Afgelopen week was het zover: Nederland had de primeur met de allereerste proeverij van gecultiveerd vlees in de Europese Unie. In het bijzijn van nationale en internationale pers, zette een panel van fijnproevers hun tanden in Meatable’s worstje. En dan de hamvraag: hoe smaakten die worstjes dan? Nou gewoon, als worst. Ira van Eelen, een van de gelukkige proevers, deelde haar ervaring aan tafel bij Beau en de NOS, en de NRC (achter betaalmuur) wijdde een uitgebreid artikel aan dit duurzame, slachtvrije en smaakvolle worstje. Het is opmaat naar hopelijk veel meer proeverijen met gecultiveerd vlees.
Overheden kunnen het beste private projecten met grote maatschappelijke baten en jonge of kleine bedrijven financieren, zo luidt de belangrijkste aanbeveling van het Centraal Planbureau (CPB) in een recent advies aan de overheid. Hollandbio kan eigenlijk geen betere doelgroep bedenken dan de toonaangevende biotechnologiebedrijven die ons land rijk is, omdat zij bij uitstek grote maatschappelijke baten leveren in de vorm van nieuwe geneesmiddelen, betere gewassen en milieuvriendelijke materialen en voor het overgrote deel bestaan uit start-, scale-ups en MKB’ers. Wij kunnen dan ook niet wachten totdat de overheden deze en andere aanbevelingen van het CPB ter harte neemt in aankomende evaluaties van financieringsinstrumenten en in nieuw beleid.
Het rapport van het CPB biedt handvatten voor het doeltreffend inzetten en ontwerpen van publieke projectfinanciering. Denk daarbij aan directe subsidies, publiek durfkapitaal, overheidsleningen en kredietgaranties en voorbeelden zoals het Nationaal Groeifonds en Invest-NL. Volgens het CPB komt uit de wetenschappelijke literatuur naar voren dat publieke projectfinanciering zich voornamelijk moet richten op projecten met grote positieve externe effecten en maatschappelijke baten. Daarnaast kan publieke projectfinanciering ook nuttig voor jonge en kleine bedrijven die lastig aan financiering kunnen komen, terwijl het project dat zij willen opstarten wel rendabel kan zijn.
Een andere aanbeveling die het CPB doet als het gaat om onderinvestering, is dat verschillende vormen van financieringstekorten bij bedrijven vragen om verschillende instrumenten. Zo kunnen directe subsidies innovatie bevorderen en de kans op vervolgfinanciering vanuit de private sector vergroten, terwijl overheidsleningen en kredietgaranties jonge bedrijven kunnen helpen een periode met weinig of geen bedrijfsresultaten te overbruggen. Verder lijkt het CPB het logisch om voor publieke financiering van private projecten met grote maatschappelijke baten een lager rendement dan de markt te eisen. Een deel van het rendement voor de overheid zijn namelijk juist die maatschappelijke baten van het project.
Hollandbio leest in het rapport en de aanbevelingen van het CPB veel aanknopingspunten terug voor overheden die kunnen helpen om biotechnologiebedrijven, die hoofdzakelijk uit jonge en kleine bedrijven bestaan en grote maatschappelijke baten willen bewerkstelligen met hun innovaties, een stap verder te helpen. Dat is nodig ook, want biotech ondernemers lopen bij uitstek aan tegen een valley of death in het Nederlandse en Europese financieringslandschap waardoor zij vertraging oplopen of zelfs stranden. Een slimmere en betere inzet van publieke financieringsinstrumenten kan Nederlandse biotech koplopers de hoognodige steun in de rug geven voor snelle doorgroei en het naar de maatschappij brengen van nieuwe geneesmiddelen, betere gewassen en milieuvriendelijk voedsel en materialen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-04-09 21:24:182024-04-09 21:26:58CPB: investeer als overheid in startende en doorgroeiende bedrijven en bedrijven met grote maatschappelijke baten← #nieuws
Hollandbio connects, represents and supports the Dutch biotech sector. We are very proud to represent more than 270 companies: from start-ups, small and medium-sized enterprises to large companies, active in health, nutrition or biobased economy. Today we welcome our newest member, Bio-Connect, a company that links the Benelux biotech industry to life science and diagnostic reagent manufacturers worldwide.
Since 2004, Bio-Connect has successfully developed a network that embodies their slogan, we Connect you, linking laboratories and the biotech industry throughout the Benelux region to life science and diagnostic reagent manufacturers worldwide. Bio-Connect’s portfolio features products from a range of internationally recognized brands and manufacturers, making us a convenient one-stop-shop for research and development in the fields of biotechnology, molecular biology, genetics, immunology, cell biology, neuroscience, and related areas.
A distinguishing feature of Bio-Connect is their commitment to customer service and technical expertise. Their in-house technical team, alongside their account managers and sales representatives, all have science-based backgrounds. This team of experts enables them not just to act as a supplier but as a partner to researchers. They offer advice on product selection, application guidance, and troubleshooting, ensuring that their customers can proceed with their experiments and studies effectively and efficiently.
In addition, sustainability and ethical business practices are key concerns for Bio-Connect. They are ISO 9001:2015andISO 14001:2015 certified, underscoring their commitment to quality management and environmental stewardship. Overall, Bio-Connect, headquartered in Huissen, the Netherlands, stands out for its dedication to supporting the advancement of science and research, its strong focus on customer satisfaction, and its commitment to sustainability.
By providing high-quality products and services, we play a crucial role in the biotech ecosystem, helping to facilitate breakthroughs that can lead to better health outcomes and an improved understanding of the biological world.
Why Choose Us?
Order all your lifescience and diagnostic reagents at just one address
Preferred supplier in the academic and industrial market
Bio-Connect supports you in Dutch, English and French
ISO 9001:2015 and ISO 14001:2015 certified
Quickly find the right product for your research in our user-friendly webshop
Let’s Work Together!
Over 6,5 million products from more than 130 global contracted suppliers
In-house advanced technical knowledge and practical expertise
If you cannot disclose your needs without an NDA, we are very willing to set one up
Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financiële middelen voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Na de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) en Invest-NL, nemen we deze keer de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) onder de loep.
Hoewel de WBSO strikt genomen geen financieringsinstrument is, is de fiscale regeling weldegelijk een belangrijk instrument voor biotech bedrijven. De regeling vergoedt een deel van gemaakte kosten voor onderzoek en ontwikkeling (R&D) en draagt daarmee direct bij aan het stimuleren van innovatie. Aangezien R&D de drijvende kracht is achter biotech innovatie, heeft de WBSO veel impact op de biotech sector. Het jaarverslag 2022 laat zien dat de WBSO ruim €246 miljoen euro aan voordeel, zogeheten afdrachtsvermindering, heeft opgeleverd voor maar liefst 618 biotech bedrijven. Het aantal biotech bedrijven dat dankbaar gebruik maakt van de WBSO is de afgelopen jaren gestegen, en daarmee ook de totale afdrachtsvermindering.
Hollandbio ziet de WBSO als een cruciale stimulans voor alle innovatieve Nederlandse bedrijven. Wat de regeling bovendien extra waardevol maakt, is het percentage MKB-bedrijven dat profiteert: 96% van het totaal aantal. Dit is tekenend voor de toegankelijkheid van het instrument. Bovendien is het vermeldenswaardig dat mede door de inspanningen van hollandbio de WBSO in 2022 geïndexeerd is en er dus een inflatiecorrectie op het budget heeft plaatsgevonden.
Om tot deze publicatie te komen, hebben we de categorieën “Biotechnologie” en “Medische Wetenschappen & Farma” samengenomen, maar andere categorieën buiten beschouwing gelaten, ondanks dat biotech daar mogelijk ook een beperkt aandeel in heeft. Het is dus waarschijnlijk dat het daadwerkelijke aandeel van biotech bedrijven in de WBSO groter is dan weergegeven.
Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?
Na haar Masteropleiding stond Judith Vivié voor de bekende vraag: ga ik verder de wetenschap in en een PhD doen of kies ik een ander pad? Gelukkig diende zich een duidelijke richting aan: “Binnen het Hubrecht Instituut kreeg ik de kans om met het opzetten van een Single Cell Facility mijn passie voor wetenschap en laboratoriumwerk voort te zetten, en tegelijkertijd ook mensen te helpen.” Het succes van de faciliteit en de grote vraag naar hun diensten legde de basis voor de oprichting van Single Cell Discoveries in 2018, samen met Mauro Muraro.
Judith was toen zij begon met Single Cell Discoveries pas 26 jaar, iets wat haar nooit heeft tegengehouden in haar keuze om voor het ondernemerschap. Wel kwam ze de nodigde obstakels tegen: “Bij heel veel van de kleine stappen die je zet als ondernemer, loop je telkens tegen de lamp en moet je leren van je fouten.” Hoewel Judith geen ervaring had met het runnen van een bedrijf en wat daar allemaal bij komt kijken, had ze als jonge ondernemer wel een gunfactor en maakte ze dankbaar gebruik van hulp uit verschillende hoeken. Zo hielp bijvoorbeeld Oncode Instituut met ervaring, netwerk en een kleine lening.
Onder het ondernemerschap van Judith en Mauro is Single Cell Discoveries in slechts zes jaar tijd uitgegroeid van een startend bedrijf met twee oprichters in 2018 tot een bloeiende onderneming met 37 werknemers in 2024. En zoals het gaat met snelgroeiende organisaties, verandert er dan snel en veel. “We hebben moeten leren om niet door elk brandje afgeleid te raken, maar echt on the business te blijven zitten en te bepalen waar we heen moeten met zijn allen.”
Die snelle groei bracht ook andere gevolgen met zich mee, of zoals Judith het verwoordt: “Alle mogelijke vormen van groeipijn die beschreven staan zijn bij ons langsgekomen”. Een fysieke vorm van die groeipijn kwam tot uiting in de zoektocht naar een nieuw, eigen lab en kantoorruimte. De zoektocht bleek uitdagender dan verwacht, maar met een portie out-of-the-box ideeën, een meedenkende investeerder en een flinke dosis doorzettingsvermogen werd een pand zonder labfaciliteiten omgetoverd tot een ideale locatie voor verdere groei van Single Cell Discoveries. Al ging dat, zoals vaak in de biotech, niet zonder slag of stoot: “Ze zeiden dat het bloed, zweet en tranen zou kosten en dat was ook zo.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2025/03/hollandbio_highlights_vervolg_vivie╠u.png4221268Websols Servicedeskhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgWebsols Servicedesk2024-04-03 16:33:232025-04-30 10:13:59Ze zeiden dat het bloed, zweet en tranen zou kosten en dat was ook zo.← #nieuws
Na een jarenlange en forse stijging van de tijd die het duurt voordat nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis terecht komen, zien we dit jaar voor het eerst een voorzichtig positief signaal: de stijging – hoewel nog steeds aanwezig – vlakt af. Door onderzoek te doen naar de route van lab naar praktijk en hoe lang de verschillende stappen duren draagt hollandbio bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelregistratie en vergoeding. Helaas is er niet voor alle geneesmiddelen positief nieuws. Voor sluisgeneesmiddelen is het tij nog niet gekeerd.
Elk jaar doet hollandbio onderzoek naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Een cruciale stap, want met een add-onprestatie regelen we hoe geneesmiddelen bij de zorgverzekeraar gedeclareerd kunnen worden. Zonder deze declaratiemogelijkheid zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Maar let wel: met alleen een add-onprestatie ben je er nog niet. Óf een geneesmiddel daadwerkelijk vergoed wordt is een andere overweging, aan zorgverzekeraars of – in het geval van sluismiddelen – aan onze overheid. De gepresenteerde data geeft daarmee een minimale schatting, een ondergrens, van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.
Stijging vlakt af
Patiënten wachten gemiddeld bijna 300 dagen tot een nieuw geneesmiddel declarabel is. Tussen 2019 en 2023 lukte het slechts 8 geneesmiddelen om binnen 100 dagen na registratie een add-on te krijgen. In 2023 kwam dit zelfs helemaal niet voor. Toch zien we bij hollandbio ook lichtpuntjes: al blijven de doorlooptijden stijgen, de stijging vlakt wel af: van 2019 tot en met 2021 steeg de mediane doorlooptijd met 39% van 189 tot 263 dagen. Van 2021 tot en met 2023 groeide de mediaan tot 296 dagen, goed voor een stijging van 12%. Voor sommige producten lijkt zelf een daling ingezet. Een trendbreuk, die wij graag verder zien doorzetten – het liefst voor alle producten.
Slecht nieuws voor sluismiddelen
Als we verder inzoomen op de data zien we helaas ook dat de afvlakking niet voor alle geneesmiddelen geldt. De doorlooptijden van geneesmiddelen die in de sluis zitten, stijgen onverminderd door. In 2019 duurde het mediaan 187 dagen voor deze geneesmiddelen een add-on kregen, nu is dat 409 dagen. Wat we in deze data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die zich nog in het proces richting add-on bevinden, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. En dat dat er een aantal zijn, laat onze monitor wel zien: sinds onze update van vorig jaar is het aantal middelen dat in de sluis zit namelijk meer dan verdubbeld: van 27 naar 55 stuks. Deze stijging belooft in onze optiek weinig goeds – reden te meer om snel tot oplossingen te komen om tussentijdse toegang te waarborgen. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio daar graag aan meewerkt.
Hollandbio verbindt, vertegenwoordigt en ondersteunt de Nederlandse life sciences sector. We zijn supertrots dat we al meer dan 270 bedrijven vertegenwoordigen: van start-ups, midden- en kleinbedrijven tot grote bedrijven, actief in gezondheid, voeding of biobased economy. Vandaag verwelkomen we ons nieuwste lid, OctoRelease, dat middels het aanbieden van onderzoeksdiensten op het gebied van projectmanagement, QP-certificering en regelgeving, biotech bedrijven begeleidt in de succesvolle ontwikkeling van geneesmiddelen.
OctoRelease gelooft in het creëren van sterke partnerschappen om uw reis in de ontwikkeling van geneesmiddelen te ondersteunen. Vanaf de formuleringsontwikkeling tot aan de validatie van analytische methoden, stabiliteitsstudies, vrijgifte van uw eindproduct en opstellen van IMPD/IND (CMC) documentatie voor uw klinische studie, staat ons toegewijde team klaar om u te begeleiden naar het succesvol produceren van stabiele geneesmiddelen die voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen en wettelijke eisen.
Met OctoRelease als uw partner kunt u rekenen op:
– Deskundige begeleiding en ondersteuning gedurende het hele ontwikkelingsproces
– Zekerheid en transparantie in elke stap van uw project
– Verhoogde efficiëntie en gestroomlijnde processen voor een snellere doorlooptijd van uw klinische onderzoeken
Waarom OctoRelease?
Onze toewijding aan kwaliteitsborging en wettelijke conformiteit loopt als een rode draad door elke fase van de klinische toeleveringsketen. Vanaf de inkoop van grondstoffen tot de productie van het eindproduct, houden we ons aan strenge normen en voeren we uitgebreide audits uit om ervoor te zorgen dat uw producten voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen.
Ontwikkelingen bij OctoRelease
We zijn verheugd om aan te kondigen dat OctoRelease momenteel bezig is met het verkrijgen van zijn eigen fabrikantenvergunning. Deze belangrijke mijlpaal markeert een nieuw tijdperk voor ons bedrijf, waarmee we ons positioneren als een toonaangevende aanbieder van uitgebreide klinische onderzoekoplossingen, inclusief zowel ontwikkeling als productie. Met deze vergunning zullen we twee Qualified Persons (QP’s) hebben om het vervaardigde uiteindelijke drug product te certificeren dat wordt gebruikt in uw klinische onderzoeken.
Wat betekent dit voor u?
Het verkrijgen van een eigen fabrikanten vergunning is een complex en tijdrovend proces, en OctoRelease is in staat om het proces van wettelijke en kwaliteitsconformiteit voor onze klanten hiermee te stroomlijnen. Hierdoor bespaart u waardevolle tijd en middelen en kunnen wij ons nog meer concentreren op onze missie: het bieden van hoogwaardige klinische onderzoeksdiensten die voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen.
Met de biorevolutie in volle gang hebben het Ministerie van Economische Zaken (EZK) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gelegenheid te baat genomen om de kansen die er liggen voor Nederland tijdens een werkbezoek aan en met biotech koplopers bij Genmab in Utrecht van dichtbij te ervaren en te bediscussiëren.
Biotech innovaties maken mens en planeet gezonder en dragen bij aan ons verdienvermogen. Maar die innovaties naar de markt brengen, is kennis- en kapitaalintensief en de weg naar de markt is bezaaid met obstakels. Dit vraagt om beleid met visie en een slimme uitvoering. Getuige de plaats van biotech in de Nationale Technologie Strategie en de plannen voor een integrale visie op biotechnologie is onze overheid van plan om gas te geven. En van wie kan je beter leren wat er nodig is dan van biotech ondernemers zelf? Tijd voor een werkbezoek, in dit geval bij Genmab in Utrecht.
In gloedvolle betogen zetten Judith Oprins (Vice President, Head of Global Lab Management & Site Lead NL) namens Genmab en maar liefst drie CEO’s, Tim Knotnerus van Agomab Therapeutics, Kristoff Vercruysse van TargED Biopharmaceuticals en Marcel Jacobs van Matisse Pharmaceuticals, uiteen waar zij de uitdagingen en mogelijkheden zien in Nederland.
Tijdens de daaropvolgende discussie onder leiding van hollandbio’s Annemiek met de delegatie van EZK en RVO en de bedrijven zelf, bleek dat er nu ook al veel instrumenten zijn voor biotech in Nederland. Wat bedrijven en wij daarin zien gebeuren, is dat dat de uitvoering helaas niet altijd aansluit bij de praktijk. Dan lijkt het meer op gas geven met de voet op de rem. En zoals we allemaal weten, kom je in dat geval niet uit de startblokken.
De komende tijd zal hollandbio in nauwe samenwerking met EZK, RVO en bedrijven aan de slag gaan om bestaande instrumenten slimmer en beter te laten aansluiten bij de specifieke wensen van de sector en natuurlijk om gezamenlijk te werken aan een integrale visie die ervoor zorgt dat biotech voor iedereen het leven beter maakt.
Tijdens het recente Tweeminutendebat Biotechnologie nam de Tweede Kamer een drietal moties aan die – al dan niet bewust – flink roet in het eten gooien voor het spoedig benutten van nieuwe technieken voor plantenveredeling (NGTs) in Europa. Met het aannemen van deze moties vraagt de Kamer het kabinet als het gaat om onze voedselproductie net zo hard op het gaspedaal als op de rem te gaan staan. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte.
De vele toonaangevende plantenveredelaars die Nederland rijk is, staan te trappelen om eindelijk moderne technieken te kunnen benutten om sneller en efficiënter nieuwe gewassen te ontwikkelen die bijdragen aan de wereldwijde voedselvoorziening en verduurzaming van de landbouw. Door buitenproportioneel zware en gedateerde Europese wet- en regelgeving bleven nieuwe genetische precisietools als CRISPR-Cas tot nu toe buiten bereik, terwijl de rest van de wereld wél ruim baan maakt voor innovatieve veredeling. De concurrentiepositie van Europa holt daardoor hard achteruit. Voor een landbouwland als Nederland valt daarmee nogal wat te verliezen.
Gelukkig is onze overheid zich maar wat bewust van het belang van NGTs voor de toekomst van onze landbouw: Nederland maakt zich al jaren hard voor modernisering van de Europese wetgeving. En met succes. Het Europees Parlement keurde begin februari haar onderhandelingspositie goed rond het NGT-voorstel van de Europese Commissie, een eerste grote stap richting een akkoord op Europees niveau. Een grote overwinning voor wetenschap, voor onze innovatiekracht én voor de duurzaamheidsambities. Hollandbio kijkt reikhalzend uit naar de dag dat de supermarkten vol met gezonde, lekkere en duurzaam geteelde biotech producten liggen.
Als het aan de Kamer ligt, laat die dag nog jaren op zich wachten. Niet langer omdat we de moderne technieken discrimineren ten opzichte van ouderwetse manieren van veredeling, maar nu omdat de gedachte aan octrooien angst inboezemt. De regels rondom intellectueel eigendom maken géén deel uit van de wetgeving die op dit moment gemoderniseerd wordt om NGTs toegankelijk te maken, maar liggen vast in Europese wetgeving en internationale verdragen. Dat het inbrengen van een discussie over octrooien in een voorstel voor ruimere mogelijkheden voor NGTs alleen maar leidt tot complicaties en jarenlange vertraging, neemt de Tweede Kamer voor lief. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte.
Innovatie valt of staat met de mogelijkheid om forse investeringen in risicovol onderzoek en ontwikkeling terug te kunnen verdienen. In de plantenveredeling is dat niet anders. Intellectueel eigendom maakt dat mogelijk: in ruil voor openbaarmaking van je kennis zodat anderen daarop voort kunnen innoveren, kun je bescherming aanvragen op jouw uitvinding, zodat niemand daar zonder jouw toestemming mee aan de haal mag gaan. Zaadveredelaars gebruiken verschillende methoden om hun intellectueel eigendom te beschermen, waarvan kwekersrecht en octrooirecht de belangrijkste zijn.
Octrooi- en kwekersrecht lijken erg op elkaar, maar hebben elk hun eigen toepassing, mogelijkheden en onmogelijkheden. Soms is het gekozen systeem een kwestie van voorkeur, terwijl sommige uitvindingen alleen te beschermen zijn met het octrooirecht, of juist alleen met het kwekersrecht. Toch staan alleen octrooien in een kwaad daglicht, mede door de decennialange lobby van organisaties die met een slim frame van voedselzekerheid innovatieve technieken buiten de deur wilden houden. Met resultaat, zo blijkt ook nu weer.
Niemand zal het belang ontkennen van een goede toegankelijkheid van uitgangsmaterialen, noch van de continue ontwikkeling van nieuwe rassen. Dat vergt balans: intellectueel eigendom mag toegankelijkheid niet blokkeren, maar moet wel genoeg bescherming bieden om gedane investeringen terug te verdienen. Dat vindt ook de Europese Commissie, die in reactie op de zorgen toezegde de octrooiverlening op planteneigenschappen scherp te zullen monitoren en indien nodig maatregelen te treffen. Daarvoor zijn diverse mogelijkheden, zoals een internationaal licentieplatform waarmee de veredelingssector al eerder ervaring opdeed.
Naast de premature timing en de onuitvoerbaarheid van de moties, zoals EZK-minister Adriaansens in haar appreciatie terecht opmerkte, is het uit angst verbieden van octrooien op NGT-planten, als schieten met een kanon op een mug. Een heilloze route, die niet zonder gevolgen zal blijven – zo blijkt ook meteen uit de derde aangenomen motie die de Nederlandse regering opdraagt in de EU tegen het NGT-voorstel te stemmen totdat de resultaten bekend zijn uit onderzoek dat in 2025 of 2026 afgerond is. De grootste nachtmerrie van veredelaars, dat Europa niet meer dan het museum van de plantenveredeling zal zijn, wordt daarmee steeds meer werkelijkheid. Onze veredelaars kunnen voorlopig fluiten naar hun ambitie om concurrerend te blijven.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-03-26 17:09:392024-03-26 20:28:41Liever lege supermarktschappen dan octrooien
Of je (kweek)worst lust
Wereld mét toekomst, Voedsel en materialen, UitgelichtAfgelopen week was het zover: Nederland had de primeur met de allereerste proeverij van gecultiveerd vlees in de Europese Unie. In het bijzijn van nationale en internationale pers, zette een panel van fijnproevers hun tanden in Meatable’s worstje. En dan de hamvraag: hoe smaakten die worstjes dan? Nou gewoon, als worst. Ira van Eelen, een van de gelukkige proevers, deelde haar ervaring aan tafel bij Beau en de NOS, en de NRC (achter betaalmuur) wijdde een uitgebreid artikel aan dit duurzame, slachtvrije en smaakvolle worstje. Het is opmaat naar hopelijk veel meer proeverijen met gecultiveerd vlees.
CPB: investeer als overheid in startende en doorgroeiende bedrijven en bedrijven met grote maatschappelijke baten
InnovatieklimaatOverheden kunnen het beste private projecten met grote maatschappelijke baten en jonge of kleine bedrijven financieren, zo luidt de belangrijkste aanbeveling van het Centraal Planbureau (CPB) in een recent advies aan de overheid. Hollandbio kan eigenlijk geen betere doelgroep bedenken dan de toonaangevende biotechnologiebedrijven die ons land rijk is, omdat zij bij uitstek grote maatschappelijke baten leveren in de vorm van nieuwe geneesmiddelen, betere gewassen en milieuvriendelijke materialen en voor het overgrote deel bestaan uit start-, scale-ups en MKB’ers. Wij kunnen dan ook niet wachten totdat de overheden deze en andere aanbevelingen van het CPB ter harte neemt in aankomende evaluaties van financieringsinstrumenten en in nieuw beleid.
Het rapport van het CPB biedt handvatten voor het doeltreffend inzetten en ontwerpen van publieke projectfinanciering. Denk daarbij aan directe subsidies, publiek durfkapitaal, overheidsleningen en kredietgaranties en voorbeelden zoals het Nationaal Groeifonds en Invest-NL. Volgens het CPB komt uit de wetenschappelijke literatuur naar voren dat publieke projectfinanciering zich voornamelijk moet richten op projecten met grote positieve externe effecten en maatschappelijke baten. Daarnaast kan publieke projectfinanciering ook nuttig voor jonge en kleine bedrijven die lastig aan financiering kunnen komen, terwijl het project dat zij willen opstarten wel rendabel kan zijn.
Een andere aanbeveling die het CPB doet als het gaat om onderinvestering, is dat verschillende vormen van financieringstekorten bij bedrijven vragen om verschillende instrumenten. Zo kunnen directe subsidies innovatie bevorderen en de kans op vervolgfinanciering vanuit de private sector vergroten, terwijl overheidsleningen en kredietgaranties jonge bedrijven kunnen helpen een periode met weinig of geen bedrijfsresultaten te overbruggen. Verder lijkt het CPB het logisch om voor publieke financiering van private projecten met grote maatschappelijke baten een lager rendement dan de markt te eisen. Een deel van het rendement voor de overheid zijn namelijk juist die maatschappelijke baten van het project.
Hollandbio leest in het rapport en de aanbevelingen van het CPB veel aanknopingspunten terug voor overheden die kunnen helpen om biotechnologiebedrijven, die hoofdzakelijk uit jonge en kleine bedrijven bestaan en grote maatschappelijke baten willen bewerkstelligen met hun innovaties, een stap verder te helpen. Dat is nodig ook, want biotech ondernemers lopen bij uitstek aan tegen een valley of death in het Nederlandse en Europese financieringslandschap waardoor zij vertraging oplopen of zelfs stranden. Een slimmere en betere inzet van publieke financieringsinstrumenten kan Nederlandse biotech koplopers de hoognodige steun in de rug geven voor snelle doorgroei en het naar de maatschappij brengen van nieuwe geneesmiddelen, betere gewassen en milieuvriendelijk voedsel en materialen.
Hollandbio welcomes Bio-Connect
HollandbioHollandbio connects, represents and supports the Dutch biotech sector. We are very proud to represent more than 270 companies: from start-ups, small and medium-sized enterprises to large companies, active in health, nutrition or biobased economy. Today we welcome our newest member, Bio-Connect, a company that links the Benelux biotech industry to life science and diagnostic reagent manufacturers worldwide.
Since 2004, Bio-Connect has successfully developed a network that embodies their slogan, we Connect you, linking laboratories and the biotech industry throughout the Benelux region to life science and diagnostic reagent manufacturers worldwide. Bio-Connect’s portfolio features products from a range of internationally recognized brands and manufacturers, making us a convenient one-stop-shop for research and development in the fields of biotechnology, molecular biology, genetics, immunology, cell biology, neuroscience, and related areas.
A distinguishing feature of Bio-Connect is their commitment to customer service and technical expertise. Their in-house technical team, alongside their account managers and sales representatives, all have science-based backgrounds. This team of experts enables them not just to act as a supplier but as a partner to researchers. They offer advice on product selection, application guidance, and troubleshooting, ensuring that their customers can proceed with their experiments and studies effectively and efficiently.
In addition, sustainability and ethical business practices are key concerns for Bio-Connect. They are ISO 9001:2015 and ISO 14001:2015 certified, underscoring their commitment to quality management and environmental stewardship. Overall, Bio-Connect, headquartered in Huissen, the Netherlands, stands out for its dedication to supporting the advancement of science and research, its strong focus on customer satisfaction, and its commitment to sustainability.
By providing high-quality products and services, we play a crucial role in the biotech ecosystem, helping to facilitate breakthroughs that can lead to better health outcomes and an improved understanding of the biological world.
Why Choose Us?
Order all your lifescience and diagnostic reagents at just one address
Let’s Work Together!
Biotech financiering onder de loep: WBSO
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtVraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financiële middelen voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Na de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) en Invest-NL, nemen we deze keer de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) onder de loep.
Hoewel de WBSO strikt genomen geen financieringsinstrument is, is de fiscale regeling weldegelijk een belangrijk instrument voor biotech bedrijven. De regeling vergoedt een deel van gemaakte kosten voor onderzoek en ontwikkeling (R&D) en draagt daarmee direct bij aan het stimuleren van innovatie. Aangezien R&D de drijvende kracht is achter biotech innovatie, heeft de WBSO veel impact op de biotech sector. Het jaarverslag 2022 laat zien dat de WBSO ruim €246 miljoen euro aan voordeel, zogeheten afdrachtsvermindering, heeft opgeleverd voor maar liefst 618 biotech bedrijven. Het aantal biotech bedrijven dat dankbaar gebruik maakt van de WBSO is de afgelopen jaren gestegen, en daarmee ook de totale afdrachtsvermindering.
Hollandbio ziet de WBSO als een cruciale stimulans voor alle innovatieve Nederlandse bedrijven. Wat de regeling bovendien extra waardevol maakt, is het percentage MKB-bedrijven dat profiteert: 96% van het totaal aantal. Dit is tekenend voor de toegankelijkheid van het instrument. Bovendien is het vermeldenswaardig dat mede door de inspanningen van hollandbio de WBSO in 2022 geïndexeerd is en er dus een inflatiecorrectie op het budget heeft plaatsgevonden.
Om tot deze publicatie te komen, hebben we de categorieën “Biotechnologie” en “Medische Wetenschappen & Farma” samengenomen, maar andere categorieën buiten beschouwing gelaten, ondanks dat biotech daar mogelijk ook een beperkt aandeel in heeft. Het is dus waarschijnlijk dat het daadwerkelijke aandeel van biotech bedrijven in de WBSO groter is dan weergegeven.
Ze zeiden dat het bloed, zweet en tranen zou kosten en dat was ook zo.
Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?
Na haar Masteropleiding stond Judith Vivié voor de bekende vraag: ga ik verder de wetenschap in en een PhD doen of kies ik een ander pad? Gelukkig diende zich een duidelijke richting aan: “Binnen het Hubrecht Instituut kreeg ik de kans om met het opzetten van een Single Cell Facility mijn passie voor wetenschap en laboratoriumwerk voort te zetten, en tegelijkertijd ook mensen te helpen.” Het succes van de faciliteit en de grote vraag naar hun diensten legde de basis voor de oprichting van Single Cell Discoveries in 2018, samen met Mauro Muraro.
Judith was toen zij begon met Single Cell Discoveries pas 26 jaar, iets wat haar nooit heeft tegengehouden in haar keuze om voor het ondernemerschap. Wel kwam ze de nodigde obstakels tegen: “Bij heel veel van de kleine stappen die je zet als ondernemer, loop je telkens tegen de lamp en moet je leren van je fouten.” Hoewel Judith geen ervaring had met het runnen van een bedrijf en wat daar allemaal bij komt kijken, had ze als jonge ondernemer wel een gunfactor en maakte ze dankbaar gebruik van hulp uit verschillende hoeken. Zo hielp bijvoorbeeld Oncode Instituut met ervaring, netwerk en een kleine lening.
Onder het ondernemerschap van Judith en Mauro is Single Cell Discoveries in slechts zes jaar tijd uitgegroeid van een startend bedrijf met twee oprichters in 2018 tot een bloeiende onderneming met 37 werknemers in 2024. En zoals het gaat met snelgroeiende organisaties, verandert er dan snel en veel. “We hebben moeten leren om niet door elk brandje afgeleid te raken, maar echt on the business te blijven zitten en te bepalen waar we heen moeten met zijn allen.”
Die snelle groei bracht ook andere gevolgen met zich mee, of zoals Judith het verwoordt: “Alle mogelijke vormen van groeipijn die beschreven staan zijn bij ons langsgekomen”. Een fysieke vorm van die groeipijn kwam tot uiting in de zoektocht naar een nieuw, eigen lab en kantoorruimte. De zoektocht bleek uitdagender dan verwacht, maar met een portie out-of-the-box ideeën, een meedenkende investeerder en een flinke dosis doorzettingsvermogen werd een pand zonder labfaciliteiten omgetoverd tot een ideale locatie voor verdere groei van Single Cell Discoveries. Al ging dat, zoals vaak in de biotech, niet zonder slag of stoot: “Ze zeiden dat het bloed, zweet en tranen zou kosten en dat was ook zo.”
Vergoeding intramurale geneesmiddelen
Publicaties, Geneesmiddelen en therapieënHollandbio publiceert update doorlooptijden geneesmiddelen
Gezondheid op maat, Gezondheid, Uitgelicht, ProgrammaNa een jarenlange en forse stijging van de tijd die het duurt voordat nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis terecht komen, zien we dit jaar voor het eerst een voorzichtig positief signaal: de stijging – hoewel nog steeds aanwezig – vlakt af. Door onderzoek te doen naar de route van lab naar praktijk en hoe lang de verschillende stappen duren draagt hollandbio bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelregistratie en vergoeding. Helaas is er niet voor alle geneesmiddelen positief nieuws. Voor sluisgeneesmiddelen is het tij nog niet gekeerd.
Elk jaar doet hollandbio onderzoek naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Een cruciale stap, want met een add-onprestatie regelen we hoe geneesmiddelen bij de zorgverzekeraar gedeclareerd kunnen worden. Zonder deze declaratiemogelijkheid zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Maar let wel: met alleen een add-onprestatie ben je er nog niet. Óf een geneesmiddel daadwerkelijk vergoed wordt is een andere overweging, aan zorgverzekeraars of – in het geval van sluismiddelen – aan onze overheid. De gepresenteerde data geeft daarmee een minimale schatting, een ondergrens, van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.
Stijging vlakt af
Patiënten wachten gemiddeld bijna 300 dagen tot een nieuw geneesmiddel declarabel is. Tussen 2019 en 2023 lukte het slechts 8 geneesmiddelen om binnen 100 dagen na registratie een add-on te krijgen. In 2023 kwam dit zelfs helemaal niet voor. Toch zien we bij hollandbio ook lichtpuntjes: al blijven de doorlooptijden stijgen, de stijging vlakt wel af: van 2019 tot en met 2021 steeg de mediane doorlooptijd met 39% van 189 tot 263 dagen. Van 2021 tot en met 2023 groeide de mediaan tot 296 dagen, goed voor een stijging van 12%. Voor sommige producten lijkt zelf een daling ingezet. Een trendbreuk, die wij graag verder zien doorzetten – het liefst voor alle producten.
Slecht nieuws voor sluismiddelen
Als we verder inzoomen op de data zien we helaas ook dat de afvlakking niet voor alle geneesmiddelen geldt. De doorlooptijden van geneesmiddelen die in de sluis zitten, stijgen onverminderd door. In 2019 duurde het mediaan 187 dagen voor deze geneesmiddelen een add-on kregen, nu is dat 409 dagen. Wat we in deze data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die zich nog in het proces richting add-on bevinden, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. En dat dat er een aantal zijn, laat onze monitor wel zien: sinds onze update van vorig jaar is het aantal middelen dat in de sluis zit namelijk meer dan verdubbeld: van 27 naar 55 stuks. Deze stijging belooft in onze optiek weinig goeds – reden te meer om snel tot oplossingen te komen om tussentijdse toegang te waarborgen. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio daar graag aan meewerkt.
Hollandbio verwelkomt OctoRelease
HollandbioHollandbio verbindt, vertegenwoordigt en ondersteunt de Nederlandse life sciences sector. We zijn supertrots dat we al meer dan 270 bedrijven vertegenwoordigen: van start-ups, midden- en kleinbedrijven tot grote bedrijven, actief in gezondheid, voeding of biobased economy. Vandaag verwelkomen we ons nieuwste lid, OctoRelease, dat middels het aanbieden van onderzoeksdiensten op het gebied van projectmanagement, QP-certificering en regelgeving, biotech bedrijven begeleidt in de succesvolle ontwikkeling van geneesmiddelen.
OctoRelease gelooft in het creëren van sterke partnerschappen om uw reis in de ontwikkeling van geneesmiddelen te ondersteunen. Vanaf de formuleringsontwikkeling tot aan de validatie van analytische methoden, stabiliteitsstudies, vrijgifte van uw eindproduct en opstellen van IMPD/IND (CMC) documentatie voor uw klinische studie, staat ons toegewijde team klaar om u te begeleiden naar het succesvol produceren van stabiele geneesmiddelen die voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen en wettelijke eisen.
Met OctoRelease als uw partner kunt u rekenen op:
– Deskundige begeleiding en ondersteuning gedurende het hele ontwikkelingsproces
– Zekerheid en transparantie in elke stap van uw project
– Verhoogde efficiëntie en gestroomlijnde processen voor een snellere doorlooptijd van uw klinische onderzoeken
Waarom OctoRelease?
Onze toewijding aan kwaliteitsborging en wettelijke conformiteit loopt als een rode draad door elke fase van de klinische toeleveringsketen. Vanaf de inkoop van grondstoffen tot de productie van het eindproduct, houden we ons aan strenge normen en voeren we uitgebreide audits uit om ervoor te zorgen dat uw producten voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen.
Ontwikkelingen bij OctoRelease
We zijn verheugd om aan te kondigen dat OctoRelease momenteel bezig is met het verkrijgen van zijn eigen fabrikantenvergunning. Deze belangrijke mijlpaal markeert een nieuw tijdperk voor ons bedrijf, waarmee we ons positioneren als een toonaangevende aanbieder van uitgebreide klinische onderzoekoplossingen, inclusief zowel ontwikkeling als productie. Met deze vergunning zullen we twee Qualified Persons (QP’s) hebben om het vervaardigde uiteindelijke drug product te certificeren dat wordt gebruikt in uw klinische onderzoeken.
Wat betekent dit voor u?
Het verkrijgen van een eigen fabrikanten vergunning is een complex en tijdrovend proces, en OctoRelease is in staat om het proces van wettelijke en kwaliteitsconformiteit voor onze klanten hiermee te stroomlijnen. Hierdoor bespaart u waardevolle tijd en middelen en kunnen wij ons nog meer concentreren op onze missie: het bieden van hoogwaardige klinische onderzoeksdiensten die voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen.
Gas geven, niet remmen! EZK & RVO ontmoeten biotech frontrunners bij Genmab
IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, Innovatieklimaat, UitgelichtMet de biorevolutie in volle gang hebben het Ministerie van Economische Zaken (EZK) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gelegenheid te baat genomen om de kansen die er liggen voor Nederland tijdens een werkbezoek aan en met biotech koplopers bij Genmab in Utrecht van dichtbij te ervaren en te bediscussiëren.
Biotech innovaties maken mens en planeet gezonder en dragen bij aan ons verdienvermogen. Maar die innovaties naar de markt brengen, is kennis- en kapitaalintensief en de weg naar de markt is bezaaid met obstakels. Dit vraagt om beleid met visie en een slimme uitvoering. Getuige de plaats van biotech in de Nationale Technologie Strategie en de plannen voor een integrale visie op biotechnologie is onze overheid van plan om gas te geven. En van wie kan je beter leren wat er nodig is dan van biotech ondernemers zelf? Tijd voor een werkbezoek, in dit geval bij Genmab in Utrecht.
In gloedvolle betogen zetten Judith Oprins (Vice President, Head of Global Lab Management & Site Lead NL) namens Genmab en maar liefst drie CEO’s, Tim Knotnerus van Agomab Therapeutics, Kristoff Vercruysse van TargED Biopharmaceuticals en Marcel Jacobs van Matisse Pharmaceuticals, uiteen waar zij de uitdagingen en mogelijkheden zien in Nederland.
Tijdens de daaropvolgende discussie onder leiding van hollandbio’s Annemiek met de delegatie van EZK en RVO en de bedrijven zelf, bleek dat er nu ook al veel instrumenten zijn voor biotech in Nederland. Wat bedrijven en wij daarin zien gebeuren, is dat dat de uitvoering helaas niet altijd aansluit bij de praktijk. Dan lijkt het meer op gas geven met de voet op de rem. En zoals we allemaal weten, kom je in dat geval niet uit de startblokken.
De komende tijd zal hollandbio in nauwe samenwerking met EZK, RVO en bedrijven aan de slag gaan om bestaande instrumenten slimmer en beter te laten aansluiten bij de specifieke wensen van de sector en natuurlijk om gezamenlijk te werken aan een integrale visie die ervoor zorgt dat biotech voor iedereen het leven beter maakt.
Liever lege supermarktschappen dan octrooien
Wereld mét toekomst, Voedsel en materialen, UitgelichtTijdens het recente Tweeminutendebat Biotechnologie nam de Tweede Kamer een drietal moties aan die – al dan niet bewust – flink roet in het eten gooien voor het spoedig benutten van nieuwe technieken voor plantenveredeling (NGTs) in Europa. Met het aannemen van deze moties vraagt de Kamer het kabinet als het gaat om onze voedselproductie net zo hard op het gaspedaal als op de rem te gaan staan. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte.
De vele toonaangevende plantenveredelaars die Nederland rijk is, staan te trappelen om eindelijk moderne technieken te kunnen benutten om sneller en efficiënter nieuwe gewassen te ontwikkelen die bijdragen aan de wereldwijde voedselvoorziening en verduurzaming van de landbouw. Door buitenproportioneel zware en gedateerde Europese wet- en regelgeving bleven nieuwe genetische precisietools als CRISPR-Cas tot nu toe buiten bereik, terwijl de rest van de wereld wél ruim baan maakt voor innovatieve veredeling. De concurrentiepositie van Europa holt daardoor hard achteruit. Voor een landbouwland als Nederland valt daarmee nogal wat te verliezen.
Gelukkig is onze overheid zich maar wat bewust van het belang van NGTs voor de toekomst van onze landbouw: Nederland maakt zich al jaren hard voor modernisering van de Europese wetgeving. En met succes. Het Europees Parlement keurde begin februari haar onderhandelingspositie goed rond het NGT-voorstel van de Europese Commissie, een eerste grote stap richting een akkoord op Europees niveau. Een grote overwinning voor wetenschap, voor onze innovatiekracht én voor de duurzaamheidsambities. Hollandbio kijkt reikhalzend uit naar de dag dat de supermarkten vol met gezonde, lekkere en duurzaam geteelde biotech producten liggen.
Als het aan de Kamer ligt, laat die dag nog jaren op zich wachten. Niet langer omdat we de moderne technieken discrimineren ten opzichte van ouderwetse manieren van veredeling, maar nu omdat de gedachte aan octrooien angst inboezemt. De regels rondom intellectueel eigendom maken géén deel uit van de wetgeving die op dit moment gemoderniseerd wordt om NGTs toegankelijk te maken, maar liggen vast in Europese wetgeving en internationale verdragen. Dat het inbrengen van een discussie over octrooien in een voorstel voor ruimere mogelijkheden voor NGTs alleen maar leidt tot complicaties en jarenlange vertraging, neemt de Tweede Kamer voor lief. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte.
Innovatie valt of staat met de mogelijkheid om forse investeringen in risicovol onderzoek en ontwikkeling terug te kunnen verdienen. In de plantenveredeling is dat niet anders. Intellectueel eigendom maakt dat mogelijk: in ruil voor openbaarmaking van je kennis zodat anderen daarop voort kunnen innoveren, kun je bescherming aanvragen op jouw uitvinding, zodat niemand daar zonder jouw toestemming mee aan de haal mag gaan. Zaadveredelaars gebruiken verschillende methoden om hun intellectueel eigendom te beschermen, waarvan kwekersrecht en octrooirecht de belangrijkste zijn.
Octrooi- en kwekersrecht lijken erg op elkaar, maar hebben elk hun eigen toepassing, mogelijkheden en onmogelijkheden. Soms is het gekozen systeem een kwestie van voorkeur, terwijl sommige uitvindingen alleen te beschermen zijn met het octrooirecht, of juist alleen met het kwekersrecht. Toch staan alleen octrooien in een kwaad daglicht, mede door de decennialange lobby van organisaties die met een slim frame van voedselzekerheid innovatieve technieken buiten de deur wilden houden. Met resultaat, zo blijkt ook nu weer.
Niemand zal het belang ontkennen van een goede toegankelijkheid van uitgangsmaterialen, noch van de continue ontwikkeling van nieuwe rassen. Dat vergt balans: intellectueel eigendom mag toegankelijkheid niet blokkeren, maar moet wel genoeg bescherming bieden om gedane investeringen terug te verdienen. Dat vindt ook de Europese Commissie, die in reactie op de zorgen toezegde de octrooiverlening op planteneigenschappen scherp te zullen monitoren en indien nodig maatregelen te treffen. Daarvoor zijn diverse mogelijkheden, zoals een internationaal licentieplatform waarmee de veredelingssector al eerder ervaring opdeed.
Naast de premature timing en de onuitvoerbaarheid van de moties, zoals EZK-minister Adriaansens in haar appreciatie terecht opmerkte, is het uit angst verbieden van octrooien op NGT-planten, als schieten met een kanon op een mug. Een heilloze route, die niet zonder gevolgen zal blijven – zo blijkt ook meteen uit de derde aangenomen motie die de Nederlandse regering opdraagt in de EU tegen het NGT-voorstel te stemmen totdat de resultaten bekend zijn uit onderzoek dat in 2025 of 2026 afgerond is. De grootste nachtmerrie van veredelaars, dat Europa niet meer dan het museum van de plantenveredeling zal zijn, wordt daarmee steeds meer werkelijkheid. Onze veredelaars kunnen voorlopig fluiten naar hun ambitie om concurrerend te blijven.