Hollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent 270 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are happy to introduce Rezon Bio, a science-driven contract development and manufacturing organization (CDMO) specializing in the development and manufacturing of mammalian biologics. Headquartered in Poland, Rezon Bio offers fully integrated solutions across the biologic’s lifecycle, from cell line development and process optimization to commercial drug substance manufacturing and drug product development. A few words from the team of Rezon Bio:
“Building on the strong legacy of Polpharma Biologics, Rezon Bio combines state-of-the-art facilities with world-class scientific and technical teams and a proven track record of regulatory and commercial success. Our approach is grounded in analytical excellence, robust quality systems, and close collaboration with our partners, enabling efficient scale-up and reliable delivery without compromising on quality or compliance.
At Rezon Bio, we are committed to creating long-term value through innovation, transparency, and partnership. By working closely with biotech and pharmaceutical companies, we support the development and manufacture of high-quality biologics that ultimately serve patients worldwide.
We decided to join hollandbio to actively engage with the Dutch life sciences ecosystem, connect and exchange knowledge with peers across the biotech industry. We look forward to collaborating with fellow members, sharing expertise, and supporting initiatives that strengthen the biotechnology sector in the Netherlands and beyond.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-01-27 13:50:402026-01-27 13:50:43Hollandbio welcomes Rezon Bio as new member← #nieuws
Onze zorg draait op een systeem dat goed paste bij de uitdagingen waar het voor ontworpen is, maar niet meer aansluit op de realiteit van vandaag. Het aantal patiënten groeit, zorgverleners staan onder druk en innovaties vinden onvoldoende hun weg naar de praktijk. Terwijl baanbrekende behandelingen beschikbaar komen, stranden zij in verouderde beoordelingskaders en starre regels. Het MAUG‑advies bouwt door op dat oude systeem, terwijl de uitdagingen van vandaag vragen om nieuwe spelregels. Wij delen de ambitie om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, maar zien dat het huidige systeem piept en kraakt. Juist de patiënt dreigt nu verder de dupe te worden. In aanloop naar het Schriftelijk Overleg over dit advies waarschuwt hollandbio de Tweede Kamer: stop met de zoveelste pleister plakken en maak de zorg nu eens écht beter.
1. Patiënten wachten steeds langer op nieuwe behandelingen Slechts 58% van de tussen 2020 en 2023 geregistreerde geneesmiddelen is beschikbaar in Nederland. We zakten af van de vijfde naar de elfde plek in Europa. Daarmee ontstaat een zorgelijk patroon: patiënten wachten langer, artsen beschikken over een steeds beperktere dokterstas, en het voorgestelde MAUG‑beleid dreigt deze beweging te versterken. Dat staat haaks op onze ambitie voor strategische autonomie, en op wat patiënten mogen verwachten van een welvarend land als het onze.
2. Het huidige systeem remt onderzoek en ontwikkeling af Het MAUG‑advies benadrukt vooral kostenbeheersing, maar verliest de gevolgen uit het oog. Minder beschikbaarheid en strengere toelatingscriteria maken Nederland minder aantrekkelijk voor klinisch onderzoek. Daarmee missen patiënten niet alleen de geneesmiddelen van nu, maar ook die van morgen. De geadviseerde aanbevelingen zullen deze dalende trend alleen maar verder versnellen.
3. Verder internationaal afkeren schaadt Nederland Het advies houdt onvoldoende rekening met de internationale verwevenheid van geneesmiddelenprijzen, zeker gezien de geopolitieke instabiliteit waarin het feit extra zal opvallen dat Nederland wereldwijd gezien ondermaats bijdraagt aan de kosten voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een openbaar maximumtarief in Nederland werkt wereldwijd door. Als deze te laag is, kan dit ertoe leiden dat bedrijven ervoor kiezen hun innovaties later of zelfs helemaal niet in Nederland te introduceren. Strengere nationale regels maken ons investeringsklimaat bovendien kwetsbaarder, terwijl juist een aantrekkelijk ecosysteem een sleutelvoorwaarde is voor de Nederlandse ambitie om tot de wereldtop in biotech te behoren. We dreigen ons in de eigen voet te schieten.
4. Innovatie bittere noodzaak om toekomstige zorgvraag op te vangen Ons zorgstelsel loopt vast. Het oude systeem, dat is gebouwd op standaardzorg en controle is niet gemaakt om goed om te gaan met toenemende patiëntaantallen en de groeiende mogelijkheden om zorg op maat te leveren. Innovatie is geen luxe waar we spaarzaam mee om moeten gaan, maar is juist keihard nodig om de alsmaar groeiende zorgvraag op te vangen. Harder stellingnemen tegenover de prijzen van geneesmiddelen lost echter niks op en werkt mogelijk zelfs averechts. Verder ingraven dreigt, terwijl we de loopgraven juist moeten verlaten. Samen met bedrijven, artsen, patiënten en overheid kunnen we zoeken naar een werkbaar optimum tussen toegankelijkheid en betaalbaarheid. Dáár ontstaat duurzame zorg.
5. Het is tijd voor een systeem dat wél klaar is voor de zorg van morgen Nederland heeft alles in huis om wereldwijd koploper te zijn in biotechnologische innovatie: wetenschap van wereldniveau, sterke bedrijven en gemotiveerde zorgprofessionals. Wat ontbreekt, is een zorgsysteem dat innovatie eerlijk kan beoordelen en ruimte biedt voor nieuwe oplossingen. Daarom pleiten wij voor een gezamenlijke zoektocht naar gedeelde waarden: wat vinden wij écht goede zorg? Wat is maatschappelijk aanvaardbaar? En welke spelregels passen bij de behandelingen van vandaag en morgen?
Wij nodigen beleidsmakers uit om niet verder te bouwen aan een systeem uit het verleden, maar samen te werken aan een toekomstbestendige zorgsector waarin innovatie niet wordt afgeremd, maar juist wordt benut. Alleen zo houden we de zorg goed, betaalbaar én beschikbaar.
Het is geen nieuws dat Europese bedrijven, en in het specifiek biotechs, vaak vertrekken naar het buitenland. Maar zelden werden de feiten hierover zo scherp blootgelegd als in een recent rapport van de Europese Investeringsbank (EIB), uitgevoerd door EY. Tussen 2008 en 2021 verhuisden bijna 30% van de Europese unicorns (startups met een waarde van boven de $1 miljard) het hoofdkantoor naar het buitenland, meestal naar de Verenigde Staten. De belangrijkste redenen zijn een gunstiger financieringsklimaat, een aantrekkelijke markt om het product als eerste te lanceren en meer groeimogelijkheden. Diezelfde factoren kwamen ook naar voren in onderzoek van hollandbio’s Hanna naar de relocatie van Nederlandse biotechs. Europa werkt hard aan plannen om dit te voorkomen, zoals de EU Biotech Act, het Competitiveness Compass en – dichter bij huis – de aanbevelingen van het Rapport Wennink. Maar als we het tij écht willen keren, is ook actie nodig. En snel ook!
Wat hollandbio betreft is het tijd om tempo te maken en onze mooie plannen om te zetten in concrete actie. Gelukkig laat het EIB‑rapport ook zien dat er volop ruimte is om vooruitgang te boeken. Geïnterviewde bedrijven noemen bijvoorbeeld het moderniseren en harmoniseren van regelgeving, betere toegang tot passende financiering, het oplossen van human capital-knelpunten via soepelere kennismigratieregels en investeren in educatie en ondernemersklimaat als cruciale stappen. Dat bedrijven vertrekken is een symptoom van een achterstand die Europa heeft opgebouwd. Hollandbio maakt zich hard voor de noodzakelijke ommekeer – de cijfers en rapporten zijn duidelijk: er is geen tijd te verliezen.
Just before the holidays, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long‑awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. In recent weeks, we worked closely with our members to analyse the full proposal and share our recommendations with the Dutch government as it prepares its official response (the BNC fiche). Hollandbio is hopeful: Part I clearly holds promise for our sector. However, we are not there yet. Without proper EU and national resourcing, clearer choices and a broader scope, it still risks falling short of being the breakthrough Europe needs. In our overall position and more detailed assessment we explain where Europe takes meaningful steps forward, where it falls short, and what must be sharpened to enable a framework that truly supports biotech from early R&D through to market uptake. Do you see opportunities, gaps or must-haves for Part I as well as Part II (expected Q3 2026)? We’d love to hear from you as we continue engaging with ministries and stakeholders to secure the best possible conditions for biotech to scale and thrive in Europe!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-01-20 12:43:332026-03-25 12:25:15Hollandbio’s take on the EU Biotech Act Part I← #ondernemershighlights
In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe breng je een goed idee van het lab naar de kliniek, en wat vraagt dat van leiderschap, ervaring en veerkracht? We spraken Annegret Van der Aa, CEO van Cantoni Therapeutics, over haar rol als katalysator in innovatie en haar passie voor de startup-wereld.
“Ik zie mezelf niet zozeer als ondernemer,” zegt Annegret bijna verontschuldigend. “In mijn hoofd is een entrepreneur iemand met een briljant idee die daar, soms zonder ervaring, vol voor gaat. Ik heb juist eerst in de afgelopen twintig jaar het vak geleerd.”
Na haar promotie in 2002 maakte Annegret heel bewust de keuze om niet in de academische setting te blijven. “Ik vond de universitaire wereld toen erg bekrompen. Iedereen zat op zijn eigen eiland, er was weinig samenwerking. Dat paste niet bij mij.” Ze stapte de biotech in en begon te bouwen aan een carrière langs de volledige R&D-keten: van fundamenteel onderzoek tot klinische ontwikkeling en uiteindelijk strategische en leidinggevende rollen. Elke nieuwe rol die volgde, bevond zich in een ander stukje langs de keten van productontwikkeling.
Die brede R&D- en managementervaring vormt nu de basis van haar werk als CEO van Cantoni Therapeutics, een jong biotech bedrijf dat nieuwe medicijnen ontwikkelt die ingrijpen op een metabool eiwit, nicotinamide N-methyltransferase (NNMT), dat ontregeld isbij stofwisselingsziekten zoals obesitas maar ook in kanker. “Ik heb geleerd hoe het wél moet maar misschien nog belangrijker, ook hoe het níét moet. Je maakt fouten, en juist die lessen neem je mee.” Zelf noemt ze zich liever een katalysator dan een entrepreneur. “Bij Cantoni Therapeutics zijn het de wetenschappelijke founders die de NNMT remmers ontwierpen. Mijn rol is om te zorgen dat goede ideeën ook echt de weg naar de kliniek en de markt vinden. Dat vraagt om positionering, financiering, teamvorming en keuzes maken.”
Wat haar drijft, is impact. Dat besef werd voor het eerst echt tastbaar tijdens haar jaren in geneesmiddelenontwikkeling bij Galapagos, waar ze een cruciale rol speelde bij de klinische programma’s voor filgotinib, de JAK1 remmer die ondertussen ook op de markt is. “Het moment dat je hoort van artsen dat ze letterlijk kunnen zien welke patiënten het actieve middel krijgen, dát is magisch.” Ze vertelt over een jonge vrouw met reumatoïde artritis die door het kandidaat-medicijn haar passie – piano spelen – weer kon oppakken en daar zo dankbaar voor was. “Dan weet je: dit doet er echt toe.”
Toch merkte Annegret dat ze minder goed gedijt in grote organisaties. Bij Galapagos, waar ze jarenlang actief was, merkte ze dat haar rol veranderde. “Het bedrijf groeide enorm snel, maar werd tegelijk ook meer georganiseerd in lagen en hokjes. Ik verloor de brede impact op de programma’s.” Daarom maakte ze bewust de stap terug naar een startup-omgeving. “Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, de juiste mensen betrekken, een programma laten groeien vanuit een idee, daar krijg ik energie van.”
Ondernemen betekent voor haar niet alleen kansen zien, maar ook grenzen bewaken. “Het gevaar is dat dit werk alles overneemt. Het voelt niet als een baan, maar als een rollercoaster elke dag opnieuw en juist dát maakt het risicovol.” Ze benadrukt hoe belangrijk het is om mentaal afstand te houden. “Niet minder betrokken zijn, maar ook voor jezelf zorgen. Anders verlies je veerkracht en kun je ook niet goed voor het bedrijf zorgen.”
Die openheid geldt ook voor haar kijk op leiderschap. “Je hoeft niet alles te weten. Sterker nog: ervan uitgaan dat je níét alles weet, is net slimmer en brengt je verder.” Ze moedigt jonge ondernemers aan om input te vragen aan experten, feedback te zoeken en zich te omringen met ervaren mensen die hen aanvullen. “Kwetsbaarheid wordt vaak onderschat, maar het maakt je juist sterker.”
Haar ambitie voor de komende jaren bij Cantoni Therapeutics is helder. “Mijn grootste drijfveer, is om te aan te tonen dat de NNMT-remmers die we nu in het lab ontwikkelen, ook het beoogde effect bij patiënten hebben. Dat is de ultieme bekroning: zien dat iets waarin je gelooft, daadwerkelijk impact heeft.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2026/01/008-250008Ondernemer_Annegret_website_1268x422p1.jpg4221268Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-01-20 11:37:042026-03-25 10:47:08Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, daar krijg ik energie van.← #nieuws
Waarom is kweekvlees belangrijk? Gecultiveerd vlees biedt een oplossing voor grote maatschappelijke uitdagingen: minder dierenleed, een lagere klimaatimpact en efficiënter gebruik van grondstoffen. Maar pionieren in een jonge sector vraagt om lange adem, stevige investeringen en een regelgevend kader dat innovatie niet in de weg zit.
Meatable staakt activiteiten Meatable heeft aangekondigd dat het bedrijf op ordelijke wijze zal worden ontbonden en geliquideerd. Dit besluit volgt op het onvermogen om voldoende aanvullende financiering te verkrijgen om de activiteiten na 2026 voort te zetten. Dat meldt het bedrijf op de website. Bij hollandbio vinden we dat uiteraard erg jammer. Meer hierover kunnen we pas zeggen als Meatable daar zelf duidelijkheid over geeft.
Investeerders blijven geloven in de belofte De kapitaalinjectie voor Mosa Meat bewijst dat hun investeerders vertrouwen houden in de lange termijn. Sterker nog: Mosa Meat claimt “de cost code te hebben gekraakt”. Voor 2,50 euro kan het bedrijf nu een kweekvleesburger maken – een cruciale stap richting betaalbaar kweekvlees die de belofte van deze dier- en klimaatvriendelijke eiwitbron dichterbij brengt dan ooit.
Wat betekent dit voor Nederland? Het bitterzoete contrast tussen Meatable en Mosa Meat laat zien dat het belangrijk is om werk te maken van een innovatievriendelijk klimaat. Snellere toelatingsprocedures, duidelijke kaders en ruimte voor opschaling zijn cruciaal om te voorkomen dat slimme oplossingen sneuvelen voordat ze impact kunnen maken. Als we nu niet handelen, verliezen we niet alleen bedrijven, maar ook kansen om wereldwijd koploper te blijven in toekomstbestendige voedselinnovatie.
Profiteer van pioniersgeest
Laten we zorgen dat Nederland niet alleen pioniert, maar ook profiteert. Door barrières weg te nemen en samenwerking te stimuleren, kunnen we ervoor zorgen dat kweekvlees niet alleen een veelbelovende technologie blijft die gecontroleerd geproefd mag worden, maar ook een tastbare realiteit die iedere consument kan pakken uit het supermarktschap.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-01-13 14:07:312026-01-13 14:07:32Kweekvlees: uitdagingen én doorbraken op weg naar impact← #nieuws
Hollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud to represent over 270 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are happy to introduce NexduX. Founded in the Netherlands in 2024, NexduX supports Life Sciences organizations in navigating complex change across start-up, scale-up, and commercial manufacturing environments. NexduX provides next-generation leadership, IT, and digital solutions that integrate people, systems, and processes to make organizations smarter, safer, and scalable.
With deep experience in regulated Life Sciences manufacturing, NexduX works closely with executive teams, operations, quality, and technology (IT/OT) to deliver sustainable transformations. “Our approach combines strategic advisory, hands-on implementation, and interim leadership, ensuring that innovation is translated into real, compliant, and operational outcomes.
NexduX strongly believes in collaboration across the ecosystem. Innovation in Life Sciences does not happen in isolation, but through trusted partnerships between biotech companies, technology providers, regulators, and knowledge institutes. That belief is a key reason why NexduX is proud to join Hollandbio and contribute to strengthening the Dutch and European Life Sciences landscape.”
A few more words from NexduX
Who is NexduX?
“NexduX supports Life Sciences organizations through critical phases of growth and change, from early-stage scale-up to mature commercial manufacturing. We bring extensive experience in organizational leadership, digital manufacturing, IT and OT integration and quality and compliance systems in highly regulated environments.
Our work spans MES, QMS, ERP, laboratory and automation systems, cybersecurity, and digital infrastructure, always with a strong focus on compliance, operational excellence, and people. We are particularly experienced in greenfield and brownfield manufacturing setups, organizational build-up, and complex transformations where business, technology, and culture must evolve together.
At the core of NexduX is people leadership. We believe sustainable performance is achieved by empowering teams, creating clarity, and supporting people through change. This human-centered approach is essential in Life Sciences, where innovation ultimately serves patients.”
What is the importance of the Netherlands to NexduX?
“The Netherlands plays a central role in NexduX. With its strong Life Sciences ecosystem, leading academic centers, innovative biotech companies, and mature manufacturing landscape, it is an ideal environment for innovation and collaboration.
NexduX actively supports Dutch and European Life Sciences organizations by bringing international experience, proven transformation frameworks, and pragmatic leadership. We are committed to contributing to a resilient, compliant, and future-proof Life Sciences sector in the Netherlands.”
Why is NexduX joining Hollandbio?
“We see Hollandbio as a key connector within the Life Sciences ecosystem. Hollandbio understands the challenges faced by start-ups, scale-ups, and established companies alike, particularly in areas such as innovation, regulation, access to technology, and sustainable growth.
By joining Hollandbio, NexduX aims to actively contribute knowledge, experience, and practical insights to the community. We look forward to collaborating with members, supporting innovation-driven organizations through change, and contributing to a strong, connected, and forward-looking Life Sciences ecosystem in the Netherlands.”
Uit de oranje biotechindex van het Financieele Dagblad blijkt dat Nederlandse beursgenoteerde biotechbedrijven tot de wereldtop behoren. De zes Nederlandse biotechfondsen presteerden met een gemiddelde koerswinst van maar liefst 37% in 2025 ruim boven de AEX én internationale benchmarks als de Nasdaq Biotech Index (17%). Uitschieters als Merus (+114%, dankzij de overname door Genmab), Pharming (+54%), Uniqure (+36%) en NewAmsterdam Pharma (+37%) bewijzen dat Nederlandse biotech internationaal meetelt en investeerders weet te overtuigen. Wat zijn de kansen voor 2026?
De internationale biotechmarkt biedt volop kansen. De sector herstelt sterk, investeerders zoeken naar onderscheidende innovatie en 2026 belooft een topjaar te worden voor fusies en overnames. Therapeutische domeinen als obesitas en Alzheimer en cel- en gentherapieën staan volop in de belangstelling. Tegelijkertijd blijft het zaak om scherp te blijven op regelgeving, concurrentie en toegang tot kapitaal.
Het momentum is nu: Nederland heeft alles in huis om door te pakken. Structurele investeringen, een integrale strategie en optimale randvoorwaarden – van technologieoverdracht tot data-infrastructuur – zijn essentieel om de economische en maatschappelijke potentie van biotech volledig te benutten. De rode loper ligt uit, de seinen staan op groen: tijd om gas te geven en de internationale biotechmarkt te veroveren!
Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojectenaansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.
De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) stimuleert mkb’ers en wetenschappelijke instellingen om samen te werken aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten of diensten in de regeneratieve geneeskunde. De regeling is bedoeld voor consortia waarin minimaal één mkb-ondernemer en één wetenschappelijke instelling samenwerken aan een project. De SRGO biedt een combinatie van een lening en een subsidie tot maximaal €3 miljoen per project. Mkb-ondernemers ontvangen een lening van maximaal 50% van het totale bedrag voor eigen onderzoekskosten. De kennisinstellingen ontvangen een subsidie van tussen de 25% en 100%, afhankelijk van het soort onderzoek dat zij uitvoeren (fundamenteel, industrieel of experimenteel).
Wil een subsidie zoals de SRGO aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:
De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.
De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.
De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.
De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.
De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.
Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.
Hoe scoort de SRGO?
Wanneer we de SRGO langs onze meetlat leggen, zien we een gemengd beeld.
Het ophalen van vervolgfinanciering wordt met de SRGO niet makkelijk gemaakt. Waar een kennisinstelling tot wel 100% subsidie kan ontvangen, kan een bedrijf alleen een lening krijgen. Deze lening heeft een rente van 3% plus een opslag van 15% aan het eind van het project. Ook mag gedurende de looptijd van de lening geen uitkering worden gedaan aan aandeelhouders. Dit levert een score op van 2 uit 10.
Ook op het gebied van IP-bescherming scoort de SRGO laag: 3 op 10. De regeling legt een sterke nadruk op kennisdeling, en verplicht toepassing van de principes van Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Hierdoor heeft de kennisinstelling veel invloed op het IP dat tijdens het project ontstaat. Hoewel vooraf afspraken mogelijk zijn, pakt dit zelden gunstig uit voor ondernemers.
De administratieve last is een behoorlijke papierwinkel, al is die in verhouding tot de omvang van de te verkrijgen lening wel de moeite waard. De consortiumovereenkomst, leningsovereenkomst met RVO, jaarlijkse rapportages en het uitgebreid eindverslag met verplichte accountantsverklaring eisen veel tijd en kennis van mkb-ondernemers. Daarnaast wordt het subsidiebedrag niet in een keer uitgekeerd, maar in delen op basis van vooraf afgesproken mijlpalen. Dit levert een krappe voldoende op: 6 op 10.
Wat betreft zeggenschap scoort de SRGO een 4 op 10. Want hoewel de mkb-ondernemer penvoerder is, is de speelruimte klein. Strakke projecteisen, waaronder vaste begin-, midden- en eindmijlpalen, een minimum van 10% fundamenteel onderzoek en verplichtingen rond het aantal en type samenwerkingspartners, verkleinen de scope en pivoteerruimte.
De doorlooptijd is standaard 13 weken na sluiten van de aanvraagperiode. Dat is netjes en levert wat ons betreft een score op van 8 op 10.
Ook het budget is prima. Voor de bedrijven die aan de eisen voldoen is voldoende budget beschikbaar, dus geven we dat een 8 op 10.
Samenvattend is de SRGO vooral interessant voor consortia met een sterke onderzoekscomponent, en biedt zij voor marktgerichte innovatie weinig ruimte. Dit komt onder andere door de scheve en onwenselijke verdeling van bekostiging, waarbij bedrijven uitsluitend een lening krijgen en kennisinstellingen tot wel 100% subsidie kunnen ontvangen. Willen we écht werk maken van het toepassen van biotech in regeneratieve geneeskunde, dan moet deze regeling wat ons betreft meer ruimte bieden voor ondernemerschap. Innovaties naar de markt brengen is al complex genoeg – complexe financieringsstructuren en beperkende IP-voorwaarden helpen niet, maar remmen. Heb jij ervaring met de SRGO, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!
Vanmiddag nam minister Jan Anthonie Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in Leiden, bij het LUMC, het rapport ‘Nederland in de voorhoede: rode biotech als sleutel tot wereldwijde concurrentiekracht; een groeistrategie voor economie, maatschappij en patiënt’ in ontvangst.
Het rapport kwam tot stand op verzoek van Peter Wennink, in het kader van de nationale investeringsagenda, en vormt de gezamenlijke inbreng van de Nederlandse rode biotechsector. Leiden Bio Science Park werd door Wennink gevraagd het voortouw te nemen bij de totstandkoming van het plan en deed dat samen met hollandbio, in nauwe samenwerking met partners in Leiden én met de andere Nederlandse science parks, waaronder Groningen, Amsterdam, Utrecht, Oss en Maastricht en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen.
Het rapport bevat een concrete strategie en aanpak om medische biotechnologie in Nederland versneld te laten groeien. Rode biotech maakt innovaties mogelijk die leiden tot snellere en betere diagnoses en tot gepersonaliseerde, effectievere behandelingen. Dat betekent betere zorg, betere levens voor patiënten en een duurzame bijdrage aan een toekomstbestendig zorgstelsel en een sterke economie. Juist op het snijvlak van gezondheid, maatschappij en verdienvermogen ligt een unieke kans voor Nederland in een sterk internationale markt.
Nederland beschikt over sterke clusters, hoogwaardige infrastructuur en internationaal erkende kennisinstellingen. Om dit potentieel te benutten, zijn gezamenlijke keuzes nodig: betere toegang tot kapitaal en talent, veilige en gedeelde toegang tot (bio)data, snellere en voorspelbare procedures voor vergunningen en klinisch onderzoek, en voldoende ruimte voor onderzoek, opschaling en productie.
Minister Bruijn (VWS): “Biotechnologie brengt ons geneesmiddelen die echt baanbrekend zijn. Het doorontwikkelen van deze sector is dan ook belangrijk voor Nederland en niet te vergeten de patiënt. Ik zet mij daar actief voor in en zal onder meer onze belangen in Europa behartigen om te komen tot goede wetgeving via de Europese BioTech Act. Ik dank alle betrokkenen die hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit rapport. Ik ga het met veel aandacht lezen.”
De sector stelt in het rapport onder meer de oprichting voor van een nationaal, politiek- en ministerie-overstijgend programma: Biotech Nexus. Dit programma moet kennisvalorisatie versnellen, bedrijven ondersteunen bij opschaling en gezamenlijk werken aan betere infrastructuur en snellere procedures.
“Rode biotech stelt ons in staat om ziekten eerder en nauwkeuriger te diagnosticeren en patiënten gerichter en effectiever te behandelen,” zegt Esther Peters, directeur van Leiden Bio Science Park. “Dat leidt tot betere zorg en betere levens. We willen als sector, samen met het ministerie en andere betrokken partijen, nu al aan de slag om te kijken wat er binnen de bestaande kaders mogelijk is om innovaties sneller bij de patiënt te brengen. Door als science parks, bedrijven, kennisinstellingen en overheid samen op te trekken, benutten we onze gezamenlijke kracht om dit mogelijk te maken.”
“Nederland is groot geworden door te doen, niet door af te wachten,” zegt Annemiek Verkamman, directeur van hollandbio. “Als we vandaag durven te investeren in innovatie en tegelijkertijd bouwen aan een zorgsysteem dat ook morgen werkt, is dat beter voor patiënten én de BV Nederland.”
Hiervoor is consistent en stimulerend overheidsbeleid over departementen heen nodig, met één duidelijke koers in plaats van tegelijk remmen en gasgeven,’ zegt Carla Vos, directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. ‘Ik hoop dat de oproep van Peter Wennink leidt tot beleid dat Nederland aantrekkelijker maakt voor het ontwikkelen, produceren en lanceren van nieuwe producten, zodat zowel de economie als de zorg kan profiteren van nieuwe therapieën.’
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-16 17:23:062025-12-16 17:47:06Groeistrategie medische biotech overhandigd aan minister Bruijn in Leiden
Hollandbio welcomes Rezon Bio as new member
HollandbioHollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent 270 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are happy to introduce Rezon Bio, a science-driven contract development and manufacturing organization (CDMO) specializing in the development and manufacturing of mammalian biologics. Headquartered in Poland, Rezon Bio offers fully integrated solutions across the biologic’s lifecycle, from cell line development and process optimization to commercial drug substance manufacturing and drug product development. A few words from the team of Rezon Bio:
“Building on the strong legacy of Polpharma Biologics, Rezon Bio combines state-of-the-art facilities with world-class scientific and technical teams and a proven track record of regulatory and commercial success. Our approach is grounded in analytical excellence, robust quality systems, and close collaboration with our partners, enabling efficient scale-up and reliable delivery without compromising on quality or compliance.
At Rezon Bio, we are committed to creating long-term value through innovation, transparency, and partnership. By working closely with biotech and pharmaceutical companies, we support the development and manufacture of high-quality biologics that ultimately serve patients worldwide.
We decided to join hollandbio to actively engage with the Dutch life sciences ecosystem, connect and exchange knowledge with peers across the biotech industry. We look forward to collaborating with fellow members, sharing expertise, and supporting initiatives that strengthen the biotechnology sector in the Netherlands and beyond.”
Maak de zorg beter
Gezondheid op maat, GezondheidOnze zorg draait op een systeem dat goed paste bij de uitdagingen waar het voor ontworpen is, maar niet meer aansluit op de realiteit van vandaag. Het aantal patiënten groeit, zorgverleners staan onder druk en innovaties vinden onvoldoende hun weg naar de praktijk. Terwijl baanbrekende behandelingen beschikbaar komen, stranden zij in verouderde beoordelingskaders en starre regels. Het MAUG‑advies bouwt door op dat oude systeem, terwijl de uitdagingen van vandaag vragen om nieuwe spelregels. Wij delen de ambitie om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, maar zien dat het huidige systeem piept en kraakt. Juist de patiënt dreigt nu verder de dupe te worden. In aanloop naar het Schriftelijk Overleg over dit advies waarschuwt hollandbio de Tweede Kamer: stop met de zoveelste pleister plakken en maak de zorg nu eens écht beter.
1. Patiënten wachten steeds langer op nieuwe behandelingen
Slechts 58% van de tussen 2020 en 2023 geregistreerde geneesmiddelen is beschikbaar in Nederland. We zakten af van de vijfde naar de elfde plek in Europa. Daarmee ontstaat een zorgelijk patroon: patiënten wachten langer, artsen beschikken over een steeds beperktere dokterstas, en het voorgestelde MAUG‑beleid dreigt deze beweging te versterken. Dat staat haaks op onze ambitie voor strategische autonomie, en op wat patiënten mogen verwachten van een welvarend land als het onze.
2. Het huidige systeem remt onderzoek en ontwikkeling af
Het MAUG‑advies benadrukt vooral kostenbeheersing, maar verliest de gevolgen uit het oog. Minder beschikbaarheid en strengere toelatingscriteria maken Nederland minder aantrekkelijk voor klinisch onderzoek. Daarmee missen patiënten niet alleen de geneesmiddelen van nu, maar ook die van morgen. De geadviseerde aanbevelingen zullen deze dalende trend alleen maar verder versnellen.
3. Verder internationaal afkeren schaadt Nederland
Het advies houdt onvoldoende rekening met de internationale verwevenheid van geneesmiddelenprijzen, zeker gezien de geopolitieke instabiliteit waarin het feit extra zal opvallen dat Nederland wereldwijd gezien ondermaats bijdraagt aan de kosten voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een openbaar maximumtarief in Nederland werkt wereldwijd door. Als deze te laag is, kan dit ertoe leiden dat bedrijven ervoor kiezen hun innovaties later of zelfs helemaal niet in Nederland te introduceren. Strengere nationale regels maken ons investeringsklimaat bovendien kwetsbaarder, terwijl juist een aantrekkelijk ecosysteem een sleutelvoorwaarde is voor de Nederlandse ambitie om tot de wereldtop in biotech te behoren. We dreigen ons in de eigen voet te schieten.
4. Innovatie bittere noodzaak om toekomstige zorgvraag op te vangen
Ons zorgstelsel loopt vast. Het oude systeem, dat is gebouwd op standaardzorg en controle is niet gemaakt om goed om te gaan met toenemende patiëntaantallen en de groeiende mogelijkheden om zorg op maat te leveren. Innovatie is geen luxe waar we spaarzaam mee om moeten gaan, maar is juist keihard nodig om de alsmaar groeiende zorgvraag op te vangen. Harder stellingnemen tegenover de prijzen van geneesmiddelen lost echter niks op en werkt mogelijk zelfs averechts. Verder ingraven dreigt, terwijl we de loopgraven juist moeten verlaten. Samen met bedrijven, artsen, patiënten en overheid kunnen we zoeken naar een werkbaar optimum tussen toegankelijkheid en betaalbaarheid. Dáár ontstaat duurzame zorg.
5. Het is tijd voor een systeem dat wél klaar is voor de zorg van morgen
Nederland heeft alles in huis om wereldwijd koploper te zijn in biotechnologische innovatie: wetenschap van wereldniveau, sterke bedrijven en gemotiveerde zorgprofessionals. Wat ontbreekt, is een zorgsysteem dat innovatie eerlijk kan beoordelen en ruimte biedt voor nieuwe oplossingen. Daarom pleiten wij voor een gezamenlijke zoektocht naar gedeelde waarden: wat vinden wij écht goede zorg? Wat is maatschappelijk aanvaardbaar? En welke spelregels passen bij de behandelingen van vandaag en morgen?
Wij nodigen beleidsmakers uit om niet verder te bouwen aan een systeem uit het verleden, maar samen te werken aan een toekomstbestendige zorgsector waarin innovatie niet wordt afgeremd, maar juist wordt benut. Alleen zo houden we de zorg goed, betaalbaar én beschikbaar.
Europese biotechs blijven vertrekken: nieuwe EIB studie legt pijnpunten bloot
InnovatieklimaatHet is geen nieuws dat Europese bedrijven, en in het specifiek biotechs, vaak vertrekken naar het buitenland. Maar zelden werden de feiten hierover zo scherp blootgelegd als in een recent rapport van de Europese Investeringsbank (EIB), uitgevoerd door EY. Tussen 2008 en 2021 verhuisden bijna 30% van de Europese unicorns (startups met een waarde van boven de $1 miljard) het hoofdkantoor naar het buitenland, meestal naar de Verenigde Staten. De belangrijkste redenen zijn een gunstiger financieringsklimaat, een aantrekkelijke markt om het product als eerste te lanceren en meer groeimogelijkheden. Diezelfde factoren kwamen ook naar voren in onderzoek van hollandbio’s Hanna naar de relocatie van Nederlandse biotechs. Europa werkt hard aan plannen om dit te voorkomen, zoals de EU Biotech Act, het Competitiveness Compass en – dichter bij huis – de aanbevelingen van het Rapport Wennink. Maar als we het tij écht willen keren, is ook actie nodig. En snel ook!
Wat hollandbio betreft is het tijd om tempo te maken en onze mooie plannen om te zetten in concrete actie. Gelukkig laat het EIB‑rapport ook zien dat er volop ruimte is om vooruitgang te boeken. Geïnterviewde bedrijven noemen bijvoorbeeld het moderniseren en harmoniseren van regelgeving, betere toegang tot passende financiering, het oplossen van human capital-knelpunten via soepelere kennismigratieregels en investeren in educatie en ondernemersklimaat als cruciale stappen. Dat bedrijven vertrekken is een symptoom van een achterstand die Europa heeft opgebouwd. Hollandbio maakt zich hard voor de noodzakelijke ommekeer – de cijfers en rapporten zijn duidelijk: er is geen tijd te verliezen.
Hollandbio’s take on the EU Biotech Act Part I
Gezondheid op maat, EU Biotech Act, Hollandbio, Gezondheid, Voedsel en materialen, Innovatieklimaat, UitgelichtJust before the holidays, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long‑awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. In recent weeks, we worked closely with our members to analyse the full proposal and share our recommendations with the Dutch government as it prepares its official response (the BNC fiche). Hollandbio is hopeful: Part I clearly holds promise for our sector. However, we are not there yet. Without proper EU and national resourcing, clearer choices and a broader scope, it still risks falling short of being the breakthrough Europe needs. In our overall position and more detailed assessment we explain where Europe takes meaningful steps forward, where it falls short, and what must be sharpened to enable a framework that truly supports biotech from early R&D through to market uptake. Do you see opportunities, gaps or must-haves for Part I as well as Part II (expected Q3 2026)? We’d love to hear from you as we continue engaging with ministries and stakeholders to secure the best possible conditions for biotech to scale and thrive in Europe!
Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, daar krijg ik energie van.
In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe breng je een goed idee van het lab naar de kliniek, en wat vraagt dat van leiderschap, ervaring en veerkracht? We spraken Annegret Van der Aa, CEO van Cantoni Therapeutics, over haar rol als katalysator in innovatie en haar passie voor de startup-wereld.
“Ik zie mezelf niet zozeer als ondernemer,” zegt Annegret bijna verontschuldigend. “In mijn hoofd is een entrepreneur iemand met een briljant idee die daar, soms zonder ervaring, vol voor gaat. Ik heb juist eerst in de afgelopen twintig jaar het vak geleerd.”
Na haar promotie in 2002 maakte Annegret heel bewust de keuze om niet in de academische setting te blijven. “Ik vond de universitaire wereld toen erg bekrompen. Iedereen zat op zijn eigen eiland, er was weinig samenwerking. Dat paste niet bij mij.” Ze stapte de biotech in en begon te bouwen aan een carrière langs de volledige R&D-keten: van fundamenteel onderzoek tot klinische ontwikkeling en uiteindelijk strategische en leidinggevende rollen. Elke nieuwe rol die volgde, bevond zich in een ander stukje langs de keten van productontwikkeling.
Die brede R&D- en managementervaring vormt nu de basis van haar werk als CEO van Cantoni Therapeutics, een jong biotech bedrijf dat nieuwe medicijnen ontwikkelt die ingrijpen op een metabool eiwit, nicotinamide N-methyltransferase (NNMT), dat ontregeld isbij stofwisselingsziekten zoals obesitas maar ook in kanker. “Ik heb geleerd hoe het wél moet maar misschien nog belangrijker, ook hoe het níét moet. Je maakt fouten, en juist die lessen neem je mee.” Zelf noemt ze zich liever een katalysator dan een entrepreneur. “Bij Cantoni Therapeutics zijn het de wetenschappelijke founders die de NNMT remmers ontwierpen. Mijn rol is om te zorgen dat goede ideeën ook echt de weg naar de kliniek en de markt vinden. Dat vraagt om positionering, financiering, teamvorming en keuzes maken.”
Wat haar drijft, is impact. Dat besef werd voor het eerst echt tastbaar tijdens haar jaren in geneesmiddelenontwikkeling bij Galapagos, waar ze een cruciale rol speelde bij de klinische programma’s voor filgotinib, de JAK1 remmer die ondertussen ook op de markt is. “Het moment dat je hoort van artsen dat ze letterlijk kunnen zien welke patiënten het actieve middel krijgen, dát is magisch.” Ze vertelt over een jonge vrouw met reumatoïde artritis die door het kandidaat-medicijn haar passie – piano spelen – weer kon oppakken en daar zo dankbaar voor was. “Dan weet je: dit doet er echt toe.”
Toch merkte Annegret dat ze minder goed gedijt in grote organisaties. Bij Galapagos, waar ze jarenlang actief was, merkte ze dat haar rol veranderde. “Het bedrijf groeide enorm snel, maar werd tegelijk ook meer georganiseerd in lagen en hokjes. Ik verloor de brede impact op de programma’s.” Daarom maakte ze bewust de stap terug naar een startup-omgeving. “Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, de juiste mensen betrekken, een programma laten groeien vanuit een idee, daar krijg ik energie van.”
Ondernemen betekent voor haar niet alleen kansen zien, maar ook grenzen bewaken. “Het gevaar is dat dit werk alles overneemt. Het voelt niet als een baan, maar als een rollercoaster elke dag opnieuw en juist dát maakt het risicovol.” Ze benadrukt hoe belangrijk het is om mentaal afstand te houden. “Niet minder betrokken zijn, maar ook voor jezelf zorgen. Anders verlies je veerkracht en kun je ook niet goed voor het bedrijf zorgen.”
Die openheid geldt ook voor haar kijk op leiderschap. “Je hoeft niet alles te weten. Sterker nog: ervan uitgaan dat je níét alles weet, is net slimmer en brengt je verder.” Ze moedigt jonge ondernemers aan om input te vragen aan experten, feedback te zoeken en zich te omringen met ervaren mensen die hen aanvullen. “Kwetsbaarheid wordt vaak onderschat, maar het maakt je juist sterker.”
Haar ambitie voor de komende jaren bij Cantoni Therapeutics is helder. “Mijn grootste drijfveer, is om te aan te tonen dat de NNMT-remmers die we nu in het lab ontwikkelen, ook het beoogde effect bij patiënten hebben. Dat is de ultieme bekroning: zien dat iets waarin je gelooft, daadwerkelijk impact heeft.”
Kweekvlees: uitdagingen én doorbraken op weg naar impact
Voedsel en materialenDe weg naar een klimaatvriendelijk voedselsysteem is geen sprint, maar een marathon. Dat blijkt uit het contrast van de afgelopen weken bij Nederlandse kweekvleeskoplopers: waar Meatable de activiteiten moest staken, haalde Mosa Meat juist een nieuwe financieringsronde van 15 miljoen euro binnen. Twee nieuwsfeiten die samen één boodschap onderstrepen: de technologie is veelbelovend, maar de route naar schaal en impact blijft uitdagend.
Waarom is kweekvlees belangrijk?
Gecultiveerd vlees biedt een oplossing voor grote maatschappelijke uitdagingen: minder dierenleed, een lagere klimaatimpact en efficiënter gebruik van grondstoffen. Maar pionieren in een jonge sector vraagt om lange adem, stevige investeringen en een regelgevend kader dat innovatie niet in de weg zit.
Meatable staakt activiteiten
Meatable heeft aangekondigd dat het bedrijf op ordelijke wijze zal worden ontbonden en geliquideerd. Dit besluit volgt op het onvermogen om voldoende aanvullende financiering te verkrijgen om de activiteiten na 2026 voort te zetten. Dat meldt het bedrijf op de website. Bij hollandbio vinden we dat uiteraard erg jammer. Meer hierover kunnen we pas zeggen als Meatable daar zelf duidelijkheid over geeft.
Investeerders blijven geloven in de belofte
De kapitaalinjectie voor Mosa Meat bewijst dat hun investeerders vertrouwen houden in de lange termijn. Sterker nog: Mosa Meat claimt “de cost code te hebben gekraakt”. Voor 2,50 euro kan het bedrijf nu een kweekvleesburger maken – een cruciale stap richting betaalbaar kweekvlees die de belofte van deze dier- en klimaatvriendelijke eiwitbron dichterbij brengt dan ooit.
Wat betekent dit voor Nederland?
Het bitterzoete contrast tussen Meatable en Mosa Meat laat zien dat het belangrijk is om werk te maken van een innovatievriendelijk klimaat. Snellere toelatingsprocedures, duidelijke kaders en ruimte voor opschaling zijn cruciaal om te voorkomen dat slimme oplossingen sneuvelen voordat ze impact kunnen maken. Als we nu niet handelen, verliezen we niet alleen bedrijven, maar ook kansen om wereldwijd koploper te blijven in toekomstbestendige voedselinnovatie.
Profiteer van pioniersgeest
Laten we zorgen dat Nederland niet alleen pioniert, maar ook profiteert. Door barrières weg te nemen en samenwerking te stimuleren, kunnen we ervoor zorgen dat kweekvlees niet alleen een veelbelovende technologie blijft die gecontroleerd geproefd mag worden, maar ook een tastbare realiteit die iedere consument kan pakken uit het supermarktschap.
Hollandbio welcomes NexduX as new member
HollandbioHollandbio connects, represents, and supports the Dutch life science sector. We are very proud to represent over 270 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food, or the biobased economy. Today, we are happy to introduce NexduX. Founded in the Netherlands in 2024, NexduX supports Life Sciences organizations in navigating complex change across start-up, scale-up, and commercial manufacturing environments. NexduX provides next-generation leadership, IT, and digital solutions that integrate people, systems, and processes to make organizations smarter, safer, and scalable.
With deep experience in regulated Life Sciences manufacturing, NexduX works closely with executive teams, operations, quality, and technology (IT/OT) to deliver sustainable transformations. “Our approach combines strategic advisory, hands-on implementation, and interim leadership, ensuring that innovation is translated into real, compliant, and operational outcomes.
NexduX strongly believes in collaboration across the ecosystem. Innovation in Life Sciences does not happen in isolation, but through trusted partnerships between biotech companies, technology providers, regulators, and knowledge institutes. That belief is a key reason why NexduX is proud to join Hollandbio and contribute to strengthening the Dutch and European Life Sciences landscape.”
A few more words from NexduX
Who is NexduX?
“NexduX supports Life Sciences organizations through critical phases of growth and change, from early-stage scale-up to mature commercial manufacturing. We bring extensive experience in organizational leadership, digital manufacturing, IT and OT integration and quality and compliance systems in highly regulated environments.
Our work spans MES, QMS, ERP, laboratory and automation systems, cybersecurity, and digital infrastructure, always with a strong focus on compliance, operational excellence, and people. We are particularly experienced in greenfield and brownfield manufacturing setups, organizational build-up, and complex transformations where business, technology, and culture must evolve together.
At the core of NexduX is people leadership. We believe sustainable performance is achieved by empowering teams, creating clarity, and supporting people through change. This human-centered approach is essential in Life Sciences, where innovation ultimately serves patients.”
What is the importance of the Netherlands to NexduX?
“The Netherlands plays a central role in NexduX. With its strong Life Sciences ecosystem, leading academic centers, innovative biotech companies, and mature manufacturing landscape, it is an ideal environment for innovation and collaboration.
NexduX actively supports Dutch and European Life Sciences organizations by bringing international experience, proven transformation frameworks, and pragmatic leadership. We are committed to contributing to a resilient, compliant, and future-proof Life Sciences sector in the Netherlands.”
Why is NexduX joining Hollandbio?
“We see Hollandbio as a key connector within the Life Sciences ecosystem. Hollandbio understands the challenges faced by start-ups, scale-ups, and established companies alike, particularly in areas such as innovation, regulation, access to technology, and sustainable growth.
By joining Hollandbio, NexduX aims to actively contribute knowledge, experience, and practical insights to the community. We look forward to collaborating with members, supporting innovation-driven organizations through change, and contributing to a strong, connected, and forward-looking Life Sciences ecosystem in the Netherlands.”
Nederlandse biotech sector blinkt uit
InnovatieklimaatUit de oranje biotechindex van het Financieele Dagblad blijkt dat Nederlandse beursgenoteerde biotechbedrijven tot de wereldtop behoren. De zes Nederlandse biotechfondsen presteerden met een gemiddelde koerswinst van maar liefst 37% in 2025 ruim boven de AEX én internationale benchmarks als de Nasdaq Biotech Index (17%). Uitschieters als Merus (+114%, dankzij de overname door Genmab), Pharming (+54%), Uniqure (+36%) en NewAmsterdam Pharma (+37%) bewijzen dat Nederlandse biotech internationaal meetelt en investeerders weet te overtuigen. Wat zijn de kansen voor 2026?
Deze topprestaties zijn geen toeval: Nederland blinkt uit in innovatie, met twee keer zoveel internationale patentaanvragen en klinische trials per hoofd van de bevolking als het EU-gemiddelde. De sector is wereldwijd zichtbaar, maar de groep beursgenoteerde bedrijven krimpt door overnames en het vertrek van spelers als Galapagos. Nieuwe aanwas is dus cruciaal om de zichtbaarheid en het verdienvermogen op peil te houden.
De internationale biotechmarkt biedt volop kansen. De sector herstelt sterk, investeerders zoeken naar onderscheidende innovatie en 2026 belooft een topjaar te worden voor fusies en overnames. Therapeutische domeinen als obesitas en Alzheimer en cel- en gentherapieën staan volop in de belangstelling. Tegelijkertijd blijft het zaak om scherp te blijven op regelgeving, concurrentie en toegang tot kapitaal.
Het momentum is nu: Nederland heeft alles in huis om door te pakken. Structurele investeringen, een integrale strategie en optimale randvoorwaarden – van technologieoverdracht tot data-infrastructuur – zijn essentieel om de economische en maatschappelijke potentie van biotech volledig te benutten. De rode loper ligt uit, de seinen staan op groen: tijd om gas te geven en de internationale biotechmarkt te veroveren!
Subsidie langs de meetlat: Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten
Publicaties, FinancieringSubsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojectenaansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.
De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) stimuleert mkb’ers en wetenschappelijke instellingen om samen te werken aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten of diensten in de regeneratieve geneeskunde. De regeling is bedoeld voor consortia waarin minimaal één mkb-ondernemer en één wetenschappelijke instelling samenwerken aan een project. De SRGO biedt een combinatie van een lening en een subsidie tot maximaal €3 miljoen per project. Mkb-ondernemers ontvangen een lening van maximaal 50% van het totale bedrag voor eigen onderzoekskosten. De kennisinstellingen ontvangen een subsidie van tussen de 25% en 100%, afhankelijk van het soort onderzoek dat zij uitvoeren (fundamenteel, industrieel of experimenteel).
Wil een subsidie zoals de SRGO aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:
Hoe scoort de SRGO?
Wanneer we de SRGO langs onze meetlat leggen, zien we een gemengd beeld.
Het ophalen van vervolgfinanciering wordt met de SRGO niet makkelijk gemaakt. Waar een kennisinstelling tot wel 100% subsidie kan ontvangen, kan een bedrijf alleen een lening krijgen. Deze lening heeft een rente van 3% plus een opslag van 15% aan het eind van het project. Ook mag gedurende de looptijd van de lening geen uitkering worden gedaan aan aandeelhouders. Dit levert een score op van 2 uit 10.
Ook op het gebied van IP-bescherming scoort de SRGO laag: 3 op 10. De regeling legt een sterke nadruk op kennisdeling, en verplicht toepassing van de principes van Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Hierdoor heeft de kennisinstelling veel invloed op het IP dat tijdens het project ontstaat. Hoewel vooraf afspraken mogelijk zijn, pakt dit zelden gunstig uit voor ondernemers.
De administratieve last is een behoorlijke papierwinkel, al is die in verhouding tot de omvang van de te verkrijgen lening wel de moeite waard. De consortiumovereenkomst, leningsovereenkomst met RVO, jaarlijkse rapportages en het uitgebreid eindverslag met verplichte accountantsverklaring eisen veel tijd en kennis van mkb-ondernemers. Daarnaast wordt het subsidiebedrag niet in een keer uitgekeerd, maar in delen op basis van vooraf afgesproken mijlpalen. Dit levert een krappe voldoende op: 6 op 10.
Wat betreft zeggenschap scoort de SRGO een 4 op 10. Want hoewel de mkb-ondernemer penvoerder is, is de speelruimte klein. Strakke projecteisen, waaronder vaste begin-, midden- en eindmijlpalen, een minimum van 10% fundamenteel onderzoek en verplichtingen rond het aantal en type samenwerkingspartners, verkleinen de scope en pivoteerruimte.
De doorlooptijd is standaard 13 weken na sluiten van de aanvraagperiode. Dat is netjes en levert wat ons betreft een score op van 8 op 10.
Ook het budget is prima. Voor de bedrijven die aan de eisen voldoen is voldoende budget beschikbaar, dus geven we dat een 8 op 10.
Samenvattend is de SRGO vooral interessant voor consortia met een sterke onderzoekscomponent, en biedt zij voor marktgerichte innovatie weinig ruimte. Dit komt onder andere door de scheve en onwenselijke verdeling van bekostiging, waarbij bedrijven uitsluitend een lening krijgen en kennisinstellingen tot wel 100% subsidie kunnen ontvangen. Willen we écht werk maken van het toepassen van biotech in regeneratieve geneeskunde, dan moet deze regeling wat ons betreft meer ruimte bieden voor ondernemerschap. Innovaties naar de markt brengen is al complex genoeg – complexe financieringsstructuren en beperkende IP-voorwaarden helpen niet, maar remmen. Heb jij ervaring met de SRGO, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!
Groeistrategie medische biotech overhandigd aan minister Bruijn in Leiden
IJzersterk innovatieklimaat, Hollandbio, Innovatieklimaat, Uitgelicht, ProgrammaVanmiddag nam minister Jan Anthonie Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in Leiden, bij het LUMC, het rapport ‘Nederland in de voorhoede: rode biotech als sleutel tot wereldwijde concurrentiekracht; een groeistrategie voor economie, maatschappij en patiënt’ in ontvangst.
Het rapport kwam tot stand op verzoek van Peter Wennink, in het kader van de nationale investeringsagenda, en vormt de gezamenlijke inbreng van de Nederlandse rode biotechsector. Leiden Bio Science Park werd door Wennink gevraagd het voortouw te nemen bij de totstandkoming van het plan en deed dat samen met hollandbio, in nauwe samenwerking met partners in Leiden én met de andere Nederlandse science parks, waaronder Groningen, Amsterdam, Utrecht, Oss en Maastricht en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen.
Het rapport bevat een concrete strategie en aanpak om medische biotechnologie in Nederland versneld te laten groeien. Rode biotech maakt innovaties mogelijk die leiden tot snellere en betere diagnoses en tot gepersonaliseerde, effectievere behandelingen. Dat betekent betere zorg, betere levens voor patiënten en een duurzame bijdrage aan een toekomstbestendig zorgstelsel en een sterke economie. Juist op het snijvlak van gezondheid, maatschappij en verdienvermogen ligt een unieke kans voor Nederland in een sterk internationale markt.
Nederland beschikt over sterke clusters, hoogwaardige infrastructuur en internationaal erkende kennisinstellingen. Om dit potentieel te benutten, zijn gezamenlijke keuzes nodig: betere toegang tot kapitaal en talent, veilige en gedeelde toegang tot (bio)data, snellere en voorspelbare procedures voor vergunningen en klinisch onderzoek, en voldoende ruimte voor onderzoek, opschaling en productie.
Minister Bruijn (VWS): “Biotechnologie brengt ons geneesmiddelen die echt baanbrekend zijn. Het doorontwikkelen van deze sector is dan ook belangrijk voor Nederland en niet te vergeten de patiënt. Ik zet mij daar actief voor in en zal onder meer onze belangen in Europa behartigen om te komen tot goede wetgeving via de Europese BioTech Act. Ik dank alle betrokkenen die hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit rapport. Ik ga het met veel aandacht lezen.”
De sector stelt in het rapport onder meer de oprichting voor van een nationaal, politiek- en ministerie-overstijgend programma: Biotech Nexus. Dit programma moet kennisvalorisatie versnellen, bedrijven ondersteunen bij opschaling en gezamenlijk werken aan betere infrastructuur en snellere procedures.
“Rode biotech stelt ons in staat om ziekten eerder en nauwkeuriger te diagnosticeren en patiënten gerichter en effectiever te behandelen,” zegt Esther Peters, directeur van Leiden Bio Science Park. “Dat leidt tot betere zorg en betere levens. We willen als sector, samen met het ministerie en andere betrokken partijen, nu al aan de slag om te kijken wat er binnen de bestaande kaders mogelijk is om innovaties sneller bij de patiënt te brengen. Door als science parks, bedrijven, kennisinstellingen en overheid samen op te trekken, benutten we onze gezamenlijke kracht om dit mogelijk te maken.”
“Nederland is groot geworden door te doen, niet door af te wachten,” zegt Annemiek Verkamman, directeur van hollandbio. “Als we vandaag durven te investeren in innovatie en tegelijkertijd bouwen aan een zorgsysteem dat ook morgen werkt, is dat beter voor patiënten én de BV Nederland.”
Hiervoor is consistent en stimulerend overheidsbeleid over departementen heen nodig, met één duidelijke koers in plaats van tegelijk remmen en gasgeven,’ zegt Carla Vos, directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. ‘Ik hoop dat de oproep van Peter Wennink leidt tot beleid dat Nederland aantrekkelijker maakt voor het ontwikkelen, produceren en lanceren van nieuwe producten, zodat zowel de economie als de zorg kan profiteren van nieuwe therapieën.’