerde het Zorginstituut (ZIN) de nieuwste Horizonscan Geneesmiddelen. Daarnaast start het ZIN vandaag met de voorbereiding van de volgende, halfjaarlijkse update. Het is voor het eerst dat deze uitvraag via een speciaal door ZIN ingericht portaal voor geneesmiddelontwikkelaars verloopt. Organisaties ontvangen van ZIN de accountgegevens waarmee ze informatie kunnen uploaden.

Met deze scan brengt ZIN patiënten, behandelaars, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en overheidsorganen vroegtijdig op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van geneesmiddelen. Verwacht je de aankomende twee jaar geneesmiddelen op de markt te brengen? Of uitbreidingen van bestaande indicaties? Dan zoekt het ZIN jouw bijdrage voor de volgende scan.

Met de nieuwe uitvraag verzamelt ZIN gegevens voor de scan die in juni 2021 live gaat. De deadline voor het aanleveren van input is 17 januari 2021. Producten verschijnen overigens sowieso op de scan, ongeacht of de fabrikant informatie aanlevert. Het Zorginstituut gebruikt hiervoor informatie van “(Horizon)scanners” en werkgroepen van experts. Door zelf informatie aan te leveren, draag je als bedrijf bij aan de volledigheid en accuraatheid van de scan. HollandBIO juicht deze mogelijkheid dan ook toe.

Meer weten of bijdragen?
ZIN licht de uitvraag en werkwijze op zijn eigen website verder toe. Voor vragen of nadere toelichting neem je contact op met het Zorginstituut via horizonscan@zinl.nl. Natuurlijk zijn we bij HollandBIO ook erg benieuwd naar jullie ervaringen met het aangepaste proces en suggesties voor verbeteringen. Leuk als je deze wilt delen met HollandBIO’s Britt.

← All news

Europese Commissie publiceert Pharmaceutical Strategy

,

In het persbericht bij de recent gepubliceerde Europese Pharmaceutical Strategy, steekt de Europese Commissie de loftrompet op de bijdrage van biotech aan gezondheid: of het nu om behandelingen tegen chronische ziektes als diabetes en hepatitis C gaat, vaccins tegen HPV of Ebola, gepersonaliseerde behandelingen tegen kanker en de opkomst van cel- en gentherapieën. Tegelijkertijd wil de Europese Commissie er ook voor zorgen dat nieuwe innovaties blijven komen en ook beschikbaar en betaalbaar zijn in heel Europa. De Pharmaceutical Strategy probeert hier een mouw aan te passen.

Zo is in de strategie onder andere aandacht voor de ontwikkeling van en de toegang tot nieuwe geneesmiddelen voor indicaties waar nu nog geen behandeling voorhanden is of waar de ontwikkeling stokt, zoals bij antibiotica. Verder wil de Europese Commissie breder inzetten op digitale infrastructuren, uitwisseling van data en de inzet van andere technologieën en innovatieve toepassingen die bijdragen aan snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling. Ook is er aandacht voor het competitiever maken van Europese ontwikkelaars, bijvoorbeeld door de inzet op meer financieringsmogelijkheden en regulatoire flexibiliteit. Tenslotte wil de Europese onderzoek ook meer geld voor onderzoek naar zeldzame ziekten, waar nu nog ruimte voor verbetering is, en samenwerking tussen alle betrokken partijen stimuleren. HollandBIO is blij om deze punten, die goed aansluiten bij onze inbreng bij de consultatie eerder dit jaar, terug te zien in de strategie. Onze inbreng is samen met alle ingestuurde reacties terug te vinden op de website van de Europese Commissie.

Het persbericht rond de publicatie lees je hier, de hele Pharmaceutical Strategy is hier te lezen.

← All news

Samenwerken aan passende zorg: ja, graag – op naar de revolutie!

Gepast gebruik én een passende organisatie van de zorg – samen gepaste zorg – zijn hard nodig voor het behoud van betaalbare, kwalitatief hoogstaande en toegankelijke zorg in Nederland. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut (ZIN) presenteren daarom deze week een advies en actieplan in één. Goed voor een efficiëntieslag binnen het bestaande systeem, maar wat HollandBIO betreft draaien we nog teveel om de hete brij heen: passende zorg vraagt geen evolutie, maar revolutie!

Ook HollandBIO ziet al jaren verspilling in de zorg, doordat patiënten niet altijd (gelijk) de juiste behandeling ontvangen. Wat zijn we daarom blij met de aanbeveling van de NZa en ZIN dat de gezondheid en het functioneren van het individu het nieuwe uitgangspunt moet worden. Alleen botst dit pontificaal met onze huidige manier van evidence based denken, waarbij we alleen behandelingen toelaten die gemiddeld genomen in een gestandaardiseerde groep effect laten zien. Hoe gaan we deze patstelling oplossen?

Om verspilling tegen te gaan, gaat ZIN onder meer bewezen niet-effectieve zorg uit het basispakket halen. HollandBIO vraagt zich af hoe dit in de praktijk uitpakt. Want wat gaat ZIN doen als een middel in de ene patiënt niks doet, maar bij een ander wel aanslaat? Blijven we varen op de evidence based aanpak op groepsniveau, of komt er – in lijn met de bovengenoemde ambitie – ruimte voor een meer gepersonaliseerde afweging?

In plaats van de evolutie in het tegengaan van verspilling en het meer op het individu inzetten en vergoeden van behandelingen, heeft HollandBIO meer vertrouwen in de bio(tech)revolutie, zoals eerder beschreven door McKinsey. De aankomende jaren zullen we dankzij technieken als Whole Genome Sequencing steeds beter kunnen voorspellen waarom de ene persoon ziek wordt, en de ander niet. Waarom een bepaald geneesmiddel in de ene persoon wel werkt en in de ander niet. Data is de sleutel tot succes, en het hebben van brede registers op patiëntniveau een randvoorwaarde. Daarom zou Nederland partijen die bijdragen aan het inzamelen, vastleggen en analyseren van deze data met een rode loper moeten onthalen. Juist deze spannende innovaties laat het rapport buiten beschouwing – en dus staat HollandBIO te trappelen om dit perspectief alsnog ter tafel te brengen!

Lees hier het advies en actieplan van NZa en ZIN: https://www.nza.nl/actueel/nieuws/2020/11/30/zorginstituut-en-nza-schetsen-in-advies-randvoorwaarden-passende-zorg