Health~Holland has opened up their subsidy call for public private partnership (PPP) projects in 2025. The set-up has changed compared to previous years, as any Dutch entity – meaning companies as well as academic institutions – can now submit a PPP program. There is €40 million available to be granted in 2025 for approximately fifteen programs. When a program is approved, partners can subsidize PPP projects that support the goals of the Health & care KIA, National Technology Strategy and Growth markets, and are aligned with the terms and conditions of Health~Holland. Hollandbio believes the call provides opportunities for biotech companies to take the lead and work with their business and academic partners towards innovations for better health. However, we still need to go over the details of the program set-up. If you are a hollandbio member and would like to hear more, have questions or are considering to submit a program, then please contact hollandbio’s Dora.
Met grote waardering voor hun bijdrage in de afgelopen jaren heeft hollandbio tijdens de Algemene Ledenvergadering van afgelopen vrijdag afscheid genomen van drie gedreven bestuursleden: Bas Reichert, Michiel van Eijk en Katrien Reynders. Het afscheid ging hand in hand met het aantreden van twee nieuwe bestuursleden die niet kunnen wachten om hollandbio de komende jaren met raad en daad bij te staan. Een warm welkom dus voor Ellen Broug en Marcel Jacobs!
Het bestuur, de leden en het bureau van hollandbio bedankten Bas Reichert, Michiel van Eijk en Katrien Reynders voor hun jarenlange inzet voor hollandbio en de biotech sector als geheel. Gelukkig toonden Ellen Broug (Vice President Intellectual Property bij uniQure) en Marcel Jacobs (CEO van Matisse Pharmaceuticals) zich bereid om tot het bestuur toe te treden. Na een korte introductie gaf de ledenvergadering hun daartoe het vertrouwen.
Als het gaat om haar drijfveren en ambities als bestuurslid van hollandbio, lichtte Ellen Broug toe:
“Met de uitdagingen waar we als maatschappij voor staan op het gebied van ‘food, fuel and pharmacy’ heeft biotechnologie een hoop te bieden. Het innovatieklimaat in Nederland is gelukkig sterk, alleen individuele biotech ondernemingen zullen hoe dan ook voor vraagstukken komen te staan, bijvoorbeeld als het om intellectueel eigendom gaat. Als bestuurslid bij hollandbio kijk ik ernaar uit om mijn expertise op het gebied van innovatie en in het bijzonder octrooirecht en licentieonderhandelingen in te zetten, zodat dit ten goede kan komen aan alle hollandbio-leden.”
Marcel Jacobs gaf op zijn beurt het volgende aan over de invulling van zijn rol als hollandbio-bestuurslid:
“In de komende jaren wil ik graag een bijdrage leveren aan het ecosysteem voor biotech innovatie in Nederland en dat nog beter op de kaart zetten. Vanuit mijn ervaring in de biotech sector ben ik bekend met mogelijkheden en drempels waar startups en scaleups mee te maken hebben, en ik kan niet wachten om via het bestuur van hollandbio zowel de vereniging als de biotech sector in zijn geheel verder te helpen.”
Hollandbio kijkt uit naar de samenwerking met beide nieuwe bestuursleden in de komende jaren.
De Europese Unie heeft behoefte aan een vernieuwde interne markt die een ‘vijfde vrijheid’ omvat, gericht op het vrije verkeer van onderzoek, innovatie, kennis en onderwijs. Dat stelt de voormalige Italiaanse premier Enrico Letta in een rapport voor de Europese Raad en de Europese Commissie. Hollandbio juicht diverse aanbevelingen uit het rapport toe omdat zij bijdragen aan een Europees ecosysteem waarin betere verspreiding van kennis leidt tot het oplossen van maatschappelijke uitdagingen, bedrijvigheid en banen.
Vanuit een biotech-bril bekeken zijn met name de eerste drie van de zes hoofdstukken met aanbevelingen uit het rapport relevant. De eerste poot bestaat uit de ‘vijfde vrijheid’ waarbij het rapport het belang van onderzoek, (digitale) gegevensuitwisseling en valorisatie benadrukt. Ook moet er meer steun komen voor startups en MKB en harmonisering en modernisering van wet- en regelgeving in cruciale velden die de EU zou moeten stimuleren waaronder biotech.
Een belangrijke tweede uitdaging zit in het beter laten functioneren van de interne markt en met name rond de vraag hoe bedrijven meer financiering en ander kapitaal kunnen aantrekken. Naast het komen tot een kapitaalmarktunie, stelt het rapport onder andere voor een EU Deep Tech Stock Exchange op te richten in navolging van de NASDAQ in de Verenigde Staten. Een andere aanbeveling stelt voor meer aandacht te besteden aan staatssteunregels en deze beter in te zetten voor groei en het vergroten van publieke R&D-investeringen.
Als derde pijler is er ook aandacht voor verschillende sectoren waar specifieke verbeteringen in nodig zijn, waaronder de gezondheidszorg. Het rapport stelt aanbevelingen voor rondom het voorkomen dat nieuwe producten alleen op nationaal niveau worden goedgekeurd, dat er meer aandacht moet komen voor antimicrobiële resistentie (AMR) en neurodegeneratieve ziekten, en dat het PRIME-programma van EMA een fast-track moet krijgen binnen het gezamenlijke HTA-proces. Ook gaat het rapport in op grensoverschrijdende gezondheidszorg en klinisch onderzoek, en komt het met plannen voor de gezamenlijke inkoop van bepaalde innovatieve en weesgeneesmiddelen.
De Nederlandse overheid neemt de conclusies en aanbevelingen van het Letta-rapport serieus. In de duiding daarvan in een zogeheten appreciatie, geeft het kabinet aan dat zij de aanbevelingen uit het rapport bij de aankomende vergaderingen van de Europese Raad wil blijven betrekken.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-07-02 16:47:362024-07-02 16:49:02Letta-rapport pleit voor ‘vijfde vrijheid’ op onderzoek en innovatie ← #nieuws
Jarenlang stond het Innovatiekrediet te boek als één van de belangrijkste publieke financieringsmogelijkheden voor start- en scale-ups in de biotech sector. Hoewel de behoefte aan risicokapitaal vandaag de dag misschien wel groter is dan ooit, liep het aantal aanvragen voor het instrument de afgelopen vijf jaar met vijftig procent terug, zo blijkt uit de evaluatie van het Innovatiekrediet. Ondanks dat de evaluatie niet ingaat op deze trend, vindt hollandbio het een duidelijk signaal dat het krediet haar glans voor de sector dreigt te verliezen.
Populariteit holt achteruit
De populariteit van het Innovatiekrediet, ooit het go-to instrument voor risicovolle kennis- en kapitaalintensieve biotech projecten, holt achteruit. Dienden bedrijven in 2018 nog 105 aanvragen in, zijn dat er in 2023 nog maar 57. Een daling van bijna 50%, terwijl de kapitaalbehoefte van start- en scale-ups zeker niet is afgenomen. Hoewel de terugloop in het aantal aanvragen volgens hollandbio een teken aan de wand is en de neergaande lijn op zijn minst vragen zou moeten oproepen, gaat de evaluatie van het Innovatiekrediet 2018-2022 hier goeddeels aan voorbij.
Verbetering hard nodig
Al jaren vraagt hollandbio aandacht voor cruciale verbeteringen die het Innovatiekrediet weer beter moet doen aansluiten bij het specifieke innovatietraject en de financieringsbehoefte van biotech bedrijven rondom rente, administratiedruk, flexibiliteit en terugbetaaltermijn. We lezen die behoeften van ondernemers helaas maar mondjesmaat terug in de evaluatie. Dat is niet verwonderlijk: de onderzoekers interviewden enkel ondernemers die wél een krediet hebben aangevraagd, maar niet de bedrijven die daar ondanks hun financieringsbehoefte van afzagen. Na lezing van de evaluatie rijst bij hollandbio de vraag wat eigenlijk het hoofddoel van de evaluatie was: meten of en in hoeverre het krediet de succesvolle ontwikkeling van een innovatie bevordert, of toch vooral de positieve evaluatie zelf. Gelukkig haalde één van de belangrijkste pijnpunten de evaluatie wel: het criterium dat projecten binnen vijf jaar tot een marktrijp product moeten leiden is niet realistisch voor veel biotech bedrijven. In de biotech sector kan het immers zo maar tien tot zelfs twintig jaar duren voordat een product eindelijk de markt bereikt.
Revolverendheid prioriteit
Wat bovendien opvalt, is de nadruk op ‘bang for the buck’, de mate van terugbetaling van het Innovatiekrediet. Het lijkt een bredere trend in publieke financiering: in plaats van financieringsgaten te dichten daar waar de noodzaak en risico’s te hoog zijn voor private geldschieters, en rendement dus ongewis, zet de overheid alsnog in op ‘revolverendheid’. Dat is jargon voor het terugverdienen van de verstrekte subsidie of lening, in dit geval door een dikke vette rente die het genomen risico en de termijn dekt. Daar heb je bij het aangaan van het krediet misschien niet zoveel last van als ondernemer, maar bij aanvang van afbetaling, of het aantrekken van vervolgfinanciering des te meer. Soms zodanig, dat niet alleen het doek voortijdig valt voor het gefinancierde project, maar zelfs de continuïteit van het bedrijf op de tocht komt te staan.
Luister naar de ondernemer
Nederland heeft grote ambities als het gaat om het verzilveren van de kansen die biotech biedt voor onze gezondheid, de duurzaamheid van onze planeet en ons nationale verdienvermogen, zo blijkt uit de prominente positie die de sector inneemt in diverse nationale strategieën en programma’s, zoals de Nationale Technologiestrategie, de Groeimarktanalyse, de Nationale Eiwitstrategie en de Rijksbrede visie biotechnologie. Succesvol ondernemerschap is daarin absoluut onmisbaar – en succes van de ondernemer valt of staat in de regel bij het aantrekken van passende financiering. Met die feiten in het achterhoofd, is het raadzaam om de input van die ondernemer – gebruiker en juist niet – ook daadwerkelijk leidend te maken bij het ontwikkelen, evalueren en bijschaven van financieringsinstrumenten die juist hen moeten helpen. Hollandbio brengt het ministerie van EZK én RVO graag met hen in contact.
Na decennia van onderzoek en ontwikkeling bereikten de eerste gentherapieën de afgelopen jaren de patiënt. En naar het zich laat aanzien volgen er veel meer, waarmee vele ernstig zieke patiënten eindelijk kans op genezing krijgen. De behandelingen zijn illustratief voor de transitie naar gezondheid op maat die dankzij de biorevolutie op stoom komt. Een fantastische ontwikkeling, waarmee we patiënten steeds vaker gericht kunnen voorzien van de juiste behandeling op het juiste moment, in plaats van te moeten vertrouwen op generieke richtlijnen gebaseerd op de gemene deler. Maar dan moet ons zorgstelsel wel ruimte maken voor die transitie. Dat is bepaald nog geen gelopen race, zo maakt hollandbio op uit de signalering van de COGEM over de waarde van gentherapie.
Het lijkt welhaast een Pavlov-reactie in Nederland: roep ‘geneesmiddel’ en iedereen roept ‘DUUUUURRRR’. Zo ook de COGEM, de commissie die de regering adviseert over de risico’s van genetisch gemodificeerde organismen voor mens en milieu, en die, overigens goeddeels buiten hun expertisegebied, een signalering uitbracht over de kosten van gentherapie. In het resulterende lijvige rapport stellen ze vast wat we grotendeels al wisten: dat de komst van al die nieuwe gentherapieën op gespannen voet staat met ons zorgsysteem. Ook wat betreft oplossingen brengt de publicatie amper nieuws: ingrijpen, meer onderhandelen en zelfs academische ontwikkeling – dé beloftevolle nationale prijsstunter die een wereldwijde inspanning wel even te slim af zal zijn.
Toch zien we één nieuwe suggestie, en daar is hollandbio blij mee. Want naast de vele ideeën om nóg meer drempels voor toelating en vergoeding op te werpen en dus uit kostenoverwegingen te voorkomen dat we meer patiënten daadwerkelijk beter maken, doet de COGEM ook een verfrissende suggestie die doorgaans onvermeld blijft: een verhoging van het budget voor geneesmiddelen. En daar valt veel voor te zeggen, aangezien we de grootste gezondheidswinst van de afgelopen decennia in de zorg, en – mits gebruikt – ook de komende decennia boeken dankzij innovatieve geneesmiddelen. Niet door de handen aan het bed, niet door pilots met doseringen of medicijnvakanties, niet door artsen of nieuwbouw, maar door de inzet van nieuwe vaccins en geneesmiddelen, zeker in combinatie met nieuwe diagnostica en een essentiële investering in onze gezondheidsdata-infrastructuur, zodat we de juiste patiënt op het juiste moment van de best passende behandeling kunnen voorzien. Extra budget hiervoor is dan ook logisch en prima te verantwoorden, ook wanneer geneesmiddelen daarmee een aanzienlijk grotere hap uit het totale zorgbudget zouden nemen dan ze nu doen.
Bovendien, laten we wel wezen, laat innovatie zich niet tegenhouden. Wetenschappers en bedrijven zullen met vereende kracht blijven ontdekken en ontwikkelen. Publicaties over kosten, gemopper over prijsstelling en suggesties om de onbetwiste hofleveranciers van nieuwe geneesmiddelen – de farmaceutische industrie – buiten spel te zetten, veranderen daar niets aan. Die nieuwe gentherapieën gaan er komen, dat staat als een paal boven water. Of en wanneer ook patiënten in Nederland hiervan zullen profiteren, dat is de vraag. Berusten in de onafwendbaarheid van ‘pijnlijke keuzes en dilemma’s om de zorg betaalbaar te houden’, zoals de COGEM lijkt te suggereren, is berusten in stilstand, of erger nog, in achteruitgang. En dat staat niet alleen haaks op het DNA van de biotech sector, dat staat haaks op wat we de sector nodig heeft en de patiënt verdient: een radicale investering in vooruitgang.
Opnieuw loopt de modernisering van de wetgeving rondom nieuwe veredelingstechnieken vertraging op, nu EU-lidstaten hebben gefaald om overeenstemming te bereiken over een compromisvoorstel. En dat is ronduit teleurstellend, want terwijl de EU maar blijft praten over de zogeheten New Genomic Techniques (NGT’s) kan men buiten Europa wel profiteren van de voordelen die moderne technieken zoals CRISPR-Cas bieden in het veredelen van robuuste gezonde gewassen. Naar verwachting ligt het dossier zeker het komende halfjaar op z’n gat.
Lidstaten falen om tot overeenstemming te komen
Na jarenlang praten ligt er eindelijk een voorstel om de vruchten te plukken van Crispr-gewassen, waar zowel Nederland als het Europees Parlement uitgesproken voorstander van zijn. Een meerderheid van lidstaten heeft zelfs ronduit vertrouwen in versoepeling van de wetgeving, maar deze groep voorstanders is niet groot genoeg voor een zogeheten gekwalificeerde meerderheid binnen de Raad van de EU.
Liever lege schappen dan octrooien
De technieken zelf zijn niet het struikelblok voor de modernisering, maar eerder de vrees voor octrooien op (eigenschappen van) de daaruit voortkomende gewassen. Dat de bescherming van intellectueel eigendom geregeld is in een totaal ander stuk wetgeving, namelijk de Biotech Octrooi Richtlijn, en daarmee niets te maken heeft met de NGT-wetgeving, lijkt de tegenstanders niet te deren. In reactie op de octrooi-angst zegde de Europese Commissie eerder al toe de situatie strikt te zullen onderzoeken. Ook heeft de veredelingssector zelf al diverse maatregelen genomen om transparantie en eerlijke toegang tot geoctrooieerd uitgangsmateriaal te verzekeren. Helaas mocht het allemaal niet baten. Blijkbaar verkiezen de tegenstanders lege supermarktschappen boven octrooien.
Stilstand onder nieuwe EU-voorzitter(s)
België heeft als EU-voorzitter uitvoerig met Polen gesproken om te komen tot een compromisvoorstel waar de lidstaat – cruciaal voor de gekwalificeerde meerderheid – voor zou zijn, maar zonder resultaat. En dus dreigt nu maandenlange stilstand, want de verwachting is dat nieuwe EU-voorzitter Hongarije – fervent tegenstander – het NGT-dossier niet ter hand zal nemen. Of dwarsligger Polen er het halfjaar daarna onder zijn voorzitterschap aan zal trekken is nog maar zeer de vraag. Met een positieve blik geeft de vertraging de sector de kans om de zorgen over octrooien weg te nemen en daarmee het horrorscenario te voorkomen dat we straks eindelijk wél passende NGT-wetgeving hebben, maar alsnog met lege handen staan omdat innovaties niet beschermd kunnen worden. Maar eigenlijk is het gewoon ellende troef en bevestigt de EU haar status als wereldwijd museum voor plantenveredeling. Terwijl we ooit de onbetwiste koploper waren, en we nieuwe tools bovendien harder dan ooit nodig hebben om samen de wereld beter achter te kunnen laten voor toekomstige generaties.
In het kader van een toekomstbestendig en wendbaar vaccinatiestelsel staat het nut en de noodzaak van een vaccinatievoorziening voor volwassenen voor geen enkele partij ter discussie. Toch heeft de daadwerkelijke komst volgens het RIVM nog wel wat voeten in de aarde. Oud-staatssecretaris van Ooijen laat een besluit aan zijn opvolger. Kersvers staatssecretaris Karremans kondigt gelukkig een karrevracht aan ambitie aan om met vaccinatie en de vaccinatieprogramma’s aan de slag te gaan. Prikt hij deze broodnodige verbetering van het vaccinatiestelsel binnen?
Na de conclusie van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving dat ons vaccinatiestelsel een lappendeken is, kan actie niet uitblijven. Zeker niet na de constatering dat er een belangrijke lap ontbreekt. Het Rijksvaccinatieprogramma loopt immers tot de leeftijd van 18 jaar, terwijl er ook steeds meer vaccins boven die leeftijd nare infectieziekten helpen voorkomen. Denk naast de welbekende griep- en pneumokokkenvaccins bijvoorbeeld aan vaccinaties tegen corona, gordelroos en RSV. In opdracht van oud-staatssecretaris van Ooijen onderzocht het RIVM de afgelopen kabinetsperiode de haalbaarheid van een vaccinatievoorziening voor volwassenen.
De wens van het ministerie van VWS is dat iedere Nederlander op elke leeftijd maximaal kan profiteren van vaccinaties. Zo bezien is de komst van een vaccinatievoorziening voor volwassenen een absolute no-brainer. Het gebrek hieraan vormt een belangrijke weeffout in ons vaccinatiestelsel. De vraag is daarmee niet langer “of”, maar vooral “hoe” we gaan zorgen dat vaccinaties voor volwassenen een weg naar de arm vinden. Waar huisartsen eerder meewerkten aan losse programma’s voor griep- en pneumokokkenvaccinatie, is er behoefte aan een meer structurele inbedding. Toch blijft een concreet plan uit, ook na de uitvoeringstoets. De brede coalitie Vaccinatiegraad Beneden Peil roept Kamerleden daarom in een brandbrief op hier werk van te maken. Een boodschap waar hollandbio zich graag achter schaart.
Gelukkig staan de GGD’en te trappelen om invulling te geven aan een vaccinatievoorziening voor volwassenen. Of zij ook verantwoordelijk worden voor de griep- en pneumokokkenvaccinaties, die nu door de huisarts worden verzorgd, is een dilemma van een andere orde. Wij snappen best dat ook huisartsen en apothekers graag een graantje mee p(r)ikken, om voor een fijnmazige aanpak te zorgen. De belangrijkste, nog openstaande vraag is daarmee of de totale kosten van het anders organiseren opwegen tegen de baten – inclusief de transitiekosten, die bijvoorbeeld nodig zijn om de juiste personen op het juiste moment op het juiste vaccin te wijzen. Recent onderzoek van de Office for Health Economics laat zien dat vaccinatieprogramma’s voor volwassenen zich tot wel 19x terugverdienen, wanneer het volledige spectrum van economische en maatschappelijke baten meeweegt. Voor hollandbio is het helder: als we op dit punt niet vol investeren in vooruitgang, doen we onszelf tekort.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-07-02 15:23:232024-07-02 15:23:24Karremans mag kar trekken rond vaccinatievoorziening voor volwassenen ← #nieuws
Last Friday, the Dutch life science sector came together to celebrate the power of biotech. With a great line-up of inspiring keynotes and fascinating break-out sessions, this year’s program highlighted once again that people in our sector will go above and beyond to positively impact the wellbeing of people, animals and our planet with biotech.
Hollandbio’s Annemiek started the day off with a warm welcome at the beautiful lakeside venue of Innstyle, Maarssen. In the light of our ten-year anniversary, she mentioned how hollandbio’s footprint has grown over the years, allowing us to build the right connections and show more and more people that biotech makes life better, all with the aim of having ground-breaking biotech innovations reach society easier and faster.
One of these disruptive technologies forms the base of Deep Branch, a Netherlands- and UK-based biotech company that captures carbon from the air to create sustainable food ingredients. As our first keynote, the company’s co-founder and CEO Pete Rowe explained what it takes to scale a new industrial biotech process and stay successful. “Companies need different things at different times. When something throws you off balance, be honest with yourself and those around you – only then you can adapt with it.” He ended his presentation with an offer to the audience to reach out to the community if they face similar challenges, as he would gladly discuss his lessons learned over a pint of beer.
Annemiek then went on highlighting another way in which we empower biotech start-ups on their road to success. Namely, the member benefits we offer as part of the hollandbio membership, including exclusive deals on leading biotech events, lab materials and services. New to our list of partners is life science supplier Eppendorf offering our members great discounts on high quality lab equipment and future-proof workflow solutions.
Next, Chretien Herben took the stage to welcome six ambitious teams of trailblazing biotech entrepreneurs that participated in the LifeScience@Work Venture Challenge. After performing their one-minute pitches on stage, life science start-up FETCH was announced as the winner of the Spring 2024 edition. We wish the company’s CEO Michiel Stevens and his team good luck in further developing their innovative tumor cell analysis method for precision diagnostics and personalized therapy for metastatic cancer patients!
Sander van Deventer, co-founder and CEO of VectorY concluded the plenary program by showing why and how his company aims for the high hanging instead of the low hanging fruit in drug development for neurodegenerative disease. “Using a completely new strategy combining antibodies with AAV-based delivery, we are able to target the untargetable and develop an effective precision gene therapy for sporadic amyotrophic lateral sclerosis (ALS) that targets the entire pathology for up to ten years. But unfortunately, in our current healthcare system it remains to be seen if therapies like this that are developed in The Netherlands will also be available in The Netherlands.” According to Sander, politics, physicians and insurers need to catch up with drug development, in order for innovative drugs to reach patients in need.
After the inspiring plenary session and a short networking break accompanied by Revyve’s deliciously innovative filet americain bites made from upcycled beer yeast, it was time to put our brains to work again at one of four parallel break-out sessions aimed at boosting entrepreneurship in biotech:
What can AI do for you? Venkatesh and Dario from TU Delft and Erasmus University’s MKB Data Studio were present to share practical tips on the implementation of AI in any company. Together with Amgen’s Niels Oskam, they presented some prime examples of AI use within biotech and demonstrated and discussed a few of the gazillion available useful apps, such as Perplexity and Co-Pilot. Participants proceeded to discuss their data and AI-driven challenges and desired results, assisted by a Data Science Project Canvas. For those who still need some more support after this session, the MKB Data Studio helps SMEs tackle AI challenges, by connecting companies with students that can help solve their hurdles as an extracurricular activity. Feel free to reach out to them!
How to pitch a winning story? Pitch coach Giuseppe Marzio, founder and managing director of Chiaro, hosted a fun and interactive session in which he covered the four essential elements needed to deliver an irresistible story, defined more than two thousand years ago by the Greek philosopher Aristotle: logos (reason), ethos (trust), pathos (empathy), and kairos (timing). One participant took the stage to put his learning’s into immediate practice and receive feedback on his story from the audience. As a bonus, Giuseppe provided everybody with a copy of his bestselling book “Winners Have a Story”.
How to manage a board? In an insightful break-out session, Felice Verduyn (EQT), Mirjam Mol-Arts (Mol Arts Consultancy) and Eline van Beest (Hybridize Therapeutics) shared their view on effective board management. Drawing from their respective experience as serial board member across Europe, executive team member and CEO, the three experts delved into essential aspects of board management, addressing questions like “Where do you learn to manage a board?” and tackling common issues, such as unproductive discussions leading to rushed decisions. They further emphasized the importance of thorough preparation, maintaining dialogue with the CEO, and implementing well-structured, annual board evaluations, and discussed the pitfalls of overly large boards and how to make sure everyone has a voice.
Why has raising funds become more difficult? In a panel discussion, Robert-Jan van der Vorm (Van Lanschot Kempen), Lisanne Blauw (Thuja Capital), and Bas Oosterman (Sentryx) compared the current biotech financing landscape to that of 2021, when raising funds seemed much easier. The current challenges mainly come from a preference of investors to re-invest in their existing portfolio to extend their runway, they concluded. When a certain disease area is no longer a hype, biotech companies have to explore alternative financing models to fund their innovations. That being said, the experts do see an increased interest in biotech, with funds growing and ticket sizes increasing. The urge to invest in human and planetary health indicates a positive shift for biotech companies seeking funds, although that also means they are facing more competition, which urges them to move more quickly.
We want to thank all speakers, participants and fellow organizers for making this year’s edition a great success. We hope you enjoyed it as much as we did to meet other biotech professionals and exchange the struggles and passions of working in this ambitious sector!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-07-02 14:17:252024-07-02 15:05:13The sky no longer the limit at the Dutch Biotech Event 2024← #ondernemershighlights
Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?
Vlees waar geen dier voor geslacht hoeft te worden, dat was tien jaar geleden nog een fantasie maar lijkt nu toch steeds meer werkelijkheid te gaan worden. Het in Maastricht gevestigde Mosa Meat is een van de pioniers als het gaat om kweekvlees. Aan het roer van het snelgroeiende bedrijf staat Maarten Bosch, die zich dagelijks met een internationaal team inzet om gecultiveerd vlees naar de consument te krijgen. Ondernemen bleek tijdens zijn carrière al gauw een centrale rol te vervullen. Van een stagebureau om Nederlandse studenten te koppelen aan Boliviaanse lokale ondernemers tot verschillende bedrijven in de hoek van de health-tech. In de loop van de tijd zag hij dat “de wereld best wel een troep is” en besloot hij te willen bijdragen aan het opruimen daarvan.
Door de jaren heen is de rol van Maarten binnen het team van Mosa Meat flink veranderd. Aan het begin van zijn tijd bij Mosa Meat stond hij nog bureaus in elkaar te schroeven en gedurende de coronatijd zocht hij appartementen voor de nieuwe internationale medewerkers, maar één succesfactor staat als paal boven water. “Het team dat wij bij Mosa Meat hebben is essentieel voor het werk dat wij doen”. Dus is het bouwen en behouden van dat team voor Maarten van groot belang. Tegenwoordig houdt hij zich vooral bezig met het uitzetten van de lijnen en het koppig doorzetten naar een wereld waarin kweekvlees gewoon in de supermarkt te krijgen is.
Dat begon voor Mosa Meat allemaal in Maastricht, en die keuze is zeker niet onbelangrijk. Hoogleraar Mark Post kweekte er in 2013 de eerste hamburger van koeienstamcellen en sindsdien heeft het bedrijf een sterke band met de stad en regio opgebouwd. Onlangs nog besloot Mosa Meat om zijn campus in Maastricht uit te breiden – mede dankzij de steun van LIOF, Brightlands en de Gemeente Maastricht. De wereldwijde markt die Mosa Meat wil bedienen is het doel, maar de innovatie en de eerste pilotfabriek worden opgezet in Maastricht. Grootste uitdaging is nu het opschalen en daarmee betaalbaar krijgen, maar daar heeft de in Maastricht geboren Maarten een groot vertrouwen in. “Heel veel dingen mislukken, maar ook dat hoort er gewoon bij.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2025/03/hollandbio_highlights_vervolg_bosch.png4221268Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-06-19 17:41:372025-04-30 10:05:55De wereld is best wel een troep, en ik wil bijdragen aan het opruimen daarvan.← #nieuws
In een eenzijdige longread vol stemmingmakerij, clickbait titel incluis, trekt dagblad Trouw opzichtig een groot goed in twijfel: ons vertrouwen in nieuw geregistreerde geneesmiddelen. Dat doet de krant bovendien over de rug van het Europese Medicijn Agentschap (EMA): de in Amsterdam gevestigde, toonaangevende autoriteit die streng toeziet op de veilige toelating van nieuwe geneesmiddelen in de EU. Het medium wakkert zo het toch al wankele vertrouwen in overheidsinstituties aan. Een gevaarlijke ontwikkeling, vindt hollandbio, waarmee zij in dit geval letterlijk levens op het spel zet.
EMA neemt steeds vaker genoegen met mager wetenschappelijk bewijs om geneesmiddelen toe te laten tot de Europese markt, zo neemt Trouw klakkeloos over van Investigate Europe (IE), een internationaal collectief gebrand op het ontmantelen van de ‘verborgen structuren die Europa vandaag de dag vormgeven’. De oorzaak van EMA’s vermeende knieval: de invloed van de farmaceutische industrie. Zonder schurk is het immers geen goed verhaal. Diverse nationale experts laten zich voor het karretje spannen en doen uit eigen ervaring een duit in het zakje: een teleurgestelde oncoloog die ten onrechte grootse verwachtingen had van een nieuw medicijn, een academicus die lijkt te vinden dat uitbehandelde patiënten gewoon wat meer geduld moeten hebben, en – als absoluut dieptepunt – een zorgverzekeraar die insinueert dat EMA geneesmiddelen toelaat die enkel schade toebrengen aan patiënten. Het artikel is een gotspe, vanwege de eenzijdigheid van het verhaal en vooral ook om de boodschap die het uitdraagt: als de beoordelaar al niet te vertrouwen is, dan geneesmiddelen zeker niet.
Waar het artikel volledig aan voorbijgaat, is dat we dankzij voortschrijdende wetenschap en technologische ontwikkeling steeds beter weten hoe ziektes ontstaan en hoe groot en belangrijk persoonlijke verschillen daarin zijn. Dat stelt ons vervolgens ook beter in staat om behandelingen op maat te ontwikkelen – een trend die in vakjargon personalised medicine heet en waarin ook de Nederlandse biotech sector een koploper is. De afgelopen decennia heeft dat volop nieuwe geneesmiddelen voor ongeneeslijke en ook zeldzame ziekten opgeleverd, voor kleine groepen, of zelfs helemaal op maat gemaakt, zoals cel- en gentherapieën. Soms vertegenwoordigt zo’n introductie genezing en nieuw levensperspectief, soms meer tijd, meer meedoen, of minder pijn. En soms ook alleen een kans op beter, een glimpje hoop, zonder zekerheid. Maar zelfs dat laatste kan een verschil maken voor een patiënt die eerder slechts aftakeling, lijden en dood in het verschiet had.
De wereldwijde trend naar gezondheid op maat stelt het systeem dat we met zijn allen gebouwd hebben voor uitdagingen: want hoe ga je om met de ontwikkeling, toelating en vergoeding van deze nieuwe, meer gepersonaliseerde geneesmiddelen? Onomstootbaar bewijzen dat iets werkt, was al niet eenvoudig bij geneesmiddelen voor grote groepen patiënten – en wordt er vandaag de dag niet makkelijker op. Bijvoorbeeld omdat er gewoon niet zo heel veel patiënten met een specifieke ziekte zijn en je dus geen grote studies kan doen, of omdat er verschillende en steeds weer nieuwe behandelmogelijkheden zijn, die ook nog verschillen per land, per ziekenhuis of per patiënt. Of omdat we eigenlijk niet zoveel weten over het ziekteverloop zonder behandeling, dat verloop bij iedereen anders is, wanneer een onderzoek met een placebo onhaalbaar of zelfs onethisch is en vooral ook wanneer er geen gezondheidsdata-infrastructuur is waar gegevens centraal verzameld en gedeeld kunnen worden, zodat we kunnen leren van elkaars ervaring. Het is, kortom, toch vaak een kwestie van roeien met de riemen die je hebt om een zo goed mogelijke studie in elkaar te zetten die bewijst of een behandeling werkt.
Maar altijd geldt, hoe meer en steviger het gevraagde bewijs, hoe meer tijd er nodig is om dat bewijs te leveren. Van een nieuwe gentherapie weten we bij registratie misschien best zeker dat deze twee jaar werkt, maar initieel niet of dat effect ook tien jaar aanhoudt, noch bij elke patiënt. Een tumor kan krimpen of verdwijnen, maar of de patiënt langer leeft, is maar de vraag. Alleen meer tijd en meer onderzoek kan echt uitsluitsel geven. Enkele van de lastige vragen waar EMA als onafhankelijke autoriteit mee te maken krijgt, zijn dan ook: hoeveel bewijs kan er nu geleverd worden en wanneer is dat genoeg? Hoelang willen we patiënten uit veiligheidsoogpunt een potentiële behandeling onthouden? En hoeveel onzekerheid willen we accepteren? Zeker wanneer de patiënt geen dag te verliezen heeft? EMA geeft alleen groen licht wanneer zij van mening is dat de voordelen van de behandeling opwegen tegen de nadelen, in het geval van een voorwaardelijke toelating mét verplichting tot vervolgonderzoek en bewijslast. Vervolgens maken we zelf op nationaal of lokaal niveau de afweging of een geneesmiddel in de specifieke eigen zorgpraktijk meerwaarde oplevert, en zo ja, of we willen betalen voor die meerwaarde.
Veel punten die de experts EMA of fabrikanten in het artikel na lijken te dragen, zijn ofwel inherent aan de trend naar gezondheid op maat, of vallen helemaal niet onder de opdracht die we het agentschap hebben gegeven, maar onder de nationale afweging. En juist nu die nationale afweging door een steeds slechter passend systeem, knellende zorgbudgetten en tunnelvisie op betaalbaarheid onder druk komt te staan, wijst men naar EMA. Zolang de lidstaten vasthouden aan hun nationale competenties, ligt hier een rol voor de ambtenaren, verzekeraars en oncologen zelf. Hoe lastig ook.
Natuurlijk moeten we onze instituties goed controleren, hun onafhankelijkheid borgen en zorgen of kritiek vrij kunnen delen. Ook moet er ruimte zijn voor een constructief debat, of dat nu over geneesmiddelen, het zorgstelsel of over het mandaat van EMA en de lidstaten is. Maar dat is niet wat Trouw doet. Met haar sensatiebeluste berichtgeving gooit het dagblad enkel olie op het vuur van het toenemend populisme, de golf aan misinformatie en oprukkende complottheorieën die mensen zo wantrouwig maken ten aanzien van instituties dat het nu al levens kost, zoals door het weigeren van vaccinaties. En dat is wel het laatste dat we nodig hebben. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Laten we alsjeblieft uiterst zorgvuldig omgaan met instanties als EMA, die juist opgericht zijn om onafhankelijkheid en objectiviteit te waarborgen in zaken die ons allemaal direct aangaan – in dit geval onze gezondheid.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandbio2024-06-18 21:41:112024-07-02 15:25:13Ja, we kunnen onze medicijnen vertrouwen
Subsidy call for public private partnership innovation projects 2025 now open
IJzersterk innovatieklimaat, InnovatieklimaatHealth~Holland has opened up their subsidy call for public private partnership (PPP) projects in 2025. The set-up has changed compared to previous years, as any Dutch entity – meaning companies as well as academic institutions – can now submit a PPP program. There is €40 million available to be granted in 2025 for approximately fifteen programs. When a program is approved, partners can subsidize PPP projects that support the goals of the Health & care KIA, National Technology Strategy and Growth markets, and are aligned with the terms and conditions of Health~Holland. Hollandbio believes the call provides opportunities for biotech companies to take the lead and work with their business and academic partners towards innovations for better health. However, we still need to go over the details of the program set-up. If you are a hollandbio member and would like to hear more, have questions or are considering to submit a program, then please contact hollandbio’s Dora.
Wisselingen in bestuur hollandbio
Hollandbio, UitgelichtMet grote waardering voor hun bijdrage in de afgelopen jaren heeft hollandbio tijdens de Algemene Ledenvergadering van afgelopen vrijdag afscheid genomen van drie gedreven bestuursleden: Bas Reichert, Michiel van Eijk en Katrien Reynders. Het afscheid ging hand in hand met het aantreden van twee nieuwe bestuursleden die niet kunnen wachten om hollandbio de komende jaren met raad en daad bij te staan. Een warm welkom dus voor Ellen Broug en Marcel Jacobs!
Het bestuur, de leden en het bureau van hollandbio bedankten Bas Reichert, Michiel van Eijk en Katrien Reynders voor hun jarenlange inzet voor hollandbio en de biotech sector als geheel. Gelukkig toonden Ellen Broug (Vice President Intellectual Property bij uniQure) en Marcel Jacobs (CEO van Matisse Pharmaceuticals) zich bereid om tot het bestuur toe te treden. Na een korte introductie gaf de ledenvergadering hun daartoe het vertrouwen.
Als het gaat om haar drijfveren en ambities als bestuurslid van hollandbio, lichtte Ellen Broug toe:
“Met de uitdagingen waar we als maatschappij voor staan op het gebied van ‘food, fuel and pharmacy’ heeft biotechnologie een hoop te bieden. Het innovatieklimaat in Nederland is gelukkig sterk, alleen individuele biotech ondernemingen zullen hoe dan ook voor vraagstukken komen te staan, bijvoorbeeld als het om intellectueel eigendom gaat. Als bestuurslid bij hollandbio kijk ik ernaar uit om mijn expertise op het gebied van innovatie en in het bijzonder octrooirecht en licentieonderhandelingen in te zetten, zodat dit ten goede kan komen aan alle hollandbio-leden.”
Marcel Jacobs gaf op zijn beurt het volgende aan over de invulling van zijn rol als hollandbio-bestuurslid:
“In de komende jaren wil ik graag een bijdrage leveren aan het ecosysteem voor biotech innovatie in Nederland en dat nog beter op de kaart zetten. Vanuit mijn ervaring in de biotech sector ben ik bekend met mogelijkheden en drempels waar startups en scaleups mee te maken hebben, en ik kan niet wachten om via het bestuur van hollandbio zowel de vereniging als de biotech sector in zijn geheel verder te helpen.”
Hollandbio kijkt uit naar de samenwerking met beide nieuwe bestuursleden in de komende jaren.
Letta-rapport pleit voor ‘vijfde vrijheid’ op onderzoek en innovatie
InnovatieklimaatDe Europese Unie heeft behoefte aan een vernieuwde interne markt die een ‘vijfde vrijheid’ omvat, gericht op het vrije verkeer van onderzoek, innovatie, kennis en onderwijs. Dat stelt de voormalige Italiaanse premier Enrico Letta in een rapport voor de Europese Raad en de Europese Commissie. Hollandbio juicht diverse aanbevelingen uit het rapport toe omdat zij bijdragen aan een Europees ecosysteem waarin betere verspreiding van kennis leidt tot het oplossen van maatschappelijke uitdagingen, bedrijvigheid en banen.
Vanuit een biotech-bril bekeken zijn met name de eerste drie van de zes hoofdstukken met aanbevelingen uit het rapport relevant. De eerste poot bestaat uit de ‘vijfde vrijheid’ waarbij het rapport het belang van onderzoek, (digitale) gegevensuitwisseling en valorisatie benadrukt. Ook moet er meer steun komen voor startups en MKB en harmonisering en modernisering van wet- en regelgeving in cruciale velden die de EU zou moeten stimuleren waaronder biotech.
Een belangrijke tweede uitdaging zit in het beter laten functioneren van de interne markt en met name rond de vraag hoe bedrijven meer financiering en ander kapitaal kunnen aantrekken. Naast het komen tot een kapitaalmarktunie, stelt het rapport onder andere voor een EU Deep Tech Stock Exchange op te richten in navolging van de NASDAQ in de Verenigde Staten. Een andere aanbeveling stelt voor meer aandacht te besteden aan staatssteunregels en deze beter in te zetten voor groei en het vergroten van publieke R&D-investeringen.
Als derde pijler is er ook aandacht voor verschillende sectoren waar specifieke verbeteringen in nodig zijn, waaronder de gezondheidszorg. Het rapport stelt aanbevelingen voor rondom het voorkomen dat nieuwe producten alleen op nationaal niveau worden goedgekeurd, dat er meer aandacht moet komen voor antimicrobiële resistentie (AMR) en neurodegeneratieve ziekten, en dat het PRIME-programma van EMA een fast-track moet krijgen binnen het gezamenlijke HTA-proces. Ook gaat het rapport in op grensoverschrijdende gezondheidszorg en klinisch onderzoek, en komt het met plannen voor de gezamenlijke inkoop van bepaalde innovatieve en weesgeneesmiddelen.
De Nederlandse overheid neemt de conclusies en aanbevelingen van het Letta-rapport serieus. In de duiding daarvan in een zogeheten appreciatie, geeft het kabinet aan dat zij de aanbevelingen uit het rapport bij de aankomende vergaderingen van de Europese Raad wil blijven betrekken.
Innovatiekrediet dreigt haar glans te verliezen
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtJarenlang stond het Innovatiekrediet te boek als één van de belangrijkste publieke financieringsmogelijkheden voor start- en scale-ups in de biotech sector. Hoewel de behoefte aan risicokapitaal vandaag de dag misschien wel groter is dan ooit, liep het aantal aanvragen voor het instrument de afgelopen vijf jaar met vijftig procent terug, zo blijkt uit de evaluatie van het Innovatiekrediet. Ondanks dat de evaluatie niet ingaat op deze trend, vindt hollandbio het een duidelijk signaal dat het krediet haar glans voor de sector dreigt te verliezen.
Populariteit holt achteruit
De populariteit van het Innovatiekrediet, ooit het go-to instrument voor risicovolle kennis- en kapitaalintensieve biotech projecten, holt achteruit. Dienden bedrijven in 2018 nog 105 aanvragen in, zijn dat er in 2023 nog maar 57. Een daling van bijna 50%, terwijl de kapitaalbehoefte van start- en scale-ups zeker niet is afgenomen. Hoewel de terugloop in het aantal aanvragen volgens hollandbio een teken aan de wand is en de neergaande lijn op zijn minst vragen zou moeten oproepen, gaat de evaluatie van het Innovatiekrediet 2018-2022 hier goeddeels aan voorbij.
Verbetering hard nodig
Al jaren vraagt hollandbio aandacht voor cruciale verbeteringen die het Innovatiekrediet weer beter moet doen aansluiten bij het specifieke innovatietraject en de financieringsbehoefte van biotech bedrijven rondom rente, administratiedruk, flexibiliteit en terugbetaaltermijn. We lezen die behoeften van ondernemers helaas maar mondjesmaat terug in de evaluatie. Dat is niet verwonderlijk: de onderzoekers interviewden enkel ondernemers die wél een krediet hebben aangevraagd, maar niet de bedrijven die daar ondanks hun financieringsbehoefte van afzagen. Na lezing van de evaluatie rijst bij hollandbio de vraag wat eigenlijk het hoofddoel van de evaluatie was: meten of en in hoeverre het krediet de succesvolle ontwikkeling van een innovatie bevordert, of toch vooral de positieve evaluatie zelf. Gelukkig haalde één van de belangrijkste pijnpunten de evaluatie wel: het criterium dat projecten binnen vijf jaar tot een marktrijp product moeten leiden is niet realistisch voor veel biotech bedrijven. In de biotech sector kan het immers zo maar tien tot zelfs twintig jaar duren voordat een product eindelijk de markt bereikt.
Revolverendheid prioriteit
Wat bovendien opvalt, is de nadruk op ‘bang for the buck’, de mate van terugbetaling van het Innovatiekrediet. Het lijkt een bredere trend in publieke financiering: in plaats van financieringsgaten te dichten daar waar de noodzaak en risico’s te hoog zijn voor private geldschieters, en rendement dus ongewis, zet de overheid alsnog in op ‘revolverendheid’. Dat is jargon voor het terugverdienen van de verstrekte subsidie of lening, in dit geval door een dikke vette rente die het genomen risico en de termijn dekt. Daar heb je bij het aangaan van het krediet misschien niet zoveel last van als ondernemer, maar bij aanvang van afbetaling, of het aantrekken van vervolgfinanciering des te meer. Soms zodanig, dat niet alleen het doek voortijdig valt voor het gefinancierde project, maar zelfs de continuïteit van het bedrijf op de tocht komt te staan.
Luister naar de ondernemer
Nederland heeft grote ambities als het gaat om het verzilveren van de kansen die biotech biedt voor onze gezondheid, de duurzaamheid van onze planeet en ons nationale verdienvermogen, zo blijkt uit de prominente positie die de sector inneemt in diverse nationale strategieën en programma’s, zoals de Nationale Technologiestrategie, de Groeimarktanalyse, de Nationale Eiwitstrategie en de Rijksbrede visie biotechnologie. Succesvol ondernemerschap is daarin absoluut onmisbaar – en succes van de ondernemer valt of staat in de regel bij het aantrekken van passende financiering. Met die feiten in het achterhoofd, is het raadzaam om de input van die ondernemer – gebruiker en juist niet – ook daadwerkelijk leidend te maken bij het ontwikkelen, evalueren en bijschaven van financieringsinstrumenten die juist hen moeten helpen. Hollandbio brengt het ministerie van EZK én RVO graag met hen in contact.
Gezocht: een gen-iale oplossing voor gentherapie
Gezondheid op maat, Gezondheid, UitgelichtNa decennia van onderzoek en ontwikkeling bereikten de eerste gentherapieën de afgelopen jaren de patiënt. En naar het zich laat aanzien volgen er veel meer, waarmee vele ernstig zieke patiënten eindelijk kans op genezing krijgen. De behandelingen zijn illustratief voor de transitie naar gezondheid op maat die dankzij de biorevolutie op stoom komt. Een fantastische ontwikkeling, waarmee we patiënten steeds vaker gericht kunnen voorzien van de juiste behandeling op het juiste moment, in plaats van te moeten vertrouwen op generieke richtlijnen gebaseerd op de gemene deler. Maar dan moet ons zorgstelsel wel ruimte maken voor die transitie. Dat is bepaald nog geen gelopen race, zo maakt hollandbio op uit de signalering van de COGEM over de waarde van gentherapie.
Het lijkt welhaast een Pavlov-reactie in Nederland: roep ‘geneesmiddel’ en iedereen roept ‘DUUUUURRRR’. Zo ook de COGEM, de commissie die de regering adviseert over de risico’s van genetisch gemodificeerde organismen voor mens en milieu, en die, overigens goeddeels buiten hun expertisegebied, een signalering uitbracht over de kosten van gentherapie. In het resulterende lijvige rapport stellen ze vast wat we grotendeels al wisten: dat de komst van al die nieuwe gentherapieën op gespannen voet staat met ons zorgsysteem. Ook wat betreft oplossingen brengt de publicatie amper nieuws: ingrijpen, meer onderhandelen en zelfs academische ontwikkeling – dé beloftevolle nationale prijsstunter die een wereldwijde inspanning wel even te slim af zal zijn.
Toch zien we één nieuwe suggestie, en daar is hollandbio blij mee. Want naast de vele ideeën om nóg meer drempels voor toelating en vergoeding op te werpen en dus uit kostenoverwegingen te voorkomen dat we meer patiënten daadwerkelijk beter maken, doet de COGEM ook een verfrissende suggestie die doorgaans onvermeld blijft: een verhoging van het budget voor geneesmiddelen. En daar valt veel voor te zeggen, aangezien we de grootste gezondheidswinst van de afgelopen decennia in de zorg, en – mits gebruikt – ook de komende decennia boeken dankzij innovatieve geneesmiddelen. Niet door de handen aan het bed, niet door pilots met doseringen of medicijnvakanties, niet door artsen of nieuwbouw, maar door de inzet van nieuwe vaccins en geneesmiddelen, zeker in combinatie met nieuwe diagnostica en een essentiële investering in onze gezondheidsdata-infrastructuur, zodat we de juiste patiënt op het juiste moment van de best passende behandeling kunnen voorzien. Extra budget hiervoor is dan ook logisch en prima te verantwoorden, ook wanneer geneesmiddelen daarmee een aanzienlijk grotere hap uit het totale zorgbudget zouden nemen dan ze nu doen.
Bovendien, laten we wel wezen, laat innovatie zich niet tegenhouden. Wetenschappers en bedrijven zullen met vereende kracht blijven ontdekken en ontwikkelen. Publicaties over kosten, gemopper over prijsstelling en suggesties om de onbetwiste hofleveranciers van nieuwe geneesmiddelen – de farmaceutische industrie – buiten spel te zetten, veranderen daar niets aan. Die nieuwe gentherapieën gaan er komen, dat staat als een paal boven water. Of en wanneer ook patiënten in Nederland hiervan zullen profiteren, dat is de vraag. Berusten in de onafwendbaarheid van ‘pijnlijke keuzes en dilemma’s om de zorg betaalbaar te houden’, zoals de COGEM lijkt te suggereren, is berusten in stilstand, of erger nog, in achteruitgang. En dat staat niet alleen haaks op het DNA van de biotech sector, dat staat haaks op wat we de sector nodig heeft en de patiënt verdient: een radicale investering in vooruitgang.
Benutting nieuwe veredelingstechnieken loopt verder vertraging op
Wereld mét toekomst, Voedsel en materialenOpnieuw loopt de modernisering van de wetgeving rondom nieuwe veredelingstechnieken vertraging op, nu EU-lidstaten hebben gefaald om overeenstemming te bereiken over een compromisvoorstel. En dat is ronduit teleurstellend, want terwijl de EU maar blijft praten over de zogeheten New Genomic Techniques (NGT’s) kan men buiten Europa wel profiteren van de voordelen die moderne technieken zoals CRISPR-Cas bieden in het veredelen van robuuste gezonde gewassen. Naar verwachting ligt het dossier zeker het komende halfjaar op z’n gat.
Lidstaten falen om tot overeenstemming te komen
Na jarenlang praten ligt er eindelijk een voorstel om de vruchten te plukken van Crispr-gewassen, waar zowel Nederland als het Europees Parlement uitgesproken voorstander van zijn. Een meerderheid van lidstaten heeft zelfs ronduit vertrouwen in versoepeling van de wetgeving, maar deze groep voorstanders is niet groot genoeg voor een zogeheten gekwalificeerde meerderheid binnen de Raad van de EU.
Liever lege schappen dan octrooien
De technieken zelf zijn niet het struikelblok voor de modernisering, maar eerder de vrees voor octrooien op (eigenschappen van) de daaruit voortkomende gewassen. Dat de bescherming van intellectueel eigendom geregeld is in een totaal ander stuk wetgeving, namelijk de Biotech Octrooi Richtlijn, en daarmee niets te maken heeft met de NGT-wetgeving, lijkt de tegenstanders niet te deren. In reactie op de octrooi-angst zegde de Europese Commissie eerder al toe de situatie strikt te zullen onderzoeken. Ook heeft de veredelingssector zelf al diverse maatregelen genomen om transparantie en eerlijke toegang tot geoctrooieerd uitgangsmateriaal te verzekeren. Helaas mocht het allemaal niet baten. Blijkbaar verkiezen de tegenstanders lege supermarktschappen boven octrooien.
Stilstand onder nieuwe EU-voorzitter(s)
België heeft als EU-voorzitter uitvoerig met Polen gesproken om te komen tot een compromisvoorstel waar de lidstaat – cruciaal voor de gekwalificeerde meerderheid – voor zou zijn, maar zonder resultaat. En dus dreigt nu maandenlange stilstand, want de verwachting is dat nieuwe EU-voorzitter Hongarije – fervent tegenstander – het NGT-dossier niet ter hand zal nemen. Of dwarsligger Polen er het halfjaar daarna onder zijn voorzitterschap aan zal trekken is nog maar zeer de vraag. Met een positieve blik geeft de vertraging de sector de kans om de zorgen over octrooien weg te nemen en daarmee het horrorscenario te voorkomen dat we straks eindelijk wél passende NGT-wetgeving hebben, maar alsnog met lege handen staan omdat innovaties niet beschermd kunnen worden. Maar eigenlijk is het gewoon ellende troef en bevestigt de EU haar status als wereldwijd museum voor plantenveredeling. Terwijl we ooit de onbetwiste koploper waren, en we nieuwe tools bovendien harder dan ooit nodig hebben om samen de wereld beter achter te kunnen laten voor toekomstige generaties.
Karremans mag kar trekken rond vaccinatievoorziening voor volwassenen
GezondheidIn het kader van een toekomstbestendig en wendbaar vaccinatiestelsel staat het nut en de noodzaak van een vaccinatievoorziening voor volwassenen voor geen enkele partij ter discussie. Toch heeft de daadwerkelijke komst volgens het RIVM nog wel wat voeten in de aarde. Oud-staatssecretaris van Ooijen laat een besluit aan zijn opvolger. Kersvers staatssecretaris Karremans kondigt gelukkig een karrevracht aan ambitie aan om met vaccinatie en de vaccinatieprogramma’s aan de slag te gaan. Prikt hij deze broodnodige verbetering van het vaccinatiestelsel binnen?
Na de conclusie van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving dat ons vaccinatiestelsel een lappendeken is, kan actie niet uitblijven. Zeker niet na de constatering dat er een belangrijke lap ontbreekt. Het Rijksvaccinatieprogramma loopt immers tot de leeftijd van 18 jaar, terwijl er ook steeds meer vaccins boven die leeftijd nare infectieziekten helpen voorkomen. Denk naast de welbekende griep- en pneumokokkenvaccins bijvoorbeeld aan vaccinaties tegen corona, gordelroos en RSV. In opdracht van oud-staatssecretaris van Ooijen onderzocht het RIVM de afgelopen kabinetsperiode de haalbaarheid van een vaccinatievoorziening voor volwassenen.
De wens van het ministerie van VWS is dat iedere Nederlander op elke leeftijd maximaal kan profiteren van vaccinaties. Zo bezien is de komst van een vaccinatievoorziening voor volwassenen een absolute no-brainer. Het gebrek hieraan vormt een belangrijke weeffout in ons vaccinatiestelsel. De vraag is daarmee niet langer “of”, maar vooral “hoe” we gaan zorgen dat vaccinaties voor volwassenen een weg naar de arm vinden. Waar huisartsen eerder meewerkten aan losse programma’s voor griep- en pneumokokkenvaccinatie, is er behoefte aan een meer structurele inbedding. Toch blijft een concreet plan uit, ook na de uitvoeringstoets. De brede coalitie Vaccinatiegraad Beneden Peil roept Kamerleden daarom in een brandbrief op hier werk van te maken. Een boodschap waar hollandbio zich graag achter schaart.
Gelukkig staan de GGD’en te trappelen om invulling te geven aan een vaccinatievoorziening voor volwassenen. Of zij ook verantwoordelijk worden voor de griep- en pneumokokkenvaccinaties, die nu door de huisarts worden verzorgd, is een dilemma van een andere orde. Wij snappen best dat ook huisartsen en apothekers graag een graantje mee p(r)ikken, om voor een fijnmazige aanpak te zorgen. De belangrijkste, nog openstaande vraag is daarmee of de totale kosten van het anders organiseren opwegen tegen de baten – inclusief de transitiekosten, die bijvoorbeeld nodig zijn om de juiste personen op het juiste moment op het juiste vaccin te wijzen. Recent onderzoek van de Office for Health Economics laat zien dat vaccinatieprogramma’s voor volwassenen zich tot wel 19x terugverdienen, wanneer het volledige spectrum van economische en maatschappelijke baten meeweegt. Voor hollandbio is het helder: als we op dit punt niet vol investeren in vooruitgang, doen we onszelf tekort.
The sky no longer the limit at the Dutch Biotech Event 2024
Hollandbio, UitgelichtLast Friday, the Dutch life science sector came together to celebrate the power of biotech. With a great line-up of inspiring keynotes and fascinating break-out sessions, this year’s program highlighted once again that people in our sector will go above and beyond to positively impact the wellbeing of people, animals and our planet with biotech.
Hollandbio’s Annemiek started the day off with a warm welcome at the beautiful lakeside venue of Innstyle, Maarssen. In the light of our ten-year anniversary, she mentioned how hollandbio’s footprint has grown over the years, allowing us to build the right connections and show more and more people that biotech makes life better, all with the aim of having ground-breaking biotech innovations reach society easier and faster.
One of these disruptive technologies forms the base of Deep Branch, a Netherlands- and UK-based biotech company that captures carbon from the air to create sustainable food ingredients. As our first keynote, the company’s co-founder and CEO Pete Rowe explained what it takes to scale a new industrial biotech process and stay successful. “Companies need different things at different times. When something throws you off balance, be honest with yourself and those around you – only then you can adapt with it.” He ended his presentation with an offer to the audience to reach out to the community if they face similar challenges, as he would gladly discuss his lessons learned over a pint of beer.
Annemiek then went on highlighting another way in which we empower biotech start-ups on their road to success. Namely, the member benefits we offer as part of the hollandbio membership, including exclusive deals on leading biotech events, lab materials and services. New to our list of partners is life science supplier Eppendorf offering our members great discounts on high quality lab equipment and future-proof workflow solutions.
Next, Chretien Herben took the stage to welcome six ambitious teams of trailblazing biotech entrepreneurs that participated in the LifeScience@Work Venture Challenge. After performing their one-minute pitches on stage, life science start-up FETCH was announced as the winner of the Spring 2024 edition. We wish the company’s CEO Michiel Stevens and his team good luck in further developing their innovative tumor cell analysis method for precision diagnostics and personalized therapy for metastatic cancer patients!
Sander van Deventer, co-founder and CEO of VectorY concluded the plenary program by showing why and how his company aims for the high hanging instead of the low hanging fruit in drug development for neurodegenerative disease. “Using a completely new strategy combining antibodies with AAV-based delivery, we are able to target the untargetable and develop an effective precision gene therapy for sporadic amyotrophic lateral sclerosis (ALS) that targets the entire pathology for up to ten years. But unfortunately, in our current healthcare system it remains to be seen if therapies like this that are developed in The Netherlands will also be available in The Netherlands.” According to Sander, politics, physicians and insurers need to catch up with drug development, in order for innovative drugs to reach patients in need.
After the inspiring plenary session and a short networking break accompanied by Revyve’s deliciously innovative filet americain bites made from upcycled beer yeast, it was time to put our brains to work again at one of four parallel break-out sessions aimed at boosting entrepreneurship in biotech:
We want to thank all speakers, participants and fellow organizers for making this year’s edition a great success. We hope you enjoyed it as much as we did to meet other biotech professionals and exchange the struggles and passions of working in this ambitious sector!
De wereld is best wel een troep, en ik wil bijdragen aan het opruimen daarvan.
Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?
Vlees waar geen dier voor geslacht hoeft te worden, dat was tien jaar geleden nog een fantasie maar lijkt nu toch steeds meer werkelijkheid te gaan worden. Het in Maastricht gevestigde Mosa Meat is een van de pioniers als het gaat om kweekvlees. Aan het roer van het snelgroeiende bedrijf staat Maarten Bosch, die zich dagelijks met een internationaal team inzet om gecultiveerd vlees naar de consument te krijgen. Ondernemen bleek tijdens zijn carrière al gauw een centrale rol te vervullen. Van een stagebureau om Nederlandse studenten te koppelen aan Boliviaanse lokale ondernemers tot verschillende bedrijven in de hoek van de health-tech. In de loop van de tijd zag hij dat “de wereld best wel een troep is” en besloot hij te willen bijdragen aan het opruimen daarvan.
Door de jaren heen is de rol van Maarten binnen het team van Mosa Meat flink veranderd. Aan het begin van zijn tijd bij Mosa Meat stond hij nog bureaus in elkaar te schroeven en gedurende de coronatijd zocht hij appartementen voor de nieuwe internationale medewerkers, maar één succesfactor staat als paal boven water. “Het team dat wij bij Mosa Meat hebben is essentieel voor het werk dat wij doen”. Dus is het bouwen en behouden van dat team voor Maarten van groot belang. Tegenwoordig houdt hij zich vooral bezig met het uitzetten van de lijnen en het koppig doorzetten naar een wereld waarin kweekvlees gewoon in de supermarkt te krijgen is.
Dat begon voor Mosa Meat allemaal in Maastricht, en die keuze is zeker niet onbelangrijk. Hoogleraar Mark Post kweekte er in 2013 de eerste hamburger van koeienstamcellen en sindsdien heeft het bedrijf een sterke band met de stad en regio opgebouwd. Onlangs nog besloot Mosa Meat om zijn campus in Maastricht uit te breiden – mede dankzij de steun van LIOF, Brightlands en de Gemeente Maastricht. De wereldwijde markt die Mosa Meat wil bedienen is het doel, maar de innovatie en de eerste pilotfabriek worden opgezet in Maastricht. Grootste uitdaging is nu het opschalen en daarmee betaalbaar krijgen, maar daar heeft de in Maastricht geboren Maarten een groot vertrouwen in. “Heel veel dingen mislukken, maar ook dat hoort er gewoon bij.”
Ja, we kunnen onze medicijnen vertrouwen
Gezondheid op maat, GezondheidIn een eenzijdige longread vol stemmingmakerij, clickbait titel incluis, trekt dagblad Trouw opzichtig een groot goed in twijfel: ons vertrouwen in nieuw geregistreerde geneesmiddelen. Dat doet de krant bovendien over de rug van het Europese Medicijn Agentschap (EMA): de in Amsterdam gevestigde, toonaangevende autoriteit die streng toeziet op de veilige toelating van nieuwe geneesmiddelen in de EU. Het medium wakkert zo het toch al wankele vertrouwen in overheidsinstituties aan. Een gevaarlijke ontwikkeling, vindt hollandbio, waarmee zij in dit geval letterlijk levens op het spel zet.
EMA neemt steeds vaker genoegen met mager wetenschappelijk bewijs om geneesmiddelen toe te laten tot de Europese markt, zo neemt Trouw klakkeloos over van Investigate Europe (IE), een internationaal collectief gebrand op het ontmantelen van de ‘verborgen structuren die Europa vandaag de dag vormgeven’. De oorzaak van EMA’s vermeende knieval: de invloed van de farmaceutische industrie. Zonder schurk is het immers geen goed verhaal. Diverse nationale experts laten zich voor het karretje spannen en doen uit eigen ervaring een duit in het zakje: een teleurgestelde oncoloog die ten onrechte grootse verwachtingen had van een nieuw medicijn, een academicus die lijkt te vinden dat uitbehandelde patiënten gewoon wat meer geduld moeten hebben, en – als absoluut dieptepunt – een zorgverzekeraar die insinueert dat EMA geneesmiddelen toelaat die enkel schade toebrengen aan patiënten. Het artikel is een gotspe, vanwege de eenzijdigheid van het verhaal en vooral ook om de boodschap die het uitdraagt: als de beoordelaar al niet te vertrouwen is, dan geneesmiddelen zeker niet.
Waar het artikel volledig aan voorbijgaat, is dat we dankzij voortschrijdende wetenschap en technologische ontwikkeling steeds beter weten hoe ziektes ontstaan en hoe groot en belangrijk persoonlijke verschillen daarin zijn. Dat stelt ons vervolgens ook beter in staat om behandelingen op maat te ontwikkelen – een trend die in vakjargon personalised medicine heet en waarin ook de Nederlandse biotech sector een koploper is. De afgelopen decennia heeft dat volop nieuwe geneesmiddelen voor ongeneeslijke en ook zeldzame ziekten opgeleverd, voor kleine groepen, of zelfs helemaal op maat gemaakt, zoals cel- en gentherapieën. Soms vertegenwoordigt zo’n introductie genezing en nieuw levensperspectief, soms meer tijd, meer meedoen, of minder pijn. En soms ook alleen een kans op beter, een glimpje hoop, zonder zekerheid. Maar zelfs dat laatste kan een verschil maken voor een patiënt die eerder slechts aftakeling, lijden en dood in het verschiet had.
De wereldwijde trend naar gezondheid op maat stelt het systeem dat we met zijn allen gebouwd hebben voor uitdagingen: want hoe ga je om met de ontwikkeling, toelating en vergoeding van deze nieuwe, meer gepersonaliseerde geneesmiddelen? Onomstootbaar bewijzen dat iets werkt, was al niet eenvoudig bij geneesmiddelen voor grote groepen patiënten – en wordt er vandaag de dag niet makkelijker op. Bijvoorbeeld omdat er gewoon niet zo heel veel patiënten met een specifieke ziekte zijn en je dus geen grote studies kan doen, of omdat er verschillende en steeds weer nieuwe behandelmogelijkheden zijn, die ook nog verschillen per land, per ziekenhuis of per patiënt. Of omdat we eigenlijk niet zoveel weten over het ziekteverloop zonder behandeling, dat verloop bij iedereen anders is, wanneer een onderzoek met een placebo onhaalbaar of zelfs onethisch is en vooral ook wanneer er geen gezondheidsdata-infrastructuur is waar gegevens centraal verzameld en gedeeld kunnen worden, zodat we kunnen leren van elkaars ervaring. Het is, kortom, toch vaak een kwestie van roeien met de riemen die je hebt om een zo goed mogelijke studie in elkaar te zetten die bewijst of een behandeling werkt.
Maar altijd geldt, hoe meer en steviger het gevraagde bewijs, hoe meer tijd er nodig is om dat bewijs te leveren. Van een nieuwe gentherapie weten we bij registratie misschien best zeker dat deze twee jaar werkt, maar initieel niet of dat effect ook tien jaar aanhoudt, noch bij elke patiënt. Een tumor kan krimpen of verdwijnen, maar of de patiënt langer leeft, is maar de vraag. Alleen meer tijd en meer onderzoek kan echt uitsluitsel geven. Enkele van de lastige vragen waar EMA als onafhankelijke autoriteit mee te maken krijgt, zijn dan ook: hoeveel bewijs kan er nu geleverd worden en wanneer is dat genoeg? Hoelang willen we patiënten uit veiligheidsoogpunt een potentiële behandeling onthouden? En hoeveel onzekerheid willen we accepteren? Zeker wanneer de patiënt geen dag te verliezen heeft? EMA geeft alleen groen licht wanneer zij van mening is dat de voordelen van de behandeling opwegen tegen de nadelen, in het geval van een voorwaardelijke toelating mét verplichting tot vervolgonderzoek en bewijslast. Vervolgens maken we zelf op nationaal of lokaal niveau de afweging of een geneesmiddel in de specifieke eigen zorgpraktijk meerwaarde oplevert, en zo ja, of we willen betalen voor die meerwaarde.
Veel punten die de experts EMA of fabrikanten in het artikel na lijken te dragen, zijn ofwel inherent aan de trend naar gezondheid op maat, of vallen helemaal niet onder de opdracht die we het agentschap hebben gegeven, maar onder de nationale afweging. En juist nu die nationale afweging door een steeds slechter passend systeem, knellende zorgbudgetten en tunnelvisie op betaalbaarheid onder druk komt te staan, wijst men naar EMA. Zolang de lidstaten vasthouden aan hun nationale competenties, ligt hier een rol voor de ambtenaren, verzekeraars en oncologen zelf. Hoe lastig ook.
Natuurlijk moeten we onze instituties goed controleren, hun onafhankelijkheid borgen en zorgen of kritiek vrij kunnen delen. Ook moet er ruimte zijn voor een constructief debat, of dat nu over geneesmiddelen, het zorgstelsel of over het mandaat van EMA en de lidstaten is. Maar dat is niet wat Trouw doet. Met haar sensatiebeluste berichtgeving gooit het dagblad enkel olie op het vuur van het toenemend populisme, de golf aan misinformatie en oprukkende complottheorieën die mensen zo wantrouwig maken ten aanzien van instituties dat het nu al levens kost, zoals door het weigeren van vaccinaties. En dat is wel het laatste dat we nodig hebben. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Laten we alsjeblieft uiterst zorgvuldig omgaan met instanties als EMA, die juist opgericht zijn om onafhankelijkheid en objectiviteit te waarborgen in zaken die ons allemaal direct aangaan – in dit geval onze gezondheid.