Saraswati Khan is met ingang van 1 november benoemd als General Manager Biopharma (Healthcare) voor Merck Nederland. Haar standplaats wordt de Amsterdamse vestiging van de gezondheidsdivisie van het bedrijf (Merck BV).
Saraswati begon haar loopbaan bij Merck in 2009 in India en heeft meer dan 25 jaar ervaring op de gezondheidszorgmarkt. Aanvankelijk was ze werkzaam in sales, daarna vervulde ze een reeks van marketing- en leidinggevende functies. Binnen Merck Healthcare heeft ze met succes als Business Unit Head leiding gegeven aan teams, eerst in India en vervolgens in Brazilië, in alle franchisen (algemene geneeskunde, oncologie, vruchtbaarheid, neurologie en immunologie). Ze heeft een sterke staat van dienst als het gaat om het leveren van succesvolle bedrijfsresultaten.
“Saraswati laat zien over flexibiliteit en cultureel aanpassingsvermogen in grote, diverse en complexe markten te beschikken. Ze is in staat om capabele en betrokken teams op te bouwen, en weet tegelijkertijd winstgevende groei te waarborgen”, aldus Renée C. Tunold, hoofd van Merck Healthcare in de Scandinavische landen en Nederland. “In de afgelopen twee jaar heeft ze verschillende projecten en belangrijke bedrijfsprocessen geleid op ons hoofdkantoor in Duitsland. Daarbij heeft ze waardevolle internationale ervaring opgedaan, haar zakelijk inzicht en strategische vaardigheden versterkt en een breed wereldwijd netwerk opgebouwd. We zijn verheugd dat Saraswati al haar talenten en ervaringen naar Nederland brengt.”
Khan voegde hieraan toe: “Ik ben blij om deze nieuwe uitdaging aan te mogen gaan binnen een van de meest dynamische en strategische markten in Europa. Onze Nederlandse Healthcare Business staat klaar om in de toekomst nog meer patiënten te helpen en ik ben dankbaar voor de kans om enerzijds mijn ervaringen te delen en anderzijds te leren van mijn nieuwe collega’s in Nederland.”
KPMG heeft een rapport over de life sciences uitgebracht genaamd ‘Unlocking the life sciences potential’. Deze publicatie stelt dat Nederland alle mogelijkheden in huis heeft om de groeiambitie voor de sector die HollandBIO formuleerde, Life Sciences 2030, te verwezenlijken. Voordat we daar zijn, moeten we nog wel verschillende aspecten van het Nederlandse life sciences ecosysteem verder verbeteren. HollandBIO ziet met name het adresseren van het marktfalen in het financieringslandschap voor de life sciences, als factor die het succes of falen van deze ambitie bepaalt.
‘Unlocking the life sciences potential’ beschrijft het Nederlandse life sciences ecosysteem. Nederland doet het goed op vlakken zoals werksfeer, educatie en infrastructuur. Toch zijn er ook gebieden waarin we nog achterlopen op andere landen.
KPMG
benoemt 6 factoren die Nederland moet verbeteren:
1. Een complex en gefragmenteerd financieringslandschap
In de vroege, startup fase kent Nederland relatief weinig aanbod van privaat kapitaal, omdat investeerders minder bereid zijn risico’s te nemen. Wel zijn er enkele publieke financieringsinstrumenten, maar het nadeel is dat deze niet tegemoet komen aan de totale vraag naar kapitaal en vooral bestaan uit leningen. Deze financieringsvorm maakt beginnende ondernemingen minder aantrekkelijk voor investeerders. Het rapport ziet in deze fase dus een vorm van marktfalen.
In de latere, scaleup fase en daarna stelt het rapport vast dat Nederland verschillende private life sciences investeringsfondsen kent, maar dat ook hier sprake is van een vorm van marktfalen. Bedrijven in deze fases lijken Nederland te verlaten om hogere financieringsrondes in het buitenland op te halen zodat zij sneller kunnen doorgroeien. De gemiddelde jaarlijkse totale investering van €134 miljoen euro van Nederlandse investeringsfondsen in de life sciences tussen 2015 en 2019 is te weinig als je in ogenschouw neemt dat de investeringsomvang in deze fase vaak meer dan €50 miljoen per bedrijf is.
Daarbovenop
maakt de strenge Nederlandse wet- en regelgeving, bijvoorbeeld als het gaat om
de vergunningverlening voor klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie,
Nederland minder aantrekkelijk voor investeerders.
2. Te sterke regionale competitie
Regionale
life sciences hubs houden zich te veel bezig met onderlinge competitie. De regio’s
zouden juist met elkaar moeten samenwerken en zich op globaal niveau als nationaal
collectief moeten positioneren.
3. Beperkte aanwezigheid van grote life sciences-bedrijven
Nederland
huisvest geen hoofdkantoren van grote life sciences-bedrijven. Dat betekent dat
we niet kunnen profiteren van het aanzuigende effect van zulke vestigingen op
het ecosysteem.
4. Beperkte mate van ondernemerschap onder life sciences academici
Een
nationale strategie voor het versterken van ondernemersvaardigheden ontbreekt.
Universiteiten en instituten focussen te veel op wetenschappelijke publicaties
in plaats van valorisatie en ondernemerschap.
5. Problemen rondom het uitwisselen en gebruik van data
Denk
hierbij aan de problematiek rondom het inzetten en uitwisselen van
patiëntendata, dat in Nederland maar niet van de grond lijkt te komen. De
nieuwe regelgeving rond privacy en de beperkte onderlinge uitwisselbaarheid van
data via de verschillende systemen die zorgverleners- en aanbieders hanteren
zijn ook drempels die nog weggenomen moeten worden.
6. Suboptimale samenwerking tussen overheid en industrie
Het huidige debat rondom de juiste prijs voor geneesmiddelen brengt onrealistische verwachtingen met zich mee. Maatregelen als magistrale bereidingen lossen het probleem niet op. Het heeft zelfs een averechts effect omdat het onduidelijkheid schept onder bedrijven over de waarde die Nederland toekent aan intellectueel eigendom. Logischerwijs zullen bedrijven wel twee keer nadenken bij nieuwe investeringsbeslissingen en de vraag of zij dat al dan niet voor Nederland kiezen.
Om in 2030 tot een bloeiend Nederlands life sciences ecosysteem te komen, moeten we het marktfalen in het financieringslandschap en de andere factoren de aankomende jaren aanpakken. Dat vraagt om stevige samenwerking tussen alle betrokken partijen, van overheid tot bedrijven, en van investeerders tot onderzoeksinstellingen. Het Nationaal actieprogramma ‘Nieuwe kansen voor topsector Life Sciences & Health’ is alvast een goed begin.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svghollandbio2019-11-12 17:48:322019-11-13 09:38:45Verhelpen van marktfalen onthult ware potentie Nederlandse life sciences← #nieuws
Het Nationale Actieprogramma van de Nederlandse overheid dat beoogt de Life Sciences & Health sector een verdere impuls te geven, krijgt steeds meer vorm. Na de gezamenlijke aankondiging begin 2019 door de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van dit actieprogramma, volgt nu een Kamerbrief van EZK-staatssecretaris Keijzer met daarin de plannen om van Nederland een internationale life sciences hub te maken. HollandBIO is blij dat daarin het verder versterken van het vestigingsklimaat voor de life sciences en het versnellen en verbeteren van de route van lab naar patiënt centraal staan. Wij helpen de komende tijd dan ook graag mee hier nog meer werk van te maken.
In de Kamerbrief komt onder andere het nieuws aan bod dat Clémence
Ross-van Dorp is benoemd als ambassadeur van het actieprogramma. Zij benut haar
tijd nu voor gesprekken met alle partijen om zo in de zomer van 2020 samen tot
één nationaal actieprogramma te komen. Aandachtspunt daarbij is een
aantrekkelijk vestigingsklimaat zodat bedrijven op de lange termijn in de
Nederlandse LSH-sector blijven investeren. Ook innovatieve ontwikkelingen op
het terrein van nieuwe geneesmiddelen en medische interventies zoals cel- en
gentherapie, regeneratieve geneeskunde en personalised
medicine vragen om meer samenhang.
Versterking vestigingsklimaat
Hoewel Nederland al verschillende ingrediënten kent die ons tot een
aantrekkelijke vestigingsplaats voor life sciences bedrijven maken, leiden
(internationale) ontwikkelingen en de grote ambitie die Nederland heeft tot
extra inspanningen om ons vestigingsklimaat voor de life sciences verder te
versterken. Zo zorgt de komst van het
Europees Medicijn Agentschap (EMA) naar Nederland, en in het kielzog daarvan de
Amerikaanse evenknie Food and Drug Administration (FDA), voor economische
kansen. Datzelfde geldt voor life sciences bedrijven die een vertrek uit het
Verenigd Koninkrijk overwegen in verband met de onrust over de Brexit. De
Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) heeft daarom de krachten gebundeld
met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen en een aantal grote steden om
Nederland verder op de kaart te zetten als LSH-land onder de noemer ‘Invest in
Holland Life Sciences & Health’.
Naast het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid, wil de overheid ook
aandacht houden voor andere aspecten die bijdragen aan een ijzersterk
innovatie- en vestigingsklimaat. In de gesprekken tot nu toe komen drie
aandachtspunten naar voren:
De steeds lastiger zoektocht naar geschikt
personeel, van laboranten op mbo-niveau tot universitair afgestudeerde
farmaceuten. Daarnaast hebben bedrijven moeite met het aantrekken van geschikt
senior management uit andere landen binnen de Europese Unie.
De op dit moment zeer beperkt
beschikbare lab- en onderzoeksruimte voor onderzoekers en innovatieve bedrijven
in de sector.
De strenge Nederlandse regelgeving
en de lange doorlooptijden van vergunningverlening voor klinisch onderzoek naar
cel- en gentherapie, waar Nederland sterk achterloopt in vergelijking met
andere landen.
Massachusetts – the Netherlands Transatlantic Life Sciences Partnership
Een volgend aanknopingspunt dat staatssecretaris Keijzer aanhaalt in de
Kamerbrief is de Memorandum of Understanding (MoU) die het Massachusetts Office
of International Trade and Investment (MOITI) en het Nederlandse ministerie van
EZK hebben ondertekend tijdens de economische missie naar Boston afgelopen juli
onder leiding van minister-president Rutte. Publieke en private sectoren uit
Massachusetts en Nederland willen investeringen en innovatiekansen aan beide
zijden van de Atlantische Oceaan stimuleren. Naast de ondertekenaars zullen
Health~Holland, MassBio, HollandBIO, het Massachusetts Life Sciences Center en
het Henri A. Termeer Tribute Committee ondersteuning bieden voor het versnellen
van de groei van de hubs voor life sciences in Nederland en Massachusetts en de
kansen voor onderzoeksorganisaties en bedrijven.
Snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling
Naast het versterken van het vestigingsklimaat wil de overheid met het
actieprogramma ook een verschil maken in de ontwikkeling van nieuwe
geneesmiddelen, omdat zij op dit moment een aantal innovatieve ontwikkelingen ziet
die samenkomen op het terrein van nieuwe geneesmiddelen en medische
interventies. Om hierop in te spelen, is de inzet op sleuteltechnologieën als life sciences technologies/biotechnologie
en daaraan gelieerde technologieën essentieel volgens de Kamerbrief. Die kunnen
zowel een bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen maar
dragen ook bij in economisch opzicht in de vorm van nieuwe bedrijvigheid, het
vergroten van de concurrentiekracht of het versterken van de banengroei.
Om toekomstige therapieën sneller en beter van het laboratorium naar de
individuele patiënt te brengen, is het volgens de staatssecretaris cruciaal om
meer samenhang te creëren in alle bestaande en nieuwe initiatieven in het
gehele proces van therapieontwikkeling. ZonMw doet een voorstel de activiteiten
te bundelen en de kansen daaruit te verzilveren door de vorming van Future
Affordable and Sustainable Therapies (FAST): een nationaal programma voor
therapieontwikkeling. De contouren daarvan wil ZonMw de komende tijd uitwerken tot
een samenhangend, breed gedragen programmavoorstel. VWS-minister Bruno Bruins
gaat de Tweede Kamer daar in een aparte brief verder over informeren.
HollandBIO hoopt dat het sneller en beter van lab naar patiënt brengen van
nieuwe behandelingen daarin centraal staat, zodat we gezamenlijk kunnen werken
aan oplossingen die gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid verenigen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svghollandbio2019-11-12 17:27:172019-11-12 17:30:31Overheid bouwt Actieprogramma Nederlandse life sciences verder uit← #nieuws
Sinds kort maakt HollandBIO onderdeel uit van
het Kennisnetwerk van de Zorgambassade, de nieuwe denk- en doetank voor de zorg.
Binnen de Zorgambassade buigen elk jaar zestien zorgprofessionals zich over de
belangrijkste problemen uit de zorg. Deze professionals komen uit verschillende
hoeken van de sector en combineren hun
aandacht en kennis tot concrete, schaalbare oplossingen.
Als onderdeel van het Zorgambassade
Kennisnetwerk helpt HollandBIO met het verspreiden van het verhaal van de
Zorgambassade en zijn wij beschikbaar voor een inhoudelijke bijdrage of
implementatie van oplossingen.
Ben jij werkzaam in de zorg en wil jij een verschil maken? Meld je dan aan bij de Zorgambassade via www.zorgambassade.nl en pak één jaar lang samen met andere professionals hardnekkige zorgproblemen aan.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svghollandbio2019-11-12 17:23:042019-11-12 17:24:11HollandBIO trotse kennispartner van de Zorgambassade← #nieuws
The World Health Organization (WHO) today prequalified an Ebola vaccine for the first time, a critical step that will help speed up its licensing, access and roll-out in countries most at risk of Ebola outbreaks. This is the fastest vaccine prequalification process ever conducted by WHO.
Prequalification means that the vaccine meets WHO standards for quality, safety and efficacy. United Nations agencies and Gavi, the Vaccine Alliance, can procure the vaccine for at-risk countries based on this WHO recommendation.
“This is a historic step towards ensuring the people who most need it are able to access this life-saving vaccine,” said Dr Tedros Adhanom Ghebreyesus, WHO Director-General. “Five years ago, we had no vaccine and no therapeutics for Ebola. With a prequalified vaccine and experimental therapeutics, Ebola is now preventable and treatable.”
The injectable Ebola vaccine, Ervebo, is manufactured by Merck (known as MSD outside the US and Canada). It has been shown to be effective in protecting people from the Ebola Zaire virus and is recommended by the WHO Strategic Advisory Group of Experts (SAGE) for vaccines as part of a broader set of Ebola response tools. The decision is a step towards greater availability of the vaccine in the future, though licensed doses will only be available mid-2020.
This announcement comes less than 48 hours after the European Commission decision to grant a conditional marketing authorization for the vaccine, following the recommendation from the European Medicines Agency (EMA).
Due to the urgent public health need for a prequalified Ebola vaccine, WHO accelerated prequalification by reviewing safety and efficacy data as the information became available. Representatives from the prequalification team participated in the EMA evaluation process to address programmatic suitability for at-risk countries in Africa.
“The development, study, and rapid prequalification of this vaccine show what the global community can do when we prioritize the health needs of vulnerable people,” said Dr Tedros.
WHO is also facilitating licensing of the vaccine for use in countries at risk of Ebola outbreaks, based on the reviews and positive outcome by the EMA. WHO, with the support of EMA, has worked closely with many African regulators who have indicated they will quickly license the vaccine following the WHO recommendation.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svghollandbio2019-11-12 16:56:022019-11-19 16:58:11WHO prequalifies Ebola vaccine, paving the way for its use in high-risk countries← #nieuws
In het Parool geeft onze eigen Annemiek Verkamman uitleg over de voordelen die
de vestiging van het Europees Medicijn Agentschap, EMA, in Nederland heeft voor
het nationale life sciences-cluster. Hoewel de VS voorloopt op het gebied van
geneesmiddelontwikkeling, is het Nederlandse gezondheidssysteem beter toegerust
om ervoor te zorgen dat die geneesmiddelen de patiënt daadwerkelijk bereiken. “Dat
biedt kansen voor ons,” aldus Annemiek, “want in het Nederlandse model weten we
elkaar goed te vinden, zodat we tot oplossingen komen waarbij gezondheid,
innovatie en betaalbaarheid samengaan.” In het kielzog van EMA zullen ook meer gespecialiseerde
dienstverleners hun weg naar Nederland vinden om biotechbedrijven te
ondersteunen. “Dat kan ertoe leiden dat de ontwikkeling minder lang hoeft te
duren en er minder mislukkingen zijn.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00hollandbiohttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svghollandbio2019-11-05 18:06:392019-11-05 18:06:41Iedereen wordt beter van komst medicijnagentschap← #nieuws
Hoe lang duurt het om een innovatief geneesmiddel te ontwikkelen? Wie mogen geneesmiddelen voorschrijven en verstrekken? Hoe komt de prijs van een geneesmiddel tot stand? Hoeveel geld geven we uit aan geneesmiddelen en hoe is de vergoeding ervan geregeld? Het boek Zó werkt de geneesmiddelenzorg geeft met ruim 40 visualisaties en begeleidende teksten inzicht in de complexe geneesmiddelenzorg. HollandBIO werkte mee aan de uitgave. Lees het hier
Europa raakt op achterstand als het gaat om klinisch onderzoek naar
cel- en gentherapie. Dat blijkt uit een rapport van de Alliance for
Regenerative Medicine. Een paar opmerkelijke bevindingen:
In Noord-Amerika werden drie keer
zo veel klinische onderzoeken naar cel- en gentherapie opgezet als in Europa.
Tussen januari 2014 en januari 2019 werden wereldwijd 2.097 klinische
onderzoeken gestart, waarvan 845 in Noord-Amerika, 736 in Azië en slechts 323
in Europa.
Het aantal nieuwe klinische
onderzoeken met cel- en gentherapie steeg tussen 2014 en 2018 wereldwijd met
32%. Waar in Noord-Amerika een groei plaatsvond van 36% en in Azië van 28%,
noteerde Europa een krimp van ruim 2%.
Waar in Noord-Amerika 47% van alle
klinische onderzoeken ging om ‘nieuwe’ (Fase I) toepassingen, was dit in Europa
27%.
Nederland komt in het onderzoek
expliciet uit de bus als land waar het lang, ongeveer een jaar, duurt voordat
je een milieuvergunning krijgt voor klinisch onderzoek naar cel- en
gentherapie. Dat is zorgelijk, omdat respondenten aangeven dat de snelheid van
vergunningverlening op de tweede plek staat als het gaat om overwegingen voor
bedrijven om ergens klinisch onderzoek uit te voeren.
HollandBIO wil dat de overheid deze achterstand niet alleen inlost,
maar deze zo snel mogelijk omzet naar een voorsprong. Onze inzet: significant
lagere informatievereisten en een milieuvergunning binnen 60 dagen. Alleen zo
kunnen we de winst van deze nieuwe generatie therapieën voor Nederland
verzilveren. Want daar wordt iedereen beter van. Patiënten voorop.
Weer is het raak. In De Volkskrant bericht journalist
Michiel van der Geest over de Indiase geneesmiddelenfabrikant Lupin
Pharmaceuticals, die de stimuleringsmaatregelen voor weesgeneesmiddelen zou misbruiken
om de hoofdprijs te vragen voor een oud geneesmiddel. Hoe kunnen we dit nu weer
laten gebeuren, vraagt HollandBIO zich af? De oplossing is immers kraakhelder.
Wij beschreven hem eerder in “Registreren gaat voor kopiëren”.
Sinds jaar en dag wordt mexiletine, een oud
geneesmiddel tegen hartritmestoornissen, ook voorgeschreven tegen een zeldzame
spierziekte, zo schrijft Van der Geest in De Volkskrant. Onderzoek dat werd uitgevoerd
door onder meer artsen in het Nijmeegse Radboudumc bewees de effectiviteit van het
geneesmiddel tegen de spierziekte, waarmee het in Nederland vergoed wordt uit
de basisverzekering. Off-label weliswaar, dus zonder registratie van het
geneesmiddel voor die indicatie bij het Europees Medicijn Agentschap, EMA. Daarmee
leek de kous af. We hadden echter kunnen weten dat zo’n nationale shortcut niet
voldoende was in het internationale en hoog competitieve speelveld van
geneesmiddelenontwikkeling. Quod erat demonstrandum – alweer.
Hoe de vork precies in de steel zit, weten we
niet. Maar duidelijk is dat Lupin Pharmaceuticals een kans zag en die pakte.
Het bedrijf diende een dossier in bij EMA voor het gebruik van mexiletine tegen
de zeldzame spierziekte en maakte hierbij gebruik van de
stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling en registratie van
weesgeneesmiddelen. EMA gaf groen licht: de fabrikant verkreeg registratie, met
alle verplichtingen en rechten van dien. Waaronder marktexclusiviteit, en, al
is die nog niet bekend in Nederland, het recht om zelf een prijs vast te
stellen.
Nu kunnen we natuurlijk roepen dat dit verwerpelijk
is. Of dat we in Europa steun gaan zoeken om de stimuleringsmaatregelen voor de
ontwikkeling van geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten uit te kleden. Maar op
de keper beschouwd deed Lupin Pharmaceuticals precies wat de Nijmeegse artsen
hadden moeten (laten) doen. De echte oplossing is dan ook even simpel als helder:
Breng in nationaal verband in
kaart welke niet geregistreerde geneesmiddelen conform de gouden
behandelstandaard in Nederlandse ziekenhuizen gebruikt worden.
Stel een organisatie aan om, met
publiek geld, voor die geneesmiddelen markttoelating aan te vragen bij het Europees
Medicijn Agentschap, EMA.
Produceer het geneesmiddel conform
de kwaliteitseisen verbonden aan een geregistreerd geneesmiddel, en maak het
voor een maatschappelijk acceptabele prijs beschikbaar. In ieder geval in
Nederland, maar liever nog in heel Europa.
Zo stimuleren we niet alleen gezondheid,
innovatie en betaalbaarheid, ook zetten we opportunisten buitenspel. Bovendien
krijgt met deze aanpak het solide Europese systeem van registratie de credits
die het verdient, en kunnen zeldzame ziekte patiënten overal in Europa vertrouwen
op steeds nieuwe behandelmogelijkheden.
Protifarm is wereldwijd pionier in de productie van duurzame ingrediënten verkregen uit insecten. Het Ermelose Agri-tech bedrijf kweekt op industriële schaal de Alphitobius diaperinus (ook wel bekend als de buffalo kever) en verwerkt de larven van deze kever tot duurzame en functionele ingrediënten voor de voedingsindustrie. Daarmee heeft het bedrijf een van de oplossingen in handen voor de almaar toenemende vraag naar duurzame en gezonde voeding. Er bestaat een steeds grotere behoefte aan meer variatie binnen het consumptiepatroon om zo de impact op het milieu te verkleinen. Met een miljoeneninvestering van Oost NL en andere investeerders kan Protifarm solide doorgroeien en verder inzetten op R&D.
10 miljard monden voeden
Naar schatting stijgt de wereldbevolking naar 10 miljard mensen in 2050. Om al die monden te voeden moet de voedselproductie met maar liefst 70% toenemen. Dat levert serieuze uitdagingen op voor de duurzaamheid van onze voedselproductie. De ‘duurzame eiwittransitie’ past in de groeiende behoefte en urgentie om ons voedselsysteem radicaal te hervormen, waarbij we onze eiwitten uit andere bronnen halen dan vlees, zoals plantaardige bronnen of insecten.
Vertical farming
Protifarm kweekt insecten door toepassing van ‘vertical farming’ in lagen boven elkaar. Hierdoor is weinig kweekruimte en amper water nodig. Ook de CO2-uitstoot is beperkt. De insecten leven op plantaardige zijstromen uit de voedingsindustrie. De voerconversie van insecten, vergeleken met traditionele life stock, is efficiënt en draagt bij aan het duurzame karakter van de kweek.
Dierlijk en plantaardig alternatief
De verkregen ingrediënten, die Protifarm vermarkt onder het merk AdalbaPro, zijn niet alleen duurzaam maar ook gezond. Protifarm haalt belangrijke nutriënten uit het insect en maakt hiervan oplosbare poeders en getextureerde producten die zorgen voor binding en structuur in het eindproduct. De nutriënten omvatten alle essentiële aminozuren, vitamines (zoals B12), mineralen, vezels en gezonde vetten. “Onze AdalbaPro ingrediënten bevatten de kwaliteit van dierlijke proteïne en zijn tegelijkertijd duurzamer dan dierlijke en plantaardige alternatieven,” vertelt Tom Mohrmann, CEO van Protifarm. “Daarmee is het the best of both worlds.” De AdalbaPro ingrediëntenlijn van Protifarm zijn grondstoffen voor eindproducten. Van de insecten zie je dan niets meer terug. “Voedselproducenten maken met onze ingrediënten producten als eiwitshakes, voedingsrepen, noedels, maar ook verrijken ze vlees of vleesalternatieven,” aldus Mohrmann.
Investeren in eiwittransitie
Met de investering van Oost NL en andere investeerders kan Protifarm een stap zetten in de gewenste groei. Mohrmann: “Met deze investering kunnen we doorgroeien in capaciteit en onze kweek- en verwerkingsprocessen optimaliseren. We investeren ook in sales-, marketing- en R&D-activiteiten, zodat we internationaal voorop kunnen blijven lopen in deze markt.”
Bart Hoeflaak, teammanager Food van business unit Capital is trots dat Oost NL een bijdrage kan leveren aan de groei van Protifarm: “Oost NL investeert in bedrijven met oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken. We zien de eiwittransitie als een van de grootste uitdagingen van deze tijd en ondersteunen bedrijven die daarmee bezig zijn. Juist omdat ze aansluiten bij de behoefte van de toekomst zien we ook een groot economisch potentieel. Voor de regio is het goed als een bedrijf als Protifarm zich hier kan ontwikkelen.”
Merck benoemt Saraswati Khan als GM voor NL Healthcare Business
GezondheidSaraswati Khan is met ingang van 1 november benoemd als General Manager Biopharma (Healthcare) voor Merck Nederland. Haar standplaats wordt de Amsterdamse vestiging van de gezondheidsdivisie van het bedrijf (Merck BV).
Saraswati begon haar loopbaan bij Merck in 2009 in India en heeft meer dan 25 jaar ervaring op de gezondheidszorgmarkt. Aanvankelijk was ze werkzaam in sales, daarna vervulde ze een reeks van marketing- en leidinggevende functies. Binnen Merck Healthcare heeft ze met succes als Business Unit Head leiding gegeven aan teams, eerst in India en vervolgens in Brazilië, in alle franchisen (algemene geneeskunde, oncologie, vruchtbaarheid, neurologie en immunologie). Ze heeft een sterke staat van dienst als het gaat om het leveren van succesvolle bedrijfsresultaten.
“Saraswati laat zien over flexibiliteit en cultureel aanpassingsvermogen in grote, diverse en complexe markten te beschikken. Ze is in staat om capabele en betrokken teams op te bouwen, en weet tegelijkertijd winstgevende groei te waarborgen”, aldus Renée C. Tunold, hoofd van Merck Healthcare in de Scandinavische landen en Nederland. “In de afgelopen twee jaar heeft ze verschillende projecten en belangrijke bedrijfsprocessen geleid op ons hoofdkantoor in Duitsland. Daarbij heeft ze waardevolle internationale ervaring opgedaan, haar zakelijk inzicht en strategische vaardigheden versterkt en een breed wereldwijd netwerk opgebouwd. We zijn verheugd dat Saraswati al haar talenten en ervaringen naar Nederland brengt.”
Khan voegde hieraan toe: “Ik ben blij om deze nieuwe uitdaging aan te mogen gaan binnen een van de meest dynamische en strategische markten in Europa. Onze Nederlandse Healthcare Business staat klaar om in de toekomst nog meer patiënten te helpen en ik ben dankbaar voor de kans om enerzijds mijn ervaringen te delen en anderzijds te leren van mijn nieuwe collega’s in Nederland.”
Verhelpen van marktfalen onthult ware potentie Nederlandse life sciences
IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, Innovatieklimaat, UitgelichtKPMG heeft een rapport over de life sciences uitgebracht genaamd ‘Unlocking the life sciences potential’. Deze publicatie stelt dat Nederland alle mogelijkheden in huis heeft om de groeiambitie voor de sector die HollandBIO formuleerde, Life Sciences 2030, te verwezenlijken. Voordat we daar zijn, moeten we nog wel verschillende aspecten van het Nederlandse life sciences ecosysteem verder verbeteren. HollandBIO ziet met name het adresseren van het marktfalen in het financieringslandschap voor de life sciences, als factor die het succes of falen van deze ambitie bepaalt.
‘Unlocking the life sciences potential’ beschrijft het Nederlandse life sciences ecosysteem. Nederland doet het goed op vlakken zoals werksfeer, educatie en infrastructuur. Toch zijn er ook gebieden waarin we nog achterlopen op andere landen.
KPMG benoemt 6 factoren die Nederland moet verbeteren:
1. Een complex en gefragmenteerd financieringslandschap
In de vroege, startup fase kent Nederland relatief weinig aanbod van privaat kapitaal, omdat investeerders minder bereid zijn risico’s te nemen. Wel zijn er enkele publieke financieringsinstrumenten, maar het nadeel is dat deze niet tegemoet komen aan de totale vraag naar kapitaal en vooral bestaan uit leningen. Deze financieringsvorm maakt beginnende ondernemingen minder aantrekkelijk voor investeerders. Het rapport ziet in deze fase dus een vorm van marktfalen.
In de latere, scaleup fase en daarna stelt het rapport vast dat Nederland verschillende private life sciences investeringsfondsen kent, maar dat ook hier sprake is van een vorm van marktfalen. Bedrijven in deze fases lijken Nederland te verlaten om hogere financieringsrondes in het buitenland op te halen zodat zij sneller kunnen doorgroeien. De gemiddelde jaarlijkse totale investering van €134 miljoen euro van Nederlandse investeringsfondsen in de life sciences tussen 2015 en 2019 is te weinig als je in ogenschouw neemt dat de investeringsomvang in deze fase vaak meer dan €50 miljoen per bedrijf is.
Daarbovenop maakt de strenge Nederlandse wet- en regelgeving, bijvoorbeeld als het gaat om de vergunningverlening voor klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie, Nederland minder aantrekkelijk voor investeerders.
2. Te sterke regionale competitie
Regionale life sciences hubs houden zich te veel bezig met onderlinge competitie. De regio’s zouden juist met elkaar moeten samenwerken en zich op globaal niveau als nationaal collectief moeten positioneren.
3. Beperkte aanwezigheid van grote life sciences-bedrijven
Nederland huisvest geen hoofdkantoren van grote life sciences-bedrijven. Dat betekent dat we niet kunnen profiteren van het aanzuigende effect van zulke vestigingen op het ecosysteem.
4. Beperkte mate van ondernemerschap onder life sciences academici
Een nationale strategie voor het versterken van ondernemersvaardigheden ontbreekt. Universiteiten en instituten focussen te veel op wetenschappelijke publicaties in plaats van valorisatie en ondernemerschap.
5. Problemen rondom het uitwisselen en gebruik van data
Denk hierbij aan de problematiek rondom het inzetten en uitwisselen van patiëntendata, dat in Nederland maar niet van de grond lijkt te komen. De nieuwe regelgeving rond privacy en de beperkte onderlinge uitwisselbaarheid van data via de verschillende systemen die zorgverleners- en aanbieders hanteren zijn ook drempels die nog weggenomen moeten worden.
6. Suboptimale samenwerking tussen overheid en industrie
Het huidige debat rondom de juiste prijs voor geneesmiddelen brengt onrealistische verwachtingen met zich mee. Maatregelen als magistrale bereidingen lossen het probleem niet op. Het heeft zelfs een averechts effect omdat het onduidelijkheid schept onder bedrijven over de waarde die Nederland toekent aan intellectueel eigendom. Logischerwijs zullen bedrijven wel twee keer nadenken bij nieuwe investeringsbeslissingen en de vraag of zij dat al dan niet voor Nederland kiezen.
Om in 2030 tot een bloeiend Nederlands life sciences ecosysteem te komen, moeten we het marktfalen in het financieringslandschap en de andere factoren de aankomende jaren aanpakken. Dat vraagt om stevige samenwerking tussen alle betrokken partijen, van overheid tot bedrijven, en van investeerders tot onderzoeksinstellingen. Het Nationaal actieprogramma ‘Nieuwe kansen voor topsector Life Sciences & Health’ is alvast een goed begin.
Bronnen
Overheid bouwt Actieprogramma Nederlandse life sciences verder uit
Gezondheid op maat, IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, Innovatieklimaat, UitgelichtHet Nationale Actieprogramma van de Nederlandse overheid dat beoogt de Life Sciences & Health sector een verdere impuls te geven, krijgt steeds meer vorm. Na de gezamenlijke aankondiging begin 2019 door de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van dit actieprogramma, volgt nu een Kamerbrief van EZK-staatssecretaris Keijzer met daarin de plannen om van Nederland een internationale life sciences hub te maken. HollandBIO is blij dat daarin het verder versterken van het vestigingsklimaat voor de life sciences en het versnellen en verbeteren van de route van lab naar patiënt centraal staan. Wij helpen de komende tijd dan ook graag mee hier nog meer werk van te maken.
In de Kamerbrief komt onder andere het nieuws aan bod dat Clémence Ross-van Dorp is benoemd als ambassadeur van het actieprogramma. Zij benut haar tijd nu voor gesprekken met alle partijen om zo in de zomer van 2020 samen tot één nationaal actieprogramma te komen. Aandachtspunt daarbij is een aantrekkelijk vestigingsklimaat zodat bedrijven op de lange termijn in de Nederlandse LSH-sector blijven investeren. Ook innovatieve ontwikkelingen op het terrein van nieuwe geneesmiddelen en medische interventies zoals cel- en gentherapie, regeneratieve geneeskunde en personalised medicine vragen om meer samenhang.
Versterking vestigingsklimaat
Hoewel Nederland al verschillende ingrediënten kent die ons tot een aantrekkelijke vestigingsplaats voor life sciences bedrijven maken, leiden (internationale) ontwikkelingen en de grote ambitie die Nederland heeft tot extra inspanningen om ons vestigingsklimaat voor de life sciences verder te versterken. Zo zorgt de komst van het Europees Medicijn Agentschap (EMA) naar Nederland, en in het kielzog daarvan de Amerikaanse evenknie Food and Drug Administration (FDA), voor economische kansen. Datzelfde geldt voor life sciences bedrijven die een vertrek uit het Verenigd Koninkrijk overwegen in verband met de onrust over de Brexit. De Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) heeft daarom de krachten gebundeld met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen en een aantal grote steden om Nederland verder op de kaart te zetten als LSH-land onder de noemer ‘Invest in Holland Life Sciences & Health’.
Naast het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid, wil de overheid ook aandacht houden voor andere aspecten die bijdragen aan een ijzersterk innovatie- en vestigingsklimaat. In de gesprekken tot nu toe komen drie aandachtspunten naar voren:
Massachusetts – the Netherlands Transatlantic Life Sciences Partnership
Een volgend aanknopingspunt dat staatssecretaris Keijzer aanhaalt in de Kamerbrief is de Memorandum of Understanding (MoU) die het Massachusetts Office of International Trade and Investment (MOITI) en het Nederlandse ministerie van EZK hebben ondertekend tijdens de economische missie naar Boston afgelopen juli onder leiding van minister-president Rutte. Publieke en private sectoren uit Massachusetts en Nederland willen investeringen en innovatiekansen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan stimuleren. Naast de ondertekenaars zullen Health~Holland, MassBio, HollandBIO, het Massachusetts Life Sciences Center en het Henri A. Termeer Tribute Committee ondersteuning bieden voor het versnellen van de groei van de hubs voor life sciences in Nederland en Massachusetts en de kansen voor onderzoeksorganisaties en bedrijven.
Snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling
Naast het versterken van het vestigingsklimaat wil de overheid met het actieprogramma ook een verschil maken in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, omdat zij op dit moment een aantal innovatieve ontwikkelingen ziet die samenkomen op het terrein van nieuwe geneesmiddelen en medische interventies. Om hierop in te spelen, is de inzet op sleuteltechnologieën als life sciences technologies/biotechnologie en daaraan gelieerde technologieën essentieel volgens de Kamerbrief. Die kunnen zowel een bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen maar dragen ook bij in economisch opzicht in de vorm van nieuwe bedrijvigheid, het vergroten van de concurrentiekracht of het versterken van de banengroei.
Om toekomstige therapieën sneller en beter van het laboratorium naar de individuele patiënt te brengen, is het volgens de staatssecretaris cruciaal om meer samenhang te creëren in alle bestaande en nieuwe initiatieven in het gehele proces van therapieontwikkeling. ZonMw doet een voorstel de activiteiten te bundelen en de kansen daaruit te verzilveren door de vorming van Future Affordable and Sustainable Therapies (FAST): een nationaal programma voor therapieontwikkeling. De contouren daarvan wil ZonMw de komende tijd uitwerken tot een samenhangend, breed gedragen programmavoorstel. VWS-minister Bruno Bruins gaat de Tweede Kamer daar in een aparte brief verder over informeren. HollandBIO hoopt dat het sneller en beter van lab naar patiënt brengen van nieuwe behandelingen daarin centraal staat, zodat we gezamenlijk kunnen werken aan oplossingen die gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid verenigen.
Lees hier de volledige Kamerbrief terug.
HollandBIO trotse kennispartner van de Zorgambassade
Gezondheid op maat, IJzersterk innovatieklimaat, HollandbioSinds kort maakt HollandBIO onderdeel uit van het Kennisnetwerk van de Zorgambassade, de nieuwe denk- en doetank voor de zorg. Binnen de Zorgambassade buigen elk jaar zestien zorgprofessionals zich over de belangrijkste problemen uit de zorg. Deze professionals komen uit verschillende hoeken van de sector en combineren hun aandacht en kennis tot concrete, schaalbare oplossingen.
Als onderdeel van het Zorgambassade Kennisnetwerk helpt HollandBIO met het verspreiden van het verhaal van de Zorgambassade en zijn wij beschikbaar voor een inhoudelijke bijdrage of implementatie van oplossingen.
Ben jij werkzaam in de zorg en wil jij een verschil maken? Meld je dan aan bij de Zorgambassade via www.zorgambassade.nl en pak één jaar lang samen met andere professionals hardnekkige zorgproblemen aan.
WHO prequalifies Ebola vaccine, paving the way for its use in high-risk countries
GezondheidThe World Health Organization (WHO) today prequalified an Ebola vaccine for the first time, a critical step that will help speed up its licensing, access and roll-out in countries most at risk of Ebola outbreaks. This is the fastest vaccine prequalification process ever conducted by WHO.
Prequalification means that the vaccine meets WHO standards for quality, safety and efficacy. United Nations agencies and Gavi, the Vaccine Alliance, can procure the vaccine for at-risk countries based on this WHO recommendation.
“This is a historic step towards ensuring the people who most need it are able to access this life-saving vaccine,” said Dr Tedros Adhanom Ghebreyesus, WHO Director-General. “Five years ago, we had no vaccine and no therapeutics for Ebola. With a prequalified vaccine and experimental therapeutics, Ebola is now preventable and treatable.”
The injectable Ebola vaccine, Ervebo, is manufactured by Merck (known as MSD outside the US and Canada). It has been shown to be effective in protecting people from the Ebola Zaire virus and is recommended by the WHO Strategic Advisory Group of Experts (SAGE) for vaccines as part of a broader set of Ebola response tools. The decision is a step towards greater availability of the vaccine in the future, though licensed doses will only be available mid-2020.
This announcement comes less than 48 hours after the European Commission decision to grant a conditional marketing authorization for the vaccine, following the recommendation from the European Medicines Agency (EMA).
Due to the urgent public health need for a prequalified Ebola vaccine, WHO accelerated prequalification by reviewing safety and efficacy data as the information became available. Representatives from the prequalification team participated in the EMA evaluation process to address programmatic suitability for at-risk countries in Africa.
“The development, study, and rapid prequalification of this vaccine show what the global community can do when we prioritize the health needs of vulnerable people,” said Dr Tedros.
WHO is also facilitating licensing of the vaccine for use in countries at risk of Ebola outbreaks, based on the reviews and positive outcome by the EMA. WHO, with the support of EMA, has worked closely with many African regulators who have indicated they will quickly license the vaccine following the WHO recommendation.
Source: WHO
Iedereen wordt beter van komst medicijnagentschap
IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, Innovatieklimaat, UitgelichtIn het Parool geeft onze eigen Annemiek Verkamman uitleg over de voordelen die de vestiging van het Europees Medicijn Agentschap, EMA, in Nederland heeft voor het nationale life sciences-cluster. Hoewel de VS voorloopt op het gebied van geneesmiddelontwikkeling, is het Nederlandse gezondheidssysteem beter toegerust om ervoor te zorgen dat die geneesmiddelen de patiënt daadwerkelijk bereiken. “Dat biedt kansen voor ons,” aldus Annemiek, “want in het Nederlandse model weten we elkaar goed te vinden, zodat we tot oplossingen komen waarbij gezondheid, innovatie en betaalbaarheid samengaan.” In het kielzog van EMA zullen ook meer gespecialiseerde dienstverleners hun weg naar Nederland vinden om biotechbedrijven te ondersteunen. “Dat kan ertoe leiden dat de ontwikkeling minder lang hoeft te duren en er minder mislukkingen zijn.”
Lees hier het hele artikel (inloggen verplicht).
Nieuwe publicatie maakt geneesmiddelenzorg inzichtelijk
Gezondheid op maat, Hollandbio, Gezondheid, UitgelichtHoe lang duurt het om een innovatief geneesmiddel te ontwikkelen? Wie mogen geneesmiddelen voorschrijven en verstrekken? Hoe komt de prijs van een geneesmiddel tot stand? Hoeveel geld geven we uit aan geneesmiddelen en hoe is de vergoeding ervan geregeld? Het boek Zó werkt de geneesmiddelenzorg geeft met ruim 40 visualisaties en begeleidende teksten inzicht in de complexe geneesmiddelenzorg. HollandBIO werkte mee aan de uitgave. Lees het hier
Europa hekkensluiter klinisch onderzoek cel- en gentherapie
Wereld mét toekomst, Gezondheid op maat, Hollandbio, GezondheidEuropa raakt op achterstand als het gaat om klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie. Dat blijkt uit een rapport van de Alliance for Regenerative Medicine. Een paar opmerkelijke bevindingen:
HollandBIO wil dat de overheid deze achterstand niet alleen inlost, maar deze zo snel mogelijk omzet naar een voorsprong. Onze inzet: significant lagere informatievereisten en een milieuvergunning binnen 60 dagen. Alleen zo kunnen we de winst van deze nieuwe generatie therapieën voor Nederland verzilveren. Want daar wordt iedereen beter van. Patiënten voorop.
Bronnen:
Voorkom een rel: registreer snel
Gezondheid op maat, Hollandbio, Gezondheid, Uitgelicht(en zet opportunisten buitenspel)
Weer is het raak. In De Volkskrant bericht journalist Michiel van der Geest over de Indiase geneesmiddelenfabrikant Lupin Pharmaceuticals, die de stimuleringsmaatregelen voor weesgeneesmiddelen zou misbruiken om de hoofdprijs te vragen voor een oud geneesmiddel. Hoe kunnen we dit nu weer laten gebeuren, vraagt HollandBIO zich af? De oplossing is immers kraakhelder. Wij beschreven hem eerder in “Registreren gaat voor kopiëren”.
Sinds jaar en dag wordt mexiletine, een oud geneesmiddel tegen hartritmestoornissen, ook voorgeschreven tegen een zeldzame spierziekte, zo schrijft Van der Geest in De Volkskrant. Onderzoek dat werd uitgevoerd door onder meer artsen in het Nijmeegse Radboudumc bewees de effectiviteit van het geneesmiddel tegen de spierziekte, waarmee het in Nederland vergoed wordt uit de basisverzekering. Off-label weliswaar, dus zonder registratie van het geneesmiddel voor die indicatie bij het Europees Medicijn Agentschap, EMA. Daarmee leek de kous af. We hadden echter kunnen weten dat zo’n nationale shortcut niet voldoende was in het internationale en hoog competitieve speelveld van geneesmiddelenontwikkeling. Quod erat demonstrandum – alweer.
Hoe de vork precies in de steel zit, weten we niet. Maar duidelijk is dat Lupin Pharmaceuticals een kans zag en die pakte. Het bedrijf diende een dossier in bij EMA voor het gebruik van mexiletine tegen de zeldzame spierziekte en maakte hierbij gebruik van de stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling en registratie van weesgeneesmiddelen. EMA gaf groen licht: de fabrikant verkreeg registratie, met alle verplichtingen en rechten van dien. Waaronder marktexclusiviteit, en, al is die nog niet bekend in Nederland, het recht om zelf een prijs vast te stellen.
Nu kunnen we natuurlijk roepen dat dit verwerpelijk is. Of dat we in Europa steun gaan zoeken om de stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling van geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten uit te kleden. Maar op de keper beschouwd deed Lupin Pharmaceuticals precies wat de Nijmeegse artsen hadden moeten (laten) doen. De echte oplossing is dan ook even simpel als helder:
Zo stimuleren we niet alleen gezondheid, innovatie en betaalbaarheid, ook zetten we opportunisten buitenspel. Bovendien krijgt met deze aanpak het solide Europese systeem van registratie de credits die het verdient, en kunnen zeldzame ziekte patiënten overal in Europa vertrouwen op steeds nieuwe behandelmogelijkheden.
Lees meer:
Miljoeneninvestering in Agritech scale-up Protifarm
Voedsel en materialenProtifarm is wereldwijd pionier in de productie van duurzame ingrediënten verkregen uit insecten. Het Ermelose Agri-tech bedrijf kweekt op industriële schaal de Alphitobius diaperinus (ook wel bekend als de buffalo kever) en verwerkt de larven van deze kever tot duurzame en functionele ingrediënten voor de voedingsindustrie. Daarmee heeft het bedrijf een van de oplossingen in handen voor de almaar toenemende vraag naar duurzame en gezonde voeding. Er bestaat een steeds grotere behoefte aan meer variatie binnen het consumptiepatroon om zo de impact op het milieu te verkleinen. Met een miljoeneninvestering van Oost NL en andere investeerders kan Protifarm solide doorgroeien en verder inzetten op R&D.
10 miljard monden voeden
Naar schatting stijgt de wereldbevolking naar 10 miljard mensen in 2050. Om al die monden te voeden moet de voedselproductie met maar liefst 70% toenemen. Dat levert serieuze uitdagingen op voor de duurzaamheid van onze voedselproductie. De ‘duurzame eiwittransitie’ past in de groeiende behoefte en urgentie om ons voedselsysteem radicaal te hervormen, waarbij we onze eiwitten uit andere bronnen halen dan vlees, zoals plantaardige bronnen of insecten.
Vertical farming
Protifarm kweekt insecten door toepassing van ‘vertical farming’ in lagen boven elkaar. Hierdoor is weinig kweekruimte en amper water nodig. Ook de CO2-uitstoot is beperkt. De insecten leven op plantaardige zijstromen uit de voedingsindustrie. De voerconversie van insecten, vergeleken met traditionele life stock, is efficiënt en draagt bij aan het duurzame karakter van de kweek.
Dierlijk en plantaardig alternatief
De verkregen ingrediënten, die Protifarm vermarkt onder het merk AdalbaPro, zijn niet alleen duurzaam maar ook gezond. Protifarm haalt belangrijke nutriënten uit het insect en maakt hiervan oplosbare poeders en getextureerde producten die zorgen voor binding en structuur in het eindproduct. De nutriënten omvatten alle essentiële aminozuren, vitamines (zoals B12), mineralen, vezels en gezonde vetten. “Onze AdalbaPro ingrediënten bevatten de kwaliteit van dierlijke proteïne en zijn tegelijkertijd duurzamer dan dierlijke en plantaardige alternatieven,” vertelt Tom Mohrmann, CEO van Protifarm. “Daarmee is het the best of both worlds.” De AdalbaPro ingrediëntenlijn van Protifarm zijn grondstoffen voor eindproducten. Van de insecten zie je dan niets meer terug. “Voedselproducenten maken met onze ingrediënten producten als eiwitshakes, voedingsrepen, noedels, maar ook verrijken ze vlees of vleesalternatieven,” aldus Mohrmann.
Investeren in eiwittransitie
Met de investering van Oost NL en andere investeerders kan Protifarm een stap zetten in de gewenste groei. Mohrmann: “Met deze investering kunnen we doorgroeien in capaciteit en onze kweek- en verwerkingsprocessen optimaliseren. We investeren ook in sales-, marketing- en R&D-activiteiten, zodat we internationaal voorop kunnen blijven lopen in deze markt.”
Bart Hoeflaak, teammanager Food van business unit Capital is trots dat Oost NL een bijdrage kan leveren aan de groei van Protifarm: “Oost NL investeert in bedrijven met oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken. We zien de eiwittransitie als een van de grootste uitdagingen van deze tijd en ondersteunen bedrijven die daarmee bezig zijn. Juist omdat ze aansluiten bij de behoefte van de toekomst zien we ook een groot economisch potentieel. Voor de regio is het goed als een bedrijf als Protifarm zich hier kan ontwikkelen.”
Bron: OostNL (persbericht)