← All news

Diverse pleidooien voor aanpassing GGO-regels

,

In twee verschillende opiniestukken, in het NRC Handelsblad en het Noordhollands Dagblad, pleiten wetenschappers Jan Schaart en Nico van Straalen deze week voor aanpassing en modernisering van de regels voor genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s). Die oproep klinkt HollandBIO natuurlijk als muziek in de oren, maar als klap op de vuurpijl stelt ook D66 in haar conceptverkiezingsprogramma voor de Nederlandse en Europese regels te moderniseren zodat we beter kunnen inspelen op de mogelijkheden van biotechnologie voor een duurzame landbouw en een betere gezondheid.

Onder de titel ‘Knippen en plakken met gewassen’ pleit Jan Schaart, wetenschapper bij Wageningen University & Research, voor het benutten van de kansen die de moderne vormen van plantenveredeling de samenleving bieden. Deze mogelijkheden gaan, door de onbereikbaarheid van deze instrumenten voor veredelaars, aan Europa voorbij en Schaart wil daar verandering in brengen.

In het opiniestuk ‘Het ene risico is het andere niet’ stelt Nico van Straalen, lid van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM), dat we toe moeten naar een beoordeling voor toepassingen van biotechnologie waarin we de baten en mogelijke risico’s tegen elkaar afwegen. Dit gebeurt nu voor een deel bij de medische toepassingen. Waar bij de medische toepassingen de baten het kwartje de positieve kant op kunnen doen vallen, is dat  voor andere toepassingen uit biotechnologie, zoals veredelde planten, niet mogelijk.

Daar bovenop kwam D66, dat haar conceptverkiezingsprogramma in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 publiceerde. In het programma komt naar voren dat D66 op nationaal niveau meer ruimte wil voor de ontwikkeling van medische ggo-toepassingen zoals cel- en gentherapie en vaccins, en op Europees niveau pleit voor modernisering van de ggo-regels zodat moderne veredelingsmethoden ook eindelijk binnen handbereik komen van Nederlandse en andere Europese veredelingsbedrijven.

Lees hier het pleidooi van Jan Schaart, hier de bijdrage van Nico van Straalen en hier het conceptverkiezingsprogramma van D66.

← All news

Gene Editing for the Climate: Biological Solutions for Curbing Greenhouse Emissions

Recent advances in gene editing offer promising opportunities to mitigate emissions from agriculture and other sectors, and to capture carbon from the atmosphere. A report by the Information Technology & Innovation Foundation (ITIF), an independent US-based think tank, outlines several applications of gene editing that benefit the climate and outlines policy recommendations to stimulate development.

The ITIF report explores solutions made possible by the most modern techniques of biotechnology: gene editing. An esoteric interest of just a handful of molecular biologists only a decade ago, gene editing is now the second-most published topic in biology (after SARS-CoV-2/COVID-19). Gene editing can be used to improve fundamental biological processes, like photosynthesis, to deliver positive impacts across wide range of human activities, including those that impact the climate.

Noted physicist Freeman Dyson wrote in 2008, “After we have mastered biotechnology, the rules of the climate game will be radically changed…. if we can control what the plants do with the carbon, the fate of the carbon in the atmosphere is in our hands.” While Dyson’s long-term prediction will not quickly come to pass, over the next 50 years, gene editing will make significant contributions to address the climate challenge, especially if public policymakers recognize and act on the opportunity quickly. Public investments in climate and clean energy research, development, and demonstration (RD&D) to date have focused heavily on chemical and physical solutions. It’s time for biology to play a much bigger role.

This report describes how ancient biological processes have been reforged by researchers into new tools that can reshape the characteristics of plants, animals, and microbes to help reduce GHG emissions and remove carbon dioxide from the atmosphere. It focuses primarily on opportunities for agricultural innovation, which is the logical sector for initial applications because, while it is not the largest source of GHGs, it is more directly dependent on biology than other sectors. The report also addresses biofuels, before turning to applications of gene editing that hold promise for removing carbon from the atmosphere.

It concludes with a set of policy recommendations aimed at accelerating the development and deployment of gene-edited climate solutions, making four key recommendations to the United States government and its international partners:

  1. Eliminate unscientific regulatory burdens and barriers that hinder the development of safe gene-edited products.
  2. Increase investment in research and development (R&D) priorities such as advancing CRISPR tools, enhancing photosynthesis, and improving methods to measure soil carbon.
  3. Improve coordination of existing R&D efforts within the United States and around
    the world.
  4. Expand incentives that will spur the rapid adoption of novel gene-edited technologies.

Source: ITIF

← All news

Utrechtse wetenschappers ontdekken versnelde technologie om planten te verbeteren

Utrechtse wetenschappers demonstreren een nieuwe, snelle manier om zonder genetische modificatie van planten nieuwe gewassen te ontwikkelen, tegen een fractie van de kosten van de klassieke veredeling. Door de genen te veranderen van de bacteriën die de planten omringen, krijgen de wetenschappers dezelfde gewenste uitkomst als het aanpassen van de genen van de plant zelf. Zij publiceren hun bevindingen in New Phytologist.

Het veredelen van gewassen is een hoeksteen van de wereldwijde voedselzekerheid. Het verkrijgen van verbeterde gewassen door klassieke veredelingsmethoden is echter een tijdrovend proces dat jaren tot decennia kan duren. In een recente doorbraak ontdekte een team wetenschappers van de Universiteit Utrecht een snellere manier om betere gewassen te veredelen door genetisch de micro-organismen te veredelen die van nature in en rond planten leven.

Planten dragen altijd een overvloed aan bacteriën met zich mee. Tot nu toe richtte moderne plantenveredeling zich op de genen die in de plant zelf aanwezig zijn, maar er is weinig aandacht voor de genen in de bacteriën die in de plant aanwezig zijn. In dit werk toont het onderzoeksteam rond Mohammad Ravanbakhsh aan dat hetzelfde plantenfenotype kan worden verkregen door ofwel de plantengenen te veranderen ofwel de bacteriële genen te veranderen.

De wetenschappers onderzochten bijvoorbeeld of ze de voedingswaarde van de plant kunnen verhogen. “We hebben daarvoor de manipulatie van het gewijzigde ethyleensynthesegen, ETO1, in de plant zelf vergeleken met de manipulatie van het bijbehorende microbiële gen. Beide mutaties leverden een vergelijkbaar plantenfenotype op met een verhoogde ethyleenproductie en hogere micronutriëntenconcentraties in de stengel”, zegt Ravanbakhsh.

“Dit werk is een grote doorbraak”, zegt laatste auteur Alexandre Jousset. “Het heeft vergaande implicaties, omdat het laat zien dat microbioommanipulatie een snelle manier kan worden om de eigenschappen van planten te verhogen, tegen een fractie van de kosten die gepaard gaan met de traditionele veredeling.”

Het onderzoeksteam heeft inmiddels een spin-off opgezet, Blossom Microbial Technologies (Blomitec), om deze doorbraken te vertalen naar commerciële toepassingen, ter ondersteuning van de ontwikkeling van stress- en ziekteresistente gewassen.

Bron: Universiteit Utrecht

← All news

FrieslandCampina Ingredients breidt lactoferrineproductie fors uit

FrieslandCampina Ingredients gaat de productiecapaciteit van lactoferrine in Veghel in 2022 met 60 ton uitbreiden om strategische groei in de segmenten Early Life Nutrition en Adult Nutrition mogelijk te maken. De totale capaciteit bedraagt daarmee 70 ton per jaar. Daarmee is FrieslandCampina Ingredients ’s werelds grootste producent van lactoferrine.

Herman Ermens, president a.i. van FrieslandCampina Ingredients: “Lactoferrine is een belangrijk ingrediënt in kindervoeding en toont daarnaast potentiële gezondheidsvoordelen voor volwassenen gerelateerd aan het immuunsysteem 1-9. De wereldwijde vraag naar lactoferrine is tussen 2014 en 2019 bijna verdubbeld. Door de productiecapaciteit fors uit te breiden, kunnen we aan de vraag van onze klanten voldoen. Daarnaast willen we als bedrijf groeien in ingrediënten met toegevoegde waarde. Dankzij onze technologische positie, onze kennis en ervaring kunnen wij onze afnemers een kwaliteitsproduct aanbieden dat aan de strenge eisen en wereldwijde regelgeving voldoet.”

FrieslandCampina Ingredients’ lactoferrine heeft een zuiverheidsgraad van 96% en wordt rechtstreeks gewonnen uit rauwe melk in de productielocatie in Veghel. Het product wordt gesproeidroogd en staat bekend om de zeer consistente samenstelling en het feit dat het uitstekend droog kan worden gemengd. Om aan de hoge kwaliteitseisen te voldoen, wordt de productielocatie voorzien van de allernieuwste technologie. Bovendien wordt gebruik gemaakt van 100% groene elektriciteit wat bijdraagt aan een lagere CO2-voetafdruk van FrieslandCampina Ingredients.

Lactoferrine is van nature aanwezig in koemelk en moedermelk. In een aantal wetenschappelijke onderzoeken is vastgesteld dat lactoferrine verschillende potentieel gezondheid bevorderende eigenschappen heeft, zo is onder andere antibacteriële, antivirale en ontstekingsremmende activiteit waargenomen alsook bevorderde ijzerabsorptie 1-9.

Anne Peter Lindeboom, managing director Early Life Nutrition bij FrieslandCampina Ingredients, voegt hieraan toe: “FrieslandCampina begon ruim 25 jaar geleden met de productie van lactoferrine en was daarmee een van de eerste producenten. De aangekondigde uitbreiding laat opnieuw zien dat wij voortdurend op zoek zijn naar mogelijkheden om onze klanten van ingrediënten te voorzien die voor hun producten en gebruikers van enorme waarde zijn.”

Bron: FrieslandCampina (Persbericht)

← All news

Hong Kong startup launches water-soluble ‘Invisible Bag’

In recent years, government and non-governmental organizations have been advocating for reducing the use of plastic waste. But have you ever thought that high-tech plastic bags that can dissolve in water would be a win-win situation?

A Hong Kong start-up company has launched an eco-friendly plastic bag dubbed “Invisible Bag” which can easily dissolve in hot water (above 80 degrees Celsius). More importantly, its ingredients are non-toxic and will not cause harm to the environment.

How did it all start? Devana Ng and her French husband Flavien Chaussegros are passionate about trail running. Last year, they saw the mountains full of plastic waste and decided to do their bit for the planet by reducing the amount of waste.

They founded a company, Distinctive Action, to promote sustainable and environmentally friendly products.

The Invisible Bag is made of Polyvinyl Alcohol (known as PVA) together with plant-based starch, glycerin and water. 

After soaking in water for a few minutes, the Invisible Bag will dissolve in hot water which will turn milky white. However, it is environmentally safe, non-toxic, biodegradable, and leaves no microplastics behind, according to the Distinctive Action’s official website.

The website says that the material of the bag is commonly used in several industries, such as medical and personal care applications. 

Therefore, Distinctive Action aims to general use as an alternative solution to replace conventional plastics.

The Hong Kong-based start-up is actively promoting the use of eco-bags, which are increasingly being used by small shops with the same goal, such as second-hand clothing stores, coffee shops, restaurants and more.

The Invisible Bag can hold 3-4kg and is currently available on the official website for HK$1.50 (NT$5.68) to HK$1.65 (NT$6.25) each.

Source: The China Post

← All news

South Korea’s First Genome Edited Petunia Approved in the U.S.

The research team led by professor Geung-Ju Lee of Chungnam National University and Toolgen announced that the new variety of petunia co-developed with CRISPR genome editing technology has been determined as non-GMO by the U.S. Department of Agriculture.

The decision was released under the “Am I Regulated?” program of the USDA. The program is designed to verify the presence of GMOs for crops developed with new breeding techniques such as CRISPR technology. The genome-edited petunia developed in South Korea is the first genome-edited petunia approved by the USDA.

“We have succeeded in developing a new breed of petunia in pale pinky-purple color for the first time in the world by introducing CRISPR system,” said professor Geung-Ju Lee. “Through the Research Center for Animal and Plant Genome Editing established by Chungnam National University and Toolgen, we plan to promote the development of new high-value-added genome editing variety crops and jointly respond to domestic regulatory issues.”

For more details, read the article in Hankyung (in Korean).

Source: ISAAA.org

← All news

KeyGene en WUR gaan bijdragen aan Afrikaanse bananenrassen die resistent zijn tegen Panamaziekte

Wageningen University & Research (WUR) en plantenonderzoekbedrijf KeyGene sluiten zich gezamenlijk aan bij het internationale onderzoeksprogramma Accelerated Breeding of Better Bananas (ABBB). Via dit onderzoeksprogramma gaan WUR en KeyGene meehelpen aan de ontwikkeling van nieuwe bananenrassen die geschikt zijn voor de teelt in Oost-Afrika en die resistent zijn tegen de verwoestende Panamaziekte. Dit is van levensbelang voor Afrikaanse boeren en gemeenschappen, omdat bananen een belangrijke voedingsbron zijn binnen het plaatselijke dieet.

De deelname van WUR en KeyGene wordt gefinancierd door de Bill & Melinda Gates Foundation. Het internationale onderzoeksprogramma ABBB wordt gecoördineerd door het International Institute of Tropical Agriculture (IITA).

De banaan is een van ‘s werelds belangrijkste levensmiddelen en handelsgewassen in de tropische en subtropische regio’s. In Europa en Noord-Amerika worden bananen vooral als lekker en gezond tussendoortje genuttigd. Eén van de bekendste bananenrassen is de Cavendish. Zo’n 95% van de internationale handel in bananen, en de helft van de wereldwijd geproduceerde bananen, behoort tot deze soort.

Momenteel wordt de banaan bedreigd door de onlangs geïdentificeerde Fusarium soort, ook wel bekend als Tropical Race 4, of TR4. Deze schimmel is dodelijk voor vele banaangenotypen, waaronder de Cavendish-banaan, en veroorzaakt de ziekte fusarium wilt of banana (FWB), ofwel de beruchte Panamaziekte. Deze ziekte verspreidt zich wereldwijd met een zorgwekkende snelheid, op een soortgelijke wijze als de eerste zogeheten Race 1 epidemie. Deze epidemie verwoestte in de jaren vijftig van de vorige eeuw de gehele oogst van de destijds gewilde Gros Michel banaan in Midden-Amerika.

Het ontwikkelen van betere rassen is duur, tijdrovend en vereist een flinke hoeveelheid land. Om deze reden is het internationale onderzoeksprogramma ABBB gelanceerd, met financiële steun van de Bill & Melinda Gates Foundation en op initiatief van het International Institute of Tropical Agriculture (IITA). Het Accelerated Breeding of Better Bananas programma richt zich op het verbeteren van de productie en het productievermogen van de banaan in de Oost Afrikaanse hoogvlakten. Dit gebeurt door middel van veredelingsprogramma’s voor de ontwikkeling van nieuwe bananenrassen en het verbeteren van plaatselijke teeltsystemen en gewasbescherming.

WUR en KeyGene nemen vanaf nu deel aan het ABBB-programma, en dragen daarmee unieke technologie, kennis, expertise en onderzoeksfaciliteiten bij aan het programma. WUR en KeyGene werken al vijf jaar samen op het gebied van onderzoek naar bananen, elk met hun eigen expertise en technologie.

Het gezamenlijke WUR/KeyGene team zal beginnen met het ontwikkelen van zogeheten moleculaire merkers, waarmee Afrikaanse bananenveredelaars op effectievere wijze bananenrassen kunnen ontwikkelen die resistent zijn tegen TR4. Door middel van deze merkers kunnen de veredelaars zaailingen selecteren waarvan een DNA test aangeeft dat de plant resistent is tegen TR4. Hiermee wordt de effectiviteit van de veredelingsprogramma’s aanzienlijk verbeterd.

Het team zal vervolgens de genen identificeren die de bananenplanten resistent maken tegen TR4 en tegen Race 1, een vereiste voor nieuwe bananenrassen.

“We zijn zeer verheugd dat we KeyGene’s expertise in DNA-technologie, bio informatica en de ontwikkeling van indicatoren kunnen inzetten om resistente rassen te ontwikkelen van een gewas dat zo cruciaal is voor de voedselvoorziening en het inkomen in Afrika”, aldus Anker Sørensen, Vicepresident New Business en coördinator bananenonderzoek bij KeyGene.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de zogeheten Race 1 bestaat uit een samenhangend geheel van verschillende Fusariumsoorten, en dat TR4 feitelijk biologisch gezien een aparte soort is. De schimmels gebruiken waarschijnlijk effectoreiwitten, die het immuunsysteem van de plant verstoren en daarmee essentieel zijn voor zowel de ziekteverwekker als de weerstand van de plant daartegen.

“Het Fytopathologie Lab bij WUR heeft een gedegen bewezen expertise in het identificeren en bestuderen van effectoreiwitten. We zijn er trots op dat we onze kennis en onderzoeksexpertise nu kunnen inzetten ter ondersteuning van de bananenveredeling in Afrika,” zegt Gert Kema, hoogleraar Tropische Fytopathologie bij WUR.

Bron: Keygene (Persbericht)

← All news

Unilever gaat voor ‘groene’ zeep

,

Unilever zet haar duurzaamheidsambities voort! Het Brits-Nederlandse concern wil de komende jaren alle ingrediënten voor zijn schoonmaak- en wasmiddelen, die nu nog uit olie worden vervaardigd, vervangen door duurzaam geproduceerde en biologisch afbreekbare producten. Het wil de milieuvervuiling hiermee te lijf gaan en tegelijkertijd de CO2-uitstoot verminderen. Met deze stap geeft Unilever gehoor aan de vraag van consumenten naar meer duurzaam produceerde producten.

De komende tien jaar investeert Unilever €1 miljard om deze omslag te bewerkstellingen. Ze richt zich op het inzetten van innovatie en zoekt daarbij ook de samenwerking met biotechnologiebedrijven op. Zo wordt het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Ginkgo Bioworks, dat met synthetische biologie nieuwe cellen met gewenste eigenschappen maakt, genoemd als mogelijke partner. Daarmee geeft Unilever aan haar traditionele chemische toeleveranciers te willen vervangen voor nieuwe innovatieve biotechbedrijven. Een hele stap voor de multinational, maar Unilever hoopt ook dat haar huidige leveranciers gehoor geven aan de oproep en hun productie gaan verduurzamen. Een pleidooi dat HollandBIO van harte ondersteunt, zeker nu eens te meer blijkt dat biotechnologie de groene oplossing binnen handbereik brengt.

Bronnen: Het Financieele Dagblad en NOS

← All news

Wageningse wetenschappers op de bres voor moderne veredeling

Met uitspraken als ‘Geen tijd om oneindig te wachten op juiste mutatie’ en ‘We laten kansen liggen bij verduurzaming landbouw’ pleiten de Wageningse hoogleraar microbiologie John van der Oost en Bert Lotz, teamleider toegepaste ecologie aan dezelfde universiteit, voor de toepassing van moderne veredeling in de landbouw. Volgens hen is de inzet van alle technologie, inclusief moderne veredeling, essentieel om in de toekomst alle monden te kunnen blijven voeden en de landbouw te verduurzamen. De verouderde Europese Regelgeving voor genetische modificatie moet volgens de wetenschappers dan ook snel worden aangepast.

Bert Lotz ziet grote voordelen voor het gebruik van moderne veredeling in het verduurzamen van de landbouw. In combinatie met andere duurzame landbouwtechnieken kan ze een belangrijke bijdrage leveren aan de agro-ecologie, een vorm van landbouw waarin zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen.

John van der Oost ziet vooral voordelen voor de mondiale voedselvoorziening. Met moderne veredeling kunnen gewassen veel sneller worden aangepast aan veranderende klimaatomstandigheden dan met klassieke veredeling. Dit levert een win-winsituatie op. De boeren en plantentelers hebben sneller gewassen tot hun beschikking die een goede opbrengst geven en bestand zijn tegen de veranderende klimaatomstandigheden. Ook kan er genoeg voedsel worden geproduceerd om alle monden wereldwijd te blijven voeden.  

Beide wetenschappers zien de verouderde Europese Regelgeving voor genetische modificatie als de grootste belemmering voor de toepassing van moderne veredeling. Ze pleiten daarom voor een snelle aanpassing daarvan – een pleidooi dat HollandBIO van harte ondersteunt!

Bronnen:

Nieuwe Oogst

Kennisonline

← All news

Gecultiveerd vlees – van cel tot bord

Altijd al willen weten welke route gecultiveerd vlees af moet leggen voordat het op ons bord ligt? Dan is dit artikel, recent verschenen in Nature Foods, echt iets voor jou. Naast een gedetailleerd recept voor het maken van gecultiveerd vlees, geven de auteurs ook inzicht in de regelgeving waar je aan moet voldoen om gecultiveerd vlees in het supermarkt te krijgen. Ook gaat het artikel in op de vraag hoe je de consument kunt verleiden om te kiezen voor gecultiveerd vlees. De weg van cel naar bord is lang, maar wel een met een meer duurzame en diervriendelijke samenleving als eindbestemming.

De ontwikkeling en productie van gecultiveerd vlees is een technologisch hoogstandje waar veel bij komt kijken. De weg van cel naar bord is dan ook niet eenvoudig. Zo moet je in Europa goedkeuring aanvragen vanuit de regelgeving voor nieuwe voedingsmiddelen, ook wel Novel Foods genoemd. Dat is een lang en kostbaar traject, zeker als je de situatie in Europa vergelijkt met andere delen van de wereld. De laatste stap om gecultiveerd vlees op het bord te krijgen, is ervoor zorgen dat  consumenten een geïnformeerde keuze kunnen maken. Daarvoor is complete en heldere informatie essentieel. Uit recent onderzoek blijkt namelijk dat hoe meer informatie de consument heeft, hoe meer ze geneigd is om ook daadwerkelijk voor gecultiveerd vlees te kiezen.

De route van cel naar bord voor gecultiveerd vlees mag dan lang zijn, tegelijkertijd is het wel een uitgelezen kans voor een meer duurzame en diervriendelijke landbouw. HollandBIO zet zich dan ook in om de weg voor koplopers als Meatable zo veel mogelijk te effenen. Want ook wij kunnen niet wachten tot gecultiveerd vlees op ons bord ligt.

Lees hier de artikelen: