← #nieuws

ROMs: regionale aanjagers van biotech innovaties?

,

Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. In deel 1 van deze serie: de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs).

In deze eerste editie leggen we ons vergrootglas op de investeringen van de negen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) die ons land rijk is. De ROMs hebben als doel groei te versnellen en duurzame economische ontwikkeling en werkgelegenheid op regionaal niveau te bevorderen. Soms hebben ROMs een specifieke focus, maar in algemene zin richten ze zich allemaal op maatschappelijke vraagstukken, zoals gezondheid, duurzaamheid, voeding en digitalisering. Ze bieden ondersteuning aan ondernemers, waaronder begeleiding bij innovatie, internationalisering, en investeringen. En om die investeringen is het ons in het kader van ons onderzoek natuurlijk te doen.

In 2022 deden de ROMs maar liefst 309 investeringen met een totale waarde van €194 miljoen. Met hun vaak vroege fase investeringen verlagen ROMs bovendien de drempel voor co-financiers om ook in te stappen, zodat er financieringsconsortia ontstaan van bijvoorbeeld RVO, Invest-NL en/of private investeringsfondsen. Ook zijn ze doorgaans nauw betrokken bij opvolgende financieringsrondes. ROMs spelen daarmee een belangrijke rol in het financieringslandschap.

Maar dan hollandbio’s hamvraag: hoe vaak zagen de ROMs brood in een biotech bedrijf? Om dit te achterhalen, bestudeerden we publiek beschikbare bronnen, zoals websites en jaarverslagen. We richtten ons enkel op biotechnologiebedrijven. Bedrijven actief in digital health, MedTech en HealthTech namen we niet mee.

Ons bureauonderzoek laat zien dat er dusdanig grote verschillen bestaan tussen de negen ROMs, dat het onmogelijk is om een goede vergelijking te maken, laat staan om ze te ‘ranken’ op basis van hun investeringsbereidheid in biotech. Sommige organisaties bestaan al decennia, terwijl andere net opgericht zijn. Ook zijn er grote verschillen in de omvang van de organisaties en de hoeveelheid geld die zij beschikbaar hebben. Ook ontbreekt thematische samenhang, doordat elke ROM zelf zijn eigen focusgebieden kan kiezen en definiëren.

Hoewel vergelijken ondoenlijk bleek, konden we wel inventariseren wat elke ROM voor biotech ondernemers in hun regio doet, en hoe zich dat verhoudt tot de biotech activiteit in de betreffende regio. De resultaten zijn weergegeven in onze finfographic. Opvallend is dat ROMs in regio’s met veel biotech bedrijven niet perse meer biotech bedrijven in hun investeringsportfolio hebben. Zo heeft bijvoorbeeld ROM InWest ondanks florerende clusters rondom het Amsterdam UMC geen biotech in het portfolio. InnovationQuarter heeft 13 keer geld gestoken in biotech bedrijven. Dat lijkt misschien heel wat, maar als thuisbasis van de grote clusters in Leiden en Delft, maar ook de opkomende activiteit in Rotterdam, hadden wij meer verwacht.

Ons onderzoek versterkt onze stelling dat er voor ROMs nog volop ruimte en mogelijkheden zijn om biotech vaker regionaal de wind in de zeilen te geven. Als ze eenmaal toehappen, zijn de ROMs erg succesvol in het helpen van hun portfolio bedrijven en daarmee van grote waarde voor bedrijven. Dat smaakt als het aan hollandbio ligt naar meer. Dus hup, laten we de handen ineen slaan om die biorevolutie te verzilveren!

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: De ROMs

, ,

Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. In deel 1 van deze serie: de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs).

In deze eerste editie leggen we ons vergrootglas op de investeringen van de negen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) die ons land rijk is. De ROMs hebben als doel groei te versnellen en duurzame economische ontwikkeling en werkgelegenheid op regionaal niveau te bevorderen. Soms hebben ROMs een specifieke focus, maar in algemene zin richten ze zich allemaal op maatschappelijke vraagstukken, zoals gezondheid, duurzaamheid, voeding en digitalisering. Ze bieden ondersteuning aan ondernemers, waaronder begeleiding bij innovatie, internationalisering, en investeringen. En om die investeringen is het ons in het kader van ons onderzoek natuurlijk te doen.

In 2022 deden de ROMs maar liefst 309 investeringen met een totale waarde van €194 miljoen. Met hun vaak vroege fase investeringen verlagen ROMs bovendien de drempel voor co-financiers om ook in te stappen, zodat er financieringsconsortia ontstaan van bijvoorbeeld RVO, Invest-NL en/of private investeringsfondsen. Ook zijn ze doorgaans nauw betrokken bij opvolgende financieringsrondes. ROMs spelen daarmee een belangrijke rol in het financieringslandschap.

Maar dan hollandbio’s hamvraag: hoe vaak zagen de ROMs brood in een biotech bedrijf? Om dit te achterhalen, bestudeerden we publiek beschikbare bronnen, zoals websites en jaarverslagen. We richtten ons enkel op biotechnologiebedrijven. Bedrijven actief in digital health, MedTech en HealthTech namen we niet mee.

Ons bureauonderzoek laat zien dat er dusdanig grote verschillen bestaan tussen de negen ROMs, dat het onmogelijk is om een goede vergelijking te maken, laat staan om ze te ‘ranken’ op basis van hun investeringsbereidheid in biotech. Sommige organisaties bestaan al decennia, terwijl andere net opgericht zijn. Ook zijn er grote verschillen in de omvang van de organisaties en de hoeveelheid geld die zij beschikbaar hebben. Ook ontbreekt thematische samenhang, doordat elke ROM zelf zijn eigen focusgebieden kan kiezen en definiëren.

Hoewel vergelijken ondoenlijk bleek, konden we wel inventariseren wat elke ROM voor biotech ondernemers in hun regio doet, en hoe zich dat verhoudt tot de biotech activiteit in de betreffende regio. De resultaten zijn weergegeven in onze finfographic. Opvallend is dat ROMs in regio’s met veel biotech bedrijven niet perse meer biotech bedrijven in hun investeringsportfolio hebben. Zo heeft bijvoorbeeld ROM InWest ondanks florerende clusters rondom het Amsterdam UMC geen biotech in het portfolio. InnovationQuarter heeft 13 keer geld gestoken in biotech bedrijven. Dat lijkt misschien heel wat, maar als thuisbasis van de grote clusters in Leiden en Delft, maar ook de opkomende activiteit in Rotterdam, hadden wij meer verwacht.

Ons onderzoek versterkt onze stelling dat er voor ROMs nog volop ruimte en mogelijkheden zijn om biotech vaker regionaal de wind in de zeilen te geven. Als ze eenmaal toehappen, zijn de ROMs erg succesvol in het helpen van hun portfolio bedrijven en daarmee van grote waarde voor bedrijven. Dat smaakt als het aan hollandbio ligt naar meer. Dus hup, laten we de handen ineen slaan om die biorevolutie te verzilveren!

← #nieuws

ACP publiceert nieuw argumentenkader

Een belangrijke rol in de keuze over het vergoeden van geneesmiddelen is weggelegd voor de Adviescommissie Pakket (ACP). Maar hoe komt deze commissie nu eigenlijk tot haar keuzes? Om het proces en de gedachtegangen uit te leggen, publiceerde de ACP recent haar argumentenkader. Bij hollandbio moedigen we elk initiatief aan dat bijdraagt aan heldere routes van lab naar praktijk, en dit kader vinden we daarin een goede eerste stap.

“Het is geen punt, maar een komma” waren de woorden waarmee het argumentenkader overhandigd werd aan Zorginstituut (ZIN) voorzitter Sjaak Wijma. Dit document weerspiegelt de gedachtenvorming van de ACP van dit moment, met als kanttekening dat zich altijd nieuwe, relevante argumenten of inzichten kunnen voordoen. De ACP wil graag aan de slag met verdere verdieping én vraagt een kader dat ook op alle andere vormen van te verzekeren zorg kan worden toegepast. Het argumentenkader is dus vooral een startpunt om in bredere zin te kijken naar hoe we keuzes maken op het gebied van vergoeden van zorg.  

Hier zien we bij hollandbio nog een belangrijke weg te winnen: we zijn door vooruitgang steeds beter in staat om, met nieuwe vormen van diagnostiek, het individu een passende behandeling te bieden, zoals met bijvoorbeeld gentherapieën en weesgeneesmiddelen. Het is dus hoog tijd voor een systeem van beoordelen en vergoeden dat aansluit op nieuwe innovaties zodat voor iedereen de juiste interventie op het juiste moment beschikbaar is. 

Heb je na het lezen van het argumentenkader nog vragen of opmerkingen? Hollandbio’s Thomas hoort het graag!  

← #nieuws

Europees Parlement wil ook in Europa de vruchten plukken van CRISPR

, ,

Een historisch moment: het Europees Parlement stemde vorige week voor een aangepaste versie van het voorstel rond Nieuwe Genomische Technieken (NGTs), waarmee de EU het mogelijk maakt om met hulp van moderne technieken als CRISPR gewassen te ontwikkelen voor de Europese markt. In haar nu officiële positie roept het Parlement ook op tot een NGT voorstel voor micro-organismen en andere sectoren die buiten de scope van dit wetsvoorstel vallen. Hollandbio is erg blij met dit groene licht voor innovatie en duurzame landbouw. Maar daarmee we zijn er nog niet.

Het Parlement wil, net als de Europese Commissie, NGT planten die ook met conventionele veredeling verkregen hadden kunnen worden (NGT-1 planten), vrijstellen van de oude, onmogelijke ggo route naar de Europese markt. De gelijkwaardigheid wordt getoetst aan de hand van een aantal criteria tijdens een overzichtelijke verificatieprocedure. Geverifieerde NGT-1 planten mogen met een aantal verplichtingen rondom labeling de Europese markt op. Voor NGT planten die buiten deze criteria vallen (NGT-2 planten) blijft een uitgebreide, complexe toelatingsprocedure gelden.

Om tot nieuwe Europese wetgeving te komen, moeten de Europese Commissie, Parlement en Raad het eens worden over het wetvoorstel van de Commissie. Zowel de Commissie als het Parlement hebben nu hun positie ingenomen. Voordat de onderhandelingen kunnen beginnen moet ook de Europese Raad nog een gekwalificeerde meerderheid zien te bereiken over een gezamenlijke onderhandelingspositie. De compromistekst waarmee tijdens een vergadering van de EU-landbouwattachés (COREPER) vorige week een nieuwe poging werd gedaan, is helaas opnieuw mislukt.

Meer info

Persbericht Europees parlement

Alle aangenomen amendementen door het EP

Het voorstel van de Europese Commissie

← #nieuws

Life sciences mkb-call overspoeld met aanvragen  

,

Health~Holland opende dit jaar voor de tweede keer hun nieuwe mkb-subsidie voor life sciences bedrijven en onderzoeksorganisaties. Al binnen 24 uur was de beschikbare €5 miljoen aan subsidie volledig overvraagd. In 2023 was de call met een beschikbaar budget van €6,6 miljoen en maar liefst 83 privaat-publieke projectaanvragen ook al populair. Hollandbio is blij dat Health~Holland een deel van hun budget aanwendt voor valorisatie met het mkb in de lead en daarmee met subsidies bijdraagt aan de doorontwikkeling van life science innovaties richting de maatschappij. Tegelijkertijd onderschrijven beide overvragingen dat de vraag naar goed passende financiering vanuit biotech ondernemers, het aanbod nog steeds overstijgen – een mooie liefdesoproep die wellicht met een financiële liefdespijl vanuit cupido beantwoord kan worden?  

← #nieuws

Early access: waar een wil is, is een weg 

,

‘Als je iets echt wil, dan vind je een weg. Wil je dat niet, dan vind je een excuus.’ Deze tegeltjeswijsheid schoot door ons hoofd na lezing van de kamerbrief van het ministerie van VWS over early access programma’s. In tegenstelling tot het onderwerp, zoomt de brief vooral in op het al dan niet vergoeden van geneesmiddelen tijdens de periode van beoordeling en onderhandeling in de sluis. En lijkt de brief – spoiler alert – vooral bedoeld als excuus om dit niet te doen. Hollandbio had op meer ambitie en balans gehoopt in de zoektocht naar mogelijkheden om de toegang tot nieuwe geneesmiddelen te vervroegen.

Wat betreft de vergoeding tijdens de sluis is het ministerie helder. Het ziet voor zichzelf, als betaler, enkel nadelen, en voor de fabrikant, als winstmachine, enkel voordelen van vergoeding uit collectieve middelen. Dat maakt het ‘njet’ logisch, als de analyse niet zo eenzijdig en hier en daar zelfs krom zou zijn: de onderhandelingspositie van de overheid zou verzwakt worden door vergoeding gedurende de sluisperiode, zo lezen we in de brief. Maar welke prikkel is er van overheidswege om snel tot een goede prijs te komen wanneer de fabrikant het geneesmiddel tijdens de sluisperiode gratis ter beschikking stelt? Sinds wanneer wordt het in één behandeling mogelijk genezen van een patiënt met gentherapie gezien als een interventie die drempels opwerpt voor concurrentie, en een nadeel voor de overheid bovendien? Ook een mogelijk langere terugverdienperiode en hogere winsten worden opgevoerd als nadelig voor de betaler, terwijl de bestaande mogelijkheid van gratis verstrekken volgens het ministerie niets dan voordelen voor fabrikanten kent. Zelfs het meest evidente nadeel ontbreekt (hint: gratis weggeven is een slecht businessmodel).  

Het moge duidelijk zijn: er is de minister veel aan gelegen om niet tot de door fabrikanten gewenste vergoeding tijdens de sluis over te gaan. Zij kunnen immers gewoon om-niet verstrekken als ze dat willen. Wel spreekt Helder wens uit om vertraging te minimaliseren. Maar ook daarvoor legt zij de bal vooral bij fabrikanten. Zo zouden zij zich dankzij horizonscanning beter kunnen voorbereiden op de specifieke dossiervereisten voor de Nederlandse zorgmarkt, optimaal mee kunnen werken aan nationale procedures, en, nog beter, ze zouden gewoon hun prijzen kunnen matigen. Dan was al die toetsing en onderhandeling immers überhaupt niet nodig. Kortom: daar waar de gigantische versnippering van de ‘Europese markt’, de steeds hogere drempels voor toelating en vergoeding en de toenemende onzekerheid rondom regelgeving en return on investment het prijsniveau van geneesmiddelenontwikkeling enkel opstuwen, wil ook deze minister het tij keren door fabrikanten te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om gewoon even mee te werken. Was de oplossing maar zo simpel. 

Het meest opvallende aan de Kamerbrief is echter misschien nog wel het ontbreken van het belang van de patiënten in de afweging en welke verantwoordelijkheid het ministerie jegens hen heeft. De minister legt de afweging om tot om-niet verstrekken over te gaan, volledig bij de fabrikant neer, en schildert patiënten af als een ‘pressiemiddel’ voor de industrie. Dat is problematisch, want juist in ons streven om gezondheidswinst te maximaliseren, kunnen we elkaar vinden. De gezamenlijke ambitie om zoveel mogelijk gezondheidswinst voor patiënten te leveren, zou de wil kunnen zijn van waaruit de – voor ieder begaanbare – weg kan volgen.  

Gelukkig leidt die gedeelde wil buiten de directe regie van VWS weldegelijk tot hoopvolle nieuwe wegen. Zo streven programma’s als het Drug Rediscovery Protocol (DRUP), het Drug Access Protocol (DAP) en het Orphan Drug Access Protocol (ODAP) naar het faciliteren van vroege toegang voor patiënten die mogelijk baat hebben bij nieuwe behandelingen, daarbij continu balancerend tussen de legitieme mogelijkheden en onmogelijkheden van elke betrokken stakeholder, of dat nu om patiënten, artsen, verzekeraars of fabrikanten gaat. Of iets in de praktijk werkt, en voor wie precies, kan zich zo ook grotendeels in de praktijk uitwijzen. Zo is door middel van de dataverzameling binnen DAP nu een eerste geneesmiddel definitief vergoed vanuit het basispakket. Een krachtig pleidooi voor vroege toegang als weg vooruit. We zijn dan ook blij dat het ministerie van voornemen is om zowel hollandbio als de VIG te betrekken bij de totstandkoming van goede gezamenlijke oplossingen. Want wij zien volop bospaadjes die met de juiste wil en inzet uit kunnen groeien tot geëffende wegen naar gezondheid op maat.  

← #nieuws

Reactie op versobering 30%-regeling 

,

Iedereen wil graag innovatie stimuleren, maar om dat voor elkaar te krijgen hebben we toptalent nodig. Dit toptalent beweegt zich op de internationale arbeidsmarkt en deze is, net als in Nederland, heel krap. Alle reden om ervoor te zorgen dat de overheid het aantrekken van dit talent stimuleert. Toch strookt de politieke werkelijkheid niet met deze realiteit. 

Helaas stemde het gros van de fracties in de Tweede Kamer recentelijk voor het amendement van lid Omtzigt die de “30% expat”-regeling verder versobert (enkel de VVD stemde tegen, de leden Ephraim en Gundogan onthielden zich van stemming). Kijkend naar alleen de Nederlandse arbeidsmarkt klinkt het inderdaad oneerlijk, een expat die voor een Nederlands bedrijf werkt en met dezelfde functie en hetzelfde salaris netto gedurende vijf jaar meer overhoudt dan de collega die al tien jaar in Nederland inkomensbelasting afdraagt. Maar onze arbeidsmarkt is juist voor innovatieve (start-up) bedrijven een mondiale markt, wat de instemming van de Tweede Kamer wellicht een wat kortzichtige keuze maakt.  

Landen om ons heen hebben ook van dit soort regelingen of introduceren juist initiatieven die de komst van kenniswerkers stimuleert. Werknemers hebben dus volop keuze om te gaan waar zij de beste kansen hebben. Laten we voorkomen dat bedrijven hetzelfde doen en zich buiten Nederland te vestigen. Want daardoor wordt de bezuiniging van vandaag de totaal verloren inkomstenbelasting, werkgelegenheid en winstbelasting van morgen. 

Om toch voorop te blijven lopen in innovatie op gezondheid en duurzaamheid en bedrijven hier te houden en laten groeien, ligt er wat ons betreft dus een grote opdracht voor een volgend kabinet. Hoe blijven wij als land concurrerend voor het toptalent dat we nodig hebben om deze innovaties te realiseren? 

← #nieuws

Reactie op herziening vermogensbelating

,

Positieve fiscale ontwikkelingen, zo blijkt nu het ministerie van Financiën bezig is om de belasting over vermogen, de nieuwe box 3, te herzien. Afgelopen augustus tekende hollandbio nog mee in een open brief van Techleap aan de overheid om aandacht te vragen voor het belastinglot van investeringen in en door start- en scale-ups. En met succes. De huidige herziening heeft gevolgen voor investeringen in o.a. kennis- en kapitaalintensieve start- en scale-ups. Zo ziet het ernaar uit dat de belastingplannen vanaf 2027 positief uitpakken voor deze bedrijven en zal er in het wetsvoorstel worden opgenomen dat zij vermogenswinstbelasting moeten betalen i.p.v. vermogensaanwasbelasting. Deze laatste vorm zou nadelig uitpakken, omdat er dan jaarlijks belasting betaald moet worden over de groei van het vermogen. Wat op zijn beurt weer een negatief effect heeft op het aantrekken van personeel en vroege investeerders. Die kritiek is het ministerie nu tegemoetgekomen.

De gevolgen van een nieuwe box 3 

De manier waarop belasting wordt geïnd heeft een sterke invloed op het Nederlandse innovatieklimaat. Techleap heeft een rapport laten opstellen door Archipel Tax Advice om de consequenties van belastingheffing via box 3 op het innovatieklimaat in kaart te brengen. Kort maar krachtig betekent dit dat vermogenswinstbelasting beter is voor het innovatieklimaat dan een vermogensaanwasbelasting. Als de overheid zou kiezen voor een vermogensaanwasbelasting, moet er jaarlijks belasting betaald worden over niet-liquide middelen zoals aandelen en externe investeringen. Dat heeft een sterk negatief effect op het aantrekken van personeel en vroege investeerders voor start- en scale-ups en is een afbreuk op het Nederlandse innovatieklimaat. Voor nu lijken de belastingplannen vanaf 2027 de goede kant op te vallen, maar niets is nog beklonken. Daarom zal hollandbio de verdere ontwikkelingen monitoren en blijven ageren voor een goed belastingklimaat dat innovatie vooruithelpt. 

Doorzetten van nieuw ingevoerde start- en scale-upbeleid 

Voor de val van het kabinet heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hun nieuwe start- en scale-upbeleid gepresenteerd met plannen om ‘Nederland een mondiaal toonaangevend ecosysteem voor startups en scale-ups’ te maken. Deze ingezette ambitie mag niet doorkruist worden door ondoordachte fiscale plannen. De strekking van het eerder genoemde initiatief van Techleap waar hollandbio op meetekende is het belang om reeds ingezette verbetertrajecten zoals het stimuleren van medewerkersparticipatie en het (her)investeren in nieuwe bedrijven door te zetten voor een succesvolle doorgroei van startups en scale-ups en het versterken van het Nederlandse verdienvermogen. Fiscale wet- en regelgeving hoort daar dienend aan te zijn. 

← #nieuws

Overheid: verzilver de biorevolutie voor Nederland!

,

Gelukkig is dit niet alleen onze bubbel, ook de Gezondheidsraad en de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) slaan met hun Trendanalyse Biotechnologie 2023 de spijker op zijn kop. De publicatie geeft een scherp overzicht van de razendsnelle ontwikkelingen in de sector en de significante rol van deze sleuteltechnologie in de realisatie van de wereldwijde duurzame doelen en nationale ambities zoals de eiwitstrategie en circulaire economie. Bovendien roepen de adviesraden op tot een integrale overheidsvisie om de kansen van biotech te verzilveren. Met een mooie poster hielpen we de overheid alvast een eindje op weg in het proces van visievorming.

← #nieuws

Gepaste regelgeving ingeperkt gebruik

,

Innovatieve biotech koplopers ondervinden veel onnodige hinder van de gedateerde en complexe wetgeving voor ingeperkt gebruik (IG) van genetische gemodificeerde organismen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en hollandbio brachten gezamenlijk mogelijkheden tot verbetering van werken met IG in kaart, puttend uit de ervaringen en expertise van hollandbio-leden. Het resulterende rapport bevat een veelheid van concrete en algemene verbetervoorstellen, in de begeleidende Kamerbrief samengevat in twee kernthema’s: het verminderen van de complexiteit van de regelgeving enerzijds en meer bewustwording en verbeterde communicatie over de regelgeving anderzijds.  

Mogelijkheden voor verbetering vaststellen is één ding, ze ook doorvoeren een ander. Om tot die cruciale stap over te gaan, werkt IenW een implementatieplan uit waarbij hollandbio uiteraard nauw betrokken blijft.