No winds or rain could stop a record attendance of over 350 guests from attending the 11th edition of hollandbio’s Year Event! Hosted at Theatre de Flint in Amersfoort, the event created a perfect opportunity to connect with familiar faces and new contacts alike. The afternoon was filled with inspiring personal stories of success and resilience in biotech, sprinkled with humor, and packed with plenty of networking opportunities.
A key theme that ran through the day was: how do we bridge the gap between the public and science?
After a warm welcome and sneak peek at our soon-to-be-launched video, hollandbio’s Annemiek Verkamman kicked off the plenary session, taking a moment to thank all members and partners for another successful year in biotech. Biotech innovations are flourishing, and Dutch biotech research is still top-notch.
However, Annemiek also took a moment to acknowledge the challenges in the biotech sector: “Biotech is not for the faint-hearted. It’s risky, full of regulatory hurdles, and even the most exciting innovations aren’t guaranteed to reach the market.” But this is precisely why we need to believe in ourselves and our products: “Our enthusiasm for biotech needs to rub off on the public. We must be bold and shift the narrative, showing that we trust our sector and products. The only thing standing in our way is how far we are willing to push for change. And at hollandbio, we’re committed to improving the biotech ecosystem to make that change happen.”
As the cherry on top, Annemiek had the pleasure of announcing the publication of our latest hollandbio Highlights, featuring biotech breakthroughs, policy wins, and industry impact.
Sadly, our first keynote speaker, Björn Heijstra, could not attend the event as he was down with the flu. Fortunately, Independent Board Director Edwin Moses took us on an eventful journey of highs and lows in life in biotech. From becoming a salesman in West Germany to leading over 10 international companies as CEO and Chairman, Edwin’s story was a masterclass in embracing cultural diversity, investing in people, and finding joy in leadership.
To conclude the program with an unexpected twist, we invited “one of the most empathetic men who loves to let others shine”—television maker and presenter Maxim Hartman, renowned for his satirical, direct, and provocative style—to host a surprise, heartfelt therapeutic session. The lucky ones—Oscar Goddijn, Inez de Greef, Paul Korte, Lori Goff, and Robert Ostendorf—took the stage to reflect on what drives them and the challenges they face in biotech. Any initial stage fright quickly dissolved as they realized they were free to speak about what mattered most to them. Their key takeaway? We must believe in ourselves and the stories we share with our families, friends, neighbors, and beyond. While we are deeply familiar with the technology, it is essential to communicate how biotech solutions impact lives and address real-world challenges.
The day ended with drinks, dinner, music, and, of course, plenty of networking.
A huge thanks to everyone who joined and made this another amazing hollandbio Year Event to remember. Of course, a special thanks to our guests who took the stage—our apologies for any discomfort it may have caused. 😉
In the coming year, let’s keep pushing forward, share our passion, and make biotech a driving force for health, sustainability, and innovation!
P.S. Mark your calendars because we’ll also see you at the Dutch Biotech Event on June 27, 2025! Until then, keep an eye out for more exciting events throughout the year.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2025-02-04 14:44:262025-02-05 13:57:08Biotech, Boldness, and Breakthroughs: A Look Back at hollandbio’s Year Event 2025← #nieuws
De hollandbio highlights zijn er! Vol biotech doorbraken, beleidswinst en impact—gebundeld in één onmisbaar document! Met trots presenteren we de hollandbio highlights, jouw overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de biotech sector.
Lees je op mobiel? Bekijk hier onze lichtgewicht versie in lage resolutie.
Ben je lid van hollandbio? Laat het weten als je een fysiek exemplaar voor op kantoor wilt ontvangen.
The hollandbio highlights are here! Full of biotech breakthroughs, policy wins, and community-driven impact—bundled into one must-read document! We’re proud to present the hollandbio highlights, your go-to overview of the key developments shaping the Dutch biotech landscape.
Nieuwe Genomische Technieken (NGT’s) staan opnieuw hoog op de EU-agenda. Al in de eerste dagen van hun EU-voorzitterschap presenteerde Polen een aangepast NGT-voorstel in de Europese Raad, in een poging de ontstane patstelling vlot te trekken. Het voorstel bevat naast enkele verbeteringen en verduidelijkingen, ook vooral een zorgwekkende toevoeging: een extra verificatieprocedure om vast te stellen of er mogelijk patenten op NGT-zaden rusten, en een ‘opt-out clausule’ die lidstaten toestaat de teelt van gepatenteerde NGT-zaden te verbieden.
Hollandbio betreurt de vermenging van de NGT-modernisering met een discussie over patenten, die door een geheel andere richtlijn gereguleerd worden (de biotech octrooi richtlijn). De door Polen voorgestelde maatregelen voegen bovendien wederom extra complexiteit toe aan de regulering van NGT’s, dreigen de interne markt te fragmenteren en Europese innovatie en concurrentiekracht te remmen – precies het tegenovergestelde van wat een werkbaar kader voor NGT’s zou moeten bereiken.
De geschiedenis herhaalt zich: nadat het UMCG in 2020 €30 miljoen overheidssubsidie kreeg om in eigen huis een me-too CAR-T behandeling in elkaar te knutselen, kende het Zorginstituut het ziekenhuis de afgelopen week wederom €16,5 miljoen toe uit diezelfde subsidiepot. Ditmaal voor het kopiëren van een geregistreerde celtherapie, die nota bene al voor vergoedingsadvies voorligt bij datzelfde Zorginstituut. Waar hollandbio zich in 2020 al afvroeg of de toekenning van deze monstersubsidie nou de beste besteding van schaars overheidsgeld was, rest nu enkel verbijstering over deze heilloze verspilling van belastingcenten, die kwetsbare patiënten bovendien nodeloos blootstelt aan een experimentele behandeling.
Vooropgesteld, hollandbio juicht iedereen toe die een nieuw geneesmiddel bij de patiënt weet te krijgen. Of dat een ziekenhuis, een Mkb’er of een multinational is, is ons om eerlijk te zijn om het even. Ook zijn we niet tegen het verstrekken van subsidies voor geneesmiddelenontwikkeling. Sterker nog, op dagelijkse basis lobbyen wij voor passende financiering in elke fase op de lange weg van lab naar patiënt. Toch vinden we de toekenning van €16,5 miljoen aan het UMCG uit de subsidieregeling veelbelovende zorg niet alleen weggegooid belastinggeld, maar bovendien een grove schoffering voor het biotech ecosysteem. Laat ons dat toelichten.
Hoezee, 16,5 miljoen voor het UMCG?
Ondanks dat het nog onduidelijk is of de eerste €30 miljoen voor het UMCG op koers ligt om het gehoopte resultaat op te leveren, krijgt het ziekenhuis opnieuw een fikse duit uit de subsidieregeling Veelbelovende Zorg, ditmaal €16,5 miljoen. Met de subsidie wil het UMCG een studie uitvoeren om een in eigen huis te ontwikkelen celtherapie (CAR-T) te vergelijken met de huidige standaardbehandeling tegen multipel myeloom, een kanker van plasmacellen, zo lezen wij in diverse persberichten en berichtgeving van de Volkskrant. Laat het onderzoek zien dat de behandeling (kosten)effectief is, dan kan deze vergoed worden uit het basispakket, ronkt het Zorginstituut dat niet alleen adviseert over de toelating van geneesmiddelen tot het basispakket, maar bovendien samen met ZonMw en in opdracht van het ministerie van VWS de subsidieregeling uitvoert.
De subsidie lijkt heuglijk nieuws: geweldig dat de overheid zoveel geld steekt in de experimentele ontwikkeling van een innovatieve therapie voor patiënten in nood. En bovendien, alsof dat op zich al niet risicovol genoeg is, durft de overheid haar nek uit te steken door te investeren in een academisch ziekenhuis, in plaats van in te zetten op de geijkte route van geneesmiddelenontwikkeling door gespecialiseerde biotech bedrijven die het klappen van de zweep kennen. Wat een lef!
Context is alles
Helaas doet de context ons enthousiasme omslaan in verbijstering. Waar het UMCG over zes jaar hoopt een CAR-T behandeling tegen multipel myeloom af te leveren, is er vandaag de dag al precies zo’n therapie op de markt. Geneesmiddelenontwikkelaar J&J kreeg in 2022 goedkeuring van de EMA voor haar CAR-T genaamd Cilta-Cel (Carvikty®). In datzelfde jaar oordeelde het Zorginstituut dat deze celtherapie voor de behandeling van multipel myeloom effectief is (in pakketjargon: voldoet aan de Stand der Wetenschap en Praktijk). Wel vond ZIN destijds de onderbouwing van de kosteneffectiviteit onvoldoende om te kunnen adviseren over een gewenste prijsdaling. Daarmee viel voorlopig het doek voor de behandeling, een hard gelag, voor patiënten in Nederland. Juni 2024 diende de fabrikant een aangepaste economische analyse in, op basis waarvan de Adviescommissie Pakket afgelopen week oordeelde dat Carvykti®, weliswaar na prijsonderhandelingen met VWS, vergoed kan worden. In februari zal het Zorginstituut zijn definitieve advies publiceren.
Niets geen innovatieve ontwikkeling dus die subsidieverstrekking, niets geen onvervulde medische nood, maar ofwel hopeloos naïeve onkunde, ofwel pure symboolpolitiek van het Zorginstituut om biotech bedrijven buitenspel te zetten. En zo harkt het UMCG, handig inspelend op het door het ministerie van VWS zorgvuldig gecultiveerde nationale anti-farma sentiment, schaamteloos opportunistisch, maar onder de vlag maatschappelijk verantwoord ruim €46 miljoen euro aan belastinggeld binnen voor eigen eer en glorie.
Marktfalen
Om in aanmerking te komen voor een subsidie uit de regeling Veelbelovende Zorg, moet sprake zijn van marktfalen. Een situatie die veelvuldig voorkomt in de biotech sector: denk aan de ontwikkeling van preventieve interventies zoals vaccins, antiviralen en antibiotica, van geneesmiddelen voor ultra zeldzame aandoeningen, of voor ziektes die minder kapitaalkrachtige gebieden treffen, of bijvoorbeeld voor de repurposing van patentloze geneesmiddelen. Voorbeelden waarbij het schort aan een verdienmodel, waardoor private investeerders hun hand op de knip houden, en innovatie uitblijft.
Dat is niet het geval bij celtherapieën, noch in de ontwikkeling van therapieën gericht op multipel myeloom. De afgelopen jaren is dankzij grote wetenschappelijke doorbraken de ontwikkeling van cel- en gentherapieën in een stroomversnelling geraakt en zetten publieke en private investeerders wereldwijd vol in op late klinische ontwikkeling, met als resultaat dat de pijplijnen bomvol innovaties zitten en er voor diverse bloedkankers al meerdere effectieve therapieën beschikbaar kwamen. Illustratief zijn de 292 lopende studies die de database clinicaltrial.gov geeft op de zoektermen CAR-T en multipel myeloma, waarvan er op dit moment maar liefst 167 actief patiënten werven.
Dat een mogelijk gebrek aan bereidheid van de overheid om te betalen voor een geregistreerd geneesmiddel ook binnen de definitie ‘marktfalen’ zou passen, bij ons gaat het er niet in. Want zelfs wanneer VWS en het Zorginstituut deze definitie met juridisch kunst- en vliegwerk op weten te rekken, lijkt een poging om met belastinggeld lokaal een geneesmiddel te kopiëren en goedkoper te produceren in een wereldwijde markt die bol staat van de innovatie en concurrentie, op zijn zachtst gezegd een wat omslachtige aanpak. In overleg gaan met de fabrikant – onderhandelingen tussen overheid en ontwikkelaar zijn in deze sector immers aan de orde van de dag – zou het vermeende marktfalen immers ook zo maar eens kunnen verhelpen, al vermoeden wij dat die €16,5 miljoen in dat geval niet teruggestort wordt.
Belangenverstrengeling
Een arts, of een patiëntvertegenwoordiger die met ‘de industrie’ samenwerkt, moet bij elke gelegenheid al zijn belangen tot in detail vermelden, en is desondanks in de regel uitgesloten van publieke adviesrollen. Farmaceutische bedrijven, of hun vertegenwoordiging, zijn zelfs niet eens welkom aan tafel wanneer die ook maar raakt aan dure geneesmiddelen – uit angst voor beïnvloeding. Die belangenverstrengeling werkt blijkbaar maar één kant op. Immers, de objectiviteit van Zorginstituut en beroepsgroep staan zelfs buiten kijf wanneer ze eigenhandig een oordeel vellen over de vergoeding van een behandeling en gelijktijdig de ontwikkeling van een concurrerend middel met een miljoenensubsidie mogelijk maken.
Onethisch
Alle bovenstaande bezwaren verbleken echter bij de verstrekkende gevolgen voor de patiënten die aan deze studie mee zullen gaan doen. Het UMCG zegt de zelf te ontwikkelen CAR-T therapie te willen vergelijken met de ‘standard of care’- de behandelingen die volgens de richtlijnen van de beroepsgroep op dit moment de standaard zijn. Doordat de therapie van J&J nog in de Sluis zit, en dus nog niet vergoed wordt uit het basispakket, maakt deze geen deel uit van de studieopzet waarvoor het UMCG €16,5 miljoen subsidie kreeg. Dat betekent dat het UMCG patiënten met multipel myeloom gaat blootstellen aan een zelf ontwikkelde CAR-T therapie die zichzelf nog moet bewijzen, terwijl er een geregistreerd, effectief en veilig bevonden alternatief voorhanden is. Of dat in het belang van de patiënt is valt nu al te betwijfelen, maar op het moment dat het ministerie van VWS en J&J tot een akkoord komen, is het volstrekt onethisch om patiënten de stand der wetenschap en praktijk te onthouden, om ze bloot te stellen aan een experimentele kopie die ook nog eens vergeleken wordt met een verouderde behandelstandaard.
Aanfluiting
Je kan het bijna niet gemist hebben: onze overheid wil vol inzetten op biotech. Zo prijkt de sector bovenaan het lijstje groeimarkten voor Nederland, is deze verkozen tot een van de nationale sleuteltechnologieën, en werkt de overheid as we speak aan een integrale visie en diverse actieplannen om de vele kansen van biotech voor gezondheid, duurzaamheid en welvaart te verzilveren. Hollandbio zei het al eerder: de sector wordt geen haar beter van mooie woorden alleen. Sterker nog, al die ambitieuze vergezichten zijn geen cent waard wanneer de overheid de sector zodra ze de kans krijgt eigenhandig een stok in de wielen steekt. Als het om het nationale biotech beleid gaat, spreekt hollandbio vaak over het gas- en het rempedaal. Met het verstrekken van deze subsidie om één van de grootste en meest succesvolle biotech ontwikkelaars die ons land kent de pas af te willen snijden, stuurt het Zorginstituut aan op een frontale botsing – een doelbewuste bovendien. Kortom: als hier al een partij faalt, dan is het onze overheid.
Voor het eerst heeft een Nederlandse producent van cellulaire agricultuur Europese markttoelating aangevraagd, de eerste aanvraag voor een rundproduct in de geschiedenis van de EU bovendien. Deze Novel Food-aanvraag van kweekvleesproducent Mosa Meat voor hun gecultiveerd rundervet telt ruim duizend pagina’s en heeft meer dan tien fulltime werknemers twee jaar aan werk gekost. Niet voor niets spreken ze van de gouden standaard in voedselveiligheid, nergens ter wereld zijn alle eisen zo streng als hier. Prijskaartje van het papierwerk: 1,2 miljoen euro. “Veel analyses die je bij externe laboratoria moet laten uitvoeren, waren voor dit product nog niet ontwikkeld. Dat hebben we zelf moeten doen”, zegt CMO Tim van de Rijdt tegen de Volkskrant. Intussen heeft de productontwikkeling niet bepaald stilgestaan: “Vet is een geweldige smaakmaker en we hebben een ingrediënt ontwikkeld dat de rijke culinaire ervaring biedt die consumenten verwachten van conventioneel rundvlees”, aldus CEO Maarten Bosch. Daarnaast kondigde Mosa Meat de mogelijkheid aan om via crowdfunding in de pioniers te investeren. Europese goedkeuring voor hun product zal nog even duren en neemt al gauw anderhalf jaar in beslag.
Health~Holland, de subsidieuitvoerder van de privaat-publieke samenwerkings (PPS)-toeslag, heeft via de MKB Call €7 miljoen aan subsidie toegekend aan zeventien PPS-projecten. Een aantal biotech bedrijven, waaronder onze Astherna, Glycostem Therapeutics, Imuno Therapeutics en Rapidemic, hebben de projectsubsidie met hun kennispartner ontvangen. Van harte gefeliciteerd!
Deze subsidie is in 2023 samen met hollandbio opgezet om life sciences innovaties die bijdrage aan gezondheid, in privaat-publiek samenwerkingsverband door te ontwikkelen. De MKB Call is voor de tweede keer ruimschoots overvraagd met 85 aanvragen binnen 24 uur, wat duidelijk laat zien dat er behoefte is aan een subsidiecall waarin het MKB de lead mag nemen. Health~Holland speelt hier goed op in door de MKB Call in 2025 door te zetten en wederom het budget op te hogen. Dit jaar is er €8 miljoen beschikbaar.
Klik hier als je meer wilt weten over deze subsidie.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2025-01-28 13:35:382025-01-28 13:35:40Subsidietoekenningen uit MKB Call 2024 zijn bekend ← #nieuws
Hollandbio is trots toe te treden tot het partnerprogramma van Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI). Een cruciale samenwerking: want hoewel geneesmiddelenontwikkeling op het moment nog zeker niet zonder proefdieronderzoek kan, biedt biotech innovatie steeds meer ziektemodellen die niet alleen onnodig lijden voorkomen, maar bovendien béter zijn, omdat ze meer voorspellende waarde bieden dan een dierproef. Hollandbio neemt met haar deelname aan TPI maar wat graag het voortouw om deze welkome alternatieven zo snel mogelijk verantwoord richting praktijk te loodsen.
Als belangenbehartiger van de Nederlandse biotech sector zet hollandbio zich in voor innovaties die bijdragen aan gezondheid, duurzaamheid en economische groei. Zo ook voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen die zowel mens als dier vooruit helpen. Deze technologieën, waaronder 3D-celkweek, organoïden en organ-on-a-chips dragen niet alleen aanzienlijk bij aan de verbetering van de ontwikkeling van (bio)chemische stoffen, geneesmiddelen en levensmiddelen, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan het verminderen en vervangen van dierproeven.
Binnen het TPI-partnerprogramma fungeert hollandbio als de stem van de biotech sector. Een cruciale samenwerking, juist omdat de ontwikkeling van veel innovatieve producten vandaag de dag nog helemaal niet zonder proefdieren mag of kan. Onze achterban omvat naast de ontwikkelaars van nieuwe ziektemodellen óók volop productontwikkelaars die nog tegen de beperkingen en hordes aanlopen bij de implementatie van nieuwe mogelijkheden. Hollandbio is trots om met deze sleutelpositie mede het voortouw te nemen in de transitie. De ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen verdient volop steun, zodat de sector sneller, gerichter en diervriendelijker kan bijdragen aan een beter leven voor mens, dier en planeet.
Met het partnerschap onderschrijft hollandbio de TPI-missie “beter voorspellen zonder proefdieren” en de ambitie om Nederland als katalysator van de (inter)nationale transitie naar proefdiervrije innovaties te positioneren. Wij dragen hier aan bij door in kaart te brengen waar de ontwikkelaars én gebruikers van ziektemodellen – en andere biotech innovaties – tegenaan lopen op de route van lab naar praktijk en aandacht te vragen voor oplossingen voor deze knelpunten. Namens hollandbio neemt Wieteke Wouters plaats in de TPI kerngroep, en zet Britt van de Ven haar ervaring als programma manager Gezondheid op Maat in binnen de transitiegroep. Hollandbio kijkt ernaar uit om de transitie samen met TPI in goede banen te helpen leiden!
Innovaties met impact ontwikkelen? In de biotech vind je bevlogen ondernemers die niet kunnen stilzitten. Hoe houd je die gedrevenheid vast, als ontwikkeling jaren duurt en vol risico’s zit? Het vergt doorzettingsvermogen om zulke ambities te halen. Wat drijft hen – en hoe blijven ze volhouden?
Ondernemen is creativiteit de vrije hand geven. Op reis zag Violette Defourt welke negatieve impact infectieziekten kunnen hebben en al vroeg wist ze dat ze anderen wilde helpen met haar creativiteit. Die waarde deelt ze met de Gates Foundation, dat investeert in Rapidemic in strijd tegen ziekteverwekkers. De start-up ontwikkelt een gemakkelijk te gebruiken moleculaire test, met een eerste product voor razendsnelle en nauwkeurige soa-diagnostiek.
De blijmoedige Brusselaar is onbevangen. Violette koos een masteropleiding biomedische wetenschappen (Science Based Business) aan de Universiteit Leiden. Vanaf het begin zag ze in dat ze geen onderzoeker wilde worden: “Je wordt voorbereid op een PhD-traject, maar ik voelde me nooit echt thuis in het lab.” De opleiding rondde ze af, maar haar passie vond ze tijdens de iGEM-competitie van de gerenommeerde Amerikaanse MIT-universiteit. “Via iGEM ontdekte ik dat je vanuit wetenschap de vertaalslag kan maken naar een maatschappelijk relevante business case.” Violette ging met haar teamleden aan de slag om het wetenschappelijke idee dat tijdens het project ontstond, verder uit te werken. Rapidemic zag het levenslicht.
Na drie jaar werken er nu twaalf mensen, en daarmee is haar rol flink veranderd. Ze werkt veelal buiten het lab – aan strategie, fundraising, cultuur en teambuilding. Het zijn dan ook de mensen die een bedrijf maken of breken: “je weet pas wat je al die tijd miste als je een goede hire hebt gedaan.” Veruit de grootste uitdaging: financiering. Statistisch gezien stroomt het geld ook niet bepaald naar jonge vrouwen die werken aan diagnostiek, een extra uitdaging dus. “Je wil gewoon je product ontwikkelen en impact maken, niet enkel opgeslokt worden door het bij elkaar schrapen van middelen.” Het idee is er, met een gedreven team dat aan een dringende maatschappelijke opgave werkt. Violette is ervan overtuigd een aantrekkelijke propositie in handen te hebben, maar financiers daarvan overtuigen is geen kleinigheid. Toch is het haar gelukt om de laatste drie jaar zo’n twee miljoen euro op te halen.
Inmiddels heeft Violette een voet tussen de deur bij het Deense BioInnovation Institute, maar vervolgfinanciering zit er vooralsnog niet in omdat ze met het team in Nederland wil blijven. Lachend: “maar als we in juni nog geen geld hebben opgehaald ga ik misschien zelf wel naar Kopenhagen.” En dus blijft ze slim omgaan met investeringen, subsidies en filantropisch geld. Flexibiliteit en creativiteit in het oplossen van financieringsproblemen, ook dat hoort bij ondernemen in onze sector. En daar kan je de lol van inzien, want “problemen zijn niet leuk als ze opduiken, maar des te leuker als je ze oplost.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2025/03/hollandbio_highlights_vervolg_deffourt.png4221268Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-01-22 09:49:022025-04-30 10:09:57Problemen zijn niet leuk als ze opduiken, maar des te leuker als je ze oplost.← #nieuws
Hollandbio, de belangenvereniging voor de Nederlandse biotech sector, maakt graag gebruik van de mogelijkheid voor het geven van een reactie op de consultatie rond de wijziging van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie. Met deze wijziging regelt de Nederlandse overheid dat bepaalde sensitieve technologieën, waaronder biotechnologie, binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, zodat zij, door middel van veiligheidstoetsing van investeringen in en fusies van ondernemingen, risico’s voor de nationale veiligheid kan beheersen.
In onze reactie vragen wij aandacht voor de mogelijk negatieve gevolgen van Wet Vifo voor het Nederlandse investerings- en innovatieklimaat voor biotech bedrijven. Want hoewel de bescherming van de nationale veiligheid een groot goed is, kan deze onder druk komen te staan door (1) onduidelijke afbakening, (2) onvoldoende capaciteit bij het Bureau Toetsing Investering (BTI) door de uitbreiding van het toepassingsbereik en door (3) oplopende administratieve lasten die bedrijven en investeerders ervaren ten opzichte van de situatie in andere landen. Wij lichten deze zorgen hier nader toe.
Afbakening biotechnologie en subtechnologieën
De afbakening van de vier subtechnologieën binnen biotech in de tabel van bijlage 2 lijkt op eerste oogopslag overzichtelijk. Echter blijft ons onduidelijk in welke mate een bedrijf zich bezig moet houden met deze subtechnologieën voordat zij onder de meldingsplicht valt: is dat verplicht wanneer de hoofdactiviteit één of meerdere van deze subtechnologieën omvat, of ook wanneer zij alleen gebruik maken van deze technologieën? Om een voorbeeld te geven: als een bedrijf als hoofdactiviteit het ontwikkelen en aanbieden van diensten op het vlak van genomics heeft, dan lijkt het aannemelijk dat zij onder het toepassingsbereik valt, maar hoe zit dat voor biotech bedrijven die alleen de uitkomsten uit genomics gebruiken voor de ontwikkeling van hun geneesmiddel, gewas of materiaal? Duidelijkheid over de vraag wanneer je als bedrijf onder de Wet Vifo valt, is wenselijk, omdat dit anders tot onvoorspelbaarheid en onzekerheid leidt voor bedrijven en investeerders.
Capaciteit en doorlooptijd Bureau Toetsing Investering
In de huidige situatie staat er maximaal 8 weken voor de eerste toetsing door het BTI. Onder andere in de Nota van toelichting en het Beleidskompas bij de voorliggende wijziging komt naar voren dat er minimaal 1.000 bedrijven in de nieuwe situatie ook binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, met als gevolg dat het BTI jaarlijks naar alle waarschijnlijk meer dan 100 zaken extra moet gaan toetsen. Het borgen van de tijdslijnen en communicatie met bedrijven en investeerders over verzoeken, aanvullende informatie en verdere eisen maken of dit proces bedrijven vertrouwen geeft, of dat een gebrek aan menskracht of grotere onduidelijkheid voor beperkingen en onnodig oponthoud zorgt. De concurrentiepositie van Nederlandse biotech bedrijven komt in dat laatste geval onder druk te staan op de internationale investeringsmarkt waar zij opereren. Zeker omdat de tijdslijnen voor investeringsscreening in andere EU-lidstaten al (ruim) onder de Nederlandse standaarden liggen: zo houdt Denemarken 45 dagen aan en Frankrijk 42 dagen voor de eerste fase, tegenover 56 dagen in Nederland. En voor de maximale periode, inclusief mogelijk vervolgonderzoek, gaat Denemarken uit van 170 dagen en Frankrijk van 105 dagen tegenover 182 dagen in Nederland.1
Hoe kijkt de overheid naar deze uiteenlopende doorlooptijden van investeringsscreening in de Europese Unie en kan zij een inschatting maken van de gevolgen voor de aantrekkelijkheid van het Nederlandse investeringsklimaat voor bijvoorbeeld de biotech sector? In hoeverre is het BTI op dit moment toereikend ingericht, qua capaciteit en expertise, om deze grotere aantallen meldingen tijdig te verwerken? Hoe gaat de overheid deze situatie monitoren en evalueren? Hollandbio ziet graag een regelmatige toets en evaluatie van de capaciteit en tijdslijnen van het BTI.
Administratieve lasten voor bedrijven en investeerders
Wanneer het melden van een investering, het inwilligen van eventuele aanvullende eisen of het uitvoeren van verder onderzoek veel administratieve lasten met zich meebrengt, kost deze toetsing biotech bedrijven en investeerders veel extra geld en tijd. Bovendien is hiervoor ook kennis nodig die buiten de scope van veel ondernemers ligt, waarmee inhuur van kostbare externe financiële of juridische expertise noodzakelijk wordt. Enige administratieve lasten zijn onvermijdelijk, maar die moeten hun doel niet voorbijschieten en het innovatieklimaat nodeloos schaden. In welke mate zijn de eisen die de Nederlandse overheid oplegt aan bedrijven en investeerders in het kader van meldingen onder de Wet Vifo vergelijkbaar met andere EU-lidstaten?
We vertrouwen erop dat de overheid bovenstaande zorgen en overwegingen meeneemt in de verdere uitwerking van de wijziging van het toepassingsbereik van de Wet Vifo en gaan hierover graag in gesprek waar nodig en behulpzaam.
Last Thursday, we hosted the Maastricht edition of our Hollandbio komt naar je toer event series, organized throughout 2024 and early 2025 to celebrate our 10-year anniversary at biotech hubs around the country. Approximately 60 biotech professionals gathered at Bar Bistro Saam for drinks and bites, in collaboration with the Brightlands Maastricht Health Campus. In between many great conversations and valuable networking opportunities, Wieteke Wouters (hollandbio), Yvo Graus (Brightlands Maastricht Health Campus) and Mark Post (Mosa Meat & Qorium) shared their insights on how their organizations contribute to strengthening the biotech ecosystem on both regional and (inter)national levels.
We want to thank everyone who attended for contributing to another successful gathering of the Dutch biotech network!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2025-01-21 10:40:502025-01-21 10:41:45Hollandbio went on tour at the Brightlands Maastricht Health Campus
Biotech, Boldness, and Breakthroughs: A Look Back at hollandbio’s Year Event 2025
Hollandbio, UitgelichtNo winds or rain could stop a record attendance of over 350 guests from attending the 11th edition of hollandbio’s Year Event! Hosted at Theatre de Flint in Amersfoort, the event created a perfect opportunity to connect with familiar faces and new contacts alike. The afternoon was filled with inspiring personal stories of success and resilience in biotech, sprinkled with humor, and packed with plenty of networking opportunities.
A key theme that ran through the day was: how do we bridge the gap between the public and science?
After a warm welcome and sneak peek at our soon-to-be-launched video, hollandbio’s Annemiek Verkamman kicked off the plenary session, taking a moment to thank all members and partners for another successful year in biotech. Biotech innovations are flourishing, and Dutch biotech research is still top-notch.
However, Annemiek also took a moment to acknowledge the challenges in the biotech sector: “Biotech is not for the faint-hearted. It’s risky, full of regulatory hurdles, and even the most exciting innovations aren’t guaranteed to reach the market.” But this is precisely why we need to believe in ourselves and our products: “Our enthusiasm for biotech needs to rub off on the public. We must be bold and shift the narrative, showing that we trust our sector and products. The only thing standing in our way is how far we are willing to push for change. And at hollandbio, we’re committed to improving the biotech ecosystem to make that change happen.”
As the cherry on top, Annemiek had the pleasure of announcing the publication of our latest hollandbio Highlights, featuring biotech breakthroughs, policy wins, and industry impact.
Sadly, our first keynote speaker, Björn Heijstra, could not attend the event as he was down with the flu. Fortunately, Independent Board Director Edwin Moses took us on an eventful journey of highs and lows in life in biotech. From becoming a salesman in West Germany to leading over 10 international companies as CEO and Chairman, Edwin’s story was a masterclass in embracing cultural diversity, investing in people, and finding joy in leadership.
To conclude the program with an unexpected twist, we invited “one of the most empathetic men who loves to let others shine”—television maker and presenter Maxim Hartman, renowned for his satirical, direct, and provocative style—to host a surprise, heartfelt therapeutic session. The lucky ones—Oscar Goddijn, Inez de Greef, Paul Korte, Lori Goff, and Robert Ostendorf—took the stage to reflect on what drives them and the challenges they face in biotech. Any initial stage fright quickly dissolved as they realized they were free to speak about what mattered most to them. Their key takeaway? We must believe in ourselves and the stories we share with our families, friends, neighbors, and beyond. While we are deeply familiar with the technology, it is essential to communicate how biotech solutions impact lives and address real-world challenges.
The day ended with drinks, dinner, music, and, of course, plenty of networking.
A huge thanks to everyone who joined and made this another amazing hollandbio Year Event to remember. Of course, a special thanks to our guests who took the stage—our apologies for any discomfort it may have caused. 😉
In the coming year, let’s keep pushing forward, share our passion, and make biotech a driving force for health, sustainability, and innovation!
P.S. Mark your calendars because we’ll also see you at the Dutch Biotech Event on June 27, 2025! Until then, keep an eye out for more exciting events throughout the year.
Download hollandbio’s highlights!
Hollandbio, UitgelichtDe hollandbio highlights zijn er! Vol biotech doorbraken, beleidswinst en impact—gebundeld in één onmisbaar document! Met trots presenteren we de hollandbio highlights, jouw overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de biotech sector.
Lees je op mobiel? Bekijk hier onze lichtgewicht versie in lage resolutie.
Ben je lid van hollandbio? Laat het weten als je een fysiek exemplaar voor op kantoor wilt ontvangen.
The hollandbio highlights are here! Full of biotech breakthroughs, policy wins, and community-driven impact—bundled into one must-read document! We’re proud to present the hollandbio highlights, your go-to overview of the key developments shaping the Dutch biotech landscape.
Mobile reader? Check out our lightweight low-resolution version here.
Member of hollandbio? Let us know if you would like to receive a physical copy for at the office.
EU-voorzitter Polen poogt NGT-patstelling te doorbreken
Voedsel en materialenNieuwe Genomische Technieken (NGT’s) staan opnieuw hoog op de EU-agenda. Al in de eerste dagen van hun EU-voorzitterschap presenteerde Polen een aangepast NGT-voorstel in de Europese Raad, in een poging de ontstane patstelling vlot te trekken. Het voorstel bevat naast enkele verbeteringen en verduidelijkingen, ook vooral een zorgwekkende toevoeging: een extra verificatieprocedure om vast te stellen of er mogelijk patenten op NGT-zaden rusten, en een ‘opt-out clausule’ die lidstaten toestaat de teelt van gepatenteerde NGT-zaden te verbieden.
Hollandbio betreurt de vermenging van de NGT-modernisering met een discussie over patenten, die door een geheel andere richtlijn gereguleerd worden (de biotech octrooi richtlijn). De door Polen voorgestelde maatregelen voegen bovendien wederom extra complexiteit toe aan de regulering van NGT’s, dreigen de interne markt te fragmenteren en Europese innovatie en concurrentiekracht te remmen – precies het tegenovergestelde van wat een werkbaar kader voor NGT’s zou moeten bereiken.
Meer informatie:
Het belang van intellectueel eigendom voor plantengewassen brachten we eerder in beeld in deze infographic
De overheid faalt, niet de markt
Gezondheid op maat, Gezondheid, UitgelichtDe geschiedenis herhaalt zich: nadat het UMCG in 2020 €30 miljoen overheidssubsidie kreeg om in eigen huis een me-too CAR-T behandeling in elkaar te knutselen, kende het Zorginstituut het ziekenhuis de afgelopen week wederom €16,5 miljoen toe uit diezelfde subsidiepot. Ditmaal voor het kopiëren van een geregistreerde celtherapie, die nota bene al voor vergoedingsadvies voorligt bij datzelfde Zorginstituut. Waar hollandbio zich in 2020 al afvroeg of de toekenning van deze monstersubsidie nou de beste besteding van schaars overheidsgeld was, rest nu enkel verbijstering over deze heilloze verspilling van belastingcenten, die kwetsbare patiënten bovendien nodeloos blootstelt aan een experimentele behandeling.
Vooropgesteld, hollandbio juicht iedereen toe die een nieuw geneesmiddel bij de patiënt weet te krijgen. Of dat een ziekenhuis, een Mkb’er of een multinational is, is ons om eerlijk te zijn om het even. Ook zijn we niet tegen het verstrekken van subsidies voor geneesmiddelenontwikkeling. Sterker nog, op dagelijkse basis lobbyen wij voor passende financiering in elke fase op de lange weg van lab naar patiënt. Toch vinden we de toekenning van €16,5 miljoen aan het UMCG uit de subsidieregeling veelbelovende zorg niet alleen weggegooid belastinggeld, maar bovendien een grove schoffering voor het biotech ecosysteem. Laat ons dat toelichten.
Hoezee, 16,5 miljoen voor het UMCG?
Ondanks dat het nog onduidelijk is of de eerste €30 miljoen voor het UMCG op koers ligt om het gehoopte resultaat op te leveren, krijgt het ziekenhuis opnieuw een fikse duit uit de subsidieregeling Veelbelovende Zorg, ditmaal €16,5 miljoen. Met de subsidie wil het UMCG een studie uitvoeren om een in eigen huis te ontwikkelen celtherapie (CAR-T) te vergelijken met de huidige standaardbehandeling tegen multipel myeloom, een kanker van plasmacellen, zo lezen wij in diverse persberichten en berichtgeving van de Volkskrant. Laat het onderzoek zien dat de behandeling (kosten)effectief is, dan kan deze vergoed worden uit het basispakket, ronkt het Zorginstituut dat niet alleen adviseert over de toelating van geneesmiddelen tot het basispakket, maar bovendien samen met ZonMw en in opdracht van het ministerie van VWS de subsidieregeling uitvoert.
De subsidie lijkt heuglijk nieuws: geweldig dat de overheid zoveel geld steekt in de experimentele ontwikkeling van een innovatieve therapie voor patiënten in nood. En bovendien, alsof dat op zich al niet risicovol genoeg is, durft de overheid haar nek uit te steken door te investeren in een academisch ziekenhuis, in plaats van in te zetten op de geijkte route van geneesmiddelenontwikkeling door gespecialiseerde biotech bedrijven die het klappen van de zweep kennen. Wat een lef!
Context is alles
Helaas doet de context ons enthousiasme omslaan in verbijstering. Waar het UMCG over zes jaar hoopt een CAR-T behandeling tegen multipel myeloom af te leveren, is er vandaag de dag al precies zo’n therapie op de markt. Geneesmiddelenontwikkelaar J&J kreeg in 2022 goedkeuring van de EMA voor haar CAR-T genaamd Cilta-Cel (Carvikty®). In datzelfde jaar oordeelde het Zorginstituut dat deze celtherapie voor de behandeling van multipel myeloom effectief is (in pakketjargon: voldoet aan de Stand der Wetenschap en Praktijk). Wel vond ZIN destijds de onderbouwing van de kosteneffectiviteit onvoldoende om te kunnen adviseren over een gewenste prijsdaling. Daarmee viel voorlopig het doek voor de behandeling, een hard gelag, voor patiënten in Nederland. Juni 2024 diende de fabrikant een aangepaste economische analyse in, op basis waarvan de Adviescommissie Pakket afgelopen week oordeelde dat Carvykti®, weliswaar na prijsonderhandelingen met VWS, vergoed kan worden. In februari zal het Zorginstituut zijn definitieve advies publiceren.
Niets geen innovatieve ontwikkeling dus die subsidieverstrekking, niets geen onvervulde medische nood, maar ofwel hopeloos naïeve onkunde, ofwel pure symboolpolitiek van het Zorginstituut om biotech bedrijven buitenspel te zetten. En zo harkt het UMCG, handig inspelend op het door het ministerie van VWS zorgvuldig gecultiveerde nationale anti-farma sentiment, schaamteloos opportunistisch, maar onder de vlag maatschappelijk verantwoord ruim €46 miljoen euro aan belastinggeld binnen voor eigen eer en glorie.
Marktfalen
Om in aanmerking te komen voor een subsidie uit de regeling Veelbelovende Zorg, moet sprake zijn van marktfalen. Een situatie die veelvuldig voorkomt in de biotech sector: denk aan de ontwikkeling van preventieve interventies zoals vaccins, antiviralen en antibiotica, van geneesmiddelen voor ultra zeldzame aandoeningen, of voor ziektes die minder kapitaalkrachtige gebieden treffen, of bijvoorbeeld voor de repurposing van patentloze geneesmiddelen. Voorbeelden waarbij het schort aan een verdienmodel, waardoor private investeerders hun hand op de knip houden, en innovatie uitblijft.
Dat is niet het geval bij celtherapieën, noch in de ontwikkeling van therapieën gericht op multipel myeloom. De afgelopen jaren is dankzij grote wetenschappelijke doorbraken de ontwikkeling van cel- en gentherapieën in een stroomversnelling geraakt en zetten publieke en private investeerders wereldwijd vol in op late klinische ontwikkeling, met als resultaat dat de pijplijnen bomvol innovaties zitten en er voor diverse bloedkankers al meerdere effectieve therapieën beschikbaar kwamen. Illustratief zijn de 292 lopende studies die de database clinicaltrial.gov geeft op de zoektermen CAR-T en multipel myeloma, waarvan er op dit moment maar liefst 167 actief patiënten werven.
Dat een mogelijk gebrek aan bereidheid van de overheid om te betalen voor een geregistreerd geneesmiddel ook binnen de definitie ‘marktfalen’ zou passen, bij ons gaat het er niet in. Want zelfs wanneer VWS en het Zorginstituut deze definitie met juridisch kunst- en vliegwerk op weten te rekken, lijkt een poging om met belastinggeld lokaal een geneesmiddel te kopiëren en goedkoper te produceren in een wereldwijde markt die bol staat van de innovatie en concurrentie, op zijn zachtst gezegd een wat omslachtige aanpak. In overleg gaan met de fabrikant – onderhandelingen tussen overheid en ontwikkelaar zijn in deze sector immers aan de orde van de dag – zou het vermeende marktfalen immers ook zo maar eens kunnen verhelpen, al vermoeden wij dat die €16,5 miljoen in dat geval niet teruggestort wordt.
Belangenverstrengeling
Een arts, of een patiëntvertegenwoordiger die met ‘de industrie’ samenwerkt, moet bij elke gelegenheid al zijn belangen tot in detail vermelden, en is desondanks in de regel uitgesloten van publieke adviesrollen. Farmaceutische bedrijven, of hun vertegenwoordiging, zijn zelfs niet eens welkom aan tafel wanneer die ook maar raakt aan dure geneesmiddelen – uit angst voor beïnvloeding. Die belangenverstrengeling werkt blijkbaar maar één kant op. Immers, de objectiviteit van Zorginstituut en beroepsgroep staan zelfs buiten kijf wanneer ze eigenhandig een oordeel vellen over de vergoeding van een behandeling en gelijktijdig de ontwikkeling van een concurrerend middel met een miljoenensubsidie mogelijk maken.
Onethisch
Alle bovenstaande bezwaren verbleken echter bij de verstrekkende gevolgen voor de patiënten die aan deze studie mee zullen gaan doen. Het UMCG zegt de zelf te ontwikkelen CAR-T therapie te willen vergelijken met de ‘standard of care’- de behandelingen die volgens de richtlijnen van de beroepsgroep op dit moment de standaard zijn. Doordat de therapie van J&J nog in de Sluis zit, en dus nog niet vergoed wordt uit het basispakket, maakt deze geen deel uit van de studieopzet waarvoor het UMCG €16,5 miljoen subsidie kreeg. Dat betekent dat het UMCG patiënten met multipel myeloom gaat blootstellen aan een zelf ontwikkelde CAR-T therapie die zichzelf nog moet bewijzen, terwijl er een geregistreerd, effectief en veilig bevonden alternatief voorhanden is. Of dat in het belang van de patiënt is valt nu al te betwijfelen, maar op het moment dat het ministerie van VWS en J&J tot een akkoord komen, is het volstrekt onethisch om patiënten de stand der wetenschap en praktijk te onthouden, om ze bloot te stellen aan een experimentele kopie die ook nog eens vergeleken wordt met een verouderde behandelstandaard.
Aanfluiting
Je kan het bijna niet gemist hebben: onze overheid wil vol inzetten op biotech. Zo prijkt de sector bovenaan het lijstje groeimarkten voor Nederland, is deze verkozen tot een van de nationale sleuteltechnologieën, en werkt de overheid as we speak aan een integrale visie en diverse actieplannen om de vele kansen van biotech voor gezondheid, duurzaamheid en welvaart te verzilveren. Hollandbio zei het al eerder: de sector wordt geen haar beter van mooie woorden alleen. Sterker nog, al die ambitieuze vergezichten zijn geen cent waard wanneer de overheid de sector zodra ze de kans krijgt eigenhandig een stok in de wielen steekt. Als het om het nationale biotech beleid gaat, spreekt hollandbio vaak over het gas- en het rempedaal. Met het verstrekken van deze subsidie om één van de grootste en meest succesvolle biotech ontwikkelaars die ons land kent de pas af te willen snijden, stuurt het Zorginstituut aan op een frontale botsing – een doelbewuste bovendien. Kortom: als hier al een partij faalt, dan is het onze overheid.
Mijlpaal voor Mosa Meat
Voedsel en materialen, UitgelichtVoor het eerst heeft een Nederlandse producent van cellulaire agricultuur Europese markttoelating aangevraagd, de eerste aanvraag voor een rundproduct in de geschiedenis van de EU bovendien. Deze Novel Food-aanvraag van kweekvleesproducent Mosa Meat voor hun gecultiveerd rundervet telt ruim duizend pagina’s en heeft meer dan tien fulltime werknemers twee jaar aan werk gekost. Niet voor niets spreken ze van de gouden standaard in voedselveiligheid, nergens ter wereld zijn alle eisen zo streng als hier. Prijskaartje van het papierwerk: 1,2 miljoen euro. “Veel analyses die je bij externe laboratoria moet laten uitvoeren, waren voor dit product nog niet ontwikkeld. Dat hebben we zelf moeten doen”, zegt CMO Tim van de Rijdt tegen de Volkskrant. Intussen heeft de productontwikkeling niet bepaald stilgestaan: “Vet is een geweldige smaakmaker en we hebben een ingrediënt ontwikkeld dat de rijke culinaire ervaring biedt die consumenten verwachten van conventioneel rundvlees”, aldus CEO Maarten Bosch. Daarnaast kondigde Mosa Meat de mogelijkheid aan om via crowdfunding in de pioniers te investeren. Europese goedkeuring voor hun product zal nog even duren en neemt al gauw anderhalf jaar in beslag.
Subsidietoekenningen uit MKB Call 2024 zijn bekend
InnovatieklimaatHealth~Holland, de subsidieuitvoerder van de privaat-publieke samenwerkings (PPS)-toeslag, heeft via de MKB Call €7 miljoen aan subsidie toegekend aan zeventien PPS-projecten. Een aantal biotech bedrijven, waaronder onze Astherna, Glycostem Therapeutics, Imuno Therapeutics en Rapidemic, hebben de projectsubsidie met hun kennispartner ontvangen. Van harte gefeliciteerd!
Deze subsidie is in 2023 samen met hollandbio opgezet om life sciences innovaties die bijdrage aan gezondheid, in privaat-publiek samenwerkingsverband door te ontwikkelen. De MKB Call is voor de tweede keer ruimschoots overvraagd met 85 aanvragen binnen 24 uur, wat duidelijk laat zien dat er behoefte is aan een subsidiecall waarin het MKB de lead mag nemen. Health~Holland speelt hier goed op in door de MKB Call in 2025 door te zetten en wederom het budget op te hogen. Dit jaar is er €8 miljoen beschikbaar.
Klik hier als je meer wilt weten over deze subsidie.
Hollandbio is officieel TPI-partner
Gezondheid op maat, Hollandbio, Gezondheid, UitgelichtHollandbio is trots toe te treden tot het partnerprogramma van Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI). Een cruciale samenwerking: want hoewel geneesmiddelenontwikkeling op het moment nog zeker niet zonder proefdieronderzoek kan, biedt biotech innovatie steeds meer ziektemodellen die niet alleen onnodig lijden voorkomen, maar bovendien béter zijn, omdat ze meer voorspellende waarde bieden dan een dierproef. Hollandbio neemt met haar deelname aan TPI maar wat graag het voortouw om deze welkome alternatieven zo snel mogelijk verantwoord richting praktijk te loodsen.
Als belangenbehartiger van de Nederlandse biotech sector zet hollandbio zich in voor innovaties die bijdragen aan gezondheid, duurzaamheid en economische groei. Zo ook voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen die zowel mens als dier vooruit helpen. Deze technologieën, waaronder 3D-celkweek, organoïden en organ-on-a-chips dragen niet alleen aanzienlijk bij aan de verbetering van de ontwikkeling van (bio)chemische stoffen, geneesmiddelen en levensmiddelen, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan het verminderen en vervangen van dierproeven.
Binnen het TPI-partnerprogramma fungeert hollandbio als de stem van de biotech sector. Een cruciale samenwerking, juist omdat de ontwikkeling van veel innovatieve producten vandaag de dag nog helemaal niet zonder proefdieren mag of kan. Onze achterban omvat naast de ontwikkelaars van nieuwe ziektemodellen óók volop productontwikkelaars die nog tegen de beperkingen en hordes aanlopen bij de implementatie van nieuwe mogelijkheden. Hollandbio is trots om met deze sleutelpositie mede het voortouw te nemen in de transitie. De ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen verdient volop steun, zodat de sector sneller, gerichter en diervriendelijker kan bijdragen aan een beter leven voor mens, dier en planeet.
Met het partnerschap onderschrijft hollandbio de TPI-missie “beter voorspellen zonder proefdieren” en de ambitie om Nederland als katalysator van de (inter)nationale transitie naar proefdiervrije innovaties te positioneren. Wij dragen hier aan bij door in kaart te brengen waar de ontwikkelaars én gebruikers van ziektemodellen – en andere biotech innovaties – tegenaan lopen op de route van lab naar praktijk en aandacht te vragen voor oplossingen voor deze knelpunten. Namens hollandbio neemt Wieteke Wouters plaats in de TPI kerngroep, en zet Britt van de Ven haar ervaring als programma manager Gezondheid op Maat in binnen de transitiegroep. Hollandbio kijkt ernaar uit om de transitie samen met TPI in goede banen te helpen leiden!
Problemen zijn niet leuk als ze opduiken, maar des te leuker als je ze oplost.
Innovaties met impact ontwikkelen? In de biotech vind je bevlogen ondernemers die niet kunnen stilzitten. Hoe houd je die gedrevenheid vast, als ontwikkeling jaren duurt en vol risico’s zit? Het vergt doorzettingsvermogen om zulke ambities te halen. Wat drijft hen – en hoe blijven ze volhouden?
Ondernemen is creativiteit de vrije hand geven. Op reis zag Violette Defourt welke negatieve impact infectieziekten kunnen hebben en al vroeg wist ze dat ze anderen wilde helpen met haar creativiteit. Die waarde deelt ze met de Gates Foundation, dat investeert in Rapidemic in strijd tegen ziekteverwekkers. De start-up ontwikkelt een gemakkelijk te gebruiken moleculaire test, met een eerste product voor razendsnelle en nauwkeurige soa-diagnostiek.
De blijmoedige Brusselaar is onbevangen. Violette koos een masteropleiding biomedische wetenschappen (Science Based Business) aan de Universiteit Leiden. Vanaf het begin zag ze in dat ze geen onderzoeker wilde worden: “Je wordt voorbereid op een PhD-traject, maar ik voelde me nooit echt thuis in het lab.” De opleiding rondde ze af, maar haar passie vond ze tijdens de iGEM-competitie van de gerenommeerde Amerikaanse MIT-universiteit. “Via iGEM ontdekte ik dat je vanuit wetenschap de vertaalslag kan maken naar een maatschappelijk relevante business case.” Violette ging met haar teamleden aan de slag om het wetenschappelijke idee dat tijdens het project ontstond, verder uit te werken. Rapidemic zag het levenslicht.
Na drie jaar werken er nu twaalf mensen, en daarmee is haar rol flink veranderd. Ze werkt veelal buiten het lab – aan strategie, fundraising, cultuur en teambuilding. Het zijn dan ook de mensen die een bedrijf maken of breken: “je weet pas wat je al die tijd miste als je een goede hire hebt gedaan.” Veruit de grootste uitdaging: financiering. Statistisch gezien stroomt het geld ook niet bepaald naar jonge vrouwen die werken aan diagnostiek, een extra uitdaging dus. “Je wil gewoon je product ontwikkelen en impact maken, niet enkel opgeslokt worden door het bij elkaar schrapen van middelen.” Het idee is er, met een gedreven team dat aan een dringende maatschappelijke opgave werkt. Violette is ervan overtuigd een aantrekkelijke propositie in handen te hebben, maar financiers daarvan overtuigen is geen kleinigheid. Toch is het haar gelukt om de laatste drie jaar zo’n twee miljoen euro op te halen.
Inmiddels heeft Violette een voet tussen de deur bij het Deense BioInnovation Institute, maar vervolgfinanciering zit er vooralsnog niet in omdat ze met het team in Nederland wil blijven. Lachend: “maar als we in juni nog geen geld hebben opgehaald ga ik misschien zelf wel naar Kopenhagen.” En dus blijft ze slim omgaan met investeringen, subsidies en filantropisch geld. Flexibiliteit en creativiteit in het oplossen van financieringsproblemen, ook dat hoort bij ondernemen in onze sector. En daar kan je de lol van inzien, want “problemen zijn niet leuk als ze opduiken, maar des te leuker als je ze oplost.”
Reactie op wijziging Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie binnen Wet Vifo
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtHollandbio, de belangenvereniging voor de Nederlandse biotech sector, maakt graag gebruik van de mogelijkheid voor het geven van een reactie op de consultatie rond de wijziging van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie. Met deze wijziging regelt de Nederlandse overheid dat bepaalde sensitieve technologieën, waaronder biotechnologie, binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, zodat zij, door middel van veiligheidstoetsing van investeringen in en fusies van ondernemingen, risico’s voor de nationale veiligheid kan beheersen.
In onze reactie vragen wij aandacht voor de mogelijk negatieve gevolgen van Wet Vifo voor het Nederlandse investerings- en innovatieklimaat voor biotech bedrijven. Want hoewel de bescherming van de nationale veiligheid een groot goed is, kan deze onder druk komen te staan door (1) onduidelijke afbakening, (2) onvoldoende capaciteit bij het Bureau Toetsing Investering (BTI) door de uitbreiding van het toepassingsbereik en door (3) oplopende administratieve lasten die bedrijven en investeerders ervaren ten opzichte van de situatie in andere landen. Wij lichten deze zorgen hier nader toe.
De afbakening van de vier subtechnologieën binnen biotech in de tabel van bijlage 2 lijkt op eerste oogopslag overzichtelijk. Echter blijft ons onduidelijk in welke mate een bedrijf zich bezig moet houden met deze subtechnologieën voordat zij onder de meldingsplicht valt: is dat verplicht wanneer de hoofdactiviteit één of meerdere van deze subtechnologieën omvat, of ook wanneer zij alleen gebruik maken van deze technologieën? Om een voorbeeld te geven: als een bedrijf als hoofdactiviteit het ontwikkelen en aanbieden van diensten op het vlak van genomics heeft, dan lijkt het aannemelijk dat zij onder het toepassingsbereik valt, maar hoe zit dat voor biotech bedrijven die alleen de uitkomsten uit genomics gebruiken voor de ontwikkeling van hun geneesmiddel, gewas of materiaal? Duidelijkheid over de vraag wanneer je als bedrijf onder de Wet Vifo valt, is wenselijk
,omdat dit anders tot onvoorspelbaarheid en onzekerheid leidt voor bedrijven en investeerders.In de huidige situatie staat er maximaal 8 weken voor de eerste toetsing door het BTI. Onder andere in de Nota van toelichting en het Beleidskompas bij de voorliggende wijziging komt naar voren dat er minimaal 1.000 bedrijven in de nieuwe situatie ook binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, met als gevolg dat het BTI jaarlijks naar alle waarschijnlijk meer dan 100 zaken extra moet gaan toetsen. Het borgen van de tijdslijnen en communicatie met bedrijven en investeerders over verzoeken, aanvullende informatie en verdere eisen maken of dit proces bedrijven vertrouwen geeft, of dat een gebrek aan menskracht of grotere onduidelijkheid voor beperkingen en onnodig oponthoud zorgt. De concurrentiepositie van Nederlandse biotech bedrijven komt in dat laatste geval onder druk te staan op de internationale investeringsmarkt waar zij opereren. Zeker omdat de tijdslijnen voor investeringsscreening in andere EU-lidstaten al (ruim) onder de Nederlandse standaarden liggen: zo houdt Denemarken 45 dagen aan en Frankrijk 42 dagen voor de eerste fase, tegenover 56 dagen in Nederland. En voor de maximale periode, inclusief mogelijk vervolgonderzoek, gaat Denemarken uit van 170 dagen en Frankrijk van 105 dagen tegenover 182 dagen in Nederland.1
Hoe kijkt de overheid naar deze uiteenlopende doorlooptijden van investeringsscreening in de Europese Unie en kan zij een inschatting maken van de gevolgen voor de aantrekkelijkheid van het Nederlandse investeringsklimaat voor bijvoorbeeld de biotech sector? In hoeverre is het BTI op dit moment toereikend ingericht, qua capaciteit en expertise, om deze grotere aantallen meldingen tijdig te verwerken? Hoe gaat de overheid deze situatie monitoren en evalueren? Hollandbio ziet graag een regelmatige toets en evaluatie van de capaciteit en tijdslijnen van het BTI.
Wanneer het melden van een investering, het inwilligen van eventuele aanvullende eisen of het uitvoeren van verder onderzoek veel administratieve lasten met zich meebrengt, kost deze toetsing biotech bedrijven en investeerders veel extra geld en tijd. Bovendien is hiervoor ook kennis nodig die buiten de scope van veel ondernemers ligt, waarmee inhuur van kostbare externe financiële of juridische expertise noodzakelijk wordt. Enige administratieve lasten zijn onvermijdelijk, maar die moeten hun doel niet voorbijschieten en het innovatieklimaat nodeloos schaden. In welke mate zijn de eisen die de Nederlandse overheid oplegt aan bedrijven en investeerders in het kader van meldingen onder de Wet Vifo vergelijkbaar met andere EU-lidstaten?
We vertrouwen erop dat de overheid bovenstaande zorgen en overwegingen meeneemt in de verdere uitwerking van de wijziging van het toepassingsbereik van de Wet Vifo en gaan hierover graag in gesprek waar nodig en behulpzaam.
Hollandbio went on tour at the Brightlands Maastricht Health Campus
HollandbioLast Thursday, we hosted the Maastricht edition of our Hollandbio komt naar je toer event series, organized throughout 2024 and early 2025 to celebrate our 10-year anniversary at biotech hubs around the country. Approximately 60 biotech professionals gathered at Bar Bistro Saam for drinks and bites, in collaboration with the Brightlands Maastricht Health Campus. In between many great conversations and valuable networking opportunities, Wieteke Wouters (hollandbio), Yvo Graus (Brightlands Maastricht Health Campus) and Mark Post (Mosa Meat & Qorium) shared their insights on how their organizations contribute to strengthening the biotech ecosystem on both regional and (inter)national levels.
We want to thank everyone who attended for contributing to another successful gathering of the Dutch biotech network!