← #nieuws

Biotech voor vooruitgang, is er honger voor wat meer risico in Den Haag?

Prime time voor VitroScan! Het jubilerende biotech bedrijf schitterde in een NOS-item over de Nationale Investeringsinstelling (NII), waarin het kabinet, zo blijkt uit gelekte Prinsjesdagstukken, €3,3 miljard investeert. VitroScan’s CEO Willemijn Vader laat in het item overtuigend zien wat biotech van eigen bodem kan: kennis en talent benutten om een verschil te maken, in dit geval voor patiënten met kanker. Een welverdiende schijnwerper op tien jaar onderzoek en ondernemerschap. Van harte! En op naar de volgende succesvolle tien.

VitroScan timmert al tien jaar aan de weg om met slimme voorspellende testen gepersonaliseerde behandeling mogelijk te maken voor kankerpatiënten in Nederland en ver daarbuiten. En, net als zoveel biotechbedrijven, staat het bedrijf voor de uitdaging van opschaling. Het benodigde onderzoek is kostbaar, tijdsintensief en succes zeker geen garantie. Dat vraagt om passende investeringen. En juist daar wringt de schoen. Voor innovatieve bedrijven blijkt groeikapitaal in Nederland nog altijd lastig beschikbaar, terwijl internationale concurrenten vaak gemakkelijker toegang hebben tot risicodragend vermogen.

Hollandbio vraagt ook al meer dan tien jaar aandacht voor dit probleem: we hebben geweldig onderzoek in Nederland, baanbrekende start-ups, maar zijn onvoldoende in staat om bedrijven op eigen bodem te laten wortelen en groeien. Samen met veel andere partijen pleiten we consequent voor meer beschikbaar risicokapitaal, een betere aansluiting op de Europese kapitaalmarkt en een overzichtelijker financieringslandschap. Vrijwel alle recente analyses, van nationale adviesraden tot internationale rapporten, komen tot dezelfde conclusie: Nederland moet meer durven investeren in innovatie en groei. Zeker daar waar de markt onvoldoende in beweging komt.

Het plan voor een NII lijkt een belangrijke stap in die richting. Het idee dat de overheid een stevige basis legt waarop pensioenfondsen, banken en private investeerders kunnen aanhaken, sluit goed aan bij de behoeften van ondernemers als Willemijn: kapitaal dat beschikbaar komt voor de fase tussen veelbelovende innovatie en commerciële opschaling. Juist in die fase vallen nu nog te veel bedrijven tussen wal en schip.

Gelukkig vinden we het ministerie van Economische zaken aan onze zijde: berichten over de NII, het Nationale Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI, €500 miljoen), mogelijk nieuwe middelen voor het Groeifonds (€333 miljoen), en verruiming van de innovatiebox (€20 miljoen), zijn bemoedigend. Ze laten zien dat het kabinet serieus zoekt naar manieren om innovatie en strategische technologieën sterker te ondersteunen.

Hoewel geld – passende financiering – een noodzakelijke randvoorwaarde voor succes is, zijn we er daarmee nog niet. Ook de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, Mario Draghi, EY, AmCham en KPMG en ASML-topman Peter Wennink benadrukken met urgentie dat concurrentiekracht uiteindelijk afhankelijk is van een sterke keten als geheel. Voor biotech betekent dat voldoende talent, passende regelgeving, hoogwaardige infrastructuur, ruimte voor opschaling, toegang tot de markt, effectieve kennisvalorisatie én financiering. Als één van die schakels ontbreekt, stokken de investeringen en de groei. Het vraagt brede bestuurlijke wil én lef om ook binnen bestaande beperkingen op zoek te gaan naar oplossingen die Nederland sterker maken.

We zijn er nog niet. De plannen moeten nog geconcretiseerd en uitgewerkt, de precieze voorwaarden zijn nog onbekend en de begroting is nog niet vastgesteld. Het kan dooien, het kan vriezen, zogezegd. Wat hollandbio is helder wat ons te doen staat: wij zetten niet alleen in op alles wat nodig is om biotech innovaties hier te bedenken, maar ook op wat nodig is om ze hier te laten wortelen, te laten groeien en om veelbelovende innovaties te verzilveren in impact.

Een bedrijf als VitroScan, evenals de 300 andere start-ups, scale-ups en grote biotech bedrijven in hollandbio’s netwerk weten precies wat werkt en wat niet. Hollandbio zet zich dan ook vol in om te verzekeren dat deze kennis en expertise benut wordt, zodat de hoopvolle plannen niet alleen mooi klinken op papier, maar ook in de praktijk zullen werken voor onze koplopers in biotech.

De NOS items zijn is hier te bekijken/beluisteren:
–         NOS journaal: https://lnkd.in/e4Tz_rU3 vanaf [14:55]
–         Radio1: https://lnkd.in/eHGBetnG vanaf [1:36:28]
–         NOS artikel: https://lnkd.in/eN7pTUsi

← #nieuws

Van visie naar uitvoering: handen uit de mouwen

Wie het debat over het rapport-Wennink volgde, zag iets opvallends. Achter het gebruikelijke politieke gehakketak, was er op hoofdlijnen veel overeenstemming: Nederland moet meer investeren in toekomstig verdienvermogen, innovatie is cruciaal voor onze welvaart en de concurrentie uit de Verenigde Staten en China wacht niet tot wij zijn uitgepolderd.

Ook voor de toekomstige rol van Nederland biotech sector staat er nogal wat op het spel. Dat ziet de Kamer gelukkig goed: life sciences en biotechnologie werd expliciet benoemd als één van de strategische domeinen waarop Nederland internationaal het verschil kan maken. Tegelijkertijd werd duidelijk dat de discussie steeds minder gaat over wát er moet gebeuren en steeds meer over de vraag óf we het aandurven om daadwerkelijk te handelen. En juist daar wringt het.

Want wie naar ondernemers luistert, hoort al jaren goeddeels dezelfde boodschap: zorg voor goede randvoorwaarden. Minder regeldruk. Kortere vergunningstrajecten. Betere toegang tot talent. Meer groeikapitaal. Betrouwbaar en voorspelbaar beleid. Snellere markttoegang. Daar bestaat inmiddels nauwelijks discussie meer over. Sterker nog, veel van deze punten kwamen ook terug in de woorden van minister Herbert.

Toch zien we dat zodra het debat concreter wordt, de aandacht verschuift naar alles wat een keuze moeilijk maakt: over wie mogelijk wordt vergeten, mogelijke risico’s, over buitenlandse investeerders die meeprofiteren, of de vraag of een investering wel volledig eerlijk uitpakt voor iedere sector of regio. En al zijn het begrijpelijke vragen, het zijn niet de vragen die onze internationale concurrenten bezighouden, terwijl zij bouwen aan nieuwe ecosystemen, productiefaciliteiten en investeringsprogramma’s. Nederland lijkt soms zoveel energie te steken in het (eerlijk) willen verdeln van de taart, dat het vergeet er zelf ook een te bakken.  

Voor biotech geldt dat des te meer. En ook wij kunnen los: de integrale Visie Biotechnologie ligt er al, de knelpunten en kansen zijn helder en de benodigde randvoorwaarden bekend. Ondernemers investeren dagelijks in technologieën die kunnen bijdragen aan de ambities voor een betere gezondheid, duurzamere voedselproductie en een sterkere economie. Diezelfde ambitie bracht eerder dit jaar ook Europa’s grootste venture capitalfondsen samen in de European Life Sciences Coalition. Nu is het aan de overheid om die ambitie te beantwoorden met keuzes die investeringen laten renderen, innovatie versnellen en groei mogelijk maken.

Het debat maakte duidelijk dat Economische Zaken de handschoen op wil pakken. Maar geen enkel ministerie kan dit alleen. Innovatie stopt immers niet bij de grenzen van een departement. Talent vraagt om onderwijs en arbeidsmarktbeleid. Markttoegang raakt aan regelgeving, aan zorg, aan landbouw. Vergunningen vragen om efficiënte uitvoering. Financiering raakt de kapitaalmarkt en fiscale instrumenten. Juist daarom is een integrale aanpak onontbeerlijk.

Alle ministeries hebben, kortom een rol te spelen voor toekomstig succes, in het versterken van het Nederlandse innovatievermogen. Niet door nieuwe visies te schrijven, maar door bestaande ambities om te zetten in concrete acties én verantwoordelijkheid te nemen voor het realiseren ervan. Door belemmeringen weg te nemen. Door beleid voorspelbaar te maken. Door ondernemers de ruimte te geven om te investeren, op te schalen en te produceren.

Het rapport-Wennink maakt duidelijk dat economische groei, strategische autonomie en maatschappelijke vooruitgang geen tegenstelling zijn, en is vooral een pleidooi voor keuzes én actie. En ja, dat brengt risico’s met zich mee die we niet weg moeten willen polderen. Want stilstand is óók een risico, en in de huidige tijd, misschien wel het grootste van allemaal.

← #nieuws

Staatssecretaris koppelt biotech aan voedselzekerheid

,

Een Kamerbrief die hollandbio van harte verwelkomt: in de Aankondiging Strategische Agenda Voedselzekerheid benadrukt staatssecretaris Silvio Erkens dat innovatie en biotech onmisbaar zijn voor een weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem. De agenda, die in 2027 definitief wordt vastgesteld, moet Nederland beter voorbereiden op uitdagingen zoals geopolitieke spanningen, klimaatverandering, verstoringen in handelsketens en cyberdreigingen. Hollandbio kijkt er naar uit om vanuit de biotech sector bij te dragen aan de verdere uitwerking van deze agenda.

Innovatie sleutel voor toekomstbestendig voedselsysteem

In de brief benadrukt de staatssecretaris dat innovatie een sleutelrol speelt bij het toekomstbestendig maken van het voedselsysteem. Daarbij noemt hij expliciet technologieën zoals biotechnologie, kunstmatige intelligentie, robotisering en digitalisering als belangrijke instrumenten om de voedselvoorziening weerbaarder te maken en strategische afhankelijkheden te verkleinen. Ook verwijst hij naar de eerder aangekondigde Agrifood Innovatieagenda, met daarin een prominente plek voor nieuwe genomische technieken (NGT’s), biocontrol en innovatieve voedselproductie, en de investeringsagenda Food2040, die inzet op behoud van de Nederlandse koploperpositie van hoogtechnologische, duurzame en weerbare voedselproductie.

Biotech draagt bij aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie

Voor hollandbio is dit een positieve ontwikkeling. Waar biotech vaak wordt besproken vanuit innovatie, verduurzaming of economisch verdienvermogen, erkent het kabinet nu ook expliciet de bijdrage die deze sleuteltechnologie kan leveren aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie. Juist innovaties zoals weerbare gewassen, biologische gewasbescherming, (precisie)fermentatie en andere biotech toepassingen kunnen helpen om voedselproductie toekomstbestendig te houden in een wereld die steeds onzekerder wordt.

Meedenken over uitwerking

De staatssecretaris gaat de agenda de komende maanden verder uitwerken met stakeholders uit de voedselketen, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Hollandbio kijkt ernaar uit om hieraan bij te dragen en mee te denken over de rol die biotech kan spelen in een innovatief, weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem.

← #nieuws

Minder dubbel werk bij de beoordeling van gestapelde GM-gewassen

EFSA opent de deur naar een eenvoudigere beoordeling van stacked events, GM-gewassen waarin meerdere eerder beoordeelde genetische eigenschappen zijn gecombineerd. Als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, hoeven bepaalde veldproeven en beoordelingen mogelijk niet opnieuw te worden uitgevoerd. Het statement van EFSA lees je hier.

← #nieuws

Hollandbio welcomes iProtics as a new member

Hollandbio connects, represents and supports the Dutch biotech sector. With more than 290 members – from start-ups and scale-ups to established companies active in health, food and the biobased economy – we work together to strengthen the Dutch life sciences ecosystem. Today, we are pleased to welcome iProtics as our newest member. iProtics is a Leiden University spin-off, founded in 2024, developing next-generation, highly selective immunoproteasome inhibitors for patients with hematological cancers.

The company’s lead program, IP074, is initially being developed for patients with double-refractory chronic lymphocytic leukemia (CLL). Although proteasome inhibition has demonstrated therapeutic potential in hematological malignancies, existing approaches can be limited by off-target effects and dose-limiting toxicities. iProtics is developing precision small molecules designed to selectively inhibit the immunoproteasome in malignant cells, with the ambition to improve the therapeutic window while preserving healthy tissue.

The company is now advancing IP074 towards GLP toxicology studies, an important milestone in assembling the non-clinical package for first-in-human development. iProtics combines expertise in immunoproteasome biology, translational pharmacology and drug development to pursue a differentiated treatment approach for patients with limited remaining therapeutic options.

While iProtics was founded in 2024, its founders have already been actively contributing to the Dutch biotech landscape for several years. Among other milestones, they won the Venture Challenge in 2022 and participated in the Take Off, BiotechBooster, Faculty of Impact and BioVenture Builder programs. These experiences have helped shape iProtics into a company that combines strong academic science with a practical, patient-focused development strategy.

“We are excited to join hollandbio and become an active part of its community,” says Elmer Maurits, co-founder of iProtics. “We look forward to connecting with fellow innovators, entrepreneurs, investors and service providers, not only to explore collaborations that can help advance IP074, but also to contribute to a stronger, more connected Dutch life-sciences ecosystem and support other emerging companies where we can.”

← #nieuws

Europese Commissie vraagt input over praktische uitwerking NGT-regels

Nu de nieuwe Europese regels voor planten ontwikkeld met nieuwe genomische technieken (NGT’s) zijn vastgesteld, begint een minstens zo belangrijke fase: de praktische uitwerking van die regels om verdere innovatie en toepassing van slim veredelde, klimaatvriendelijke en toekomstbestendige gewassen mogelijk te maken. De Europese Commissie laat er in ieder geval geen gras over groeien: begin deze week publiceerde die twee calls for evidence’s over de procedures en informatievereisten voor categorie 1- en categorie 2-NGT-planten. Daarmee kunnen betrokkenen kennis, ervaring en aandachtspunten meegeven voor de verdere uitwerking. Hollandbio werkt aan een eigen bijdrage aan beide calls – uiteraard gericht op het optimaal benutten van deze slimme veredelingstools voor innovatie – en deelt haar input met de leden. Ook zelf reageren? Dat kan tot en met 28 september 2026.

Twee consultaties voor twee NGT-categorieën

De nieuwe NGT-verordening trad op 16 juli 2026 in werking en wordt vanaf 17 juli 2028 van toepassing. Ter voorbereiding werkt de Europese Commissie aan aanvullende uitvoeringsregels voor beide NGT-categorieën. De eerste consultatie gaat over de delegated act met verificatieprocedure en informatievereisten voor categorie 1-planten die vergelijkbaar zijn met conventioneel veredelde gewassen. De tweede consultatie richt zich op een implementing act met notificatie- en markttoelatingsprocedures voor categorie 2-planten, waarvoor aangepaste ggo-regels blijven gelden.

Praktijkervaring is waardevol

De precieze inrichting van de procedures is belangrijk voor uiteenlopende betrokkenen, waaronder onderzoekers, veredelaars, bedrijven, bevoegde autoriteiten en andere organisaties die met de ontwikkeling of toepassing van NGT-planten te maken hebben. Het is daarom goed om relevante praktijkervaring, aandachtspunten of concrete voorstellen uiterlijk 28 september via de calls te delen. Zo kan de Commissie bij de verdere uitwerking rekening houden met de uitvoerbaarheid en duidelijkheid van de toekomstige regels. En dragen we samen bij aan een innovatief en toekomstbestendig Europa, waarin slimme oplossingen uit biotech kunnen bijdragen aan klimaatvriendelijke landbouw, voedselzekerheid en uiteindelijk een wereld met toekomst.

← #nieuws

Koninklijke route of geitenpaadje: tijd voor heldere, gelijkwaardige spelregels

,

Wanneer je ziek bent wil je maar één ding: beter worden. Nieuwe geneesmiddelen zijn daarin een belangrijke troef, maar de route van lab naar patiënt is lang, kostbaar en bezaaid met hordes. Iedereen die erin slaagt om desondanks een nieuw geneesmiddel bij de patiënt te brengen, is in hollandbio’s ogen een held. Of die ontwikkelaar nou commercieel, non-profit, academisch, klein of juist heel groot is. Wat we wel heel belangrijk vinden, is dat de spelregels voor iedereen hetzelfde zijn. En precies daar wringt de schoen nog wel eens.

De route die geneesmiddelen moeten afleggen voordat ze een patiënt bereiken, is lang, kostbaar en zwaar gereguleerd. En hoewel hollandbio een actief pleitbezorger is om die route zo lean and mean mogelijk te laten verlopen en onnodige barrières gezamenlijk te beslechten, dient de geneesmiddelenwetgeving een belangrijk doel in Europa: het waarborgen van kwaliteit en een zorgvuldige afweging en monitoring van baten en risico’s. Voor vrijwel alle innovatieve geneesmiddelen, inclusief ATMPs, is Europese registratie bij EMA verplicht. Daarnaast bestaat, bij hoge uitzondering en enkel onder toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de mogelijkheid om patiënten (buiten klinisch onderzoek om) zonder registratie te behandelen met een apotheekbereiding of onder een zogenaamde ‘hospital exemption’. Wanneer een geneesmiddel via beide routes beschikbaar is of kan zijn, heeft het geregistreerde product, vanuit het oogpunt patiëntveiligheid en -effectiviteit, de voorkeur, aldus het ministerie van Volksgezondheid (VWS) namens de overheid. Ook wanneer dat logischerwijs, want registratie gaat gepaard met fikse kosten, leidt tot een hoger prijskaartje.

Tot zover het beleid in woord. In daad lijkt VWS een andere koers te varen, ingegeven door het aanhoudende streven om de uitgaven aan geneesmiddelen te minimaliseren. Een koers waarbij in de praktijk de koninklijke route – registratie – ontmoedigd en zelfs tekort gedaan wordt, en het bewandelen van geitenpaadjes juist beloond. Recente voorbeelden, al zijn ze allemaal net anders, zijn de TIL-therapie van het Nederlands Kanker Instituut (NKI), de zwaar gesubsidieerde Groningse inspanningen om CAR-Ts te ontwikkelen, en de apotheekbereiding 177Lu-PSMA-I&T.

De TIL-therapie van het NKI was één van eerste producten die onder toezicht van het Zorginstituut via de regeling voorwaardelijk toegelaten zorg in aanmerking kwam voor het basispakket. Op basis van de gegevens die tijdens deze tijdelijke toelating zijn verzameld tussen 2015 en 2022, besloot het Zorginstituut het product te gaan vergoeden onder de hospital exemption, nog voordat het bij EMA geregistreerd was. De onderzoekers ontvingen naast vergoeding voor het middel via de Hospital Exemption onder andere geld van KWF, om het middel vervolgens daadwerkelijk te registeren. Alleen wees het Europees Medicijn Agentschap de marktvergunning voor Tacquell recent af. Een domper voor het NKI, dat laat zien dat geneesmiddelontwikkeling zo simpel nog niet is. Het zou goed zijn voor de wetenschap als de lessen die in dit proces zijn opgedaan breed worden gedeeld.

Recenter, in 2020 én 2025 kregen Groningse onderzoekers tot tweemaal toe een zeer forse overheidssubsidie vanuit het Zorginstituut en ZonMw om in eigen huis een CAR-T te ontwikkelen, onder de belofte dat deze effectiever én goedkoper zou zijn dan die van de commerciële aanbieders. Opvallend genoeg ontbrak de registratieplicht, die geldt voor dit type producten, in de subsidievoorwaarden, en werd deze pas achteraf, na fel bezwaar op deze gang van zaken van hollandbio, toegevoegd. Of en hoe verder, en of het UMCG tijdens een registratietraject (en in tegenstelling tot de bestaande aanbieders) ook gebruik zal kunnen maken van overbruggende vergoeding via de HE, valt te bezien.

Tot slot, en het meest actueel, is de casus rondom de apotheekbereiding 177Lu-PSMA-I&T en de inmiddels geregistreerde variant Pluvicto van Novartis. In weerwil van de ministeriële voorkeur voor geregistreerde producten, laat VWS Pluvicto vooralsnog in de Sluis zitten, omdat er in de onderhandelingen geen “maatschappelijk aanvaarbare prijs” bereikt is. Zelfs een door Novartis aangespannen kort geding veranderde daar vooralsnog niets aan. Wat hier opvalt, is dat de minister op aangeven van het Zorginstituut in de onderhandelingen ook de prijs van de niet-registreerde apotheekbereiding als benchmark meeneemt voor het geregistreerde middel. Het geitenpaadje en de koninklijke route worden hier qua betalingsbereidheid plots gelijkgesteld, de eisen voor bewijslast echter niet. Het Zorginstituut en de overheid geven daarnaast aan dat óók de prijs van de apotheekbereiding hoogstwaarschijnlijk al niet kosteneffectief is. Wel een reden om Pluvicto toegang tot het verzekerde pakket te weren, maar niet om de vergoeding van de apotheekbereiding, die nota bene voor effectiviteitsdata leunt op data van Pluvicto, per direct stop te zetten. Een consequente handhaver zou ook de vergoeding voor de magistrale bereiding een halt toe roepen. Alleen is dat vanuit de patiënt de minst bevredigende oplossing.

Wat hollandbio betreft is het hoog tijd voor een gesprek over spelregels. Spelregels die gelden voor iedereen, en die ervoor zorgen dat we geneesmiddelen op álle fronten maatschappelijk verantwoord bij alle patiënten krijgen die daar mogelijk baat bij hebben. Via registratie, of bij helder gedefinieerde, strak omlijnde en voor iedereen toegankelijke uitzondering, via magistrale bereiding en/of hospital exemption.

← #nieuws

Herziening IVDR/MDR: voorzichtig meer helderheid over een haalbare route van lab naar praktijk

,

Met een gerichte herziening van de wetgeving voor In Vitro Diagnostiek en Medische Devices (IVDR en MDR) werkt de Europese Commissie momenteel aan verbetering van de route van lab naar praktijk. En uiteraard leverde hollandbio, zodra dat deze zomer kon, feedback op de conceptvoorstellen aan. Minder administratieve lasten, meer aandacht voor werkelijke risico’s voor patiënten en verdere digitalisering zijn ontwikkelingen die hollandbio verwelkomt. Tegelijkertijd blijft het ontwikkelpad voor veel bedrijven lang, complex en kostbaar. Meer harmonisatie tussen Notified Bodies, duidelijkere classificatieregels en voorspelbare beoordelingsroutes zijn wat ons betreft essentieel om innovatie daadwerkelijk sneller bij patiënten te krijgen. Bovendien ligt de uitdaging breder dan wetgeving alleen: ook vergoeding, implementatie en markttoegang bepalen of innovatieve diagnostiek Europa bereikt. Daarom pleit hollandbio voor een samenhangende aanpak van de hele innovatieketen, met alle betrokken partijen. Want alleen samen kunnen we gezondheid op maat dichterbij brengen.

← #nieuws

Patiënten lopen risico’s door dreigende tekorten medicinale cannabis

, ,

Patiënten die medicinale cannabis op recept gebruiken, dreigen straks zonder behandeling te zitten, meer te moeten bijbetalen of met alle risico’s van dien hun toevlucht te nemen tot illegale aanbieders zoals coffeeshops. Dat is de uitkomst van jarenlang uitgesteld beleid door het ministerie van VWS. Hollandbio heeft de Tweede Kamer opgeroepen in te grijpen.

Oorzaak én oplossing van dreigende tekorten ligt bij de overheid

De situatie is uitzonderlijk voor het Nederlandse geneesmiddelenbeleid: een dreigend tekort dat niet voortkomt uit schaarste, productieproblemen of onvoorziene omstandigheden, maar uitsluitend aan gebrek aan voortvarendheid en regie vanuit de overheid. De Nederlandse teelt is begin dit jaar beëindigd, de voorraden raken op en het wetsvoorstel dat dit had moeten oplossen laat opnieuw aanzienlijk langer op zich wachten. Hoewel er vanuit de sector al in een vroeg stadium en meermaals is gewezen op de risico’s, komt de overheid tot op heden nog niet met de benodigde oplossing. De oplossing die het ministerie nu onderzoekt, import van een eindproduct uit het buitenland, zal naar verwachting fors duurder uitvallen dan de Nederlandse productie die al meer dan twintig jaar bestaat. Omdat het middel niet wordt vergoed, draait de patiënt rechtstreeks op voor elke prijsstijging. Bovendien verdwijnen de kwaliteitsgaranties die patiënten nu hebben, bij import uit beeld.

Concrete risico’s voor patiënten: behandeling onderbreken, meer bijbetalen of naar de coffeeshop

Ruim 7.000 mensen in Nederland gebruiken medicinale cannabis op recept van een arts, afgeleverd door de apotheek. Het betreft patiënten met ernstige aandoeningen zoals chronische pijn, multiple sclerose, therapieresistente epilepsie of mensen in de palliatieve fase van hun leven. Voor een deel van hen is er geen volwaardig therapeutisch alternatief. Deze behandeling valt, net als andere opiaten die dagelijks op recept worden verstrekt, onder zeer strikt overheidstoezicht. Juist deze kwetsbare patiëntengroep dreigt nu de dupe te worden van een tekort aan medicinale cannabis dat de overheid volledig zelfgecreëerd heeft. Er dreigt op korte termijn een feitelijk leveringsknelpunt in de apotheek, waardoor patiënten zonder hun noodzakelijke behandeling kunnen komen te zitten. Wie niet meer terechtkan via de medische route, of de prijs niet meer kan opbrengen, is aangewezen op illegale aanbieders zoals coffeeshops.

Tweede Kamer: grijp in voordat de overheid patiënten tekortdoet

Hollandbio roept de Tweede Kamer op om op korte termijn met de minister in gesprek te gaan om beschikbaarheid, betaalbaarheid en de medische route met kwaliteitscontrole van medicinale cannabis te garanderen. De risico’s voor deze kwetsbare patiëntengroep zijn voorzienbaar, deels al zichtbaar, terwijl zij geen volwaardig therapeutisch alternatief voorhanden hebben. Het noodgedwongen onderbreken van hun voorgeschreven behandeling, forse prijsstijgingen of een geforceerde uitwijk naar de coffeeshop mogen niet de uitkomst zijn van meer dan twintig jaar zorgvuldig opgebouwd beleid en de transitie naar een toekomstbestendig stelsel.

Lees hier de volledige brief aan de VWS-Kamercommissie.

← #nieuws

Den Haag ziet brood in phytophthora-resistente aardappel

,

De phytophthora-resistente aardappel stond deze zomer volop in de belangstelling. Tijdens bezoeken aan de veldproef van Wageningen University & Research zagen onderzoekers, telers, veredelaars, beleidsmakers, journalisten en hollandbio’s Timen, Leonie en Annemiek van dichtbij hoe innovatieve veredelingstechnieken als CRISPR-Cas kunnen bijdragen aan gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten zoals phytophthora, met minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en sterkere oogsten tot gevolg. Nu de Europese regels voor dit soort nieuwe genomische technieken zijn aangenomen, verschuift de aandacht naar de praktijk: hoe zorgen we dat dit soort innovaties daadwerkelijk hun weg vinden naar telers en consumenten? De eveneens aanwezige staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Silvio Erkens, schoof ook aan en liet diezelfde dag nog middels een Kamerbrief weten zich graag in te zetten voor een tijdige en werkbare implementatie van de nieuwe regels. Ook de Nederlandse Aardappel Organisatie riep op tot een snelle uitwerking van de nieuwe regelgeving. Een belangrijk signaal dat velen met ons uitkijken naar de mogelijkheden die deze nieuwe generatie gewassen bieden voor een toekomstbestendig voedselsysteem.