Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Deze editie richten wij onze blik op Europese financiering: het European Innovation Council (EIC).
Het EIC is opgericht als onderdeel van het Horizon Europe platform om innovaties te ondersteunen. De EIC Accelerator richt zich specifiek op het helpen versnellen en schalen van startups, scale-ups en het MKB. Met een budget van ruim 10 miljard euro, te verdelen in 7 jaar, is het EIC een significante speler in de financiering van Europese innovatie. EIC stelt een deel van het geld beschikbaar via thematische challenges gericht op de Europese Green Deal, digitalisering en gezondheid, waar ook biotech een rol in speelt. Het overige deel is niet geoormerkt en kan via open inschrijving worden aangevraagd.
Hollandbio is erg enthousiast over het EIC, en in het bijzonder over de EIC accelerator, die zich richt op het MKB. Dit instrument biedt grote subsidiebedragen en de mogelijkheid om aandelenkapitaal te ontvangen. Biotech weet de EIC Accelerator goed te vinden en strijkt een aanzienlijk deel van de verstrekte financiering op: 13% van de toekenning van 2021 tot 2023 is in de Therapeutics, 7% op industriële biotech, 9% op Diagnostics en IVD. Bovendien zien we biotech als deelonderwerp nog terug in een aantal andere categorieën.
Het EIC is een lichtend voorbeeld in een op veel fronten ontoereikend biotech financieringslandschap om innovaties voor transities in energie, voedsel, materialen en gezondheid te realiseren. Hollandbio zou dan ook graag meer van dit soort subsidies zien, die de biotech sector daadwerkelijk helpen de beruchte valley of death te overbruggen. Helaas blijkt uit de werkprogramma’s van 2022, 2023 en 2024 juist een daling van het EIC budget. Dat moet echt anders. Het EIC is een subsidieregeling om als Europese Unie trots op te zijn, die ruimte laat voor ondernemers om te versnellen naar de markt. Wat hollandbio betreft zet Nederland in voor een ruimer EIC budget, en kijken we direct even mee waar we de aantrekkelijke voorwaarden en succesfactoren van dit instrument ook in nationale financieringsinstrumenten kunnen verwerken.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-09-10 14:27:362025-09-18 09:42:01EIC: een subsidieregeling om trots op te zijn← #nieuws
Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Deze editie richten wij onze blik op Europese financiering: het European Innovation Council (EIC).
Het EIC is opgericht als onderdeel van het Horizon Europe platform om innovaties te ondersteunen. De EIC Accelerator richt zich specifiek op het helpen versnellen en schalen van startups, scale-ups en het MKB. Met een budget van ruim 10 miljard euro, te verdelen in 7 jaar, is het EIC een significante speler in de financiering van Europese innovatie. EIC stelt een deel van het geld beschikbaar via thematische challenges gericht op de Europese Green Deal, digitalisering en gezondheid, waar ook biotech een rol in speelt. Het overige deel is niet geoormerkt en kan via open inschrijving worden aangevraagd.
Hollandbio is erg enthousiast over het EIC, en in het bijzonder over de EIC accelerator, die zich richt op het MKB. Dit instrument biedt grote subsidiebedragen en de mogelijkheid om aandelenkapitaal te ontvangen. Biotech weet de EIC Accelerator goed te vinden en strijkt een aanzienlijk deel van de verstrekte financiering op: 13% van de toekenning van 2021 tot 2023 is in de Therapeutics, 7% op industriële biotech, 9% op Diagnostics en IVD. Bovendien zien we biotech als deelonderwerp nog terug in een aantal andere categorieën.
Het EIC is een lichtend voorbeeld in een op veel fronten ontoereikend biotech financieringslandschap om innovaties voor transities in energie, voedsel, materialen en gezondheid te realiseren. Hollandbio zou dan ook graag meer van dit soort subsidies zien, die de biotech sector daadwerkelijk helpen de beruchte valley of death te overbruggen. Helaas blijkt uit de werkprogramma’s van 2022, 2023 en 2024 juist een daling van het EIC budget. Dat moet echt anders. Het EIC is een subsidieregeling om als Europese Unie trots op te zijn, die ruimte laat voor ondernemers om te versnellen naar de markt. Wat hollandbio betreft zet Nederland in voor een ruimer EIC budget, en kijken we direct even mee waar we de aantrekkelijke voorwaarden en succesfactoren van dit instrument ook in nationale financieringsinstrumenten kunnen verwerken.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2024-09-10 14:19:582024-09-10 14:27:58Biotech financiering onder de loep: The European Innovation Council ← #nieuws
Wanneer je ziek bent, wil je maar één ding: beter worden. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland en sta je als patiënt met lege handen. In zo’n geval kunnen early access programma’s uitkomst bieden om de behandeling toch beschikbaar te krijgen. De vraag ‘wie betaalt dat?’ vormt helaas in toenemende mate een twistpunt tussen overheid en fabrikanten. Hollandbio zette de ins en outs van verschillende programma’s op een rij en oppert een typisch Nederlandse oplossing: laten we de rekening splitten – let’s go Dutch!
Early access programma’s kunnen van grote waarde zijn voor patiënten, en het Nederlandse zorgsysteem biedt gelukkig verschillende mogelijkheden. Hoewel het belang van de programma’s buiten kijf staat, vormt financiering soms een twistpunt: wie betaalt de rekening wanneer de behandeling (nog) niet voor reguliere vergoeding in aanmerking komt? Een geneesmiddelenbedrijf wil natuurlijk dat de overheid zo snel mogelijk gaat betalen voor het product, terwijl de overheid juist wil dat de fabrikant de kosten zo lang mogelijk op zich neemt. Recent nog, liepen de gemoederen hoog op, toen fabrikanten aangaven dat het niet langer haalbaar is om geneesmiddelen zonder zicht op een einddatum gedurende de sluisperiode gratis weg te geven.
De catch-22 rond toegang In de discussie om de rekening van nieuwe geneesmiddelen, houden we elkaar in een vervelende en steeds verder verstikkende wurggreep. De overheid eist overtuigende data dat een product zijn prijskaartje waard is – in onze eigen nationale zorgcontext – alvorens tot vergoeding over te gaan. De fabrikant werkt daar weliswaar graag aan mee, maar al die studies kosten veel geld en veel tijd. Dat maakt ten eerste dat patiënten soms lang moeten wachten voordat een geneesmiddel, ondanks een vermoeden van effectiviteit, ook voor hen beschikbaar is, maar ten tweede dat de kosten voor de fabrikant alsmaar oplopen, terwijl de terugverdientijd juist terugloopt, met alle gevolgen van dien voor de prijzen van nieuwe producten. Een regelrechte catch-22 voor de toegang tot nieuwe geneesmiddelen.
Bruggen slaan: de overbruggingsfinanciering Hollandbio wil deze catch-22 doorbreken, en dat kan niet zonder geven en nemen. Gelukkig zien we steeds meer (early access) initiatieven waar actief gezocht wordt naar een compromis waar uiteindelijk alle partijen mee akkoord kunnen gaan. Helaas blijft onze overheid nog wat achter wanneer zij centrale onderhandelingen voert. Want hoewel ze aangeeft aan early access mee te wegen, is geenszins helder hoe. Bij hollandbio zien we wel brood in een methode waar we internationaal bekend om staan: going Dutch. Hierbij maken de overheid en fabrikant de afspraak om de rekening van een behandeling gedurende de onderhandelingen (retrospectief) te splitten. Dat is niet alleen eerlijk, het geeft beide partijen een incentive om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen én garandeert dat patiënten zo snel mogelijk mogen rekenen op de behandeling waar ze mogelijk baat bij hebben.
Wanneer je ziek bent, wil je maar één ding: beter worden. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland en sta je als patiënt met lege handen. In zo’n geval kunnen early access programma’s uitkomst bieden om de behandeling toch beschikbaar te krijgen. De vraag ‘wie betaalt dat?’ vormt helaas in toenemende mate een twistpunt tussen overheid en fabrikanten. Hollandbio zette de ins en outs van verschillende programma’s op een rij en oppert een typisch Nederlandse oplossing: laten we de rekening splitten – let’s go Dutch!
Early access programma’s kunnen van grote waarde zijn voor patiënten, en het Nederlandse zorgsysteem biedt gelukkig verschillende mogelijkheden. Hoewel het belang van de programma’s buiten kijf staat, vormt financiering soms een twistpunt: wie betaalt de rekening wanneer de behandeling (nog) niet voor reguliere vergoeding in aanmerking komt? Een geneesmiddelenbedrijf wil natuurlijk dat de overheid zo snel mogelijk gaat betalen voor het product, terwijl de overheid juist wil dat de fabrikant de kosten zo lang mogelijk op zich neemt. Recent nog, liepen de gemoederen hoog op, toen fabrikanten aangaven dat het niet langer haalbaar is om geneesmiddelen zonder zicht op een einddatum gedurende de sluisperiode gratis weg te geven.
De catch-22 rond toegang In de discussie om de rekening van nieuwe geneesmiddelen, houden we elkaar in een vervelende en steeds verder verstikkende wurggreep. De overheid eist overtuigende data dat een product zijn prijskaartje waard is – in onze eigen nationale zorgcontext – alvorens tot vergoeding over te gaan. De fabrikant werkt daar weliswaar graag aan mee, maar al die studies kosten veel geld en veel tijd. Dat maakt ten eerste dat patiënten soms lang moeten wachten voordat een geneesmiddel, ondanks een vermoeden van effectiviteit, ook voor hen beschikbaar is, maar ten tweede dat de kosten voor de fabrikant alsmaar oplopen, terwijl de terugverdientijd juist terugloopt, met alle gevolgen van dien voor de prijzen van nieuwe producten. Een regelrechte catch-22 voor de toegang tot nieuwe geneesmiddelen.
Bruggen slaan: de overbruggingsfinanciering Hollandbio wil deze catch-22 doorbreken, en dat kan niet zonder geven en nemen. Gelukkig zien we steeds meer (early access) initiatieven waar actief gezocht wordt naar een compromis waar uiteindelijk alle partijen mee akkoord kunnen gaan. Helaas blijft onze overheid nog wat achter wanneer zij centrale onderhandelingen voert. Want hoewel ze aangeeft aan early access mee te wegen, is geenszins helder hoe. Bij hollandbio zien we wel brood in een methode waar we internationaal bekend om staan: going Dutch. Hierbij maken de overheid en fabrikant de afspraak om de rekening van een behandeling gedurende de onderhandelingen (retrospectief) te splitten. Dat is niet alleen eerlijk, het geeft beide partijen een incentive om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen én garandeert dat patiënten zo snel mogelijk mogen rekenen op de behandeling waar ze mogelijk baat bij hebben.
A month ago, hollandbio hosted a webinar to discuss the opportunities for companies about the private public partnerships (PPP) subsidy call 2025 directed by Health~Holland. The changes for next year’s subsidy application provide both opportunities and challenges for companies.
Opportunities for companies
This subsidy has a budget of €40 million and allows any two Dutch entities (yes, companies as well) to set-up a program that is supportive to the missions of the Knowledge and Innovation agenda (KIA), the National Technology Strategy (NTS) and contributes to the Growth Markets program for future economic earning capacity.
Secondly as of 2024, SME-companies can claim a larger portion of the subsidy budget, up to 60% of your own project costs and the minimal contribution can be fully in kind.
Challenges to companies
Challenges lie mostly in the execution of the program. When you submit a program, you have to find additional financial and operational capacity to run it, to review and approve projects, to communicate about your program and make sure all projects are committed in time.
Next is the deadline to submit an application, November 1st, so there are only 10 weeks left. Setting up new collaborations might prove to be a challenge if you want full commitment from all parties.
Above practicalities can still be managed, but any company has to take into account that being part of a program consortium might mean that your competitor can submit a project within your program, and you can submit your own projects to your own program.
At hollandbio we strive to direct a larger piece of the PPP-pie to biotech companies, so the subsidy can be used to accelerate innovations to the market. If you have any questions do not hesitate to contact us and if you are submitting a proposal, we would love to hear from you. Contact hollandbio’s Dora.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-09-03 15:49:122024-09-03 15:49:13PPP Subsidy 2025 – apply, benefit and be in charge← #nieuws
“Het smaakt als vlees, ruikt als vlees en lijkt precies op vlees.” Deze zomer mocht hollandbio’s Annemiek als één van vijf eerste proevers haar tanden zetten in de Mosa Burger van Mosa Meat. En dat smaakte naar meer, want de kweekhamburger van dit Nederlandse biotech bedrijf was volgens haar haast niet van conventioneel vlees te onderscheiden. Een hapje van de toekomst dus, en we zijn dan ook apetrots dat hollandbio dit soort proeverijen samen met de bedrijven en de ministeries van LNV en VWS mogelijk heeft gemaakt. Natuurlijk gunnen we iedereen dit soort prachtige Nederlandse producten, dus laat dit de opmaat zijn voor de verdere ontwikkeling en productie! Lees meer
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-09-03 15:25:592024-09-03 15:27:22Hollandbio’s Annemiek proeft Mosa Burger tijdens tweede Europese kweekvleesproeverij← #nieuws
Het communicatieteam van hollandbio is een lid rijker! Per 5 augustus is Idalia Długosz officieel begonnen als Project Manager Communicatie.
Idalia volgde de bachelor International Studies aan Universiteit Leiden, met een focus op het Midden-Oosten. Haar passie voor schrijven en een flinke dosis nieuwsgierigheid kon zij daaropvolgend goed combineren tijdens de master Journalistiek en Nieuwe Media. Tijdens deze opleiding heeft Idalia mee gewerkt aan een onderzoek over hoe wetenschappelijk onderzoek wordt gecommuniceerd in de media.
Na haar start in de communicatie bij International Crisis Group, een NGO in Brussel, combineerde Ida haar interesse in communicatie, storytelling en maatschappelijke ontwikkelingen als social media manager bij de Rijksdienst van Ondernemend Nederland. Ze deed daar veel ervaring op in het communiceren voor verschillende doelgroepen, en nu biedt hollandbio haar een interessante nieuwe uitdaging: het belang van de biorevolutie en de biotech sector bij een breder publiek bekend maken. Idalia gaat hollandbio hierin versterken door verschillende communicatietaken op te pakken. Ook zal je haar af en toe kunnen tegenkomen op onze events.
“Ik vind het heel boeiend om de biotech wereld beter te leren kennen. Eigenlijk zijn biotech oplossingen al overal te vinden, alleen heeft de gemiddelde persoon dat vaak niet meteen door. Daarom wil ik meehelpen om het verhaal en belang van de sector zo goed mogelijk op de kaart te zetten.”
Last Monday, the third edition of our Hollandbio komt naar je toer event series took place at Zernike Campus Groningen. Together with LIFE Cooperative, the life science and health cluster of the northern Netherlands, we brought around 90 life science & health professionals together at Plus Ultra Groningen for drinks and dinner in celebration of both our 10-year anniversaries. Through the amazing networking opportunity and short talks of Peter Ketelaar (LIFE Cooperative), Annemiek Verkamman (hollandbio) and Richard Lantink (Ofichem) we celebrated the growth and strength of the Groningen region as part of the (inter)national biotech ecosystem.
Next up on our tour calendar is the Delft edition on September 19th! We hope to see you there, or at one of the other networking events taking place at local biotech hubs throughout the country this year!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-07-09 13:36:332024-07-09 14:35:38Hollandbio went on tour at Zernike Campus Groningen← #nieuws
De Amsterdamse rechtbank gebiedt het Zorginstituut een borstkankermedicijn van geneesmiddelenontwikkelaar Eli Lilly opnieuw te beoordelen. Het Zorginstituut adviseerde een specifieke toepassing van het geneesmiddel niet te vergoeden uit het basispakket, omdat het niet voldeed aan de stand der wetenschap en praktijk. Die afwijzing is onbegrijpelijk en onzorgvuldig onderbouwd, aldus de rechter, en daarmee onrechtmatig jegens de fabrikant. Zoals verwacht deed de uitspraak van het kort geding flink wat stof opwaaien: het FD stond er uitgebreid bij stil en ook diverse belanghebbenden deelden hun uiteenlopende standpunten via LinkedIn. Hollandbio bewaart kritiek op de (scheids)rechter lekker voor het EK. Duidelijke, werkbare en uniforme spelregels zijn immers cruciaal, evenals de consistente en nauwkeurige naleving daarvan.
Zonder die discussie nog eens dunnetjes over te doen, over één punt kunnen we wat hollandbio betreft niet duidelijk genoeg zijn: onze rechtspraak is een groot goed. Eenieder die daar reden toe ziet, mag voor een objectieve en onafhankelijke check naar de rechter stappen. En al ben je het nog zo hartgrondig eens of juist oneens met de uitspraak, denkt dat het middel wel of juist niet werkt, of het te duur is of een koopje, en of je farma boeven, het Zorginstituut archaïsch of patiënten gekleurd vindt, laten we het erover eens zijn dat ook een farmaceut naar de rechter mag stappen. En dat is precies wat Eli Lilly deed. Met gegronde reden ook, zo blijkt nu uit de uitspraak.
De reacties op het kort geding tonen eens te meer dat de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen in Nederland op een stevig debat mag rekenen. Onderwerp is steevast het prijskaartje, maar ook de effectiviteit lijkt steeds vaker onderwerp van discussie. Dit geldt zeker binnen de oncologie, waar innovaties elkaar supersnel opvolgen, en de medische behoefte te groot en urgent is om, wanneer de voortekenen goed zijn, te kunnen of willen wachten op het ultieme bewijs dat patiënten ook daadwerkelijk langer leven na behandeling.
Een op de twee mensen krijgt in zijn of haar leven kanker. De enorme impact van de ziekte heeft de afgelopen decennia tot een ongeëvenaarde wereldwijde inzet geleid om deze een halt toe te roepen. De gigantische publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkeling werpen hun vruchten af: niet alleen begrijpen we de ziekte veel beter, ook zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe geneesmiddelen en diagnostica tegen diverse vormen van kanker beschikbaar gekomen. Kanker toont zich nog steeds een geduchte tegenstander, maar we gaan de goede kant op. Dat is goed en hoopvol nieuws.
Anderzijds stelt die innovatieve drukte de sector voor grote uitdagingen en dilemma’s, van lab tot zorgpraktijk, van investeerder tot betaler en patiënt. De ene behandeling heeft zich immers nog niet eens goed en wel bewezen, of de volgende dient zich alweer aan, terwijl de derde al aan de horizon lonkt. Bovendien blijkt kanker vele male complexer en individueler dan we dachten, waardoor wel of niet effectief lang niet zo zwart-wit is als het klinkt. Een specifieke behandeling slaat doorgaans niet bij iedereen aan, en we kunnen (nog) niet altijd voorspellen bij wie wel en bij wie niet of minder. Voor sommige patiënten blijken zelfs de bijwerkingen groter dan de baten. Ook lopen de zorgpraktijk en behandelrichtlijnen uiteen, per land of zelfs per regio, en wordt data niet of niet uniform en deelbaar vastgelegd, wat het vergelijken van behandelresultaten al lastig of onmogelijk maakt, laat staan het trekken van harde conclusies. En alsof dit nog niet voldoende uitdaging geeft, zijn al die behandelingen óók nog eens heel duur en het ziekenhuis- en zorgbudget beperkt, wat de experimenteerruimte zwaar beperkt.
Het kan bijna geen nieuws zijn dat hollandbio de oplossing ziet in gezondheid op maat. Die vergt niet alleen een lange adem, maar ook een forse investering in vooruitgang. Alle nieuwe mogelijkheden – behandelingen maar zeker ook AI, diagnostiek en prognostiek – stellen ons beter dan ooit in staat om elke patiënt van de best passende behandeling op het juiste moment te voorzien. Een nieuwe benadering van het concept passende zorg is onontbeerlijk: een zo goed mogelijk gevulde dokterstas, waarbij we in de klinische praktijk onderzoeken welke patiënten, op basis van hun individuele kenmerken, baat hebben bij welk geneesmiddel. Die vraag kunnen bedrijven niet in splendid isolation beantwoorden, daarvoor zijn onder meer een toegankelijke en gezamenlijke data-infrastructuur en heldere spelregels over de samenwerking met artsen in de klinische praktijk cruciaal.
Los van of je het eens bent met onze visie of niet, een quick fix waarin én gezondheidswinst, én innovatie, én toegankelijkheid duurzaam hand in hand gaan is er in ieder geval niet. Dat zet het huidige ecosysteem, waarin iedereen – van ziekenhuis, farmaceut en minister tot Kamerlid – juist afgerekend wordt op de korte termijn, en voor de individuele organisatie, onder hoogspanning. Hoe menselijk en legitiem ook, zo komen we geen steek verder en blijft de broodnodige verandering en vernieuwing uit. In plaats van werk te maken van een nieuwe aanpak en passende spelregels die samenwerking aan een optimale inzet van nieuwe geneesmiddelen mogelijk maken, graven we ons allemaal steeds verder in, in onze eigen invalshoek, ons eigen gelijk, onze eigen feiten. Met de rechter als laatste redmiddel.
De rechterlijke uitspraak toont wat er allemaal bij komt kijken om de ogenschijnlijk simpele vraag adequaat of een nieuw geneesmiddel minder goed, even goed, of beter werkt dan de gouden zorgstandaard te kunnen beantwoorden. Duidelijke, werkbare en uniforme spelregels blijken cruciaal, evenals de consistente en nauwkeurige naleving daarvan. En wat hollandbio betreft, bewaren we kritiek op de (scheids)rechter lekker voor het EK.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandbio2024-07-09 11:38:292024-07-09 11:47:45Kritiek op de scheidsrechter hoort bij voetbal
EIC: een subsidieregeling om trots op te zijn
Publicaties, FinancieringVraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Deze editie richten wij onze blik op Europese financiering: het European Innovation Council (EIC).
Het EIC is opgericht als onderdeel van het Horizon Europe platform om innovaties te ondersteunen. De EIC Accelerator richt zich specifiek op het helpen versnellen en schalen van startups, scale-ups en het MKB. Met een budget van ruim 10 miljard euro, te verdelen in 7 jaar, is het EIC een significante speler in de financiering van Europese innovatie. EIC stelt een deel van het geld beschikbaar via thematische challenges gericht op de Europese Green Deal, digitalisering en gezondheid, waar ook biotech een rol in speelt. Het overige deel is niet geoormerkt en kan via open inschrijving worden aangevraagd.
Hollandbio is erg enthousiast over het EIC, en in het bijzonder over de EIC accelerator, die zich richt op het MKB. Dit instrument biedt grote subsidiebedragen en de mogelijkheid om aandelenkapitaal te ontvangen. Biotech weet de EIC Accelerator goed te vinden en strijkt een aanzienlijk deel van de verstrekte financiering op: 13% van de toekenning van 2021 tot 2023 is in de Therapeutics, 7% op industriële biotech, 9% op Diagnostics en IVD. Bovendien zien we biotech als deelonderwerp nog terug in een aantal andere categorieën.
De voorwaarden van het EIC sluiten uitstekend aan bij de behoefte van de biotech sector, en andere deeptech sectoren. Dat veroorzaakt direct ook een nadeel: de concurrentie om in aanmerking voor de subsidie is moordend. Toch weten Nederlandse bedrijven de weg naar een succesvolle toekenning van het instrument goed te vinden. Nederland heeft namelijk de meeste subsidie voor biotech van alle deelnemende landen opgehaald sinds 2017 en is qua aantal deelnemers en coördinatoren gedeeld tweede.
Het EIC is een lichtend voorbeeld in een op veel fronten ontoereikend biotech financieringslandschap om innovaties voor transities in energie, voedsel, materialen en gezondheid te realiseren. Hollandbio zou dan ook graag meer van dit soort subsidies zien, die de biotech sector daadwerkelijk helpen de beruchte valley of death te overbruggen. Helaas blijkt uit de werkprogramma’s van 2022, 2023 en 2024 juist een daling van het EIC budget. Dat moet echt anders. Het EIC is een subsidieregeling om als Europese Unie trots op te zijn, die ruimte laat voor ondernemers om te versnellen naar de markt. Wat hollandbio betreft zet Nederland in voor een ruimer EIC budget, en kijken we direct even mee waar we de aantrekkelijke voorwaarden en succesfactoren van dit instrument ook in nationale financieringsinstrumenten kunnen verwerken.
Biotech financiering onder de loep: The European Innovation Council
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtVraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Deze editie richten wij onze blik op Europese financiering: het European Innovation Council (EIC).
Het EIC is opgericht als onderdeel van het Horizon Europe platform om innovaties te ondersteunen. De EIC Accelerator richt zich specifiek op het helpen versnellen en schalen van startups, scale-ups en het MKB. Met een budget van ruim 10 miljard euro, te verdelen in 7 jaar, is het EIC een significante speler in de financiering van Europese innovatie. EIC stelt een deel van het geld beschikbaar via thematische challenges gericht op de Europese Green Deal, digitalisering en gezondheid, waar ook biotech een rol in speelt. Het overige deel is niet geoormerkt en kan via open inschrijving worden aangevraagd.
Hollandbio is erg enthousiast over het EIC, en in het bijzonder over de EIC accelerator, die zich richt op het MKB. Dit instrument biedt grote subsidiebedragen en de mogelijkheid om aandelenkapitaal te ontvangen. Biotech weet de EIC Accelerator goed te vinden en strijkt een aanzienlijk deel van de verstrekte financiering op: 13% van de toekenning van 2021 tot 2023 is in de Therapeutics, 7% op industriële biotech, 9% op Diagnostics en IVD. Bovendien zien we biotech als deelonderwerp nog terug in een aantal andere categorieën.
De voorwaarden van het EIC sluiten uitstekend aan bij de behoefte van de biotech sector, en andere deeptech sectoren. Dat veroorzaakt direct ook een nadeel: de concurrentie om in aanmerking voor de subsidie is moordend. Toch weten Nederlandse bedrijven de weg naar een succesvolle toekenning van het instrument goed te vinden. Nederland heeft namelijk de meeste subsidie voor biotech van alle deelnemende landen opgehaald sinds 2017 en is qua aantal deelnemers en coördinatoren gedeeld tweede.
Het EIC is een lichtend voorbeeld in een op veel fronten ontoereikend biotech financieringslandschap om innovaties voor transities in energie, voedsel, materialen en gezondheid te realiseren. Hollandbio zou dan ook graag meer van dit soort subsidies zien, die de biotech sector daadwerkelijk helpen de beruchte valley of death te overbruggen. Helaas blijkt uit de werkprogramma’s van 2022, 2023 en 2024 juist een daling van het EIC budget. Dat moet echt anders. Het EIC is een subsidieregeling om als Europese Unie trots op te zijn, die ruimte laat voor ondernemers om te versnellen naar de markt. Wat hollandbio betreft zet Nederland in voor een ruimer EIC budget, en kijken we direct even mee waar we de aantrekkelijke voorwaarden en succesfactoren van dit instrument ook in nationale financieringsinstrumenten kunnen verwerken.
Early Access: let’s go Dutch!
Geneesmiddelen en therapieënWanneer je ziek bent, wil je maar één ding: beter worden. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland en sta je als patiënt met lege handen. In zo’n geval kunnen early access programma’s uitkomst bieden om de behandeling toch beschikbaar te krijgen. De vraag ‘wie betaalt dat?’ vormt helaas in toenemende mate een twistpunt tussen overheid en fabrikanten. Hollandbio zette de ins en outs van verschillende programma’s op een rij en oppert een typisch Nederlandse oplossing: laten we de rekening splitten – let’s go Dutch!
Early access programma’s kunnen van grote waarde zijn voor patiënten, en het Nederlandse zorgsysteem biedt gelukkig verschillende mogelijkheden. Hoewel het belang van de programma’s buiten kijf staat, vormt financiering soms een twistpunt: wie betaalt de rekening wanneer de behandeling (nog) niet voor reguliere vergoeding in aanmerking komt? Een geneesmiddelenbedrijf wil natuurlijk dat de overheid zo snel mogelijk gaat betalen voor het product, terwijl de overheid juist wil dat de fabrikant de kosten zo lang mogelijk op zich neemt. Recent nog, liepen de gemoederen hoog op, toen fabrikanten aangaven dat het niet langer haalbaar is om geneesmiddelen zonder zicht op een einddatum gedurende de sluisperiode gratis weg te geven.
De catch-22 rond toegang
In de discussie om de rekening van nieuwe geneesmiddelen, houden we elkaar in een vervelende en steeds verder verstikkende wurggreep. De overheid eist overtuigende data dat een product zijn prijskaartje waard is – in onze eigen nationale zorgcontext – alvorens tot vergoeding over te gaan. De fabrikant werkt daar weliswaar graag aan mee, maar al die studies kosten veel geld en veel tijd. Dat maakt ten eerste dat patiënten soms lang moeten wachten voordat een geneesmiddel, ondanks een vermoeden van effectiviteit, ook voor hen beschikbaar is, maar ten tweede dat de kosten voor de fabrikant alsmaar oplopen, terwijl de terugverdientijd juist terugloopt, met alle gevolgen van dien voor de prijzen van nieuwe producten. Een regelrechte catch-22 voor de toegang tot nieuwe geneesmiddelen.
Bruggen slaan: de overbruggingsfinanciering
Hollandbio wil deze catch-22 doorbreken, en dat kan niet zonder geven en nemen. Gelukkig zien we steeds meer (early access) initiatieven waar actief gezocht wordt naar een compromis waar uiteindelijk alle partijen mee akkoord kunnen gaan. Helaas blijft onze overheid nog wat achter wanneer zij centrale onderhandelingen voert. Want hoewel ze aangeeft aan early access mee te wegen, is geenszins helder hoe. Bij hollandbio zien we wel brood in een methode waar we internationaal bekend om staan: going Dutch. Hierbij maken de overheid en fabrikant de afspraak om de rekening van een behandeling gedurende de onderhandelingen (retrospectief) te splitten. Dat is niet alleen eerlijk, het geeft beide partijen een incentive om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen én garandeert dat patiënten zo snel mogelijk mogen rekenen op de behandeling waar ze mogelijk baat bij hebben.
Early Access: let’s go Dutch!
Gezondheid op maat, Gezondheid, UitgelichtWanneer je ziek bent, wil je maar één ding: beter worden. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland en sta je als patiënt met lege handen. In zo’n geval kunnen early access programma’s uitkomst bieden om de behandeling toch beschikbaar te krijgen. De vraag ‘wie betaalt dat?’ vormt helaas in toenemende mate een twistpunt tussen overheid en fabrikanten. Hollandbio zette de ins en outs van verschillende programma’s op een rij en oppert een typisch Nederlandse oplossing: laten we de rekening splitten – let’s go Dutch!
Early access programma’s kunnen van grote waarde zijn voor patiënten, en het Nederlandse zorgsysteem biedt gelukkig verschillende mogelijkheden. Hoewel het belang van de programma’s buiten kijf staat, vormt financiering soms een twistpunt: wie betaalt de rekening wanneer de behandeling (nog) niet voor reguliere vergoeding in aanmerking komt? Een geneesmiddelenbedrijf wil natuurlijk dat de overheid zo snel mogelijk gaat betalen voor het product, terwijl de overheid juist wil dat de fabrikant de kosten zo lang mogelijk op zich neemt. Recent nog, liepen de gemoederen hoog op, toen fabrikanten aangaven dat het niet langer haalbaar is om geneesmiddelen zonder zicht op een einddatum gedurende de sluisperiode gratis weg te geven.
De catch-22 rond toegang
In de discussie om de rekening van nieuwe geneesmiddelen, houden we elkaar in een vervelende en steeds verder verstikkende wurggreep. De overheid eist overtuigende data dat een product zijn prijskaartje waard is – in onze eigen nationale zorgcontext – alvorens tot vergoeding over te gaan. De fabrikant werkt daar weliswaar graag aan mee, maar al die studies kosten veel geld en veel tijd. Dat maakt ten eerste dat patiënten soms lang moeten wachten voordat een geneesmiddel, ondanks een vermoeden van effectiviteit, ook voor hen beschikbaar is, maar ten tweede dat de kosten voor de fabrikant alsmaar oplopen, terwijl de terugverdientijd juist terugloopt, met alle gevolgen van dien voor de prijzen van nieuwe producten. Een regelrechte catch-22 voor de toegang tot nieuwe geneesmiddelen.
Bruggen slaan: de overbruggingsfinanciering
Hollandbio wil deze catch-22 doorbreken, en dat kan niet zonder geven en nemen. Gelukkig zien we steeds meer (early access) initiatieven waar actief gezocht wordt naar een compromis waar uiteindelijk alle partijen mee akkoord kunnen gaan. Helaas blijft onze overheid nog wat achter wanneer zij centrale onderhandelingen voert. Want hoewel ze aangeeft aan early access mee te wegen, is geenszins helder hoe. Bij hollandbio zien we wel brood in een methode waar we internationaal bekend om staan: going Dutch. Hierbij maken de overheid en fabrikant de afspraak om de rekening van een behandeling gedurende de onderhandelingen (retrospectief) te splitten. Dat is niet alleen eerlijk, het geeft beide partijen een incentive om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen én garandeert dat patiënten zo snel mogelijk mogen rekenen op de behandeling waar ze mogelijk baat bij hebben.
PPP Subsidy 2025 – apply, benefit and be in charge
IJzersterk innovatieklimaat, InnovatieklimaatA month ago, hollandbio hosted a webinar to discuss the opportunities for companies about the private public partnerships (PPP) subsidy call 2025 directed by Health~Holland. The changes for next year’s subsidy application provide both opportunities and challenges for companies.
Opportunities for companies
This subsidy has a budget of €40 million and allows any two Dutch entities (yes, companies as well) to set-up a program that is supportive to the missions of the Knowledge and Innovation agenda (KIA), the National Technology Strategy (NTS) and contributes to the Growth Markets program for future economic earning capacity.
Secondly as of 2024, SME-companies can claim a larger portion of the subsidy budget, up to 60% of your own project costs and the minimal contribution can be fully in kind.
Challenges to companies
Challenges lie mostly in the execution of the program. When you submit a program, you have to find additional financial and operational capacity to run it, to review and approve projects, to communicate about your program and make sure all projects are committed in time.
Next is the deadline to submit an application, November 1st, so there are only 10 weeks left. Setting up new collaborations might prove to be a challenge if you want full commitment from all parties.
Above practicalities can still be managed, but any company has to take into account that being part of a program consortium might mean that your competitor can submit a project within your program, and you can submit your own projects to your own program.
At hollandbio we strive to direct a larger piece of the PPP-pie to biotech companies, so the subsidy can be used to accelerate innovations to the market. If you have any questions do not hesitate to contact us and if you are submitting a proposal, we would love to hear from you. Contact hollandbio’s Dora.
Hollandbio’s Annemiek proeft Mosa Burger tijdens tweede Europese kweekvleesproeverij
Wereld mét toekomst, Hollandbio, Voedsel en materialen“Het smaakt als vlees, ruikt als vlees en lijkt precies op vlees.” Deze zomer mocht hollandbio’s Annemiek als één van vijf eerste proevers haar tanden zetten in de Mosa Burger van Mosa Meat. En dat smaakte naar meer, want de kweekhamburger van dit Nederlandse biotech bedrijf was volgens haar haast niet van conventioneel vlees te onderscheiden. Een hapje van de toekomst dus, en we zijn dan ook apetrots dat hollandbio dit soort proeverijen samen met de bedrijven en de ministeries van LNV en VWS mogelijk heeft gemaakt. Natuurlijk gunnen we iedereen dit soort prachtige Nederlandse producten, dus laat dit de opmaat zijn voor de verdere ontwikkeling en productie! Lees meer
Hollandbio verwelkomt Idalia Długosz
Hollandbio, UitgelichtHet communicatieteam van hollandbio is een lid rijker! Per 5 augustus is Idalia Długosz officieel begonnen als Project Manager Communicatie.
Idalia volgde de bachelor International Studies aan Universiteit Leiden, met een focus op het Midden-Oosten. Haar passie voor schrijven en een flinke dosis nieuwsgierigheid kon zij daaropvolgend goed combineren tijdens de master Journalistiek en Nieuwe Media. Tijdens deze opleiding heeft Idalia mee gewerkt aan een onderzoek over hoe wetenschappelijk onderzoek wordt gecommuniceerd in de media.
Na haar start in de communicatie bij International Crisis Group, een NGO in Brussel, combineerde Ida haar interesse in communicatie, storytelling en maatschappelijke ontwikkelingen als social media manager bij de Rijksdienst van Ondernemend Nederland. Ze deed daar veel ervaring op in het communiceren voor verschillende doelgroepen, en nu biedt hollandbio haar een interessante nieuwe uitdaging: het belang van de biorevolutie en de biotech sector bij een breder publiek bekend maken. Idalia gaat hollandbio hierin versterken door verschillende communicatietaken op te pakken. Ook zal je haar af en toe kunnen tegenkomen op onze events.
“Ik vind het heel boeiend om de biotech wereld beter te leren kennen. Eigenlijk zijn biotech oplossingen al overal te vinden, alleen heeft de gemiddelde persoon dat vaak niet meteen door. Daarom wil ik meehelpen om het verhaal en belang van de sector zo goed mogelijk op de kaart te zetten.”
Kennismaken? Idalia is te bereiken via idalia.dlugosz@hollandbio.nl, 0610266626 en LinkedIn.
Het belang van intellectueel eigendom voor plantengewassen
Publicaties, Duurzame voedselproductie, Tech transferHollandbio went on tour at Zernike Campus Groningen
Hollandbio, UitgelichtLast Monday, the third edition of our Hollandbio komt naar je toer event series took place at Zernike Campus Groningen. Together with LIFE Cooperative, the life science and health cluster of the northern Netherlands, we brought around 90 life science & health professionals together at Plus Ultra Groningen for drinks and dinner in celebration of both our 10-year anniversaries. Through the amazing networking opportunity and short talks of Peter Ketelaar (LIFE Cooperative), Annemiek Verkamman (hollandbio) and Richard Lantink (Ofichem) we celebrated the growth and strength of the Groningen region as part of the (inter)national biotech ecosystem.
Next up on our tour calendar is the Delft edition on September 19th! We hope to see you there, or at one of the other networking events taking place at local biotech hubs throughout the country this year!
Kritiek op de scheidsrechter hoort bij voetbal
Gezondheid op maat, Gezondheid, UitgelichtDe Amsterdamse rechtbank gebiedt het Zorginstituut een borstkankermedicijn van geneesmiddelenontwikkelaar Eli Lilly opnieuw te beoordelen. Het Zorginstituut adviseerde een specifieke toepassing van het geneesmiddel niet te vergoeden uit het basispakket, omdat het niet voldeed aan de stand der wetenschap en praktijk. Die afwijzing is onbegrijpelijk en onzorgvuldig onderbouwd, aldus de rechter, en daarmee onrechtmatig jegens de fabrikant. Zoals verwacht deed de uitspraak van het kort geding flink wat stof opwaaien: het FD stond er uitgebreid bij stil en ook diverse belanghebbenden deelden hun uiteenlopende standpunten via LinkedIn. Hollandbio bewaart kritiek op de (scheids)rechter lekker voor het EK. Duidelijke, werkbare en uniforme spelregels zijn immers cruciaal, evenals de consistente en nauwkeurige naleving daarvan.
Zonder die discussie nog eens dunnetjes over te doen, over één punt kunnen we wat hollandbio betreft niet duidelijk genoeg zijn: onze rechtspraak is een groot goed. Eenieder die daar reden toe ziet, mag voor een objectieve en onafhankelijke check naar de rechter stappen. En al ben je het nog zo hartgrondig eens of juist oneens met de uitspraak, denkt dat het middel wel of juist niet werkt, of het te duur is of een koopje, en of je farma boeven, het Zorginstituut archaïsch of patiënten gekleurd vindt, laten we het erover eens zijn dat ook een farmaceut naar de rechter mag stappen. En dat is precies wat Eli Lilly deed. Met gegronde reden ook, zo blijkt nu uit de uitspraak.
De reacties op het kort geding tonen eens te meer dat de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen in Nederland op een stevig debat mag rekenen. Onderwerp is steevast het prijskaartje, maar ook de effectiviteit lijkt steeds vaker onderwerp van discussie. Dit geldt zeker binnen de oncologie, waar innovaties elkaar supersnel opvolgen, en de medische behoefte te groot en urgent is om, wanneer de voortekenen goed zijn, te kunnen of willen wachten op het ultieme bewijs dat patiënten ook daadwerkelijk langer leven na behandeling.
Een op de twee mensen krijgt in zijn of haar leven kanker. De enorme impact van de ziekte heeft de afgelopen decennia tot een ongeëvenaarde wereldwijde inzet geleid om deze een halt toe te roepen. De gigantische publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkeling werpen hun vruchten af: niet alleen begrijpen we de ziekte veel beter, ook zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe geneesmiddelen en diagnostica tegen diverse vormen van kanker beschikbaar gekomen. Kanker toont zich nog steeds een geduchte tegenstander, maar we gaan de goede kant op. Dat is goed en hoopvol nieuws.
Anderzijds stelt die innovatieve drukte de sector voor grote uitdagingen en dilemma’s, van lab tot zorgpraktijk, van investeerder tot betaler en patiënt. De ene behandeling heeft zich immers nog niet eens goed en wel bewezen, of de volgende dient zich alweer aan, terwijl de derde al aan de horizon lonkt. Bovendien blijkt kanker vele male complexer en individueler dan we dachten, waardoor wel of niet effectief lang niet zo zwart-wit is als het klinkt. Een specifieke behandeling slaat doorgaans niet bij iedereen aan, en we kunnen (nog) niet altijd voorspellen bij wie wel en bij wie niet of minder. Voor sommige patiënten blijken zelfs de bijwerkingen groter dan de baten. Ook lopen de zorgpraktijk en behandelrichtlijnen uiteen, per land of zelfs per regio, en wordt data niet of niet uniform en deelbaar vastgelegd, wat het vergelijken van behandelresultaten al lastig of onmogelijk maakt, laat staan het trekken van harde conclusies. En alsof dit nog niet voldoende uitdaging geeft, zijn al die behandelingen óók nog eens heel duur en het ziekenhuis- en zorgbudget beperkt, wat de experimenteerruimte zwaar beperkt.
Het kan bijna geen nieuws zijn dat hollandbio de oplossing ziet in gezondheid op maat. Die vergt niet alleen een lange adem, maar ook een forse investering in vooruitgang. Alle nieuwe mogelijkheden – behandelingen maar zeker ook AI, diagnostiek en prognostiek – stellen ons beter dan ooit in staat om elke patiënt van de best passende behandeling op het juiste moment te voorzien. Een nieuwe benadering van het concept passende zorg is onontbeerlijk: een zo goed mogelijk gevulde dokterstas, waarbij we in de klinische praktijk onderzoeken welke patiënten, op basis van hun individuele kenmerken, baat hebben bij welk geneesmiddel. Die vraag kunnen bedrijven niet in splendid isolation beantwoorden, daarvoor zijn onder meer een toegankelijke en gezamenlijke data-infrastructuur en heldere spelregels over de samenwerking met artsen in de klinische praktijk cruciaal.
Los van of je het eens bent met onze visie of niet, een quick fix waarin én gezondheidswinst, én innovatie, én toegankelijkheid duurzaam hand in hand gaan is er in ieder geval niet. Dat zet het huidige ecosysteem, waarin iedereen – van ziekenhuis, farmaceut en minister tot Kamerlid – juist afgerekend wordt op de korte termijn, en voor de individuele organisatie, onder hoogspanning. Hoe menselijk en legitiem ook, zo komen we geen steek verder en blijft de broodnodige verandering en vernieuwing uit. In plaats van werk te maken van een nieuwe aanpak en passende spelregels die samenwerking aan een optimale inzet van nieuwe geneesmiddelen mogelijk maken, graven we ons allemaal steeds verder in, in onze eigen invalshoek, ons eigen gelijk, onze eigen feiten. Met de rechter als laatste redmiddel.
De rechterlijke uitspraak toont wat er allemaal bij komt kijken om de ogenschijnlijk simpele vraag adequaat of een nieuw geneesmiddel minder goed, even goed, of beter werkt dan de gouden zorgstandaard te kunnen beantwoorden. Duidelijke, werkbare en uniforme spelregels blijken cruciaal, evenals de consistente en nauwkeurige naleving daarvan. En wat hollandbio betreft, bewaren we kritiek op de (scheids)rechter lekker voor het EK.