← #nieuws

3%-R&D Actieplan, Deel 7: Nationale Investeringsinstelling  

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken (EZ) negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Deze keer kijken we naar de plannen om een nationale investeringsinstelling op te richten. Een plan dat ook in de formatie is opgenomen en wat hollandbio betreft een absolute meerwaarde kan hebben voor biotech in Nederland.

De kamerbrief over het 3%-actieplan beschrijft een nieuwe investeringsinstelling. De behoefte daarvoor is volgens het ministerie van EZ hoog. Een van de meest structurele knelpunten in het R&D-landschap volgens haar is namelijk het “beperkte vermogen om private investeringen op schaal te mobiliseren”. De instelling moet dat knelpunt oplossen door in nauwe samenwerking met de Europese programma’s als Horizon Europe groot institutioneel kapitaal te mobiliseren, aldus EZ. Daarmee zou de instelling investeringsrondes van formaat beschikbaar moeten maken voor grote transities, zodat projecten snellen kunnen opschalen. Daarnaast moet de nieuwe investeringsinstelling ook beter aansluiten bij het risicoprofiel van innovatieve bedrijven dan het huidige publieke instrumentarium in Nederland. Eerder werd via moties in de Tweede Kamer ook al aangedrongen op zo’n nationale instelling en is al besloten tot de samenvoeging van Invest-NL en Invest International. Deze nieuwe, samengevoegde organisatie wordt in de kamerbrief genoemd als mogelijk startpunt voor deze investeringsinstelling.

Sinds de kamerbrief is er een hoop gebeurd en gezegd rondom deze nieuwe nationale investeringsinstelling. Zo benadrukte het rapport van Peter Wennink het belang van de komst van een nationale investeringsinstelling met een aanbevolen kernkapitaal van €10 tot 20 miljard. Ook vond de instelling – nochtans met een bescheidener budget van € 3 tot 5 miljard – haar weg naar het recente coalitieakkoord. De coalitiepartners spreken daar van een instelling “die overwegend marktconforme financiering zal verstrekken, die kan bestaan uit eigen vermogen en verschillende typen leningen”. Ten slotte sprak uit een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer breed draagvlak voor een investeringsinstelling, alsook grote onduidelijkheid over marktconformiteit, mandaat, positie in de markt en governance.

Wat hollandbio betreft, biedt een investeringsinstelling met focus op innovatieve bedrijven, waaronder biotech, veel mogelijkheden. Biotechbedrijven kennen een hoog risico, lange ontwikkeltijden en een grote kapitaalbehoefte, precies in lijn met de beoogde investeringsscope van de nieuw op te richten instelling. Wel ziet hollandbio een risico in een “te Nederlandse” opzet: te risicomijdend en kleinschalig om het financieringsgat waar biotechbedrijven in sneuvelen te dichten. Een nationale investeringsinstelling voegt in de ogen van hollandbio pas waarde toe, wanneer deze echt hogere risico’s durft te nemen dan marktpartijen. Dat is ook dé manier om extra privaat kapitaal aan te trekken, zoals de overheid met de instelling beoogt. Kortom: hoewel de behoefte evident is en het draagvlak groot is, zijn de plannen nog te onduidelijk om de vlag nu al uit te hangen. Hollandbio denkt natuurlijk graag mee over hoe deze investeringsinstelling optimaal bijdraagt aan de brede Nederlandse welvaart  en een florerende Nederlandse biotechsector.