← #nieuws

Kassa rinkelt voor Nederlandse biotechbedrijven

De kassa rinkelde afgelopen week opnieuw voor Nederlandse biotechbedrijven. Zo kondigde Leyden Labs aan 40 miljoen euro extra groeikapitaal te hebben opgehaald om verder te bouwen aan een neussprayplatform tegen respiratoire virussen. Ook TargED wist investeerders te overtuigen en trok 40,4 miljoen euro aan in een Serie A2 extensieronde. En Vivici kondigde aan 12,5 miljoen euro te hebben opgehaald om de productie en marktintroductie van zijn diervrije zuiveleiwitten verder op te schalen. Overeenkomst tussen deze rondes: de European Innovation Council (EIC) participeert bij alle drie, wat laat zien dat Europa nu ook financieel inzet op biotech innovatie. Naast Europese investeringen haalde The Protein Brewery 18 miljoen euro op bij institutionele investeerder ABN AMRO via het ABN AMRO Sustainable Impact Fund. Ook maakte UniQure gebruik van het positieve momentum op de beurs: via een aandelenemissie haalde het gentherapiebedrijf $259 miljoen op. Ondanks uitdagende marktomstandigheden weet de Nederlandse biotech dus nog altijd kapitaal aan te trekken om innovaties richting patiënt en consument te brengen.

← #nieuws

WBSO 2025: meer geld voor biotech, maar afschaffing farmaciebrief blijft heikel punt

,

De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) maakt het voor bedrijven aantrekkelijker om te investeren in Research & Development (R&D) vanwege het fiscale voordeel dat de WBSO biedt. Biotechbedrijven in Nederland maken graag gebruik van de WBSO. Na de tegenvallende cijfers van afgelopen jaar lijken bedrijven dit jaar juist weer meer te profiteren van de WBSO. Ongeveer evenveel biotechbedrijven kregen namelijk een significant grotere hoeveelheid afdrachtsvermindering toegekend. Naast deze positieve cijfers is er ook een kanttekening. De geplande afschaffing van de farmaciebrief gaat helaas door, met mogelijk onherstelbare gevolgen voor het Nederlandse klinisch onderzoeksklimaat. Bedrijven bouwen al ruim 20 jaar op deze WBSO-regels. Dat die nu met beperkt beeld van de gevolgen en in onvoldoende samenspraak met het bedrijfsleven worden aangepast, draagt wat ons betreft niet bij aan het zo gewenste voorspelbare innovatiebeleid in Nederland.

Wat laat het jaarverslag 2025 zien?

Na een pas op de plaats in 2023 en een daling in 2024 heeft de WBSO in 2025 voor biotech de weg omhoog weer gevonden. De totale WBSO-toekenning voor biotechbedrijven steeg met ruim €50 miljoen, terwijl het aantal bedrijven dat gebruik maakte van de WBSO ongeveer gelijk bleef. Ook het totale bedrag dat via de WBSO aan afdrachtsvermindering is gerealiseerd, steeg dit jaar. Goed nieuws voor dit jaar, maar hollandbio is benieuwd wat de afschaffing van de farmaciebrief voor effect gaat hebben op de cijfers van dit jaar.

WBSO: de katalysator van innovatie 

 Hollandbio benadrukt al jaren dat de WBSO cruciaal is voor het aanjagen van R&D in biotech en dat de regeling toegankelijk moet zijn voor bedrijven in de hele innovatieketen. R&D is immers de drijvende kacht achter biotech innovaties, en de WBSO zorgt voor een belastingkorting op op gemaakte R&D-kosten. Tegelijkertijd zien we dat de Nederlandse interpretatie van R&D, waarbij projecten expliciet “technologische vernieuwing” moeten aantonen, de reikwijdte van de regeling beperkt en daarmee de impact op R&D-investeringen verkleint. Het verder uitsluiten van delen van de keten, zoals (delen van) klinisch onderzoek door de afschaffing van de farmaciebrief, helpt daar niet bij. Integendeel: het ondermijnt juist de effectiviteit van de WBSO in een sector waar R&D zich uitstrekt over de volledige ontwikkelingsketen. Niet voor niets trok hollandbio eerder aan de bel met een brandbrief aan de toenmalig minister van EZK, Vincent Karremans.

Hoewel het besluit daardoor niet is teruggedraaid, blijft het essentieel dat het ministerie de gevolgen van deze wijziging nauwgezet monitort. Tegelijkertijd roepen wij op tot structurele samenwerking met de sector, zodat de WBSO optimaal blijft bijdragen aan het stimuleren van R&D. Dit sluit direct aan bij de ambitie om 3% van het BBP in R&D te investeren, een doel dat alleen haalbaar is met consistent, voorspelbaar beleid en een regeling die de volledige innovatieketen ondersteunt.

← #nieuws

Aandacht voor kloppende randvoorwaarden tijdens Commissiedebat Innovatie

,

Afgelopen 25 juni ging de Tweede Kamer met minister Herbert van EZK in debat over Innovatie. In aanloop naar het debat vroeg hollandbio aan Kamerleden onder andere het publieke financieringsinstrumentarium te verbeteren, de Nederlandse kijk op staatssteun te verbeteren en biotech als kritieke technologie expliciet in de plannen mee te nemen. Deze oproep was gelukkig niet aan dovemansoren gericht, met diverse Kamerleden die de minister opriepen de Onderneming in Moeilijkheden-problematiek op te lossen en veel geluid rondom de bezuinigingen op het Toekomstfonds.

Helaas is dit nog geen oplossing voor de problemen waar we tegenaan lopen. Hoewel hollandbio het bemoedigen vindt om te horen dat de minister innovatie hoog op de agenda heeft staan, wordt er nog veel te vaak op zowel het gas- als het rempedaal gestaan. Met de NTS, het rapport-Wennink en de Interdepartementale visie biotechnologie zijn er genoeg goede plannen en ambities. Alleen bezuinigt het kabinet tegelijkertijd stevig op belangrijke instrumenten uit het Toekomstfonds, waar onder andere het Innovatiekrediet, de SEED Capital regeling en de Vroegefasefinanciering onder vallen. Ook blijft de afschaffing van de farmaciebrief binnen de WBSO staan, waarmee het klinisch onderzoeksklimaat verder onder druk komt.

Hollandbio is blij dat veel van de aanwezige Tweede Kamerleden zich inzetten voor verbeteringen in het ecosysteem. Zo vroegen meerdere Kamerleden aandacht voor het verder verbeteren van de standaard dealterms bij het uitspinnen van universiteitsinnovaties en voor het prioriteren en bieden van langjarig perspectief voor kritische technologieën, waarvan biotech er een is. Al met al is het goed om te zien dat er aandacht is voor issues en uitdagingen die spelen in de biotech, maar er is werk aan de winkel als we alle ambitieuze plannen willen realiseren. Hollandbio helpt daar uiteraard graag aan mee.

← #nieuws

Ready. Set. Go! Van ambitie naar actie met de uitvoeringsagenda biotech

, , ,

Hollandbio keek er al reikhalzend naar uit: vorige week stuurde het kabinet de Interdepartementale Uitvoeringsagenda Biotech naar de Tweede Kamer. Daarmee moet Nederland de stevige nationale kopgroepambitie waarmaken in onderzoek, ontwikkeling én implementatie van biotech innovaties. Hollandbio is blij met deze rollende agenda, die een stevig biotech anker is voor de vele lopende beleidstrajecten en -plannen die als doen hebben om prioritaire sectoren, waaronder biotech, te versterken.

De uitvoeringsagenda verbindt en stroomlijnt de biotech en life sciences ambities en plannen uit onder meer het industriebeleid, het 3% R&D Actieplan, de Nationale Technologie Strategie (NTS), het Wennink advies en de opdracht van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (TWV). Op deze manier krijgt biotech, als strategische sleuteltechnologie, precies de plek waar het thuishoort: als innovatiemotor voor zowel verdienvermogen, veiligheid, strategische autonomie als maatschappelijke opgaven.

Met de uitvoeringsagenda biotech komt het kabinet tegemoet aan een belangrijke oproep van hollandbio: een integrale aanpak en structuur om de bijdrage van biotech gezamenlijk de gewenste kant op te sturen, en bovendien waar mogelijk te voorkomen dat tegelijkertijd op het gas- en het rempedaal wordt getrapt. Een mooie stap in de goede richting, en een sterk vertrekpunt voor de volgende fase: actie!

Wat positief stemt, is dat de agenda voortbouwt op bestaande initiatieven, zoals Biotech Booster, de programma’s van de NTS, Nexus en Food2040 en de aandacht voor biotech in nationale ontwikkelingen bestendigt, zoals via Invest-NL, de Nationale Investeringsinstelling (NII) en het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Bovendien zet de agenda in op het benutten van Europees momentum, zoals IPCEI’s op het terrein van biotech en de diverse voorstellen uit bijvoorbeeld de Biotech Act, gericht op het verbeteren van toegang tot financiering voor biotech innovatie. Dat is verstandig. Nederland heeft al een krachtig fundament van kennis, ondernemerschap en publiek-private samenwerking. Opnieuw beginnen is dan ook lang niet altijd de beste aanpak, voortbouwen op excellentie, slim hervormen van wat beter kan, en het optimaal benutten van nieuwe kansen en momentum des te meer.  

Hollandbio ziet de in de agenda aangekondigde Biotech Board als essentieel: deze kan op basis van ruime expertise en ervaring in het bedrijfsleven, de overheid van gedegen advies voorzien over welke beleidsinterventies, acties en initiatieven voorzien in cruciale randvoorwaarden voor innovatie en ondernemerschap, en daarmee bijdragen aan het succes van de sector en Nederland als allround biotech koploper.

Ambitieus biotechbeleid kan simpelweg niet zonder de kennis van hen die dagelijks werken aan nieuwe therapieën, duurzame productieprocessen, alternatieve eiwitten, regeneratieve geneeskunde en innovatieve landbouwoplossingen. Zij weten waar kansen liggen, ervaren aan den lijve waar het systeem vastloopt en wat nodig is op de lange weg om innovaties daadwerkelijk naar markt en maatschappij te brengen. 

De agenda geeft hoop en dat is hard nodig ook. De Nederlandse biotech staat op een kantelpunt – het is nu of nooit voor succes van eigen bodem. Als we nu niet ingrijpen, end-to-end, van vroege vinding tot toegang tot de praktijk, raakt Nederland onherroepelijk haar positie kwijt, met in het kielzog ook de waardevolle bijdrage die onze biotech sector kan leveren aan onze gezamenlijke toekomst. Hollandbio staat, met alle biotech koplopers die we vertegenwoordigen, klaar om maximaal bij te dragen. Dus hop, handen uit de mouwen!

← #nieuws

Geopolitieke ontwikkelingen rond geneesmiddelen nopen de EU tot actie

Drijven de geopolitieke ontwikkelingen rond geneesmiddelen Europese lidstaten naar elkaar toe, of juist verder uit elkaar? Recente ontwikkelingen maken hollandbio helder dat het nog altijd twee kanten op kan. Maar één ding is zeker: stilzitten is voor de EU en haar patiënten géén optie meer.

In de farmaceutische sector pakken donkere wolken zich al een tijdje samen, ziet hollandbio. Uit diverse recente rapporten (zoals deze) blijkt dat Europa – alle grote ambitie ten spijt – op diverse cruciale punten de concurrentie verliest van bijvoorbeeld China en de Verenigde Staten (VS), en dat Europese patiënten steeds langer en vaker tevergeefs wachten op nieuwe medicatie. Tel daar de impact van nieuwe Europese farmaceutische wetgeving én de inzet van de VS om via hun Most Favoured Nation (MFN) beleid de rekening voor wereldwijde innovatie eerlijker te verdelen bij op, en een perfect storm is een feit. De hamvraag: wat wordt het Europese antwoord op de toenemende druk?

De ontwikkelingen lijken deze weken in een stroomversnelling te geraken. Al dan niet in reactie op bilateraal overleg tussen Duitsland en de VS over geneesmiddelenprijzen, publiceerde Beneluxa, een samenwerkingsverband tussen de Benelux, Oostenrijk en Ierland rondom de beoordeling en vergoeding van geneesmiddelen, een gezamenlijk statement, waarin zij pleiten voor een meer uniforme Europese aanpak rond de toegang en betaalbaarheid van geneesmiddelen. Ook kwamen ministers van 11 lidstaten in aanloop naar de EU Gezondheidsraad samen, om met elkaar te bespreken hoe om te gaan met het Amerikaanse MFN-beleid. En met resultaat: in no time had Eurocommissaris Olivér Várhelyi een opdracht binnen om -nog voor de zomer- de potentiële impact van het MFN-beleid op de EU te onderzoeken.

De VS houdt vol, en lijkt via druk op Duitsland een wig te willen drijven tussen Europese lidstaten. Zo startte de US Trade Representative onder sectie 301 van de Amerikaanse handelswet een onderzoek  naar ‘de aanhoudende onderbetaling van Duitsland voor farmaceutische producten’. Duitsland lijkt vooralsnog niet onder de indruk en schaart zich achter Europese handelsafspraken. Een sterk signaal, maar of hef afdoende is, daar hebben we bij hollandbio onze bedenkingen bij.

Europa heeft sterke troeven als het gaat om biotech en farmaceutische innovatie, zoals kennis, kwaliteit en talent. Maar een ecosysteem is in de praktijk zo sterk als de zwakste schakel. En zwakke schakels heeft Europa helaas ook. Denk aan de, onder het motto van zorgvuldigheid, doorgeschoten bureaucratie, de traagheid en het gebrek aan risico-appetijt in financiering. Maar in de huidige geopolitieke snelkookpan kan vooral de fragmentatie van de Europese geneesmiddelmarkt ons de das om doen: in plaats van 1 markt, is Europa een patchwork lappendeken van 27 lidstaten met elk hun eigen inkoop- en vergoedingenbeleid, een nationale competentie waar bovendien tot dusver amper aan te tornen viel.

Een crisis is gelukkig óók een uitgelezen kans voor verandering. Dat vergt veel van alle spelers in het ecosysteem, inclusief de lidstaten. Ook zij zullen hand in eigen boezem én buidel moeten steken. We zijn in Europa, met recht, trots op onze verzorgingsstaat en solidariteit. Als we dat willen behouden, en Europese patiënten nu en in de toekomst tijdig van de beste nieuwe behandeling willen voorzien, dan komt het er nu wel op aan. Wordt het één voor allen, of allen alleen? Hollandbio weet het wel, want alleen ga je weliswaar sneller, maar alleen samen kom je verder.

← #nieuws

Alle patiënten een effectieve route voor weesgeneesmiddelen, vraagt Tweede Kamer

De Tweede Kamer wil meer perspectief voor de vergoeding van weesgeneesmiddelen. Na de ontbijtsessie in Nieuwspoort die hollandbio begin mei organiseerde samen met patiëntenorganisaties Belangenvereniging voor Kleine Mensen, VSOP en VKS, en brancheorganisaties Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en Comité Weesgeneesmiddelen, diende D66 tijdens het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel een motie om de toegang tot weesgeneesmiddelen te verbeteren. Dinsdag stemde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer ervoor om deze motie aan te nemen. Een supergoede stap, vindt hollandbio!

Een motie om toegankelijkheid in beweging te brengen

De motie van D66-Kamerlid Vervuurt vraagt de regering om relevante veldpartijen actief en structureel te betrekken bij de ontwikkeling van een route voor gecontroleerde toegang, inclusief dynamische beprijzing. De motie verwijst expliciet naar het Orphan Drug Access Protocol als bewezen model: snelle toegang voor patiënten, gecombineerd met gepast gebruik en gefaseerde beprijzing, wat aantoonbaar leidt tot kostenbesparingen en passende behandelingen voor patiënten. Een oplossing waar volgens hollandbio zeker muziek in zit.

Ruim een miljoen patiënten, slechts de helft van alle medicijnen beschikbaar

Ruim een miljoen Nederlanders leven met een zeldzame ziekte. Toch is bijna de helft van alle weesgeneesmiddelen in Nederland niet beschikbaar voor patiënten. Daarom is hollandbio blij dat de Kamer deze motie heeft aangenomen, want het is nu tijd om werk te maken van een oplossing. Het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen, waar het Zorginstituut nu aan werkt, is dé kans om een passende route voor de vergoeding van weesgeneesmiddelen in te richten. Hollandbio staat samen met haar coalitiepartners klaar om hierover mee te denken.

← #nieuws

Onrust over het Rijksvaccinatieprogramma

Rust in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), dat is een van de lessen die VWS-minister Hermans trekt uit het (post)COVID-19 onderzoek, dat juist bedoeld was om inzicht te geven in het effect van de pandemie op de vaccinatiegraad. Een slogan die klinkt als een klok, maar waarover hollandbio toch flink struikelt. Want hoewel de aanbeveling slechts één van de vele is, enkel passant ter sprake komt en een context kent in relatie tot het onderzoek, zien we minister Hermans in haar reactie op het onderzoek deze aanbeveling aangrijpen als excuus om nieuwe wijzigingen aan het RVP te beperken, in plaats van vol in te zetten op tijdige en goede communicatie met ouders en zorgprofessionals. De wereld op zijn kop wat hollandbio betreft.

Vaccintwijfelaars manen Rijksoverheid tot “rust” in het RVP
De wetenschappers in kwestie signaleren in hun onderzoek naar de invloed van de coronapandemie op de deelname aan het RVP dat deze – surprise, surprise – een belangrijke rol speelt bij de dalende vaccinatiegraad. Zij interviewden hierover een selectieve steekproef van 17 jeugdgezondheidszorg-professionals en 20 twijfelende, dan wel (deels) niet-vaccinerende, ouders. Het is dan ook weinig verrassend dat de pandemie voor sommigen een ‘trigger’ was om “kritischer na te denken” over wat er allemaal vanuit de overheid komt.

Nu zijn we bij hollandbio fervent pleitbezorger van kritisch denkvermogen, en daarmee des te meer geschokt dat minister Hermans in haar beleidsreactie geen oog heeft voor context en het nalaat voor wetenschappelijk onderbouwde beleidsbeslissingen op de bres te springen. De minister geeft zelfs een geheel eigen inkleuring aan de aanbeveling tot ‘rust in het RVP’ met de stelling “dit betekent dat nieuwe wijzigingen zoveel mogelijk beperkt zouden moeten zijn”, naast het eerder en uitgebreider informeren van ouders en professionals over wijzigingen.

Neem niet de vaccins weg, maar de twijfels
Eerder en uitgebreider informeren is volgens hollandbio de enige juiste koers tegen de dalende vaccinatiegraad. Zeker aangezien sommige ouders volgens de onderzoekers “angstiger zijn over bestandsdelen en bijwerkingen van vaccinaties”, waarbij de snelheid van ontwikkeling van coronavaccins zelfs enig argwaan heeft gewekt. Dat zorginnovatie een deel van de ouders te snel gaat, vormt op zichzelf echter géén wetenschappelijke onderbouwing om bewezen effectieve vaccins slechts beperkt, vertraagd of zelfs geheel niet aan te bieden.

Tenzij we in staat blijken om alle ziekmakers voor onbepaalde tijd op sabbatical te sturen, lijkt hollandbio rust in het Rijksvaccinatieprogramma door de instroom van nieuwe vaccins te beperken de meest ongefundeerde, onwetenschappelijke en intens gevaarlijke conclusie denkbaar. Hiermee zou de overheid juist de wetenschapsontkenners en wantrouwers van instituties belonen, en laat zij de grote en weldenkende meerderheid met hun gezondheid betalen. Laten we daarom niet de vaccins wegnemen, maar juist de twijfels. Daarmee trekken we pas echt lessen uit de coronacrisis: lessen die ook relevant zijn in het kader van de Parlementaire enquêtecommissie Corona en waarmee we ons beter voorbereiden op nieuwe uitbraken van infectieziekten, die volgens de global preparedness monitoring board juist steeds vaker voorkomen en steeds meer schade berokkenen aan mens, economie, politiek en maatschappij.

← #nieuws

Biotech maakt klimaatvriendelijke keuzes wél mogelijk

Steun voor klimaatbeleid staat onder druk, blijkt uit nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Niet omdat Nederlanders het probleem niet zien – integendeel. Een meerderheid maakt zich wel degelijk zorgen over klimaatverandering en de gevolgen ervan. Tegelijk groeit het gevoel dat klimaatmaatregelen schuren met het dagelijks leven. Mensen willen wel veranderen, maar alleen als het past binnen hun leven, gewoontes en portemonnee. Hoe maken we duurzame keuzes logisch en haalbaar voor iedereen?

Veel klimaatbeleid gaat impliciet uit van gedragsverandering als startpunt: minder shoppen, niet vliegen, geen vlees eten. We moeten steeds meer en mogen steeds minder, terwijl onderzoek laat zien dat mensen juist afhaken zodra ze moeten veranderen of dingen moeten laten. Zodra maatregelen duurder, ingewikkelder of opgelegd voelen, neemt de bereidheid om te verduurzamen af. Gedragsexpert Bas Erlings stelde onlangs dan ook nog in Trouw dat duurzaam gedrag vooral níet duurzaam moet voelen, om mensen ertoe te verleiden. Sterker nog: als het alternatief aantrekkelijker én goedkoper is, verandert gedrag volgens hem vanzelf.

Het is dan ook geen wonder dat het SCF-onderzoek steeds minder steun ziet voor maatregelen die ingrijpen op gedrag, zoals rekeningrijden en een vlees- of zuiveltaks, maar wel voor maatregelen die ingrijpen op vervuilende bedrijven, zoals verduurzamingsverplichtingen en hogere belastingen. Ook onder jongeren is dit terug te zien. Uit het recente State of Youth onderzoek van KidsRights blijkt dat jongeren zich steeds meer zorgen maken over het klimaat, omdat zij de economische en sociale effecten ervan vandaag al voelen. Oplossingen moeten volgens hen praktisch en betaalbaar zijn om te werken. De helft van de jongeren vindt zelfs dat duurzame keuzes niet duurder mogen zijn.

Misschien moeten we de vraag daarom omdraaien. Van: hoe overtuigen we mensen om anders te leven? Naar: hoe maken we duurzame keuzes zo dat ze vanzelf passen in het leven dat mensen al leiden? Met oplossingen die aansluiten bij wat mensen al kennen en waarderen. Voedsel dat net zo lekker en betaalbaar is, materialen die net zo sterk en toepasbaar zijn en producten die blijven doen wat ze altijd deden, maar dan met minder uitstoot, minder afval en minder druk op mens, dier en planeet.

Dat klinkt misschien als toekomstmuziek, maar dat is het niet. Mede dankzij biotech bestaan er al meer van dit soort oplossingen dan we wellicht denken: sterkere, gezondere gewassen die minder bestrijdingsmiddelen nodig hebben, bioplastics geproduceerd uit reststromen, en leer, kaas en vlees gemaakt zonder dat er een dier voor hoeft te lijden. Het zijn deze slimmere manieren van produceren en consumeren, bedacht door knappe koppen van eigen bodem, die het nu al mogelijk maken om toekomstbestendig te leven zonder in te leveren op kwaliteit of functionaliteit. Biotech maakt klimaatvriendelijke keuzes daarmee niet ingewikkelder, maar juist vanzelfsprekender. Het verlaagt de drempel, in plaats van die te verhogen.

Toch halen veel van deze producten op dit moment de supermarkt nog niet, of blijven ze steken in te kleinschalige productie. De stap van lab naar schap is nog te vaak een hobbelige route. Biotech producten hebben moeite door trage, verouderde Europese en Nederlandse regelgeving te komen en kunnen qua prijs nog niet altijd opboksen tegen bestaande, vervuilende producten die al volledig zijn opgeschaald.

Gelukkig presenteerde het Burgerberaad Klimaat eind vorig jaar een advies aan de Tweede Kamer met ideeën om klimaatvriendelijke producten wél een kans te geven om bij te dragen aan een wereld met toekomst. Hoewel het Kabinet inmiddels heeft aangegeven een groot deel van de burgeraanbevelingen vrijwel direct over te nemen, blijven juist de echte gamechangers voor slimme biotech-oplossingen voorlopig helaas nog liggen. Denk bijvoorbeeld aan opschalingsinstrumenten en prijsprikkels (zoals beprijzingen, normeringen en bijmengverplichtingen) die markten structureel zouden verschuiven richting klimaatvriendelijke keuzes voor landbouw, voedsel en materialen.

En dat terwijl we geen tijd te verliezen hebben om ruimte te maken voor biotech. Bij hollandbio werken we aan het wegnemen van drempels, zodat deze oplossingen niet in het lab of de pilotfase blijven hangen, maar uitgroeien tot vanzelfsprekende keuzes voor iedereen. Door de bijdrage van biotech aan een klimaatvriendelijke toekomst breed te laten erkennen, de weg van lab naar schap voor toekomstbestendige planten, voedsel en materialen te versnellen en een eerlijk speelveld te creëren waarin duurzame alternatieven kunnen concurreren met de fossiele industrie en conventionele landbouw, maken we duurzame keuzes niet alleen wenselijk, maar ook bereikbaar voor iedereen. Want uiteindelijk ontstaat draagvlak voor klimaatbeleid, wat ons betreft niet door mensen te vragen om te veranderen, maar door verandering mogelijk te maken.

← #nieuws

Wet Vifo raakt biotech vanaf 2027

De Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Vifo) wordt per 1 januari 2027 uitgebreid naar onder meer biotech. Dat betekent dat investeringen, fusies en overnames in (delen van) de biotechsector voortaan onder een nationale veiligheidstoets kunnen vallen. Voor ondernemers en investeerders betekent dit: extra checks vooraf, mogelijk langere doorlooptijden én nog veel open vragen over wanneer je precies onder de wet valt. Hollandbio volgt de ontwikkelingen rond deze wet op de voet, en zet zich in voor duidelijkheid en werkbare regels.

Wat verandert er precies?

De Wet Vifo bestaat sinds 2023 en geeft de overheid de mogelijkheid om investeringen, fusies en overnames te toetsen op risico’s voor de nationale veiligheid. Per 1 januari 2027 wordt de reikwijdte uitgebreid met zes technologiegebieden, waaronder (delen van) biotechnologie. Concreet betekent dit dat transacties waarbij zeggenschap of significante invloed wordt verkregen in biotechbedrijven onder de meldplicht kunnen vallen en vooraf beoordeeld kunnen worden door het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). Dat is een fundamentele verandering: biotech wordt expliciet gezien als “sensitieve technologie”.

Wat betekent dit voor biotech bedrijven?

Biotech ondernemers die kapitaal ophalen, samenwerken of overnames overwegen, krijgen met deze uitbereiding te maken met extra verplichtingen. Bij transacties, bij het verkrijgen van zeggenschap, en in sommige gevallen al bij kleinere participaties, moet een melding worden gedaan bij het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). De overheid toetst vooraf, wat inhoudt dat transacties pas doorgaan na beoordeling. Bij risico’s kan de overheid voorwaarden stellen of zelfs een deal (deels) blokkeren. Het is daarom belangrijk om de vraag of een Vifo-melding nodig is al vroegtijdig mee te nemen in het dealproces. Houdt hiervoor rekening met extra tijd en kosten.

Waar zitten nog knelpunten?

Eerder leverde hollandbio input op deze wijziging van de Wet Vifo, met als doel de wet duidelijk en werkbaar te houden voor biotech bedrijven. Want wanneer valt een biotech bedrijf nu precies onder deze verplichting? Geldt dit bijvoorbeeld alleen voor bedrijven die producten binnen de gespecificeerde toepassingsgebieden – zaadveredeling en stamceltechnologie – ontwikkelen, of ook voor bedrijven die deze subtechnologieën van biotech alleen in R&D inzetten? En hoe worden die technologieën dan precies afgebakend? Zolang dit niet helder is, ontstaat onzekerheid bij zowel ondernemers als investeerders.

Daarnaast neemt de toetsing tijd in beslag, terwijl biotech bedrijven juist gebaat zijn bij snelheid. Door de uitbreiding kan het aantal meldingen sterk toenemen, wat druk zet op de capaciteit van het BTI en de voorspelbaarheid van het proces. En tot slot vraagt de meldplicht om juridische en financiële expertise, wat kosten en complexiteit toevoegt, zeker voor start- en scale-ups.

Samen zorgen we dat dit werkt voor biotech

De uitbreiding van de Wet Vifo zet biotech nadrukkelijk op de radar van de nationale veiligheid. Dat dit impact gaat hebben en dat veel biotech bedrijven aan deze wet moeten voldoen, is duidelijk en begrijpelijk. Maar zonder heldere kaders en een werkbaar proces dreigt de uitbreiding van investeringen juist af te remmen en onze strategische positie te verzwakken.

Zolang de uitvoering nog in ontwikkeling is, blijft hollandbio daarom zoeken naar de antwoorden op de definitieve afbakening en het praktische proces van toepassing en vinger aan de pols houden wanneer doorlooptijden te veel roet in het eten gooien. Ondertussen roepen we ondernemers op: Maak Vifo standaard onderdeel van je due diligence en trek tijdig aan de bel als je tegen knelpunten aanloopt. Alleen zo houden we samen de sector aantrekkelijk voor investeerders én sterk in internationale competitie. Laat ons weten waar het schuurt, en hollandbio maakt er werk van.

← #nieuws

Hollandbio welcomes Worldwide Clinical Trials as new member

Today, we are proud to welcome Worldwide Clinical Trials (Worldwide) as our new member. Worldwide is a global contract research organization (CRO) serving development-stage biopharmaceutical companies. With operations spanning more than 70 countries and a workforce of over 4,000 professionals, Worldwide’s therapeutically dedicated teams bring direct expertise in neuroscience, oncology, rare disease, and internal medicine – delivering flexible service models and global capability through a high-touch, relationship-led approach. Learn more: www.worldwide.com. “

“Worldwide Clinical Trials is proud to join hollandbio, an organization that connects, represents, and supports the Dutch life science sector. The CRO is honored to be part of a dynamic network of 270 companies – from innovative start-ups to established global organizations – advancing health, food, and the biobased economy. “Worldwide has a strong presence in the Netherlands and supports a robust portfolio of Dutch-based sponsors with their clinical development needs,” shared Gijsbert Veerman, Worldwide’sVice President, Early Phase Oncology – Europe. “We look forward to contributing to and collaborating within this vibrant community.”