← #nieuws

Europa herziet farmaceutische wetgeving en start onderhandeling over Critical Medicines Act

In Brussel halen Europarlementariërs, lidstaten en Commissie opgelucht adem deze kerstvakantie nu er een deal is bereikt over de herziening van de Europese Farmaceutische Wetgeving én helder is dat waarschijnlijk in 2026 de trilogen over de Critical Medicines Act van start gaan. Toch krijgt hollandbio de indruk dat nog niet helemaal is doorgedrongen hoe nijpend de situatie voor de farmaceutische industrie in Europa inmiddels is, te midden van de geopolitieke ontwikkelingen die de sector in haar greep houden.

Hollandbio zag de herziening van de farmaceutische wetgeving vanaf het begin als een grote kans. Alleen in plaats van bij te dragen aan de door ons zo gewenste en broodnodige beweging naar gezondheid op maat, is het resultaat een bonte verzameling van maatregelen geworden die enerzijds inzetten op aanjagen van innovatie en anderzijds betaalbaardere geneesmiddelen voor ogen hebben. De definitieve herziening bevat daarmee, afgaand op de samenvatting, zowel plussen als minnen. Zo zijn we positief over de modernisering van processen en het feit dat er meer ruimte komt voor innovatieve technologie, maar vrezen we ook dat de introductie van een ‘modulaire’ beschermingsduur leidt tot meer onzekerheid voor het bedrijfsleven. En tot slot vormen de verplichtingen rond lanceringen en toeleveringsketens in toenemende mate een uitdaging voor het bedrijfsleven, vooral als daar niet ook toezeggingen of zekerheden vanuit lidstaten zelf tegenover staan. Vol spanning wachten we daarom de finale wettekst -en de daarop volgende implementatie- af. 

Sinds de start van de wetsherziening is de wereld om ons heen flink veranderd. Te midden van al het geopolitiek geweld is onder stoom en kokend water nóg een wetsvoorstel opgetekend: de Critical Medicines Act. Deze moet de toegang, productie en leveringszekerheid van ‘kritieke’ geneesmiddelen veiligstellen. Met een mandaat van de Raad van Europa op zak starten naar verwachting in 2026 de trilogen hierover, zodra het Europees Parlement tot een gezamenlijke inzet komt. Of deze wet een Europese oplossing biedt, of juist weer een extra horde vormt, zal de tijd leren. Innoveren, produceren en leveren is in ieder geval niet makkelijker geworden voor het bedrijfsleven, dat werkt met enorm complexe, internationale leveringsketens. 

Hollandbio vraagt zich af of Europa zich niet een beetje verslikt in haar wensenlijstje voor het nieuwe jaar, waarin zij voornamelijk veel vraagt van bedrijven, zonder harde eigen toezeggingen en zonder de benodigde randvoorwaarden. Innovatie aanjagen, strategisch autonoom willen zijn én binnen (nationaal) budget toegang tot geneesmiddelen garanderen: dat is geen haalbare combinatie als we op dezelfde voet doorgaan. Zeker niet nu het Most Favored Nation Pricing-beleid ook vanuit de Verenigde Staten druk uitoefent om Europa -naast defensie- ook op het gebied van geneesmiddelen een eerlijker deel van de innovatierekening te laten betalen.  

← #nieuws

Does the EU Biotech Act Part I deliver on its promises?  

,

Yesterday, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a crucial step to boost Europe’s biotech innovation ecosystem. This first chapter focuses mostly on health, incentivising companies to conduct research and production within Europe, accelerate clinical trials authorisations across countries, and fast-track the development of cutting-edge new therapies using AI, data and regulatory sandboxes. And it proposes amendments to several EU regulations, including the general food law and GMO rules. As we take a closer look at the act during the Christmas holidays, we warmly invite you to share your insights and feedback with us. Your input will help us sharpen our asks and position, enabling us to best support the Dutch government in shaping its national position and ensuring the right steps are taken to strengthen biotech competitiveness in Europe. Our key asks for bold action remain central in our efforts. In the coming days, we’ll assess how Part I measures up to these ambitions and what’s still needed to make Part II (expected in Q3 2026) even bolder and better.

← #nieuws

Hollandbio wraps up the year in style 

Together with our members, we made this year count for biotech. From the Dutch government-wide vision on biotech and approved tastings for innovative fermentation (yes, cheese without cows is getting closer!), to the European Biotech Act, and the EU’s approval of New Genomic Techniques (pest-resistant crops, here we go!), 2025 was packed with biotech bangers! As the year comes to an end, we’ve drawn the greatest hits up in a Wrapped. Think of it as our playlist of policy and innovation highlights. Check it out and sing along with us into 2026! A big thank you to our community for the energy, ideas and collaboration. Let’s keep biotech on repeat in 2026 – building a greener, healthier and more prosperous world together! 

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit de SRGO aan bij biotech?

, , ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) aansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) stimuleert mkb’ers en wetenschappelijke instellingen om samen te werken aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten of diensten in de regeneratieve geneeskunde. De regeling is bedoeld voor consortia waarin minimaal één mkb-ondernemer en één wetenschappelijke instelling samenwerken aan een project. De SRGO biedt een combinatie van een lening en een subsidie tot maximaal €3 miljoen per project. Mkb-ondernemers ontvangen een lening van maximaal 50% van het totale bedrag voor eigen onderzoekskosten. De kennisinstellingen ontvangen een subsidie van tussen de 25% en 100%, afhankelijk van het soort onderzoek dat zij uitvoeren (fundamenteel, industrieel of experimenteel).

Wil een subsidie zoals de SRGO aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort de SRGO?

Wanneer we de SRGO langs onze meetlat leggen, zien we een gemengd beeld.

Het ophalen van vervolgfinanciering wordt met de SRGO niet makkelijk gemaakt. Waar een kennisinstelling tot wel 100% subsidie kan ontvangen, kan een bedrijf alleen een lening krijgen. Deze lening heeft een rente van 3% plus een opslag van 15% aan het eind van het project. Ook mag gedurende de looptijd van de lening geen uitkering worden gedaan aan aandeelhouders. Dit levert een score op van 2 uit 10.

Ook op het gebied van IP-bescherming scoort de SRGO laag: 3 op 10. De regeling legt een sterke nadruk op kennisdeling, en verplicht toepassing van de principes van Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Hierdoor heeft de kennisinstelling veel invloed op het IP dat tijdens het project ontstaat. Hoewel vooraf afspraken mogelijk zijn, pakt dit zelden gunstig uit voor ondernemers.

De administratieve last is een behoorlijke papierwinkel, al is die in verhouding tot de omvang van de te verkrijgen lening wel de moeite waard. De consortiumovereenkomst, leningsovereenkomst met RVO, jaarlijkse rapportages en het uitgebreid eindverslag met verplichte accountantsverklaring eisen veel tijd en kennis van mkb-ondernemers. Daarnaast wordt het subsidiebedrag  niet in een keer uitgekeerd, maar in delen op basis van vooraf afgesproken mijlpalen. Dit levert een krappe voldoende op: 6 op 10.

Wat betreft zeggenschap scoort de SRGO een 4 op 10. Want hoewel de mkb-ondernemer penvoerder is, is de speelruimte klein. Strakke projecteisen, waaronder vaste begin-, midden- en eindmijlpalen, een minimum van 10% fundamenteel onderzoek en verplichtingen rond het aantal en type samenwerkingspartners, verkleinen de scope en pivoteerruimte.

De doorlooptijd is standaard 13 weken na sluiten van de aanvraagperiode. Dat is netjes en levert wat ons betreft een score op van 8 op 10.

Ook het budget is prima. Voor de bedrijven die aan de eisen voldoen is voldoende budget beschikbaar, dus geven we dat een 8 op 10.

Samenvattend is de SRGO vooral interessant voor consortia met een sterke onderzoekscomponent, en biedt zij voor marktgerichte innovatie weinig ruimte. Dit komt onder andere door de scheve en onwenselijke verdeling van bekostiging, waarbij bedrijven uitsluitend een lening krijgen en kennisinstellingen tot wel 100% subsidie kunnen ontvangen. Willen we écht werk maken van het toepassen van biotech in regeneratieve geneeskunde, dan moet deze regeling wat ons betreft meer ruimte bieden voor ondernemerschap. Innovaties naar de markt brengen is al complex genoeg – complexe financieringsstructuren en beperkende IP-voorwaarden helpen niet, maar remmen. Heb jij ervaring met de SRGO, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!

← #ondernemershighlights
Jeroen Kiers
InnoGI Technologies

Ik beweeg me graag tussen wetenschap, business en maatschappij. Dat is waar innovatie ontstaat.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe vind je focus in een wereld waar technologie, markt en maatschappij in hoog tempo bewegen? We spraken Jeroen Kiers, medisch bioloog en CEO van InnoGI Technologies, over zijn onverwachte route van voeding naar farma, de kracht van ondernemerschap en zijn missie om innovatie bij de mens te brengen.

“Ik was gefascineerd door voeding: wat het doet voor sport, gezondheid en herstel. Je kunt door goede voeding namelijk zo veel doen voor je gezondheid. Dat besef is altijd mijn rode draad gebleven.” 

Na zijn studie medische biologie in Amsterdam koos bijna iedereen voor onderzoek of farma. Jeroen niet. Via een stage bij Nutricia rolde hij in een promotietraject in Wageningen, waar hij leerde balanceren tussen wetenschap en industrie. “Ik had twee totaal verschillende stakeholders met uiteenlopende doelen: een professor en een sponsor. Vier jaar lang was het alsof ik mijn eigen onderneming had.”

Die brug tussen wetenschap en praktijk bleef hangen: Bij Friesland Foods werkte hij aan kindervoeding – “de topsport binnen voeding” – en voelde de impact van zijn werk letterlijk thuis, toen zijn dochter een koemelkallergie bleek te hebben. “Het moest perfect zijn. Er mag niets fout gaan, want het is de enige voedingsbron voor deze kinderen.”

Later stortte hij zich op productontwikkeling bij merken als Appelsientje en Chocomel. “Het mooiste moment was toen ik mijn werk in de supermarkt tastbaar kon maken richting mijn oma: ‘Kijk oma, die heb ik bedacht.’” Toch bleef het knagen. “Food vult, nutrition voedt. Ik wilde werken aan voeding die iets dóet voor je lijf.”

Dat bracht hem bij NIZO, een onderzoeksorganisatie vol techneuten met een biotechnologisch hart. Hij bracht NIZO riching de Amerikaanse markt en verdiende geld met R&D (“bijna onmogelijk, maar het lukte”). Na NIZO begon Jeroen met zijn eerste bedrijven; de eerste een consultancy om geld te verdienen en daarna een start-up met voedingsproducten: fortified bars, online verkocht via een webshop. Toen werd Jeroen gevraagd door Ausnutria – een Nederlands-Chinees bedrijf in kindervoeding – om aan de slag te gaan als directeur innovatie en strategie: “Dat zijn twee woorden waar ik het meest vrolijk van word”. Later werd Jeroen CEO van Ausnutria Nederland, een bedrijf met 1000 mensen en een omzet van honderden miljoenen.

Toch koos hij uiteindelijk bewust voor kleiner: InnoGI Technologies. “Mensen vragen wel eens: waarom van groot naar klein? Maar hier kan ik weer zelf de handen uit de mouwen steken. Dicht op de inhoud, dat geeft energie. Hoe mooi als je dat dan kunt doen met de technologie waar je zelf tijdens je promotieonderzoek al mee hebt gewerkt.”

Bij InnoGI wordt letterlijk nagebootst wat er in het menselijk spijsverteringskanaal gebeurt – zoals Jeroen dat mooi verwoordt: van mond tot kont. “We helpen bedrijven begrijpen wat er met hun product gebeurt onderweg door het lichaam. Daarmee kunnen we dierproeven besparen, beter betrouwbare data leveren en innovatie versnellen.”

Wat Jeroen drijft, is de combinatie van inhoud en impact. “Ik vind het mooi om iets te bouwen dat mensen helpt, maar ik hoef niet per se mijn naam op het product. Ik wil iets bijdragen dat echt verschil maakt, of dat nu via voeding of technologie is. Vanuit een klein bedrijf kun je soms meer bereiken dan met een groot merk.”

Hij ziet zichzelf niet als typische wetenschapper, maar als verbinder. “Ik beweeg me graag tussen wetenschap, business en maatschappij. Dat is waar innovatie ontstaat.”

Zijn uiteindelijke missie: innovatie dichter bij de patiënt brengen. “Veel wetenschappers blijven hangen in de technologie, maar innovatie krijgt pas waarde als je de brug slaat tussen wetenschap en markt. Daar neemt de ondernemer dan ook af en toe de overhand ten opzichte van de wetenschapper: “Als we van 92 naar 94 procent voorspellend vermogen gaan, is dat wetenschappelijk fantastisch, maar commercieel irrelevant. De klant merkt het verschil niet. Dat besef helpt ons om beter te prioriteren.”

Jeroen deelt ook zijn lessen voor jonge ondernemers in de life sciences: “Doe het niet alleen. Omring je met mensen die je aanvullen, die kritisch zijn, die meedenken. Wees niet bang om je idee te delen – het wordt beter van feedback. En wees wendbaar. Bijna elke start-up moet een paar keer van koers veranderen voor dat het echt werkt. Dat is niet falen, dat is groeien.”

← #nieuws
Jeroen Kiers
InnoGI Technologies

Ook Wennink kiest voor biotech voor een welvarende toekomst van Nederland

, , , ,

Nederland moet dringend én fors investeren in een goed investeringsklimaat om niet achterop te raken, want niets doen kost ons meer dan investeren. Dat is de kernboodschap van Peter Wennink, voormalig CEO van ASML, die vandaag zijn adviesrapport presenteerde voor de toekomstige welvaart van Nederland. Volgens de topadviseur ligt de sleutel voor de overheid bij het creëren van sterke randvoorwaarden, waarna zij kan doorpakken op vier investeringslijnen, waaronder Life sciences en biotechnologie. Hollandbio juicht de aanbevelingen van het rapport van Wennink van harte toe en rekent op het nieuwe kabinet om werk te maken van de acties uit het rapport.  

De urgentie spat van het advies van Peter Wennink af. Het rapport, waar ook hollandbio actief aan heeft bijgedragen, stelt in niet mis te verstane woorden wat er moet gebeuren om de groei, innovatie en welvaart van Nederland de komende decennia te behouden. En dat is nogal wat: om onze huidige voorzieningen op peil te houden en de groei op te krikken naar 1,5 procent per jaar, is volgens de oud-topman een grote investering nodig van 151 tot 187 miljard. Allereerst moeten binnen vijf jaar de randvoorwaarden op orde zijn: van versimpelde regels en snellere vergunningen tot voldoende talent, betaalbare en betrouwbare energie en sterke fysieke infrastructuur. Deze randvoorwaarden maken de weg vrij voor maximaal rendement op vier ambitieuze investeringslijnen, waarvan life sciences en biotech er één is.

De bouwstenen uit het rapport sluiten naadloos aan bij hollandbio’s agenda voor het succes van de biotech sector in Nederland. De afgelopen maanden ijverden we, in opmaat naar het vandaag gepubliceerde Wennink rapport, samen met Leiden Bio Science Park en met de input van vele anderen voor “Biotech Nexus”, een ambitieus flagship project dat de hele ontwikkelingsketen van medische biotech – van lab tot patient – in Nederland een impuls moet geven. Dat ook de oud-topman brood ziet in het plan, bleek wel uit de persconferentie, waarbij hij Biotech Nexus met naam en toenaam uitlichtte als de weg vooruit naar impact. “De Biotech Nexus gaat groei en doorgroei van jonge bedrijven aanjagen door de verbetering van de toegang tot groeikapitaal, het versterken van het professioneel benutten van wetenschappelijke kennis en ondersteuning van jonge bedrijven door ervaren ondernemers en investeerders”, aldus Annemiek Verkamman, managing director van hollandbio.

Ook de bijdrage van biotech aan het succes van de agri-food en bio-based sector kreeg een prominente plek in Wenninks advies. Zo roept hij op tot investeringen in opschalingsfaciliteiten en First Of A Kind (FOAK) demo-fabrieken voor nieuwe ingrediënten, en investeringen op het gebied van nieuwe veredelingstechnieken, in AI en doorontwikkeling van kennis en valorisatie.

Hollandbio kan de urgentie die spreekt uit het rapport alleen maar benadrukken. Ook wij zien onder druk van grote geopolitieke onzekerheden de donkere wolken zich samenpakken. De prijs van nietsdoen is simpelweg te groot, zo benadrukt ook Wennink. Hollandbio roept dan ook op om het advies ter harte te nemen aan de formatietafel, en met gezwinde spoed, eensgezind en integraal werk maken van de toekomst van Nederland, door versterking van het hele innovatie-ecosysteem, van vroegste vinding, ontwikkeling en doorgroei, tot een ruimhartige thuismarkt, om de bijdrage die biotech innovaties kunnen leveren aan vooruitgang in de volle breedte te verwelkomen.

← #nieuws
Jeroen Kiers
InnoGI Technologies

Dutch universities update Deal Term Principles 

The process of valorising university intellectual property (IP) is a major hurdle for many startup companies. Negotiations often take a long time, do not favour entrepreneurship, and can negatively impact future investment rounds. The new National IP Deal Term Principles 2.0, recently published by the Universities of the Netherlands (UNL), aim to change this by clarifying and speeding up the process. But do they really address the pain points entrepreneurs face?

A though road from science to business 

For entrepreneurs, time is of the essence. Bringing a biotech innovation from lab to market is already expensive, risky, heavily regulated, and knowledge-intensive. Much of this knowledge originates in universities, where IP is created and owned. When startups try to license this IP with the university’s Knowledge Transfer Office (KTO), they often encounter lengthy negotiations and complex procedures that are largely shaped by university interests and internal risk management.  

What’s new in the deal terms 2.0? 

After introducing the Deal Term principles in 2023, thirteen Dutch universities have now published an updated version containing several major improvements. Building on practical experience and feedback from the field, this framework should offer clearer guidance for companies and universities to collaborate effectively and accelerate innovation. Changes include: 

  • Broader applicability: The framework now also covers employees who remain at the university part-time, not just those who transfer fully to a startup. This is expected to attract more venture builders to spin out university IP. 
  • Flexible IP compensation: Universities can now choose between equity, royalty or a combination, with internationally benchmarked percentages to help streamline negotiations and align expectations. 
  • Clearer requirements: The principles provide more detailed guidance on continued use of university IP, including expectations around additional funding and revenue targets. 
  • Will this solve all valorisation issues? 

While the new principles provide more clarity and guidance, significant challenges remain – especially for biotech startups. For example, university medical centers are not included, leaving many relevant biotech patents outside the scope. Moreover, the principles follow a ‘comply or explain’ model, meaning universities are not strictly bound to these principles and can still adjust their terms if preferred. As we continue to explore how these new terms play out for Dutch biotech, we welcome your experiences and ideas – please share them with us so we can keep working towards a more effective approach for biotech startups. And stay tuned for further updates! 

← #nieuws
Jeroen Kiers
InnoGI Technologies

3%-R&D Actieplan, deel 4: Vergroten experimenteerruimte voor R&D intensieve start- en scale-ups

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag kijken we naar het voornemen om de experimenteerruimte voor R&D intensieve start- en scale-ups te vergroten. 

In het 3%-Actieplan stelt het ministerie van Economische Zaken (EZ), dat de toegang van innovatieve start- en scaleups tot ‘hoogwaardige experimenteerruimte’, zoals bijvoorbeeld cleanrooms, hightech testomgevingen en andere onderzoeksfaciliteiten, niet altijd optimaal is, terwijl deze wel belangrijk is voor hun succes. De toegankelijkheid blijft volgens het ministerie achter doordat de faciliteiten niet altijd goed zijn afgestemd op de wensen van bedrijven, en omdat ze duurder zijn dan in landen om ons heen, waar de overheid geregeld meebetaalt aan de kosten om deze open te houden.  

Met het Actieplan wil het ministerie de toegankelijkheid op twee manieren verbeteren. Ten eerste door te verkennen hoe Nederland het gebruik van bestaande faciliteiten goedkoper kan maken, bijvoorbeeld door de faciliteiten financieel tegemoet te komen, of door de gebruiker – bedrijven – van subsidievouchers te voorzien om diensten in te kopen. Ten tweede wil het ministerie werk maken van het uitbreiden van het aanbod op ’strategische locaties’. De minister noemt daarbij de AI-fabriek in Groningen als voorbeeld en belicht mogelijkheden in onder meer Geleen, Petten en de Rotterdamse haven.  

Hollandbio herkent het beeld dat innovatieve bedrijven veel gebruik maken van gespecialiseerde diensten en dat de kosten van die diensten vaak een grote horde zijn. Het ontwikkelen van producten in de biotech is ontzettend duur, duurt lang, is risicovol en bouwt op hoogstaande kennis. Het bij elkaar halen van financiering om de lange weg van lab naar de markt te bekostigen staat op prioriteit 1, 2 en 3 voor elke ondernemer: hollandbio pleit niet voor niets voor passende financiering in elke fase van ontwikkeling.  

Net zo effectief als meer geld ophalen, zijn echter maatregelen die zorgen dat de ondernemer minder geld hoeft uit te geven, aan het huren van kantoor- en labruimte, aan contractresearch of een van de vele andere gespecialiseerde diensten die nodig zijn. EZ kan ondernemers maar wat goed helpen het maximale uit hun euro te halen. Inzet van het ministerie om deze diensten toegankelijker en betaalbaarder te maken juichen wij dan ook van harte toe.  

Hierbij is het alleen wel cruciaal dat bedrijven zelf de mogelijkheid hebben om te kiezen waarmee zij geholpen zijn. In de praktijk zien wij namelijk nog te vaak een mismatch tussen de behoefte van bedrijven en het beschikbare aanbod, en dat is ontzettend zonde. Acties om deze mismatch aan te pakken en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, ontbreken helaas in dit plan, terwijl juist daar misschien wel de grootste uitdaging ligt. De voorgestelde vouchers kunnen wat ons betreft een goede manier zijn om het onderzoek in Nederland een boost te geven en daarmee investeringen in R&D aan te jagen, maar dan moeten ze wel vrij te besteden zijn bij de beste – publieke of private – aanbieder naar keuze. 

← #nieuws
Jeroen Kiers
InnoGI Technologies

Ruimte voor biotech in tussenverslag informateur Buma 

Met het tussenverslag van informateur Buma liggen de eerste contouren van een mogelijk nieuw kabinet op tafel. Tijd dus om deze gezamenlijke inhoudelijke agenda van D66 en CDA langs de lat van het Hollandbio Verkiezingsmanifest 2025 te leggen. De uitkomst? Op innovatie, vestigingsklimaat en een klimaatvriendelijk Nederland lopen de lijnen opvallend parallel. Op gezondheid is de match minder vanzelfsprekend, en juist daar staat veel op het spel. Hieronder duiken we in de belangrijkste thema’s. 

Innovatie als vliegwiel: stevige wind in de rug voor R&D en risicokapitaal 

Nederland wil door naar de Europese kopgroep, en dat voelt de biotechsector. Waar hollandbio al langer pleit voor een sterker investeringsklimaat, zet de politieke agenda nu stevige ambities op papier. Als deze lijn standhoudt in de verdere formatie en daarna zijn uitwerking vindt in de praktijk, staat Nederland er goed voor. 

  • De 3%-norm als richtpunt. De partijen willen toewerken naar het Lissabon-doel: 3% van het bbp naar R&D, waarvan 1% publiek. Precies wat nodig is om onze innovatiekracht volop te benutten. 
  • Fiscale impulsen krijgen een zet. De Innovatiebox blijft, en de WBSO krijgt uitbreiding richting AI en deep tech. 
  • Meer risicokapitaal voor biotech-koplopers. Met het opzetten van een Nationale Investeringsinstantie komt er broodnodig risicodragend kapitaal beschikbaar voor innovatieve startups en scale-ups die willen doorpakken. 
  • De expatregeling keert terug. Cruciaal om internationaal talent aan te trekken en te behouden voor Nederlandse koplopers. 
  • Aandacht voor onderzoek, infrastructuur en valorisatie. De partijen kiezen voor investeringen in onderzoek, infrastructuur, campussen en valorisatie, zodat we (wetenschappelijke) kennis vaker en beter naar de markt te brengen. 
  • Minder bureaucratie, snellere procedures. Het halveren van doorlooptijden van vergunningsprocedures en het stoppen met nationale koppen op EU-regels zorgen voor een snellere en betere weg van lab naar praktijk. 

Een klimaatvriendelijk Nederland met biotech innovaties die landbouw en natuur vooruithelpen 

Op klimaat en landbouw is de overlap met het manifest zeer groot. De politieke agenda ziet innovatie als cruciaal onderdeel van de oplossing om de transities op landbouw en klimaat mogelijk te maken, precies zoals hHollandbio bepleit. 

  • Biotech onderdeel van de oplossing. Innovaties uit onder andere biotech dragen allemaal bij aan de voedselproductie van de toekomst. Met subsidies en kredieten ondersteunen we private investeringen. 
  • Steun voor NGT’s in Europa. De expliciete keuze voor CRISPR-Cas en cisgenese als moderne veredelingstools is een forse opsteker. 
  • Aandacht voor biologische gewasbeschermingsmiddelen. Goed geteste, groene en minder schadelijke beschermingsmiddelen worden sneller toegelaten. 
  • Biobased koppositie. Groene chemie en agri-food worden benoemd als strategische sectoren.  

Gezondheid: spanning tussen snellere toegang en strengere drempels 

Waar innovatie en klimaatvriendelijke oplossingen volop de wind in de rug hebben, staat het sein in de gezondheidszorg op zijn minst op oranje als het gaat om snelle en brede toegang tot nieuwe behandelingen voor Nederlandse patiënten. En dat raakt de Nederlandse biotech sector direct, want de grootste maatschappelijke en economische baten staan of vallen bij de mate waarin we innovaties in de praktijk toegepast krijgen. 

  • Steeds meer toetsing van effectiviteit. De agenda kiest voor kritischere en bredere effectiviteitstoetsing, zowel voor nieuwe zorg en innovaties als bij het schrappen van behandelingen. Goedbedoeld, maar in de praktijk vaak remmend voor baanbrekende cel- en gentherapieën of gepersonaliseerde diagnostiek. 
  • Preventie als gedeeld ankerpunt. De focus op een gezonde generatie is welkom: preventie loont, zeker als slimme, medische biotech oplossingen daar hun steentje aan mogen bijdragen en daarmee de inzet niet beperkt blijft tot leefstijlpreventie.  

Conclusie: Een sterke basis, met kritische kanttekeningen 

De gezamenlijke agenda van D66 en CDA biedt de Nederlandse biotech veel om hoopvol over te zijn, met sterke ambities voor R&D en ons vestigingsklimaat en ruimte voor innovaties uit biotech om onderdeel van de oplossing te zijn rond landbouw en klimaat. Waar het knelt, is in de zorg. Willen we biotech ten volle laten bijdragen aan betere gezondheid voor iedereen, dan hebben we een adaptief zorgsysteem nodig dat meebeweegt met de innovaties en patiënten van vandaag en morgen, in plaats van dat we pleisters blijven plakken op een systeem dat vastloopt.  

Wij zijn benieuwd welke plussen en minnen er nog zullen ontstaan wanneer D66 en CDA verder gaan onderhandelen. Uiteraard blijft hollandbio de volgende stappen in de formatie monitoren en van input voorzien op dat wat de Nederlandse biotech nodig heeft en kan bijdragen.  

← #nieuws
Jeroen Kiers
InnoGI Technologies

Denk en praat met ons mee over de toekomst van onze gezondheid 

,

Wie zorgt er straks nog voor mij? Over die vraag sprak hollandbio de afgelopen weken met en bij diverse leden en organisaties, waaronder Bristol Myers Squibb, Gilead, MSD en argenx. Want dat het zorgstelsel steeds verder vastloopt zien en voelen we allemaal. Als we blijven doen wat we altijd deden, krijgen we wat we altijd kregen en moet in 2060 één op de drie mensen in de zorg werken – aldus de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Reken maar eens uit hoe oud jij dan bent. Of je kinderen. Maak jij je nu ook zorgen? Denk en praat gerust eens met ons mee: we komen graag op verzoek naar je toe(r) om een lunch&learn te geven!