Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D-actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag de laatste, maar niet de minste: talent.
Het aantrekken en behouden van talent is de levensader voor elk bedrijf, maar absoluut niet eenvoudig. In de 3%-kamerbrief signaleert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat er in recente jaren een stijging is geweest van studenten in een STEM (Science, Technology, Engineering en Mathematics). Toch heeft Nederland met 15,4 STEM-afgestudeerden in het hoger onderwijs per 1.000 inwoners nog een ruime achterstand ten opzichte van het Europese gemiddelde van 23. In de brief geeft het ministerie allereerst aan dat er al een aantal initiatieven lopen, zoals het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent en het Nationaal Groeifondsproject Techkwadraat. Daarnaast wil het ministerie inzetten op een grotere instroom van studenten door het innoveren van het onderwijs, het aantrekken van meer vrouwen in STEM-opleidingen en het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Ook het blijven aantrekken van buitenlands talent via bijvoorbeeld de 30%-regeling en betere visa- en verblijfsregelingen.
De nadruk op talent van het 3%-actieplan staat niet op zichzelf, zeker niet als het om biotech-succes gaat. Zo maakt talentontwikkeling ook deel uit van de kabinetsbrede visie biotech. Daarnaast besteed het Rapport Wennink aandacht aan talent, als één van de vier essentiële randvoorwaarden voor toekomstig verdienvermogen. Wennink vraagt specifiek om excellentie in het onderwijs, prioritering van STEM-opleidingen, het aantrekken van internationaal talent, het structureel maken van om- en bijscholing en aanpassingen in het socialezekerheidsstelsel.
Het zal niemand verrassen dat ook hollandbio toegang tot passend talent van essentieel belang vindt om de ambitieuze doelen van de overheid voor biotech te realiseren. Hollandbio sluit zich dan ook aan bij de adviezen uit het Rapport Wennink. Daarnaast pleiten we voor snelheid, duidelijkheid en een overkoepelende aanpak die werkt, op basis van degelijk onderzoek naar de behoeften van de sector, met specifieke aandacht voor het bedrijfsleven. Met een arbeidsmarktonderzoek naar de behoeften van studenten doet hollandbio vast een duit in het zakje. Wat blijkt: studenten willen vooral een baan die ze plezier oplevert. En – wij spreken uit ervaring – dat doet een carrière in de biotech zeker!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-05-19 13:02:032026-06-02 14:12:453% actieplan, deel 9: Bouwen aan talent voor innovatie← #nieuws
Last Tuesday, hollandbio’s CEO & Founder network brought together 50 biotech CEO’s and founders to meet, talk and network among peers. Ask a biotech entrepreneur about the biggest hurdles between lab and market and attracting funding will probably be high on the list. For this exclusive event, hollandbio members came together at the Nauta Dutilh office in Amsterdam to discuss that very important topic: funding.
Doing a deal requires a sharp eye and a well-organised process
To set the scene, Ruud Smits, managing partner at Nauta Dutilh, pointed out some of the pitfalls and challenges of biotech funding. When closing a deal, the devil is often in the details. Options and choices can have major consequences, urging the need to be very critical when choosing investors and always checking agreements and contracts thoroughly. And – as always – making sure you seek advice and learn from peers or experts, is the wise thing to do.
Biotech funding requires careful planning and strategy
After the insightful intro, hollandbio’s Wieteke welcomed three renowned biotech entrepreneurs to the stage to join the panel discussion. Maria van Dongen, who, after gaining extensive drug development experience at several leading pharmaceutical companies, co-founded the Swiss Allegria Therapeutics. As the company’s CEO, she recently secured $5.1 million in seed extension funding to progress its lead program towards pre-clinical candidates.
Maarten Bosch joined cultured meat pioneer Mosa Meat seven years ago, after an extensive career in various start-ups in the corporate sector. As the company’s CEO, Maarten secured €15 million in funding early this year – a success even more impressive given the struggle and even shut down other cultivated meat companies currently face.
Finally, serial entrepreneur and investor Ton Logtenberg took the stage. Ton is no stranger to biotech success, being instrumental in the successful growth and multibillion-dollar exits of Crucell and Merus. As CEO of his new endeavour Gyes, Ton is well on his way to proving his brilliance once again, pushing forward a new, paradigm-shifting platform approach in precision antibody therapeutics.
Together, the panellists gave their personal and open takes and learnings on funding strategy, risks, and opportunities. Some insights:
There is no denying that the Chinese biotech industry is growing and is hard to outcompete on costs and speed. Yet there have been some examples of European companies that do similarly well. And yes, geopolitics is a force to consider; the panel agreed that if played well, competing with Chinese biotech still is possible.
To compete, Gyes carefully designed a distinctive structure and IP strategy: a holding company that not only fosters and perfects the platform technology, but also acts as the perfect all-in service provider for its spin-out companies with specific programs. Combined with Gyes’ strategy not to file IP for its technology, might prove to be a game-changer in biotech entrepreneurship.
The importance of scenario planning was another topic the CEO’s agreed on. Without downsizing the need to design the perfect funding strategy too, success often results from carefully designed back-up plans – scenarios B, C, and D – as scenario A hardly ever plays out. Being prepared helps to seize other opportunities when they present themselves.
As most investors are flooded with business proposals, standing out is key to success. Making sure you understand an investor’s mandate and choose the best fit with your business helps you to do just that. Our panellists agreed that for a successful fundraise you need a compelling story as well as scientific excellence.
After this vibrant and interactive discussion, there was ample room to meet and continue the conversation over drinks – a high-level networking opportunity amongst peers highly valued by the attending CEOs and founders.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-05-19 12:12:252026-06-02 13:20:33Looking back at hollandbio’s third CEO & Founder event in Amsterdam← #ondernemershighlights
In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je koers als de risico’s groot zijn, de financiering onzeker is en de ontwikkeling jaren duurt? We spraken Michael Newton, CEO van Qorium, over hoe hij de overstap maakte van de wereld van Wall Street en Nike naar tissue engineering en gekweekt leer.
Newton groeide op in New York City en begon zijn carrière op Wall Street. Na jaren in venture capital, private equity wilde hij meer meemaken van ondernemen, of zoals Michael het zelf zegt: “get my hands dirty and play an active role in helping businesses operate and grow.”Michael kwam uiteindelijk terecht bij Nike, waar hij zich dertien jaar bezighield met innovatie, supply chain en digitale productontwikkeling.
“Working at Nike often felt like running a series of start-ups inside one of the world’s biggest brands,” zegt hij. Hij werkte onder meer aan nieuwe fabrieken in China, Sri Lanka en Mexico en hielp het Nike Innovation-team om te groeien van een team van twee personen (waaronder hijzelf) naar ongeveer 500.
Toch begon het na verloop van tijd weer te kriebelen. Samen met zijn vrouw verhuisde hij naar Europa en kwam hij via een oude kennis in contact met Qorium, toen nog op zoek naar een CEO om het bedrijf te helpen groeien: “What Qorium is building felt too important – and too exciting – to miss.” Voor hem kwam alles samen in het bedrijf: cutting-edge technologie, een gigantische bestaande markt en de kans om daadwerkelijk duurzame impact te maken. Qorium ontwikkelt gekweekt leer op basis van tissue engineering, waarmee het een alternatief wil bieden voor traditioneel leer, zonder de milieu-impact van de veeteelt en zonder concessies te doen aan kwaliteit.
Voor Newton was dat direct interessant. “What we create isn’t a leather alternative. It’s real leather,” legt hij uit. Volgens hem onderscheidt Qorium zich doordat het materiaal niet alleen duurzamer is, maar ook voordelen biedt voor producenten. “Traditional leather is inherently variable, with scars, defects and significant waste. Our process allows us to create a uniform and more premium material.”
Hoewel Qorium zich richt op leer, ziet Newton de technologie daarachter als veel breder toepasbaar. “At its core, we’re building a tissue engineering platform,” zegt hij. “The implications of that reach far beyond leather, and are far more relevant to the biotech sector than many people initially assume.”
De overstap van een multinational als Nike naar een jonge biotechonderneming was wel even schakelen. “At Nike, my marketing budget alone was larger than Qorium’s entire budget,” lacht hij. “
Now I can be talking to investors one hour and helping assemble desks the next.”
Toch ziet hij juist daarin de kracht van een start-up. “You can move quickly and make decisions fast. Of course you make mistakes, but most decisions are reversible.” Volgens Newton helpt zijn ervaring bij grote corporates juist om Qorium sneller te laten groeien. “I understand how big companies think and what they need from emerging technology partners.”
Ook over Nederland heeft Newton duidelijke ideeën. Zo ziet hij nog veel onbenut potentieel: “Sometimes there’s a reluctance to take risks, and a tendency to settle too quickly for ‘good enough’.” Toch is hij enthousiast over het hoge opleidingsniveau, de infrastructuur en het biotech-ecosysteem: “The Netherlands has all the ingredients to become a global leader”. Vooral de regio Maastricht noemt hij een ideale plek voor biotechbedrijven: “There’s a genuine ecosystem emerging here, where companies, research institutions and government strengthen one another.”
Voor jonge ondernemers heeft hij vooral één advies: durf om hulp te vragen. “The greatest superpower an entrepreneur can have is asking for help. People genuinely want to help each other, particularly in biotech.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2026/05/008-250008Ondernemer_Michael_website_1268x422p1-1.jpg8522560Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-05-18 17:10:392026-08-24 10:43:01What we create isn’t a leather alternative. It’s real leather.← #nieuws
Hollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent 270 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are proud to present MosaMatrix as our newest member.
An introduction by MosaMatrix:
“MosaMatrix develops a new class of hydrogels for 2D/3D cell-cultures, organ-on-chip and 3D bioprinting. Our first product is “NatureMatrix” an animal-free hydrogel combining biological performance with scalability, reproducibility, compatibility with automated high-throughput workflows. The hydrogel is based on patented oxidized alginate biopolymers with controlled gelation, tunable, dynamic mechanical properties and cell harvesting protocols. This enables advanced cell and organoid culture with integration in industrial workflows, such as automated liquid handling.
Advanced 3D cell culture is a rapidly growing market for applications in next-generation drug discovery, disease modelling, organ on chip, organoid technologies and regenerative medicine. While the demand for scalable 3D cell culture is rapidly increasing, current hydrogel platforms pose a critical bottleneck hindering growth. Widely used animal-derived hydrogels offer biological performance but lack reproducibility, scalability and are not compatible with automation.
MosaMatrix hydrogel performance has been demonstrated in multiple applications (cell and organoid culture and bioprinting). The unique dynamic behavior, mimicking life-like conditions, has shown excellent tissue formation. The platform directly addresses the unmet need across the value chain, from end-users seeking biologically relevant hydrogels to industrial partners requiring reliable and processable materials for a scalable workflow. Our NatureMatrix hydrogel delivers clear societal impact by accelerating developments of human disease models, reducing animal testing and enabling fast and more cost-efficient drug screening platforms. MosaMatrix can produce small amounts of its hydrogel and has started its first collaborations with potential customers.
With our ambition to become a versatile platform for a broad range of human cell-lines we look forward to be a valuable partner for the Dutch life science ecosystem. Find new collaborations and industrial partners, academia and start-ups to accelerate the use and benefits of 3D cell-cultures, ranging from academic research, new drug development to regenerative medicine.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-05-12 14:06:472026-05-26 17:06:39Hollandbio welcomes Mosamatrix as a new member← #nieuws
Afgelopen editie tijdens Plant FWD waren slimme voedseloplossingen uit biotech zichtbaar prominent aanwezig – zowel in de inhoudelijke programmering als op de beursvloer. Producten met ingrediënten van onder meer The Protein Brewery, Those Vegan Cowboys en Vivici schitterden onder glazen stolpen als blikvangers van de eiwittransitie. Een prachtig plaatje, maar helaas daar nog niet te proeven. Hollandbio kan niet wachten tot de eerste gecontroleerde proeverijen van deze nieuwe ingrediënten werkelijkheid worden. Recent onderzoek laat namelijk opnieuw zien dat deze producten pas echt maatschappelijk landen als consumenten ze – binnen duidelijke veiligheids- en regulatoire kaders – kunnen zien, begrijpen én proeven. Dus laten we die ruimte dan ook benutten om iedereen en zijn moeder 😉 de kans te geven biotech met álle zintuigen te ervaren.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-04-21 15:38:592026-04-21 15:39:03De toekomst van ons eten on display← #nieuws
Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%-acties voor betere valorisatie van kennis. Eerder liet hollandbio zien dat deze nog altijd lost in translation is. Hoog tijd dus voor actie!
In het 3%-actieplan signaleert EZK dat Nederland excelleert in academisch onderzoek, maar zijn sterke kennispositie wordt nog onvoldoende vertaald naar economische en maatschappelijke impact: het aantal spin‑offs en doorgroeiende startups blijft achter. Dat is een gemiste kans, omdat juist deze academische kennis een belangrijke bron vormt voor de R&D‑intensieve bedrijven van de toekomst. Belemmeringen liggen volgens het ministerie onder meer in beperkte prikkels voor valorisatie binnen kennisinstellingen, waar onderzoekers vooral op wetenschappelijke output worden beoordeeld, en in een moeizame omgang met intellectueel eigendom (IE). Hoewel het actieplan programma’s als Erkennen & Waarderen en de introductie van standaard deal terms als belangrijke stappen benoemt, lopen ondernemende onderzoekers en bedrijven nog te vaak vast in langdurige onderhandelingen, zo schrijft de minister.
Om de vertaling van onze sterke kennispositie naar economische en maatschappelijke impact te verbeteren, werken de ministeries van OCW en EZK samen aan de versterking van valorisatie. De beide ministeries denken met onder meer heldere mandaten en structurele financiering voor TTO’s en KTO’s, brede implementatie van de standaard deal terms en mogelijke bemiddeling bij IE‑geschillen, hier werk van te kunnen maken. De Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) gaat op hun verzoek adviseren over mogelijke vervolgacties. Tot slot geeft de minister aan een instrument voor vraaggedreven valorisatie te onderzoeken. Het verlagen van de drempel voor ondernemers van buiten de kennisinstellingen om aan de slag te gaan met nieuwe kennis kan mogelijk voorkomen dat kennis op de plank blijft liggen, aldus het ministerie.
Hollandbio is het met de minister eens: van kennis die op de plank blijft liggen, wordt niemand beter. We zijn dan ook blij met initiatieven die serieus werk maken voor betere en snellere valorisatie. Tegelijkertijd bekruipt ons bij het lezen van de ministeriële plannen een gevoel van déjà vu. Ze brengen ons terug naar 2021, toen de AWTI het rapport Kansen pakken met kennis publiceerde. De boodschap toen was glashelder: zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vinden, stimuleer kennisuitwisseling via mensen en organiseer valorisatie op maat met professionele ondersteuning. In datzelfde jaar kwamen ook de KTO’s zelf met een plan om het nationale valorisatie‑ecosysteem te versterken. Hun voorstel bestond uit drie bouwstenen: een landelijk knowledge transfersysteem van wereldklasse, sterkere samenwerking met ecosystemen en het gezamenlijk, gericht uitbreiden van KTO‑capaciteit.
Het ministerie lijkt te missen dat er sinds die tijd best al wat is gebeurd. Vandaag de dag is bijvoorbeeld Biotech Booster up‑and‑running, precies met het doel om de commercialisatie van biotechvindingen in Nederland een boost te geven en een duurzame verbetering in de nationale valorisatiepraktijken te bewerkstelligen. Biotech Booster brengt de belangrijkste aanbevelingen al daadwerkelijk in de praktijk. Als landelijke organisatie met regionale verankering, versterkt het de KTO‑capaciteit en zorgt het ervoor dat ecosystemen – door nauwe betrokkenheid van onder meer onderzoekers, KTO’s, ondernemers en financiers – in ieder geval binnen de biotech beter en slimmer samenwerken. Ook werkt Biotech Booster aan het optimaliseren van het onderhandelingsproces en voor alle partijen werkbare voorwaarden om met kennis aan de slag te kunnen. Dat is precies wat Nederland nodig heeft voor het sneller omzetten van kennis in impact.
Iedereen weet dat verandering weerbarstig is en bovenal veel tijd kost. Dat geldt zeker ook in de biotechsector, waar het succesvol ontwikkelen van een product zomaar vijftien jaar kan duren, en de kans op falen vele malen groter is dan de kans op het behalen van de eindstreep. Het is dan ook echt een kwestie van de lange adem voordat succes zichtbaar is. Kijk maar naar het Vlaamse Instituut voor Biotechnologie (VIB), dat eveneens tijd nodig had om zich te bewijzen, maar na 30 jaar niet meer weg te denken is als spilfactor in het Vlaamse biotechsucces.
Willen we de vruchten van Biotech Booster plukken, laten we dan deze beweging de capaciteit, het mandaat en de continuïteit geven die nodig is om verandering te bestendigen en na decennia van stilstand zorgen dat onze excellente kennisbasis hand in hand gaat met bedrijvigheid en productlanceringen. De grote en groeiende betrokkenheid van ondernemers bij Biotech Booster getuigt ervan dat zij de valorisatiepotentie zien – een uitstekende indicator dat we op de goede weg zitten.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-04-21 15:23:282026-06-02 13:21:553%-R&D Actieplan, deel 8: Van kennis naar impact met betere valorisatie← #nieuws
Tijdens het Commissiedebat over het Nederlandse verdienvermogen dat vorige week plaatsvond in de Tweede Kamer stonden precies die onderwerpen centraal die biotech ondernemers direct raken, zoals de Onderneming in Moeilijkheden-regeling, het Innovatiekrediet en de Nationale Investeringsinstelling. Onze input aan Kamerleden had als belangrijkste boodschap dat de urgentie voor actie hoog is en dat we al de mooie ambities en woorden over onze koploperspositie in biotech waarmaken. Meerdere Tweede Kamerleden in de EZ-commissie stelden de juiste vragen, maar concrete stappen vanuit EZ-minister Herbert laten nog op zich wachten.
Onderneming in Moeilijkheden: geen tijd te verliezen!
Voor Ondernemingen in Moeilijkheden drong de Kamer terecht aan op tempo. Start‑ en scale‑ups hebben geen tijd voor oplossingen aan het eind van lange trajecten in Europese onderhandelingen. Kamerleden vroegen scherp door, maar behalve dat de minister zei dat ze eraan werkt, bleef het antwoord weinig concreet. Dat is zorgelijk voor innovatieve bedrijven die vandaag al vastlopen. Nederland kan al naar haar eigen mogelijkheden kijken voor een gelijker speelveld wat betreft staatssteunregels en de manier waarop wij boekhoudkundig omgaan met eigen en vreemd vermogen en de effecten daarvan op de status van je bedrijf als Onderneming in Moeilijkheden. Want waar het poortje in bijvoorbeeld Duitsland wijd openstaat voor staatssteun aan innovatieve start- en scale-ups, blijft deze in Nederland tot nog toe gesloten.
Toekomstfonds: alternatieven voor bezuiniging blijven vaag
Ook het Toekomstfonds kwam aan bod. De aangekondigde bezuiniging van het nieuwe kabinet op instrumenten zoals het Innovatiekrediet, de Vroegefasefinanciering en de SEED-Capitalregeling die juist innovatieve startups en scale-ups ten goede komen, erkende de minister als ‘pijnlijk’, maar een heroverweging bleef uit. De minister verwees naar alternatieve publieke financieringsinstrumenten die beschikbaar zouden zijn, zonder dat daadwerkelijk duidelijk werd wat dit in de praktijk betekent.
Nationale Investeringsinstelling: geen oplossing voor vandaag
Een positieve ontwikkeling is dat het ministerie van EZK ook werkt aan nieuwe innovatieaanjagers, zoals een Nationale Investeringsinstelling (NII) vanaf uiterlijk 2028, waaruit het Coalitieakkoord ook 3 tot 5 miljard euro voor is vrijgemaakt. Een NII kan op termijn veel betekenen voor strategische sectoren als biotech en innovatieve startups en scale-ups, zo blijkt uit vergelijkbare instellingen zoals die er in Duitsland en Frankrijk al zijn. Tegelijk zijn dit geen oplossingen voor vandaag. Naast een verkenning naar de contouren van een NII en een verdere doorkijk naar uitwerking richting deze zomer is er nog weinig bekend, laat staan zeker.
Taskforce: biotech integraal op de agenda
Een andere opsteker is de toezegging van de minister tijdens het debat op vragen van Tweede Kamerlid Bühler (CDA) dat zij de minister van VWS zal betrekken in het werk van de recent opgerichte Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zodra het over biotech gaat. De Taskforce is in het leven geroepen om de aanbevelingen uit het rapport-Wennink verder uit te werken, en komt onder andere binnen zes maanden met een plan van aanpak op Biotech en Life Sciences als één van de vier sectoren die het rapport als cruciaal voor Nederland beschouwt. De minister van VWS heeft geen vaste plek aan tafel in de Taskforce, terwijl het ministerie wel een belangrijke rol speelt in biotech en life sciences. Met de toezegging is er in ieder geval een expliciete erkenning voor het belang van betrokkenheid van VWS bij het werk dat de Taskforce op biotech en life sciences gaat verzetten.
En nu over naar actie
Tijdens het debat zag hollandbio betrokken Kamerleden die de juiste vragen stelden en een minister die het gevoel voor de urgentie deelt. Nu is het zaak om die urgentie ook om te zetten in snelle, toepasbare en betrouwbare acties en maatregelen – zodat biotechbedrijven kunnen groeien en bloeien, ook hier en nu. En dat is precies waar hollandbio op in zal zetten in gesprekken met Kamerleden en ministeries.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-04-21 15:12:312026-04-23 11:19:21Debat verdienvermogen: wel urgentie, nog geen tempo en duidelijkheid← #nieuws
Recent publiceerde de Nederlandse overheid een wetsvoorstel voor en open consultatie over de Wet fiscale stimulering van startups en scale-ups met daarin een fiscale regeling voor medewerkersparticipatie en een definitie waarmee start- en scale-ups een uitzondering krijgen op de nieuwe vermogensbelasting (box 3). Beide zijn enorm relevante aanpassingen voor Nederlandse biotechbedrijven, maar het huidige voorstel laat volgens hollandbio nog te wensen over. Zo wordt onvoldoende rekening gehouden met de specifieke kenmerken van biotechbedrijven en zijn de voorgestelde definities onduidelijk en lastig uitvoerbaar.
Waarom dit voorstel?
Een aantrekkelijker fiscaal klimaat voor innovatieve bedrijven én hun medewerkers, dat is het doel van deze nieuwe wetgeving. Begin dit jaar kondigde het kabinet een nieuw stelsel voor vermogensbelasting (box 3) aan, gebaseerd op vermogensaanwas in plaats van daadwerkelijk rendement. Na instemming door de Tweede Kamer, ontstond grote commotie in binnen- en buitenland. Het betalen van belasting over papieren winst is namelijk problematisch voor aandeelhouders en medewerkers van startups en scale-ups. Reden genoeg voor minister van Financiën, Eelco Heinen, om met de plannen terug naar de tekentafel te gaan.
Wat staat er in dit voorstel?
In het recent verschenen wetsvoorstel introduceert het kabinet een stelsel waarin de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op basis van een puntensysteem gaat beoordelen of een bedrijf een startup of scale-up is. Voor een hoge score in dit puntensysteem moet een onderneming beschikken over een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel. Het wetsvoorstel definieert dit als het vermogen tot snelle omzetgroei zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik van technologie die tot lagere marginale kosten leidt en schaalvoordelen biedt. Een positief advies zorgt voor een uitzondering voor de box 3-belasting en dat aandelen pas belast worden bij realisatie en niet meer bij de aanwas. Ook belast de overheid dan slechts 65% van het voordeel uit de aandelenopties.
Waar wringt het?
Het voorstel van de overheid heeft het juiste doel, maar dreigt ervoor te zorgen dat biotech bedrijven buiten de boot vallen. Dit omdat de kenmerken van biotech bedrijven niet matchen met de eisen die RVO gaat hanteren. Zo kennen biotech bedrijven lange en dure ontwikkeltrajecten en zijn trajecten rondom klinisch onderzoek, industriële opschaling en registratieprocessen vaak productspecifiek en daarmee lastig herhaalbaar. Het wetsvoorstel leent zich daarmee prima voor SaaS- of Fintechstartups, maar laat biotech in de kou staan.
Wat is er dan wel nodig?
Wat hollandbio betreft, doen we dat anders. Zo is de potentie van een startup om wereldwijd zowel maatschappelijk als economisch een verschil te maken een veel beter beoordelingscriterium dan snelheid en herhaalbaarheid. Ook ziet hollandbio het recent aantrekken van privaat kapitaal zoals venture capital als belangrijk criterium, omdat dit een kenmerk is waarmee bijna alle start- en scale-ups zich onderscheiden. Als laatste vinden we dat er meer rekening moet worden gehouden met de beperkingen van dit wetsvoorstel. Zoals Lucien Burm, voorzitter van de Dutch Startup Association, becijferde, zijn er 11.000 bedrijven te beoordelen. Een klus die ongetwijfeld tot veel vertraging en onduidelijkheid gaat leiden, terwijl snelheid en duidelijkheid hierbij juist essentieel zijn.
Laat jouw stem horen!
Het belang van deze wetswijzigingen voor aandeelhouders en medewerkers van biotech start- en scale-ups, en daarmee voor de aantrekkingskracht van Nederland als innovatieland, is enorm. Laat daarom vooral van je horen: tot 29 april kun je reageren op de consultatie over dit wetsvoorstel via deze website.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-04-21 14:59:552026-04-21 15:00:24Nieuwe definities start- en scale-up voor Box 3 en medewerkersparticipatie wijzigingen laten te wensen over voor biotech← #nieuws
Hollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent 275 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are happy to introduce our newest member Anacura, the independent analytical center of excellence providing end-to-end life science services – from early lab concept to fully regulated product. Headquartered in Belgium, Anacura offers scientifically-based and personalized laboratory solutions at uncompromising quality for biotech and pharma partners. A few words from the Anacura team:
“Built on our 25+ years of experience, we have developed a unique, integrated CRO platform with fully equipped in-house laboratories that brings the expertise of three specialized units—Anabiotec, OHMX.bio, and Discovery Studio—under one roof, guiding your project seamlessly from early discovery to GxP regulatory approval.
Anabiotec offers analytical development, method validation, regulated testing (GxP) and quality control required to make sure your product is safe, reliable, and ready for clinical use and market. By our comprehensive analytical solutions, we help pharma and biotech navigate the complex regulatory requirements of drug development.
OHMX.bio employs multi-omics and bio-IT solutions to map out the complex biology behind your therapeutic. By looking deeply into DNA, RNA, epigenetics and proteomics we turn complicated biological data into clear, practical insights for research and clinical studies.
Discovery Studio is the biotech accelerator that act as your early-stage launchpad. By hands-on cell & gene lab work and in-depth data analysis, we figure out if the biological concept actually works, helping you validate your ideas quickly and confidently.
Our team stands out by its flexible and expert-led solutions from early discovery to GxP approval. Clients highlight our dedicated project management as a key asset, ensuring that milestones are consistently met on time and risks are mitigated.
As Business Development Manager for Anacura within the Netherlands, Laurens Raes facilitates the bridge between Dutch innovation and our unified CRO platform, and serves as your primary point of contact.”
Members of the European Parliament are joining forces with the biotech sector to urge the European Commission to move forward with the promised Biotech Act II – echoing earlier calls from biotech actors to act now. In a letter sent to Executive Vice President Stéphane Séjourné, lawmakers and the European Biosolutions Coalition stress that Biotech Act II is not optional. While the first Act focused on pharmaceuticals, the second is essential to unlock the full biotech ecosystem. Without it, cross‑sector barriers will continue to block biotech solutions from reaching the market and scaling across the Single Market. Delays only make Europe slower, not safer, the signatories warn. “We risk missing a major competitiveness opportunity” – one that Europe simply cannot afford.
3% actieplan, deel 9: Bouwen aan talent voor innovatie
IJzersterk innovatieklimaat, InnovatieklimaatPublieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D-actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag de laatste, maar niet de minste: talent.
Het aantrekken en behouden van talent is de levensader voor elk bedrijf, maar absoluut niet eenvoudig. In de 3%-kamerbrief signaleert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat er in recente jaren een stijging is geweest van studenten in een STEM (Science, Technology, Engineering en Mathematics). Toch heeft Nederland met 15,4 STEM-afgestudeerden in het hoger onderwijs per 1.000 inwoners nog een ruime achterstand ten opzichte van het Europese gemiddelde van 23. In de brief geeft het ministerie allereerst aan dat er al een aantal initiatieven lopen, zoals het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent en het Nationaal Groeifondsproject Techkwadraat. Daarnaast wil het ministerie inzetten op een grotere instroom van studenten door het innoveren van het onderwijs, het aantrekken van meer vrouwen in STEM-opleidingen en het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Ook het blijven aantrekken van buitenlands talent via bijvoorbeeld de 30%-regeling en betere visa- en verblijfsregelingen.
De nadruk op talent van het 3%-actieplan staat niet op zichzelf, zeker niet als het om biotech-succes gaat. Zo maakt talentontwikkeling ook deel uit van de kabinetsbrede visie biotech. Daarnaast besteed het Rapport Wennink aandacht aan talent, als één van de vier essentiële randvoorwaarden voor toekomstig verdienvermogen. Wennink vraagt specifiek om excellentie in het onderwijs, prioritering van STEM-opleidingen, het aantrekken van internationaal talent, het structureel maken van om- en bijscholing en aanpassingen in het socialezekerheidsstelsel.
Het zal niemand verrassen dat ook hollandbio toegang tot passend talent van essentieel belang vindt om de ambitieuze doelen van de overheid voor biotech te realiseren. Hollandbio sluit zich dan ook aan bij de adviezen uit het Rapport Wennink. Daarnaast pleiten we voor snelheid, duidelijkheid en een overkoepelende aanpak die werkt, op basis van degelijk onderzoek naar de behoeften van de sector, met specifieke aandacht voor het bedrijfsleven. Met een arbeidsmarktonderzoek naar de behoeften van studenten doet hollandbio vast een duit in het zakje. Wat blijkt: studenten willen vooral een baan die ze plezier oplevert. En – wij spreken uit ervaring – dat doet een carrière in de biotech zeker!
Looking back at hollandbio’s third CEO & Founder event in Amsterdam
IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, InnovatieklimaatLast Tuesday, hollandbio’s CEO & Founder network brought together 50 biotech CEO’s and founders to meet, talk and network among peers. Ask a biotech entrepreneur about the biggest hurdles between lab and market and attracting funding will probably be high on the list. For this exclusive event, hollandbio members came together at the Nauta Dutilh office in Amsterdam to discuss that very important topic: funding.
Doing a deal requires a sharp eye and a well-organised process
To set the scene, Ruud Smits, managing partner at Nauta Dutilh, pointed out some of the pitfalls and challenges of biotech funding. When closing a deal, the devil is often in the details. Options and choices can have major consequences, urging the need to be very critical when choosing investors and always checking agreements and contracts thoroughly. And – as always – making sure you seek advice and learn from peers or experts, is the wise thing to do.
Biotech funding requires careful planning and strategy
After the insightful intro, hollandbio’s Wieteke welcomed three renowned biotech entrepreneurs to the stage to join the panel discussion. Maria van Dongen, who, after gaining extensive drug development experience at several leading pharmaceutical companies, co-founded the Swiss Allegria Therapeutics. As the company’s CEO, she recently secured $5.1 million in seed extension funding to progress its lead program towards pre-clinical candidates.
Maarten Bosch joined cultured meat pioneer Mosa Meat seven years ago, after an extensive career in various start-ups in the corporate sector. As the company’s CEO, Maarten secured €15 million in funding early this year – a success even more impressive given the struggle and even shut down other cultivated meat companies currently face.
Finally, serial entrepreneur and investor Ton Logtenberg took the stage. Ton is no stranger to biotech success, being instrumental in the successful growth and multibillion-dollar exits of Crucell and Merus. As CEO of his new endeavour Gyes, Ton is well on his way to proving his brilliance once again, pushing forward a new, paradigm-shifting platform approach in precision antibody therapeutics.
Together, the panellists gave their personal and open takes and learnings on funding strategy, risks, and opportunities. Some insights:
After this vibrant and interactive discussion, there was ample room to meet and continue the conversation over drinks – a high-level networking opportunity amongst peers highly valued by the attending CEOs and founders.
See you next time at our CEO & Founder event!
What we create isn’t a leather alternative. It’s real leather.
In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je koers als de risico’s groot zijn, de financiering onzeker is en de ontwikkeling jaren duurt? We spraken Michael Newton, CEO van Qorium, over hoe hij de overstap maakte van de wereld van Wall Street en Nike naar tissue engineering en gekweekt leer.
Newton groeide op in New York City en begon zijn carrière op Wall Street. Na jaren in venture capital, private equity wilde hij meer meemaken van ondernemen, of zoals Michael het zelf zegt: “get my hands dirty and play an active role in helping businesses operate and grow.”Michael kwam uiteindelijk terecht bij Nike, waar hij zich dertien jaar bezighield met innovatie, supply chain en digitale productontwikkeling.
“Working at Nike often felt like running a series of start-ups inside one of the world’s biggest brands,” zegt hij. Hij werkte onder meer aan nieuwe fabrieken in China, Sri Lanka en Mexico en hielp het Nike Innovation-team om te groeien van een team van twee personen (waaronder hijzelf) naar ongeveer 500.
Toch begon het na verloop van tijd weer te kriebelen. Samen met zijn vrouw verhuisde hij naar Europa en kwam hij via een oude kennis in contact met Qorium, toen nog op zoek naar een CEO om het bedrijf te helpen groeien: “What Qorium is building felt too important – and too exciting – to miss.” Voor hem kwam alles samen in het bedrijf: cutting-edge technologie, een gigantische bestaande markt en de kans om daadwerkelijk duurzame impact te maken. Qorium ontwikkelt gekweekt leer op basis van tissue engineering, waarmee het een alternatief wil bieden voor traditioneel leer, zonder de milieu-impact van de veeteelt en zonder concessies te doen aan kwaliteit.
Voor Newton was dat direct interessant. “What we create isn’t a leather alternative. It’s real leather,” legt hij uit. Volgens hem onderscheidt Qorium zich doordat het materiaal niet alleen duurzamer is, maar ook voordelen biedt voor producenten. “Traditional leather is inherently variable, with scars, defects and significant waste. Our process allows us to create a uniform and more premium material.”
Hoewel Qorium zich richt op leer, ziet Newton de technologie daarachter als veel breder toepasbaar. “At its core, we’re building a tissue engineering platform,” zegt hij. “The implications of that reach far beyond leather, and are far more relevant to the biotech sector than many people initially assume.”
De overstap van een multinational als Nike naar een jonge biotechonderneming was wel even schakelen. “At Nike, my marketing budget alone was larger than Qorium’s entire budget,” lacht hij. “
Now I can be talking to investors one hour and helping assemble desks the next.”
Toch ziet hij juist daarin de kracht van een start-up. “You can move quickly and make decisions fast. Of course you make mistakes, but most decisions are reversible.” Volgens Newton helpt zijn ervaring bij grote corporates juist om Qorium sneller te laten groeien. “I understand how big companies think and what they need from emerging technology partners.”
Ook over Nederland heeft Newton duidelijke ideeën. Zo ziet hij nog veel onbenut potentieel: “Sometimes there’s a reluctance to take risks, and a tendency to settle too quickly for ‘good enough’.” Toch is hij enthousiast over het hoge opleidingsniveau, de infrastructuur en het biotech-ecosysteem: “The Netherlands has all the ingredients to become a global leader”. Vooral de regio Maastricht noemt hij een ideale plek voor biotechbedrijven: “There’s a genuine ecosystem emerging here, where companies, research institutions and government strengthen one another.”
Voor jonge ondernemers heeft hij vooral één advies: durf om hulp te vragen. “The greatest superpower an entrepreneur can have is asking for help. People genuinely want to help each other, particularly in biotech.”
Hollandbio welcomes Mosamatrix as a new member
HollandbioHollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent 270 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are proud to present MosaMatrix as our newest member.
An introduction by MosaMatrix:
“MosaMatrix develops a new class of hydrogels for 2D/3D cell-cultures, organ-on-chip and 3D bioprinting. Our first product is “NatureMatrix” an animal-free hydrogel combining biological performance with scalability, reproducibility, compatibility with automated high-throughput workflows. The hydrogel is based on patented oxidized alginate biopolymers with controlled gelation, tunable, dynamic mechanical properties and cell harvesting protocols. This enables advanced cell and organoid culture with integration in industrial workflows, such as automated liquid handling.
Advanced 3D cell culture is a rapidly growing market for applications in next-generation drug discovery, disease modelling, organ on chip, organoid technologies and regenerative medicine. While the demand for scalable 3D cell culture is rapidly increasing, current hydrogel platforms pose a critical bottleneck hindering growth. Widely used animal-derived hydrogels offer biological performance but lack reproducibility, scalability and are not compatible with automation.
MosaMatrix hydrogel performance has been demonstrated in multiple applications (cell and organoid culture and bioprinting). The unique dynamic behavior, mimicking life-like conditions, has shown excellent tissue formation. The platform directly addresses the unmet need across the value chain, from end-users seeking biologically relevant hydrogels to industrial partners requiring reliable and processable materials for a scalable workflow. Our NatureMatrix hydrogel delivers clear societal impact by accelerating developments of human disease models, reducing animal testing and enabling fast and more cost-efficient drug screening platforms. MosaMatrix can produce small amounts of its hydrogel and has started its first collaborations with potential customers.
With our ambition to become a versatile platform for a broad range of human cell-lines we look forward to be a valuable partner for the Dutch life science ecosystem. Find new collaborations and industrial partners, academia and start-ups to accelerate the use and benefits of 3D cell-cultures, ranging from academic research, new drug development to regenerative medicine.”
De toekomst van ons eten on display
Voedsel en materialenAfgelopen editie tijdens Plant FWD waren slimme voedseloplossingen uit biotech zichtbaar prominent aanwezig – zowel in de inhoudelijke programmering als op de beursvloer. Producten met ingrediënten van onder meer The Protein Brewery, Those Vegan Cowboys en Vivici schitterden onder glazen stolpen als blikvangers van de eiwittransitie. Een prachtig plaatje, maar helaas daar nog niet te proeven. Hollandbio kan niet wachten tot de eerste gecontroleerde proeverijen van deze nieuwe ingrediënten werkelijkheid worden. Recent onderzoek laat namelijk opnieuw zien dat deze producten pas echt maatschappelijk landen als consumenten ze – binnen duidelijke veiligheids- en regulatoire kaders – kunnen zien, begrijpen én proeven. Dus laten we die ruimte dan ook benutten om iedereen en zijn moeder 😉 de kans te geven biotech met álle zintuigen te ervaren.
3%-R&D Actieplan, deel 8: Van kennis naar impact met betere valorisatie
IJzersterk innovatieklimaat, InnovatieklimaatPublieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%-acties voor betere valorisatie van kennis. Eerder liet hollandbio zien dat deze nog altijd lost in translation is. Hoog tijd dus voor actie!
In het 3%-actieplan signaleert EZK dat Nederland excelleert in academisch onderzoek, maar zijn sterke kennispositie wordt nog onvoldoende vertaald naar economische en maatschappelijke impact: het aantal spin‑offs en doorgroeiende startups blijft achter. Dat is een gemiste kans, omdat juist deze academische kennis een belangrijke bron vormt voor de R&D‑intensieve bedrijven van de toekomst. Belemmeringen liggen volgens het ministerie onder meer in beperkte prikkels voor valorisatie binnen kennisinstellingen, waar onderzoekers vooral op wetenschappelijke output worden beoordeeld, en in een moeizame omgang met intellectueel eigendom (IE). Hoewel het actieplan programma’s als Erkennen & Waarderen en de introductie van standaard deal terms als belangrijke stappen benoemt, lopen ondernemende onderzoekers en bedrijven nog te vaak vast in langdurige onderhandelingen, zo schrijft de minister.
Om de vertaling van onze sterke kennispositie naar economische en maatschappelijke impact te verbeteren, werken de ministeries van OCW en EZK samen aan de versterking van valorisatie. De beide ministeries denken met onder meer heldere mandaten en structurele financiering voor TTO’s en KTO’s, brede implementatie van de standaard deal terms en mogelijke bemiddeling bij IE‑geschillen, hier werk van te kunnen maken. De Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) gaat op hun verzoek adviseren over mogelijke vervolgacties. Tot slot geeft de minister aan een instrument voor vraaggedreven valorisatie te onderzoeken. Het verlagen van de drempel voor ondernemers van buiten de kennisinstellingen om aan de slag te gaan met nieuwe kennis kan mogelijk voorkomen dat kennis op de plank blijft liggen, aldus het ministerie.
Hollandbio is het met de minister eens: van kennis die op de plank blijft liggen, wordt niemand beter. We zijn dan ook blij met initiatieven die serieus werk maken voor betere en snellere valorisatie. Tegelijkertijd bekruipt ons bij het lezen van de ministeriële plannen een gevoel van déjà vu. Ze brengen ons terug naar 2021, toen de AWTI het rapport Kansen pakken met kennis publiceerde. De boodschap toen was glashelder: zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vinden, stimuleer kennisuitwisseling via mensen en organiseer valorisatie op maat met professionele ondersteuning. In datzelfde jaar kwamen ook de KTO’s zelf met een plan om het nationale valorisatie‑ecosysteem te versterken. Hun voorstel bestond uit drie bouwstenen: een landelijk knowledge transfersysteem van wereldklasse, sterkere samenwerking met ecosystemen en het gezamenlijk, gericht uitbreiden van KTO‑capaciteit.
Het ministerie lijkt te missen dat er sinds die tijd best al wat is gebeurd. Vandaag de dag is bijvoorbeeld Biotech Booster up‑and‑running, precies met het doel om de commercialisatie van biotechvindingen in Nederland een boost te geven en een duurzame verbetering in de nationale valorisatiepraktijken te bewerkstelligen. Biotech Booster brengt de belangrijkste aanbevelingen al daadwerkelijk in de praktijk. Als landelijke organisatie met regionale verankering, versterkt het de KTO‑capaciteit en zorgt het ervoor dat ecosystemen – door nauwe betrokkenheid van onder meer onderzoekers, KTO’s, ondernemers en financiers – in ieder geval binnen de biotech beter en slimmer samenwerken. Ook werkt Biotech Booster aan het optimaliseren van het onderhandelingsproces en voor alle partijen werkbare voorwaarden om met kennis aan de slag te kunnen. Dat is precies wat Nederland nodig heeft voor het sneller omzetten van kennis in impact.
Iedereen weet dat verandering weerbarstig is en bovenal veel tijd kost. Dat geldt zeker ook in de biotechsector, waar het succesvol ontwikkelen van een product zomaar vijftien jaar kan duren, en de kans op falen vele malen groter is dan de kans op het behalen van de eindstreep. Het is dan ook echt een kwestie van de lange adem voordat succes zichtbaar is. Kijk maar naar het Vlaamse Instituut voor Biotechnologie (VIB), dat eveneens tijd nodig had om zich te bewijzen, maar na 30 jaar niet meer weg te denken is als spilfactor in het Vlaamse biotechsucces.
Willen we de vruchten van Biotech Booster plukken, laten we dan deze beweging de capaciteit, het mandaat en de continuïteit geven die nodig is om verandering te bestendigen en na decennia van stilstand zorgen dat onze excellente kennisbasis hand in hand gaat met bedrijvigheid en productlanceringen. De grote en groeiende betrokkenheid van ondernemers bij Biotech Booster getuigt ervan dat zij de valorisatiepotentie zien – een uitstekende indicator dat we op de goede weg zitten.
Debat verdienvermogen: wel urgentie, nog geen tempo en duidelijkheid
IJzersterk innovatieklimaat, InnovatieklimaatTijdens het Commissiedebat over het Nederlandse verdienvermogen dat vorige week plaatsvond in de Tweede Kamer stonden precies die onderwerpen centraal die biotech ondernemers direct raken, zoals de Onderneming in Moeilijkheden-regeling, het Innovatiekrediet en de Nationale Investeringsinstelling. Onze input aan Kamerleden had als belangrijkste boodschap dat de urgentie voor actie hoog is en dat we al de mooie ambities en woorden over onze koploperspositie in biotech waarmaken. Meerdere Tweede Kamerleden in de EZ-commissie stelden de juiste vragen, maar concrete stappen vanuit EZ-minister Herbert laten nog op zich wachten.
Onderneming in Moeilijkheden: geen tijd te verliezen!
Voor Ondernemingen in Moeilijkheden drong de Kamer terecht aan op tempo. Start‑ en scale‑ups hebben geen tijd voor oplossingen aan het eind van lange trajecten in Europese onderhandelingen. Kamerleden vroegen scherp door, maar behalve dat de minister zei dat ze eraan werkt, bleef het antwoord weinig concreet. Dat is zorgelijk voor innovatieve bedrijven die vandaag al vastlopen. Nederland kan al naar haar eigen mogelijkheden kijken voor een gelijker speelveld wat betreft staatssteunregels en de manier waarop wij boekhoudkundig omgaan met eigen en vreemd vermogen en de effecten daarvan op de status van je bedrijf als Onderneming in Moeilijkheden. Want waar het poortje in bijvoorbeeld Duitsland wijd openstaat voor staatssteun aan innovatieve start- en scale-ups, blijft deze in Nederland tot nog toe gesloten.
Toekomstfonds: alternatieven voor bezuiniging blijven vaag
Ook het Toekomstfonds kwam aan bod. De aangekondigde bezuiniging van het nieuwe kabinet op instrumenten zoals het Innovatiekrediet, de Vroegefasefinanciering en de SEED-Capitalregeling die juist innovatieve startups en scale-ups ten goede komen, erkende de minister als ‘pijnlijk’, maar een heroverweging bleef uit. De minister verwees naar alternatieve publieke financieringsinstrumenten die beschikbaar zouden zijn, zonder dat daadwerkelijk duidelijk werd wat dit in de praktijk betekent.
Nationale Investeringsinstelling: geen oplossing voor vandaag
Een positieve ontwikkeling is dat het ministerie van EZK ook werkt aan nieuwe innovatieaanjagers, zoals een Nationale Investeringsinstelling (NII) vanaf uiterlijk 2028, waaruit het Coalitieakkoord ook 3 tot 5 miljard euro voor is vrijgemaakt. Een NII kan op termijn veel betekenen voor strategische sectoren als biotech en innovatieve startups en scale-ups, zo blijkt uit vergelijkbare instellingen zoals die er in Duitsland en Frankrijk al zijn. Tegelijk zijn dit geen oplossingen voor vandaag. Naast een verkenning naar de contouren van een NII en een verdere doorkijk naar uitwerking richting deze zomer is er nog weinig bekend, laat staan zeker.
Taskforce: biotech integraal op de agenda
Een andere opsteker is de toezegging van de minister tijdens het debat op vragen van Tweede Kamerlid Bühler (CDA) dat zij de minister van VWS zal betrekken in het werk van de recent opgerichte Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zodra het over biotech gaat. De Taskforce is in het leven geroepen om de aanbevelingen uit het rapport-Wennink verder uit te werken, en komt onder andere binnen zes maanden met een plan van aanpak op Biotech en Life Sciences als één van de vier sectoren die het rapport als cruciaal voor Nederland beschouwt. De minister van VWS heeft geen vaste plek aan tafel in de Taskforce, terwijl het ministerie wel een belangrijke rol speelt in biotech en life sciences. Met de toezegging is er in ieder geval een expliciete erkenning voor het belang van betrokkenheid van VWS bij het werk dat de Taskforce op biotech en life sciences gaat verzetten.
En nu over naar actie
Tijdens het debat zag hollandbio betrokken Kamerleden die de juiste vragen stelden en een minister die het gevoel voor de urgentie deelt. Nu is het zaak om die urgentie ook om te zetten in snelle, toepasbare en betrouwbare acties en maatregelen – zodat biotechbedrijven kunnen groeien en bloeien, ook hier en nu. En dat is precies waar hollandbio op in zal zetten in gesprekken met Kamerleden en ministeries.
Nieuwe definities start- en scale-up voor Box 3 en medewerkersparticipatie wijzigingen laten te wensen over voor biotech
InnovatieklimaatRecent publiceerde de Nederlandse overheid een wetsvoorstel voor en open consultatie over de Wet fiscale stimulering van startups en scale-ups met daarin een fiscale regeling voor medewerkersparticipatie en een definitie waarmee start- en scale-ups een uitzondering krijgen op de nieuwe vermogensbelasting (box 3). Beide zijn enorm relevante aanpassingen voor Nederlandse biotechbedrijven, maar het huidige voorstel laat volgens hollandbio nog te wensen over. Zo wordt onvoldoende rekening gehouden met de specifieke kenmerken van biotechbedrijven en zijn de voorgestelde definities onduidelijk en lastig uitvoerbaar.
Waarom dit voorstel?
Een aantrekkelijker fiscaal klimaat voor innovatieve bedrijven én hun medewerkers, dat is het doel van deze nieuwe wetgeving. Begin dit jaar kondigde het kabinet een nieuw stelsel voor vermogensbelasting (box 3) aan, gebaseerd op vermogensaanwas in plaats van daadwerkelijk rendement. Na instemming door de Tweede Kamer, ontstond grote commotie in binnen- en buitenland. Het betalen van belasting over papieren winst is namelijk problematisch voor aandeelhouders en medewerkers van startups en scale-ups. Reden genoeg voor minister van Financiën, Eelco Heinen, om met de plannen terug naar de tekentafel te gaan.
Wat staat er in dit voorstel?
In het recent verschenen wetsvoorstel introduceert het kabinet een stelsel waarin de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op basis van een puntensysteem gaat beoordelen of een bedrijf een startup of scale-up is. Voor een hoge score in dit puntensysteem moet een onderneming beschikken over een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel. Het wetsvoorstel definieert dit als het vermogen tot snelle omzetgroei zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik van technologie die tot lagere marginale kosten leidt en schaalvoordelen biedt. Een positief advies zorgt voor een uitzondering voor de box 3-belasting en dat aandelen pas belast worden bij realisatie en niet meer bij de aanwas. Ook belast de overheid dan slechts 65% van het voordeel uit de aandelenopties.
Waar wringt het?
Het voorstel van de overheid heeft het juiste doel, maar dreigt ervoor te zorgen dat biotech bedrijven buiten de boot vallen. Dit omdat de kenmerken van biotech bedrijven niet matchen met de eisen die RVO gaat hanteren. Zo kennen biotech bedrijven lange en dure ontwikkeltrajecten en zijn trajecten rondom klinisch onderzoek, industriële opschaling en registratieprocessen vaak productspecifiek en daarmee lastig herhaalbaar. Het wetsvoorstel leent zich daarmee prima voor SaaS- of Fintechstartups, maar laat biotech in de kou staan.
Wat is er dan wel nodig?
Wat hollandbio betreft, doen we dat anders. Zo is de potentie van een startup om wereldwijd zowel maatschappelijk als economisch een verschil te maken een veel beter beoordelingscriterium dan snelheid en herhaalbaarheid. Ook ziet hollandbio het recent aantrekken van privaat kapitaal zoals venture capital als belangrijk criterium, omdat dit een kenmerk is waarmee bijna alle start- en scale-ups zich onderscheiden. Als laatste vinden we dat er meer rekening moet worden gehouden met de beperkingen van dit wetsvoorstel. Zoals Lucien Burm, voorzitter van de Dutch Startup Association, becijferde, zijn er 11.000 bedrijven te beoordelen. Een klus die ongetwijfeld tot veel vertraging en onduidelijkheid gaat leiden, terwijl snelheid en duidelijkheid hierbij juist essentieel zijn.
Laat jouw stem horen!
Het belang van deze wetswijzigingen voor aandeelhouders en medewerkers van biotech start- en scale-ups, en daarmee voor de aantrekkingskracht van Nederland als innovatieland, is enorm. Laat daarom vooral van je horen: tot 29 april kun je reageren op de consultatie over dit wetsvoorstel via deze website.
Hollandbio welcomes Anacura as new member
HollandbioHollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent 275 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are happy to introduce our newest member Anacura, the independent analytical center of excellence providing end-to-end life science services – from early lab concept to fully regulated product. Headquartered in Belgium, Anacura offers scientifically-based and personalized laboratory solutions at uncompromising quality for biotech and pharma partners. A few words from the Anacura team:
“Built on our 25+ years of experience, we have developed a unique, integrated CRO platform with fully equipped in-house laboratories that brings the expertise of three specialized units—Anabiotec, OHMX.bio, and Discovery Studio—under one roof, guiding your project seamlessly from early discovery to GxP regulatory approval.
Anabiotec offers analytical development, method validation, regulated testing (GxP) and quality control required to make sure your product is safe, reliable, and ready for clinical use and market. By our comprehensive analytical solutions, we help pharma and biotech navigate the complex regulatory requirements of drug development.
OHMX.bio employs multi-omics and bio-IT solutions to map out the complex biology behind your therapeutic. By looking deeply into DNA, RNA, epigenetics and proteomics we turn complicated biological data into clear, practical insights for research and clinical studies.
Discovery Studio is the biotech accelerator that act as your early-stage launchpad. By hands-on cell & gene lab work and in-depth data analysis, we figure out if the biological concept actually works, helping you validate your ideas quickly and confidently.
Our team stands out by its flexible and expert-led solutions from early discovery to GxP approval. Clients highlight our dedicated project management as a key asset, ensuring that milestones are consistently met on time and risks are mitigated.
As Business Development Manager for Anacura within the Netherlands, Laurens Raes facilitates the bridge between Dutch innovation and our unified CRO platform, and serves as your primary point of contact.”
MEPs join biotech sector to urge moving forward with Biotech Act II
EU Biotech Act, HollandbioMembers of the European Parliament are joining forces with the biotech sector to urge the European Commission to move forward with the promised Biotech Act II – echoing earlier calls from biotech actors to act now. In a letter sent to Executive Vice President Stéphane Séjourné, lawmakers and the European Biosolutions Coalition stress that Biotech Act II is not optional. While the first Act focused on pharmaceuticals, the second is essential to unlock the full biotech ecosystem. Without it, cross‑sector barriers will continue to block biotech solutions from reaching the market and scaling across the Single Market. Delays only make Europe slower, not safer, the signatories warn. “We risk missing a major competitiveness opportunity” – one that Europe simply cannot afford.