Treeway, in collaboration with the Alzheimer Drug Discovery Foundation (ADDF), announced today the successful enrollment of the first patient in the Alzheimer’s Disease Study Using Oral Edaravone (ASURE), Phase 2a clinical trial. The trial will include 60 patients in different European countries, and will evaluate the safety, pharmacodynamics and pharmacokinetics of oral edaravone in Alzheimer’s patients. This is the first clinical study that aims to investigate the effect of oral edaravone, a novel multimodal treatment for early onset of Alzheimer’s Disease (AD).
“We are thrilled to venture into a clinical phase for Alzheimer’s Disease, building on our experience in neurodegenerative disease and inspired by patients. Our team is passionately working on advancing oral edaravone as a potential treatment for AD,” said Inez de Greef, Chief Executive Officer at Treeway. AD is a complex disease where multiple disease pathways occur in parallel. Despite recent positive results in the field, there is still a high need to counter AD progression in multiple disease domains. Edaravone is a free radical scavenger and acts by reducing oxidative stress, which plays a pivotal role in the development and progression of the disease. Moreover, edaravone has been shown to modulate mitochondrial dysfunction and pathological neuroimmune processes in AD animal models.
According to Dr. Jort Vijverberg, Neurologist and Principal Investigator of the trial: “We are confident that this study will provide us with important information about Alzheimer’s disease as we will be monitoring multiple important pathophysiological mechanisms throughout the study.” The innovative trial design, which includes a panel of biomarkers, novel EEG markers and cognitive functioning outcomes, will investigate the potential of oral edaravone in treating AD. Ronald van der Geest, Treeway’s Chief Development Officer added: “We are excited to be enabled by ADDF to extent our activities to Alzheimer’s and to collaborate with one of the top centers in the world. With the help of the Amsterdam team, we believe we have incorporated the latest insights in AD trial design into our study.”
De Autoriteit Markt en Consument (ACM), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut Nederland (ZINL) gaan – naar aanleiding van de oproep in deaangenomen motie van PvdA-Kamerlid Attje Kuiken – intensiever samenwerken om meer grip te krijgen op geneesmiddelenprijzen en -uitgaven. Hiervoor hebben zij een gezamenlijke werkagenda opgesteld, die erop gericht is om te komen tot een maatschappelijk gedragen kader voor geneesmiddelenprijzen en het versterken van concurrentie. Uitvoering van de werkagenda is in samenwerking met VWS en moet over een jaar leiden tot een breed beleidsadvies met maatregelen die kunnen bijdragen aan aanvaardbare geneesmiddelenprijzen en -uitgaven.
HollandBIO ziet in deze werkagenda het zoveelste initiatief dat een oplossing moet bieden aan de worsteling tussen winst en gezondheidswinst. Alleen volgens ons kan het één niet zonder het ander, zoals we recent ookuitvoerig beschreven. In hoeverre zal een nieuw maatschappelijk kader voor het vaststellen van een maatschappelijk verantwoorde prijs voor een geneesmiddel ervoor zorgen dat ons nationale vergoedingslandschap naast goedkoper ook sneller en beter wordt? Is er sprake van een win-win? Of werpen we hiermee slechts een nieuwe horde op om kosten te besparen, waarmee de kans dat een geneesmiddel de patiënt ooit bereikt juist kleiner wordt, waarop de producent zich gedwongen ziet de prijs te verhogen, waarop meer maatregelen volgen. We zeiden het eerder en we zeggen het weer: oplossingen die daadwerkelijk het gewenste resultaat opleveren, zijn maatregelen die de route van lab naar patiënt versnellen en verbeteren. Dat vergt – naast een systeemtransitie – vertrouwen en respect voor ieders onmisbare rol in succes, inclusief drijfveren en randvoorwaarden.
Meedenken over hoe zo’n systeemtransitie eruit zou kunnen zien? Kom op 16 maart naar de eerste editie van onsChallenge the Status Quo-event.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2023-03-07 14:12:072023-03-07 14:13:43Intensievere samenwerking ACM, NZa en ZINL voor meer grip op dure geneesmiddelen← #nieuws
Het Nederlandse vaccinatiestelsel kraakt en piept. En dat terwijl beleidsmakers, wetenschappers en gezondheidsexperts veelal op dezelfde lijn zitten: voorkomen is beter dan genezen. Ondanks deze gezamenlijke koers blijkt de implementatie van een goed geolied vaccinatiestelsel een grote uitdaging. Wat is er nodig om vaccinatie zo optimaal mogelijk te organiseren? Waar liggen de kansen voor beleid, rond voorlichting en rond innovatie? Deze vragen stonden centraal tijdens het Maatschappelijk Café op 16 februari.
Op donderdag 16 februari 2023 organiseerden Schuttelaar & Partners en HollandBIO een Maatschappelijk Café over het vaccinatiestelsel. Er kwamen daarvoor zo’n zeventig deelnemers samen in Nieuwspoort om te praten over dit thema, vertegenwoordigers van o.a. het ministerie van VWS, het RIVM, patiëntenverenigingen, adviesorganen, de GGD’s, reizigersvaccinaties, farmaceuten en wetenschappers. Met deze brede vertegenwoordiging die vanuit verschillende perspectieven te maken hebben met vaccinatiezorg gingen we in debat.
Het debat werd ingeleid door presentaties van Bas Leerink (RVS), Jolanda Hoefnagel (GGD Gelderland-Zuid), Britt van de Ven (HollandBIO) en Jelle Doosje (LCR).
Knelpunten en kansen voor vaccinatiebeleid
Bas Leerink (RVS) startte de bijeenkomst met het schetsen van het huidige vaccinatiestelsel. Leerink noemde dat stelsel eerder een lappendeken dan een stelsel, en is dan ook blij dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de oproep om delen van de vaccinatiezorg anders te organiseren serieus heeft opgepakt en toegankelijkere informatievoorziening hoger op de agenda staat. Maar ‘the devil is in the details’: het is nog onduidelijk hoe dit precies vorm zal krijgen. Leerink pleit voor een efficientieslag in het stelsel, waarin digitalisering een belangrijke rol kan spelen. Ook Jolanda Hoefnagel (GGD Gelderland-Zuid) ziet kansen om vaccinaties voor de burger een stuk toegankelijker te maken. Haar oproep was helder: zorg dat je luistert naar de behoefte van burgers en biedt vaccinatiezorg op maat – daarmee is veel gezondheidswinst te behalen. Daarbij onderstreepte zij haar verhaal met een voorbeeld van een van haar clienten: een autistische jongen met verschillende medische behoeften die op vijf verschillende plekken vijf verschillende vaccinaties moet halen – een krachtig voorbeeld van hoe het huidige beleid van invloed is op de toegankelijkheid van vaccins voor burgers.
Ook liggen er kansen voor een gestroomlijnder vaccinatiebeleid in de fase voordat vaccins aan burgers gegeven worden. “We moeten de tijd tussen registratie en arm drastisch reduceren”, concludeerde Britt van de Ven (HollandBIO). Van de Ven gaf uitleg over de lange routes die vaccins momenteel afleggen en uitte haar zorgen over de trage inzet van nieuwe vaccins. Het duurt momenteel gemiddeld 9 jaar voordat een prik in een arm terecht komt. Door sneller te besluiten hoe we een vaccin in ons zorglandschap in willen zetten en de communicatie aan burgers te verbeteren kan veel extra gezondheidswinst behaald worden. Jelle Doosje (LCR) sloot af met een oproep om nationaal en internationaal meer samen te gaan werken om de kwaliteit en uniformiteit van informatie nog beter te maken. Dit is één van de lessen die Doosje ook mee heeft genomen vanuit de COVID-19 periode. Het LCR heeft veel ervaring met het aanbieden van toegankelijke informatie aan burgers, en ook met het stroomlijnen van internationale richtlijnen. Van deze expertise kan gebruik gemaakt worden door de rest van het veld, zodat burgers beter geinformeerd kunnen worden over infectieziekten.
Een levendig debat
Aan de hand van scherpe stellingen, en onder deskundige leiding van Roderik van den Bos van de debatacademie, was het tijd voor de deelnemers om met hun voeten te stemmen in het Lagerhuisdebat. Daarvoor werd de zaal in tweeën gedeeld: aan de ene kant mensen die het eens waren met een stelling, aan de andere kant diegenen die het oneens waren. De argumenten vlogen daarbij over en weer om de mensen aan de andere kant te overtuigen. En waar Nederland steeds meer polariseert, liet de hoeveelheid deelnemers die overliepen zien dat het hier ging om een groep mensen die openstaat voor elkaars argumenten. Zo begon de zaal met een vrij eensgezinde oneens op de stelling “Elke huisarts moet 40% van de tijd aan preventieve maatregelen besteden”, na verloop van tijd eindigde dit in een gelijkspel voor de eens en oneens zijde.
Opvallende uitkomsten en aanbevelingen vanuit het debat:
Er is behoefte aan meer regie vanuit een centrale partij, zowel voor de uitvoering van vaccinaties als voor de communicatie over vaccinaties.
De huisarts zou idealiter veel meer tijd besteden aan preventie. De praktijk is echter weerbarstig. Huisartsen zijn nu al overbelast, er worden steeds meer taken richting de huisarts geschoven. Toch zou het goed zijn om een systeem in te richten waarbij elke burger persoonlijk advies kan krijgen over vaccinaties.
Een digitaal systeem zou goed kunnen helpen om persoonlijk advies te geven aan burgers over welke vaccinaties voor hen beschikbaar zijn.
De beoordeling van een vaccin, vanaf goedkeuring van de EMA, kan vele malen korter. De huidige doorlooptijden van 9 jaar zouden teruggebracht moeten worden naar maximaal 2 jaar. Daarbij blijft zorgvuldigheid van groot belang.
Deze bijeenkomst benadrukt de gezamenlijke behoefte aan een eenduidig vaccinatiesysteem in Nederland, waarbij het belang van de burger voorop staat. Laten we daar de komende tijd samen aan verder werken!
U kunt de volledige uitkomsten van de stellingen teruglezen onderaan dit verslag.
Nederland heeft de beste vaccinatiezorg van Europa
Oneens – Als opwarmer voor het debat werd de stelling ‘Nederland heeft de beste vaccinatiezorg van Europa’ voorgelegd aan de deelnemers. Er was een gezamenlijk akkoord dat dit niet het geval is en dat er dus zeker ruimte voor verbetering is.
0 eens – 48 oneens
Er moet publiekscommunicatie komen over het totale aanbod aan vaccins
Eens – De vaccinaties die buiten het rijksvaccinatieprogramma vallen zijn niet goed vindbaar voor burgers. De gezondheidsraad stelt dat we te maken hebben met gezondheidsverlies. Met publiekscommunicatie kunnen we een eerste stap zetten om dat te doorbreken. Bovendien is de communicatie nu erg versnipperd. Het is belangrijk dat communicatie objectief en op B1 niveau is zodat het begrijpelijk is voor iedere burger.
Oneens – Niet alle vaccins zijn voor iedereen nuttig, denk bijvoorbeeld aan gele koorts. Het kan verwarrend zijn als je over veel vaccins informatie gaat verspreiden. Daarnaast moet je het ook kunnen aanbieden als je erover communiceert. We moeten dus eerst zorgen dat we de uitvoering goed regelen, voordat we erover gaan communiceren.
33 eens – 15 oneens
De GGD moet de publiekscommunicatie over vaccinaties op zich nemen
Eens – De GGD is een logische partij om publiekscommunicatie op zich te nemen, omdat veel reizigers en burgers die zoeken naar preventieve maatregelen al contact leggen met de GGD. Daarnaast is de GGD de grootste vaccinatievoorziener in Nederland en is dus samen met de overheid de partij die de informatievoorziening moet doen.
Oneens – Informatie over vaccinaties is op voldoende plekken te vinden, zoals bijvoorbeeld op de website van het RIVM. Ook de commerciële vaccinatieklinieken hebben een goede informatievoorziening. Publiekscommunicatie zou een samenwerking moeten worden tussen verschillende partijen, die informatie als eenheid naar buiten brengen. De GGD is niet de juiste partij om dit te doen, ook omdat er niet één GGD bestaat.
17 eens – 31 oneens
Het mag maximaal 2 jaar duren om een vaccin te beoordelen en op de juiste plek in te zetten
Eens – De beoordeling moet uiteraard zorgvuldig gebeuren, maar processen moeten wel meer gestroomlijnd worden. Er zit veel ruimte om te versnellen in het proces.
Oneens – Het is een wens dat dit proces maximaal 2 jaar duurt, maar het is van groter belang dat het vaccin zorgvuldig beoordeeld wordt. Vaak zijn er inhoudelijke redenen waarom de inzet langer duurt, die moeten in acht genomen worden.
39 eens – 9 oneens
Elke huisarts moet 40% van de tijd aan preventieve maatregelen besteden
Eens – Meer focus op preventie zou een no-brainer moeten zijn. Er valt veel gezondheidswinst te behalen als we ziekten voorkomen in plaats van genezen. Zo zijn we nu niet ingericht, maar het is misschien wel hoe we ingericht zouden móeten zijn. Er zijn voorbeelden van landen waar de huisarts al veel tijd aan preventie besteed, en waar dit positief werkt. In Cuba bijvoorbeeld besteedt de huisarts veel tijd aan preventie en krijgt elke burger een jaarlijkse (preventieve) check.
Oneens – Huisartsen zijn nu al overbelast waardoor dit geen realistisch plan is. Daarnaast is de huisarts niet een deskundige op het gebied van preventie en zijn er genoeg professionals die dit al oppakken of kunnen oppakken.
24 eens – 24 oneens
Elke burger moet elke 5 jaar samen met de huisarts beslissen over welke vaccinaties te nemen
Eens – Iedereen heeft recht op duidelijkheid, en waar kan je die beter krijgen dan bij de huisarts? De huisarts kan het bespreekbaar maken en vervolgens doorverwijzen. De huisarts is een betrouwbare zorgverlener met kennis van de context. Er is steeds meer behoefte aan maatwerk op persoonlijk niveau, daar past dit goed bij.
Oneens – Huisartsen hebben over het algemeen geen kennis over wat alle vaccinaties zijn en inhouden. Een centrale plek om alle informatie te vinden en persoonlijk advies te krijgen zou echter wel een goed idee zijn. Daar zou een landelijk systeem voor opgezet moeten worden.
2 eens – 46 oneens
Als Engeland en Duitsland een vaccin inzetten, moet het in Nederland ook ingevoerd worden.
Eens – Mensen in Nederland snappen niet waarom iets in Engeland wel wordt ingevoerd en vice versa. Het is dus duidelijker en efficiënter om een vaccin dat in Engeland of Duitsland goedgekeurd is, ook in Nederland in te voeren. Je kan daarnaast veel meer tijd en energie in de beoordeling steken als je het gezamenlijk doet.
Oneens – Het zou op EU-niveau mogelijk gemaakt moeten worden om centrale afspraken te maken over welke vaccinaties ingevoerd worden, maar het moet niet zo zijn dat als twee landen ervoor kiezen om iets te doen, dat de andere landen dat dan ook moeten doen. Het moet bovendien zinvol zijn in de context, denk bijvoorbeeld aan demografische verschillen.
Het Nederlandse vestigingsklimaat is hot topic in politiek Den Haag. Innovatieaftrek ligt onder de loep, terwijl de daarvoor aangewezen belastingambtenaar afnemend vertrouwen in de stabiliteit van Nederland signaleert. Tegen die achtergrond hebben politiek en polder nadrukkelijk aandacht voor de Nederlandse biotech.
Zo wees VNO-NCW’s Ingrid Thijssen in aanloop naar het Kamerdebat in een opiniestuk in de Volkskrant op de “zeer strikte nationale interpretatie van EU-regels voor de biotech”. En dat “terwijl het hier juist gaat om bedrijven die je met het oog op de vernieuwing van onze economie zou willen behouden.” Deinbreng van VNO-NCWbleek op weerklank te kunnen rekenen in de Tweede Kamer.
Tijdens het Kamerdebatliet EZK-minister Adriaansens weten te bezien of meer experimenteerruimte voor maatschappelijk relevante innovaties moet worden gecreëerd, na vragen hierover van de VVD. Daarnaast zegde Adriaansens toe te willen kijken naar hoe Nederlandse regelgeving ons innovatieve verdienvermogen hindert, bijvoorbeeld omdat die verder gaat dan EU-regels voorschrijven. Verder kwamen tijdens het debat diverse relevante discussies op tafel, bijvoorbeeld rond innovatiegericht inkopen en de doelmatigheid van innovatieregelingen als de innovatiebox.
Voorts namen VVD-Kamerleden Sophie Hermans en Pim van Strien het op voor de belangrijke rol die bedrijven hebben en pleittenze er in het AD voor om ondernemers de ruimte te geven. Daarbij haalden ze ook biotech bedrijf Meatable aan: “Een Nederlands bedrijf dat bezig is met de ontwikkeling van kweekvlees, lanceert dat nu eerst in Singapore. Want volgens onze regels mogen hun nieuwe producten hier niet zomaar worden geproefd.” De VVD’ers pleiten daarom voor één wet “die ruimte voor dit soort experimenten in één keer regelt. Iedere ondernemer die een plan heeft dat van toegevoegde waarde is voor Nederland, moet de volle ruimte krijgen.”
HollandBIO wil dat biotech ondernemers gauw die ruimte krijgen. Allemaal zijn we het erover eens dat biotech innovaties die bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid belangrijk zijn voor de Nederlandse maatschappij. Hoog tijd voor regels die daar naadloos op aansluiten!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2023-02-28 17:25:532023-02-28 20:09:27Politiek en polder hebben nadrukkelijk aandacht voor biotech ondernemingsklimaat← #nieuws
Geneesmiddelen en winst – het is en blijft een thema dat garant staat voor hoogoplopende gemoederen. De afgelopen weken was het niet anders. Twee ngo’s hekelden de prijsstelling van twee van de meest succesvolle biotech interventies ooit: een ontstekingsremmer van AbbVie tegen heftige auto-immuunziektes zoals reuma en de coronavaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. Helaas spraken zowel SOMO als de Stichting Farma ter Verantwoording slechts schande van het – inderdaad – ongeëvenaarde commerciële succes van de producten, maar lieten ze de eveneens ongeëvenaarde gerealiseerde gezondheidswinst onbenoemd. En dat terwijl in de geneesmiddelensector het één nooit zonder het ander kan bestaan.
Zonder patiënt geen rendement, zo schreven we eerder naar aanleiding van het onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelenontwikkeling, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. De hoofdconclusie: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, kost veel geld, is risicovol en vergt samenspel van vele partijen. Zo’n enorme uitdaging ga je natuurlijk alleen aan wanneer je ervan overtuigd bent dat je uitvinding die moeite waard is: dat je er op een dag daadwerkelijk patiënten mee kan helpen. Gezondheidswinst is de drijfveer, financieel rendement een essentiële randvoorwaarde (en zeker geen pijnlijke openbaring, minister Kuipers, laten weelkaar hierin niet verliezen).
Voor de producent volgt financieel rendement enkel wanneer de maatschappij bereid is om te betalen voor de aanschaf van het eindproduct, doorgaans via het verzekerde pakket. Om dat te bepalen gaat Nederland bepaald niet over één nacht ijs, getuige onze analyse van het vergoedingslandschap en de bijbehorende oplopende doorlooptijden. Bottom line: geneesmiddelen moeten aantoonbaar kosteneffectief zijn willen we als maatschappij de rekening betalen. Met andere woorden: de – bewezen! – gezondheidswinst moet in verhouding zijn met de prijs. De producten die nu door de ngo’s op de korrel worden genomen, hebben die toets glansrijk doorstaan. De covid-vaccins hebben letterlijk de wereld van het slot gehaald. En de ontstekingsremmer heeft patiënten over de hele wereld hun leven teruggegeven en een kentering gerealiseerd in de zorg voor patiënten met een veelheid aan ontstekingsziekten. Het behandelarsenaal groeide snel: in het succesvolle kielzog traden diverse vergelijkbare medicijnen toe tot het pakket. En het mooiste: inmiddels is het geneesmiddel uit patent en betalen we nog slechts een fractie van de initiële prijs – terwijl de geleverde gezondheidswinst tot in de lengte der dagen onverminderd groot is. Een goeie deal, al met al.
Is er dan niets aan de hand? Geen wolkje aan de lucht? Tuurlijk niet. In de zorg (en elders) wemelt het van conflicterende (deel)belangen. Laten we die olifant in de kamer dan ook gewoon benoemen. Het vinden van balans is in het huidige zorgsysteem zelfs de enige weg naar succes.
Enerzijds is er het spanningsveld rondom de prijsstelling tussen producent en klant. Een bedrijf wil na het succesvol afleggen van die ellenlange, risicovolle en kostbare ontwikkelroute natuurlijk zo veel mogelijk geld verdienen, ter compensatie van mislukkingen, om bedrijfslasten te dragen, om continuïteit te waarborgen, om aandeelhouders tevreden te stellen, om vervolgfinanciers aan te trekken en om te investeren in onderzoek en ontwikkeling etc. etc.. De “klant”, in dit geval de overheid en zorgverzekeraars namens de premiebetaler, maar ook de ziekenhuizen, willen juist zo min mogelijk geld uitgeven aan geneesmiddelen. Ons hele vergoedingslandschap is ingericht om de balans te vinden tussen gezondheid en betaalbaarheid – al moet de lat in de praktijk meestal lager. Vinden we die balans niet, dan zijn er enkel verliezers te betreuren: zowel patiënt als bedrijf.
Anderzijds is er het hete hangijzer van winst. Het moge duidelijk zijn dat het voor bedrijven noodzakelijk is om meer geld te verdienen dan strikt noodzakelijk is om het medicijn te produceren – om winst te maken dus. Het is immers hoogst onzeker of investeringen wel renderen en er staat veel op het spel. Soms groeien de bomen tot in de hemel, vaak is het roeien met de riemen die je hebt. Bij multinationals volgen na een tegenvaller ontslagrondes en reorganisaties om alsnog goede cijfers te realiseren. Bij kleinere bedrijven, die vet op de botten en de luxe van risicospreiding ontberen, volgt niet zelden een vijandige overname, sluiting of faillissement. De ophef ontstaat echter alleen bij de hoge bomen, en altijd achteraf, als succes een feit is. Begrijpelijk, maar ook wat makkelijk; risico en waarde zijn in biotech immers omgekeerd evenredig. Als we van te voren zouden weten welk product een doorslaand succes wordt, hoefde succes niet zo vorstelijk beloond te worden om de return on investment van de sector te redden.
Door al die spanningen over en weer zijn we in een wapenwedloop beland. De betaler werpt steeds meer drempels op om kosten te besparen, waarmee de kans dat een geneesmiddel de patiënt ooit bereikt slinkt en slinkt…, waarop de producent zich gedwongen ziet de prijs te verhogen, waarop meer maatregelen volgen. We zeiden het eerder en we zeggen het weer: oplossingen die daadwerkelijk het gewenste resultaat opleveren, zijn maatregelen die de route van lab naar patiënt versnellen en verbeteren. Dat vergt – naast een systeemtransitie – vertrouwen en respect voor ieders onmisbare rol in succes, inclusief drijfveren en randvoorwaarden.
Intussen maakt de queeste naar wat al dan niet maatschappelijk, gewetenloos of zelfs illegaal is, de tongen los. Van schreeuwerige chocoladeletters en ingebakken wantrouwen, tot relativering en bespiegeling. De juristen van de Stichting Farma ter Verantwoording stappen voor het antwoord naar de rechter. Al valt te betwijfelen of die stap uitsluitsel geeft – laat staan meer betaalbare gezondheidswinst – we kijken belangstellend uit naar het verdict.
Ligt geneesmiddelontwikkeling jou na aan het hart? Denk mee over hoe het sneller en beter kan tijdens het Challenge the Status Quo-event op donderdag 16 maart.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2023-02-28 17:20:552023-09-27 16:28:52De prijs van innovatie: tel uit je (gezondheids)winst!← #nieuws
Gebrek aan geschoold life sciences talent? Niet als het aan Vlaanderen ligt, waar recentelijk een gespecialiseerd competitiecentrum opende voor farma en biotech. Het op het Nielse science park gelegen ViTalent biedt opleidingen gericht op bij- en nascholing van werknemers, werkzoekenden en starters, waarvan zij er in 2021 jaar al zo’n 650 mocht verwelkomen. Door aanstormend talent te laten ontpoppen, voorziet ViTalent in de behoefte van bedrijven, wat de krapte binnen de sector vermindert. Hoe zou een dergelijk programma Nederland staan, vraagt HollandBIO zich af?
Perfecte match
Interessant aan ViTalent is dat het bedrijven en (potentiële) werknemers verbindt en inspeelt op de behoefte van beiden. Jong talent kan snel aan de bak en wordt specifiek getraind op functies waar grote tekorten aan zijn. Tot de ‘op maat gemaakte’ opleidingen behoort bijvoorbeeld een vijfdaagse training tot basisoperator life sciences, direct gevolgd door speeddates met potentiële werkgevers. Studenten kunnen praktijktrainingen volgen en veilig risicovolle situaties ervaren in een gesimuleerde bedrijfsomgeving. Dit draagt niet alleen bij aan een snelle ontwikkeling van nieuw talent, maar ook aan de bij- en nascholing van bestaand talent, dat daardoor op de hoogte kan blijven van de nieuwste technische en regulatoire ontwikkelingen.
Kopiëren-plakken?
Met plek voor wel duizend studenten per jaar lijkt het Vlaamse opleidingscentrum een mooie oplossing te bieden voor het steeds groter groeiende talentprobleem. Dat kunstje kunnen we van onze zuiderburen afkijken, want ook de Nederlandse biotech sector kampt met tekorten. HollandBIO hoort steeds vaker van bedrijven dat zij problemen ervaren bij het zoeken van geschikt personeel en ziet de regio’s gretig human capital-agenda’s opstellen. Door net als ViTalent onze nationale krachten te bundelen, kunnen we voorkomen dat de regio’s los van elkaar initiatieven gaan opzetten. Actieve samenwerking tussen (farma)bedrijven, vakorganisaties, de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen en Essencia (de Belgische life science- & chemiefederatie), lijkt het Vlaamse centrum namelijk tot een groot succes te maken.
Bij een dergelijk centrum in Nederland zullen alle betrokken partijen zich verantwoordelijk voelen en gezamenlijk op zoek gaan naar een oplossing voor het dringende probleem. Wat ons betreft levert een Nederlandse kopie daarom een mooie bijdrage aan het nationaal actieprogramma ‘Nieuwe kansen voor Topsector LSH’, dat het probleem ruiterlijk erkent. De zon die schijnt, de lucht is blauw, Nederlandse ViTalent kom maar gauw!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2023-02-28 16:15:052023-02-28 16:15:06Wat kan Nederland leren van Vlaams life sciences centrum om talent te boosten?← #nieuws
Financiering rondkrijgen is complex en duurt lang, als het überhaupt al lukt. Dat is niet anders voor agro-, food- en industriële biotech bedrijven, blijkt uit onderzoek van HollandBIO. Wel heeft medische biotech een duidelijke voorsprong in kennis en schaal. De ontwikkelingen op het gebied van agro-, food- en industriële biotech gaan snel, maar investeerders zien dat nog te weinig. Publieke én private investeerders, hier liggen financieringskansen!
HollandBIO’s Max heeft de afgelopen maanden academisch kwalitatief onderzoek verricht naar het financieringsecosysteem van agro-, food en industriële biotech bedrijven. Hiermee brengen we beter in kaart hoe dit specifieke financieringsecosysteem in elkaar zit en waar ruimte is voor HollandBIO om deze knelpunten weg te nemen. En dat hadden we niet kunnen doen zonder de waardevolle inbreng van bedrijven – bedankt!
Publieke financiering #duurtlang
Bedrijven in de agro-, food- en industriële biotech geven aan dat publieke financiering erg complex is en enorm tijdrovend in zowel de aanvraag als de afhandeling. Bovendien leidt het gebrek aan inhoudelijke kennis van de verstrekkers van publieke financiering nogal eens tot onwelkome vertragingen.
Durfkapitaal durft nog niet genoeg
Ook op het vlak van private financiering is ruimte voor verbetering. In Nederland worden biotech bedrijven geregeld geconfronteerd met een gebrek aan geld. Er is lang niet altijd voldoende aanbod van beschikbare financiële middelen. Daarnaast zijn Nederlandse investeerders meer risico-avers dan bijvoorbeeld hun Noord-Amerikaanse collega’s en kennen zij bedrijven bovendien een lagere waardering toe, waardoor veel Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen vallen of zich zelfs elders vestigen.
Medische biotech heeft een voorsprong in kennis en schaal
Verder ontbreekt het Nederlandse investeerders nog te vaak aan kennis van de snelle ontwikkelingen op het gebied van agro-, food- en industriële biotech om hier actief in te investeren. Dit in tegenstelling tot de medische biotech, waar investeerders de risico’s beter lijken te kunnen inschatten. Ook de benodigde schaal van producten zorgt voor financieringsuitdagingen voor agro-, food- en industriële biotech bedrijven. Die moet namelijk groot genoeg zijn om financieel rendabel te zijn, en dat vereist grote, moeilijk op te halen investeringen.
Doorpraten? Neem contact op!
HollandBIO gebruikt deze inzichten om het financieringsecosysteem voor biotech bedrijven verder te verbeteren. Mocht je vragen hebben, het onderzoek willen inzien of er graag over willen doorpraten, dan kun je contact opnemen met HollandBIO’s Max.
Met een mooie oproep in het Financieel Dagblad spoort Joba van den Berg van het CDA het kabinet aan om de invoering van een farmacogenetisch paspoort voor alle Nederlanders te onderzoeken. Een dergelijk paspoort kan immers – potentieel – het aantal ernstige bijwerkingen terugdringen én de werking van medicatie verbeteren. Bij HollandBIO moedigen wij dit natuurlijk van harte aan, al plaatsen we ook graag de kanttekening dat het medicijnpaspoort niet de enige innovatie is die hierbij uitkomst biedt.
Waar de ‘one-size-fits-all’-vlieger voor geneesmiddelen niet opgaat, geldt dit in bredere zin ook voor de testen die we loslaten om genetische informatie los te peuteren. Waar bij het bovengenoemde genetische paspoort twaalf genen in kaart gebracht worden, hebben we in de praktijk maar liefst 20.000 genen die ieder van ons uniek maken. En die 20.000 kunnen we in theorie ook in één keer testen, met Whole Genome Sequencing (WGS). Zo toonde het ‘TANGO-project‘ recent al aan dat met WGS van patiënten met longkanker of melanomen dezelfde mutaties gevonden worden als bij uitgebreide gangbare diagnostiek.
Testen kunnen we dus steeds efficiënter. Verschillende technologische innovaties volgen elkaar hiertoetijdens de huidige biorevolutie in rap tempo op. Wel wordt het steeds ingewikkelder om tussen de immer uitdijende hoeveelheid testen nog de juiste te selecteren, en voor die testen om hun plek in het zorglandschap te vinden. Want gaan we voor elke aandoening voor een losse test – en zo ja welke? Of komt er een moment dat breder testen de voorkeur krijgt – en zo ja wanneer?
Met het tempo waarin we nu makelen en schakelen in Nederland, en gezien de immer groeiende bewijslast waar we naar vragen voor iets eindelijk de markt op mag, zijn de testen en technologieën achterhaald tegen de tijd dat ze eindelijk de praktijk bereiken. Het duurt en duurt, terwijl het patiënten juist aan tijd ontbreekt. Bovendien schreeuwen de uitdagingen in de gezondheidszorg om verandering, waarmee we de grote maatschappelijke en economische waarde die deze testen – en de daaropvolgende passende zorg – kunnen realiseren.
HollandBIO maakt zich hard voor opheldering over, en snellere en betere routes naar, de markt voor innovatieve diagnostiek, zodat we als maatschappij de vruchten kunnen plukken van baanbrekende onderzoeken en de medicatiepaspoorten die daaruit voortkomen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2023-02-20 17:15:582023-09-27 16:28:52Weg van de ‘one-size-fits-all’ voor geneesmiddelen ← #nieuws
Afgelopen week rapporteerde IenW-staatssecretaris Heijnen in een Kamerbrief over de voortgang van het beleid rond biotechnologie over de volle breedte, van plantenveredeling en industriële toepassingen tot cel- en gentherapie. HollandBIO is blij dat de staatssecretaris op alle vlakken stevig inzet en we kijken er naar uit om een concreet vervolg te geven aan het gezamenlijke project op het in kaart brengen van de verbeteringen rond de vergunningverlening voor ingeperkt gebruik.
Op het gebied van plantenveredeling gaat de staatssecretaris in op de inzet van Nederland binnen Europa om moderne technieken zoals CRISPR-Cas in toepassingen binnen de soortgrenzen beter en breder beschikbaar te maken.
Als het gaat om industriële biotechnologie, is er volop aandacht voor het gezamenlijke traject dat het ministerie van IenW en HollandBIO hebben doorlopen op het in kaart laten brengen van mogelijke verbeteringen in de vergunningverlening rond ingeperkt gebruik, en het implementatieplan dat dit jaar wordt uitgewerkt.
Verder maakt de staatssecretaris duidelijk dat de Europese Commissie in het voorstel voor de herziening van de farmaceutische regelgeving ook aandacht komt voor de regels rond klinisch onderzoek met medische ggo’s zoals sommige vormen van cel- en gentherapie.
Tenslotte kondigt Heijnen ook aan dat zij de Trendanalyse Biotechnologie van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) en de Gezondheidsraad op 21 maart in ontvangst neemt en aan de Tweede Kamer zal aanbieden.
Leeshierverder voor de volledige Kamerbrief en hiervoor het rapport van de Antea Group rond de verkenning van verbeteringen op ingeperkt gebruik.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2023-02-20 17:04:492023-02-20 17:04:51Voortgang op alle fronten in biotechnologiebeleid← #nieuws
Hoe graag we ook beter nieuws zouden willen brengen, we zien ook dit jaar dat het nog langer duurt voordat nieuwe middelen vergoed en wel in het ziekenhuis terechtkomen. De toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen in het ziekenhuis staat daarmee verder onder druk. HollandBIO onderzoekt jaarlijks hoe het gesteld is met de toegankelijkheid van nieuwe intramurale geneesmiddelen in Nederland. Net als vorig jaarblijkt dat het vergoedingslandschap complex is en dat deze doorlooptijden over de hele linie bovendien nog meer toenemen.
Het duurt steeds langer voordat ziekenhuispatiënten over de nieuwste geneesmiddelen kunnen beschikken. Over de hele linie is hun wachttijd in vier jaar nagenoeg verdubbeld. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van HollandBIO naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Slechts 18 geneesmiddelen kregen tussen 2018 en 2022 binnen 100 dagen een declaratietitel toegekend. In 2022 was deze prestatie voor slechts één middel weggelegd. Ook is er een duidelijke opwaartse trend te zien in de doorlooptijd van EMA-registratie tot het moment waarop een add-on werd toegekend. Waar de mediane doorlooptijd in 2018 nog 136 dagen was, telde die in 2022 maar liefst 263 dagen – nagenoeg een verdubbeling dus. Zonder add-onprestatie kunnen zorgverleners geneesmiddelen niet declareren bij de zorgverzekeraar en is er geen toegang voor de patiënt. In theorie kan een zorgverlener het geneesmiddel via een individuele aanvraag declareren bij de zorgverzekeraar. In de praktijk betekent dit echter dat middelen nog niet worden voorgeschreven, omdat voor iedere patiënt apart een aanvraag moet worden ingediend.
Doorlooptijd neemt toe bij alle soorten geneesmiddelen
Een diepere blik op de data leert dat doorlooptijden over de hele linie steeds langer worden. Korte doorlooptijden lijken voorbehouden aan middelen die geen sluis-, wees-, voorwaardelijk of versneld “label” hebben, maar ook hier zien we de doorlooptijden oplopen. Waar in eerdere versies van dit onderzoek de mediane doorlooptijd voor deze groep nog onder de 100 dagen viel, is die nu opgelopen tot 134 dagen. De mediane doorlooptijd voor weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen die in de sluis hebben gezeten, of die een voorwaardelijke of versnelde marktvergunningsprocedure bij de EMA hebben doorlopen is voor elk van deze groepen langer dan 300 dagen. Dat betekent dat in veel gevallen een jaar na registratie nieuwe intramurale geneesmiddelen nog steeds geen vergoeding hebben in Nederland. Voor ATMP’s is de mediane doorlooptijd zelfs 457 dagen. Hierdoor moeten ziekenhuispatiënten steeds langer wachten op nieuwe geneesmiddelen.
Het stuwmeer loopt vol
Wat in dit onderzoek ontbreekt, zijn de geneesmiddelen die nog in het traject richting add-on zitten of waarvoor het niet gelukt is om een add-on toegekend te krijgen. Door lange beoordelingsprocedures en ingewikkelde onderhandelingen kan het lastig zijn om met een geneesmiddel de eindstreep, vergoede toegang voor de patiënt, te halen. Weliswaar zijn er afgelopen jaar 17 nieuwe add-ons toegekend, maar dat aantal kan flink hoger. Zo zitten er op het moment van schrijven bijvoorbeeld nog 27 middelen in de sluis. Voor de eerste helft van 2023verwachthet Zorginstituut bovendien wederom 11 nieuwe middelen in de sluis te plaatsen. En dit aantal geneesmiddelen waar lang op gewacht wordt, zal met de op handen zijndeaanscherping van de sluiscriteria alleen maar verder stijgen. Daardoor ontstaat er een stuwmeer van geneesmiddelen die op de Europese markt al wel beschikbaar zijn, maar Nederland nog niet vergoedt.
We zitten in een prisoner’s dilemma: het ligt aan iedereen en aan niemand
Niemand wordt natuurlijk gelukkig van patiënten die moeten wachten op nieuwe behandelingen. Dat dit vaak (te) lang duurt, daar is men het ook wel over eens. Waar de oorzaak van het probleem ligt, daarover lopen de meningen uiteen. Uit recent wetenschappelijk onderzoek naar het Nederlandse vergoedingslandschap blijkt dat de meeste stakeholders het systeem twee van de vijf punten geven, een dikke onvoldoende dus. Gevraagd naar hun eigen rol in het systeem, gaven de meesten zichzelf een score van vier van de vijf punten. Men is het dus over twee dingen eens: 1) het systeem werkt niet goed en 2) het komt door de ander. Anders gezegd: we zitten vast in een prisoner’s dilemma. Gaat iedereen voor zijn eigen belang? Dan verliest uiteindelijk iedereen. Het werkt ook niet wanneer partijen los van elkaar proberen de puzzel op te lossen. Maar wanneer iedereen samen dezelfde kant op beweegt, wordt het geheel groter dan de som der delen en bouwen we aan een systeem waar toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid hand in hand gaan. Er worden nu wel pilots en initiatieven gestart om nieuwe geneesmiddelen bij de patiënt te krijgen, maar zonder samenhang en een gezamenlijk doel wordt het systeem hier uiteindelijk vooral ingewikkelder van. HollandBIO pleit voor heldere routes en een adaptief ecosysteem waarbij registratie, vergoeding en gebruik naadloos op elkaar aansluiten. Laten we elkaar niet langer gevangenhouden in het huidige systeem, maar open het gesprek aangaan. Bij HollandBIO staat een grote vergadertafel en pot koffie klaar, wie schuift er aan?
Treeway announces first patient enrolled in the Phase 2a ASURE clinical trial
GezondheidTreeway, in collaboration with the Alzheimer Drug Discovery Foundation (ADDF), announced today the successful enrollment of the first patient in the Alzheimer’s Disease Study Using Oral Edaravone (ASURE), Phase 2a clinical trial. The trial will include 60 patients in different European countries, and will evaluate the safety, pharmacodynamics and pharmacokinetics of oral edaravone in Alzheimer’s patients. This is the first clinical study that aims to investigate the effect of oral edaravone, a novel multimodal treatment for early onset of Alzheimer’s Disease (AD).
“We are thrilled to venture into a clinical phase for Alzheimer’s Disease, building on our experience in neurodegenerative disease and inspired by patients. Our team is passionately working on advancing oral edaravone as a potential treatment for AD,” said Inez de Greef, Chief Executive Officer at Treeway. AD is a complex disease where multiple disease pathways occur in parallel. Despite recent positive results in the field, there is still a high need to counter AD progression in multiple disease domains. Edaravone is a free radical scavenger and acts by reducing oxidative stress, which plays a pivotal role in the development and progression of the disease. Moreover, edaravone has been shown to modulate mitochondrial dysfunction and pathological neuroimmune processes in AD animal
models.
According to Dr. Jort Vijverberg, Neurologist and Principal Investigator of the trial: “We are confident that this study will provide us with important information about Alzheimer’s disease as we will be monitoring multiple important pathophysiological mechanisms throughout the study.” The innovative trial design, which includes a panel of biomarkers, novel EEG markers and cognitive functioning outcomes, will investigate the potential of oral edaravone in treating AD. Ronald van der Geest, Treeway’s Chief Development Officer added: “We are excited to be enabled by ADDF to extent our activities to Alzheimer’s and to collaborate with one of the top centers in the world. With the help of the Amsterdam team, we believe we have incorporated the latest insights in AD trial design into our study.”
Intensievere samenwerking ACM, NZa en ZINL voor meer grip op dure geneesmiddelen
Gezondheid op maat, GezondheidDe Autoriteit Markt en Consument (ACM), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut Nederland (ZINL) gaan – naar aanleiding van de oproep in de aangenomen motie van PvdA-Kamerlid Attje Kuiken – intensiever samenwerken om meer grip te krijgen op geneesmiddelenprijzen en -uitgaven. Hiervoor hebben zij een gezamenlijke werkagenda opgesteld, die erop gericht is om te komen tot een maatschappelijk gedragen kader voor geneesmiddelenprijzen en het versterken van concurrentie. Uitvoering van de werkagenda is in samenwerking met VWS en moet over een jaar leiden tot een breed beleidsadvies met maatregelen die kunnen bijdragen aan aanvaardbare geneesmiddelenprijzen en -uitgaven.
HollandBIO ziet in deze werkagenda het zoveelste initiatief dat een oplossing moet bieden aan de worsteling tussen winst en gezondheidswinst. Alleen volgens ons kan het één niet zonder het ander, zoals we recent ook uitvoerig beschreven. In hoeverre zal een nieuw maatschappelijk kader voor het vaststellen van een maatschappelijk verantwoorde prijs voor een geneesmiddel ervoor zorgen dat ons nationale vergoedingslandschap naast goedkoper ook sneller en beter wordt? Is er sprake van een win-win? Of werpen we hiermee slechts een nieuwe horde op om kosten te besparen, waarmee de kans dat een geneesmiddel de patiënt ooit bereikt juist kleiner wordt, waarop de producent zich gedwongen ziet de prijs te verhogen, waarop meer maatregelen volgen. We zeiden het eerder en we zeggen het weer: oplossingen die daadwerkelijk het gewenste resultaat opleveren, zijn maatregelen die de route van lab naar patiënt versnellen en verbeteren. Dat vergt – naast een systeemtransitie – vertrouwen en respect voor ieders onmisbare rol in succes, inclusief drijfveren en randvoorwaarden.
Meedenken over hoe zo’n systeemtransitie eruit zou kunnen zien? Kom op 16 maart naar de eerste editie van ons Challenge the Status Quo-event.
Maatschappelijk café: Voldoende kansen voor efficiënter vaccinatiebeleid
Gezondheid op maat, Hollandbio, GezondheidHet Nederlandse vaccinatiestelsel kraakt en piept. En dat terwijl beleidsmakers, wetenschappers en gezondheidsexperts veelal op dezelfde lijn zitten: voorkomen is beter dan genezen. Ondanks deze gezamenlijke koers blijkt de implementatie van een goed geolied vaccinatiestelsel een grote uitdaging. Wat is er nodig om vaccinatie zo optimaal mogelijk te organiseren? Waar liggen de kansen voor beleid, rond voorlichting en rond innovatie? Deze vragen stonden centraal tijdens het Maatschappelijk Café op 16 februari.
Op donderdag 16 februari 2023 organiseerden Schuttelaar & Partners en HollandBIO een Maatschappelijk Café over het vaccinatiestelsel. Er kwamen daarvoor zo’n zeventig deelnemers samen in Nieuwspoort om te praten over dit thema, vertegenwoordigers van o.a. het ministerie van VWS, het RIVM, patiëntenverenigingen, adviesorganen, de GGD’s, reizigersvaccinaties, farmaceuten en wetenschappers. Met deze brede vertegenwoordiging die vanuit verschillende perspectieven te maken hebben met vaccinatiezorg gingen we in debat.
Het debat werd ingeleid door presentaties van Bas Leerink (RVS), Jolanda Hoefnagel (GGD Gelderland-Zuid), Britt van de Ven (HollandBIO) en Jelle Doosje (LCR).
Knelpunten en kansen voor vaccinatiebeleid
Bas Leerink (RVS) startte de bijeenkomst met het schetsen van het huidige vaccinatiestelsel. Leerink noemde dat stelsel eerder een lappendeken dan een stelsel, en is dan ook blij dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de oproep om delen van de vaccinatiezorg anders te organiseren serieus heeft opgepakt en toegankelijkere informatievoorziening hoger op de agenda staat. Maar ‘the devil is in the details’: het is nog onduidelijk hoe dit precies vorm zal krijgen. Leerink pleit voor een efficientieslag in het stelsel, waarin digitalisering een belangrijke rol kan spelen. Ook Jolanda Hoefnagel (GGD Gelderland-Zuid) ziet kansen om vaccinaties voor de burger een stuk toegankelijker te maken. Haar oproep was helder: zorg dat je luistert naar de behoefte van burgers en biedt vaccinatiezorg op maat – daarmee is veel gezondheidswinst te behalen. Daarbij onderstreepte zij haar verhaal met een voorbeeld van een van haar clienten: een autistische jongen met verschillende medische behoeften die op vijf verschillende plekken vijf verschillende vaccinaties moet halen – een krachtig voorbeeld van hoe het huidige beleid van invloed is op de toegankelijkheid van vaccins voor burgers.
Ook liggen er kansen voor een gestroomlijnder vaccinatiebeleid in de fase voordat vaccins aan burgers gegeven worden. “We moeten de tijd tussen registratie en arm drastisch reduceren”, concludeerde Britt van de Ven (HollandBIO). Van de Ven gaf uitleg over de lange routes die vaccins momenteel afleggen en uitte haar zorgen over de trage inzet van nieuwe vaccins. Het duurt momenteel gemiddeld 9 jaar voordat een prik in een arm terecht komt. Door sneller te besluiten hoe we een vaccin in ons zorglandschap in willen zetten en de communicatie aan burgers te verbeteren kan veel extra gezondheidswinst behaald worden. Jelle Doosje (LCR) sloot af met een oproep om nationaal en internationaal meer samen te gaan werken om de kwaliteit en uniformiteit van informatie nog beter te maken. Dit is één van de lessen die Doosje ook mee heeft genomen vanuit de COVID-19 periode. Het LCR heeft veel ervaring met het aanbieden van toegankelijke informatie aan burgers, en ook met het stroomlijnen van internationale richtlijnen. Van deze expertise kan gebruik gemaakt worden door de rest van het veld, zodat burgers beter geinformeerd kunnen worden over infectieziekten.
Een levendig debat
Aan de hand van scherpe stellingen, en onder deskundige leiding van Roderik van den Bos van de debatacademie, was het tijd voor de deelnemers om met hun voeten te stemmen in het Lagerhuisdebat. Daarvoor werd de zaal in tweeën gedeeld: aan de ene kant mensen die het eens waren met een stelling, aan de andere kant diegenen die het oneens waren. De argumenten vlogen daarbij over en weer om de mensen aan de andere kant te overtuigen. En waar Nederland steeds meer polariseert, liet de hoeveelheid deelnemers die overliepen zien dat het hier ging om een groep mensen die openstaat voor elkaars argumenten. Zo begon de zaal met een vrij eensgezinde oneens op de stelling “Elke huisarts moet 40% van de tijd aan preventieve maatregelen besteden”, na verloop van tijd eindigde dit in een gelijkspel voor de eens en oneens zijde.
Opvallende uitkomsten en aanbevelingen vanuit het debat:
Deze bijeenkomst benadrukt de gezamenlijke behoefte aan een eenduidig vaccinatiesysteem in Nederland, waarbij het belang van de burger voorop staat. Laten we daar de komende tijd samen aan verder werken!
Uitkomst stellingen
U kunt de volledige uitkomsten van de stellingen teruglezen onderaan dit verslag.
Nederland heeft de beste vaccinatiezorg van Europa
Oneens – Als opwarmer voor het debat werd de stelling ‘Nederland heeft de beste vaccinatiezorg van Europa’ voorgelegd aan de deelnemers. Er was een gezamenlijk akkoord dat dit niet het geval is en dat er dus zeker ruimte voor verbetering is.
Er moet publiekscommunicatie komen over het totale aanbod aan vaccins
Eens – De vaccinaties die buiten het rijksvaccinatieprogramma vallen zijn niet goed vindbaar voor burgers. De gezondheidsraad stelt dat we te maken hebben met gezondheidsverlies. Met publiekscommunicatie kunnen we een eerste stap zetten om dat te doorbreken. Bovendien is de communicatie nu erg versnipperd. Het is belangrijk dat communicatie objectief en op B1 niveau is zodat het begrijpelijk is voor iedere burger.
Oneens – Niet alle vaccins zijn voor iedereen nuttig, denk bijvoorbeeld aan gele koorts. Het kan verwarrend zijn als je over veel vaccins informatie gaat verspreiden. Daarnaast moet je het ook kunnen aanbieden als je erover communiceert. We moeten dus eerst zorgen dat we de uitvoering goed regelen, voordat we erover gaan communiceren.
De GGD moet de publiekscommunicatie over vaccinaties op zich nemen
Eens – De GGD is een logische partij om publiekscommunicatie op zich te nemen, omdat veel reizigers en burgers die zoeken naar preventieve maatregelen al contact leggen met de GGD. Daarnaast is de GGD de grootste vaccinatievoorziener in Nederland en is dus samen met de overheid de partij die de informatievoorziening moet doen.
Oneens – Informatie over vaccinaties is op voldoende plekken te vinden, zoals bijvoorbeeld op de website van het RIVM. Ook de commerciële vaccinatieklinieken hebben een goede informatievoorziening. Publiekscommunicatie zou een samenwerking moeten worden tussen verschillende partijen, die informatie als eenheid naar buiten brengen. De GGD is niet de juiste partij om dit te doen, ook omdat er niet één GGD bestaat.
Het mag maximaal 2 jaar duren om een vaccin te beoordelen en op de juiste plek in te zetten
Eens – De beoordeling moet uiteraard zorgvuldig gebeuren, maar processen moeten wel meer gestroomlijnd worden. Er zit veel ruimte om te versnellen in het proces.
Oneens – Het is een wens dat dit proces maximaal 2 jaar duurt, maar het is van groter belang dat het vaccin zorgvuldig beoordeeld wordt. Vaak zijn er inhoudelijke redenen waarom de inzet langer duurt, die moeten in acht genomen worden.
Elke huisarts moet 40% van de tijd aan preventieve maatregelen besteden
Eens – Meer focus op preventie zou een no-brainer moeten zijn. Er valt veel gezondheidswinst te behalen als we ziekten voorkomen in plaats van genezen. Zo zijn we nu niet ingericht, maar het is misschien wel hoe we ingericht zouden móeten zijn. Er zijn voorbeelden van landen waar de huisarts al veel tijd aan preventie besteed, en waar dit positief werkt. In Cuba bijvoorbeeld besteedt de huisarts veel tijd aan preventie en krijgt elke burger een jaarlijkse (preventieve) check.
Oneens – Huisartsen zijn nu al overbelast waardoor dit geen realistisch plan is. Daarnaast is de huisarts niet een deskundige op het gebied van preventie en zijn er genoeg professionals die dit al oppakken of kunnen oppakken.
Elke burger moet elke 5 jaar samen met de huisarts beslissen over welke vaccinaties te nemen
Eens – Iedereen heeft recht op duidelijkheid, en waar kan je die beter krijgen dan bij de huisarts? De huisarts kan het bespreekbaar maken en vervolgens doorverwijzen. De huisarts is een betrouwbare zorgverlener met kennis van de context. Er is steeds meer behoefte aan maatwerk op persoonlijk niveau, daar past dit goed bij.
Oneens – Huisartsen hebben over het algemeen geen kennis over wat alle vaccinaties zijn en inhouden. Een centrale plek om alle informatie te vinden en persoonlijk advies te krijgen zou echter wel een goed idee zijn. Daar zou een landelijk systeem voor opgezet moeten worden.
Als Engeland en Duitsland een vaccin inzetten, moet het in Nederland ook ingevoerd worden.
Eens – Mensen in Nederland snappen niet waarom iets in Engeland wel wordt ingevoerd en vice versa. Het is dus duidelijker en efficiënter om een vaccin dat in Engeland of Duitsland goedgekeurd is, ook in Nederland in te voeren. Je kan daarnaast veel meer tijd en energie in de beoordeling steken als je het gezamenlijk doet.
Oneens – Het zou op EU-niveau mogelijk gemaakt moeten worden om centrale afspraken te maken over welke vaccinaties ingevoerd worden, maar het moet niet zo zijn dat als twee landen ervoor kiezen om iets te doen, dat de andere landen dat dan ook moeten doen. Het moet bovendien zinvol zijn in de context, denk bijvoorbeeld aan demografische verschillen.
Politiek en polder hebben nadrukkelijk aandacht voor biotech ondernemingsklimaat
IJzersterk innovatieklimaat, InnovatieklimaatHet Nederlandse vestigingsklimaat is hot topic in politiek Den Haag. Innovatieaftrek ligt onder de loep, terwijl de daarvoor aangewezen belastingambtenaar afnemend vertrouwen in de stabiliteit van Nederland signaleert. Tegen die achtergrond hebben politiek en polder nadrukkelijk aandacht voor de Nederlandse biotech.
Zo wees VNO-NCW’s Ingrid Thijssen in aanloop naar het Kamerdebat in een opiniestuk in de Volkskrant op de “zeer strikte nationale interpretatie van EU-regels voor de biotech”. En dat “terwijl het hier juist gaat om bedrijven die je met het oog op de vernieuwing van onze economie zou willen behouden.” De inbreng van VNO-NCW bleek op weerklank te kunnen rekenen in de Tweede Kamer.
Tijdens het Kamerdebat liet EZK-minister Adriaansens weten te bezien of meer experimenteerruimte voor maatschappelijk relevante innovaties moet worden gecreëerd, na vragen hierover van de VVD. Daarnaast zegde Adriaansens toe te willen kijken naar hoe Nederlandse regelgeving ons innovatieve verdienvermogen hindert, bijvoorbeeld omdat die verder gaat dan EU-regels voorschrijven. Verder kwamen tijdens het debat diverse relevante discussies op tafel, bijvoorbeeld rond innovatiegericht inkopen en de doelmatigheid van innovatieregelingen als de innovatiebox.
Voorts namen VVD-Kamerleden Sophie Hermans en Pim van Strien het op voor de belangrijke rol die bedrijven hebben en pleitten ze er in het AD voor om ondernemers de ruimte te geven. Daarbij haalden ze ook biotech bedrijf Meatable aan: “Een Nederlands bedrijf dat bezig is met de ontwikkeling van kweekvlees, lanceert dat nu eerst in Singapore. Want volgens onze regels mogen hun nieuwe producten hier niet zomaar worden geproefd.” De VVD’ers pleiten daarom voor één wet “die ruimte voor dit soort experimenten in één keer regelt. Iedere ondernemer die een plan heeft dat van toegevoegde waarde is voor Nederland, moet de volle ruimte krijgen.”
HollandBIO wil dat biotech ondernemers gauw die ruimte krijgen. Allemaal zijn we het erover eens dat biotech innovaties die bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid belangrijk zijn voor de Nederlandse maatschappij. Hoog tijd voor regels die daar naadloos op aansluiten!
De prijs van innovatie: tel uit je (gezondheids)winst!
Gezondheid op maat, Hollandbio, Gezondheid, UitgelichtGeneesmiddelen en winst – het is en blijft een thema dat garant staat voor hoogoplopende gemoederen. De afgelopen weken was het niet anders. Twee ngo’s hekelden de prijsstelling van twee van de meest succesvolle biotech interventies ooit: een ontstekingsremmer van AbbVie tegen heftige auto-immuunziektes zoals reuma en de coronavaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. Helaas spraken zowel SOMO als de Stichting Farma ter Verantwoording slechts schande van het – inderdaad – ongeëvenaarde commerciële succes van de producten, maar lieten ze de eveneens ongeëvenaarde gerealiseerde gezondheidswinst onbenoemd. En dat terwijl in de geneesmiddelensector het één nooit zonder het ander kan bestaan.
Zonder patiënt geen rendement, zo schreven we eerder naar aanleiding van het onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelenontwikkeling, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. De hoofdconclusie: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, kost veel geld, is risicovol en vergt samenspel van vele partijen. Zo’n enorme uitdaging ga je natuurlijk alleen aan wanneer je ervan overtuigd bent dat je uitvinding die moeite waard is: dat je er op een dag daadwerkelijk patiënten mee kan helpen. Gezondheidswinst is de drijfveer, financieel rendement een essentiële randvoorwaarde (en zeker geen pijnlijke openbaring, minister Kuipers, laten we elkaar hierin niet verliezen).
Voor de producent volgt financieel rendement enkel wanneer de maatschappij bereid is om te betalen voor de aanschaf van het eindproduct, doorgaans via het verzekerde pakket. Om dat te bepalen gaat Nederland bepaald niet over één nacht ijs, getuige onze analyse van het vergoedingslandschap en de bijbehorende oplopende doorlooptijden. Bottom line: geneesmiddelen moeten aantoonbaar kosteneffectief zijn willen we als maatschappij de rekening betalen. Met andere woorden: de – bewezen! – gezondheidswinst moet in verhouding zijn met de prijs. De producten die nu door de ngo’s op de korrel worden genomen, hebben die toets glansrijk doorstaan. De covid-vaccins hebben letterlijk de wereld van het slot gehaald. En de ontstekingsremmer heeft patiënten over de hele wereld hun leven teruggegeven en een kentering gerealiseerd in de zorg voor patiënten met een veelheid aan ontstekingsziekten. Het behandelarsenaal groeide snel: in het succesvolle kielzog traden diverse vergelijkbare medicijnen toe tot het pakket. En het mooiste: inmiddels is het geneesmiddel uit patent en betalen we nog slechts een fractie van de initiële prijs – terwijl de geleverde gezondheidswinst tot in de lengte der dagen onverminderd groot is. Een goeie deal, al met al.
Is er dan niets aan de hand? Geen wolkje aan de lucht? Tuurlijk niet. In de zorg (en elders) wemelt het van conflicterende (deel)belangen. Laten we die olifant in de kamer dan ook gewoon benoemen. Het vinden van balans is in het huidige zorgsysteem zelfs de enige weg naar succes.
Enerzijds is er het spanningsveld rondom de prijsstelling tussen producent en klant. Een bedrijf wil na het succesvol afleggen van die ellenlange, risicovolle en kostbare ontwikkelroute natuurlijk zo veel mogelijk geld verdienen, ter compensatie van mislukkingen, om bedrijfslasten te dragen, om continuïteit te waarborgen, om aandeelhouders tevreden te stellen, om vervolgfinanciers aan te trekken en om te investeren in onderzoek en ontwikkeling etc. etc.. De “klant”, in dit geval de overheid en zorgverzekeraars namens de premiebetaler, maar ook de ziekenhuizen, willen juist zo min mogelijk geld uitgeven aan geneesmiddelen. Ons hele vergoedingslandschap is ingericht om de balans te vinden tussen gezondheid en betaalbaarheid – al moet de lat in de praktijk meestal lager. Vinden we die balans niet, dan zijn er enkel verliezers te betreuren: zowel patiënt als bedrijf.
Anderzijds is er het hete hangijzer van winst. Het moge duidelijk zijn dat het voor bedrijven noodzakelijk is om meer geld te verdienen dan strikt noodzakelijk is om het medicijn te produceren – om winst te maken dus. Het is immers hoogst onzeker of investeringen wel renderen en er staat veel op het spel. Soms groeien de bomen tot in de hemel, vaak is het roeien met de riemen die je hebt. Bij multinationals volgen na een tegenvaller ontslagrondes en reorganisaties om alsnog goede cijfers te realiseren. Bij kleinere bedrijven, die vet op de botten en de luxe van risicospreiding ontberen, volgt niet zelden een vijandige overname, sluiting of faillissement. De ophef ontstaat echter alleen bij de hoge bomen, en altijd achteraf, als succes een feit is. Begrijpelijk, maar ook wat makkelijk; risico en waarde zijn in biotech immers omgekeerd evenredig. Als we van te voren zouden weten welk product een doorslaand succes wordt, hoefde succes niet zo vorstelijk beloond te worden om de return on investment van de sector te redden.
Door al die spanningen over en weer zijn we in een wapenwedloop beland. De betaler werpt steeds meer drempels op om kosten te besparen, waarmee de kans dat een geneesmiddel de patiënt ooit bereikt slinkt en slinkt…, waarop de producent zich gedwongen ziet de prijs te verhogen, waarop meer maatregelen volgen. We zeiden het eerder en we zeggen het weer: oplossingen die daadwerkelijk het gewenste resultaat opleveren, zijn maatregelen die de route van lab naar patiënt versnellen en verbeteren. Dat vergt – naast een systeemtransitie – vertrouwen en respect voor ieders onmisbare rol in succes, inclusief drijfveren en randvoorwaarden.
Intussen maakt de queeste naar wat al dan niet maatschappelijk, gewetenloos of zelfs illegaal is, de tongen los. Van schreeuwerige chocoladeletters en ingebakken wantrouwen, tot relativering en bespiegeling. De juristen van de Stichting Farma ter Verantwoording stappen voor het antwoord naar de rechter. Al valt te betwijfelen of die stap uitsluitsel geeft – laat staan meer betaalbare gezondheidswinst – we kijken belangstellend uit naar het verdict.
Ligt geneesmiddelontwikkeling jou na aan het hart? Denk mee over hoe het sneller en beter kan tijdens het Challenge the Status Quo-event op donderdag 16 maart.
Wat kan Nederland leren van Vlaams life sciences centrum om talent te boosten?
InnovatieklimaatGebrek aan geschoold life sciences talent? Niet als het aan Vlaanderen ligt, waar recentelijk een gespecialiseerd competitiecentrum opende voor farma en biotech. Het op het Nielse science park gelegen ViTalent biedt opleidingen gericht op bij- en nascholing van werknemers, werkzoekenden en starters, waarvan zij er in 2021 jaar al zo’n 650 mocht verwelkomen. Door aanstormend talent te laten ontpoppen, voorziet ViTalent in de behoefte van bedrijven, wat de krapte binnen de sector vermindert. Hoe zou een dergelijk programma Nederland staan, vraagt HollandBIO zich af?
Perfecte match
Interessant aan ViTalent is dat het bedrijven en (potentiële) werknemers verbindt en inspeelt op de behoefte van beiden. Jong talent kan snel aan de bak en wordt specifiek getraind op functies waar grote tekorten aan zijn. Tot de ‘op maat gemaakte’ opleidingen behoort bijvoorbeeld een vijfdaagse training tot basisoperator life sciences, direct gevolgd door speeddates met potentiële werkgevers. Studenten kunnen praktijktrainingen volgen en veilig risicovolle situaties ervaren in een gesimuleerde bedrijfsomgeving. Dit draagt niet alleen bij aan een snelle ontwikkeling van nieuw talent, maar ook aan de bij- en nascholing van bestaand talent, dat daardoor op de hoogte kan blijven van de nieuwste technische en regulatoire ontwikkelingen.
Kopiëren-plakken?
Met plek voor wel duizend studenten per jaar lijkt het Vlaamse opleidingscentrum een mooie oplossing te bieden voor het steeds groter groeiende talentprobleem. Dat kunstje kunnen we van onze zuiderburen afkijken, want ook de Nederlandse biotech sector kampt met tekorten. HollandBIO hoort steeds vaker van bedrijven dat zij problemen ervaren bij het zoeken van geschikt personeel en ziet de regio’s gretig human capital-agenda’s opstellen. Door net als ViTalent onze nationale krachten te bundelen, kunnen we voorkomen dat de regio’s los van elkaar initiatieven gaan opzetten. Actieve samenwerking tussen (farma)bedrijven, vakorganisaties, de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen en Essencia (de Belgische life science- & chemiefederatie), lijkt het Vlaamse centrum namelijk tot een groot succes te maken.
Bij een dergelijk centrum in Nederland zullen alle betrokken partijen zich verantwoordelijk voelen en gezamenlijk op zoek gaan naar een oplossing voor het dringende probleem. Wat ons betreft levert een Nederlandse kopie daarom een mooie bijdrage aan het nationaal actieprogramma ‘Nieuwe kansen voor Topsector LSH’, dat het probleem ruiterlijk erkent. De zon die schijnt, de lucht is blauw, Nederlandse ViTalent kom maar gauw!
Investeerders laten kansen liggen in agro-, food- en industriële biotech
Wereld mét toekomst, IJzersterk innovatieklimaat, Voedsel en materialen, Innovatieklimaat, UitgelichtFinanciering rondkrijgen is complex en duurt lang, als het überhaupt al lukt. Dat is niet anders voor agro-, food- en industriële biotech bedrijven, blijkt uit onderzoek van HollandBIO. Wel heeft medische biotech een duidelijke voorsprong in kennis en schaal. De ontwikkelingen op het gebied van agro-, food- en industriële biotech gaan snel, maar investeerders zien dat nog te weinig. Publieke én private investeerders, hier liggen financieringskansen!
HollandBIO’s Max heeft de afgelopen maanden academisch kwalitatief onderzoek verricht naar het financieringsecosysteem van agro-, food en industriële biotech bedrijven. Hiermee brengen we beter in kaart hoe dit specifieke financieringsecosysteem in elkaar zit en waar ruimte is voor HollandBIO om deze knelpunten weg te nemen. En dat hadden we niet kunnen doen zonder de waardevolle inbreng van bedrijven – bedankt!
Publieke financiering #duurtlang
Bedrijven in de agro-, food- en industriële biotech geven aan dat publieke financiering erg complex is en enorm tijdrovend in zowel de aanvraag als de afhandeling. Bovendien leidt het gebrek aan inhoudelijke kennis van de verstrekkers van publieke financiering nogal eens tot onwelkome vertragingen.
Durfkapitaal durft nog niet genoeg
Ook op het vlak van private financiering is ruimte voor verbetering. In Nederland worden biotech bedrijven geregeld geconfronteerd met een gebrek aan geld. Er is lang niet altijd voldoende aanbod van beschikbare financiële middelen. Daarnaast zijn Nederlandse investeerders meer risico-avers dan bijvoorbeeld hun Noord-Amerikaanse collega’s en kennen zij bedrijven bovendien een lagere waardering toe, waardoor veel Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen vallen of zich zelfs elders vestigen.
Medische biotech heeft een voorsprong in kennis en schaal
Verder ontbreekt het Nederlandse investeerders nog te vaak aan kennis van de snelle ontwikkelingen op het gebied van agro-, food- en industriële biotech om hier actief in te investeren. Dit in tegenstelling tot de medische biotech, waar investeerders de risico’s beter lijken te kunnen inschatten. Ook de benodigde schaal van producten zorgt voor financieringsuitdagingen voor agro-, food- en industriële biotech bedrijven. Die moet namelijk groot genoeg zijn om financieel rendabel te zijn, en dat vereist grote, moeilijk op te halen investeringen.
Doorpraten? Neem contact op!
HollandBIO gebruikt deze inzichten om het financieringsecosysteem voor biotech bedrijven verder te verbeteren. Mocht je vragen hebben, het onderzoek willen inzien of er graag over willen doorpraten, dan kun je contact opnemen met HollandBIO’s Max.
Weg van de ‘one-size-fits-all’ voor geneesmiddelen
Gezondheid op maat, Gezondheid, UitgelichtMet een mooie oproep in het Financieel Dagblad spoort Joba van den Berg van het CDA het kabinet aan om de invoering van een farmacogenetisch paspoort voor alle Nederlanders te onderzoeken. Een dergelijk paspoort kan immers – potentieel – het aantal ernstige bijwerkingen terugdringen én de werking van medicatie verbeteren. Bij HollandBIO moedigen wij dit natuurlijk van harte aan, al plaatsen we ook graag de kanttekening dat het medicijnpaspoort niet de enige innovatie is die hierbij uitkomst biedt.
Waar de ‘one-size-fits-all’-vlieger voor geneesmiddelen niet opgaat, geldt dit in bredere zin ook voor de testen die we loslaten om genetische informatie los te peuteren. Waar bij het bovengenoemde genetische paspoort twaalf genen in kaart gebracht worden, hebben we in de praktijk maar liefst 20.000 genen die ieder van ons uniek maken. En die 20.000 kunnen we in theorie ook in één keer testen, met Whole Genome Sequencing (WGS). Zo toonde het ‘TANGO-project‘ recent al aan dat met WGS van patiënten met longkanker of melanomen dezelfde mutaties gevonden worden als bij uitgebreide gangbare diagnostiek.
Testen kunnen we dus steeds efficiënter. Verschillende technologische innovaties volgen elkaar hiertoe tijdens de huidige biorevolutie in rap tempo op. Wel wordt het steeds ingewikkelder om tussen de immer uitdijende hoeveelheid testen nog de juiste te selecteren, en voor die testen om hun plek in het zorglandschap te vinden. Want gaan we voor elke aandoening voor een losse test – en zo ja welke? Of komt er een moment dat breder testen de voorkeur krijgt – en zo ja wanneer?
Met het tempo waarin we nu makelen en schakelen in Nederland, en gezien de immer groeiende bewijslast waar we naar vragen voor iets eindelijk de markt op mag, zijn de testen en technologieën achterhaald tegen de tijd dat ze eindelijk de praktijk bereiken. Het duurt en duurt, terwijl het patiënten juist aan tijd ontbreekt. Bovendien schreeuwen de uitdagingen in de gezondheidszorg om verandering, waarmee we de grote maatschappelijke en economische waarde die deze testen – en de daaropvolgende passende zorg – kunnen realiseren.
HollandBIO maakt zich hard voor opheldering over, en snellere en betere routes naar, de markt voor innovatieve diagnostiek, zodat we als maatschappij de vruchten kunnen plukken van baanbrekende onderzoeken en de medicatiepaspoorten die daaruit voortkomen.
Voortgang op alle fronten in biotechnologiebeleid
Hollandbio, UitgelichtAfgelopen week rapporteerde IenW-staatssecretaris Heijnen in een Kamerbrief over de voortgang van het beleid rond biotechnologie over de volle breedte, van plantenveredeling en industriële toepassingen tot cel- en gentherapie. HollandBIO is blij dat de staatssecretaris op alle vlakken stevig inzet en we kijken er naar uit om een concreet vervolg te geven aan het gezamenlijke project op het in kaart brengen van de verbeteringen rond de vergunningverlening voor ingeperkt gebruik.
Op het gebied van plantenveredeling gaat de staatssecretaris in op de inzet van Nederland binnen Europa om moderne technieken zoals CRISPR-Cas in toepassingen binnen de soortgrenzen beter en breder beschikbaar te maken.
Als het gaat om industriële biotechnologie, is er volop aandacht voor het gezamenlijke traject dat het ministerie van IenW en HollandBIO hebben doorlopen op het in kaart laten brengen van mogelijke verbeteringen in de vergunningverlening rond ingeperkt gebruik, en het implementatieplan dat dit jaar wordt uitgewerkt.
Verder maakt de staatssecretaris duidelijk dat de Europese Commissie in het voorstel voor de herziening van de farmaceutische regelgeving ook aandacht komt voor de regels rond klinisch onderzoek met medische ggo’s zoals sommige vormen van cel- en gentherapie.
Tenslotte kondigt Heijnen ook aan dat zij de Trendanalyse Biotechnologie van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) en de Gezondheidsraad op 21 maart in ontvangst neemt en aan de Tweede Kamer zal aanbieden.
Lees hier verder voor de volledige Kamerbrief en hier voor het rapport van de Antea Group rond de verkenning van verbeteringen op ingeperkt gebruik.
Nieuwe geneesmiddelen bereiken ziekenhuispatiënt steeds moeilijker
Gezondheid op maat, Gezondheid, UitgelichtHoe graag we ook beter nieuws zouden willen brengen, we zien ook dit jaar dat het nog langer duurt voordat nieuwe middelen vergoed en wel in het ziekenhuis terechtkomen. De toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen in het ziekenhuis staat daarmee verder onder druk. HollandBIO onderzoekt jaarlijks hoe het gesteld is met de toegankelijkheid van nieuwe intramurale geneesmiddelen in Nederland. Net als vorig jaar blijkt dat het vergoedingslandschap complex is en dat deze doorlooptijden over de hele linie bovendien nog meer toenemen.
Het duurt steeds langer voordat ziekenhuispatiënten over de nieuwste geneesmiddelen kunnen beschikken. Over de hele linie is hun wachttijd in vier jaar nagenoeg verdubbeld. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van HollandBIO naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Slechts 18 geneesmiddelen kregen tussen 2018 en 2022 binnen 100 dagen een declaratietitel toegekend. In 2022 was deze prestatie voor slechts één middel weggelegd. Ook is er een duidelijke opwaartse trend te zien in de doorlooptijd van EMA-registratie tot het moment waarop een add-on werd toegekend. Waar de mediane doorlooptijd in 2018 nog 136 dagen was, telde die in 2022 maar liefst 263 dagen – nagenoeg een verdubbeling dus. Zonder add-onprestatie kunnen zorgverleners geneesmiddelen niet declareren bij de zorgverzekeraar en is er geen toegang voor de patiënt. In theorie kan een zorgverlener het geneesmiddel via een individuele aanvraag declareren bij de zorgverzekeraar. In de praktijk betekent dit echter dat middelen nog niet worden voorgeschreven, omdat voor iedere patiënt apart een aanvraag moet worden ingediend.
Doorlooptijd neemt toe bij alle soorten geneesmiddelen
Een diepere blik op de data leert dat doorlooptijden over de hele linie steeds langer worden. Korte doorlooptijden lijken voorbehouden aan middelen die geen sluis-, wees-, voorwaardelijk of versneld “label” hebben, maar ook hier zien we de doorlooptijden oplopen. Waar in eerdere versies van dit onderzoek de mediane doorlooptijd voor deze groep nog onder de 100 dagen viel, is die nu opgelopen tot 134 dagen. De mediane doorlooptijd voor weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen die in de sluis hebben gezeten, of die een voorwaardelijke of versnelde marktvergunningsprocedure bij de EMA hebben doorlopen is voor elk van deze groepen langer dan 300 dagen. Dat betekent dat in veel gevallen een jaar na registratie nieuwe intramurale geneesmiddelen nog steeds geen vergoeding hebben in Nederland. Voor ATMP’s is de mediane doorlooptijd zelfs 457 dagen. Hierdoor moeten ziekenhuispatiënten steeds langer wachten op nieuwe geneesmiddelen.
Het stuwmeer loopt vol
Wat in dit onderzoek ontbreekt, zijn de geneesmiddelen die nog in het traject richting add-on zitten of waarvoor het niet gelukt is om een add-on toegekend te krijgen. Door lange beoordelingsprocedures en ingewikkelde onderhandelingen kan het lastig zijn om met een geneesmiddel de eindstreep, vergoede toegang voor de patiënt, te halen. Weliswaar zijn er afgelopen jaar 17 nieuwe add-ons toegekend, maar dat aantal kan flink hoger. Zo zitten er op het moment van schrijven bijvoorbeeld nog 27 middelen in de sluis. Voor de eerste helft van 2023 verwacht het Zorginstituut bovendien wederom 11 nieuwe middelen in de sluis te plaatsen. En dit aantal geneesmiddelen waar lang op gewacht wordt, zal met de op handen zijnde aanscherping van de sluiscriteria alleen maar verder stijgen. Daardoor ontstaat er een stuwmeer van geneesmiddelen die op de Europese markt al wel beschikbaar zijn, maar Nederland nog niet vergoedt.
We zitten in een prisoner’s dilemma: het ligt aan iedereen en aan niemand
Niemand wordt natuurlijk gelukkig van patiënten die moeten wachten op nieuwe behandelingen. Dat dit vaak (te) lang duurt, daar is men het ook wel over eens. Waar de oorzaak van het probleem ligt, daarover lopen de meningen uiteen. Uit recent wetenschappelijk onderzoek naar het Nederlandse vergoedingslandschap blijkt dat de meeste stakeholders het systeem twee van de vijf punten geven, een dikke onvoldoende dus. Gevraagd naar hun eigen rol in het systeem, gaven de meesten zichzelf een score van vier van de vijf punten. Men is het dus over twee dingen eens: 1) het systeem werkt niet goed en 2) het komt door de ander. Anders gezegd: we zitten vast in een prisoner’s dilemma. Gaat iedereen voor zijn eigen belang? Dan verliest uiteindelijk iedereen. Het werkt ook niet wanneer partijen los van elkaar proberen de puzzel op te lossen. Maar wanneer iedereen samen dezelfde kant op beweegt, wordt het geheel groter dan de som der delen en bouwen we aan een systeem waar toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid hand in hand gaan. Er worden nu wel pilots en initiatieven gestart om nieuwe geneesmiddelen bij de patiënt te krijgen, maar zonder samenhang en een gezamenlijk doel wordt het systeem hier uiteindelijk vooral ingewikkelder van. HollandBIO pleit voor heldere routes en een adaptief ecosysteem waarbij registratie, vergoeding en gebruik naadloos op elkaar aansluiten. Laten we elkaar niet langer gevangenhouden in het huidige systeem, maar open het gesprek aangaan. Bij HollandBIO staat een grote vergadertafel en pot koffie klaar, wie schuift er aan?