Biotech heeft knappe koppen én handige handen nodig
Goed nieuws voor biotech: life sciences & biotechnologie is één van de vier prioritaire domeinen in de nieuwe Talentstrategie van het kabinet. En misschien nog wel belangrijker: de blik op talent is gelukkig breed. De verschillende onderwijskoepels doen een voorstel waarin het niet alleen gaat om méér mensen opleiden, maar ook om talent aantrekken en behouden, om- en bijscholen én opleidingen sneller laten aansluiten op de kennis en vaardigheden van morgen. Hollandbio las tevreden mee.
Een groeiende biotechsector draait niet alleen op PhD’ers. Onderzoekers, procesoperators, dataspecialisten, regulatory experts, klinische projectmanagers en productiemedewerkers zijn allemaal nodig om innovaties van lab naar markt te brengen. En wíé je wanneer nodig hebt, verandert voortdurend met de ontwikkelfase van een bedrijf. Theoretisch of praktisch, mbo, hbo of wo, wetenschappelijk of toegepast: we have a job that needs to get done.
Daarom moet talentbeleid niet te veel vastzitten aan diploma’s, functietitels of vooraf uitgestippelde loopbaanpaden. Dezelfde expertise kan onder allerlei functietitels schuilgaan en een groot deel van de benodigde vaardigheden in biotech wordt juist op de werkvloer opgebouwd. Ervaring met kwaliteitsdenken, procedures of gereguleerde omgevingen kan bovendien ook uit andere sectoren komen. Kijk dus vooral naar wat iemand kan én kan leren, en naar het werk dat gedaan moet worden.
Leven lang toegang tot de arbeidsmarkt
En dat leren stopt niet bij het behalen van een diploma. Technologie ontwikkelt razendsnel en met de vlucht die bijvoorbeeld AI neemt, zullen vaardigheden blijven veranderen. Daarom juichen we toe dat de onderwijskoepels opleidingen makkelijker willen kunnen aanpassen aan toekomstgerichte kennis en vaardigheden en stevig inzetten op om- en bijscholing. Voor biotech is dat minstens zo belangrijk als nieuwe instroom. Maak een leven lang ontwikkelen daarom ook daadwerkelijk toegankelijk: flexibel, praktijkgericht en met lage drempels voor werknemer én werkgever.
Hetzelfde geldt voor het aantrekken en behouden van talent. Nederland kan veel zelf opleiden en de Europese arbeidsmarkt biedt bedrijven toegang tot talent, maar dat is niet altijd voldoende. Zeker voor specifieke expertise of pieken in de vraag kan internationaal talent van buiten Europa een waardevolle aanvulling zijn. Een toekomstbestendige talentstrategie moet dus niet alleen gaan over opleiden, maar ook over zorgen dat bedrijven op het juiste moment toegang hebben tot de juiste mensen.
Talentbeleid dat werkt
Ook de oproep van de onderwijskoepels om barrières in wet- en regelgeving weg te nemen klinkt hollandbio als muziek in de oren. Volgens de koepels is dat onder meer nodig om regionale samenwerking makkelijker te maken en het onderwijs flexibel te houden. Ze willen bovendien structureel met betrokken partijen om tafel over de talentopgave. Terecht, want talentbeleid werkt niet als curricula, regels en publiek-private samenwerking langzamer bewegen dan de technologie en bedrijven waarvoor we dat talent zo hard nodig hebben.
De richting klopt dus. Biotech staat terecht op het prioriteitenlijstje. Nu moet die prioriteit worden vertaald naar voldoende mensen op de labvloer én in de fabriek, opleidingen die kunnen meebewegen, ruimte om te leren op de werkvloer en toegang tot talent van binnen én buiten Nederland. En vooral: beleid dat meebeweegt met de verschillende behoeften van start-ups, scale-ups en grotere biotechbedrijven, in plaats van de sector in één mal te persen.
Plukken we na de jaarwisseling de vruchten?
De voorstellen van de onderwijskoepels vormen het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van de Talentstrategie; rond de jaarwisseling volgt de volgende stap richting de Tweede Kamer. De zaadjes zijn daarmee geplant. Of we straks ook de vruchten kunnen plukken, hangt af van de ruimte, inzet en het lef bij de uitwerking. Maar voor nu staan de neuzen alvast behoorlijk dezelfde kant op.