← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 5: Valorisatie

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%-acties voor betere valorisatie van kennis. Eerder liet hollandbio zien dat deze nog altijd lost in translation is. Hoog tijd dus voor actie!

In het 3%-actieplan signaleert EZK dat Nederland excelleert in academisch onderzoek, maar zijn sterke kennispositie wordt nog onvoldoende vertaald naar economische en maatschappelijke impact: het aantal spin‑offs en doorgroeiende startups blijft achter. Dat is een gemiste kans, omdat juist deze academische kennis een belangrijke bron vormt voor de R&D‑intensieve bedrijven van de toekomst. Belemmeringen liggen volgens het ministerie onder meer in beperkte prikkels voor valorisatie binnen kennisinstellingen, waar onderzoekers vooral op wetenschappelijke output worden beoordeeld, en in een moeizame omgang met intellectueel eigendom (IE). Hoewel het actieplan programma’s als Erkennen & Waarderen en de introductie van standaard deal terms als belangrijke stappen benoemt, lopen ondernemende onderzoekers en bedrijven nog te vaak vast in langdurige onderhandelingen, zo schrijft de minister.  

Om de vertaling van onze sterke kennispositie naar economische en maatschappelijke impact te verbeteren, werken de ministeries van OCW en EZK samen aan de versterking van valorisatie. De beide ministeries denken met onder meer heldere mandaten en structurele financiering voor TTO’s en KTO’s, brede implementatie van de standaard deal terms en mogelijke bemiddeling bij IE‑geschillen, hier werk van te kunnen maken. De  Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) gaat op hun verzoek adviseren over mogelijke vervolgacties. Tot slot geeft de minister aan een instrument voor vraaggedreven valorisatie te onderzoeken. Het verlagen van de drempel voor ondernemers van buiten de kennisinstellingen om aan de slag te gaan met nieuwe kennis kan mogelijk voorkomen dat kennis op de plank blijft liggen, aldus het ministerie.  

Hollandbio is het met de minister eens: van kennis die op de plank blijft liggen, wordt niemand beter. We zijn dan ook blij met initiatieven die serieus werk maken voor betere en snellere valorisatie. Tegelijkertijd bekruipt ons bij het lezen van de ministeriële plannen een gevoel van déjà vu. Ze brengen ons terug naar 2021, toen de AWTI het rapport Kansen pakken met kennis publiceerde. De boodschap toen was glashelder: zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vinden, stimuleer kennisuitwisseling via mensen en organiseer valorisatie op maat met professionele ondersteuning. In datzelfde jaar kwamen ook de KTO’s zelf met een plan om het nationale valorisatie‑ecosysteem te versterken. Hun voorstel bestond uit drie bouwstenen: een landelijk knowledge transfersysteem van wereldklasse, sterkere samenwerking met ecosystemen en het gezamenlijk, gericht uitbreiden van KTO‑capaciteit. 

Het ministerie lijkt te missen dat er sinds die tijd best al wat is gebeurd. Vandaag de dag is bijvoorbeeld Biotech Booster up‑and‑running, precies met het doel om de commercialisatie van biotechvindingen in Nederland een boost te geven en een duurzame verbetering in de nationale valorisatiepraktijken te bewerkstelligen. Biotech Booster brengt de belangrijkste aanbevelingen al daadwerkelijk in de praktijk. Als landelijke organisatie met regionale verankering, versterkt het de KTO‑capaciteit en zorgt het ervoor dat ecosystemen – door nauwe betrokkenheid van onder meer onderzoekers, KTO’s, ondernemers en financiers – in ieder geval binnen de biotech beter en slimmer samenwerken. Ook werkt Biotech Booster aan het optimaliseren van het onderhandelingsproces en voor alle partijen werkbare voorwaarden om met kennis aan de slag te kunnen. Dat is precies wat Nederland nodig heeft voor het sneller omzetten van kennis in impact.  

Iedereen weet dat verandering weerbarstig is en bovenal veel tijd kost. Dat geldt zeker ook in de biotechsector, waar het succesvol ontwikkelen van een product zomaar vijftien jaar kan duren, en de kans op falen vele malen groter is dan de kans op het behalen van de eindstreep. Het is dan ook echt een kwestie van de lange adem voordat succes zichtbaar is. Kijk maar naar het Vlaamse Instituut voor Biotechnologie (VIB), dat eveneens tijd nodig had om zich te bewijzen, maar na 30 jaar niet meer weg te denken is als spilfactor in het Vlaamse biotechsucces. 

Willen we de vruchten van Biotech Booster plukken, laten we dan deze beweging de capaciteit, het mandaat en de continuïteit geven die nodig is om verandering te bestendigen en na decennia van stilstand zorgen dat onze excellente kennisbasis hand in hand gaat met bedrijvigheid en productlanceringen. De grote en groeiende betrokkenheid van ondernemers bij Biotech Booster getuigt ervan dat zij de valorisatiepotentie zien – een uitstekende indicator dat we op de goede weg zitten.