← All news

Prof. dr. Bart-Jan Kullberg nieuwe voorzitter Gezondheidsraad

Prof. dr. Bart-Jan Kullberg wordt per 1 januari 2020 de voorzitter van de Gezondheidsraad. De ministerraad heeft op vrijdag 6 december ingestemd met het voorstel van minister Hugo de Jonge van VWS om Kullberg voor te dragen voor benoeming tot voorzitter van de raad. De benoeming geldt voor een periode van vier jaar.

Prof. dr. Bart-Jan Kullberg nieuwe voorzitter Gezondheidsraad

Bart-Jan Kullberg (1957) is afkomstig van het Radboudumc, waar hij in 2003 werd benoemd tot hoogleraar Interne Geneeskunde en Infectieziekten. Hij is goed bekend met het werk van de Gezondheidsraad. Sinds 2011 was hij als commissielid betrokken bij meerdere adviezen en in 2015 trad hij toe tot de Beraadsgroep Gezondheidszorg.

We spreken met hem over de achtergrond en ervaring die hij meebrengt: “De Gezondheidsraad is een instituut om trots op te zijn en ik vind het eervol dat ik ook op deze plek mag bijdragen aan het vooruitbrengen van de volksgezondheid en gezondheidszorg in Nederland.”

Verbinden van partijen

“Als internist en hoogleraar infectieziekten bij het Radboudumc ben ik – naast het zuiver wetenschappelijke werk en de zorg voor patiënten – altijd gericht geweest op het verbeteren van mijn vakgebied en het vooruitbrengen van het veld. Bijvoorbeeld door het nemen van initiatieven voor goede behandelrichtlijnen gericht op antibioticabeleid, betere behandeling van infecties, en het verminderen van het resistentieprobleem. Om dat te bereiken hebben we als bestuur van de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB) alle beroepsgroepen bij elkaar gebracht en de wetenschappelijke bewijskracht op het gebied van infectiebehandeling en verstandig antibioticagebruik vertaald naar landelijk beleid. Door de jaren heen realiseerden we ons steeds sterker dat het geen zin heeft om alleen richtlijnen te maken en die vervolgens over de schutting te gooien bij de ziekenhuizen. Dat heeft geleid tot mijn initiatief om met de beroepsgroepen, ziekenhuizen, overheid, en inspectie (IGJ) een landelijk Antimicrobial Stewardship programma te ontwikkelen, waardoor nu in alle ziekenhuizen experts aanwezig zijn die dagelijks dokters kunnen bijsturen voor de beste en veiligste antibioticabehandeling. De kracht zit in het samenbrengen en verbinden van de verschillende belangen van alle betrokken groepen. Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe je samen dingen kunt bereiken op de grens van wetenschap en beleid.”

Participatie

“In mijn eerdere functies heb ik de grote waarde gezien van publieks- en patiëntenparticipatie. Dat zijn onderwerpen die mij na aan het hart liggen. In mijn nieuwe rol als voorzitter denk ik graag mee over hoe we dat binnen de Gezondheidsraad naar een hoger plan kunnen tillen. Publiek en patiënten zijn belangrijke groepen om te horen, maar net als commissieleden mogen zij geen belangenconflict hebben. Ook moet de onafhankelijke wetenschappelijke beoordeling door de deskundigen geborgd zijn. De wetenschappelijke kwaliteit en onafhankelijkheid zijn de twee pijlers van het bestaansrecht en gezag van de Gezondheidsraad”.

Proefballonnetje

“Ik heb als commissielid bijgedragen aan drie adviezen van de Gezondheidsraad en ben nu al een aantal jaar lid van de Beraadsgroep Gezondheidszorg. Het laatste advies waar ik als commissielid bij betrokken was is Vaccinatie tegen HPV. Het heeft helaas wat langer geduurd voordat de commissie met de adviesvraag kon starten, maar eenmaal op gang was dit voor mij een voorbeeld van een commissie die efficiënt en constructief heeft gewerkt. Een onderdeel daarvan was een consultatie van patiënten- en publieksvertegenwoordigers. Ik ben altijd erg onder de indruk geweest van de kwaliteit van de secretarissen. Het zijn hoog opgeleide en deskundige professionals die enorm veel werk verzetten en dat op hoog niveau doen. Dat moet ook wel, want het secretariaat vormt een belangrijke pijler voor de kwaliteit van de adviezen.

Ik wil graag bijdragen aan de verdere ontwikkeling van deze mensen: hoe kunnen zij zich blijven ontplooien en professionaliseren? Al dat werk dat zij verzetten verdient het eigenlijk wel om te worden gedeeld met de wetenschappelijke buitenwereld. Niet alleen in de vorm van een advies, maar wellicht ook in een systematische review. Dat is een ‘proefballonnetje’ dat ik graag eens op zou laten.”

De lat ligt hoog

“Begin 2018 verscheen een evaluatierapport van een externe commissie waaruit bleek dat er aanpassingen nodig waren om de werkwijze van de Gezondheidsraad aan te passen aan de eisen van deze tijd. De vruchten van de veranderingen die toen in gang zijn gezet, kunnen nu worden geplukt. Ik zie het als een van mijn belangrijkste taken om bij te dragen aan het versterken van het aanpassingsvermogen en de innovatiekracht. Uiteraard met respect voor de belangrijkste waarden, de wetenschappelijke kwaliteit van de adviezen en de onafhankelijkheid van de raad. Juist op die thema’s – efficiency en wetenschappelijke integriteit – heb ik mij in mijn rol in de beraadsgroep ook al ingezet, lang voordat deze vacature er was. De adviezen van de Gezondheidsraad genieten groot gezag. Het is daarmee vanzelfsprekend dat de lat hoog ligt. De Gezondheidsraad moet zijn wetenschappelijk gezag elke dag opnieuw blijven verdienen.”

Verschillende gezichtspunten

“Een kracht van de Gezondheidsraad is de multidisciplinariteit van de commissies en beraadsgroepen. Die verschillende invalshoeken waarborgen de kwaliteit van de adviezen. Tijdens een bijeenkomst van de beraadsgroep afgelopen zomer, waarin we onze werkwijze onder de loep namen, kwam sterk naar voren hoe nuttig de leden het vinden om met zo’n diverse groep en vanuit verschillende disciplines en gezichtspunten naar een adviesonderwerp te kijken. En dat is ook precies waarom ik mijn lidmaatschap van de beraadsgroep al die jaren zo fantastisch heb ervaren.

Mijn functie als voorzitter van de Gezondheidsraad zal ik in deeltijd vervullen. Daarnaast blijf ik bij het Radboudumc doorgaan met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van infectieziekten en antibiotica en met het opleiden van nieuwe generaties specialisten. Het mooie is dat de vicevoorzitter Marianne Geleijnse en ik beide uit andere hoeken komen. Zij komt meer uit de preventieve hoek en ik heb mijn ervaring uit de curatieve zorg. Samen brengen we kennis en ervaring mee die het brede veld van de raad bestrijkt. De Gezondheidsraad is een instituut om trots op te zijn en ik vind het eervol dat ik ook op deze plek mag bijdragen aan het vooruitbrengen van de volksgezondheid en gezondheidszorg in Nederland.”

Bron: Gezondheidsraad (persbericht)

← All news

Vaccineren Ja!/Nee? – een prikkelende tentoonstelling

,

‘Vaccineren Ja!/Nee?’ is een prikkelende tentoonstelling over veelvoorkomende onderwerpen in het vaccinatiedebat. Samen met de afdeling Viroscience van het Erasmus MC injecteert het Natuurhistorisch Museum Rotterdam iedereen met wetenschappelijk onderbouwde, feitelijke informatie om daarmee een  goed  geïnformeerde  keuze  te maken. Bezoekers kiezen ‘ja – prima’ of ‘nee – liever niet’ en komen elkaar weer tegen bij het groepsimmuniteit-spel dat laat zien waar het bij vaccinatie om draait: de gezondheid van ons allemaal. De tentoonstelling duurt van l december 2019 t/m 7 juni 2020.

Sinds de eerste toepassing van vaccinatie tegen pokken door Edward Jenner  in  1796 zijn er vaccins voor infectieziekten zoals polio, mazelen, difterie, kinkhoest en tetanus ontwikkeld. Na de invoering van het Rijksvaccinatieprogramma in 1957 is het aantal gevaccineerde kinderen in Nederland enorm gegroeid, en zijn vele duizenden ziekte- en sterfgevallen voorkomen. Maar in Europa is in de afgelopen jaren het vertrouwen in inentingen en daarmee ook de vaccinatiegraad gedaald. Er woedt een  verhit  vaccinatiedebat,  waarbij  vaak  vergeten  wordt  dat  iedereen eigenlijk hetzelfde doel voor ogen heeft, ongeacht of je nu wel of niet voor vaccinatie  kiest:  het beste voor je kinderen.

In de tentoonstelling ‘Vaccineren Ja!/Nee?’ gaat Het Natuurhistorisch samen met het Erasmus MC in op veelvoorkomende onderwerpen in het vaccinatiedebat om iedereen met wetenschappelijk onderbouwde informatie  te helpen  de fabels van de feiten  te scheiden  en een goed geïnformeerde keuze te maken. In de tentoonstelling kom je erachter hoe vaccinatie  werkt en welke rol groepsimmuniteit daarin speelt. Een tijdlijn met historische  en hedendaagse  attributen laat zien hoe de ontwikkeling van vaccins een vlucht heeft genomen, en hoe vaccineren er in de toekomst mogelijk uit ziet.

Meer informatie lees je hier: https://www.hetnatuurhistorisch.nl/exposities/agenda-overzicht/vaccineren-janee.html

← All news

Alnylam’s GIVLAARI receives FDA approval

Alnylam has received FDA approval for GIVLAARI (givosiran) for the treatment of adults with acute hepatic porphyria (AHP). AHP is a family of ultra-rare, genetic diseases characterized by debilitating, potentially life-threatening attacks and, for some patients, chronic manifestations that negatively impact daily functioning and quality of life. Long-term complications of AHP can include chronic neuropathic pain, hypertension, chronic kidney disease and liver disease. GIVLAARI was shown to significantly reduce the rate of porphyria attacks that required hospitalizations, urgent healthcare visits or IV hemin administration at home.

 “We believe the approval of GIVLAARI represents a landmark event for the advancement of precision genetic medicines, providing new hope for patients and their caregivers living with the debilitating manifestations of AHP and unpredictable nature of AHP attacks, as well as for the doctors who diagnose and treat these patients. We are grateful to the investigators, patients and families who have helped make this new treatment option a reality for the AHP community. We also commend the FDA for recognizing the immense medical need and granting this approval so quickly,” said John Maraganore, Ph.D., Chief Executive Officer of Alnylam. “GIVLAARI now becomes our second RNAi therapeutic to be approved in the last 16 months, and the world’s first-ever GalNAc-conjugate RNA therapeutic to be approved, representing a watershed moment for a technology uniquely pioneered by Alnylam scientists. We believe today’s news reinforces the promise and potential of RNAi therapeutics as a whole new class of medicines and brings us one important step closer to fulfilling our Alnylam 2020 goals of building a multi-product, global commercial company with a deep clinical pipeline to drive growth and an organic product engine to fuel sustainable innovation.”

The FDA approval of GIVLAARI was received in less than four months after acceptance of the NDA, and was based on positive results from the ENVISION Phase 3 study, a randomized, double-blind, placebo-controlled, multinational study of 94 patients with AHP, at 36 study sites in 18 countries – the largest ever interventional study conducted in AHP. In ENVISION, AHP patients on GIVLAARI experienced 70% (95% CI: 60%, 80%) fewer porphyria attacks compared to placebo. GIVLAARI also resulted in a similar reduction in intravenous hemin use, as well as reductions in urinary aminolevulinic acid (ALA), and urinary porphobilinogen (PBG).

In the pivotal ENVISION study, the most common adverse reactions (reported in at least 20% of patients) with GIVLAARI were nausea (27%) and injection site reactions (25%). Other adverse reactions seen in patients treated with GIVLAARI (occurring over 5% more frequently than placebo) include rash, serum creatinine increase, transaminase elevations and fatigue. As previously reported, one patient in the GIVLAARI clinical development program experienced an anaphylactic reaction which resolved with medical management.

“Adults with AHP now have a new treatment option that has demonstrated the ability to reduce the frequency of porphyria attacks by specifically addressing factors associated with attacks and other disease manifestations of AHP,” said Manisha Balwanii, M.D., M.S, Associate Professor of the Department of Genetics and Genomic Sciences and Department of Medicine at the Icahn School of Medicine at Mount Sinai and principal investigator of the ENVISION study. “With the approval of GIVLAARI, and based on the efficacy data from the ENVISION study, I hope to see my patients and those across the country be able to live more normal lives with fewer porphyria attacks.”

“The FDA approval of GIVLAARI is an important milestone for our community, as we now have a new treatment option for adults living with acute hepatic porphyria,” said Kristen Wheeden, Executive Director, American Porphyria Foundation. “AHP can have a profound impact on the lives of patients and their families. Porphyria attacks are associated with severe, incapacitating pain, often requiring hospitalization for management. In addition, many patients struggle on a daily basis with chronic symptoms related to their disease. The approval of GIVLAARI is exciting for our community.”

Alnylam is committed to helping people access the medicines they are prescribed and will be offering comprehensive support services for people prescribed GIVLAARI through Alnylam Assist®. Visit AlnylamAssist.com for more information or call 1-833-256-2748.

GIVLAARI is expected to be available for shipment to healthcare providers in the U.S. by year-end. HCPs can initiate the process now by visiting www.AlnylamAssist.com and completing and submitting a Start Form.

In August, Alnylam announced a U.S. gastrointestinal (GI) disease education and promotional agreement for GIVLAARI with Ironwood Pharmaceuticals, Inc., a GI healthcare company. Under the agreement, Alnylam will leverage Ironwood’s leading capabilities in GI to help raise awareness of AHP among gastroenterologists and other healthcare practitioners in the U.S. Ironwood will also participate in GIVLAARI promotional efforts, augmenting Alnylam’s broader commercialization activities.

GIVLAARI was reviewed by the FDA under Priority Review and had previously been granted Breakthrough Therapy and Orphan Drug Designations in the U.S. GIVLAARI is currently being reviewed under accelerated assessment by the European Medicines Agency (EMA) for the treatment of patients with AHP, after receiving Priority Medicines (PRIME) Designation and Orphan Drug Designation from the EMA.

Source: Alnylam (press release)

← All news

Novo Nordisk eerste deelnemer Pilot Parallelle Procedures CBG-ZIN

, ,

Novo Nordisk levert de eerste kandidaat aan voor de pilot Parallelle Procedures CBG-ZIN. Het gaat om een aanvraag voor een orale toedieningsvorm van semaglutide, een medicijn bestemd voor patiënten met type 2 diabetes mellitus. In de pilot slaan CBG en ZIN de handen ineen om de tijd van lab naar patiënt te verkorten, door eerder te starten met het nationale vergoedingstraject en dit (deels) parallel te laten lopen met het Europese registratietraject.

HollandBIO is erg enthousiast over de pilot, omdat deze naadloos aansluit bij het HollandBIO programma Sneller & beter van lab naar patiënt. Binnen dit programma werken wij aan oplossingen waarbij gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan. De belangrijkste informatie over de pilot, inclusief de link naar het interesseformulier vind je hier.

Lijkt deelname aan de pilot je ook interessant, maar heb je nog vragen? Sinds vorige week is er een uitgebreid “vraag & antwoord” document online beschikbaar. Staat het antwoord op jouw vraag er niet tussen? Neem dan direct contact op met Kevin Liebrand (CBG) of Pauline Pasman (Zorginstituut) of laat het HollandBIO weten door contact op te nemen met Marit.

HollandBIO wenst zowel Novo Nordisk als het CBG en het ZIN veel succes met deze eerste parallelle registratie- en vergoedingsprocedure. Wij vertrouwen erop dat met de verbeterde werkwijze innovatieve geneesmiddelen significant sneller beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten.

← All news

Stijging uitgaven weesgeneesmiddelen valt vies tegen

, ,

Op 22 november publiceerde het Zorginstituut de Monitor ‘Weesgeneesmiddelen in de praktijk’. De kernboodschap: de uitgaven aan weesgeneesmiddelen stijgen gemiddeld met 9% per jaar. In 2017 werd er 4% meer uitgegeven aan weesgeneesmiddelen dan in 2016. HollandBIO vindt dat groeicijfer ronduit teleurstellend. Er moet echt een tandje bij.

De cijfers uit de Monitor ‘Weesgeneesmiddelen in de praktijk’ zijn klip en klaar: het basispakket bevatte in 2017 49 weesgeneesmiddelen, waarmee in totaal 6.900 patiënten van een behandeling voorzien werden. Hoewel de monitor het aantal indicaties onvermeld laat, is het evident dat er voor het leeuwendeel van de 6.000 zeldzame ziekten nog geen behandeling beschikbaar is. De Horizonscan Geneesmiddelen verwacht de komende jaren gelukkig 57 nieuwe weesgeneesmiddelen of indicatie-uitbreidingen. Het is te hopen dat die de patiënt wat sneller bereiken dan het huidige tempo van zo’n 4 nieuwe weesgeneesmiddelen per jaar. Want als je lijdt aan een zeldzame, vaak progressieve, ziekte, dan is elke dag wachten op een behandeling er één teveel. HollandBIO kijkt dan ook reikhalzend uit naar double-digit groeicijfers volgend jaar!

In aanloop naar de publicatie van de definitieve monitor weesgeneesmiddelen vroeg HollandBIO onder meer aandacht voor gezondheidswinst, snelle toegankelijkheid en een bijbehorend, passend, beoordelingskader voor weesgeneesmiddelen. Onze inbreng en de reactie daarop van het Zorginstituut, is opgenomen in het rapport (pagina 115 en 131).

Lees meer:

← All news

Effectief vaccinbeleid centraal in Europees beleidsmagazine

,

Staatssecretaris Blokhuis is niet de enige die zoveel mogelijk gezondheidswinst met vaccinatie wil verzilveren. Ook elders in Europa houdt vaccinatie de gemoederen bezig.  Het magazine voor Europese instanties en beleidsmakers, “The European Files”,  wijdt daarom een special aan vaccinaties. Effectief beleid, zowel op nationaal als Europees niveau staat hierin centraal. Diverse partijen, waaronder Europese en nationale Ministers, EMA, ECDC, WHO, IMI, EPF, CPME, PGEU en industrie geven een kijkje in eigen keuken, of reflecteren op mogelijke verbeteringen op Europees niveau. Een absolute leestip als het vaccinatiedossier je na aan het hart gaat!

← All news

MSD verdubbelt biotechproductie in Oss

, , ,

MSD, het grootste geneesmiddelenbedrijf in Nederland, verdubbelt de komende jaren haar capaciteit voor biotechproductie in Oss. De uitbreiding is nodig vanwege de wereldwijd groeiende vraag naar behandelingen tegen diverse soorten kanker. Met de vergroting van de capaciteit en de nieuwe faciliteiten kan MSD vanuit Oss geneesmiddelen leveren aan de rest van de wereld.

Nederlands tintje aan wereldwijde kankerbestrijding

Kanker is één van de grootste uitdagingen van onze tijd. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 116.000 mensen kanker (1). Wereldwijd overlijden ongeveer 1 op de 6 mensen aan de ziekte (2). Er zijn verschillende soorten behandelingen voor verschillende vormen van kanker, zoals doelgerichte therapie, chemotherapie en immuuntherapie. MSD richt zich vooral op immuuntherapie. MSD Nederland is – vooral in Oss – nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van immuuntherapie en speelt daar dus nog steeds een belangrijke rol in met biotechnologische productie.

16 miljard dollar

De investeringen in Oss maken deel uit van een meerjarenprogramma waarmee MSD 16 miljard dollar investeert om productiecapaciteit en -faciliteiten over de hele wereld uit te breiden. Binnen Nederland wordt op dit moment op de locaties van MSD in Haarlem, in Oss en in Boxmeer (diergezondheid) volop gebouwd.

Passie en trots

“Met nieuwe high tech faciliteiten en meer productiecapaciteit gaat Nederland een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van kanker. Met deze uitbreiding tonen we onze betrokkenheid bij de behandeling van kanker en dat doen we uiteindelijk voor al die patiënten”, vertelt John Glavas, directeur van MSD Oss Biotech. “Ik ben trots op onze medewerkers die elke dag met passie en trots aan deze behandelingen werken.” De uitbreiding is daarnaast goed voor de BV Nederland. MSD heeft momenteel 6.000 medewerkers in Nederland en is actief op het gebied van ontwikkeling, klinisch onderzoek, productie, verpakking en distributie.

1) KWF Kankerbestrijding https://www.kwf.nl/kanker In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 116.000 mensen kanker.
2) WHO, factsheets, key facts cancer, 12 september 2018 https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/cancer Cancer is the second leading cause of death globally, and is responsible for an estimated 9.6 million deaths in 2018. Globally, about 1 in 6 deaths is due to cancer.

Bron: https://msd.nl/msd-verdubbelt-biotechproductie-in-oss/ 

← All news

Novo Nordisk and UNICEF partner to prevent childhood overweight and obesity

On 20 November 2019, for World Children’s Day, Novo Nordisk and UNICEF announced an ambitious and collaborative multi-million-dollar global partnership to address the global childhood obesity crisis. 

UNICEF is broadening its programmatic focus on the prevention of childhood overweight and obesity in children and adolescents and early life prevention of non-communicable diseases (NCDs). Novo Nordisk is a global healthcare company with an ambition to defeat diabetes and other serious chronic diseases, recognizing prevention as a key building block to help build healthier environments to enable improved health. 

UNICEF and Novo Nordisk aim to combine their expertise, reach and convening power to make a significant contribution to the global agenda to prevent childhood overweight and obesity, reaching more than half a million children in Latin America by 2023. The long-term goal is to support governments and decision makers to act and change public policy on this issue. 

Child overweight has far reaching consequences

This partnership responds to UNICEF’s 2019 State of the World’s Children Report, focusing on children, food and nutrition, which provides a stark warning that childhood overweight and obesity is increasing across all continents. Today, 40 million children under the age of 5 are overweight, while the proportion of children and adolescents aged 5 -19 years old who are overweight has nearly doubled in the past 15 years. 

Children affected by overweight and obesity may face challenges in thriving and reaching their full potential. Being overweight can contribute to stigmatization, poor socialization and emotional difficulties and in some cases reduced educational attainment. The Report of the Commission on Ending Childhood Obesity (WHO 2016) also states that child overweight can lead to a higher risk of developing health problems, including musculoskeletal, orthopedic complications and chronic non-communicable diseases (NCDs). 

A complex issue where early prevention is key

The drivers of the recent increase in overweight are multiple. Changes to the modern food supply appear to be one of the dominant drivers of weight gain. This includes inappropriate marketing and advertising, the abundance of ultra-processed foods in cities but also in remote areas and increasing access to fast food and highly sweetened beverages. Other factors contributing to increasing rates of overweight include; poverty and urbanization, as well as declines in physical activity, active transport and active play time due to insufficient access to safe exercise spaces in cities and increased screen time. 

The most efficient solution is to prevent overweight and obesity from developing at an early age. 

An ambitious partnership building on the respective strengths of both organizations 

The partnership builds on the respective strengths of both organizations. 

Novo Nordisk comes with a significant financial and technical commitment to support UNICEF’s efforts on prevention of childhood overweight and obesity. The company has 95 years of knowledge and experience of working with innovation and leadership on non-communicable diseases, with success in multi-stakeholder platforms and partnership programmes in response to the urgent urban diabetes challenge. Their ‘Changing Obesity’ strategy, with an ambition to reduce global obesity by 25% by 2045 underlines their focus on building healthier environments.

UNICEF is the leading global advocate for children’s rights, including their right to good nutrition and health. 

Preventing through three focus areas

Towards a societal and collaborative approach

Novo Nordisk and UNICEF agree that effective prevention lies in the involvement of the society and multiple stakeholders. 

“With partners like Novo Nordisk, we want to ensure that preventing childhood obesity and overweight becomes a broader societal responsibility, involving governments, civil society, the private sector, communities and families,” said UNICEF Executive Director Henrietta Fore.

“There is no doubt that childhood overweight and obesity is a public health crisis that requires immediate attention. Childhood overweight and obesity is more than an individual choice, this is everybody’s business. Together with UNICEF, we hope to help millions of children lead healthy lives and at the same time ease the burden of obesity to society,” says Novo Nordisk President and CEO Lars Fruergaard Jørgensen.

For more information:

The partnership focuses on prevention, not treatment UNICEF does not endorse any company, brand, service or product.

Source: UNICEF (press release)

← All news

Kansen voor slimmer meten: internationale richtlijn medicijnonderzoek aangepast

, ,

Door betere inzet van in vitro-testen kunnen wereldwijd veel dierproeven worden voorkomen. Dit kondigt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen deze week aan. De reden hiervoor is dat de internationale richtlijn voor het testen van de schadelijkheid van medicijnen tijdens de zwangerschap voor het eerst in 25 jaar wordt aangepast.

Op dit moment moeten geneesmiddelenbedrijven nog in twee verschillende diermodellen (bv. konijn en rat) aantonen dat een medicijn niet schadelijk is voor de foetus. Volgens de nieuwe richtlijn zijn tijdens fase 1 en 2 van het geneesmiddelenontwikkelingstraject straks minder grote studiepopulaties nodig en mag een in vitro-test één van de twee diermodellen vervangen. Dit voorkomt onnodige dierproeven voor medicijnen die in veel gevallen de eindstreep niet halen. Daarnaast zullen in vitro-testen in bepaalde gevallen afdoende zijn, bijvoorbeeld als het gaat om een stof uit een medicijngroep waarvan bekend is dat ze schadelijk zijn tijdens zwangerschap.

Hoewel de aanpassing van de internationale richtlijn een mooie eerste stap is op weg naar snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling, zijn we er nog lang niet. Zo blijft voor fase 3 onderzoek de dubbele dierproef vereist. Waarom? Wat staat er nog in de weg om de transitie naar het proefdiervrij ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen mogelijk te maken? Steeds meer bedrijven in onze achterban ontwikkelen innovatieve technologieën die hier een rol in kunnen spelen, zoals organoids of organs-on-a-chip. HollandBIO inventariseert momenteel de knelpunten op weg naar snellere en betere inzet van dit soort “slimmer meten” technologieën.

Wil je meer weten of over ons “Slimmer meten” project? Neem contact op met HollandBIO’s Marit.

Bronnen:

← All news

Merck benoemt Saraswati Khan als GM voor NL Healthcare Business

Saraswati Khan is met ingang van 1 november benoemd als General Manager Biopharma (Healthcare) voor Merck Nederland. Haar standplaats wordt de Amsterdamse vestiging van de gezondheidsdivisie van het bedrijf (Merck BV).

Saraswati begon haar loopbaan bij Merck in 2009 in India en heeft meer dan 25 jaar ervaring op de gezondheidszorgmarkt. Aanvankelijk was ze werkzaam in sales, daarna vervulde ze een reeks van marketing- en leidinggevende functies. Binnen Merck Healthcare heeft ze met succes als Business Unit Head leiding gegeven aan teams, eerst in India en vervolgens in Brazilië, in alle franchisen (algemene geneeskunde, oncologie, vruchtbaarheid, neurologie en immunologie). Ze heeft een sterke staat van dienst als het gaat om het leveren van succesvolle bedrijfsresultaten. 

“Saraswati laat zien over flexibiliteit en cultureel aanpassingsvermogen in grote, diverse en complexe markten te beschikken. Ze is in staat om capabele en betrokken teams op te bouwen, en weet tegelijkertijd winstgevende groei te waarborgen”, aldus Renée C. Tunold, hoofd van Merck Healthcare in de Scandinavische landen en Nederland.  “In de afgelopen twee jaar heeft ze verschillende projecten en belangrijke bedrijfsprocessen geleid op ons hoofdkantoor in Duitsland. Daarbij heeft ze waardevolle internationale ervaring opgedaan, haar zakelijk inzicht en strategische vaardigheden versterkt en een breed wereldwijd netwerk opgebouwd.  We zijn verheugd dat Saraswati al haar talenten en ervaringen naar Nederland brengt.”

Khan voegde hieraan toe: “Ik ben blij om deze nieuwe uitdaging aan te mogen gaan binnen een van de meest dynamische en strategische markten in Europa.  Onze Nederlandse Healthcare Business staat klaar om in de toekomst nog meer patiënten te helpen en ik ben dankbaar voor de kans om enerzijds mijn ervaringen te delen en anderzijds te leren van mijn nieuwe collega’s in Nederland.”