← #nieuws

Geef je mening via de Nationale Milieuraadpleging

Elk jaar sterven meer dan 10.000 Nederlanders aan de gevolgen van milieuvervuiling en overlast. Wat moet de overheid hier aan doen? Op Wereldmilieudag lanceerde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met Populytics een raadpleging waarin alle Nederlanders een advies kunnen geven over het milieubeleid in ons land.

De regering wil ons milieu verbeteren. In onze bodem, water en lucht komen steeds meer schadelijke stoffen zoals PFAS, stikstof en microplastics. Daarnaast is er veel overlast, zoals geluid en stank. Milieuvervuiling, schade en overlast zorgen ervoor dat mensen stress kunnen ervaren, vaker ziek worden en korter leven. Daarom maakt de regering een plan om het milieu schoner, gezonder en veiliger te maken. Dit plan heet het Nationaal MilieuProgramma. De keuzes die de regering maakt hebben gevolgen voor iedereen die in Nederland woont en werkt. Daarom wil de regering graag advies krijgen van veel verschillende mensen via een landelijke volksraadpleging.  

Op de stoel van de regering 

In de Nationale Milieuraadpleging van 2023 kunnen Nederlanders als het ware op de stoel van de regering plaatsnemen. Ze krijgen negen dingen te zien waar de overheid rekening mee kan houden bij het milieubeleid. Vervolgens moeten inwoners keuzes maken. Moet Nederland de kosten voor milieubeleid zo laag mogelijk houden? Of moeten we de gezondheid van burgers zo goed mogelijk beschermen tegen vervuiling? En hoe belangrijk is het dat milieu de woningbouw niet hindert? Deelnemers krijgen uitgebreid de mogelijkheid om hun keuzes te motiveren en te nuanceren. Dit levert een scherp beeld op van hun waarden, zorgen en de kansen die zij zien. 

Tussen 5 juni en 14 juli 2023 kunnen alle Nederlanders van 16 jaar en ouder het ministerie adviseren over het milieubeleid in Nederland. Meedoen kan hier.

De PWE-raadpleging: een democratische innovatie, ontwikkeld door Nederlandse wetenschappers   

De raadpleging wordt uitgevoerd op basis van de wetenschappelijke methode Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Deze methode is ontwikkeld door wetenschappers van onder meer de TU Delft en eerder toegepast om Kamerleden te adviseren over Klimaatbeleid. Toen adviseerden ruim 10.000 Nederlanders binnen een week hun overheid over dit onderwerp. De methode wordt ook in Peru, Israël en Noorwegen gebruikt om burgers te betrekken bij overheidsbeleid. 

Om deze video te bekijken, dient u marketing cookies te accepteren.
← #nieuws

HollandBIO’s newest team member: Dora Menting 

, , ,

Joining the team of HollandBIO as program manager Innovation Climate, Dora Menting has started on June 1st. After studying molecular biology and a master clinical molecular sciences in Maastricht and Singapore, she decided to leave academic research to pursue a career in the commercial industry. 

Coming from commercial roles in both sales and marketing at Sigma Aldrich, Stemcell Technologies, GENDX and CSL Vifor, Dora has experienced firsthand the excitement and challenges that come with commercializing a product. “Bringing stakeholders together to tackle the challenges of the real world to bring a health improving product to life, is my professional mission. Preferably in the field where I once started as a student in molecular biology, where companies keep exploring and using the capabilities of human biology.”   

The program Innovation Climate focuses on funding, effective knowledge transfer and improving the entrepreneurial climate. A tripod stool with which we can only make a true impact when they work together. 

Connect through LinkedIN and contact via dora.menting@hollandbio.nl.

← #nieuws

HollandBIO welcomes GEA as a new member

HollandBIO connects, represents and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent over 270 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food or biobased economy. Today we welcome GEA, a systems supplier for the food, beverage and pharmaceutical sector that enhances sustainability and efficiency of production processes globally.

As an established expert in the pharmaceutical, nutraceutical, biopharmaceutical and biotechnology processing and manufacturing industries with over 100 years of experience, GEA is your single source supplier of process equipment for batch or continuous fermentation and separation. Gentle treatment of fragile cell cultures and maximum CIP and SIP requirements is our specialty. Steam sterilizable separators in GMP design treat products extremely gentle with their hydrohermetic feed system. Using sterilizable components (including the separator) reliably eliminates the danger of product contamination.

Whether it concerns antibodies (mAb), API carrier, cell based meat and enzymes, DNA/RNA, human blood proteins, human vaccines, insulin from biomass, lactobacillus, pharmaceutical proteins, starter cultures (bacteria cultures) and veterinary vaccines, we offer the greatest diversity in process technologies.

With the knowledge gained from thousands of successful installations around the world, we have become the trusted partner of choice, for big and small customers, for a wide range of products. For smaller scaled operations, the new GEA kytero® Single-Use Pharma Separator creates innovative ways for processing cell culture-based fermentations. These engineered Pharma skids fulfill the high requirements of our pharma customers.

Wherever you are and whatever scale you operate at, we are able to fulfill your concept, optimize your process, improve your production efficiency and provide continuous support to make your operation successful.

← #nieuws

Budget nieuwe mkb-subsidie opgehoogd 

, ,

Positief financieringsnieuws voor biotech ondernemers: Health~Holland heeft besloten om het initiële budget van hun nieuwe mkb-subsidie op te hogen! Omdat er maar liefst 83 vooraanmeldingen zijn ingediend, heeft het bestuur van Health~Holland besloten om het budget te verruimen wanneer blijkt dat er veel kwalitatief goede aanvragen zijn ingediend. Heb je al een aanvraag ingediend? Gefeliciteerd met de grotere kans op toekenning, en houd de communicatie via Health~Holland in de gaten. Benieuwd naar deze nieuwe mkb-subsidie die dit jaar in het leven is geroepen? Lees hier meer over de call.

← #nieuws

Natuurlijke vorm van genetische modificatie ingezet voor droogteresistentie 

Transgenen: thee, rijst en zoete aardappelen zitten er vol mee. Al eeuwen lang injecteert de bacterie Rhizobium rhizogenes zijn eigen genen in de wortels van planten. Wetenschappers van de universiteit van Copenhagen ontdekten onlangs dat deze natuurlijke vorm van genetische modificatie leidt tot een hogere droogteresistentie en onderzoeken nu of ze met de bacterie ook andere gewassen beter bestand kunnen maken tegen droogte. Omdat de bacterie zijn eigen genen injecteert, valt deze methode buiten de strenge Europese GGO-wetgeving.

NO-GMO 

De natuur is de grootste bron van genetische modificatie, daar is de wetenschap het roerend over eens. Omdat Rhizobium rhizogenes zijn eigen genen injecteert in het DNA van planten, telt deze vorm van transgenese als een natuurlijk proces. Daarmee valt dit proces ook buiten de strenge Europese GGO-wetgeving en kunnen veredelaars er vrij mee aan de slag – gelukkig maar! 

Tegelijkertijd is het krom dat nauwkeurigere methoden van genetische modificatie en zelfs gene editing wel onder zulke strenge wetgeving vallen dat we er in Europa niet de vruchten van kunnen plukken. Het verschil zit er in dat de bacterie zijn eigen genen injecteert. Wanneer je bacteriën, of hun ingenieuze mechanismen, gebruikt om genen van andere planten of micro-organismen in te brengen, dan is het wel een genetisch gemodificeerd organisme (GGO). Zelfs kleine aanpassingen in het gen van de desbetreffende plant zelf verkregen met nieuwe veredelingsmethoden (NGTs) worden in Europa bestempeld als GGO, waardoor deze gewassen worden geweerd. 

Wetsvoorstel verwacht in juli 

De Europese Commissie concludeerde zelf in 2021 dat de huidige Europese GGO-wetgeving gedateerd en niet meer fit-for-purpose is, waarop zij een traject startte om de wetgeving aan te passen. Volgens uitgelekte documenten neigt de Commissie naar een deregulatie van NGTs wanneer de veredelde gewassen in theorie ook via klassieke veredeling of in de natuur tot stand hadden kunnen komen. Volgende maand wordt het definitieve wetsvoorstel verwacht, waarna de Europese Raad en het Europees Parlement hun input op het voorstel moeten leveren.  

HollandBIO blijft gedurende het proces pleiten voor een paradigmashift. Één waarin een product op zijn merites beoordeeld wordt, in plaats van te worden gediscrimineerd op basis van de technologie die gebruikt is om het te maken. 

← #nieuws

Grijp die kans: geneesmiddelen sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener beschikbaar dankzij herziening EU-geneesmiddelenwetgeving

,

Afgelopen vrijdag publiceerde het kabinet zijn reactie op het voorstel van de Europese Commissie voor herziening van de EU farmaceutische wetgeving. Vandaag spreekt de Tweede Kamer minister Kuipers over dit zogenaamde BNC-fiche, tijdens het commissiedebat in aanloop naar de EU-Gezondheidsraad. Het kabinet reageert overwegend positief op het voorstel van de commissie. Ook HollandBIO juicht de ambitie van het voorstel toe en ziet volop kansen om “access, affordability & availability” te verbeteren en Europa zo van een “triple A status” voor biotech te voorzien. Wel vragen we ons af of aanpassing van de wetgeving altijd de geijkte route voor impact is?

Prijzenswaardige EU ambitie: sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener

De ambitie van de Europese Commissie juicht HollandBIO volmondig toe: nieuwe geneesmiddelen sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener beschikbaar maken voor alle EU-burgers. Meer specifiek moet de herziening van de Europese farmaceutische wetgeving vijf doelstellingen verwezenlijken: ten eerste een verbeterde toegang tot innovatieve en betaalbare geneesmiddelen voor patiënten en nationale gezondheidsstelsels, ten tweede minder geneesmiddelentekorten en meer leveringszekerheid, ten derde het bevorderen van innovatie en concurrentie door een simpeler en efficiënter regelgevingskader en effectieve stimulansen. Als vierde doelstelling moet de herziening een sterkere bescherming van het milieu realiseren en tenslotte antimicrobiële resistentie (AMR) bestrijden. Het zijn prijzenswaardige doelstellingen waar niemand tegen kan zijn. Toch hebben we – naast een volmondig ja op de doelstellingen – ook twijfels over de marsroute.

Herziening wetgeving geen universele oplossing

Allereerst rijst de vraag of aanpassing van de Europese farmaceutische wet- en regelgeving in alle gevallen beste route is om snel impact te realiseren, of zelfs wel noodzakelijk is. Zo zou er ons inziens gewoon voldoende ruimte moeten zijn om buiten het wetgevend kader interne processen te optimaliseren, of om regulatoire pilots te starten en technologische ontwikkeling duurzaam bij te benen, in plaats van alles vast te leggen in rigide wet- en regelgeving. Een complexe en bedreigende crisis zoals antibioticaresistentie vereist daarnaast een even snelle als doortastende aanpak. De tijd ontbreekt om mee te liften met een decennium durend bureaucratisch Europees wetswijzigingsproces. Want al zijn de slachtoffers misschien minder zichtbaar dan bij het uitbreken van de COVID-pandemie, de nood is hoog. Een integrale crisisaanpak reflecteert ons inziens de omvang en urgentie van het probleem veel beter.

Europees vs nationaal: een kwestie van geven en nemen

HollandBIO kan een fikse ambitie doorgaans waarderen, zo ook die van de Commissie. Wel is het de vraag hoe realistisch deze is in het licht van het voorstel. De reikwijdte van de herziening is immers goeddeels beperkt tot (een deel van) de wet- en regelgeving rondom het verkrijgen van een Europese handelsvergunning. Naast de wens om met de herziening weer een beetje in de pas te lopen met de technologische ontwikkelingen van de afgelopen twee decennia, stonden ook politieke uitdagingen aan de wieg van deze herziening. Er is alle lidstaten, net als de Europese Commissie, veel aan gelegen om een bloeiend life sciences ecosysteem te creëren dat competitief is op het wereldtoneel. Zo’n ecosysteem trekt grote investeringen, schept volop hoogwaardige werkgelegenheid, geeft vroege toegang tot innovaties en vergroot de Europese strategische autonomie. Anderzijds worstelen lidstaten individueel om zorg betaalbaar te houden en maken zij zich zorgen over de tijdige beschikbaarheid van geneesmiddelen. Daarbij speelt nationale betalingsbereidheid een cruciale rol aan beide zijden van de medaille: zowel bij nieuwe, innovatieve geneesmiddelen als bij generieke geneesmiddelen. Bij gebrek aan nationaal handelingsperspectief in een wereldwijd speelveld kijken lidstaten verwachtingsvol naar Europa, maar zonder nationaal zeggenschap op te willen geven. Het valt dan ook te betwijfelen of de oplossing – zonder Europees mandaat over toegang en financiering – uit Europa zal of kan komen.

Europa kan niet de kool en de geit sparen

Hoe graag we het ook anders willen zien, het stimuleren van innovatie en kostenreductie zijn hier communicerende vaten. Met het beperkte mandaat van Europa kan zij niet de kool en de geit sparen. De hamvraag is dan ook: wat vindt de Commissie het belangrijkst, welk signaal wil zij afgeven? Wil Europa met de herziening vooral de rode loper uitrollen voor innovatie, ook als dat de betaalbaarheidsproblematiek op nationaal niveau niet oplost? Of wil Europa juist vooral nationale problemen rondom toegang en betaalbaarheid tackelen, ook als dat onverhoopt nadelig uitpakt voor het innovatieklimaat? Kiest Europa voor het laatste, dan vindt HollandBIO dat de Commissie – om schade aan het innovatieklimaat te voorkomen – ook op haar strepen moet gaan staan en een veel verstrekkender mandaat eisen van de lidstaten in bijvoorbeeld de centrale inkoop van geneesmiddelen, al is het maar op termijn. Nu zijn de maatregelen die Europa kan nemen via hervorming van deze wetgeving om de toegankelijkheid en betaalbaarheid te verbeteren beperkt en bovendien indirect.

EC voorstel zoekt balans tussen stimuleren en sturen

Het lijvige voorstel van de Commissie is overwegend positief ontvangen door de Nederlandse overheid, zo blijkt uit het BNC-fiche. En ook HollandBIO ziet dat de Commissie echt haar best heeft gedaan om balans aan te brengen tussen gerichte innovatie stimulerende incentives en meer sturende, additionele voorwaarden. Daar zullen we in een later stadium uiteraard ook in meer detail op reageren. Veel valt of staat allereerst met de invulling van cruciale definities, met verdere uitwerking en met implementatie van de voorstellen. De daadwerkelijke impact van de wijzigingen op de introductie van nieuwe geneesmiddelen zelf zal daarentegen nog decennia op zich laten wachten.

Sentiment is allesbepalend

De impact op het Europese life sciences ecosysteem zal zich echter veel sneller aftekenen. Daarin is het sentiment rondom de herziening van doorslaggevend belang: in hoeverre is het Europa menens om duurzaam te investeren in innovatie en tegemoet te komen aan de behoeften van het ecosysteem met integrale, heldere en stimulerende wet- en regelgeving? En in hoeverre hebben bedrijven en investeerders vertrouwen in de goede motieven van Europa en de lidstaten? Elke verandering geeft immers onzekerheid, en daar houden bedrijven en investeerders, hoe innovatief ook, nou net niet van. En we hebben het al vaker gezegd, zonder die investeerders en zonder rendement, bereiken nieuwe geneesmiddelen geen enkele patiënt. Dat toont onderzoek na onderzoek aan.

Herziening als uitgelezen kans voor biorevolutie

Het goede nieuws is dat wij zelf, de biotech sector, een grote stem hebben in dat allesbepalende sentiment rondom de herziening. Zien wij de intentie en voorgestelde verandering als een halfvol glas, en benadrukken we in onze communicatie met name alle mogelijke beren op de weg, dan ligt een self fulfilling prophecy op de loer. Laten we de herziening juist aangrijpen als een kans. Een kans om samen op zoek te gaan naar de kraan die het glas tot de rand toe kan vullen, als een uitgelezen mogelijkheid om de vruchten van de wereldwijde biorevolutie, in de vorm van gezondheidswinst, werkgelegenheid en welvaart, voor Europa te plukken. HollandBIO heeft niet voor niets als motto Challenge the status quo. Nog veel te veel patiënten wachten op een behandeling, die mogen we domweg niet in de kou laten staan. Biotech speelt een glansrol in de ontwikkeling van broodnodige nieuwe behandelingen voor de vele (zeldzame) ziektes waar nog geen behandeling is, én om onze kopzorgen rondom antibioticaresistentie en bedreigende infectieziekten het hoofd te bieden. En hoewel er véél meer nodig is om alle uitdagingen op de lange, kostbare en risicovolle route van lab naar patiënt op te lossen, kan de herziening de route weldegelijk fors versnellen en verbeteren. Met beide handen aangrijpen dus, die kans!

← #nieuws

Moleculaire diagnostiek: de derde voortgangsupdate

Afgelopen week publiceerde VWS-minister Kuipers en het Zorginstituut de derde voortgangsupdate van het traject moleculaire diagnostiek, waarin ze in gaan op de meters die zijn gemaakt voor een verbeterde inzet van moleculaire diagnostiek. Waar HollandBIO blij is dat er langzamerhand helderheid ontstaat over de routes die innovaties af moeten leggen, blijven we bezorgd over het lange en bureaucratische proces dat -vooralsnog ook enkel binnen de oncologie- verrijst. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle vormen van diagnostiek elke Nederlander bereiken die daar baat bij heeft?

Willen we diagnostiek écht maximaal benutten voor gezondheid op maat, dan hebben we een aantal hordes te slechten:

1. De biorevolutie brengt veel meer diagnostische innovaties

Niet alleen op het vlak van moleculaire diagnostiek maken we meters voor de patiënt. Dankzij een enorme vooruitgang op het vlak van (bio)technologische innovaties kunnen we steeds meer waardevolle data over het individu verzamelen en analyseren. Op basis van deze data kunnen zorgprofessionals diagnoses stellen, de best passende behandeling voor een individu selecteren en het effect van een behandeling monitoren. Voor patiënten, consumenten en burgers is het geweldig dat we hen steeds beter van gezondheid op maat of passende zorg kunnen bedienen. Maar hoe gaan we zorgen dat al dit soort innovaties snel hun plek in het stelsel vinden?

2. Een oordeel per test, in plaats van per indicatie

Minister Kuipers wil dat moleculaire diagnostiek eerder beschikbaar komt voor tumorsoorten waar dit van meerwaarde is, geeft hij aan in zijn Kamerbrief aan. In het huidige beoordelingssysteem vergt dit per indicatie een oordeel of een test waarde toevoegt. Dat is uiteindelijk voor bedrijven die de testen ontwikkelen een kostbare aangelegenheid grapje, want elke indicatie brengt nieuwe bewijslast met zich mee. Heeft een röntgenapparaat of CT-scan zich in het verleden ook per botbreuk of orgaan moeten bewijzen? Wij zijn erg benieuwd: wanneer komt het omslagpunt waarop we een test breder in willen zetten in de zorg?

3. Een test op zichzelf heeft ook waarde – los van de behandeling die volgt

Een volgende uitdaging zit hem in de manier waarop we testen beoordelen. Nu gaat de beoordeling van een test vaak hand in hand met de beoordeling van een nieuw geneesmiddel. Daarmee gaan we voorbij aan de meerwaarde die een diagnose oplevert voor de patiënt, voor onderzoek en voor innovatie. De diagnostische gegevens van de patiënt van vandaag kunnen namelijk de zorg van morgen helpen verbeteren – wanneer deze gegevens uit het primair zorgproces gepseudonimiseerd toegankelijk zijn voor zogenaamd secundair gebruik door publieke en private partijen, oftewel voor hergebruik van data voor wetenschap en innovatie. Een test heeft dus op zichzelf ook al waarde, los van de behandeling die erop volgt. Hoe gaan we dat verwerken in de beoordelingskaders?

Natuurlijk begrijpen ook wij dat de veranderingen die wij voorstellen niet over één nacht ijs gaan. We zijn daarom ook erg gelukkig dat de Minister nogmaals toezegt werk te maken van een data-infrastructuur die zo broodnodig is om het door ons zo vurig gewenste lerende zorgsysteem te bereiken en ervoor te zorgen dat innovaties de juiste patiënt op het juiste moment bereiken.

Halen jullie nog andere punten uit deze voortgangsupdate, die je graag aan ons mee wil geven? Laat het HollandBIO’s Britt uiterlijk 8 juni weten, zodat we de Minister en het Zorginstituut tijdig van een reactie kunnen voorzien.

← #nieuws

Oncologen voorkomen passende zorg 

,

De vereniging voor oncologie heeft besloten de lat voor toelating van nieuwe geneesmiddelen fors te verhogen. Dat doet ze ouderwets met de botte bijl: wordt een behandeling op populatieniveau onvoldoende effectief bevonden, dan gaat de keizerlijke duim omlaag – rücksichtslos en voor iedereen. Een ontwikkeling die niet alleen haaks staat op onze ambitie van gezondheid op maat en de wereldwijde trend van personalised medicine, maar waarin we ook een motie van wantrouwen lezen op het passend voorschrijfgedrag van de Nederlandse oncoloog.

De taak van artsen in Nederland is helder: patiënten zo goed mogelijk helpen, waarbij ze op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten voor elke patiënt de best mogelijke behandeling op het beste moment uit de gereedschapskist kiezen. Blijkbaar vertrouwen de medisch specialisten verenigd binnen de beroepsgroep voor oncologie (NVMO) en longziekten (NVALT) er niet op dat ze deze keuze in de spreekkamer kunnen maken, getuige het besluit om door aanscherping van de zogenaamde PASKWIL criteria meer geneesmiddelen preventief uit de gereedschapskist te weren.  

Unaniem was het besluit echter allerminst: van de aanwezige NVMO leden stemde maar liefst 44% tegen de wijziging, en een derde van de leden van de NVALT was het er ook niet mee eens. Toegegeven, dat is wel consequent: met het besluit scheren de beroepsgroepen zowel de mening van hun leden, als het belang van hun patiënten over één kam. Want hoewel het natuurlijk alleszins redelijk is om van nieuwe oncolytica te eisen dat ze ook daadwerkelijk effectief zijn – al valt op de gangbare parameters ook nog wel een en ander af te dingen – wordt het oordeel geveld op basis van data op populatieniveau, niet op basis van (eigenschappen van) de individuele patiënt in de praktijk.  

Bij dat populatieniveau wringt de schoen. Stel, een geneesmiddel is voor 90% van de patiënten niet (voldoende) effectief. Dan is het in ieders belang die 90% niet te behandelen, zeker wanneer de behandeling bijwerkingen veroorzaakt of schreeuwend duur is – al bezweert de NVMO dat kosten geen besluitvormend criterium zijn. De 10% patiënten die wel baat hebben bij het geneesmiddel wil je natuurlijk wél kunnen behandelen. De NVMO ziet dat blijkbaar anders: die legt de platte schroevendraaier niet in de gereedschapskist, maar gooit hem liever weg wanneer de meeste schroeven een kruiskop hebben.  

Er is – terecht – al veel gezegd en geroepen over het besluit. De olifant in de kamer is ons inziens het wantrouwen van de motieven van de farmaceutische industrie. Illustratief is de vergelijking die het FD via LinkedIn optekent “Als we ze al een Ferrari (miljardenwinst) geven voor een mager zesje (matig nieuw kankermedicijn), hoe kunnen we dan verwachten dat ze harder gaan werken voor een negen of tien?” Nog los van de haperende logica – want waarom zou het verbannen van de Polo een oplossing zijn als je probleem is dat je vindt dat je ten onrechte de prijs van een Ferrari betaalt? – getuigt de uitspraak van een even cynisch als naïef wereldbeeld: de farmaceut die expres marginaal effectieve geneesmiddelen ontwikkelt, uit luiheid, maar die met een nog grotere worst in het verschiet patiënten direct zou genezen.  

Het moge duidelijk zijn: er is geen selectiemomentje in medische opleidingen, waarin alle moreel zuivere, maatschappelijk geëngageerde gedreven studenten dokter worden, en luie sujetten aan de slag gaan bij farma om er lekker de kantjes af te lopen. We delen juist vaker een en dezelfde drijfveer: om levens te redden. Helaas is de ontwikkeling van geneesmiddelen een heel risicovol, langdurig en kostbaar traject, getuige ook het grote onderzoek van het ministerie van VWS. En kanker staat niet voor niets te boek als “de keizer aller ziektes”. We gaan juist géén nieuwe – laat staan betere – geneesmiddelen krijgen door nog meer barrières op te werpen op de route van lab naar patiënt.  

Wij zijn ervan overtuigd dat we het pad van lab naar patiënt juist moeten effenen. Dat vraagt oplossingen waarbij gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan: een lerend zorgstelsel waarin academie, zorg en industrie optimaal samenwerken, gestut en verbonden door een nationale gezondheidsdata infrastructuur. We moeten maximaal inzetten op het vergaren van data, de ontwikkeling van en toegang tot innovatieve diagnostiek en op het beschikbaar hebben en houden van een zo breed en flexibel mogelijk behandelarsenaal. En ja, dat is een gigantische klus, veel en veel lastiger ook dan het op basis van kille statistieken preventief weren van innovaties uit de zorgpraktijk. Maar het is wel de enige weg naar wat we bij HollandBIO gezondheid op maat noemen. Zo is er ruimte voor onderzoek, voor innovatie en voor zorg. Het geeft bedrijven de tijd en ruimte om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen en artsen te doen waar ze voor zijn opgeleid: patiënten helpen met de best mogelijke behandeling. 

Lezen wat anderen erover denken? 

https://fd.nl/samenleving/2245069/1476329/artsen-gaan-minder-nieuwe-medicijnen-tegen-kanker-voorschrijven-lqe3cay5YtL4

https://fd.nl/samenleving/2245069/1476408/onthutste-reacties-op-besluit-om-kankermedicijnen-vaker-af-te-wijzen-kqe3cay5YtL4

https://nfk.nl/nieuws/nfk-vindt-besluit-van-de-nvmo-en-nvalt-voor-aanpassing-van-de-paskwil-criteria-onacceptabel

https://www.bnr.nl/nieuws/gezondheid/10512885/artsen-kritischer-met-voorschrijven-nieuwe-kankermedicijnen

https://www.artsenauto.nl/paskwil/

https://www.nvmo.org/wp-content/uploads/2023/05/QA-aangepaste-PASKWIL-criteria.pdf

← #nieuws

Uitstel GVS-modernisering leidt tot afstel 

Het duurt even, maar dan heb je ook… niks. Minister Kuipers ziet inmiddels ook in dat modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) geen verstandige stap is en zet definitief een streep door het plan om het GVS te moderniseren via een herberekening van de vergoedingslimieten. Hij informeerde daar de Tweede Kamer over in deze brief. HollandBIO is blij dat voortschrijdend inzicht vanuit Kamerleden, een veranderende context en gezond verstand vanuit het ministerie van VWS hebben geleid tot deze koerswijziging.  

← #nieuws

Van Regie op Registers naar Regie op Data

HollandBIO’s pleidooi voor een nationale gezondheidsdata infrastructuur kan op steeds meer bijval rekenen. Ook het programma Regie op Registers van het Zorginstituut (ZIN) concludeert na consultatie dat de beschikbaarheid van goede en betrouwbare (zorg)data een essentiële publieke voorziening is, noodzakelijk voor het beantwoorden van maatschappelijke vraagstukken en verbeterdoelen in de zorg. Zorgdata moet beschikbaar komen voor iedereen die de zorg wil verbeteren – secundair gebruik inclusief. Om de stap van registers naar ZIN’s ultieme Dutch Health Data Space te maken presenteren zij hun visie met bijpassend “maturity model”, welke een mooie aan- en invulling vormt op de nationale visie gezondheidsinformatiestelsel en secundair gebruik waar het Ministerie van Volksgezondheid de afgelopen maand mee kwam. Wij zeggen in lijn met al deze publicaties: nu niet meer dromen en denken, maar doen!