← Al het nieuws

Bedrijven: zoveel meer dan een pinautomaat

,

‘Bedrijven sponsoren universiteiten en dat is goed’, zo kopt een het pleidooi van Mirjam van Praag, Marcel Levi en Ingrid Thijssen in de NRC, waarin de bestuurders een lans breken voor samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven. Het is een oproep die hollandbio aan het hart gaat, al mag er wat ons betreft nog wel een tandje bij. Zonder samenwerking geen impact. 

Het bedrijfsleven wordt nog te vaak als tegenpool van de academie gepresenteerd. Dat staat noodzakelijke en effectieve samenwerking in het innovatie-ecosysteem in de weg. Terecht en gelukkig staat ‘vrije’ wetenschap in onze maatschappij heel hoog aangeschreven. Ook bij hollandbio lobbyen we ons een slag in de rondte om te zorgen dat het EU-streefpercentage voor kennis en ontwikkeling – 3 procent van het BBP – eindelijk een feit zal zijn. En ook wij zien dat wetenschappers in toenemende mate overtuigd zijn van het belang van impact – een uitstekende ontwikkeling. Maar er mag nog wel een tandje bij. Dat begint al bij onderwijs. Nog steeds ervaren vele studenten en alumni de druk om na het behalen van een master een promotie of hoogleraarschap na te streven, als ultieme proeve van intelligentie en succes. Kies je voor een carrière buiten de academie, dan ijlt de neiging om die afslag te verdedigen vaak nog lang na – zelfs na jaren van bewezen succes. Pas wanneer een carrière in de doorontwikkeling van kennis en de vele uiteenlopende expertises die daarvoor nodig zijn net zoveel aanzien heeft als een leven lang met de neus in de boeken of het lab, kan gelijkwaardige en optimale samenwerking voor impact ontstaan.  

De eensgezinde oproep van de drie auteurs komt geen dag te vroeg, want deze gelijkwaardigheid staat juist op de tocht. Waren grote bedrijven een generatie eerder nog de parels voor een levenslang en trots dienstverband, worden ze vandaag de dag makkelijk afgeschilderd als opportunistische winstmachines zonder moreel kompas, waar als werknemer je kostje weliswaar gekocht is, maar ten koste van kennis, kwaliteit, of toch tenminste je maatschappelijke principes. Totale kul natuurlijk. Publiek, privaat, commercieel, non-profit, elke vorm heeft een functie, een kracht, en ook beperkingen. In de echte wereld zijn bedrijven broodnodig om, bouwend op een fundament van publieke en private kennis, nieuwe kennis toe te passen en producten te ontwikkelen die ten goede komen aan de samenleving. Daar komt heel wat meer bij kijken dan alleen diepe zakken.  

Laten we het ter illustratie bij onszelf houden: de biotech sector. Een sector opererend op de grens van ons weten – waarbij wetenschappelijk onderzoek weliswaar de motor is van vooruitgang, maar waar onverdunde academische kennis zonder inmenging van het bedrijfsleven zelden of nooit zijn weg zou vinden naar significante maatschappelijke impact, in de vorm van bijvoorbeeld gezondheidswinst of duurzaamheid. Het één kan domweg niet zonder het ander. Er is nog nooit een patiënt genezen van een proefschrift, maar aan de wieg van elk succesvol medicijn staan talloze wetenschappelijke publicaties. En al was de eerste petrischaal met kweekvleesburger tien jaar geleden nog geen kant-en-klare voedseltransitie, deze luidde, voortgestuwd door investeerders en bedrijven, weldegelijk een nieuw tijdperk van duurzame en diervriendelijke cellulaire landbouw in.  

Het is zonde: in het frame van academische onafhankelijkheid tegenover commerciële belangen, lijkt publiek-private samenwerking een politieke keus, die aangevallen of verdedigd dient te worden. Een noodzakelijk kwaad dat je wel of juist niet kan managen met strikte spelregels en transparantie, in plaats van als een cruciaal middel om een gewenst en gedeeld maatschappelijk doel te bereiken. Bovendien wordt een belangrijke groep over het hoofd gezien in de discussie rondom bedrijfssponsoring of publiek-private samenwerking in academische setting: de ondernemer in start- en scale-ups. Temeer omdat zij binnen hun start- of scale-up veel te druk zijn met het omzetten van kennis in impact en de vele hordes die daarvoor geslecht moeten worden, zich liefst verre houden van beleidsjargon en zich zelden mengen in het publieke debat.  

Bij hollandbio hebben we het voorrecht om dagelijks met en voor deze biotech ondernemers te werken: een even zeldzame als verfrissende hybride van nerd, pragmatist en idealist. Mensen die niet alleen meer dan slim genoeg zijn om excellente kennis te produceren en te doorgronden, maar die tevens het talent hebben om vol overgave elke kans te grijpen die zich aandient en samenwerking aan te gaan met alle benodigde leveranciers van expertise en middelen die nodig is voor impact. Elke keer weer verbazen wij ons over hun vastberadenheid, lef en, om de treffende woorden van Mirjam van Praag zelf aan te halen, beschaafde brutaliteit om de vinger op de zere plek te leggen. Juist die ondernemers kunnen elke vorm van support – publiek en privaat – gebruiken op de lange weg van lab naar praktijk. En daar zouden we bovendien allemaal heel erg duidelijk, transparant én trots op mogen zijn.