In de week dat HollandBIO samen met onder meer de VSNU, NFU en VH een Groeifondsplan heeft ingediend voor het verhogen van het rendement op excellente Nederlandse biotechkennis, kwamen ook de AWTI en de Knowledge Transfer Offices (KTO’s) met een advies en plan op valorisatie. Zo publiceerde de AWTI het rapport ‘Kansen pakken met kennis’ en de KTO’s brachten een plan uit voor het versterken van het nationale valorisatie‐ecosysteem. Beide initiatieven zijn kolfjes naar onze hand en dragen er hopelijk aan bij dat we (biotech) kennis sneller en beter om gaan zetten naar producten met impact.
KTO’s: Naar een valorisatie-ecosysteem met een stevig fundament
KTO-Nederland wil een landelijke aanpak voor valorisatie invoeren. De (KTO’s) van Nederlandse kennisinstellingen blijven achter bij de internationale top en hebben nauwelijks ruimte om best practices te adopteren of hun krachten te bundelen op belangrijke thema’s. Daardoor mist Nederland kansen en dus groei.
De voorgestelde landelijke aanpak bestaat uit drie onderdelen:
landelijk Knowledge Transfer Systeem van wereldklasse
samenwerking met ecosystemen versterken
samen gericht uitbreiden van de KTO-capaciteit
Het maken van scherpe keuzes is belangrijk om dit plan te laten slagen, keuzes over wie wat doet en waar. Daarbij gaan de KTO’s uit van brede samenwerking in plaats van onderlinge versnippering om zo structurele knelpunten weg te nemen die ons Nederlandse kennisvalorisatie nu remmen. Voor het plan vragen de KTO’s de aankomende zeven jaar structureel €100 miljoen per jaar van de overheid. €50 miljoen per jaar voor valorisatie in de ecosystemen van universiteiten en umc’s en aanvullend 50 miljoen per jaar voor TO2-instellingen en hogescholen.
AWTI-advies: kansen pakken met kennis Meer doen met Nederlandse kennis is al jaren een uitgangspunt binnen het HollandBIO-programma een IJzersterk innovatieklimaat. In het onderzoek ‘Kansen pakken met kennis’ adviseert de AWTI, een onafhankelijke adviesraad van de regering en het parlement op wetenschap, technologie en innovatie, een aantal gerichte maatregelen waardoor onderzoekers en ondernemers elkaar vaker zullen vinden en beter kunnen samenwerken. De AWTI stelt voor om te zorgen voor meer ‘kennismakelaars’ die ondernemers en hun vragen koppelen aan de juiste onderzoekers. Daarnaast adviseert de AWTI om geld beschikbaar te stellen waarmee kleine ondernemingen samen een kennisvraag kunnen uitzetten bij een kennisinstelling. Ook dit onderzoek steunt op drie aanbevelingen:
zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vaker en beter vinden
bevorder de uitwisseling van kennis via mensen
stimuleer valorisatie op maat met professionele ondersteuning
De AWTI roept de regering en het parlement op om het belang van kennisoverdracht als één van de hoofdfuncties van kennisinstellingen duidelijk te onderstrepen. “En steun dan de kennisinstellingen in het verder uitbouwen van een professionele ondersteuning voor kennisoverdracht naar ondernemers en de opbouw van een bloeiend ‘ecosysteem’”, aldus Jos Benschop, voorzitter van de AWTI.
Biotech Booster
Biotech Booster, het groeifondsplan van HollandBIO, de NFU, VSNU en VH biedt een antwoord op de problemen die de AWTI signaleert en de activiteiten die Biotech Booster voor ogen heeft, vertonen grote overlap met de aanbevelingen. Het plan van de KTO’s gaat zelfs een stapje verder, want die concluderen zelf al dat het valorisatieplan Biotech Booster kan versterken. En dat is hard nodig. Want we kunnen het niet vaak genoeg benadrukken: Nederland dreigt achterop te raken. We hebben een grotere wetenschappelijke output dan bijvoorbeeld België maar slagen er niet in die kennis om te zetten in producten en diensten. Tijd om werk te maken van de aanbevelingen!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-11-02 16:57:362021-11-02 16:57:37Valorisatie verregaand verbeteren met AWTI-advies en KTO-plan← #nieuws
Bouwen, bouwen, bouwen! Het populairste adagium dezer dagen in de Haagse wandelgangen gaat ook op voor biotech, en specifiek het Leidse biosciencepark. Niet één, maar liefst twee biotech bedrijven zijn daar vorige week aan de bouw van nieuwe faciliteiten begonnen! BMS startte de constructie van hun nieuwe celtherapiefabriek, en bij Janssenging de eerste paal in de grond van hun nieuwe kantoor.
Van bouwen naar banen
Los van de heipalenherrie is dit enorm goed nieuws, want al dat bouwen leidt tot banen. Zo levert de nieuwe vestiging van BMSalleen al 500 (!) nieuwe banen op. Biotech laat zo duidelijk weer haar meerwaarde zien. Als kennis- en kapitaalintensieve industrie versterkt zij de Nederlandse economie door oplossingen te bedenken voor grote maatschappelijke uitdagingen. Het zijn natuurlijk mensen die door betekenisvol werk de doorslag geven. Biotech biedt werk aan deskundigen op alle opleidingsniveaus.
Zo leidt al dat bouwen, bouwen, bouwen tot meer banen, banen, banen. En niet zomaar banen: biotech banen!
Links:
Eenvandaagmaakte eerder dit jaar al een mooi item over de transformatie van polder tot innovatieve hub.
Global healthcare has never been under so much pressure to deliver and innovate to provide effective patient care at affordable costs to an ever increasing and ageing population. Accurate and cost-effective biosensors are expected to play a crucial role in the roll-out of Point-of-Care testing: diagnosing patients at the point of need rather than in a medical facility, reducing the time to diagnosis and increasing patient care.
Integrated photonics for next-gen biosensing
Photonic Integrated Circuits (PICs) are one of the technological breakthroughs that can contribute to this rapidly growing and fast changing demand. PhotonDelta, the industry accelerator for integrated photonics, has therefore created a roadmap for integrated photonic biosensors in collaboration with doctors, industry and ecosystem partners. The roadmap provides the guidance to accelerate the present activities towards successful commercial application.
Bedrijven, belangenverenigingen en overheidsinstanties in de VS slaan de handen ineen om gentherapieën voor zeldzame ziekten te ontwikkelen. Het consortium, onder leiding van de Food and Drug Administration (FDA) en National Institutes of Health (NIH), wordt opgezet om de ontwikkeling van gentherapieën te versnellen. Een mooie bron van inspiratie voor Nederland, denkt HollandBIO.
Eerder schreven we al over lessen die Nederland en Europa kunnen leren van de plannen uit de VS rond pandemic preparedness. En aan ambities geen gebrek aan de andere kant van de oceaan. Als onderdeel van het Accelerating Medicines Partnership (AMP) investeren de samenwerkende partijen $76 miljoen in onderzoek naar gentherapie, waarvan ongeveer $39,5 miljoen uit overheidsinstellingen komt. In Nederland zijn de ambities ook groot maar worden deze nog niet altijd waargemaakt.
Het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor zeldzame aandoeningen duurt lang, is kostbaar en risicovol. Dat moet én kan sneller en beter. Door samenwerking binnen de hele keten kunnen we een adaptief ecosysteem realiseren en verzilveren we onze rijke kennisbasis in gezondheidswinst, maatschappelijke impact en economische groei. De samenwerking die nu in de VS gelanceerd is tussen onderzoeksinstellingen, bedrijven en overheid is wat HollandBIO betreft een inspirerend voorbeeld. En goed voorbeeld doet volgen. Laten we daar samen onze schouders onder zetten.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-11-02 16:17:542021-11-02 16:31:04Groen gras aan de overkant van de oceaan← #nieuws
Minister Van Engelshoven (OCW) heeft een voorstel ingediend bij het Nationaal Groeifonds dat de Nederlandse biotechnologiesector moet laten uitgroeien tot internationale koploper. Dat deed de minister namens een unieke publiek-private coalitie van universiteiten, academisch medisch centra, hogescholen en het bedrijfsleven. Het plan, Biotech Booster, vormt een ontbrekende schakel in de valorisatieketen en ambieert van Nederland een brandpunt in de mondiale biotechnologie te maken. Door systeemfalen in valorisatie en marktfalen in financiering resulteert hoogwaardige Nederlandse biotechnologische kennis nu nog onvoldoende in nieuwe producten en diensten.
Met Biotech Booster gaan uitvinders en ondernemers, kennisinstellingen en bedrijven biotechnologische kennis sneller en efficiënter omzetten in waardevolle innovaties. Voorbeelden zijn de toepassing van medische biotech in biosensoren en hiermee in preventie, groene biotech in de langere houdbaarheid van voedsel en industriële biotech in algen en hiermee in biobrandstof. Biotech Booster vraagt vanuit het Nationaal Groeifonds een investering van nog geen €250 miljoen en heeft een verwacht structureel bbp-effect van €440 miljoen in 2031, oplopend tot ruim €10 miljard in 2050. Daarmee versterkt het plan het innovatie-, ondernemend- en verdienvermogen van Nederland.
Op dit moment kunnen alleen ministeries voorstellen indienen bij het Nationaal Groeifonds. Een onafhankelijke commissie beoordeelt de ingediende voorstellen aan de hand van vooraf vastgestelde randvoorwaarden en criteria en brengt vervolgens advies uit aan het kabinet om in een project te investeren. Het kabinet maakt naar verwachting in april 2022 bekend welke voorstellen een bijdrage vanuit het Nationaal Groeifonds ontvangen.
Wat doet Biotech Booster precies?
Biotech Booster bouwt voort op een tiental zwaartepunten in het Nederlandse biotech ecosysteem om het rendement op wetenschappelijk onderzoek te verhogen. Dit doet Biotech Booster door kansrijke nieuwe ideeën in een vroege fase op een bedrijfsmatige manier te begeleiden. Binnen Biotech Booster bouwen onderzoekers en ondernemers samen aan ijzersterke proposities. Dit zorgt dat kennis en expertise van beiden gelijktijdig beschikbaar zijn. Ondersteuning is maatwerk, zodat de proposities de beste kans hebben maximale economische en maatschappelijke impact te maken. Het idee en het team krijgen tijd en ruimte om te groeien, wat resulteert in nieuwe producten en nieuwe ondernemers. Zodra een propositie robuust genoeg is, ondersteunen de betrokken topondernemers het team bij het vinden van partners, voor doorgroei via een startup of als onderdeel van een bestaand bedrijf.
In de Executive Summary vind je een bondige weergave van het voorstel.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-11-02 11:09:282021-11-02 11:11:32Minister dient plan in bij Nationaal Groeifonds voor wereldwijde koppositie Nederlandse biotechnologiesector← #nieuws
HollandBIO connects, represents and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent over 240 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food or biobased economy. Today we welcome Panorama Labs! Panorama Laboratories is redefining the way biotechnology R&D is documented, by treating documentation itself as a lab result. Panorama Labs likes to address a word to the reader:
We are building a set of documentation specific sensors, that once deployed in a biotech R&D lab, will provide a fully automated stream of documentation about lab activity. This can eventually save months (per biotech product release) in regulatory processes and lab management efficiency gains.
Panorama Laboratories first device – the Panorama Beacon – surpasses the current standards of documentation of pipetting actions, without requiring any human input (aside from the pipetting action itself). This device is currently being piloted and demonstrated: www.panorama.bio/demo
If your laboratory would benefit from a boost to documentation infrastructure, don’t hesitate to reach out. We might be able to build something for you! www.panorama.bio/contact
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-10-26 20:13:032021-10-26 20:13:04HollandBIO welcomes Panorama Labs as a new member← #nieuws
Van januari tot en met april 2022 organiseert Stichting Proefdiervrij de tweede editie van de Proefdiervrij Venture Challenge. Wij willen de impact van proefdiervrij onderzoek vergroten en versnellen. Dit doen wij door de positie van proefdiervrije onderzoeksprojecten te versterken door die om te zetten in een commerciële organisatie.
De Proefdiervrij Venture Challenge is een programma van 10 tot 12 weken waarin een proefdiervrije wetenschappelijke doorbraak binnen de life sciences wordt omgezet in een solide business case. Onderzoekers leren, onder begeleiding van professionals, verschillende vaardigheden die nodig zijn om een onderneming op te zetten of verder uit te bouwen.
Nationale of internationale wetenschappers kunnen in teams van min. 3 en max. 5 personen deelnemen aan de Proefdiervrij Venture Challenge. Werk je binnen de life sciences aan een proefdiervrij technologisch product, proces of dienst, dat voortkomt uit wetenschappelijk onderzoek? Meld jezelf en je team vóór 24 januari 2022 aan voor de Proefdiervrij Venture Challenge en zet jouw innovatie om in een onderneming. Lees hiermeer over Proefdiervrij Venture Challenge en hoe je je kunt aanmelden.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-10-26 20:04:102021-10-26 20:04:11Meld je aan voor de Proefdiervrij Venture Challenge← #nieuws
Het MKB kan meer profiteren van de publiek private samenwerkingsregeling (PPS), en hier moet werk van gemaakt worden. Dat is een van de conclusies van Dialogic in een evaluatie van de PPS-regeling. Ook HollandBIO hoort al langer signalen uit het veld dat de regeling niet helemaal aansluit bij de wensen van ondernemers. We hopen dat een volgend kabinet met de aanbevelingen aan de slag gaat en wij helpen graag de aansluiting met het innovatieve MKB te vinden!
PPS-regeling
De PPS-regeling is een hoeksteen van het innovatiebeleid en kan daarmee een belangrijke rol voor ondernemers spelen. Het basisprincipe van de PPS-toeslag is simpel. Voor iedere euro private cash R&D-bijdrage van een bedrijf aan een onderzoeksorganisatie, legt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat er € 0,30 bij aan PPS-toeslag. Die PPS-toeslag moet weer ingezet worden voor R&D.
Het belang van de regeling voor het innovatiebeleid is te zien in de groei van de regeling: waar de regeling in 2013 nog €60 miljoen behelsde, daar is deze in 2020 gegroeid naar €150 miljoen. In 2020 werd met de PPS regeling €1,67 miljard aan private investeringen aangetrokken.
Achterblijvende rol voor het MKB
Door hun wendbaarheid spelen MKB-bedrijven een belangrijke rol in het aanjagen van innovatie. Die sleutelpositie in het innovatielandschap wordt niet weerspiegeld in de PPS-regeling. Maar 1700 MKB’ers van de in totaal 20.000 MKB’ers die ons land rijk is, deden mee in 2020. Dat is jammer, want als in een van de hoekstenen van het Nederlandse innovatiebeleid zo’n belangrijke partij ondervertegenwoordigd is, missen we kansen.
Bij HollandBIO horen we vaak van onze achterban dat de PPS-regeling beter aan kan sluiten bij de behoeften van het innovatieve MKB. De PPS-regeling richt zich nu met name op fundamenteel onderzoek, terwijl MKB’ers zich met name op de toepassing richten. Een MKB’er heeft vaak maar enkele assets die in een hoogcompetitieve omgeving zo snel mogelijk naar de markt gebracht moeten worden. Fundamenteel onderzoek is dan een nice-to-have, maar geen need-to-have.
Wij kijken dan ook niet op van de conclusie in de evaluatie dat de PPS-regeling nu slechts relevant is voor een beperkt deel van het mkb. Wij sluiten ons aan bij het advies om meer MKB-bedrijven te betrekken bij de PPS-toeslagregeling. Als vertegenwoordiger van de biotechsector denken we graag mee met een nieuw kabinet!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-10-26 19:30:102021-10-28 08:05:55PPS-Evaluatie: Neem het MKB mee← #nieuws
Alleen ga je sneller, samen kom je verder. Ons nationale topsectorenbeleid is volledig gestoeld op de kracht van publiek-private samenwerking. En daar zijn we terecht trots op in Nederland. Alleen in samenwerking verzilveren we onze rijke kennisbasis in gezondheid, verduurzaming en economische groei. Toch blijkt die nationale trots ver te zoeken wanneer één van onze meest vooraanstaande Alzheimer-artsen de daad bij het woord voegt.
Wellicht is het je ontgaan in het multimediale moddergooien van de afgelopen week: dementie is één van de meest ontwrichtende uitdagingen waar de maatschappij voor staat. Nu al krijgt 1 op de 5 mensen dementie. Dat aantal gaat in de nabije toekomst verdubbelen. Dementie is op alle fronten razend complex, een veelkoppig monster dat een zware wissel trekt op patiënten, hun naasten, op het zorgsysteem en op onze samenleving. Voor velen is dementie het meest gevreesde persoonlijke toekomstscenario. Een oplossing? Die is er nog niet.
Het moge duidelijk zijn: een dergelijk groot en complex probleem kun je niet in je eentje oplossen, dat moet je samen doen. Gelukkig heeft Nederland een lange historie van samenwerking, met als lichtend voorbeeld onze strijd tegen het water. De watersnoodramp van 1953 deed alle neuzen dezelfde kant op staan: dit mag nooit weer gebeuren. Die echt gezamenlijke ambitie resulteerde in de Deltawerken, een technologisch en infrastructureel hoogstandje, dat tot op de dag van vandaag niet alleen onze voeten droog houdt, maar nog steeds het meest succesvolle visitekaartje van Nederland aan de wereld is. Polderen zit in ons DNA, samenwerking in ons bloed.
Een aantal keer per jaar staat HollandBIO in opdracht van de overheid op internationale congressen om de sterktes van de Nederlandse Life Sciences & Health aan te prijzen. En ook daar weer is één van de kernboodschappen aan internationale bedrijven en investeerders: kom naar Nederland, het walhalla voor publiek-private samenwerking (PPS). Ons topsectorenbeleid is volledig op dat principe gestoeld. Alleen door samenwerking met de hele keten, verzilveren we onze rijke kennisbasis in maatschappelijke impact en economische groei.
Nu is dementie weliswaar minder zichtbaar dan wassend water, haar maatschappelijke impact is zeker zo groot. Sinds 2004 zet het ministerie van VWS zich dan ook in op het gebied van dementie, met diverse opeenvolgende programma’s: het Landelijk Dementieprogramma, het Programma Ketenzorg Dementie, het Deltaplan Dementie, en sinds 2021 met een nationale dementiestrategie. De rode draad in al die programma’s: willen we een deuk in een pakje boter slaan, dan is nationale en internationale samenwerking cruciaal. So far so good, dachten we bij HollandBIO. Al mocht er van ons (zoals altijd) wel een tandje bij.
Maar nu zijn we in de war. Eén van Nederlands meest vooraanstaande experts en onvermoeibaar ambassadeur van dementie en de ziekte van Alzheimer, Prof. Dr. Philip Scheltens, werd afgelopen week door Nieuwsuur wel heel stevig aan de tand gevoeld. En waarom? Omdat hij – zoals velen onder ons – zijn profiel niet volledig had bijgewerkt? Misschien. De verontwaardiging leek echter vooral te ontstaan door zijn velen petten, oftewel, doordat Scheltens zijn kennis waar mogelijk inzet en samenwerkt met íedereen die een bijdrage kan leveren aan onze dementiemissie. Oók voor en met het bedrijfsleven. Onder meer in cruciale coalities als het ABOARD-project: een prachtige PPS, waarin een consortium van 30 partners in vijf werkpakketten samenwerkt, gericht op gepersonaliseerde diagnostiek, predictie en preventie van Alzheimer, onder het motto “Samen Alzheimer stoppen voor het start”.
Leg het ons maar uit. Hoe werkt publiek-private samenwerking in de praktijk, wanneer je motieven en geloofwaardigheid direct in twijfel worden getrokken, wanneer je als onderzoeker, arts óf patiëntvertegenwoordiger een samenwerking aangaat met de industrie? Wanneer je door samenwerking, of financiële support direct je onafhankelijkheid verliest? En wanneer de kans dat er een geneesmiddel op de markt komt zonder bedrijven, precies nul is?
De kritiek die Scheltens ten deel viel, staat helaas niet op zich. Ze is illustratief voor het aanstekelijke nationale anti-farma sentiment. Het NTvG schreef recent een enquête uit met de vraag “hoe moeten we verder met de farmaceutische industrie?”, daarmee suggererend dat er op dit moment te veel ongezonde relaties zijn tussen arts en farma. Gezondheidseconoom Marcel Canoy ging zelfs nog een stapje verder. Noch het ontbreken van een medische bevoegdheid, noch de afwezigheid van een EMA-advies of dossier belette hem om uit naam van de Adviescommissie Pakket (ACP) van het Zorginstituut het medicijn aducanumab in dit NOS-artikel bij voorbaat totaal af te schrijven (uitspraken waar HollandBIO bezwaar op aantekende bij het Zorginstituut, lees de brief hier).
In het medisch-wetenschappelijk veld, of misschien wel overal, zijn experts dun gezaaid. Je struikelt niet op elke straathoek over iemand met eenzelfde kennis en staat van dienst als Philip Scheltens, Bas Bloem, Hans Clevers, Sander van Deventer, of Feike Sijbesma, om er maar een paar te noemen. Aan ons de keus: of we verwijzen onze nationale competentie van publiek-private samenwerking naar het rijk der fabelen, of we accepteren – of liever nog, juichen toe – dat onze koplopers, uiteraard in volledige openheid, meerdere petten hebben, juist omdat zij samenwerken met iedereen die het gemeenschappelijke doel dichterbij kan brengen. Kortom: elke expert zijn eigen terpje, of gezamenlijk de Deltawerken?
Zorginstituut Nederland heeft officieel gereageerd op de bezwaarlijke uitspraken. Na overleg tussen het Zorginstituut en het ACP-lid komt naar voren dat de uitspraken niet hadden mogen worden gedaan, omdat zij de geloofwaardigheid en de legitimiteit van de adviezen van het Zorginstituut en de ACP kunnen aantasten. Het Zorginstituut betreurt de gang van zaken. Het betreffende lid wordt uitgesloten van de (mogelijke) beoordeling van het middel waar het hier om ging (Aducanumab). Er zijn afspraken gemaakt om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-10-19 20:01:322021-11-16 18:44:15Deltawerken of ieder zijn eigen terpje?← #nieuws
In het hart van de Europese Green Deal bevindt zich de Farm to Fork Strategie, erop gericht om voedselsystemen eerlijk, gezond en milieuvriendelijk te maken. De strategie deed afgelopen weken veel stof opwaaien. Tijdens een webinar van Euractiv presenteerden het Joint Research Centre (interne wetenschappelijke dienst van de Europese Commissie), Wageningen Universiteit en USDA hun impactanalyse: de doorberekening van de impact van de Farm to Fork strategie op Europa en de rest van de wereld.
De bevindingen zijn verontrustend. Het JRC becijferde dat de strategie zal leiden tot een flinke verlaging (tot 15%) van de voedselproductie in de EU, met forse economische gevolgen. Zo zou de Europese exportpositie op het vlak van varkensvlees nagenoeg instorten, met prijsstijgingen van maar liefs bijna 45% tot gevolg. Daarnaast is de verwachting dat de beoogde CO2-daling in praktijk tegenvalt, omdat de verminderde productie wordt gecompenseerd door verhoogde productie buiten de Europese lidstaten. Dat het rapport nu pas – ruim een half jaar na voltooiing – gepubliceerd is, deed de verhitte Brusselse gemoederen ook weinig goeds.
Farm to Fork voorvechters merken op dat er wel wat af te dingen valt op de rapporten: verandering in consumentengedrag is niet meegenomen, net als acties van buiten Europa. Ook zijn de rapporten gebaseerd op basis van hedendaagse technologieën.
HollandBIO ziet de ophef als een extra drijfveer om vaart te maken met de modernisering van de Europese wetgeving t.a.v. genetische modificatie, en aanpalende wetgeving. Daarmee maakt Europa de weg vrij voor de creativiteit van de biotech sector om met innovatieve oplossingen zoals gecultiveerd vlees en nieuwe veredelingsmethoden bij te dragen aan een duurzame en welvarende toekomst.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2021-10-19 19:12:012021-10-21 09:31:52Ophef over Farm to Fork-strategie
Valorisatie verregaand verbeteren met AWTI-advies en KTO-plan
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtIn de week dat HollandBIO samen met onder meer de VSNU, NFU en VH een Groeifondsplan heeft ingediend voor het verhogen van het rendement op excellente Nederlandse biotechkennis, kwamen ook de AWTI en de Knowledge Transfer Offices (KTO’s) met een advies en plan op valorisatie. Zo publiceerde de AWTI het rapport ‘Kansen pakken met kennis’ en de KTO’s brachten een plan uit voor het versterken van het nationale valorisatie‐ecosysteem. Beide initiatieven zijn kolfjes naar onze hand en dragen er hopelijk aan bij dat we (biotech) kennis sneller en beter om gaan zetten naar producten met impact.
KTO’s: Naar een valorisatie-ecosysteem met een stevig fundament
KTO-Nederland wil een landelijke aanpak voor valorisatie invoeren. De (KTO’s) van Nederlandse kennisinstellingen blijven achter bij de internationale top en hebben nauwelijks ruimte om best practices te adopteren of hun krachten te bundelen op belangrijke thema’s. Daardoor mist Nederland kansen en dus groei.
De voorgestelde landelijke aanpak bestaat uit drie onderdelen:
Het maken van scherpe keuzes is belangrijk om dit plan te laten slagen, keuzes over wie wat doet en waar. Daarbij gaan de KTO’s uit van brede samenwerking in plaats van onderlinge versnippering om zo structurele knelpunten weg te nemen die ons Nederlandse kennisvalorisatie nu remmen. Voor het plan vragen de KTO’s de aankomende zeven jaar structureel €100 miljoen per jaar van de overheid. €50 miljoen per jaar voor valorisatie in de ecosystemen van universiteiten en umc’s en aanvullend 50 miljoen per jaar voor TO2-instellingen en hogescholen.
AWTI-advies: kansen pakken met kennis
Meer doen met Nederlandse kennis is al jaren een uitgangspunt binnen het HollandBIO-programma een IJzersterk innovatieklimaat. In het onderzoek ‘Kansen pakken met kennis’ adviseert de AWTI, een onafhankelijke adviesraad van de regering en het parlement op wetenschap, technologie en innovatie, een aantal gerichte maatregelen waardoor onderzoekers en ondernemers elkaar vaker zullen vinden en beter kunnen samenwerken. De AWTI stelt voor om te zorgen voor meer ‘kennismakelaars’ die ondernemers en hun vragen koppelen aan de juiste onderzoekers. Daarnaast adviseert de AWTI om geld beschikbaar te stellen waarmee kleine ondernemingen samen een kennisvraag kunnen uitzetten bij een kennisinstelling. Ook dit onderzoek steunt op drie aanbevelingen:
De AWTI roept de regering en het parlement op om het belang van kennisoverdracht als één van de hoofdfuncties van kennisinstellingen duidelijk te onderstrepen. “En steun dan de kennisinstellingen in het verder uitbouwen van een professionele ondersteuning voor kennisoverdracht naar ondernemers en de opbouw van een bloeiend ‘ecosysteem’”, aldus Jos Benschop, voorzitter van de AWTI.
Biotech Booster
Biotech Booster, het groeifondsplan van HollandBIO, de NFU, VSNU en VH biedt een antwoord op de problemen die de AWTI signaleert en de activiteiten die Biotech Booster voor ogen heeft, vertonen grote overlap met de aanbevelingen. Het plan van de KTO’s gaat zelfs een stapje verder, want die concluderen zelf al dat het valorisatieplan Biotech Booster kan versterken. En dat is hard nodig. Want we kunnen het niet vaak genoeg benadrukken: Nederland dreigt achterop te raken. We hebben een grotere wetenschappelijke output dan bijvoorbeeld België maar slagen er niet in die kennis om te zetten in producten en diensten. Tijd om werk te maken van de aanbevelingen!
Bouwen, bouwen, bouwen aan biotech banen
InnovatieklimaatBouwen, bouwen, bouwen! Het populairste adagium dezer dagen in de Haagse wandelgangen gaat ook op voor biotech, en specifiek het Leidse biosciencepark. Niet één, maar liefst twee biotech bedrijven zijn daar vorige week aan de bouw van nieuwe faciliteiten begonnen! BMS startte de constructie van hun nieuwe celtherapiefabriek, en bij Janssen ging de eerste paal in de grond van hun nieuwe kantoor.
Van bouwen naar banen
Los van de heipalenherrie is dit enorm goed nieuws, want al dat bouwen leidt tot banen. Zo levert de nieuwe vestiging van BMS alleen al 500 (!) nieuwe banen op. Biotech laat zo duidelijk weer haar meerwaarde zien. Als kennis- en kapitaalintensieve industrie versterkt zij de Nederlandse economie door oplossingen te bedenken voor grote maatschappelijke uitdagingen. Het zijn natuurlijk mensen die door betekenisvol werk de doorslag geven. Biotech biedt werk aan deskundigen op alle opleidingsniveaus.
Zo leidt al dat bouwen, bouwen, bouwen tot meer banen, banen, banen. En niet zomaar banen: biotech banen!
Links:
Eenvandaag maakte eerder dit jaar al een mooi item over de transformatie van polder tot innovatieve hub.
https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:6859498239897534464/
https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:6858296685123182593/
The road to next-gen biosensing – PhotonDelta Roadmap
GezondheidGlobal healthcare has never been under so much pressure to deliver and innovate to provide effective patient care at affordable costs to an ever increasing and ageing population. Accurate and cost-effective biosensors are expected to play a crucial role in the roll-out of Point-of-Care testing: diagnosing patients at the point of need rather than in a medical facility, reducing the time to diagnosis and increasing patient care.
Integrated photonics for next-gen biosensing
Photonic Integrated Circuits (PICs) are one of the technological breakthroughs that can contribute to this rapidly growing and fast changing demand. PhotonDelta, the industry accelerator for integrated photonics, has therefore created a roadmap for integrated photonic biosensors in collaboration with doctors, industry and ecosystem partners. The roadmap provides the guidance to accelerate the present activities towards successful commercial application.
Download the roadmap
Get in touch with Erik van Oorschot from PhotonDelta
Groen gras aan de overkant van de oceaan
GezondheidBedrijven, belangenverenigingen en overheidsinstanties in de VS slaan de handen ineen om gentherapieën voor zeldzame ziekten te ontwikkelen. Het consortium, onder leiding van de Food and Drug Administration (FDA) en National Institutes of Health (NIH), wordt opgezet om de ontwikkeling van gentherapieën te versnellen. Een mooie bron van inspiratie voor Nederland, denkt HollandBIO.
Eerder schreven we al over lessen die Nederland en Europa kunnen leren van de plannen uit de VS rond pandemic preparedness. En aan ambities geen gebrek aan de andere kant van de oceaan. Als onderdeel van het Accelerating Medicines Partnership (AMP) investeren de samenwerkende partijen $76 miljoen in onderzoek naar gentherapie, waarvan ongeveer $39,5 miljoen uit overheidsinstellingen komt. In Nederland zijn de ambities ook groot maar worden deze nog niet altijd waargemaakt.
Het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor zeldzame aandoeningen duurt lang, is kostbaar en risicovol. Dat moet én kan sneller en beter. Door samenwerking binnen de hele keten kunnen we een adaptief ecosysteem realiseren en verzilveren we onze rijke kennisbasis in gezondheidswinst, maatschappelijke impact en economische groei. De samenwerking die nu in de VS gelanceerd is tussen onderzoeksinstellingen, bedrijven en overheid is wat HollandBIO betreft een inspirerend voorbeeld. En goed voorbeeld doet volgen. Laten we daar samen onze schouders onder zetten.
Minister dient plan in bij Nationaal Groeifonds voor wereldwijde koppositie Nederlandse biotechnologiesector
IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, UitgelichtMinister Van Engelshoven (OCW) heeft een voorstel ingediend bij het Nationaal Groeifonds dat de Nederlandse biotechnologiesector moet laten uitgroeien tot internationale koploper. Dat deed de minister namens een unieke publiek-private coalitie van universiteiten, academisch medisch centra, hogescholen en het bedrijfsleven. Het plan, Biotech Booster, vormt een ontbrekende schakel in de valorisatieketen en ambieert van Nederland een brandpunt in de mondiale biotechnologie te maken. Door systeemfalen in valorisatie en marktfalen in financiering resulteert hoogwaardige Nederlandse biotechnologische kennis nu nog onvoldoende in nieuwe producten en diensten.
Met Biotech Booster gaan uitvinders en ondernemers, kennisinstellingen en bedrijven biotechnologische kennis sneller en efficiënter omzetten in waardevolle innovaties. Voorbeelden zijn de toepassing van medische biotech in biosensoren en hiermee in preventie, groene biotech in de langere houdbaarheid van voedsel en industriële biotech in algen en hiermee in biobrandstof. Biotech Booster vraagt vanuit het Nationaal Groeifonds een investering van nog geen €250 miljoen en heeft een verwacht structureel bbp-effect van €440 miljoen in 2031, oplopend tot ruim €10 miljard in 2050. Daarmee versterkt het plan het innovatie-, ondernemend- en verdienvermogen van Nederland.
Op dit moment kunnen alleen ministeries voorstellen indienen bij het Nationaal Groeifonds. Een onafhankelijke commissie beoordeelt de ingediende voorstellen aan de hand van vooraf vastgestelde randvoorwaarden en criteria en brengt vervolgens advies uit aan het kabinet om in een project te investeren. Het kabinet maakt naar verwachting in april 2022 bekend welke voorstellen een bijdrage vanuit het Nationaal Groeifonds ontvangen.
Wat doet Biotech Booster precies?
Biotech Booster bouwt voort op een tiental zwaartepunten in het Nederlandse biotech ecosysteem om het rendement op wetenschappelijk onderzoek te verhogen. Dit doet Biotech Booster door kansrijke nieuwe ideeën in een vroege fase op een bedrijfsmatige manier te begeleiden. Binnen Biotech Booster bouwen onderzoekers en ondernemers samen aan ijzersterke proposities. Dit zorgt dat kennis en expertise van beiden gelijktijdig beschikbaar zijn. Ondersteuning is maatwerk, zodat de proposities de beste kans hebben maximale economische en maatschappelijke impact te maken. Het idee en het team krijgen tijd en ruimte om te groeien, wat resulteert in nieuwe producten en nieuwe ondernemers. Zodra een propositie robuust genoeg is, ondersteunen de betrokken topondernemers het team bij het vinden van partners, voor doorgroei via een startup of als onderdeel van een bestaand bedrijf.
In de Executive Summary vind je een bondige weergave van het voorstel.
HollandBIO welcomes Panorama Labs as a new member
Hollandbio, UitgelichtHollandBIO connects, represents and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent over 240 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food or biobased economy. Today we welcome Panorama Labs! Panorama Laboratories is redefining the way biotechnology R&D is documented, by treating documentation itself as a lab result. Panorama Labs likes to address a word to the reader:
We are building a set of documentation specific sensors, that once deployed in a biotech R&D lab, will provide a fully automated stream of documentation about lab activity. This can eventually save months (per biotech product release) in regulatory processes and lab management efficiency gains.
Panorama Laboratories first device – the Panorama Beacon – surpasses the current standards of documentation of pipetting actions, without requiring any human input (aside from the pipetting action itself). This device is currently being piloted and demonstrated: www.panorama.bio/demo
If your laboratory would benefit from a boost to documentation infrastructure, don’t hesitate to reach out. We might be able to build something for you! www.panorama.bio/contact
Meld je aan voor de Proefdiervrij Venture Challenge
Gezondheid, InnovatieklimaatVan januari tot en met april 2022 organiseert Stichting Proefdiervrij de tweede editie van de Proefdiervrij Venture Challenge. Wij willen de impact van proefdiervrij onderzoek vergroten en versnellen. Dit doen wij door de positie van proefdiervrije onderzoeksprojecten te versterken door die om te zetten in een commerciële organisatie.
De Proefdiervrij Venture Challenge is een programma van 10 tot 12 weken waarin een proefdiervrije wetenschappelijke doorbraak binnen de life sciences wordt omgezet in een solide business case. Onderzoekers leren, onder begeleiding van professionals, verschillende vaardigheden die nodig zijn om een onderneming op te zetten of verder uit te bouwen.
Nationale of internationale wetenschappers kunnen in teams van min. 3 en max. 5 personen deelnemen aan de Proefdiervrij Venture Challenge. Werk je binnen de life sciences aan een proefdiervrij technologisch product, proces of dienst, dat voortkomt uit wetenschappelijk onderzoek? Meld jezelf en je team vóór 24 januari 2022 aan voor de Proefdiervrij Venture Challenge en zet jouw innovatie om in een onderneming. Lees hier meer over Proefdiervrij Venture Challenge en hoe je je kunt aanmelden.
PPS-Evaluatie: Neem het MKB mee
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtHet MKB kan meer profiteren van de publiek private samenwerkingsregeling (PPS), en hier moet werk van gemaakt worden. Dat is een van de conclusies van Dialogic in een evaluatie van de PPS-regeling. Ook HollandBIO hoort al langer signalen uit het veld dat de regeling niet helemaal aansluit bij de wensen van ondernemers. We hopen dat een volgend kabinet met de aanbevelingen aan de slag gaat en wij helpen graag de aansluiting met het innovatieve MKB te vinden!
PPS-regeling
De PPS-regeling is een hoeksteen van het innovatiebeleid en kan daarmee een belangrijke rol voor ondernemers spelen. Het basisprincipe van de PPS-toeslag is simpel. Voor iedere euro private cash R&D-bijdrage van een bedrijf aan een onderzoeksorganisatie, legt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat er € 0,30 bij aan PPS-toeslag. Die PPS-toeslag moet weer ingezet worden voor R&D.
Het belang van de regeling voor het innovatiebeleid is te zien in de groei van de regeling: waar de regeling in 2013 nog €60 miljoen behelsde, daar is deze in 2020 gegroeid naar €150 miljoen. In 2020 werd met de PPS regeling €1,67 miljard aan private investeringen aangetrokken.
Achterblijvende rol voor het MKB
Door hun wendbaarheid spelen MKB-bedrijven een belangrijke rol in het aanjagen van innovatie. Die sleutelpositie in het innovatielandschap wordt niet weerspiegeld in de PPS-regeling. Maar 1700 MKB’ers van de in totaal 20.000 MKB’ers die ons land rijk is, deden mee in 2020. Dat is jammer, want als in een van de hoekstenen van het Nederlandse innovatiebeleid zo’n belangrijke partij ondervertegenwoordigd is, missen we kansen.
Bij HollandBIO horen we vaak van onze achterban dat de PPS-regeling beter aan kan sluiten bij de behoeften van het innovatieve MKB. De PPS-regeling richt zich nu met name op fundamenteel onderzoek, terwijl MKB’ers zich met name op de toepassing richten. Een MKB’er heeft vaak maar enkele assets die in een hoogcompetitieve omgeving zo snel mogelijk naar de markt gebracht moeten worden. Fundamenteel onderzoek is dan een nice-to-have, maar geen need-to-have.
Wij kijken dan ook niet op van de conclusie in de evaluatie dat de PPS-regeling nu slechts relevant is voor een beperkt deel van het mkb. Wij sluiten ons aan bij het advies om meer MKB-bedrijven te betrekken bij de PPS-toeslagregeling. Als vertegenwoordiger van de biotechsector denken we graag mee met een nieuw kabinet!
Deltawerken of ieder zijn eigen terpje?
Hollandbio, Gezondheid, UitgelichtAlleen ga je sneller, samen kom je verder. Ons nationale topsectorenbeleid is volledig gestoeld op de kracht van publiek-private samenwerking. En daar zijn we terecht trots op in Nederland. Alleen in samenwerking verzilveren we onze rijke kennisbasis in gezondheid, verduurzaming en economische groei. Toch blijkt die nationale trots ver te zoeken wanneer één van onze meest vooraanstaande Alzheimer-artsen de daad bij het woord voegt.
Wellicht is het je ontgaan in het multimediale moddergooien van de afgelopen week: dementie is één van de meest ontwrichtende uitdagingen waar de maatschappij voor staat. Nu al krijgt 1 op de 5 mensen dementie. Dat aantal gaat in de nabije toekomst verdubbelen. Dementie is op alle fronten razend complex, een veelkoppig monster dat een zware wissel trekt op patiënten, hun naasten, op het zorgsysteem en op onze samenleving. Voor velen is dementie het meest gevreesde persoonlijke toekomstscenario. Een oplossing? Die is er nog niet.
Het moge duidelijk zijn: een dergelijk groot en complex probleem kun je niet in je eentje oplossen, dat moet je samen doen. Gelukkig heeft Nederland een lange historie van samenwerking, met als lichtend voorbeeld onze strijd tegen het water. De watersnoodramp van 1953 deed alle neuzen dezelfde kant op staan: dit mag nooit weer gebeuren. Die echt gezamenlijke ambitie resulteerde in de Deltawerken, een technologisch en infrastructureel hoogstandje, dat tot op de dag van vandaag niet alleen onze voeten droog houdt, maar nog steeds het meest succesvolle visitekaartje van Nederland aan de wereld is. Polderen zit in ons DNA, samenwerking in ons bloed.
Een aantal keer per jaar staat HollandBIO in opdracht van de overheid op internationale congressen om de sterktes van de Nederlandse Life Sciences & Health aan te prijzen. En ook daar weer is één van de kernboodschappen aan internationale bedrijven en investeerders: kom naar Nederland, het walhalla voor publiek-private samenwerking (PPS). Ons topsectorenbeleid is volledig op dat principe gestoeld. Alleen door samenwerking met de hele keten, verzilveren we onze rijke kennisbasis in maatschappelijke impact en economische groei.
Nu is dementie weliswaar minder zichtbaar dan wassend water, haar maatschappelijke impact is zeker zo groot. Sinds 2004 zet het ministerie van VWS zich dan ook in op het gebied van dementie, met diverse opeenvolgende programma’s: het Landelijk Dementieprogramma, het Programma Ketenzorg Dementie, het Deltaplan Dementie, en sinds 2021 met een nationale dementiestrategie. De rode draad in al die programma’s: willen we een deuk in een pakje boter slaan, dan is nationale en internationale samenwerking cruciaal. So far so good, dachten we bij HollandBIO. Al mocht er van ons (zoals altijd) wel een tandje bij.
Maar nu zijn we in de war. Eén van Nederlands meest vooraanstaande experts en onvermoeibaar ambassadeur van dementie en de ziekte van Alzheimer, Prof. Dr. Philip Scheltens, werd afgelopen week door Nieuwsuur wel heel stevig aan de tand gevoeld. En waarom? Omdat hij – zoals velen onder ons – zijn profiel niet volledig had bijgewerkt? Misschien. De verontwaardiging leek echter vooral te ontstaan door zijn velen petten, oftewel, doordat Scheltens zijn kennis waar mogelijk inzet en samenwerkt met íedereen die een bijdrage kan leveren aan onze dementiemissie. Oók voor en met het bedrijfsleven. Onder meer in cruciale coalities als het ABOARD-project: een prachtige PPS, waarin een consortium van 30 partners in vijf werkpakketten samenwerkt, gericht op gepersonaliseerde diagnostiek, predictie en preventie van Alzheimer, onder het motto “Samen Alzheimer stoppen voor het start”.
Leg het ons maar uit. Hoe werkt publiek-private samenwerking in de praktijk, wanneer je motieven en geloofwaardigheid direct in twijfel worden getrokken, wanneer je als onderzoeker, arts óf patiëntvertegenwoordiger een samenwerking aangaat met de industrie? Wanneer je door samenwerking, of financiële support direct je onafhankelijkheid verliest? En wanneer de kans dat er een geneesmiddel op de markt komt zonder bedrijven, precies nul is?
De kritiek die Scheltens ten deel viel, staat helaas niet op zich. Ze is illustratief voor het aanstekelijke nationale anti-farma sentiment. Het NTvG schreef recent een enquête uit met de vraag “hoe moeten we verder met de farmaceutische industrie?”, daarmee suggererend dat er op dit moment te veel ongezonde relaties zijn tussen arts en farma. Gezondheidseconoom Marcel Canoy ging zelfs nog een stapje verder. Noch het ontbreken van een medische bevoegdheid, noch de afwezigheid van een EMA-advies of dossier belette hem om uit naam van de Adviescommissie Pakket (ACP) van het Zorginstituut het medicijn aducanumab in dit NOS-artikel bij voorbaat totaal af te schrijven (uitspraken waar HollandBIO bezwaar op aantekende bij het Zorginstituut, lees de brief hier).
In het medisch-wetenschappelijk veld, of misschien wel overal, zijn experts dun gezaaid. Je struikelt niet op elke straathoek over iemand met eenzelfde kennis en staat van dienst als Philip Scheltens, Bas Bloem, Hans Clevers, Sander van Deventer, of Feike Sijbesma, om er maar een paar te noemen. Aan ons de keus: of we verwijzen onze nationale competentie van publiek-private samenwerking naar het rijk der fabelen, of we accepteren – of liever nog, juichen toe – dat onze koplopers, uiteraard in volledige openheid, meerdere petten hebben, juist omdat zij samenwerken met iedereen die het gemeenschappelijke doel dichterbij kan brengen. Kortom: elke expert zijn eigen terpje, of gezamenlijk de Deltawerken?
Bronnen:
Naschrift:
Zorginstituut Nederland heeft officieel gereageerd op de bezwaarlijke uitspraken. Na overleg tussen het Zorginstituut en het ACP-lid komt naar voren dat de uitspraken niet hadden mogen worden gedaan, omdat zij de geloofwaardigheid en de legitimiteit van de adviezen van het Zorginstituut en de ACP kunnen aantasten. Het Zorginstituut betreurt de gang van zaken. Het betreffende lid wordt uitgesloten van de (mogelijke) beoordeling van het middel waar het hier om ging (Aducanumab). Er zijn afspraken gemaakt om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen.
Ophef over Farm to Fork-strategie
Wereld mét toekomst, Voedsel en materialen, UitgelichtIn het hart van de Europese Green Deal bevindt zich de Farm to Fork Strategie, erop gericht om voedselsystemen eerlijk, gezond en milieuvriendelijk te maken. De strategie deed afgelopen weken veel stof opwaaien. Tijdens een webinar van Euractiv presenteerden het Joint Research Centre (interne wetenschappelijke dienst van de Europese Commissie), Wageningen Universiteit en USDA hun impactanalyse: de doorberekening van de impact van de Farm to Fork strategie op Europa en de rest van de wereld.
De bevindingen zijn verontrustend. Het JRC becijferde dat de strategie zal leiden tot een flinke verlaging (tot 15%) van de voedselproductie in de EU, met forse economische gevolgen. Zo zou de Europese exportpositie op het vlak van varkensvlees nagenoeg instorten, met prijsstijgingen van maar liefs bijna 45% tot gevolg. Daarnaast is de verwachting dat de beoogde CO2-daling in praktijk tegenvalt, omdat de verminderde productie wordt gecompenseerd door verhoogde productie buiten de Europese lidstaten. Dat het rapport nu pas – ruim een half jaar na voltooiing – gepubliceerd is, deed de verhitte Brusselse gemoederen ook weinig goeds.
Farm to Fork voorvechters merken op dat er wel wat af te dingen valt op de rapporten: verandering in consumentengedrag is niet meegenomen, net als acties van buiten Europa. Ook zijn de rapporten gebaseerd op basis van hedendaagse technologieën.
HollandBIO ziet de ophef als een extra drijfveer om vaart te maken met de modernisering van de Europese wetgeving t.a.v. genetische modificatie, en aanpalende wetgeving. Daarmee maakt Europa de weg vrij voor de creativiteit van de biotech sector om met innovatieve oplossingen zoals gecultiveerd vlees en nieuwe veredelingsmethoden bij te dragen aan een duurzame en welvarende toekomst.