Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, daar krijg ik energie van.
In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe breng je een goed idee van het lab naar de kliniek, en wat vraagt dat van leiderschap, ervaring en veerkracht? We spraken Annegret Van der Aa, CEO van Cantoni Therapeutics, over haar rol als katalysator in innovatie en haar passie voor de startup-wereld.
“Ik zie mezelf niet zozeer als ondernemer,” zegt Annegret bijna verontschuldigend. “In mijn hoofd is een entrepreneur iemand met een briljant idee die daar, soms zonder ervaring, vol voor gaat. Ik heb juist eerst in de afgelopen twintig jaar het vak geleerd.”
Na haar promotie in 2002 maakte Annegret heel bewust de keuze om niet in de academische setting te blijven. “Ik vond de universitaire wereld toen erg bekrompen. Iedereen zat op zijn eigen eiland, er was weinig samenwerking. Dat paste niet bij mij.” Ze stapte de biotech in en begon te bouwen aan een carrière langs de volledige R&D-keten: van fundamenteel onderzoek tot klinische ontwikkeling en uiteindelijk strategische en leidinggevende rollen. Elke nieuwe rol die volgde, bevond zich in een ander stukje langs de keten van productontwikkeling.
Die brede R&D- en managementervaring vormt nu de basis van haar werk als CEO van Cantoni Therapeutics, een jong biotech bedrijf dat nieuwe medicijnen ontwikkelt die ingrijpen op een metabool eiwit, nicotinamide N-methyltransferase (NNMT), dat ontregeld isbij stofwisselingsziekten zoals obesitas maar ook in kanker. “Ik heb geleerd hoe het wél moet maar misschien nog belangrijker, ook hoe het níét moet. Je maakt fouten, en juist die lessen neem je mee.” Zelf noemt ze zich liever een katalysator dan een entrepreneur. “Bij Cantoni Therapeutics zijn het de wetenschappelijke founders die de NNMT remmers ontwierpen. Mijn rol is om te zorgen dat goede ideeën ook echt de weg naar de kliniek en de markt vinden. Dat vraagt om positionering, financiering, teamvorming en keuzes maken.”
Wat haar drijft, is impact. Dat besef werd voor het eerst echt tastbaar tijdens haar jaren in geneesmiddelenontwikkeling bij Galapagos, waar ze een cruciale rol speelde bij de klinische programma’s voor filgotinib, de JAK1 remmer die ondertussen ook op de markt is. “Het moment dat je hoort van artsen dat ze letterlijk kunnen zien welke patiënten het actieve middel krijgen, dát is magisch.” Ze vertelt over een jonge vrouw met reumatoïde artritis die door het kandidaat-medicijn haar passie – piano spelen – weer kon oppakken en daar zo dankbaar voor was. “Dan weet je: dit doet er echt toe.”
Toch merkte Annegret dat ze minder goed gedijt in grote organisaties. Bij Galapagos, waar ze jarenlang actief was, merkte ze dat haar rol veranderde. “Het bedrijf groeide enorm snel, maar werd tegelijk ook meer georganiseerd in lagen en hokjes. Ik verloor de brede impact op de programma’s.” Daarom maakte ze bewust de stap terug naar een startup-omgeving. “Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, de juiste mensen betrekken, een programma laten groeien vanuit een idee, daar krijg ik energie van.”
Ondernemen betekent voor haar niet alleen kansen zien, maar ook grenzen bewaken. “Het gevaar is dat dit werk alles overneemt. Het voelt niet als een baan, maar als een rollercoaster elke dag opnieuw en juist dát maakt het risicovol.” Ze benadrukt hoe belangrijk het is om mentaal afstand te houden. “Niet minder betrokken zijn, maar ook voor jezelf zorgen. Anders verlies je veerkracht en kun je ook niet goed voor het bedrijf zorgen.”
Die openheid geldt ook voor haar kijk op leiderschap. “Je hoeft niet alles te weten. Sterker nog: ervan uitgaan dat je níét alles weet, is net slimmer en brengt je verder.” Ze moedigt jonge ondernemers aan om input te vragen aan experten, feedback te zoeken en zich te omringen met ervaren mensen die hen aanvullen. “Kwetsbaarheid wordt vaak onderschat, maar het maakt je juist sterker.”
Haar ambitie voor de komende jaren bij Cantoni Therapeutics is helder. “Mijn grootste drijfveer, is om te aan te tonen dat de NNMT-remmers die we nu in het lab ontwikkelen, ook het beoogde effect bij patiënten hebben. Dat is de ultieme bekroning: zien dat iets waarin je gelooft, daadwerkelijk impact heeft.”
