3%-R&D Actieplan, Deel 6: Nationale EU-cofinancieringsvoorziening
Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag is het plan om een Nationale EU-cofinancieringsvoorziening op te richten aan de beurt, een maatregel die, in de ogen van hollandbio te kleinschalig, is opgenomen in de plannen van de formerende partijen.
In de kamerbrief over het 3% actieplan staat beschreven dat Nederland een verkenning wil doen naar het oprichten van een Nationale EU-cofinancieringsvoorziening. De aansluiting met Europese geldstromen is volgens het ministerie niet altijd makkelijk te regelen omdat de nationale begrotingscyclus vaak niet aansluit op de tijdslijnen van Europese initiatieven. Om deze reden wil het ministerie inzetten op een meerjarige voorziening die de benodigde cofinanciering op nationaal niveau kan regelen en er zo voor zorgt dat Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven toegang hebben tot geld uit Europese initiatieven zoals Important Projects of Common European Interest (IPCEI), de Chips Act, Joint Undertakings of thematische partnerschappen op het gebied van onder andere biotechnologie. In het regeerakkoord van de formerende partijen valt al te lezen dat dit plan al verder tot uitwerking komt. Zo valt in de plannen te lezen dat er €100 miljoen vrijgespeeld wordt om deel te nemen aan de hierboven opgesomde activiteiten.
Hollandbio juicht een betere aansluiting op Europees geld toe. Biotech bedrijven van eigen bodem zijn in de regel op zoek naar grote bedragen, die op nationaal niveau slechts mondjesmaat beschikbaar zijn. De huidige mismatch leidt ertoe dat we onvoldoende in staat zijn in te springen op specifieke stimuleringsinitiatieven van de Europese Commissie. Nederland komt daardoor op achterstand ten opzichte van andere lidstaten, die wel in staat én bereid zijn om significante middelen vrij te spelen om sleutelindustrieën te ondersteunen. Een structurele nationale cofinancieringsvoorziening kan dit probleem verhelpen en de innovatiekracht van Nederland effectief een impuls geven.
Details over de plannen zijn nog niet bekend, maar wat hollandbio betreft houden we de opzet van de EU-cofinancieringsvoorziening zo snel en simpel mogelijk. Dat kan allereerst door de met de Nationale Technologie Strategie en het Industriebeleid ingezette keuze voor sectoren van strategisch belang, zoals biotech, vast te houden. Ook het inbedden van de voorziening bij een bestaande organisatie met de benodigde expertise, zoals Invest-NL of RVO, alsook het voorkomen van extra nationale voorwaarden, dragen bij aan de eenvoud en snelheid die de biotech sector nodig heeft. Tot slot is uiteraard de omvang van het vrij te spelen budget niet onbelangrijk. In het kersverse coalitieakkoord zien we dat de coalitiepartners €100 miljoen alloceren voor economie en innovatie. Dat klinkt misschien als veel geld, maar is slechts een druppel op een gloeiende plaat. Immers, dit budget is bedoeld voor én de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie, én regionale innovatieclusters, én deelname aan Europese innovatieprogramma’s én publiek-private innovatieprogramma’s, en geldt bovendien voor alle sectoren samen, dus niet alleen biotech. Hollandbio betwijfelt daarom of het budget toereikend is om de ambitieuze doelstellingen van de co-financieringsfaciliteit te realiseren. Kortom: een zeer welkom initiatief, maar willen we biotech bedrijven van eigen bodem daadwerkelijk wind meegeven, dan mag er wat ons betreft een stevige schep bovenop.