← #nieuws

Biotech valorisatie: alleen ga je sneller, samen kom je verder

Een NRC-publicatie over Ronald Plasterk, een leidraad over Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren en de feestelijke lancering van Nationaal Groeifondsprogramma Biotech Booster. Op het eerste oog een willekeurige greep uit het nieuws van de afgelopen weken, maar mét een heldere rode draad: alleen in samenwerking, en met respect voor ieders rol en cruciale bijdrage kunnen we onze sterke nationale biotech kennisbasis verzilveren en omzetten in maatschappelijke impact waarvan iedereen profiteert.

De route om in de biotech sector fundamentele kennis naar de markt te brengen is notoir complex, lang, kostbaar en risicovol, en enkel in samenwerking met vele partijen af te leggen. En waar gehakt wordt, vallen spaanders, zo blijkt ook uit de lijvige reportage in NRC over Frame Therapeutics, het biotech bedrijf van Ronald Plasterk, dat in 2022 werd overgenomen door het Duitse CureVac. Hoewel hollandbio zich in het nogal tendentieuze sausje dreigde te verslikken, stipt het artikel weldegelijk tal van hardnekkige problemen aan die de succesvolle valorisatie van onze academische kennis in de weg staan. Wetenschappers die geen trek hebben in een bedrijfsmatige aanpak en die de route naar de kennis transfer offices (KTO) niet weten te vinden, ondernemers die liefst zo snel mogelijk aan de bak willen en slepende juridische processen, bureaucratie en het afstaan van zeggenschap kunnen missen als kiespijn, de allesbepalende rol van financiering in productontwikkeling en ga zo maar door. Er valt nog een wereld te winnen, dat staat na lezing van het artikel als een paal boven water.

Maar ook wanneer de weg naar het KTO wél gevonden wordt, is niet alles zomaar pais en vree voor alle betrokken partijen. Een bekend knelpunt is de licentieverlening, waarin geregeld wordt onder welke voorwaarden een partner – vaak een bedrijf – een academische vinding verder mag ontwikkelen. Daarin is naast efficiënte en heldere procedures het vinden van balans cruciaal: tussen de overheid, die in ruil voor publieke investeringen in onderzoek zo veel mogelijk invloed wil op een maatschappelijk verantwoorde doorontwikkeling, de kennisinstelling die wat terug wil voor het verzette werk, en het belang van de onderneming, die nog een enorme weg voor de boeg heeft en voor wie vergoedingen of restrictieve voorwaarden een blok aan het been zijn in een toch al extreem competitieve wereldwijde markt.

Niet licentiëren is in ieder geval niet maatschappelijk, zo concluderen Markwin Velders, Ivo de Nooijer en Vincent van der Wel eensgezind in een interview door FAST – een stelling waar ook hollandbio zich geheel in kan vinden. Het expertisecentrum gaf het trio de opdracht een leidraad te ontwikkelen die kennisinstellingen kan helpen bij het voeren van effectieve en realistische onderhandelingen rond maatschappelijk verantwoord licentiëren (MVL). Centraal in de MVL leidraad staat een trechtermodel, dat kennisinstellingen kunnen gebruiken bij de (voorbereidingen van) contractonderhandelingen rond een nieuw op te richten bedrijf of bij de licentiëring aan een bestaand bedrijf. Bouwen aan wederzijds begrip en een op de toekomst gerichte samenwerking is misschien nog wel belangrijker dan het uiteindelijke contract, aldus de ontwikkelaars van de leidraad. We hadden het zelf niet beter kunnen zeggen.

Wederzijds begrip en samenwerking zijn eveneens het fundament van Biotech Booster, het nationale programma om commercialisering van biotech vindingen in Nederland een impuls te geven. Twee jaar geleden kreeg het unieke samenwerkingsverband van Universiteiten van Nederland, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, de Vereniging Hogescholen, TNO, hollandbio en DSM en J&J een forse investering uit het Nationaal Groeifonds om een kentering te realiseren in de achterblijvende valorisatie van biotech kennis van eigen bodem. Op 14 maart jl vierde het programma dan eindelijk haar feestelijke start met een even geslaagd als druk bezocht evenement in de Utrechtse Jaarbeurs.

Hollandbio kan niet wachten tot de eerste Booster-projecten de theorie in de praktijk bewijzen: dat we juist door méér kennisuitwisseling en intensievere samenwerking tussen publieke en private partijen de grootste maatschappelijke impact kunnen realiseren. En dat we dan, in alle openheid, heel trots durven zijn op de bijdrage die iedereen heeft geleverd aan al die succesvolle Nederlandse biotech frontrunners.

← #nieuws

Hollandbio wishes for more budget and larger tickets for Health~Holland’s new SME subsidy

,

In a deep dive on their succesful SME subsidy that first launched in 2023, Health~Holland published an article featuring the application of startup ExCulture, but also the broader wishes from the biotech community to fine tune the instrument in the coming years. Or as hollandbio’s Robbert nicely quoted: “The over-subscribed call shows that there is an apparent need for this type of funding. This makes us think about how this need can be met through a different formula. I hope the SME call will become much larger with larger tickets to fulfill the funding need and really create the funding impact companies are waiting for.” We look forward to discussing possible next steps in close collaboration with Health~Holland to improve (funding) opportunities for SMEs looking to valorize and scale their innovative biotech products.

← #nieuws

EU Boost voor Biotechnology and Biomanufacturing

, ,

Met het recent aangekondigde Biotechnology and Biomanufacturing Initiative geeft de Europese Commissie het startschot voor gerichte maatregelen die ertoe moeten leiden dat we in Europa beter profiteren van biotechnologische innovaties voor meer duurzaamheid, gezondheid, welvaart en banen. Hollandbio is blij dat de Europese Commissie biotechnologie net als wij ziet als één van de belangrijke technologievelden van nu en de toekomst en kansen volop wil verzilveren. Maar met mooie woorden alleen lukt dat niet, we moeten deze met grote urgentie om zien te zetten in bold moves – in fikse daadkracht op Europees en nationaal niveau. De Biorevolutie ontvouwt zich immers wereldwijd, en er zijn meer kapers op de kust.

Het initiatief op biotechnologie en biomanufacturing, dat Ursula von der Leyen tijdens de laatste State of the European Union aangekondigde, staat niet op zichzelf. De Europese Commissie ziet al langer dat de wetenschappelijke vooruitgang in de biotechnologie samen met de grote stappen op digitalisering en kunstmatige intelligentie (AI) leiden tot een explosie aan mogelijkheden voor nieuwe innovaties. Deze Biorevolutie kan de EU onder andere helpen in de verduurzaming van landbouw, voedselproductie, energie, industrie en gezondheid.

Van woorden naar daden voor het verhelpen van de uitdagingen in de Europese biotech sector

De Europese Commissie zet in het initiatief een aantal uitdagingen uiteen waar de Europese biotechnologiesector in haar ogen tegenaan loopt. Hollandbio herkent er velen. Zo gaat het om onderwerpen als onderzoek, valorisatie, de complexe regels om op de markt te komen, toegang tot financiering, vaardigheden en talent, obstakels in de waardeketen, intellectueel eigendom, maatschappelijk draagvlak en economische veiligheid. Net als onze Brusselse zusterorganisatie EuropaBio zijn wij blij met de erkenning voor de potentie van biotechnologie, maar hopen we in de verdere uitwerking dat het vooral tot daden voor de langere termijn komt en dat het niet bij mooie woorden blijft. Het is hoog tijd voor bold moves.

Overzicht van meest in het oog springende acties op biotech

De Europese Commissie heeft in haar Initiatief een groot aantal mogelijke gebieden en bijbehorende acties op een rij gezet, waarvan wij hier voor het gemak de meest in het oog springende uitlichten:

  • Het verzilveren van onderzoek en het boosten van innovatie: de Europese Commissie heeft een studie gelanceerd die in kaart brengt hoe de EU het doet ten opzichte van wereldwijde biotech koplopers op het ontwikkelen en valoriseren van nieuwe (bio)technologie.
  • Stimuleren van marktvraag: om succesvol op de markt te komen, moeten biobased producten hun lagere milieu-impact bewijzen tegenover bijvoorbeeld petrochemische producten. De Commissie gaat de beoordeling van fossiel- en biogebaseerde producten herzien om ervoor te zorgen dat ze beter vergelijkbaar worden. Daarnaast gaat de Commissie een onderzoek uitvoeren naar de haalbaarheid van richtlijnen voor minimale aandelen van biogebaseerde grondstoffen in productcategorieën en in openbare aanbestedingen. Ook gaat de Commissie verkennen hoe biobased niet-voedselproducten zichzelf beter kunnen profileren door labelling.  
  • Stroomlijnen van regulatoire processen: de Europese Commissie gaat onderzoeken hoe Europese regelgeving en de implementatie ervan gestroomlijnd kan worden om versnippering te verminderen, tot meer vereenvoudiging te komen en de tijd naar de markt voor biotech innovaties te verminderen. In dat onderzoek neemt de Commissie ook regulatoire obstakels op nationaal of ander niveau mee. Dit bredere onderzoek legt de basis voor een mogelijke EU Biotech Act. Daarnaast gaat de Commissie voor eind 2024 een EU Biotech Hub opzetten, waarmee zij biotechbedrijven de weg wil wijzen door het regulatoire landschap en inzicht wil geven in opschalingsmogelijkheden. Ook gaat de Commissie regulatoire sandboxes opzetten waarin nieuwe innovaties in een gecontroleerde omgeving voor een beperkte periode van tijd onder toezicht van beoordelingsinstanties getest kunnen worden zodat zij daarna sneller de markt op kunnen.
  • Stimuleren van publieke en private investeringen: de Commissie gaat zich hardmaken voor het includeren van biotech en biomanufacturing in het werkprogramma van de EIC Accelerator in 2025. Daarnaast lanceert de Commissie eind 2024 een studie die de barrières en oplossingen voor het consolideren van investeringsfondsen, aandelenbeurzen en andere financiële infrastructuur in kaart brengt zodat in Europa de benodigde schaal, kennis en financiële middelen vergroot voor het helpen financieren van snelgroeiende bedrijven.  
  • Het inzetten van (generatieve) AI: de Commissie gaat structurele uitwisselingen tussen stakeholders faciliteren over manieren waarop de inzet van (generatieve) AI kan worden versneld in biotechnologie.
  • Reviewing the Bioeconomy strategy: de Commissie gaat eind 2025 de Bioeconomy Strategy herzien en neemt daarbij niet alleen de huidige maatschappelijke, demografische en milieu-uitdagingen mee, maar ook de rol die biotech en biomanufacturing daarin kunnen spelen.  
← #nieuws

ABP vraagt consistent beleid om betrouwbaar te beleggen in Nederland

Pensioenfonds ABP steekt de aankomende jaren 10 miljard euro in Nederlandse projecten, waarvan de helft in duurzame energie en innovatie. Hiermee komen ze tegemoet aan de wens van politiek Den Haag, dat graag ziet dat pensioenfondsen meer binnen Nederland investeren, en met name in sleuteltechnologieën als biotechnologie. Het pensioenfonds denkt zelfs dat meer investeringen mogelijk zijn, maar verbindt daar als voorwaarde wel een gecoördineerde aanpak met pensioenfondsen en overheid aan.

Pensioenfondsen geven aan dat zij best willen investeren in het Nederland van morgen. Nu gaat het om 10 miljard euro die ABP in eerste instantie uittrekt, en dat kan verder uitgroeien, maar dan alleen als de overheid in gesprek gaat over een gecoördineerde aanpak en niet ad-hoc wanneer het uitkomt via tientallen verschillende initiatieven vanuit diverse departementen. Dat zij daarnaast biotech steeds vaker als optie zien, zien we terug in de allocaties van PME/PMT in Nederlandse Life Science fondsen en dat daar in 2022 een ander (nog onbekend) pensioenfonds bij is gekomen. Ook wij delen de wens voor het stimuleren van innovaties uit sleuteltechnologieën zoals biotech en hopen daarom dat pensioenfondsen en overheid samen tot een mooi plan kunnen komen.

← #nieuws

Dutch Life Sciences Trend Analysis 2024: Market is slowly picking up

,

Biotechgate, the leading global biotech database, published their annual Trend Analysis Report 2024 of the Dutch life sciences sector. In 2022, the Dutch biotech landscape saw a sharp 50% decline in venture financing, reflecting the challenging global economic climate. Fortunately, the tide seems to turn. In 2023, life sciences saw a remarkable 50% rise in funding, underscoring the sector’s resilience and growth potential. Headliners included VectorY, Tagworks, Kynesis, Meatable, and VarmX. This year’s Trend Analysis benchmarks Dutch and other European biotech with the US. As one of the striking differences, US biotechs have three times as many assets in clinical development per capita compared to their Dutch counterparts. Illustrating the stark contrast in financial ecosystems, the availability of funding in the US still far outranks funds in Europe.

National trends

This year’s funding landscape for Dutch biotech companies shows both growth and challenges. The number of biotech companies expanded to 606, but the number of new companies per year steadily decreases since 2018. Although funding showed improvement compared to the previous year, it still fell short of the levels seen in 2021. Dutch biotech witnessed a modest increase of nearly 10% in total funding, while life sciences as a whole experienced a more substantial surge of almost 50%.

Dutch funding rounds in 2023 included VectorY, Tagworks, Kynesis, Meatable, and VarmX, highlighting investor confidence in emerging technologies. Additionally, 2023 saw significant M&A activity, with notable deals involving Dutch companies like Neogene Therapeutics (AstraZeneca), Adare Biome (DSM), Xinvento (Rhythm Pharmaceuticals), Verogen (Qiagen), and Synaffix (Lonza).

International benchmark

The international biotech funding benchmark in 2023 provided valuable insights into the global landscape. The inclusion of the US revealed that it houses a comparable number of biotech companies per capita to the Netherlands, with more focus on therapeutics & diagnostics and fewer in agri-food and biobased sectors. Remarkably, the US exhibits three times as many assets in clinical development per capita as the Netherlands. Switzerland emerged as a frontrunner in both company density and clinical assets, with Denmark following as the best of the rest. Moreover, all countries in the benchmark experienced a slowdown in the rate of founded companies, indicating a broader trend beyond the Dutch context. Notably, the US outpaces Europe in venture financing, enjoying nearly quadruple the funding available, underscoring its dominance in the global biotech investment landscape.

“We see the financing amounts slowly bouncing back up after a very difficult year in 2022. The difference in the amount of assets in development and the overwhelming difference in financing avenues between the US and Europe emphasize the need for continued efforts to strengthen and enhance our financial ecosystem. It’s crucial for Dutch biotech stakeholders to collaborate, innovate, and advocate for policies that can help the Dutch sector thrive.”

Annemiek Verkamman, Managing Director at hollandbio

← #nieuws

Three day partnering fiesta at BIO-Europe Spring 2024 

,

Last week, more than 120 Dutch delegates travelled to Barcelona for BIO-Europe Spring, Europe’s largest springtime partnering congress aimed at bringing biotech professionals together to boost innovation. Together with Health~Holland, hollandbio represented the Dutch life sciences ecosystem at the bright orange Dutch pavilion, offering a nice home base for Dutch attendees and a place for international attendees to discover our strengths.

Of course, also at this year’s edition, the traditional bike raffle could not be missed. We congratulate lucky winner Jürgen Ebner, Business Development Manager at ViruSure! 

Coming November, the fall edition of BIO-Europe will take place in Stockholm, Sweden. Stay tuned for more information and our special member discounts and hej då i Stockholm! 

← #nieuws

De Top 10 van het Nationaal Groeifonds​

Het kabinet heeft na advies van de Adviescommissie groen licht gegeven aan maar liefst 10 voorstellen vanuit het Nationaal Groeifonds, wat in deze derde ronde resulteert in definitieve toekenningen van €777,4 miljoen. Twee projecten met een rechtstreekse link met biotechnologie en een betere gezondheid voor dieren, de planeet en mensen zijn de toekenning voor het Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie (CPBT) van €124,5 miljoen (waarvan €69,5 miljoen voorwaardelijk) en Holomicrobioom met €200 miljoen (€140 miljoen voorwaardelijk).

Bedrijvigheid voor een proefdiervrije toekomst 

Het CPBT zal een nieuwe aanpak ontwikkelen om de overgang van nieuwe biomedische innovaties naar patiënten en gebruikers te verbeteren en te versnellen, met minder kosten en zonder proefdieren. Dit nationale centrum zal de oprichting van bedrijven bevorderen waarmee Nederland voorop kan lopen op het gebied van proefdiervrije technologie en biomedische ontwikkelingen. Hollandbio hoopt dat de samenwerking binnen dit project tussen LNV en VWS ook zal leiden tot versnelde aanpassingen in beleid, wet- en regelgeving, zodat we daadwerkelijk vooruitgang kunnen boeken in het brengen van meer op maat gemaakte gezondheidszorg van het laboratorium naar de patiënt. 

De rijkdom van bacteriën, schimmels en virussen gebundeld

Het Holomicrobioom zal voor het eerst onderzoeken hoe microbiomen in alle delen van ons voedselsysteem samen één groot netwerk vormen: een ‘holomicrobioom’. Het Holomicrobioom Instituut zal innovatie in landbouw en veehouderij, voedselproductie, gezondheidszorg, bodem- en waterbeheer in Nederland bevorderen. Innovatieve toepassingen van microbioom hebben een groot potentieel voor de economie en de kwaliteit, gezondheid en verduurzaming van ons voedselsysteem. 

Kweken buiten het lab 

Hoewel het biotech ecosysteem minder snel de vruchten zal plukken van de Techkwadraat (€352,6 miljoen, waarvan €205,8 miljoen voorwaardelijk), is de noodzaak op het gebied van human capital wel zeer hoog. Techkwadraat zal in de toekomst een verschil maken door alle leerlingen van het primair en voortgezet onderwijs in aanraking te laten komen met de mogelijkheden van (natuur)wetenschap, techniek, technologie en ICT. Dit moet resulteren in meer leerlingen die kiezen voor natuurprofielen en meer studenten die instromen in (bèta)technische vervolgstudies. Een prettige bijkomstigheid zou zijn dat het doel van Techkwadraat om onder alle jongeren meer affiniteit met, kennis van en vakvaardigheden in de technologie te creëren, ook leidt tot een hogere affiniteit van politici met technische innovaties. 

Tot slot heeft de hernieuwde versie van het Deltaplan Valorisatie het tot onze spijt niet gehaald. Het is wat hollandbio betreft een gemiste kans om in meerdere sectoren werk te maken van valorisatie. 

← #nieuws

Een ode aan de early a(i)dopters 

,

Een revolutie herkennen als je er middenin zit: het blijft lastig. Jezelf eraan aanpassen al helemaal. Toch heb je overal koplopers, of early adopters, zoals ze in de innovatietheorie van Rogers bekend staan. Nu de AI Act is aangenomen door het Europees Parlement, en politieke overeenstemming is bereikt in de onderhandeling over de European Health Data Space brengt hollandbio graag een ode aan de early a(i)dopters, die onze ‘gezondheid op maat’-ambitie weer een stap dichterbij brengen!

Daar waar de doorbraken in de biologie samenvallen met de opkomst van AI en de razendsnel voortschrijdende automatisering en voorziet hollandbio een heuse biorevolutie. Vol enthousiasme zien we daarom dat AI haar meerwaarde op steeds meer vlakken aantoont. Zo maakt AI in de spreekkamer al een opmars en zagen radiologen bijvoorbeeld snel in dat de inzet van artificial intelligence (AI) bij de beoordeling van longfoto’s hen een hoop werk uit handen kan nemen. Ook voor de oogarts blijkt AI nu een uitkomst: zowel bij glaucoom als netvliesaandoeningen stelt AI betere diagnoses en behandelingen. En onze eigen Gezondheidsraad voorspelt inmiddels dat de screening op borstkanker binnen enkele jaren aanzienlijk verbeterd kan worden door de inzet van onder andere AI.  

Ondanks al die ‘intelligentie’ van AI, merkt Henk Marquering, hoogleraar translationele AI, dat te weinig toepassingen ook echt hun weg naar de praktijk vinden. Hij wil AI dichterbij de zorgpraktijk brengen, zo sprak hij in zijn oratie uit. Een nobel streven, vindt hollandbio. Want zelfs als we iets technisch gezien kunnen, en wettelijk gezien mogen, betekent dat niet automatisch dat de praktijk of de maatschappij ermee aan de slag gaan. Iets willen, is onze ervaring, dat blijkt ook een vak apart. Recent nog waarschuwden ethici bijvoorbeeld dat AI de zorg niet perse efficiënter gaat maken, en dat er altijd een menselijke factor aan te pas moet komen. Hoewel daar zeker een kern van waarheid in zit, komen we met enkel een behoudende blik geen stap vooruit. Ter vergelijking: in 1998 zag ook een groot deel van de Nederlandse bevolking de meerwaarde van een mobiele telefoon nog niet (ja, echt, zie hier).  

Juist in de zorg doen we dingen al jaren hetzelfde: van klinisch onderzoek tot de wijze waarop we onze zorg binnen de muren van het ziekenhuis organiseren. Maar wat als we met data en AI juist die lange en kostbare processen nou eens van een opfrisser kunnen voorzien? Zouden we er niet voor kunnen zorgen dat mensen sneller, beter, en meer op maat van gezondheid bediend worden, door de zorg slimmer te organiseren? Hollandbio wil toewerken naar een lerend zorgsysteem en ziet daar met AI veel kansen toe. Of, zoals Charles Darwin sprak: “Het is niet de sterkste soort die overleeft, noch de meest intelligente. Het is degene die zich het beste kan aanpassen.”  

← #nieuws

Het uur U voor het Nederlandse vestigingsklimaat

,

Diverse media schreven de afgelopen weken over de dreigende teloorgang van het Nederlandse vestigingsklimaat en de gevolgen daarvan op nationale iconen en hoogtechnologische koplopers. Stenen des aanstoots zijn recente plannen voor het versoberen van de innovatiebox, het beperken van de instroom van buitenlandse studenten, de inperking van de 30%-regeling en het belasten van de inkoop van eigen aandelen. In het Financieel Dagblad verscheen een opiniestuk van UvA-hoogleraren die zien dat het vertrouwen van het Nederlandse bedrijfsleven in het vestigingsklimaat al een deuk heeft opgelopen, en dat het nodig is dat Tweede Kamer en overheid zich verbinden aan voorspelbaar en stimulerend beleid voor de langere termijn.

Op hetzelfde moment zoomde NRC in op waarom Nederland en Europa in het landsbelang juist stappen voorwaarts moeten zetten, in plaats van op het vestigingsklimaat te beknibbelen vanuit politieke scoringsdrang. Op het gebied van hoogtechnologische bedrijvigheid begint Europa fors achter te lopen op zwaargewichten Amerika en China. Met regels lopen we weliswaar voorop, maar zonder bijbehorende stimulansen is dat natuurlijk niet genoeg. De status quo gaat huidige hoogtechnologische koplopers noch in Europa en Nederland houden, noch nieuwe koplopers voortbrengen.

In het oog van de media-orkaan vinden we ASML: de Nederlandse halfgeleidergigant die in de top 50 van meest waardevolle bedrijven ter wereld staat en die niemand wil verliezen aan een lonkend buitenland. Maar Nederland is de thuisbasis van veel meer spelers van formaat, zoals de vele biotech parels in hollandbio’s groeiende achterban. Ook voor hen ligt in de wereld aan de voeten, en is de kwaliteit van ons vestigingsklimaat de lijm die de bedrijven aan ons land verbindt. Hollandbio roept de Tweede Kamer en de overheid dan ook op blijvend werk te maken van een vruchtbare voedingsbodem waarop hoogtechnologische (biotech)bedrijven groeien en bloeien. De Nationale Technologiestrategie, het Groeimarkten rapport en de Trendanalyse Biotechnologie bieden volop handelingsperspectief om een welkome haven te zijn en blijven voor de koplopers van vandaag en morgen.

← #nieuws

(N)evergreening: vijftig tinten groen

,

Iedereen die aan de lange route van lab naar patiënt begint zet erop in: een baanbrekend nieuw geneesmiddel ontwikkelen dat vele levens redt. De realiteit blijkt echter anders. Innovatie gaat veel vaker met kleine stapjes, dan met grote sprongen voorwaarts. Vooruitgang kent daarbij vele vormen: meer gezondheidswinst, minder bijwerkingen, meer gebruiksgemak, of betere productiewijzen. En al lijken die kleine stapjes individueel niet heel indrukwekkend, samen kunnen ze toch zomaar tot een totaal nieuw levensperspectief voor patiënten leiden.  

Het Zorginstituut lijkt die kleine stapjes voorwaarts helaas vooral als iets negatiefs te zien, zo blijkt uit de opdracht waarmee ze adviesbureau SiRM op pad stuurden. In plaats van de consultants te vragen hoe het Zorginstituut als hoeder van het verzekerde pakket het beste om kan gaan met de continue introductie van verbeterde versies van geneesmiddelen, kregen zij de vraag om ‘de impact van evergreening en de rol van het Zorginstituut’ te onderzoeken. Zowel de aanleiding, de vraagstelling, de onderzoeksopzet als het resulterende rapport lijken vooral bedoeld om een onwenselijk fenomeen te duiden en om uiting te geven aan morele verontwaardiging over die vermaledijde ‘strategie van fabrikanten om hun medicijnen langer exclusief op de markt te houden. Zodat ze er een hogere prijs voor kunnen vragen.’

Nu willen we het bestaan van evergreening helemaal niet ontkennen. Na het succesvol doorlopen van de lange, kostbare en risicovolle route van lab naar patiënt, is er fabrikanten veel aan gelegen om zo lang mogelijk zoveel mogelijk geld te verdienen met een innovatief geneesmiddel. Sterker nog, dat wordt zelfs van ze verwacht door alle geldschieters die de risicovolle ontwikkeling van geneesmiddelen mogelijk maken. Ieder investeert weliswaar in gezondheid, maar ook om een mooi rendement te maken, of het nu publieke investeerders als Invest-NL, pensioenfondsen of door en door commerciële private venture capital fondsen zijn. En hoe spijtig ook, een bestaand product optimaliseren is nou eenmaal makkelijker en minder risicovol dan iets compleet nieuws ontwikkelen.

De wijze waarop het Zorginstituut en SiRM alle incrementele innovatie over één kam lijken te scheren als evergreening zit ons weldegelijk dwars. Het fenomeen wordt neergezet als een strategie puur gedreven door winstmaximalisatie, met de samenleving en patiënt als willoze dupe. Terwijl er in realiteit vijftig tinten groen zijn, ook mét volop meerwaarde, voor zowel patiënt als betaler. Want hoewel een patiënt misschien weinig merkt van een duurzamer productieproces, mag de overgang van een ziekenhuisinfuus naar een pil toch een significante verbetering heten. Ook leidt incrementele innovatie tot meer waar voor ons geld. In tijden waarin eigenlijk alles duurder wordt, mag het een wonder heten dat verbeterde producten hetzelfde geprijsd zijn als hun voorloper. In plaats daarvan hekelt het rapport enkel misgelopen besparingen.

Het polariserende frame van evergreening leidt vooral ook af van de achterliggende objectieve vraag, die weldegelijk terecht en relevant is: wanneer vinden we een verbeterd product zijn prijs, of het mislopen van besparingen, waard, en wanneer niet? Willen we alleen betalen voor een groter klinisch effect, of bijvoorbeeld ook voor gebruikersgemak? Als schot voor de boeg: het lijkt ons niet meer dan logisch dat we bereid zijn om wel meer te betalen voor een sprong voorwaarts, maar niet voor een mooiere verpakking.

Of het nu gaat om revolutionaire nieuwe behandelingen of incrementele verbeteringen, de vraag of waarde in verhouding staat tot prijs is gelukkig wel de core business van het Zorginstituut – in tegenstelling tot octrooirecht en marktexclusiviteit. In plaats van zich te verliezen in het veroordelen van vijftig tinten groen, had ook deze schoenmaker beter bij zijn leest kunnen blijven: het objectief beoordelen van producten op hun merites. Met patent of zonder patent, innovatief of generiek, dat zou voor het advies geen enkel verschil moeten maken. Sterker nog, door al dat gemopper over verkoopstrategieën dreigt het marktprincipe dat altijd de doorslag geeft bijna onder te sneeuwen: wie betaalt, bepaalt. Doe er uw voordeel mee.