Je gezondheid wordt steeds minder waard. In weerwil van stijgende uitgaven aan zorg, heeft de overheid steeds minder geld over voor een gezond levensjaar. Dat bedrag staat namelijk al sinds 2006 op hetzelfde peil, terwijl de inflatie sindsdien bijna 50 procent bedraagt. Onze gezondheid is dan ook hard toe aan een inflatiecorrectie.
In 2006 onderzocht de Raad voor Volksgezondheid en Zorg zich wat we bereid zijn te betalen voor een extra levensjaar in goede gezondheid, bijvoorbeeld gewonnen door een nieuwe behandeling zoals een geneesmiddel. Afhankelijk van hoe ernstig ziek je was, publiceerde de Raad een betalingsbereidheid van €20.000, €50.000 of €80.000. Voor het genezen van kanker hebben we bijvoorbeeld meer over dan voor het verminderen van astma, of het voorkomen van ziekte.
Terug naar 2024. Sinds 2006 zijn door inflatie alle prijzen flink gestegen, met bijna 50%. Zo verdienen verpleegkundigen die in het ziekenhuis werken, in 2024 bijna 50% meer dan in 2006. Gek genoeg groeide de waardering van onze gezondheid niet met de inflatie mee. Was dit wel zo geweest, dan hadden we nu €30.000, €75.000 of €120.000 over voor elk extra jaar in goede gezondheid. Kortom: onze gezondheid wordt jaar op jaar steeds minder waard.
Ondanks die kleinere betalingsbereidheid, introduceren bedrijven steeds meer nieuwe geneesmiddelen tegen steeds meer ziektes, voor steeds meer patiënten. De gemiddelde uitgaven per patiënt aan geneesmiddelen bleven de afgelopen jaren nagenoeg gelijk. Ondertussen stijgen andere zorgkosten wel door, waardoor we nu in verhouding tot het totaal aan zorguitgaven minder aan medicijnen uitgeven dan in 2006. Daarmee leveren geneesmiddelenontwikkelaars elk jaar meer gezondheid per bestede euro. Een prestatie van jewelste! Toch staan de kranten vooral bol van de problemen: vastlopende onderhandelingen, vertragingen en volop verwijten over en weer. Nederlandse patiënten zijn de dupe.
De bedragen die de Raad in 2006 op een rij zette, spelen een belangrijke rol bij de keuze of de zorgverzekering een nieuw geneesmiddel vergoedt. De vastlopende toegankelijkheid van geneesmiddelen roept de vraag op waarom we de waarde van een gewonnen levensjaar niet óók zouden koppelen aan inflatie, net zoals boodschappen, huren en salarissen. In aanloop naar een nieuw kabinet buigen diverse werkgroepen zich over een mogelijke herziening van de bedragen uit 2006. Maar in plaats van de broodnodige bijstelling naar boven, lijkt de overheid zich voor te bereiden op verlaging van de waarde die we aan gezondheid toekennen, in een poging de stijgende uitgaven aan de zorg te beperken.
Ondanks alle ambities van onze overheid op het vlak van preventie en zorg, blijkt onze gezondheid in de praktijk steeds minder waard. Met een ongekend zorginfarct in het vooruitzicht moeten we niet beknibbelen op, maar juist fors investeren in de gezondheid van onze vergrijzende bevolking. Innovatie, of het nu gaat om geneesmiddelen, vaccins of betere diagnostiek, is daarbij onmisbaar om steeds meer burgers gezond te houden of beter te maken. Een fikse inflatiecorrectie op het bedrag dat we als maatschappij bereid zijn te betalen voor een gewonnen levensjaar in goede gezondheid, is daarbij een eerlijke en logische stap.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandbio2024-05-28 15:10:472024-05-29 10:30:25Opinie: Gezondheid is steeds minder waard← #nieuws
In opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voerde Wageningen Economic Research (WEcR) een onderzoek uit om de inspanningen van de overheid op het stimuleren van (precisie)fermentatie in kaart te brengen en de drempels waar Nederlandse koplopers op innovatieve fermentatie tegenaan lopen te identificeren. Hollandbio was betrokken bij de uitvoering van deze opdracht waarbij verscheidene biotech bedrijven input hebben geleverd.
Het rapport is onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd onder begeleiding van een Kamerbrief van LNV-minister Adema en bevat zes thema’s: novel food wetgeving, wetgeving en beleid op genetisch gemodificeerde organismen (GGO); marktontwikkeling en financiering; R&D en infrastructuur; human resources; sociale acceptatie en ethiek.
In het rapport roept het bedrijfsleven de overheid op om een actievere rol te nemen in het ondersteunen van de samenwerking, om de wetgeving aan te passen en om te investeren in innovatie en opschaling. Uit het onderzoek is ook duidelijk geworden dat de overheid al actief werkt het adresseren van verschillende sectorale uitdagingen, waarbij het van belang is om hierover met sectorvertegenwoordigers en de bedrijven in gesprek te blijven. Hollandbio zal daarom ook in de toekomst zich actief inzetten om deze gesprekken te blijven organiseren zodat we de drempels zo veel mogelijk wegnemen en van Nederland een koploper maken op innovatieve (precisie)fermentatie.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-05-21 21:45:462024-05-21 21:45:48Overheid wil aan de slag met stimuleren innovatieve (precisie)fermentatie ← #nieuws
Onder het motto ‘Hoop, lef en trots’ presenteerden de PVV, VVD, NSC en BBB afgelopen week hun hoofdlijnenakkoord voor 2024 tot en met 2028. Waar een dergelijk akkoord normaal gesproken zo goed als het eindpunt is van een formatie, staan de partijen de komende weken nog voor een flinke opgave met de zoektocht naar een minister-president en andere bewindspersonen voor een nieuw kabinet. In de tussentijd maakt hollandbio vast de stand op, want wat zijn de hoofdlijnen voor de biotech sector in het akkoord en de financiële bijlage, en hoe verhouden die zich tot het Biotech Verkiezingsmanifest?
Als het gaat om de gezondheidszorg en onderwerpen die relevant zijn voor de medische biotech, valt op dat geneesmiddelen alleen specifiek aan bod komen in het kader van het aanhouden van voorraden van essentiële zaken. Rond preventie komt het kabinet met een nieuwe, samenhangende aanpak voor beleid op vaccins, in het bijzonder ook voor de bescherming van kinderen, en wil zij preventie meer centraal stellen voor gezondheidsverbetering, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag.
Kijkend naar innovaties uit biotech die een bijdrage leveren aan een milieuvriendelijker Nederland, valt op dat het hoofdlijnenakkoord vooral veel aandacht heeft voor de traditionele landbouw, visserij en veeteelt. Ze trekt het stifkstofbeleid in en hoewel de klimaatdoelen overeind blijven, bezuinigen de formerende partijen flink op het Klimaatfonds. Er is geen aandacht voor specifieke biotech innovaties rond plantenveredeling, biobased materialen of innovatieve eiwitbronnen.
Rond het innovatieklimaat zijn in het hoofdlijnenakkoord vooral algemene besluiten terug te lezen en weinig tot geen verwijzingen naar specifieke technologieën of sectoren. Zo annuleren de partijen ronde 4 en 5 uit het Nationaal Groeifonds, terwijl zij wel € 1 miljard extra geven aan Invest-NL. Op arbeidsmigratie zijn harde woorden te lezen, maar onduidelijk blijft wat dit betekent voor kenniswerkers. Wel willen de partijen prioriteit geven aan talent, kenniseconomie, innovatie en (digitale) infrastructuur om te zorgen dat Nederland behoort tot de top vijf van landen met een goede concurrentiepositie. Verder rept het hoofdlijnenakkoord dat we af moeten van knellende regelgeving en dat Nederland geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid zet en waar mogelijk bestaande koppen schrapt.
In de komende tijd houdt hollandbio de ontwikkelingen rond de invulling van een nieuw kabinet scherp in de gaten, waarbij we blijven inzetten op een stevige rol voor de Nederlandse biotech in het bijdragen aan maatschappelijke en economische vooruitgang.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-05-21 16:48:362024-05-21 16:48:56Hoofdlijnen uit de formatie voor biotech← #nieuws
De komst van geneesmiddelen die overgewicht en obesitas aanpakken veroorzaakt een paradigmaverschuiving in de complexe problematiek rondom ziekten die substantieel beïnvloed worden door leefstijl en sociaal-maatschappelijke factoren. Om het maatschappelijke debat te bevorderen, publiceerde het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) recent een argumentenwijzer waarin het de voors en tegens van het vergoeden én de wenselijkheid van gewichtsverlagende medicatie op een rij zet. En al is hollandbio groot voorstander van een gezond debat, toch zit dit ons niet helemaal lekker.
Recent vatte het NRC ruim een eeuw aan onderzoek naar overgewicht samen in deze dikke pil. Wat blijkt: heb je eenmaal obesitas (gehad), dan keert je vetweefsel nooit meer terug naar zijn oude, gezonde toestand. Dat maakt leefstijl dé belangrijkste pijler om problemen te voorkomen. Maar voor wie voorkomen een gepasseerd station is, komt dankzij jarenlange investeringen in kennis, innovatie en ontwikkeling nu eindelijk effectieve gewichtsverlagende medicatie beschikbaar. De wereldwijde vraag is ongekend groot.
Programma’s om overgewicht en obesitas met leefstijlinterventies tegen te gaan zijn tot dusver slechts beperkt effectief, mede door de samenhang met allerlei andere maatschappelijke problemen, waaronder ook armoede en een leefomgeving die bepaald niet uitnodigt tot bewegen en gezond eten, zo stelt het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) in de recent gepubliceerde argumentenwijzer ‘Door dik en dun?’. Met de argumentenwijzer wil het CEG het belang van een bredere politieke en maatschappelijke dialoog over de vergoeding van gewichtsverlagende geneesmiddelen onderstrepen en de kwaliteit van het debat bevorderen. Naast betaalbaarheid moet ook de wenselijkheid een plaats krijgen in de brede waardenafweging, aldus het CEG.
De beschikbaarheid van gewichtsverlagende medicatie veroorzaakt een paradigmashift in een vraagstuk dat een veelheid aan uiteenlopende disciplines al jarenlang bezighoudt, vooralsnog met beperkt effect en zonder zicht op een structurele oplossing. Geen wonder, en goed bovendien, dat dit een fikse maatschappelijke discussie aanwakkert. Toch zit die discussie ons niet helemaal lekker. Misschien zijn onze tenen door het voortslepende gepolariseerde debat over geneesmiddelen te lang gegroeid, maar ondanks de evidente doorbraak die ze vertegenwoordigen lijken geneesmiddelen alsnog een beetje de kop van jut. Net nu we eindelijk iets in handen hebben dat daadwerkelijk verlichting kan bieden in het terugdringen van overgewicht en obesitas – gaan we het gesprek aan over de wenselijkheid van medicatie. En voor alle duidelijkheid: zo’n geneesmiddel komt niet uit de lucht komt vallen, daar gaan jaren aan onderzoek en ontwikkeling aan vooraf.
Ondanks de oproep van de CEG om wenselijkheid mee te wegen, zit de crux van het debat hem -zoals wel vaker- grotendeels op het vlak van vergoeding. Wie mag er -vanuit ons solidaire zorgstelsel- vergoed en wel aanspraak maken op medicatie tegen een aandoening met een leefstijlcomponent? Waar trekken we de grens? En houden we onszelf daar dan ook allemaal aan? In een omstreden documentaire van PowNed was afgelopen week te zien dat juist in de spreekkamer bij een arts een hellend vlak kan ontstaan, wanneer ook mensen met slechts een paar kilootjes meer een onsje minder willen. Niets menselijks is ons vreemd. Ons lijken de door artsen zelf opgestelde richtlijnen een uitstekende leidraad om het kaf van het koren te scheiden. De oplossing is, hoe moeilijk ook, nee zeggen tegen oneigenlijk gebruik, in plaats van medicatie integraal als niet wenselijk afdoen.
Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Ook wij willen armoede en sociaal economische gezondheidsverschillen liever vandaag dan morgen de wereld uit helpen en zijn voor een leefomgeving die gezond eten en leven de makkelijkste optie maakt. Daar mogen we wat ons betreft veel sterker en consistenter op inzetten dan nu het geval is. Maar, om nog eens een ouderwets spreekwoord van stal te halen: Lieverkoekjes worden helaas niet gebakken. De leefstijl-inzet is een kwestie van de lange adem, terwijl vele mensen én de zorg vandaag al zuchten onder de gevolgen van obesitas. Medicatie is misschien niet de heilige graal – en zelfs niet de ideale oplossing, maar kan de druk weldegelijk direct verlichten. Waar nu vooral stijgende omzet en publieke uitgaven aan de geneesmiddelen in het oog springen, zien we wat hollandbio betreft over een tijdje hopelijk ook de maatschappelijke opbrengst terug: fittere mensen, lagere ziektelast en verlichting voor zorg én zorgkosten.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-05-21 16:39:562024-05-29 10:29:59Lieverkoekjes worden niet gebakken← #nieuws
‘€30 miljoen ondersteuning mkb’ers en onderzoekers biomedische innovatie’, lazen we afgelopen week op Rijksoverheid.nl. De vlag ging bijna uit bij hollandbio, want passende financiering is van levensbelang voor het succes van de sector. Na lezing van de voorwaarden van de nieuwe Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) sloeg de twijfel echter toe. Het valt nog maar te bezien of de complexe en gekunstelde constructie van een private lening en een publieke subsidie een aanwinst is voor het biotech mkb.
Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een harde voorwaarde om de potentie van biotech te benutten. Hollandbio zet zich daar elke dag voor in. Niet verwonderlijk dat we de aankondiging van een kakelverse nieuwe financieringsmogelijkheid, de SRGO, in eerste instantie met gejuich ontvingen. Na lezing van de kleine lettertjes sloeg de twijfel echter toe.
Met de SRGO maakt de overheid € 30 miljoen vrij voor samenwerkingen tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen voor onderzoek en ontwikkeling naar een nieuw product of dienst in de regeneratieve geneeskunde. Dit doet ze via een regeling die een leningdeel voor het mkb van minimaal 60% van het aangevraagde budget combineert met een subsidie van maximaal 40% voor een kennisinstelling. Het totale aan te vragen budget moet tussen 0,5 en 3 miljoen euro liggen.
Alle goede intenties ten spijt zien we in de SRGO een verwarrende mix van Innovatiekrediet en PPS-subsidie: twee bestaande instrumenten die eveneens bedoeld zijn om innovatief biotech mkb te helpen, maar daar – om uiteenlopende redenen – niet optimaal in slagen en waarvoor hollandbio al jarenlang verbeteringen aandraagt. Waarom er voor de complexe constructie gekozen is en welk voordeel deze lening-met-gedwongen-publieke-samenwerking heeft boven het bestaande instrumentarium, is hollandbio onduidelijk. De SRGO bevat bovendien zoveel minimale en maximale percentages en bedragen, dat het alleen al uitdagend is om tot een illustratief rekenvoorbeeld te komen. En hoewel sommige voorwaarden net wat verbeterd zijn ten opzichte van bestaande regelingen, lijkt een aantal nieuwe voorwaarden haaks te staan op de wetten van de markt.
We zien het helaas vaker als het om biotech-beleid gaat: de overheid gaat gelijktijdig op het gaspedaal en de rem staan. We willen transities versnellen, zonder de status quo ter discussie stellen. Investeringen aanjagen, zonder dat daar iemand rijk mee kan worden. Innovatie stimuleren, zonder risico’s te accepteren. Het resultaat: een uitdijend geheel van visies, strategieën, agenda’s, procedures, instrumenten, toolboxen, loketten, vouchers en regelingen, die stuk voor stuk op papier het beste met de sector zeggen voor te hebben, maar die in de praktijk niet tegemoet komen aan de behoefte van biotech ondernemers en daardoor maatschappelijk succes in de weg staan.
Dat is zonde en bovendien totaal onnodig. Het kan immers ook anders, zo laten onze Zuiderburen zien. In Vlaanderen kan biotech mkb wel onverdunde, aanzienlijke subsidies krijgen, onder exact dezelfde Europese Staatssteunregels die dat in Nederland onmogelijk zouden maken. Daarbij stelt het VLAIO, het Vlaamse RVO, de harde, maar niet remmende voorwaarde dat toekomstige werkgelegenheid in Vlaanderen landt. Een absolute win-win voor overheid én bedrijf. Dus waarom zou het in Nederland dan zo ingewikkeld moeten?
Nederland heeft alles in huis om uit te groeien tot een wereldwijde biotech koploper, laten we die kans grijpen. We vragen daarbij niet zozeer om meer beleid of meer geld, maar om een vleugje lef, een snufje risicoappetijt en vooral om het slimmer en directer inzetten van bestaande middelen. Dat vergt daadkracht en samenwerking, tussen ministeries en met het bedrijfsleven, om spelregels af te spreken die voor iedereen werkbaar zijn. Samen kunnen we de stap vooruitzetten en ervoor zorgen dat we de ontwikkeling van een mooiere wereld voor de toekomstige generatie niet vertragen.
De regeling in het kort:
De SRGO ondersteuning is bedoeld voor samenwerkingen tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen voor onderzoek en ontwikkeling naar een nieuw product of dienst in de regeneratieve geneeskunde.
De aanvraag moet voor minimaal 500K euro en maximaal 3 mln euro zijn
Het MKB bedrijf moet een lening aangaan van minimaal 60% van het aangevraagde budget
Het MKB bedrijf mag de lening voor maximaal 50% van het eigen onderzoeksbudget inzetten.
Beide partijen leggen minimaal 125K euro in.
Subsidie bedraag maximaal 40% van het aangevraagde budget
Bij fundamenteel onderzoek wordt 100% subsidie toegekend, 50% bij industrieel en 25% bij experimenteel onderzoek. (definities steunkaders)
10% van de projectkosten moeten bestaan uit fundamenteel onderzoek (waarvoor dus wel 100% subsidie verleend kan worden)
Er moet aan het einde van het project een vergoeding van 15% over de lening worden betaald. (dit hoeft echter niet in 1 keer)
De rente van 3% (2024) wordt vanaf de start betaald.
De lening wordt in delen overgemaakt, de rente wordt alleen over het beschikbare deel betaald
De maximale terugbetaal termijn is 14 jaar.
Gedurende de looptijd van de lening mag het bedrijf geen uitkering doen aan aandeelhouders.
Mocht je nog vragen hebben of overwegen een aanvraag in te dienen, neem vooral contact op met ons Innovatieklimaat team: dora.menting@hollandbio.nl. Wij horen graag jullie overwegingen en helpen je waar mogelijk met onduidelijkheden of contacten.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-05-21 15:53:242024-05-21 16:46:11No go voor de SRGO?← #nieuws
Op 12 januari 2025 gaat er veel veranderen rond de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Vanaf dan moeten alle nieuwe oncologische geneesmiddelen en ATMP’s bij het aanvragen van een marktvergunning bij de EMA gelijktijdig een Joint Clinical Assessment procedure doorlopen, als eerste stap van het vergoedingsproces. In Nederland bereidt het Zorginstituut zich voor op deze nieuwe wetgeving. Benieuwd hoe het ZIN dit doet, en wat je als bedrijf kan doen om je voor te bereiden? Houd dan deze pagina in de gaten.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-05-17 10:01:372024-11-12 15:12:34Bereid je voor op de EU HTA Regulation← #ondernemershighlights
Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?
Cradle is een beetje een vreemde eend in de bijt, gevestigd in Nederland maar opererend op een Amerikaanse manier. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat het opgericht is door Nederlanders die carrière hebben gemaakt in Silicon Valley. Het leven van Stef van Grieken klinkt dan ook als een droom: van opgroeien in een klein Nederlands dorp, naar carrière maken in de tech-hoofdstad van de VS en daarna een veelbelovende start-up mede-oprichten terug in zijn geboorteland. Aanvankelijk dacht Stef na studies technische bedrijfskunde en filosofie dat politiek de manier voor hem was om de wereld een beetje beter te maken, maar al gauw kwam hij erachter dat het bouwen en ontwikkelen van producten veel beter bij hem past.
Bij Google kwam hij in een vroeg stadium in aanraking met Machine Learning. Daar leerde hij ook Eli kennen, die later een van zijn medeoprichters van Cradle zou worden en interesse had in het werken op het snijvlak van DNA en Machine Learning. Ruim honderd interviews met onderzoekers en wetenschappers verder bleef één idee hangen: het werken met data in de biologie kan en moet beter. Eiwitten hebben namelijk ontzettend veel potentie om grote wereldproblemen op te lossen. Ze zijn een soort superkleine machines, en zo kunnen ze gebruikt worden om allerlei soorten materialen efficiënt te produceren, af te breken, of ziektes te genezen. Daarom zet Cradle AI in om betere eiwitten te ontwerpen, wat lang heel kostbaar en tijdrovend was. Zoals één van de wetenschappers tijdens een interview vertelde: “99% of our experiments don’t hit our design objectives. I just don’t know which 99%.” En die 99 problems, dat is precies waar Cradle zich op is gaan richten. Cradle heeft nu doorbraken in de AI gezien waarmee dit ontwerpproces vele malen sneller en goedkoper kan, en de kans op succes veel groter wordt.
Wat opviel bij terugkeer in Nederland is het grote verschil tussen ondernemen hier en in Amerika. Stef: “Vanaf dag één werden we weggelachen in Nederland, maar gelukkig waren er genoeg Amerikanen die zeiden: ga het proberen, misschien lukt het wel!” Gevraagd naar de grootste hobbel voor Nederlandse start-ups, is hij resoluut: “Nederlandse universiteiten zijn korte termijn gierig, en zouden juist lange termijn moeten denken.” De percentages eigenaarschap die universiteiten nemen tijdens het opstarten van een bedrijf bemoeilijken de groei, waardoor uitgroei tot wereldspeler veel lastiger is – en dat moet anders. We kunnen daarbij leren van de VS, want everything’s bigger in America. Hebben we immers niet allemaal liever een klein stuk van een gigantische taart dan een groot stuk van een kleine cupcake?
Het geldt als een van de pronkstukken van de Nederlandse economie: chipmachinemaker ASML. Hoe kon zo’n bedrijf uitgroeien tot kroonjuweel, vroeg VNO-NCW’s opinieblad Forum zich af. Wat blijkt: overheidssteun en een voorloper van het Nationaal Groeifonds valt niet weg te denken uit dat succes. Of zoals Forum het verwoordt: “De overheid is geen geluksmachine. Maar het lukt de Nederlandse staat behoorlijk aardig om te helpen bij het bouwen ervan”. Alle reden om dergelijke overheidssteun te behouden.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-05-15 08:54:362024-05-15 08:54:38Zonder overheidssteun geen volgende ASML← #nieuws
Op 12 januari 2025 gaat er veel veranderen rond de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Vanaf dan moeten alle nieuwe oncologische geneesmiddelen en ATMP’s bij het aanvragen van een marktvergunning bij de EMA gelijktijdig een Joint Clinical Assessment procedure doorlopen, als eerste stap van het vergoedingsproces. In Nederland bereidt het Zorginstituut zich voor op deze nieuwe wetgeving. Benieuwd hoe het ZIN dit doet, en wat je als bedrijf kan doen om je voor te bereiden? Houd dan deze pagina in de gaten.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-05-15 08:53:282024-05-15 08:53:29Bereid je voor op de EU HTA Regulation← #nieuws
Nieuwsredacties zijn er als de kippen bij om aan te kondigen dat AstraZeneca haar coronavaccin mondiaal terugtrekt. De reden hiervoor? Overaanbod en een – gelukkig voor de maatschappij – teruglopende vraag. “Ook de winnaars van de vaccinrace lijden nu verlies”, kopte de NRC de afgelopen dagen. En al kraaide er eerder nog geen haan naar, de lekgeprikte miljardenwinsten in onze sector kondigde zich al even aan. Hoe jammer dat ook mag zijn voor de businesscase, de innovatie heeft zijn werk gedaan. De crisis is bezworen, “a job well done”, dus van ons mag de vlag uit voor deze topprestatie!
Opinie: Gezondheid is steeds minder waard
Gezondheid op maat, Gezondheid, UitgelichtJe gezondheid wordt steeds minder waard. In weerwil van stijgende uitgaven aan zorg, heeft de overheid steeds minder geld over voor een gezond levensjaar. Dat bedrag staat namelijk al sinds 2006 op hetzelfde peil, terwijl de inflatie sindsdien bijna 50 procent bedraagt. Onze gezondheid is dan ook hard toe aan een inflatiecorrectie.
In 2006 onderzocht de Raad voor Volksgezondheid en Zorg zich wat we bereid zijn te betalen voor een extra levensjaar in goede gezondheid, bijvoorbeeld gewonnen door een nieuwe behandeling zoals een geneesmiddel. Afhankelijk van hoe ernstig ziek je was, publiceerde de Raad een betalingsbereidheid van €20.000, €50.000 of €80.000. Voor het genezen van kanker hebben we bijvoorbeeld meer over dan voor het verminderen van astma, of het voorkomen van ziekte.
Terug naar 2024. Sinds 2006 zijn door inflatie alle prijzen flink gestegen, met bijna 50%. Zo verdienen verpleegkundigen die in het ziekenhuis werken, in 2024 bijna 50% meer dan in 2006. Gek genoeg groeide de waardering van onze gezondheid niet met de inflatie mee. Was dit wel zo geweest, dan hadden we nu €30.000, €75.000 of €120.000 over voor elk extra jaar in goede gezondheid. Kortom: onze gezondheid wordt jaar op jaar steeds minder waard.
Ondanks die kleinere betalingsbereidheid, introduceren bedrijven steeds meer nieuwe geneesmiddelen tegen steeds meer ziektes, voor steeds meer patiënten. De gemiddelde uitgaven per patiënt aan geneesmiddelen bleven de afgelopen jaren nagenoeg gelijk. Ondertussen stijgen andere zorgkosten wel door, waardoor we nu in verhouding tot het totaal aan zorguitgaven minder aan medicijnen uitgeven dan in 2006. Daarmee leveren geneesmiddelenontwikkelaars elk jaar meer gezondheid per bestede euro. Een prestatie van jewelste! Toch staan de kranten vooral bol van de problemen: vastlopende onderhandelingen, vertragingen en volop verwijten over en weer. Nederlandse patiënten zijn de dupe.
De bedragen die de Raad in 2006 op een rij zette, spelen een belangrijke rol bij de keuze of de zorgverzekering een nieuw geneesmiddel vergoedt. De vastlopende toegankelijkheid van geneesmiddelen roept de vraag op waarom we de waarde van een gewonnen levensjaar niet óók zouden koppelen aan inflatie, net zoals boodschappen, huren en salarissen. In aanloop naar een nieuw kabinet buigen diverse werkgroepen zich over een mogelijke herziening van de bedragen uit 2006. Maar in plaats van de broodnodige bijstelling naar boven, lijkt de overheid zich voor te bereiden op verlaging van de waarde die we aan gezondheid toekennen, in een poging de stijgende uitgaven aan de zorg te beperken.
Ondanks alle ambities van onze overheid op het vlak van preventie en zorg, blijkt onze gezondheid in de praktijk steeds minder waard. Met een ongekend zorginfarct in het vooruitzicht moeten we niet beknibbelen op, maar juist fors investeren in de gezondheid van onze vergrijzende bevolking. Innovatie, of het nu gaat om geneesmiddelen, vaccins of betere diagnostiek, is daarbij onmisbaar om steeds meer burgers gezond te houden of beter te maken. Een fikse inflatiecorrectie op het bedrag dat we als maatschappij bereid zijn te betalen voor een gewonnen levensjaar in goede gezondheid, is daarbij een eerlijke en logische stap.
Overheid wil aan de slag met stimuleren innovatieve (precisie)fermentatie
Voedsel en materialenIn opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voerde Wageningen Economic Research (WEcR) een onderzoek uit om de inspanningen van de overheid op het stimuleren van (precisie)fermentatie in kaart te brengen en de drempels waar Nederlandse koplopers op innovatieve fermentatie tegenaan lopen te identificeren. Hollandbio was betrokken bij de uitvoering van deze opdracht waarbij verscheidene biotech bedrijven input hebben geleverd.
Het rapport is onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd onder begeleiding van een Kamerbrief van LNV-minister Adema en bevat zes thema’s: novel food wetgeving, wetgeving en beleid op genetisch gemodificeerde organismen (GGO); marktontwikkeling en financiering; R&D en infrastructuur; human resources; sociale acceptatie en ethiek.
In het rapport roept het bedrijfsleven de overheid op om een actievere rol te nemen in het ondersteunen van de samenwerking, om de wetgeving aan te passen en om te investeren in innovatie en opschaling. Uit het onderzoek is ook duidelijk geworden dat de overheid al actief werkt het adresseren van verschillende sectorale uitdagingen, waarbij het van belang is om hierover met sectorvertegenwoordigers en de bedrijven in gesprek te blijven. Hollandbio zal daarom ook in de toekomst zich actief inzetten om deze gesprekken te blijven organiseren zodat we de drempels zo veel mogelijk wegnemen en van Nederland een koploper maken op innovatieve (precisie)fermentatie.
Hoofdlijnen uit de formatie voor biotech
Wereld mét toekomst, Gezondheid op maat, IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, UitgelichtOnder het motto ‘Hoop, lef en trots’ presenteerden de PVV, VVD, NSC en BBB afgelopen week hun hoofdlijnenakkoord voor 2024 tot en met 2028. Waar een dergelijk akkoord normaal gesproken zo goed als het eindpunt is van een formatie, staan de partijen de komende weken nog voor een flinke opgave met de zoektocht naar een minister-president en andere bewindspersonen voor een nieuw kabinet. In de tussentijd maakt hollandbio vast de stand op, want wat zijn de hoofdlijnen voor de biotech sector in het akkoord en de financiële bijlage, en hoe verhouden die zich tot het Biotech Verkiezingsmanifest?
Als het gaat om de gezondheidszorg en onderwerpen die relevant zijn voor de medische biotech, valt op dat geneesmiddelen alleen specifiek aan bod komen in het kader van het aanhouden van voorraden van essentiële zaken. Rond preventie komt het kabinet met een nieuwe, samenhangende aanpak voor beleid op vaccins, in het bijzonder ook voor de bescherming van kinderen, en wil zij preventie meer centraal stellen voor gezondheidsverbetering, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag.
Kijkend naar innovaties uit biotech die een bijdrage leveren aan een milieuvriendelijker Nederland, valt op dat het hoofdlijnenakkoord vooral veel aandacht heeft voor de traditionele landbouw, visserij en veeteelt. Ze trekt het stifkstofbeleid in en hoewel de klimaatdoelen overeind blijven, bezuinigen de formerende partijen flink op het Klimaatfonds. Er is geen aandacht voor specifieke biotech innovaties rond plantenveredeling, biobased materialen of innovatieve eiwitbronnen.
Rond het innovatieklimaat zijn in het hoofdlijnenakkoord vooral algemene besluiten terug te lezen en weinig tot geen verwijzingen naar specifieke technologieën of sectoren. Zo annuleren de partijen ronde 4 en 5 uit het Nationaal Groeifonds, terwijl zij wel € 1 miljard extra geven aan Invest-NL. Op arbeidsmigratie zijn harde woorden te lezen, maar onduidelijk blijft wat dit betekent voor kenniswerkers. Wel willen de partijen prioriteit geven aan talent, kenniseconomie, innovatie en (digitale) infrastructuur om te zorgen dat Nederland behoort tot de top vijf van landen met een goede concurrentiepositie. Verder rept het hoofdlijnenakkoord dat we af moeten van knellende regelgeving en dat Nederland geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid zet en waar mogelijk bestaande koppen schrapt.
In de komende tijd houdt hollandbio de ontwikkelingen rond de invulling van een nieuw kabinet scherp in de gaten, waarbij we blijven inzetten op een stevige rol voor de Nederlandse biotech in het bijdragen aan maatschappelijke en economische vooruitgang.
Lieverkoekjes worden niet gebakken
GezondheidDe komst van geneesmiddelen die overgewicht en obesitas aanpakken veroorzaakt een paradigmaverschuiving in de complexe problematiek rondom ziekten die substantieel beïnvloed worden door leefstijl en sociaal-maatschappelijke factoren. Om het maatschappelijke debat te bevorderen, publiceerde het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) recent een argumentenwijzer waarin het de voors en tegens van het vergoeden én de wenselijkheid van gewichtsverlagende medicatie op een rij zet. En al is hollandbio groot voorstander van een gezond debat, toch zit dit ons niet helemaal lekker.
Recent vatte het NRC ruim een eeuw aan onderzoek naar overgewicht samen in deze dikke pil. Wat blijkt: heb je eenmaal obesitas (gehad), dan keert je vetweefsel nooit meer terug naar zijn oude, gezonde toestand. Dat maakt leefstijl dé belangrijkste pijler om problemen te voorkomen. Maar voor wie voorkomen een gepasseerd station is, komt dankzij jarenlange investeringen in kennis, innovatie en ontwikkeling nu eindelijk effectieve gewichtsverlagende medicatie beschikbaar. De wereldwijde vraag is ongekend groot.
Programma’s om overgewicht en obesitas met leefstijlinterventies tegen te gaan zijn tot dusver slechts beperkt effectief, mede door de samenhang met allerlei andere maatschappelijke problemen, waaronder ook armoede en een leefomgeving die bepaald niet uitnodigt tot bewegen en gezond eten, zo stelt het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) in de recent gepubliceerde argumentenwijzer ‘Door dik en dun?’. Met de argumentenwijzer wil het CEG het belang van een bredere politieke en maatschappelijke dialoog over de vergoeding van gewichtsverlagende geneesmiddelen onderstrepen en de kwaliteit van het debat bevorderen. Naast betaalbaarheid moet ook de wenselijkheid een plaats krijgen in de brede waardenafweging, aldus het CEG.
De beschikbaarheid van gewichtsverlagende medicatie veroorzaakt een paradigmashift in een vraagstuk dat een veelheid aan uiteenlopende disciplines al jarenlang bezighoudt, vooralsnog met beperkt effect en zonder zicht op een structurele oplossing. Geen wonder, en goed bovendien, dat dit een fikse maatschappelijke discussie aanwakkert. Toch zit die discussie ons niet helemaal lekker. Misschien zijn onze tenen door het voortslepende gepolariseerde debat over geneesmiddelen te lang gegroeid, maar ondanks de evidente doorbraak die ze vertegenwoordigen lijken geneesmiddelen alsnog een beetje de kop van jut. Net nu we eindelijk iets in handen hebben dat daadwerkelijk verlichting kan bieden in het terugdringen van overgewicht en obesitas – gaan we het gesprek aan over de wenselijkheid van medicatie. En voor alle duidelijkheid: zo’n geneesmiddel komt niet uit de lucht komt vallen, daar gaan jaren aan onderzoek en ontwikkeling aan vooraf.
Ondanks de oproep van de CEG om wenselijkheid mee te wegen, zit de crux van het debat hem -zoals wel vaker- grotendeels op het vlak van vergoeding. Wie mag er -vanuit ons solidaire zorgstelsel- vergoed en wel aanspraak maken op medicatie tegen een aandoening met een leefstijlcomponent? Waar trekken we de grens? En houden we onszelf daar dan ook allemaal aan? In een omstreden documentaire van PowNed was afgelopen week te zien dat juist in de spreekkamer bij een arts een hellend vlak kan ontstaan, wanneer ook mensen met slechts een paar kilootjes meer een onsje minder willen. Niets menselijks is ons vreemd. Ons lijken de door artsen zelf opgestelde richtlijnen een uitstekende leidraad om het kaf van het koren te scheiden. De oplossing is, hoe moeilijk ook, nee zeggen tegen oneigenlijk gebruik, in plaats van medicatie integraal als niet wenselijk afdoen.
Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Ook wij willen armoede en sociaal economische gezondheidsverschillen liever vandaag dan morgen de wereld uit helpen en zijn voor een leefomgeving die gezond eten en leven de makkelijkste optie maakt. Daar mogen we wat ons betreft veel sterker en consistenter op inzetten dan nu het geval is. Maar, om nog eens een ouderwets spreekwoord van stal te halen: Lieverkoekjes worden helaas niet gebakken. De leefstijl-inzet is een kwestie van de lange adem, terwijl vele mensen én de zorg vandaag al zuchten onder de gevolgen van obesitas. Medicatie is misschien niet de heilige graal – en zelfs niet de ideale oplossing, maar kan de druk weldegelijk direct verlichten. Waar nu vooral stijgende omzet en publieke uitgaven aan de geneesmiddelen in het oog springen, zien we wat hollandbio betreft over een tijdje hopelijk ook de maatschappelijke opbrengst terug: fittere mensen, lagere ziektelast en verlichting voor zorg én zorgkosten.
No go voor de SRGO?
Innovatieklimaat, Uitgelicht‘€30 miljoen ondersteuning mkb’ers en onderzoekers biomedische innovatie’, lazen we afgelopen week op Rijksoverheid.nl. De vlag ging bijna uit bij hollandbio, want passende financiering is van levensbelang voor het succes van de sector. Na lezing van de voorwaarden van de nieuwe Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) sloeg de twijfel echter toe. Het valt nog maar te bezien of de complexe en gekunstelde constructie van een private lening en een publieke subsidie een aanwinst is voor het biotech mkb.
Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een harde voorwaarde om de potentie van biotech te benutten. Hollandbio zet zich daar elke dag voor in. Niet verwonderlijk dat we de aankondiging van een kakelverse nieuwe financieringsmogelijkheid, de SRGO, in eerste instantie met gejuich ontvingen. Na lezing van de kleine lettertjes sloeg de twijfel echter toe.
Met de SRGO maakt de overheid € 30 miljoen vrij voor samenwerkingen tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen voor onderzoek en ontwikkeling naar een nieuw product of dienst in de regeneratieve geneeskunde. Dit doet ze via een regeling die een leningdeel voor het mkb van minimaal 60% van het aangevraagde budget combineert met een subsidie van maximaal 40% voor een kennisinstelling. Het totale aan te vragen budget moet tussen 0,5 en 3 miljoen euro liggen.
Alle goede intenties ten spijt zien we in de SRGO een verwarrende mix van Innovatiekrediet en PPS-subsidie: twee bestaande instrumenten die eveneens bedoeld zijn om innovatief biotech mkb te helpen, maar daar – om uiteenlopende redenen – niet optimaal in slagen en waarvoor hollandbio al jarenlang verbeteringen aandraagt. Waarom er voor de complexe constructie gekozen is en welk voordeel deze lening-met-gedwongen-publieke-samenwerking heeft boven het bestaande instrumentarium, is hollandbio onduidelijk. De SRGO bevat bovendien zoveel minimale en maximale percentages en bedragen, dat het alleen al uitdagend is om tot een illustratief rekenvoorbeeld te komen. En hoewel sommige voorwaarden net wat verbeterd zijn ten opzichte van bestaande regelingen, lijkt een aantal nieuwe voorwaarden haaks te staan op de wetten van de markt.
We zien het helaas vaker als het om biotech-beleid gaat: de overheid gaat gelijktijdig op het gaspedaal en de rem staan. We willen transities versnellen, zonder de status quo ter discussie stellen. Investeringen aanjagen, zonder dat daar iemand rijk mee kan worden. Innovatie stimuleren, zonder risico’s te accepteren. Het resultaat: een uitdijend geheel van visies, strategieën, agenda’s, procedures, instrumenten, toolboxen, loketten, vouchers en regelingen, die stuk voor stuk op papier het beste met de sector zeggen voor te hebben, maar die in de praktijk niet tegemoet komen aan de behoefte van biotech ondernemers en daardoor maatschappelijk succes in de weg staan.
Dat is zonde en bovendien totaal onnodig. Het kan immers ook anders, zo laten onze Zuiderburen zien. In Vlaanderen kan biotech mkb wel onverdunde, aanzienlijke subsidies krijgen, onder exact dezelfde Europese Staatssteunregels die dat in Nederland onmogelijk zouden maken. Daarbij stelt het VLAIO, het Vlaamse RVO, de harde, maar niet remmende voorwaarde dat toekomstige werkgelegenheid in Vlaanderen landt. Een absolute win-win voor overheid én bedrijf. Dus waarom zou het in Nederland dan zo ingewikkeld moeten?
Nederland heeft alles in huis om uit te groeien tot een wereldwijde biotech koploper, laten we die kans grijpen. We vragen daarbij niet zozeer om meer beleid of meer geld, maar om een vleugje lef, een snufje risicoappetijt en vooral om het slimmer en directer inzetten van bestaande middelen. Dat vergt daadkracht en samenwerking, tussen ministeries en met het bedrijfsleven, om spelregels af te spreken die voor iedereen werkbaar zijn. Samen kunnen we de stap vooruitzetten en ervoor zorgen dat we de ontwikkeling van een mooiere wereld voor de toekomstige generatie niet vertragen.
De regeling in het kort:
Mocht je nog vragen hebben of overwegen een aanvraag in te dienen, neem vooral contact op met ons Innovatieklimaat team: dora.menting@hollandbio.nl. Wij horen graag jullie overwegingen en helpen je waar mogelijk met onduidelijkheden of contacten.
Bereid je voor op de EU HTA Regulation
Publicaties, Geneesmiddelen en therapieënOp 12 januari 2025 gaat er veel veranderen rond de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Vanaf dan moeten alle nieuwe oncologische geneesmiddelen en ATMP’s bij het aanvragen van een marktvergunning bij de EMA gelijktijdig een Joint Clinical Assessment procedure doorlopen, als eerste stap van het vergoedingsproces. In Nederland bereidt het Zorginstituut zich voor op deze nieuwe wetgeving. Benieuwd hoe het ZIN dit doet, en wat je als bedrijf kan doen om je voor te bereiden? Houd dan deze pagina in de gaten.
Nederlandse universiteiten zijn korte termijn gierig, maar zouden lange termijn moeten denken.
Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?
Cradle is een beetje een vreemde eend in de bijt, gevestigd in Nederland maar opererend op een Amerikaanse manier. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat het opgericht is door Nederlanders die carrière hebben gemaakt in Silicon Valley. Het leven van Stef van Grieken klinkt dan ook als een droom: van opgroeien in een klein Nederlands dorp, naar carrière maken in de tech-hoofdstad van de VS en daarna een veelbelovende start-up mede-oprichten terug in zijn geboorteland. Aanvankelijk dacht Stef na studies technische bedrijfskunde en filosofie dat politiek de manier voor hem was om de wereld een beetje beter te maken, maar al gauw kwam hij erachter dat het bouwen en ontwikkelen van producten veel beter bij hem past.
Bij Google kwam hij in een vroeg stadium in aanraking met Machine Learning. Daar leerde hij ook Eli kennen, die later een van zijn medeoprichters van Cradle zou worden en interesse had in het werken op het snijvlak van DNA en Machine Learning. Ruim honderd interviews met onderzoekers en wetenschappers verder bleef één idee hangen: het werken met data in de biologie kan en moet beter. Eiwitten hebben namelijk ontzettend veel potentie om grote wereldproblemen op te lossen. Ze zijn een soort superkleine machines, en zo kunnen ze gebruikt worden om allerlei soorten materialen efficiënt te produceren, af te breken, of ziektes te genezen. Daarom zet Cradle AI in om betere eiwitten te ontwerpen, wat lang heel kostbaar en tijdrovend was. Zoals één van de wetenschappers tijdens een interview vertelde: “99% of our experiments don’t hit our design objectives. I just don’t know which 99%.” En die 99 problems, dat is precies waar Cradle zich op is gaan richten. Cradle heeft nu doorbraken in de AI gezien waarmee dit ontwerpproces vele malen sneller en goedkoper kan, en de kans op succes veel groter wordt.
Wat opviel bij terugkeer in Nederland is het grote verschil tussen ondernemen hier en in Amerika. Stef: “Vanaf dag één werden we weggelachen in Nederland, maar gelukkig waren er genoeg Amerikanen die zeiden: ga het proberen, misschien lukt het wel!” Gevraagd naar de grootste hobbel voor Nederlandse start-ups, is hij resoluut: “Nederlandse universiteiten zijn korte termijn gierig, en zouden juist lange termijn moeten denken.” De percentages eigenaarschap die universiteiten nemen tijdens het opstarten van een bedrijf bemoeilijken de groei, waardoor uitgroei tot wereldspeler veel lastiger is – en dat moet anders. We kunnen daarbij leren van de VS, want everything’s bigger in America. Hebben we immers niet allemaal liever een klein stuk van een gigantische taart dan een groot stuk van een kleine cupcake?
Zonder overheidssteun geen volgende ASML
InnovatieklimaatHet geldt als een van de pronkstukken van de Nederlandse economie: chipmachinemaker ASML. Hoe kon zo’n bedrijf uitgroeien tot kroonjuweel, vroeg VNO-NCW’s opinieblad Forum zich af. Wat blijkt: overheidssteun en een voorloper van het Nationaal Groeifonds valt niet weg te denken uit dat succes. Of zoals Forum het verwoordt: “De overheid is geen geluksmachine. Maar het lukt de Nederlandse staat behoorlijk aardig om te helpen bij het bouwen ervan”. Alle reden om dergelijke overheidssteun te behouden.
Bereid je voor op de EU HTA Regulation
GezondheidOp 12 januari 2025 gaat er veel veranderen rond de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Vanaf dan moeten alle nieuwe oncologische geneesmiddelen en ATMP’s bij het aanvragen van een marktvergunning bij de EMA gelijktijdig een Joint Clinical Assessment procedure doorlopen, als eerste stap van het vergoedingsproces. In Nederland bereidt het Zorginstituut zich voor op deze nieuwe wetgeving. Benieuwd hoe het ZIN dit doet, en wat je als bedrijf kan doen om je voor te bereiden? Houd dan deze pagina in de gaten.
De vlag uit voor coronavaccinatie, desnoods postuum!
GezondheidNieuwsredacties zijn er als de kippen bij om aan te kondigen dat AstraZeneca haar coronavaccin mondiaal terugtrekt. De reden hiervoor? Overaanbod en een – gelukkig voor de maatschappij – teruglopende vraag. “Ook de winnaars van de vaccinrace lijden nu verlies”, kopte de NRC de afgelopen dagen. En al kraaide er eerder nog geen haan naar, de lekgeprikte miljardenwinsten in onze sector kondigde zich al even aan. Hoe jammer dat ook mag zijn voor de businesscase, de innovatie heeft zijn werk gedaan. De crisis is bezworen, “a job well done”, dus van ons mag de vlag uit voor deze topprestatie!