← All news

Zonder patiënt geen rendement

, ,

HollandBIO had het niet beter kunnen zeggen: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, kost veel geld, is risicovol en vergt samenspel van vele partijen. Het is de hoofdconclusie van een groot internationaal onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelenontwikkeling, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS.

Met de objectieve bevindingen van het onderzoek over de financiering van geneesmiddelenonderzoek en de investeringsbeslissingen die ten grondslag liggen aan (trends in) geneesmiddelenontwikkeling, wil het ministerie het maatschappelijk debat over de ontwikkeling, toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen goed geïnformeerd, op basis van feiten en cijfers, kunnen voeren. Alleen al die inzet vindt HollandBIO een verademing, na ministers die hoopten het naderend zorginfarct met oorlogsjargon of morele appèls aan de farmaceutische industrie te bezweren. De constructieve toon van minister Kuipers in zijn Kamerbrief en opiniestuk lijkt een kentering in het gepolariseerde Nederlandse geneesmiddelendebat, waarin het doorgaans populairder is om óver, dan om mét de farmaceutische industrie te spreken.

De bevindingen van het onderzoek zijn een feest van herkenning voor HollandBIO: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang (“in de regel ruim 10 jaar”), kost veel (all-in “$2,4 à 3,2 miljard per nieuw geneesmiddel”), is risicovol (“slechts 1 op de 30 ontwikkelpogingen slaagt”) én academie, venture capital fondsen (VCs) en biofarma vervullen elk een essentiële rol (“het is bijna onmogelijk voor een partij om van begin tot eind een geneesmiddel te ontwikkelen”). Publieke investeringen vinden vooral plaats in de vroege fase, private investeringen in de late fase van geneesmiddelenontwikkeling. Vooral tijdens de preklinische en vroegklinische fase is het voor bedrijven uitdagend om voldoende kapitaal aan te trekken vanwege de hoge mate van onzekerheid en de disbalans tussen risico en beloning. Het rapport spreekt van ‘the translational gap’, waarmee het tevens een mooie validatie is van het probleem dat Biotech Booster aan gaat pakken.

Ook concludeert het onderzoek dat het verwachte financiële rendement (de verwachte inkomsten) de belangrijkste factor is die bepaalt of een geneesmiddel tot lancering wordt ontwikkeld. Hoewel de krantenkoppen anders doen vermoeden, moge dit toch voor niemand als een verrassing komen – noem ons één commercieel bedrijf waarvoor deze wetmatigheid niet geldt. Andere belangrijke factoren zijn het tempo en de aard van wetenschappelijke ontwikkelingen, het vermogen van R&D-systemen om innovatieve klinische studies op te zetten door ontwikkelingen op het gebied van data en digitale technologie, en ontwikkelingen op het gebied van regulering.

De financiële drijfveer maakt ook de belangrijke rol van de betaler, overheden en (particuliere) verzekeraars, duidelijk. Hun bereidheid om te betalen voor nieuwe geneesmiddelen is van grote invloed op het aanbod van nieuwe geneesmiddelen en de spreiding ervan over de therapeutische gebieden. Het onderzoek laat nogmaals zien dat er dankzij de betalingsbereidheid wél meer nieuwe oncologische geneesmiddelen worden ontwikkeld, maar dat er bijvoorbeeld te weinig interesse is voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, die we bij succes het liefst zo lang mogelijk op de plank laten liggen (lees: geen inkomsten). Zoals wij het eerder formuleerden: van een geneesmiddel dat de patiënt niet bereikt, is nog nooit iemand beter geworden. Zonder patiënt geen rendement.

In reactie op de bevindingen van het rapport stelt minister Kuipers zich de vraag of de overheid wel een duidelijk signaal afgeeft voor welke geneesmiddelen zij bereid is te betalen, en op welk moment. Hij constateert dat deze discussie in Nederland pas gevoerd wordt op het moment dat een nieuw geneesmiddel op de markt wordt gebracht, en te weinig in de bredere context van ons gezondheidssysteem. Ook deze strategische overwegingen en de aandacht voor de eigen rol lijken een breuk met de eerdere beleidskoers van stapelende repressieve maatregelen en ad hoc pleisters.

HollandBIO ziet het onderzoek, de toon en de toenadering van minister Kuipers als een forse stap vooruit, wellicht zelfs als een nieuw begin. Hoogste tijd dus om de strijdbijl te begraven en samen, op basis van deze heldere gedeelde feiten en cijfers werk te maken van oplossingen waarbij gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

Lees meer:

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/22/financiering-van-geneesmiddelenonderzoek

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z12825&did=2022D26469

https://www.sirm.nl/publicaties/het-financi%C3%ABle-systeem-van-geneesmiddelenonderzoek

FD Opinie stuk Ernst Kuipers: “We moeten het hebben over het farmaverdienmodel”

https://fd.nl/samenleving/2245069/1443024/zorgminister-kuipers-wil-meer-invloed-op-ontwikkeling-nieuwe-medicijnen-j0f2cajAxvZl

https://fd.nl/opinie/2245069/1443370/minister-kuipers-kiest-terecht-voor-constructieve-opstelling-j0f2cajAxvZl

Webinar Financial Ecosystem of Pharmaceutical R&D

← All news

Betere detectie en diagnose dankzij inzet van technologische innovatie

,

De inzet van technologische innovaties, zoals bijvoorbeeld whole genome sequencing en kunstmatige intelligentie, dragen bij aan betere detectie en diagnose. Zo toonden onderzoekers van het RadboudUMC aan dat nieuwe analyse van een jaren geleden afgenomen genetische test vaak alsnog een diagnose oplevert. Dit biedt kansen voor patiënten met een zeldzame genetische aandoening, bij wie het uitblijven van een tijdige diagnose één van de grote uitdagingen is.

Wetenschappers van de Universiteit van Maastricht lieten op hun beurt zien dat detectie en segmentatie van longtumoren beter lukt via kunstmatige intelligentie dan door de bril van de radioloog. Dit zijn het soort innovaties waar we bij HollandBIO blij van worden en waarvan we graag zien dat ze op korte termijn de nieuwe dagelijkse praktijk worden.

← All news

Hoogleraar Van der Pol: “Geef zeldzame ziekten een plek in het Nederlandse overheidsbeleid”

, ,

Nederlandse patiënten met zeldzame aandoeningen moeten veel langer wachten op nieuwe kostbare geneesmiddelen dan elders in Europa. De focus op kosteneffectiviteit heeft “hardvochtige trekken” en moet anders, betoogde hoogleraar neurologie Ludo van der Pol (UMC Utrecht) in zijn oratie. Ook uit onderzoek van HollandBIO blijkt dat het steeds langer duurt om nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis te krijgen. Vooral de koplopers op weg naar gezondheid op maat, de wees-, voorwaardelijk en/of versneld toegelaten geneesmiddelen, hebben moeite door de dichte doornenhaag van ons systeem van toelating heen te dringen.

We zijn het dus eens over de uitdaging. HollandBIO ziet ook graag dat nieuwe geneesmiddelen na marktvergunning zo snel mogelijk beschikbaar zijn voor patiënten. Daarentegen zijn we nog wat kritisch over sommige mogelijke oplossingen die prof. van der Pol aandraagt. Want hoe dragen dwanglicenties en magistrale bereiding duurzaam bij aan innovatie, gezondheidswinst en toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen? Om dat te begrijpen moet HollandBIO misschien toch nog eens een college van de kersverse prof bijwonen.   

Uiteraard juichen we publiek private samenwerkingsinitiatieven waarbij patiënten sneller toegang krijgen toe, zoals een recent aangekondigde nieuwe toegangsroute voor veelbelovende weesgeneesmiddelen. En zeker in het zeldzame ziekte domein kan ook Europese samenwerking haar steentje bijdragen aan snellere en betere toegang, denk bijvoorbeeld eens aan Europese HTA beoordeling of gezamenlijke onderhandeling in BeNeLuxa verband. Al is de aanname van prof. van der Pol dat geen enkel bedrijf de Europese Unie, vanwege haar omvang, als afzetmarkt zou willen missen wellicht iets te snel getrokken. Recent nog zag fabrikant bluebird bio zich, ondanks EMA-registratie van haar gentherapie, genoodzaakt om de Europese markt te verlaten. Veilig en effectieve behandelingen die vanwege hun hoge prijskaartje patiënten niet bereiken, daar wordt niemand beter van. Laten we dus werk maken van oplossingen waarbij innovatie, gezondheidswinst én betaalbaarheid hand in hand gaan.  

Bronnen: 

https://www.umcutrecht.nl/nieuws/maak-nieuw-beleid-rondom-dure-geneesmiddelen

https://www.skipr.nl/nieuws/overheid-focust-te-veel-op-kosteneffectiviteit-dure-geneesmiddelen/

← All news

Terugblik Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid, Hulpmiddelenbeleid en Pakketbeheer

,

Afgelopen donderdag, 9 juni, kwam de vaste Kamercommissie VWS bijeen voor het verzamel-Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid, Hulpmiddelenbeleid en Pakketbeheer. In aanloop naar dit debat pleitte HollandBIO ervoor om werk te maken van gezondheid op maat in al haar facetten: of het nu gaat om de juiste doelstellingen en indicatoren binnen het geneesmiddelenbeleid, het prullemanderen van de voorgenomen wijziging van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem of het komen tot een nationale data-infrastructuur.

Door de brede agenda en een aantal nieuwe commissieleden, was het soms zoeken naar focus en diepgang in het debat. Een mooie opsteker was de publieke waardering van onder andere Kamerlid Tielen (VVD) en VWS-minister Kuipers zelf voor het enorm belangrijke werk dat de farmaceutische industrie doet en wat onze producten en technologieën betekenen voor patiënten.

Tijdens het debat was er brede kritiek op de voorgenomen wijziging van het GVS. De minister was echter niet bereid om hier toezeggingen op te doen en hield vast aan zijn plannen. Het is voor nu nog even afwachten wat er gaat gebeuren na het Tweeminutendebat, waar moties kunnen worden ingediend. De minister gaat de gevolgen van de GVS-wijziging monitoren en maakt werk van een communicatieplan.

Kamerleden Maeijer (PVV) en Den Haan (Fractie Den Haan) riepen daarnaast de minister op goed te kijken naar manieren om de doorlooptijden van lab naar patiënt voor geneesmiddelen te versnellen, bijvoorbeeld door het invoeren van een model à la Duitsland, of door het Zorginstituut kritisch te laten kijken naar het proces. Hierop gaf de minister aan dat er ook een verantwoordelijkheid bij fabrikanten ligt om tijdig complete dossiers aan te leveren. Wel gaat hij het Zorginstituut attenderen op deze opmerking van de Kamerleden. Ook vroegen Maeijer en Paulusma (D66) hoe het beoordelingskader dat het Zorginstituut hanteert aansluit bij personalised medicine. De minister gaf aan dat in brede zin het proces voldoet, maar dat het Zorginstituut werkt aan een update van het beoordelingskader om juist hierop in te spelen.

Mocht je specifieke dingen terug willen zoeken, dan is het debat hier terug te kijken. Via deze link is het conceptverslag terug te lezen.

← All news

Met moed, (geneesmiddelen)beleid en trouw naar gezondheid op maat

,

Mensen lijken in veel opzichten op elkaar en tegelijkertijd zijn we allemaal uniek. Je gezondheid is van heel veel factoren afhankelijk zoals DNA, leefstijl en wat voor werk je doet. Gelukkig weten we door (bio)technologische innovaties steeds beter wat voor een individueel persoon de beste behandeling of preventieve aanpak is. HollandBIO’s ambitie is dan ook dat de sector maximaal bijdraagt aan gezondheid op maat, waarbij iedereen de beste behandeling op het juiste moment krijgt, of het nou gaat om geneesmiddelen, antivirale middelen, antibiotica, vaccins, of een andere interventie.

Daarom pleit HollandBIO in aanloop naar het commissiedebat geneesmiddelenbeleid van 9 juni ervoor dat we werk maken van gezondheid op maat in al haar facetten: of het nu gaat om de juiste doelstellingen en indicatoren binnen het geneesmiddelenbeleid, snellere en betere toegankelijkheid, de ruimte voor ATMP’s en weesgeneesmiddelen, het prullemanderen van de voorgenomen wijziging van het GVS of het komen tot een nationale data-infrastructuur.

← All news

Minister Kuipers matigt monopoliepositie rond medicinale cannabis

,

Nederland staat in binnen- en buitenland al meer dan twintig jaar bekend om hoogwaardige medicinale cannabis, bestemd voor wetenschappelijk onderzoek, geneesmiddelenontwikkeling en voorschrijvingen aan patiënten. Omdat het beleid en de markt voor medicinale cannabis internationaal snel verandert en Nederland haar koppositie wil behouden, gaat VWS-minister Kuipers de monopoliepositie van de overheid inperken. Hij zal spoedig de rol en taken van het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) herzien, zodat “serieuze (farmaceutische) bedrijven en onderzoeksinstellingen die hart hebben voor de zaak” meer ruimte krijgen voor samenwerking en handel. Op termijn wordt hiervoor zelfs de wet gewijzigd. HollandBIO is blij en steunt de minister in dit vooruitstrevende besluit, en zet erop in dat het ministerie van VWS en BMC samen met alle betrokkenen in gesprek blijven over hoe we zo snel mogelijk de drempels weg kunnen nemen waar bedrijven op dit moment nog op stuiten.

Patiënten hebben behoefte aan voldoende hoogwaardige medicinale cannabis

Al jarenlang is er vanuit patiënten uit binnen- en buitenland meer vraag naar de hoogwaardige medicinale cannabis van constante kwaliteit dan wat BMC aanbiedt. Minister Kuipers schrijft dan ook dat hij de Opiumwet gaat wijzigen om “de mogelijkheid tot samenwerking en handel tussen farmaceutische bedrijven en onderzoeksinstellingen in binnen- en buitenland te vergemakkelijken en de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, veiligheid en beschikbaarheid van de productie en het product primair bij deze partijen te beleggen”. Bovendien signaleert Kuipers een “kwetsbaarheid”, aangezien er nu slechts één producent is en patiënten behoefte hebben aan meer soorten medicinale cannabis. Daarom verlaagt hij de handelsdrempel die er nu nog is.

Ministerie maakt nu al werk van lagere handelsdrempel

HollandBIO is blij dat minister Kuipers daar snel werk van maakt, omdat dit ook voor bedrijven een einde gaat maken aan de voortdurende onzekerheid. “Vooruitlopend op het wetstraject, dus voor de korte termijn, werk ik samen met het BMC uit hoe het bureau diens huidige, wettelijk verankerde, rol en taken zodanig uit kan voeren om drempels te verlagen voor handel tussen houders van een Opiumwetontheffing”, zo schrijft hij. In de begeleidende beslisnota schrijft het ministerie dat “het BMC diens monopoliepositie voortaan contractueel in zal vullen, waardoor het weliswaar alle inkoop/verkoop en import/export kan blijven monitoren, maar niet meer juridisch en praktisch verantwoordelijk is voor verhandelde medicinale cannabis(producten)”.

Nu wordt er nagedacht óver en nog niet mét de betrokkenen

Het komt de vraag uit binnen- en buitenland ten goede dat de minister direct in de geest van de wetswijziging gaat werken. HollandBIO is dan ook maar wat blij dat de minister hier werk van maakt, samen met het BMC. Toch lezen we hierin terug dat er nu nagedacht gaat worden óver en nog niet mét de betrokkenen. De belangstellende en initiatiefrijke kennisinstituten, bedrijven en patiëntenorganisaties die de minister in de brief noemt, kunnen hem namelijk goed bijstaan in de op handen zijnde wijzigingen op korte en lange termijn. Ook HollandBIO zet de constructieve gesprekken die we tot dusver met het ministerie hebben gevoerd in het vervolgtraject graag door.

← All news

Het duurt te lang, we zeggen het al een tijdje…

,

In een recente Kamerbrief constateert minister Kuipers tevreden dat het eigenlijk best goed gaat met de beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen in Nederland, dat ze relatief snel hun weg vinden naar de juiste patiënt, en dat uit gesprekken met onder meer HollandBIO zou blijken dat het veld er ook zo over denkt. Dat deed menig wenkbrauw bij HollandBIO fronsen. Het duurt te lang, zo zeggen we immers al een tijdje.

Uit onderzoek van HollandBIO blijkt dat het steeds langer duurt om nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis te krijgen1. Juist de geneesmiddelen die vanwege hun potentie voor de patiënt vaart maken in het Europese registratietraject, lopen vertraging op in de Nederlandse procedures voor vergoeding. In de recente Kamerbrief over verzekerde toegang van patiënten tot geneesmiddelen2 stelt minister Kuipers echter dat er over het algemeen weinig mis is met de toegankelijkheid van geneesmiddelen in Nederland. Daar valt ons inziens wel wat op af te dingen.

Allereerst geeft minister Kuipers aan dat de lange doorlooptijd bij extramurale geneesmiddelen verklaard kan worden door de tijd die fabrikanten na handelsvergunning nodig hebben om hun dossier in te dienen. De minister laat helaas na te vermelden dat fabrikanten voor de compleet verklaring van hun dossier óók afhankelijk zijn van de vooroverleggen en de behandeling van voorlopige dossiers3 door het Zorginstituut…

Ten tweede nuanceert de minister het beeld van de lange doorlooptijden in de sluis. Het gaat hier niet om 510 dagen4, maar gemiddeld om ‘slechts’ 424 dagen. Dat is alsnog meer dan een jaar lang geen verzekerde toegang tot een nieuwe behandeling voor patiënten… Te lang, vinden wij.

Ten slotte ziet de minister wat betreft de open instroom geen duidelijke signalen dat de toegang van patiënten tot dure geneesmiddelen in algemene zin in het geding is geweest. Een al te makkelijke conclusie, wanneer concrete data over hoe lang patiënten moeten wachten in het oerwoud van intramurale toegangsroutes ontbreekt. 

Het huidige systeem van geneesmiddelenvergoeding in Nederland is inmiddels zó complex, dat verschillende partijen weliswaar een deel op het vizier hebben, maar niemand het volledige overzicht heeft. Onderzoek van HollandBIO1 laat zien dat de doorlooptijd tussen marktvergunning en de toekenning van een declaratietitel gemiddeld 273 dagen is. Ook de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen4, het Zorginstituut5 en het ministerie van VWS zelf6 publiceren informatie over doorlooptijden. Omdat iedereen net weer een andere insteek, of net een ander deel van het complexe proces analyseert, is het lastig om de cijfers onderling te vergelijken.

Het resultaat is dat we elkaar om de oren slaan met cijfers en grafiekjes, kibbelen over wiens data klopt en wie de vertraging veroorzaakt. De echt belangrijke vraag blijft zo vooralsnog uit beeld: hoelang vinden we dat een patiënt in Nederland maximaal mag wachten op een nieuw geregistreerde behandeling? Pas als we het daarover eens zijn, krijgen die doorlooptijden betekenis. Pas dan kunnen we afspraken maken om maximale wachttijden niet te overschrijden, waarbij iedereen verantwoordelijkheid heeft – van ministerie tot fabrikant en van EMA tot Zorginstituut en verzekeraar. Noem het een adaptief ecosysteem, maar ook dat zeggen we al een tijdje…

Lees meer:

  1. https://www.hollandbio.nl/nieuws/vergoeding-van-nieuwe-geneesmiddelen-steeds-complexer-en-trager/
  2. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/05/09/kamerbrief-inzake-verzekerde-toegang-van-patienten-tot-nieuwe-geneesmiddelen
  3. https://www.zorginstituutnederland.nl/publicaties/rapport/2016/09/09/procedure-beoordeling-extramurale-geneesmiddelen
  4. https://www.vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl/actueel/pati%C3%ABnt-wacht-steeds-langer-op-nieuwe-medicijnen
  5. https://www.zorginstituutnederland.nl/over-ons/werkwijzen-en-procedures/adviseren-over-en-verduidelijken-van-het-basispakket-aan-zorg/beoordeling-van-geneesmiddelen/geneesmiddelen-beoordelen-balans-tussen-zorgvuldigheid-en-snelheid
  6. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/05/09/doorlooptijden-individuele-sluisprocedures-2015-2021
← All news

Boost voor biotechnologie

, , , , ,

Biotech-onderzoek in Nederland is van topniveau, maar toepassingen blijven nu relatief achter. Het programma Biotech Booster krijgt een bedrag van 250 miljoen euro toegekend uit het Groeifonds. Met deze investering moet onderzoek vaker, sneller en beter worden vertaald naar concrete producten – valorisatie dus. En dat heeft een enorme impact op onze maatschappij, verwachten HollandBIO-directeur Annemiek Verkamman en Mirjam van Praag, bestuursvoorzitter van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Biotechnologie raakt alle facetten van de samenleving. Is het niet vanwege de rol die de sector speelt in de bestrijding en preventie van ziekten, dan wel in verduurzaming of de ontwikkeling van voedsel. En de mogelijkheden reiken nog verder, met een kennisniveau dat op veel terreinen als toonaangevend geldt. “Biotech kan in belangrijke mate bijdragen aan de aanpak van grote uitdagingen wereldwijd. In het behalen van 11 van de 17 sustainable development goals, bijvoorbeeld”, zegt Annemiek Verkamman, directeur van belangenvereniging HollandBIO. Met de biotechnologische kennis kan volgens onderzoeksbureau McKinsey jaarlijks een economische impact worden bereikt tussen de 27 en 37 miljard euro. Toch wordt dat potentieel niet optimaal benut. “Veel kansrijke ideeën en innovaties vinden om verschillende redenen niet hun weg naar concrete oplossingen en producten. Daar gaan we iets aan doen.”

Waarde

Met de subsidie vanuit het Nationaal Groeifonds – een overheidsinjectie van in totaal 20 miljard voor initiatieven die de economie versterken – lijkt een toename van valorisatie in de biotechnologie nu dichterbij te komen. Het programma Biotech Booster moet kennis op basis van toponderzoek helpen omzetten in diensten, producten en bedrijven. Oftewel: meer waarde genereren met wetenschap, zoals Mirjam van Praag het omschrijft. Ze is voorzitter van het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt de landelijke impactagenda vanuit universiteiten. De VU is een van de partijen in de publiek-private coalitie achter de Groeifonds-aanvraag en onderhoudt hierin een nauwe samenwerking met HollandBIO.

“Onderzoekers en ondernemers weten elkaar van oudsher niet zo snel te vinden. Dat staat valorisatie in de weg. Bovendien gaat overheidsfinanciering binnen de universitaire wereld eerder naar onderzoek en onderwijs. Voor de aanpak van de huidige maatschappelijke opgaven is wetenschap onmisbaar. Maar de waarde moet er wel uitkomen. Gelukkig staan deze werelden steeds meer open voor elkaar. Er is momentum voor de Biotech Booster”, zegt Van Praag.

Tonen en toetsen

In het Booster-programma worden dan ook bruggen geslagen. Een belangrijke eerste schakel is het opzetten van zogenoemde trusted communities. Dit zijn thema-gedreven netwerken die bestaan uit verschillende partners uit relevante sectoren. Samen vormen ze een vertrouwde omgeving waarin kennis wordt uitgewisseld en een (gezamenlijk) idee al in een vroeg stadium kan worden ontwikkeld en uitgetest. Zo is het op laagdrempelige wijze mogelijk om te inventariseren voor wie een uitvinding interessant is, en: waar een toepassing eventueel aan moet voldoen.

“In de praktijk belanden veel start-ups met een goed idee aan een druppelinfuus waardoor ze moeten beknibbelen op studies en ander onderzoek”, zegt Verkamman. “In de trusted communities is er alle ruimte voor projecten, pilots en haalbaarheidsstudies. Per thema zien ze er anders uit. Bij een medisch biotechnologisch idee kan de community bestaan uit wetenschappers, patiënten, verzekeraars en business developers van grote bedrijven die de markt overzien.”

Projecten met potentie kunnen terechtkomen in de volgende fase: het biotech innovation programme. Hierin is er nog steeds sprake van een project, maar wordt er door ondernemers verder onderzocht of er in het idee moet worden geïnvesteerd. De wetenschappers blijven gedurende het hele proces betrokken.

Impact

De Biotech Booster heeft potentie om economische groei te stimuleren. Zo moet het programma in 2031 21 scale-outs opleveren, waarvan vijf met een succesvolle exit deal. Alle effecten samen van de Biotech Booster zijn goed voor een cumulatief bbp-effect van 440 miljoen euro in 2031. Dit loopt op tot 10 miljard euro in 2050 wanneer het model in werking blijft.

Maar de impact reikt nog veel verder, merkt Van Praag op. “De Booster brengt een beweging op gang waarin het ene initiatief of idee leidt tot het volgende. Valorisatie levert niet alleen directe baten op, maar ook besparingen. Daarnaast kunnen successen uit de Biotech Booster niet alleen leiden tot economische, maar ook maatschappelijke impact die zelfs tot ver buiten Nederland reikt. Tot in armere landen bijvoorbeeld.”

De Biotech Booster is geslaagd als verschillende projecten een vlucht krijgen en resulteren in ondernemingen en producten met toegevoegde waarde, vindt Verkamman. Al gaat het er volgens haar niet om hoe, maar dát een innovatie zijn weg vindt. “Er zal ook genoeg niet lukken. Dat mag juist. Als de manier van werken en hoe we omgaan met innovaties maar normaal wordt. En dus, dat ideeën vanuit de biotechnologie veel eerder worden getoetst en kunnen landen. Zo profiteren we allemaal van de aanwezige kennis.”

Mirjam van Praag (links) en Annemiek Verkamman (rechts)
Mirjam van Praag (VU) & Annemiek Verkamman (HollandBIO). Foto: Maartje Geels
← All news

Terugblik: Macht van de Media: communicatie in crisistijd

, ,

De coronapandemie bracht onderwerpen als innovatie, productontwikkeling, testen en vaccinatie naar ieders keuken- en (digitale) borreltafel. Niemand had twee jaar geleden kunnen voorspellen dat biotech jargon als mRNA-technologie, OMT, EMA en PCR gemeengoed zou zijn. Maar heeft  twee jaar intensieve (crisis)communicatie ook impact gehad op het aanzien van de biotech sector en de innovaties daaruit, of op het publieke vertrouwen in de wetenschap?

Tijdens HollandBIO’s Macht van de Media event van 11 mei maakten we met de aanwezigen de balans op van de golf aan publiciteit over de biotech sector en haar innovaties tijdens de pandemie en gingen we in op de vraag hoe nu verder: duiken we gewoon onze labs weer in en stopt de communicatie, of zetten we de lijn door? 

De introducties

Het event opende met drie korte presentaties: Marc Kaptein en Jan-Willem de Heer (Pfizer) beten het spits af, gevolgd door hoogleraar Risicocommunicatie en Volksgezondheid Daniëlle Timmermans (AmsterdamUMC) en onafhankelijk wetenschaps- en onderzoeksjournalist Jop de Vrieze. Zij dienden als warming up voor het Lagerhuisdebat dat later volgde.

Marc Kaptein en Jan-Willem de Heer reflecteerden op communicatie vanuit bedrijven tijdens de pandemie. Communicatie, of misschien betere gezegd educatie, was een belangrijk instrument in het vergroten van de acceptatie van vaccins en iets waar je als ontwikkelaar wel mee bezig moest: zo waren mRNA-vaccins nieuw en onbekend bij zowel het bredere publiek als bij veel artsen, waren er vragen over de veiligheid en de snelheid van het ontwikkeltraject en werd de dynamiek in de media vooral gedreven door controverse. Pfizer heeft gekozen voor een actieve rol in het debat en een open houding rond inkomende verzoeken, bijvoorbeeld met deelnames aan talkshows en andere media-optredens, maar dat vroeg wel een grote gezamenlijke inspanning van een heel team als het ging om de voorbereiding en uitvoering. De les van de coronacrisis was dat een educatieve rol onderdeel moet zijn van de verantwoordelijkheid die de geneesmiddelensector heeft, en dat daar bijvoorbeeld binnen de Code Geneesmiddelenreclame (CGR) meer ruimte voor zou kunnen komen.

Daniëlle Timmermans ging in op de vraag hoe burgers en het bredere publiek naar risico’s kijken op gezondheidsvlak. Eén van de observaties uit de coronapandemie en uit eerdere uitbraken van infectieziekten is dat argumenten van experts lang niet altijd het (hele) publiek overtuigen, bijvoorbeeld als het gaat om het nut en de noodzaak van vaccinatie en de ernst van mogelijke bijwerkingen. Dat heeft er mee te maken dat burgers anders naar risico’s kijken dan experts, dat gevoelens als onzekerheid bepaalde beelden met zich meebrengen bij burgers en dat bij gezondheidsissues ook bepaalde waarden als wantrouwen mee gaan spelen bij burgers in hun afwegingen. Burgers kijken kortom fundamenteel anders naar risico’s dan experts en wetenschappers. Dat geldt ook voor vaccins, vaccinatie en bijwerkingen: dat blijft hoe dan ook een gevoelig onderwerp bij delen van het publiek, dus dat gaat niet zomaar weg. De les van deze en eerdere crises, is dat we in communicatie over deze onderwerpen uit moeten gaan van het perspectief van de burger in plaats van het technische perspectief van experts.

Jop de Vrieze opende zijn inleiding met een overweging over de rol van de media tijdens een crisis. Tijdens de podcast Mediaforum riepen de aanwezigen op om als experts met één mond te praten tijdens de coronacrisis. Jop ging hier op Twitter openlijk de discussie over aan. Dat werd hem niet bepaald overal in dank afgenomen, maar het tekent wel zijn opvatting over hoe je een crisis als deze duidt: door je te verdiepen in de literatuur, gesprekken aan te gaan met experts en op basis daarvan de bakken met informatie te onderscheiden en duiden die we over ons heen kregen. Alleen factchecken is niet genoeg, als journalist mag je best kleur bekennen en schrijven vanuit de kennis en inzichten die je opdoet om zo het debat naar een hoger plan te trekken. De coronacrisis was daar het uitgelezen voorbeeld van, bijvoorbeeld met allerlei persberichten en updates over de effectiviteit van vaccins die in ontwikkeling waren, verhalen over mogelijke bijwerkingen die enige balans vergen tussen het duiden van de ernst en de gevolgen daarvan op de vaccinatiebereidheid. Het is de verantwoordelijkheid van journalisten om niet alleen de feiten na te gaan, maar ook om kritisch en constructief te zijn door het scheppen van orden in de chaos, het wegen van wat daaruit komt en wat het effect daarvan is op de maatschappij.

De stellingen

Onder leiding van Roderik van den Bos van de Debatacademie gingen de 50 aanwezigen het debat aan in Lagerhuisformat. Vele goede argumenten vlogen over en weer, en de debaters waren gelukkig ook niet bang om zich te laten overtuigen hun standpunten aan te passen. Een bloemlezing uit de levendige discussie:

Nederland had de beste aanpak van de pandemie

2% EENS                                                     98% ONEENS

+ “Ik heb een veilig gevoel gekregen door de overheidsmaatregelen.”
– “We hebben het op diverse momenten, ook in vergelijking met andere landen, laten liggen.”

De maatschappij is sinds corona positiever tegenover biotech en de innovaties daaruit gaan staan

60% EENS                                                     40% ONEENS

+ “De sector heeft veel meer positieve aandacht gekregen vanuit media en maatschappij, zelfs in mijn persoonlijke omgeving!”
– “De flinke piek in positieve aandacht tijdens het begin van de coronacrisis en de komst van de vaccins is inmiddels wel weer weggeëbd en als sneeuw voor de zon verdwenen.”

We moeten de CGR aanpassen zodat producenten onbelemmerd kunnen praten over medicijnen in media

20% EENS                                                     80% ONEENS

+ “Reclames draaien op TV is niet de bedoeling, maar de grens mag wel ruimer dan nu: de sector muilkorft zichzelf nu teveel.”
– “Onbelemmerd praten gaat te ver, er is een fijne lijn tussen reclame, communicatie en educatie.”

Bedrijven moeten altijd “JA” zeggen tegen RADAR en Nieuwsuur

50% EENS                                                     50% ONEENS

+ “Je hebt als fabrikant een verantwoordelijkheid om proactief te communiceren, ook als het gaat om kritische vragen.”
– “Bij sommige media en verzoeken weet je al van tevoren dat er geknipt en geplakt gaat worden, dus daarom zou ik zeker niet altijd ja zeggen.”

Het zou goed zijn als media critici van de farmaceutische sector minder aandacht geven

20% EENS                                                     80% ONEENS

+ “Je kan bij het RIVM werken en een echte expert zijn, maar je wordt gelijkgesteld aan Doutzen Kroes die een uurtje op Google zit.”
– “Het negeren van critici gaat niet helpen om onvrede weg te nemen bij delen van het bredere publiek, dus laat ze daarom tot inzicht komen tijdens media-optredens.”

Elke grote redactie zou een medisch-wetenschappelijke journalist in de gelederen moeten hebben

90% EENS                                                     10% ONEENS

+ “Er is zoveel informatie voorhanden dat je als redactie eigenlijk niet zonder iemand kan die dat voor je analyseert en duidt.”
– “Waar houdt het dan op? Er zijn zoveel sectoren en dringende issues die een eigen specialist kunnen gebruiken, dan is het einde zoek.”

Met de juiste feiten win je het debat

2% EENS                                                     98% ONEENS

+ “Als je het goed brengt en de juiste feiten hebt, kun je altijd het debat winnen.”
– “Gelijk hebben is niet altijd gelijk krijgen, je wint debatten alleen als je het vertrouwen wint van je publiek en dan maken feiten niet altijd het verschil.”

← All news

Beter gebruik van gezondheidsdata essentieel voor #dezorgvanmorgen, maar wie betaalt?

, ,

De kosten voor het inzien van jouw gezondheidsdata via een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) kunnen niet vanuit de zorgverzekeringswet betaald worden, concludeert het Zorginstituut. Tegelijkertijd stelt de Europese Commissie voor om inwoners in de toekomst gemakkelijk en gratis toegang te geven tot hun gezondheidsgegevens. Ook HollandBIO ziet slimmer en beter gebruik van gezondheidsdata als randvoorwaarde om gezondheid op maat te realiseren, ons ideaalbeeld voor #dezorgvanmorgen. De grootste hamvraag? Hoe gaan we dat(a) financieren?

Hoe gaan we data financieren? Een lastige vraag, waar VWS -noch andere partijen- een antwoord op lijken te hebben. Wel roepen steeds meer partijen op tot centrale regie op het zorginformatielandschap, want het aantal programma’s, projecten en trajecten is inmiddels schier oneindig. VWS belooft begin 2023 opheldering over de inzage en uitwisseling van gegevens tussen zorgprofessionals, hoe dit in andere landen georganiseerd is, en welke oplossingen er mogelijk zijn voor knelpunten die we in Nederland ervaren. Maar of dat genoeg regie is om tot één (landelijk dekkend netwerk van) gezondheidsdata-infrastructuur te komen…?

Mogelijk biedt het toekomstige Integraal Zorgakkoord een uitkomst. Onder het overkoepelende thema ‘passende zorg’ volgen hier afspraken over thema’s zoals uitkomstgerichte zorg en gegevensuitwisseling. Bij de uitwerking maakt HollandBIO zich wel zorgen over de randvoorwaarden dat de afspraken inpasbaar moeten zijn binnen het budgettair kader en moeten resulteren in een ombuiging van 1,3 miljard euro in 2026. Weer lijkt VWS in de valkuil te stappen van kostenbeheersing als uitgangspunt. Een gemiste kans.

HollandBIO vindt dat het nastreven van gezondheid het uitgangspunt moet zijn voor #dezorgvanmorgen. De transitie van zorg naar gezondheid, of passende zorg, is broodnodig. Maar daarvoor moeten we wel eerst zaaien en dan oogsten. Concreet betekent dat dat we zullen moeten investeren in technologische innovaties en essentiële randvoorwaarden, zoals een duurzame nationale data infrastructuur, die het mogelijk te maken de juiste patiënt op het juiste moment van de juiste behandeling te voorzien – of dat nou gaat om een curatieve of preventieve optie!

Lees meer:

Rapport: Verkenning-mogelijkheden-persoonlijke-gezondheidsomgeving-binnen-de-zorgverzekeringswet

Voorstel voor een Europese Health Data Space (EHDS)

Kamerbrief over Voortgang Integraal Zorgakkoord

Zorginstituut zwengelt het gesprek aan over #dezorgvanmorgen

Kamerbrief herijking grondslagen voor gegevensuitwisseling in de zorg

Regie op Registers appel voor centrale regie op het zorginformatielandschap