Wereldwijd lijden meer dan twee miljard mensen, vooral in ontwikkelingslanden, aan een tekort aan micronutriënten. Genetisch gemodificeerde planten kunnen deel uitmaken van een duurzame oplossing voor deze ‘verborgen honger’. Bijvoorbeeld door gewassen te verrijken met hogere concentraties micronutriënten, ook wel biofortificatie genoemd. In Nature Communications gaat een internationaal team van wetenschappers in op de mogelijkheden.
In de afgelopen 20 jaar hebben internationale onderzoekcentra verschillende gebiofortificeerde gewassen ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn mais en zoete aardappel met verhoogde vitamine A-gehaltes, of rijst en tarwe met meer ijzer en zink. Verschillende van deze gewassen zijn al succesvol geïntroduceerd in bepaalde ontwikkelingslanden, mét bewezen positieve effecten op algemene voeding en gezondheid.
Tegelijkertijd is er ook nog veel werk te doen om ervoor te zorgen dat dit type gewassen het komende decennium kan bijdragen aan het terugdringen van ‘verborgen honger’. Zo geven de wetenschappers de aanbeveling mee dat iedereen, ook in ontwikkelingslanden, toegang zou moeten krijgen tot dit voedsel. Ook is het belangrijk dat de gewassen lokaal geteeld kunnen worden, alleen zijn de wet- en regelgeving daar nog niet altijd klaar voor en bestaat er de angst voor weerstand tegen genetisch gemodificeerde gewassen.
Lees voor het hele artikel in Nature Communications hier verder.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-11-03 17:24:482020-11-04 12:43:49Genetisch gemodificeerde planten in de strijd tegen ‘verborgen honger’← #nieuws
Het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK), Invest-NL en het Europese Investeringfonds (EIF) slaan de handen ineen en maken flink kapitaal vrij om te investeren in innovatieve en kennisintensieve start- en scale-ups waartoe life sciences en biotech ook behoren.
HollandBIO is zeer enthousiast over de twee nieuwe fondsen die in het leven worden geroepen om in te spelen op de financieringsbehoefte van innovatieve start- en scale-ups. In lijn met recente toonaangevende rapporten zoals het AWTI-advies ‘Beter van start – De sleutel tot doorgroei van kennisintensieve startups’, pleit ook HollandBIO voor financiering die aansluit op de behoefte van dit type bedrijven. Biotech startups en scale-ups kennen een hoog risicoprofiel, lange ontwikkelhorizon en een grote kapitaalbehoefte waardoor zij grote moeite hebben met het aantrekken van financiering in de vroege fase. Beide fondsen helpen deze kennis- en kapitaalintensieve startups en scale-ups om de ‘Valley of Death’ te overbruggen en ze kansen te geven om door te groeien.
Deeptech Fonds focust op kennisintensieve start- en scale-ups
Het Deeptech Fonds is een initiatief van verschillende regionale spelers en wordt samen met het ministerie van EZK en Invest-NL verder vormgegeven. Kennisintensieve ondernemingen die worden ondersteund door Regionale Ontwikkelmaatschappijen (ROM’s) of andere marktpartijen, kunnen een beroep doen op dit nog nader uit te werken fonds.
Dutch Future Fund focust specifiek op innovatieve scale-ups
Het EIF, Invest-NL en het ministerie van EZK leggen respectievelijk €150 miljoen, €125 miljoen en €25 miljoen euro in om het Dutch Future Fund vorm te geven. Het fonds zal ondergebracht worden bij het EIF en investeert in eerste instantie in 15 tot 20 innovatieve scale-ups die de Nederlandse economie toekomstbestendig maken en bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid. De life sciences komt naar voren als focussector, en ook is er aandacht voor Key Enabling Technologies waar biotechnologie onder valt. De verwachting is dat het fonds in totaal €1,5 miljard aan MKB-investeringen losmaakt.
HollandBIO maakt werk van een ijzersterk innovatieklimaat in Nederland. Een van de belangrijke pijlers daarin is het financieringslandschap voor biotech bedrijven. HollandBIO zet zich ervoor in dat beide fondsen bijdragen aan een versteviging van het life sciences financieringslandschap.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-11-03 17:14:282020-11-03 17:14:28Dutch Future Fund en Deeptech Fonds versterken Nederlands financieringslandschap← #nieuws
UK biotech company, Deep Branch, has secured further investment to scale up the sustainable generation of protein that could transform food production and supply chains.
Complementing the REACT-FIRST project, the company is turning industrial emissions into novel protein sources for animal feed and now, with European Innovation Council (EIC) Accelerator funding of €2.5 million the company will be able to scale up the production process. The funding will go towards building a new facility at the Netherlands-based Brightlands Chemelot Campus, a hub for circular chemistry and chemical processes, which Deep Branch expects to be operational by Q2 2021.
Using microbes to convert CO2 from industrial emissions, into a new type of single-cell protein, called Proton™, Deep Branch has developed a low carbon animal feed with a nutritional profile that is comparable with fishmeal, the gold-standard protein source in aquafeed. However, unlike fishmeal, Proton™ can be produced year-round, reducing the impact of any seasonal fluctuations in price or yield.
The REACT-FIRST project supported by grant funding from Innovate UK, the UK’s Innovation Agency is the first-of-its-kind. It brings together 10 consortium partners from industry and academia that share a commitment to tackling the global climate crisis and achieving net zero carbon emissions in the food production industry. Extensive research and testing will help the partners to gather valuable data about the cost, digestibility, nutritional quality and carbon footprint of Proton™.
Working with renewable power company, Drax, as well as a consortium of industry leading partners, the technology has already been proven on a smaller scale. This latest funding will enable Deep Branch to scale up increasing production to enable animal feed manufacturers to expedite performance testing of the new protein.
Deep Branch was one of only two UK companies to be shortlisted for the EIC programme.
Peter Rowe, CEO of Deep Branch, said: “In the UK, and in Europe, poultry and farmed fish are usually fed on fishmeal and soy, which is mainly imported from South America and has a huge environmental impact. We are developing a new, sustainable way of producing animal feed, which reduces CO2 emissions by more than 90 percent, compared to the currently used protein sources.
“Setting up the pilot plant represents an important next step in finding the perfect recipe for Proton™ that meets the requirements of feed producers. We’ll be undertaking further trials with BioMar and AB Agri, two leading animal feed companies that support the salmon and poultry farming industries. Thanks to the EU’s Horizon 2020 research and innovation support, we can expand our production capacity to match the volumes that feed producers need to run these trials.
“Brightlands Chemelot Campus is the ideal location for our Scale-Up Centre, and there is a clear alignment between our goals and the facility’s overall ambitions for CO2 recycling and sustainable hydrogen use. The industrial site gives us the ability to scale up quickly and has room for a large-scale production facility as well as the raw materials to create Proton™. We have access to everything we need.”
Bert Kip, CEO of Brightlands Chemelot Campus, said: “Deep Branch fits into our sustainable profile perfectly, and is the first organization at this campus that is active in gas fermentation. This is another area where we can develop a leading position.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-11-03 15:23:272020-11-03 15:23:28Animal feed made from recycled carbon secures €2.5M European Innovation Council (EIC) Accelerator funding← #nieuws
Sanofi en Kiadis Pharma N.V. maken bekend dat zij een definitieve fusieovereenkomst hebben gesloten waarbij Sanofi zal aanbieden om alle uitstaande gewone aandelen, van Kiadis te verwerven tegen een prijs per aandeel van Kiadis van € 5,45 in contanten (272% premie ten opzichte van de slotkoers van 30 oktober 2020), wat een totale aangepaste waarde vertegenwoordigt van ongeveer € 308 miljoen. De Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Kiadis gaan unaniem akkoord met de voorgenomen transactie en bevelen het Bod aan aan houders van Kiadis’ Aandelen.
John Reed, M.D., Ph.D., Global Head of Research and Development van Sanofi, zegt in reactie, “Wij geloven dat het ‘off-the-shelf’ K-NK-celtechnologieplatform van Kiadis een brede toepassing zal hebben tegen bloedkanker en vaste tumoren, en synergieën zal creëren met de opkomende immuno-oncologiepijplijn van Sanofi, wat ons kansen biedt om potentiële best-in-disease-benaderingen na te streven.”
Arthur Lahr, Chief Executive Officer van Kiadis, zegt, “De visie van Kiadis is om patiënten met levensbedreigende aandoeningen nieuwe celtherapieën te kunnen bieden, en deze transactie zal helpen die visie te verwezenlijken. Na de stopzetting van ons belangrijkste kandidaatmedicijn en de daaropvolgende reorganisatie in 2019, hebben we Kiadis getransformeerd tot een volledig nieuwe onderneming die zich uitsluitend richt op het gepatenteerde en gedifferentieerde NK-celplatform dat we verkregen door de overname van CytoSen Therapeutics. Het bod van Sanofi getuigt overduidelijk van het unieke karakter van ons NK-celplatform en van de snelle succesvolle transformatie van Kiadis. De Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Kiadis zijn unaniem van mening dat Sanofi de middelen en de financiële kracht heeft om de ontwikkeling van onze NK-cel-producten te versnellen ten voordele van patiënten. Wij zijn van mening dat deze transactie een overtuigende waarde-propositie is voor aandeelhouders en een eerlijke afspiegeling van het potentieel van ons platform en onze pijplijn, gezien het risico/rendementsprofiel dat typisch is voor biotech en het kapitaal dat nodig is voor de uitvoering van onze plannen. Ten slotte biedt deze transactie uitstekende carrièremogelijkheden voor onze medewerkers, die door Sanofi zullen worden beschouwd als hun interne specialisten op het gebied van celtherapie.”
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-11-03 15:21:242020-11-03 15:21:25Sanofi doet bod tot overname van Kiadis voor €308 miljoen← #nieuws
The Protein Brewery, an innovative developer of protein-rich food ingredients, replacing animals in the food chain, today announces that it has raised a € 22 million Series A investment, bringing its total funding to date to € 26 million. The new investment round was led by Novo Holdings, joined by new investors Roquette Ventures and Unovis Asset Management. This diverse set of investors comprise global expertise in life-science and plant-based ingredients, a true focus on sustainable fermentation processes and a widespread, relevant network.
The Protein Brewery was founded in January 2020, resulting from a demerger of BioscienZ, an industrial biotechnology company developing new technologies based on microbial fermentation as a core competence. It was founded in 2010 by Wim de Laat, a molecular scientist with over 30 years’ experience in industrial fermentation. The Series A funding will enable The Protein Brewery to continue its R&D, cover operational costs as well as scaling up production of the Fermotein™ food ingredient. The Protein Brewery has already gained a lot of experience from smaller scale production of Fermotein™.
Integrating alternative proteins that successfully deliver on sustainable development goals is essential to feed a growing world population while taking care of the future of our planet and its people. The current global food market amounts to approximately €6.5 trillion. With Fermotein™, The Protein Brewery is well positioned to enter a €30 billion-plus market for alternative proteins, a market with huge growth potential. Fermotein™ will be available in both wet ‘cake’ product, as well as a dry powder form. The wet product can be used in applications such as meat alternatives or processed meats, while the dry version can be used as a food ingredient for a great variety of products including pasta, bakery products, protein bars, shakes, chocolate and ice cream. Due to the innovative nature, the Fermotein™ product requires regulatory approval for application as a food ingredient. The Protein Brewery is already in the application process for the US and European markets, with regulatory approval anticipated in 2021 in the US and 2022 in Europe.
Fermotein™ production technology comprises a unique combination of The Protein Brewery’s proprietary microorganisms (‘fungi’) combined with a highly cost-effective and easy-to-operate brewing process. This resulted in a food ingredient with an excellent nutritional profile and an amino acid composition similar to conventional meat. With Fermotein™’s unparalleled characteristics, such as using only 1% of land, 3% of CO2 and 5% of water compared to the use of land and water in the beef industry, it has one of the lowest ecological footprints of all proteins – animal-based and animal-free. Fermotein™ can be produced from a large variety of globally available, carbohydrate-rich, water-efficient and non-allergic crops such as casava, corn, potatoes, sugar beet and sugar cane, allowing for commercialization around the globe. Local production of proteins from local crops is a key competitive advantage to offer sustainable proteins on the market.
Wim de Laat, founder of The Protein Brewery: “Providing food for a population of 10 billion people by 2050 demands alternative scenarios. By continuously driving new technologies we are able to face such challenges. It is an important driver in our mission to contribute to a more sustainable world, developing novel ways of producing food proteins using fermentation technologies. The financial support and domain expertise of the investors in The Protein Brewery, are key milestones in executing our goals even more rapidly and broadly. It provides headway to take the next important step and move towards the realization of a pilot plant, demonstrating the process, the properties and benefits of our innovative and nutritious food ingredient. It is paramount in the development of our company to continue the journey with committed shareholders who share the know-how, drive and enthusiasm for producing natural based food.”
Thomas Grotkjær, Principal at Novo Holdings: “On behalf of the syndicate I would like to share our excitement of being involved in The Protein Brewery and their breakthrough fermentation technology. The Fermotein™ product is nutritious, has a very sustainable profile, and is applicable to a wide range of products demanded by consumers. With this product, the company is entering a fast-growing alternative proteins market. We look forward to grow the company commercially with Wim and his team and the other investors.”
The Protein Brewery meets the criteria the investors look for in an investment in this space, while the investors’ experience makes it a strong syndicate for The Protein Brewery. Roquette Ventures, investment company and liaised with a specialist food producer, has a strategic focus on innovative ways to feed the future, while unlocking the potential of nature. Unovis Asset Management, an experienced investor in alternative proteins, seeks opportunities that disrupt conventional animal agriculture, while providing wellness to all living beings. Novo Holdings, a scientifically driven investor with deep knowledge of fermentation processes, is especially interested in the state-of-the-art quality The Protein Brewery offers, which is superior to all current options in the marketplace.
Besides representation of the existing investors and Wim de Laat as a founder, the new investors will each be represented in the Supervisory Board; Thomas Grotkjær of Novo Holdings, Edouard Nuttin of Roquette Ventures and Kim Odhner of Unovis Asset Management.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-11-03 11:23:042020-11-03 11:23:22The Protein Brewery raises € 22 million Series A investment← #nieuws
Amarna Therapeutics, a Dutch privately held biotechnology company developing next-generation, SV40 based gene-replacement and immunotherapies across many disease areas, announced the appointment of former VP Operations and Managing Director at Kite Pharma EU, Dr. Markwin Velders to its Supervisory Board. Dr. Velders is presently Chair of HollandBIO – the association of Dutch biotech companies – and brings many years of experience from the biotech industry, specifically in the cell and gene therapy areas.
“After serving as interim CEO for Amarna until recently, his in-depth experience within and knowledge of the company, as well as Amarna’s relevant market will be a valuable addition to our Supervisory Board. We are delighted to welcome Markwin on board with his solid experience in the development and commercialization of gene therapies”, said Steen Klysner, CEO of Amarna Therapeutics BV. “His contribution will certainly be of great value in the upcoming clinical phase of our platform development.”
Markwin Velders´ career in the biotech industry includes management roles in research, development, quality management and business development. Before joining Kite, he was CSO at Dutch AM-Pharma, Business Unit Manager at TNO Biosciences, and CEO at SomantiX. After mediating the sale of the start-up T Cell Factory to Kite, he joined Kite Pharma to establish the company’s EU headquarters in Amsterdam, helping to advance clinical development, and playing a key role in preparing the commercial launch in Europe after the acquisition by Gilead.
Most recently, he was involved in the establishment of Kite’s CAR-T commercial manufacturing site in Hoofddorp, The Netherlands. Markwin Velders, who runs his own consultancy firm Prime Life Science, holds a PhD in Molecular Immunology and has authored or co-authored 40 scientific papers and publications.
“I am highly motivated and excited to be joining the Supervisory Board of Amarna Therapeutics,” said Markwin Velders. ”The company is at a very important development stage and its potential to transform gene therapy and immune therapies for autoimmune diseases, with its new and non-immunogenic viral delivery system, is impressive. I am looking forward to help Amarna develop into a mature and successful gene therapy developing company.“
Sapreme, a biotechnology company focused on improving the delivery and efficacy of macromolecule therapeutics, announced the appointment of Miriam Bujny, Ph.D., as Chief Development Officer. With over ten years of experience in drug discovery, translational science and early stage clinical development, Dr. Bujny will apply her expertise in RNA and antibody therapeutic development to further advance Sapreme’s proprietary endosomal escape platform through preclinical development. Dr. Bujny will be based at Sapreme’s headquarters in Utrecht, The Netherlands, and will report to the CEO.
“Throughout my career, I have seen the limitations of developing promising therapeutic candidates due to the lack of delivery into key cells,”commentedDr. Bujny, Chief Development Officer of Sapreme. “Sapreme is developing a promising platform, that has the ability to improve the delivery and thereby the efficacy for a broad range of macromolecules such as antibody-conjugated toxins and antisense oligonucleotides. I look forward to applying my experience and knowledge toward Sapreme’s mission of developing next-generation macromolecule therapeutics.”
Commenting on the appointment, Guy Hermans, Chief Executive Officer of Sapremesaid, “After recently announcing positive preclinical data on our proprietary endosomal escape platform, we are now concentrated on building out our team to accelerate the development of our compounds and identifying the full potential of our platform in the different therapeutic areas. Miriam’s experience in drug discovery and development as well as her demonstrated ability to strategically and operationally lead projects toward the next stage of development will be a valuable asset to us. We welcome Miriam to the team and look forward to working with her.”
Over the last ten years, Dr. Bujny has held leadership positions in various drug discovery and clinical development roles. Prior to joining Sapreme, Miriam worked at ProQR Therapeutics, a Dutch biotech company developing RNA therapies for severe genetic disorders, as Senior Director R&D. During her time at ProQR, she led the early development activities for a novel RNA therapy for Fuchs’ endothelial corneal dystrophy, a common inherited eye disease, from lead candidate optimization toward clinical development preparations. She also headed the Translational Science department and oversaw biomarker and assay development activities across a variety of RNA therapy programs for rare diseases. From 2012 to 2016, she worked in various roles for Janssen, part of the Pharmaceutical Companies of Johnson & Johnson, where she established and headed the predictive biomarker department at the Janssen Prevention Center. Before that, she worked on anti-viral antibody therapy development and contributed to early clinical development as preclinical in vitro lead. Prior to this, Miriam worked at Crucell, before its acquisition by Johnson & Johnson, in the Innovation & Discovery Labs on antibody discovery and engineering.
Dr. Bujny holds a Ph.D. in biochemistry from the University of Bristol with a specialization in endosomal transport. She completed postdoctoral training in the lab of Dr. Xiaowei Zhuang at Harvard University, specializing in developing imaging methods in order to apply them to biomedical questions.
Oud-RIVM-topman Ben van Zeijst draaide er in Nieuwsuur niet omheen: willen we in januari kunnen starten met vaccineren tegen corona, dan is een groot vaccinatieplan onmisbaar. Het is zaak ons nú al voor te bereiden.
Bij de invoer van coronavaccins zijn legio experts betrokken, die allemaal een stukje bijdragen aan de puzzel. Diverse partijen zitten al volop in deze voorbereidingen. CBG-directeur Ton de Boer lichtte vorige week vrijdag in Nieuwsuur uit hoe het CBG over de goedkeuring van vaccins gaat besluiten. Bij ontwikkelaars draait de productie in afwachting van dit resultaat alvast overuren. Daarnaast wachten we in spanning het advies van de Gezondheidsraad af, dat zich buigt over de hamvraag “wie eerst?”. En Agnes Kant, directeur van het bijwerkingencentrum Lareb, gaf op haar beurt eerder deze week bij Nieuwsuur aan hoe zij haar meldsysteem en mankracht opplust.
Hoewel we weten welke partijen stukjes aan moeten leveren, voelt het voor HollandBIO nog altijd of we bezig zijn met een enorme Wasgij-puzzel: een puzzel waarbij het eindresultaat op de doos ontbreekt. De eerder door VWS aangeboden routekaartbiedt contouren, maar heeft niet de voor fabrikanten benodigde resolutie. Want onduidelijk blijft wie wanneer welke informatie moet hebben voor een soepele invoer, op het vlak van zowel de beoordeling, als de communicatie en de logistiek. Zullen we gauw samen met alle betrokken experts het resultaat van deze puzzel uittekenen?
Bekijk hierde Nieuwsuur-aflevering met Ben van Zeijst en Ton de Boer (vanaf 13.39), of lees hierhet bijbehorende Nieuwsuur artikel.
Lees en bekijk hierhet Nieuwsuur-fragment met Agnes Kant.
UMC Utrecht-onderzoekers zijn erin geslaagd om in mini-organen in het laboratorium fouten in genen te repareren. Ze hebben dit gedaan met prime editing: een nieuwe CRISPR-Cas9 techniek waarmee je veilig en accuraat DNA in het genoom van cellen kunt aanpassen. “Dit biedt perspectief om in de toekomst vele aandoeningen die door genetische afwijkingen worden veroorzaakt te genezen”, zegt hoofdonderzoeker Sabine Fuchs.
De onderzoekers gebruikten onder meer leverorganoïden (mini-levers) van een patiënt met de ziekte van Wilson. Doordat deze patiënten koper niet goed kunnen verwerken, stapelt koper op in de lever en wordt het giftig. Ook in het lab sterven mini-levers van zulke patiënten bij blootstelling aan koper. Na genetische reparatie met prime editing bleven de organoïden van patiënten leven en groeien, zelfs in aanwezigheid van koper. Hetzelfde deden ze met darmorganoïden van patiënten met DGAT1, een ziekte waarbij vetten niet goed worden verwerkt en giftig worden. Dankzij genetische correctie konden darmorganoïden van patiënten wel overleven na blootstelling aan vet.
Zeven jaar geleden werd de CRISPR-Cas9 technologie voor het eerst toegepast om genen te knippen en plakken. Hierbij knip je een fout stukje DNA weg en bied je een nieuw, goed, stukje aan dat hopelijk in het DNA wordt ingebouwd. Dit blijkt in de praktijk niet altijd goed te gaan: het is erg foutgevoelig en inefficiënt. Sindsdien werken onderzoekers wereldwijd aan verfijndere methoden. Eén daarvan is base editing. Hiermee worden heel gericht gen-aanpassingen gemaakt. Het nadeel is dat base editing lang niet alle genetische foutjes kan corrigeren.
Prime editing is een nieuwe methode waarmee je in theorie vrijwel alle gendefecten kunt repareren. Sabine legt uit hoe het in grote lijnen werkt. “Bij prime editing wordt DNA niet doormidden geknipt, zoals met de schaar van CRISPR-Cas9, maar wordt een kleine incisie gemaakt in één van beide DNA-strengen. Op die plek wordt een nieuw stukje DNA geschreven door het prime-edit eiwit. Dit nieuwe DNA kan je zelf ontwerpen om zo vrijwel alle mogelijke patiëntmutaties te repareren. Dit nieuwe, gezonde stukje DNA kan vervolgens het foute stukje DNA vervangen, waardoor cellen weer correcte eiwitten kunnen produceren. Omdat het genetische materiaal gecorrigeerd is, zullen ook alle cellen die ontstaan na celdeling gecorrigeerd zijn. Het is dus een blijvende behandeling”
Met deze recent aan Harvard ontwikkelde techniek wordt nu wereldwijd veel geëxperimenteerd. In cellijnen in het laboratorium was het al gelukt precieze genetische aanpassingen te maken. “Nu zijn we er voor de eerste keer in geslaagd dit ook in organoïden direct afkomstig van cellen van patiënten te doen.” Organoïden zijn levende mini-organen, die in een schaaltje in het laboratorium gemaakt zijn van weefsel van een patiënt, en zo de genetische eigenschappen van deze patiënt dragen. “In deze organoïden zagen we dat we veel verschillende genetische veranderingen konden aanbrengen, veel meer dan mogelijk met bijvoorbeeld base editing. Ook vonden we geen nadelige genetische neveneffecten.”
De resultaten van dit onderzoek zijn een belangrijke stap in de richting van de behandeling van duizenden – tot nu toe onbehandelbare – aandoeningen die door een gendefect worden veroorzaakt. “Nu we weten dat de methode werkt zouden we cellen van zo’n patiënt in het lab kunnen repareren en ze vervolgens teruggeven. Een andere mogelijkheid is om genetische defecten te repareren in het lichaam van patiënten zelf. Natuurlijk is dit toekomstmuziek, maar wij werken hieraan om de vele onbehandelbare aandoeningen te kunnen verhelpen.”
Zo behandelt Sabine een jongetje met PFIC, een ernstige leveraandoening waarbij door een genetische afwijking galzouten niet goed kunnen worden afgevoerd. Omdat er geen goede behandeling is, ontwikkelde hij leverfalen en heeft hij een levertransplantatie ondergaan. Van zijn levercellen zijn in het laboratorium lever-organoïden gemaakt waarin de onderzoekers Imre en Indi nu met prime editing het gendefect proberen te repareren. Het jongetje zelf heeft hier helaas niets aan; hij heeft al een nieuwe lever gekregen. Maar voor zijn kleine zusje – met dezelfde aangeboren afwijking – kan dit misschien wel tot een behandeling leiden.
Sabine: “De volgende stap is om het gereedschap voor gencorrectie in een muismodel voor PFIC te testen. Als dan blijkt dat we op een veilige manier het genetische foutje in de muis veilig en effectief kunnen corrigeren, kunnen we denken aan behandeling van het zusje op een vergelijkbare manier. In dat geval zouden we het genetische gereedschap in vetbolletjes via het bloed naar de lever sturen om daar de eigen levercellen te repareren. Het zal nog jaren duren om aan te tonen dat dit werkt en dat er geen bijwerkingen zijn. Maar we werken hard om op tijd te zijn voor het zusje!” Logischerwijs is Sabine heel gelukkig met dit resultaat. “Ik werk al jaren met kinderen met ernstige stofwisselingsziekten. We weten tegenwoordig vaak precies wat er genetisch mankeert en wat het verloop is van zo’n, meestal ernstige, ziekte. Daarom is het zo frustrerend dat we veel van deze kinderen nog steeds niet goed kunnen behandelen. Met de resultaten van dit onderzoek lijken we nieuwe behandelmogelijkheden te kunnen ontwikkelen.”
Pharming Group N.V. (“Pharming” of “de “Onderneming”) (Euronext Amsterdam: PHARM), een gespecialiseerde farmaceutische onderneming die innovatieve producten ontwikkelt voor de veilige, effectieve behandeling van zeldzame aandoeningen en onvervulde medischebehoeften, maakt bekend dat de Europese Commissie (EC) de weesgeneesmiddelenstatus heeft verleend aan leniolisib voor de behandeling van geactiveerd fosfoïnositide 3-kinase deltasyndroom (APDS). Dit op basis van een positief advies van het comité voor weesgeneesmiddelen van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Aan leniolisib werd al in januari 2018 door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de weesgeneesmiddelenstatus toegekend voor “de behandeling van geactiveerd PI3Kδ-syndroom (APDS) of p110δ-activerende mutatie, die verouderende T-cellen, lymfadenopathie en immuundeficiëntie (PASLI)” veroorzaakt.
De weesgeneesmiddelenstatus van de Europese Commissie biedt bepaalde regulatoire, procedurele en financiële voordelen, zoals marktexclusiviteit in de EU gedurende tien jaar na goedkeuring. Om hiervoor in aanmerking te komen moet een geneesmiddel gericht zijn op de behandeling van een levensbedreigende of chronisch invaliderende aandoening die minder dan vijf op de 10.000 mensen in de EU treft, en waarbij de behandeling een aanzienlijk voordeel oplevert voor diegenen die deze aandoening treft, dan wel er geen passende behandeling beschikbaar is.
Sijmen de Vries, Chief Executive Officer van Pharming, zegt: “We zijn zeer verheugd over de verkrijging van de weesgeneesmiddelenstatus voor leniolisib van de Europese Commissie. Dit is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van dit medicijn voor de behandeling van APDS, een uiterst zeldzame en slopende ziekte. Omdat er momenteel geengoedgekeurde behandeling voorhanden is, kan leniolisib in potentie voorzien in een aanzienlijke onvervulde medische behoefte voor patiënten met APDS. Met leniolisib wordt op dit moment een klinische fase II/III registratiestudie gedaan. Het medicijn ligt nog steeds op schema om, na goedkeuring door de regelgevende instanties, in de tweede helft van 2022 op de markt te worden geïntroduceerd.”
Geactiveerd fosfoïnositide 3-kinase-delta (PI3Kδ) syndroom (APDS) wordt veroorzaakt door mutaties in het gen PIK3CD (Type 1 APDS) of PIK3R1 (Type 2 APDS) die PI3Kδ activeren. Synoniemen voor Type 1 en Type 2 APDS zijn respectievelijk PASLI-CD en PASLI-R1. PASLI is het acroniem voor p110δ-activerende mutatie die verouderende T-cellen, lymfadenopathie en immunodeficiëntie veroorzaakt.
APDS wordt gedefinieerd als een ultrazeldzame, genetische, primaire immuundeficiëntieziekte die wordt gekenmerkt door een verhoogde gevoeligheid voor terugkerende en/of ernstige bacteriële en virale infecties, chronische goedaardige lymfo-proliferatie en/of auto-immuunziekte. De incidentie van APDS over de hele wereld wordt momenteel geschat op 1-2 per miljoen. De diagnose APDS wordt gesteld door de genen PIK3CD en/of PIK3R1 te sequensen bij patiënten met een compatibel fenotype, d.w.z. immunodeficiëntie en lymf proliferatie van onbekende oorsprong.
Vanaf hun kindertijd ontwikkelen mensen met APDS terugkerende infecties, vooral in de longen, sinussen en oren. Na verloop van tijd kunnen terugkerende luchtweginfecties leiden tot een aandoening die bronchiëctasie wordt genoemd, die de doorgangen van de luchtpijp naar de longen (bronchiën) beschadigt en ademhalingsproblemen kan veroorzaken. Mensen met APDS kunnen ook chronische actieve virale infecties hebben, vaak Epstein-Barr-virus- of cytomegalovirus-infecties. Patiënten ontwikkelen ook vaak lymfomen en andere vormen van kanker.
Een ander mogelijk kenmerk van APDS is abnormale samenklontering van witte bloedcellen. Deze klonters kunnen leiden tot vergrote lymfeklieren (lymfadenopathie), of de witte bloedcellen kunnen zich opstapelen om vaste massa’s te vormen (nodulaire lymfoïde hyperplasie), meestal in de vochtige wanden van de luchtwegen of darmen. Hoewel lymfadenopathie en nodulaire lymfoïde hyperplasie goedaardig zijn, verhoogt APDS het risico op het ontwikkelen van een vorm van kanker die B-cellymfoom wordt genoemd.
Leniolisib is een klein-molecuul fosfoïnositide3-kinase delta (PI3Kẟ)-remmer met een immunomodulerende en mogelijk antineoplastische werking. Leniolisib remt de productie van fosfatidylinositol-3-4-5-trisfosfaat (PIP3). PIP3 dient als een belangrijke cellulaire boodschapper die specifiek Akt activeert (via PDK1) en reguleert een groot aantal celfuncties zoals proliferatie, differentiatie, cytokineproductie, celoverleving, angiogenese en metabolisme. In tegenstelling tot PI3Kα en PI3Kβ die alomtegenwoordig tot expressie worden gebracht, worden PI3Kẟen PI3Kγ voornamelijk tot expressie gebracht in cellen die van hematopoëtische oorsprong zijn. De centrale rol van PI3Kẟ bij het reguleren van talrijke functies van cellen van het adaptieve immuunsysteem (B-cellen en in mindere mate T-cellen) en het aangeboren immuunsysteem (neutrofielen, mestcellen en macrofagen) geeft sterk aan dat PI3Kẟ een geldig en potentieel effectief therapeutisch doelwit is voor APDS.
Leniolisib werd in 2019 in-gelicentieerd van Novartis. Hiermee vindt momenteel een klinische fase II/III-registratiestudie plaats, waarvoor patiënten worden gerekruteerd in klinische centra in de VS en Europa. Tot op heden is aangetoond dat leniolisib veilig is en goed wordt verdragen door zowel gezonde proefpersonen als APDS-patiënten tijdens de eerste klinische studie en in het lopende open-label verlengingsonderzoek.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-10-27 19:12:162020-10-27 19:12:17Pharming ontvangt van Europese Commissie weesgeneesmiddelenstatus voor leniolisib
Genetisch gemodificeerde planten in de strijd tegen ‘verborgen honger’
Voedsel en materialenWereldwijd lijden meer dan twee miljard mensen, vooral in ontwikkelingslanden, aan een tekort aan micronutriënten. Genetisch gemodificeerde planten kunnen deel uitmaken van een duurzame oplossing voor deze ‘verborgen honger’. Bijvoorbeeld door gewassen te verrijken met hogere concentraties micronutriënten, ook wel biofortificatie genoemd. In Nature Communications gaat een internationaal team van wetenschappers in op de mogelijkheden.
In de afgelopen 20 jaar hebben internationale onderzoekcentra verschillende gebiofortificeerde gewassen ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn mais en zoete aardappel met verhoogde vitamine A-gehaltes, of rijst en tarwe met meer ijzer en zink. Verschillende van deze gewassen zijn al succesvol geïntroduceerd in bepaalde ontwikkelingslanden, mét bewezen positieve effecten op algemene voeding en gezondheid.
Tegelijkertijd is er ook nog veel werk te doen om ervoor te zorgen dat dit type gewassen het komende decennium kan bijdragen aan het terugdringen van ‘verborgen honger’. Zo geven de wetenschappers de aanbeveling mee dat iedereen, ook in ontwikkelingslanden, toegang zou moeten krijgen tot dit voedsel. Ook is het belangrijk dat de gewassen lokaal geteeld kunnen worden, alleen zijn de wet- en regelgeving daar nog niet altijd klaar voor en bestaat er de angst voor weerstand tegen genetisch gemodificeerde gewassen.
Lees voor het hele artikel in Nature Communications hier verder.
Dutch Future Fund en Deeptech Fonds versterken Nederlands financieringslandschap
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtHet ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK), Invest-NL en het Europese Investeringfonds (EIF) slaan de handen ineen en maken flink kapitaal vrij om te investeren in innovatieve en kennisintensieve start- en scale-ups waartoe life sciences en biotech ook behoren.
HollandBIO is zeer enthousiast over de twee nieuwe fondsen die in het leven worden geroepen om in te spelen op de financieringsbehoefte van innovatieve start- en scale-ups. In lijn met recente toonaangevende rapporten zoals het AWTI-advies ‘Beter van start – De sleutel tot doorgroei van kennisintensieve startups’, pleit ook HollandBIO voor financiering die aansluit op de behoefte van dit type bedrijven. Biotech startups en scale-ups kennen een hoog risicoprofiel, lange ontwikkelhorizon en een grote kapitaalbehoefte waardoor zij grote moeite hebben met het aantrekken van financiering in de vroege fase. Beide fondsen helpen deze kennis- en kapitaalintensieve startups en scale-ups om de ‘Valley of Death’ te overbruggen en ze kansen te geven om door te groeien.
Deeptech Fonds focust op kennisintensieve start- en scale-ups
Het Deeptech Fonds is een initiatief van verschillende regionale spelers en wordt samen met het ministerie van EZK en Invest-NL verder vormgegeven. Kennisintensieve ondernemingen die worden ondersteund door Regionale Ontwikkelmaatschappijen (ROM’s) of andere marktpartijen, kunnen een beroep doen op dit nog nader uit te werken fonds.
Dutch Future Fund focust specifiek op innovatieve scale-ups
Het EIF, Invest-NL en het ministerie van EZK leggen respectievelijk €150 miljoen, €125 miljoen en €25 miljoen euro in om het Dutch Future Fund vorm te geven. Het fonds zal ondergebracht worden bij het EIF en investeert in eerste instantie in 15 tot 20 innovatieve scale-ups die de Nederlandse economie toekomstbestendig maken en bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid. De life sciences komt naar voren als focussector, en ook is er aandacht voor Key Enabling Technologies waar biotechnologie onder valt. De verwachting is dat het fonds in totaal €1,5 miljard aan MKB-investeringen losmaakt.
HollandBIO maakt werk van een ijzersterk innovatieklimaat in Nederland. Een van de belangrijke pijlers daarin is het financieringslandschap voor biotech bedrijven. HollandBIO zet zich ervoor in dat beide fondsen bijdragen aan een versteviging van het life sciences financieringslandschap.
Lees verder:
Animal feed made from recycled carbon secures €2.5M European Innovation Council (EIC) Accelerator funding
InnovatieklimaatUK biotech company, Deep Branch, has secured further investment to scale up the sustainable generation of protein that could transform food production and supply chains.
Complementing the REACT-FIRST project, the company is turning industrial emissions into novel protein sources for animal feed and now, with European Innovation Council (EIC) Accelerator funding of €2.5 million the company will be able to scale up the production process. The funding will go towards building a new facility at the Netherlands-based Brightlands Chemelot Campus, a hub for circular chemistry and chemical processes, which Deep Branch expects to be operational by Q2 2021.
Using microbes to convert CO2 from industrial emissions, into a new type of single-cell protein, called Proton™, Deep Branch has developed a low carbon animal feed with a nutritional profile that is comparable with fishmeal, the gold-standard protein source in aquafeed. However, unlike fishmeal, Proton™ can be produced year-round, reducing the impact of any seasonal fluctuations in price or yield.
The REACT-FIRST project supported by grant funding from Innovate UK, the UK’s Innovation Agency is the first-of-its-kind. It brings together 10 consortium partners from industry and academia that share a commitment to tackling the global climate crisis and achieving net zero carbon emissions in the food production industry. Extensive research and testing will help the partners to gather valuable data about the cost, digestibility, nutritional quality and carbon footprint of Proton™.
Working with renewable power company, Drax, as well as a consortium of industry leading partners, the technology has already been proven on a smaller scale. This latest funding will enable Deep Branch to scale up increasing production to enable animal feed manufacturers to expedite performance testing of the new protein.
Deep Branch was one of only two UK companies to be shortlisted for the EIC programme.
Peter Rowe, CEO of Deep Branch, said: “In the UK, and in Europe, poultry and farmed fish are usually fed on fishmeal and soy, which is mainly imported from South America and has a huge environmental impact. We are developing a new, sustainable way of producing animal feed, which reduces CO2 emissions by more than 90 percent, compared to the currently used protein sources.
“Setting up the pilot plant represents an important next step in finding the perfect recipe for Proton™ that meets the requirements of feed producers. We’ll be undertaking further trials with BioMar and AB Agri, two leading animal feed companies that support the salmon and poultry farming industries. Thanks to the EU’s Horizon 2020 research and innovation support, we can expand our production capacity to match the volumes that feed producers need to run these trials.
“Brightlands Chemelot Campus is the ideal location for our Scale-Up Centre, and there is a clear alignment between our goals and the facility’s overall ambitions for CO2 recycling and sustainable hydrogen use. The industrial site gives us the ability to scale up quickly and has room for a large-scale production facility as well as the raw materials to create Proton™. We have access to everything we need.”
Bert Kip, CEO of Brightlands Chemelot Campus, said: “Deep Branch fits into our sustainable profile perfectly, and is the first organization at this campus that is active in gas fermentation. This is another area where we can develop a leading position.”
Source: Deep Branche Biotechnology (Press release)
Sanofi doet bod tot overname van Kiadis voor €308 miljoen
InnovatieklimaatSanofi en Kiadis Pharma N.V. maken bekend dat zij een definitieve fusieovereenkomst hebben gesloten waarbij Sanofi zal aanbieden om alle uitstaande gewone aandelen, van Kiadis te verwerven tegen een prijs per aandeel van Kiadis van € 5,45 in contanten (272% premie ten opzichte van de slotkoers van 30 oktober 2020), wat een totale aangepaste waarde vertegenwoordigt van ongeveer € 308 miljoen. De Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Kiadis gaan unaniem akkoord met de voorgenomen transactie en bevelen het Bod aan aan houders van Kiadis’ Aandelen.
John Reed, M.D., Ph.D., Global Head of Research and Development van Sanofi, zegt in reactie, “Wij geloven dat het ‘off-the-shelf’ K-NK-celtechnologieplatform van Kiadis een brede toepassing zal hebben tegen bloedkanker en vaste tumoren, en synergieën zal creëren met de opkomende immuno-oncologiepijplijn van Sanofi, wat ons kansen biedt om potentiële best-in-disease-benaderingen na te streven.”
Arthur Lahr, Chief Executive Officer van Kiadis, zegt, “De visie van Kiadis is om patiënten met levensbedreigende aandoeningen nieuwe celtherapieën te kunnen bieden, en deze transactie zal helpen die visie te verwezenlijken. Na de stopzetting van ons belangrijkste kandidaatmedicijn en de daaropvolgende reorganisatie in 2019, hebben we Kiadis getransformeerd tot een volledig nieuwe onderneming die zich uitsluitend richt op het gepatenteerde en gedifferentieerde NK-celplatform dat we verkregen door de overname van CytoSen Therapeutics. Het bod van Sanofi getuigt overduidelijk van het unieke karakter van ons NK-celplatform en van de snelle succesvolle transformatie van Kiadis. De Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Kiadis zijn unaniem van mening dat Sanofi de middelen en de financiële kracht heeft om de ontwikkeling van onze NK-cel-producten te versnellen ten voordele van patiënten. Wij zijn van mening dat deze transactie een overtuigende waarde-propositie is voor aandeelhouders en een eerlijke afspiegeling van het potentieel van ons platform en onze pijplijn, gezien het risico/rendementsprofiel dat typisch is voor biotech en het kapitaal dat nodig is voor de uitvoering van onze plannen. Ten slotte biedt deze transactie uitstekende carrièremogelijkheden voor onze medewerkers, die door Sanofi zullen worden beschouwd als hun interne specialisten op het gebied van celtherapie.”
Lees volledige persbericht bij de bron.
The Protein Brewery raises € 22 million Series A investment
InnovatieklimaatThe Protein Brewery, an innovative developer of protein-rich food ingredients, replacing animals in the food chain, today announces that it has raised a € 22 million Series A investment, bringing its total funding to date to € 26 million. The new investment round was led by Novo Holdings, joined by new investors Roquette Ventures and Unovis Asset Management. This diverse set of investors comprise global expertise in life-science and plant-based ingredients, a true focus on sustainable fermentation processes and a widespread, relevant network.
The Protein Brewery was founded in January 2020, resulting from a demerger of BioscienZ, an industrial biotechnology company developing new technologies based on microbial fermentation as a core competence. It was founded in 2010 by Wim de Laat, a molecular scientist with over 30 years’ experience in industrial fermentation. The Series A funding will enable The Protein Brewery to continue its R&D, cover operational costs as well as scaling up production of the Fermotein™ food ingredient. The Protein Brewery has already gained a lot of experience from smaller scale production of Fermotein™.
Integrating alternative proteins that successfully deliver on sustainable development goals is essential to feed a growing world population while taking care of the future of our planet and its people. The current global food market amounts to approximately €6.5 trillion. With Fermotein™, The Protein Brewery is well positioned to enter a €30 billion-plus market for alternative proteins, a market with huge growth potential. Fermotein™ will be available in both wet ‘cake’ product, as well as a dry powder form. The wet product can be used in applications such as meat alternatives or processed meats, while the dry version can be used as a food ingredient for a great variety of products including pasta, bakery products, protein bars, shakes, chocolate and ice cream. Due to the innovative nature, the Fermotein™ product requires regulatory approval for application as a food ingredient. The Protein Brewery is already in the application process for the US and European markets, with regulatory approval anticipated in 2021 in the US and 2022 in Europe.
Fermotein™ production technology comprises a unique combination of The Protein Brewery’s proprietary microorganisms (‘fungi’) combined with a highly cost-effective and easy-to-operate brewing process. This resulted in a food ingredient with an excellent nutritional profile and an amino acid composition similar to conventional meat. With Fermotein™’s unparalleled characteristics, such as using only 1% of land, 3% of CO2 and 5% of water compared to the use of land and water in the beef industry, it has one of the lowest ecological footprints of all proteins – animal-based and animal-free. Fermotein™ can be produced from a large variety of globally available, carbohydrate-rich, water-efficient and non-allergic crops such as casava, corn, potatoes, sugar beet and sugar cane, allowing for commercialization around the globe. Local production of proteins from local crops is a key competitive advantage to offer sustainable proteins on the market.
Wim de Laat, founder of The Protein Brewery:
“Providing food for a population of 10 billion people by 2050 demands alternative scenarios.
By continuously driving new technologies we are able to face such challenges. It is an important driver in our mission to contribute to a more sustainable world, developing novel ways of producing food proteins using fermentation technologies.
The financial support and domain expertise of the investors in The Protein Brewery, are key milestones in executing our goals even more rapidly and broadly. It provides headway to take the next important step and move towards the realization of a pilot plant, demonstrating the process, the properties and benefits of our innovative and nutritious food ingredient. It is paramount in the development of our company to continue the journey with committed shareholders who share the know-how, drive and enthusiasm for producing natural based food.”
Thomas Grotkjær, Principal at Novo Holdings:
“On behalf of the syndicate I would like to share our excitement of being involved in The Protein Brewery and their breakthrough fermentation technology. The Fermotein™ product is nutritious, has a very sustainable profile, and is applicable to a wide range of products demanded by consumers. With this product, the company is entering a fast-growing alternative proteins market. We look forward to grow the company commercially with Wim and his team and the other investors.”
The Protein Brewery meets the criteria the investors look for in an investment in this space, while the investors’ experience makes it a strong syndicate for The Protein Brewery.
Roquette Ventures, investment company and liaised with a specialist food producer, has a strategic focus on innovative ways to feed the future, while unlocking the potential of nature.
Unovis Asset Management, an experienced investor in alternative proteins, seeks opportunities that disrupt conventional animal agriculture, while providing wellness to all living beings. Novo Holdings, a scientifically driven investor with deep knowledge of fermentation processes, is especially interested in the state-of-the-art quality The Protein Brewery offers, which is superior to all current options in the marketplace.
Besides representation of the existing investors and Wim de Laat as a founder, the new investors will each be represented in the Supervisory Board; Thomas Grotkjær of Novo Holdings, Edouard Nuttin of Roquette Ventures and Kim Odhner of Unovis Asset Management.
Source: The Protein Brewery (Press release)
Amarna Therapeutics Appoints Kite Pharma veteran Dr. Markwin Velders to its Supervisory Board
InnovatieklimaatAmarna Therapeutics, a Dutch privately held biotechnology company developing next-generation, SV40 based gene-replacement and immunotherapies across many disease areas, announced the appointment of former VP Operations and Managing Director at Kite Pharma EU, Dr. Markwin Velders to its Supervisory Board. Dr. Velders is presently Chair of HollandBIO – the association of Dutch biotech companies – and brings many years of experience from the biotech industry, specifically in the cell and gene therapy areas.
“After serving as interim CEO for Amarna until recently, his in-depth experience within and knowledge of the company, as well as Amarna’s relevant market will be a valuable addition to our Supervisory Board. We are delighted to welcome Markwin on board with his solid experience in the development and commercialization of gene therapies”, said Steen Klysner, CEO of Amarna Therapeutics BV. “His contribution will certainly be of great value in the upcoming clinical phase of our platform development.”
Markwin Velders´ career in the biotech industry includes management roles in research, development, quality management and business development. Before joining Kite, he was CSO at Dutch AM-Pharma, Business Unit Manager at TNO Biosciences, and CEO at SomantiX. After mediating the sale of the start-up T Cell Factory to Kite, he joined Kite Pharma to establish the company’s EU headquarters in Amsterdam, helping to advance clinical development, and playing a key role in preparing the commercial launch in Europe after the acquisition by Gilead.
Most recently, he was involved in the establishment of Kite’s CAR-T commercial manufacturing site in Hoofddorp, The Netherlands. Markwin Velders, who runs his own consultancy firm Prime Life Science, holds a PhD in Molecular Immunology and has authored or co-authored 40 scientific papers and publications.
“I am highly motivated and excited to be joining the Supervisory Board of Amarna Therapeutics,” said Markwin Velders. ”The company is at a very important development stage and its potential to transform gene therapy and immune therapies for autoimmune diseases, with its new and non-immunogenic viral delivery system, is impressive. I am looking forward to help Amarna develop into a mature and successful gene therapy developing company.“
Source: Amarna (Press release)
Sapreme Appoints Miriam Bujny as Chief Development Officer
GezondheidSapreme, a biotechnology company focused on improving the delivery and efficacy of macromolecule therapeutics, announced the appointment of Miriam Bujny, Ph.D., as Chief Development Officer. With over ten years of experience in drug discovery, translational science and early stage clinical development, Dr. Bujny will apply her expertise in RNA and antibody therapeutic development to further advance Sapreme’s proprietary endosomal escape platform through preclinical development. Dr. Bujny will be based at Sapreme’s headquarters in Utrecht, The Netherlands, and will report to the CEO.
“Throughout my career, I have seen the limitations of developing promising therapeutic candidates due to the lack of delivery into key cells,” commented Dr. Bujny, Chief Development Officer of Sapreme. “Sapreme is developing a promising platform, that has the ability to improve the delivery and thereby the efficacy for a broad range of macromolecules such as antibody-conjugated toxins and antisense oligonucleotides. I look forward to applying my experience and knowledge toward Sapreme’s mission of developing next-generation macromolecule therapeutics.”
Commenting on the appointment, Guy Hermans, Chief Executive Officer of Sapreme said, “After recently announcing positive preclinical data on our proprietary endosomal escape platform, we are now concentrated on building out our team to accelerate the development of our compounds and identifying the full potential of our platform in the different therapeutic areas. Miriam’s experience in drug discovery and development as well as her demonstrated ability to strategically and operationally lead projects toward the next stage of development will be a valuable asset to us. We welcome Miriam to the team and look forward to working with her.”
Over the last ten years, Dr. Bujny has held leadership positions in various drug discovery and clinical development roles. Prior to joining Sapreme, Miriam worked at ProQR Therapeutics, a Dutch biotech company developing RNA therapies for severe genetic disorders, as Senior Director R&D. During her time at ProQR, she led the early development activities for a novel RNA therapy for Fuchs’ endothelial corneal dystrophy, a common inherited eye disease, from lead candidate optimization toward clinical development preparations. She also headed the Translational Science department and oversaw biomarker and assay development activities across a variety of RNA therapy programs for rare diseases. From 2012 to 2016, she worked in various roles for Janssen, part of the Pharmaceutical Companies of Johnson & Johnson, where she established and headed the predictive biomarker department at the Janssen Prevention Center. Before that, she worked on anti-viral antibody therapy development and contributed to early clinical development as preclinical in vitro lead. Prior to this, Miriam worked at Crucell, before its acquisition by Johnson & Johnson, in the Innovation & Discovery Labs on antibody discovery and engineering.
Dr. Bujny holds a Ph.D. in biochemistry from the University of Bristol with a specialization in endosomal transport. She completed postdoctoral training in the lab of Dr. Xiaowei Zhuang at Harvard University, specializing in developing imaging methods in order to apply them to biomedical questions.
Source: Sapreme (Press release)
Draaiboek implementatie coronavaccins nodig
Gezondheid, UitgelichtOud-RIVM-topman Ben van Zeijst draaide er in Nieuwsuur niet omheen: willen we in januari kunnen starten met vaccineren tegen corona, dan is een groot vaccinatieplan onmisbaar. Het is zaak ons nú al voor te bereiden.
Bij de invoer van coronavaccins zijn legio experts betrokken, die allemaal een stukje bijdragen aan de puzzel. Diverse partijen zitten al volop in deze voorbereidingen. CBG-directeur Ton de Boer lichtte vorige week vrijdag in Nieuwsuur uit hoe het CBG over de goedkeuring van vaccins gaat besluiten. Bij ontwikkelaars draait de productie in afwachting van dit resultaat alvast overuren. Daarnaast wachten we in spanning het advies van de Gezondheidsraad af, dat zich buigt over de hamvraag “wie eerst?”. En Agnes Kant, directeur van het bijwerkingencentrum Lareb, gaf op haar beurt eerder deze week bij Nieuwsuur aan hoe zij haar meldsysteem en mankracht opplust.
Hoewel we weten welke partijen stukjes aan moeten leveren, voelt het voor HollandBIO nog altijd of we bezig zijn met een enorme Wasgij-puzzel: een puzzel waarbij het eindresultaat op de doos ontbreekt. De eerder door VWS aangeboden routekaart biedt contouren, maar heeft niet de voor fabrikanten benodigde resolutie. Want onduidelijk blijft wie wanneer welke informatie moet hebben voor een soepele invoer, op het vlak van zowel de beoordeling, als de communicatie en de logistiek. Zullen we gauw samen met alle betrokken experts het resultaat van deze puzzel uittekenen?
Bekijk hier de Nieuwsuur-aflevering met Ben van Zeijst en Ton de Boer (vanaf 13.39), of lees hier het bijbehorende Nieuwsuur artikel.
Lees en bekijk hier het Nieuwsuur-fragment met Agnes Kant.
Genen veilig gerepareerd in mini-organen
GezondheidUMC Utrecht-onderzoekers zijn erin geslaagd om in mini-organen in het laboratorium fouten in genen te repareren. Ze hebben dit gedaan met prime editing: een nieuwe CRISPR-Cas9 techniek waarmee je veilig en accuraat DNA in het genoom van cellen kunt aanpassen. “Dit biedt perspectief om in de toekomst vele aandoeningen die door genetische afwijkingen worden veroorzaakt te genezen”, zegt hoofdonderzoeker Sabine Fuchs.
Dit onderzoek, uitgevoerd door de promovendi Imre Schene en Indi Joore (op de foto), is gepubliceerd in Nature Communications op 23 oktober.
De onderzoekers gebruikten onder meer leverorganoïden (mini-levers) van een patiënt met de ziekte van Wilson. Doordat deze patiënten koper niet goed kunnen verwerken, stapelt koper op in de lever en wordt het giftig. Ook in het lab sterven mini-levers van zulke patiënten bij blootstelling aan koper. Na genetische reparatie met prime editing bleven de organoïden van patiënten leven en groeien, zelfs in aanwezigheid van koper. Hetzelfde deden ze met darmorganoïden van patiënten met DGAT1, een ziekte waarbij vetten niet goed worden verwerkt en giftig worden. Dankzij genetische correctie konden darmorganoïden van patiënten wel overleven na blootstelling aan vet.
Zeven jaar geleden werd de CRISPR-Cas9 technologie voor het eerst toegepast om genen te knippen en plakken. Hierbij knip je een fout stukje DNA weg en bied je een nieuw, goed, stukje aan dat hopelijk in het DNA wordt ingebouwd. Dit blijkt in de praktijk niet altijd goed te gaan: het is erg foutgevoelig en inefficiënt. Sindsdien werken onderzoekers wereldwijd aan verfijndere methoden. Eén daarvan is base editing. Hiermee worden heel gericht gen-aanpassingen gemaakt. Het nadeel is dat base editing lang niet alle genetische foutjes kan corrigeren.
Prime editing is een nieuwe methode waarmee je in theorie vrijwel alle gendefecten kunt repareren. Sabine legt uit hoe het in grote lijnen werkt. “Bij prime editing wordt DNA niet doormidden geknipt, zoals met de schaar van CRISPR-Cas9, maar wordt een kleine incisie gemaakt in één van beide DNA-strengen. Op die plek wordt een nieuw stukje DNA geschreven door het prime-edit eiwit. Dit nieuwe DNA kan je zelf ontwerpen om zo vrijwel alle mogelijke patiëntmutaties te repareren. Dit nieuwe, gezonde stukje DNA kan vervolgens het foute stukje DNA vervangen, waardoor cellen weer correcte eiwitten kunnen produceren. Omdat het genetische materiaal gecorrigeerd is, zullen ook alle cellen die ontstaan na celdeling gecorrigeerd zijn. Het is dus een blijvende behandeling”
Met deze recent aan Harvard ontwikkelde techniek wordt nu wereldwijd veel geëxperimenteerd. In cellijnen in het laboratorium was het al gelukt precieze genetische aanpassingen te maken. “Nu zijn we er voor de eerste keer in geslaagd dit ook in organoïden direct afkomstig van cellen van patiënten te doen.” Organoïden zijn levende mini-organen, die in een schaaltje in het laboratorium gemaakt zijn van weefsel van een patiënt, en zo de genetische eigenschappen van deze patiënt dragen. “In deze organoïden zagen we dat we veel verschillende genetische veranderingen konden aanbrengen, veel meer dan mogelijk met bijvoorbeeld base editing. Ook vonden we geen nadelige genetische neveneffecten.”
De resultaten van dit onderzoek zijn een belangrijke stap in de richting van de behandeling van duizenden – tot nu toe onbehandelbare – aandoeningen die door een gendefect worden veroorzaakt. “Nu we weten dat de methode werkt zouden we cellen van zo’n patiënt in het lab kunnen repareren en ze vervolgens teruggeven. Een andere mogelijkheid is om genetische defecten te repareren in het lichaam van patiënten zelf. Natuurlijk is dit toekomstmuziek, maar wij werken hieraan om de vele onbehandelbare aandoeningen te kunnen verhelpen.”
Zo behandelt Sabine een jongetje met PFIC, een ernstige leveraandoening waarbij door een genetische afwijking galzouten niet goed kunnen worden afgevoerd. Omdat er geen goede behandeling is, ontwikkelde hij leverfalen en heeft hij een levertransplantatie ondergaan. Van zijn levercellen zijn in het laboratorium lever-organoïden gemaakt waarin de onderzoekers Imre en Indi nu met prime editing het gendefect proberen te repareren. Het jongetje zelf heeft hier helaas niets aan; hij heeft al een nieuwe lever gekregen. Maar voor zijn kleine zusje – met dezelfde aangeboren afwijking – kan dit misschien wel tot een behandeling leiden.
Sabine: “De volgende stap is om het gereedschap voor gencorrectie in een muismodel voor PFIC te testen. Als dan blijkt dat we op een veilige manier het genetische foutje in de muis veilig en effectief kunnen corrigeren, kunnen we denken aan behandeling van het zusje op een vergelijkbare manier. In dat geval zouden we het genetische gereedschap in vetbolletjes via het bloed naar de lever sturen om daar de eigen levercellen te repareren. Het zal nog jaren duren om aan te tonen dat dit werkt en dat er geen bijwerkingen zijn. Maar we werken hard om op tijd te zijn voor het zusje!”
Logischerwijs is Sabine heel gelukkig met dit resultaat. “Ik werk al jaren met kinderen met ernstige stofwisselingsziekten. We weten tegenwoordig vaak precies wat er genetisch mankeert en wat het verloop is van zo’n, meestal ernstige, ziekte. Daarom is het zo frustrerend dat we veel van deze kinderen nog steeds niet goed kunnen behandelen. Met de resultaten van dit onderzoek lijken we nieuwe behandelmogelijkheden te kunnen ontwikkelen.”
Bron: UMC Utrecht (Persbericht)
Pharming ontvangt van Europese Commissie weesgeneesmiddelenstatus voor leniolisib
GezondheidPharming Group N.V. (“Pharming” of “de “Onderneming”) (Euronext Amsterdam: PHARM), een gespecialiseerde farmaceutische onderneming die innovatieve producten ontwikkelt voor de veilige, effectieve behandeling van zeldzame aandoeningen en onvervulde medischebehoeften, maakt bekend dat de Europese Commissie (EC) de weesgeneesmiddelenstatus heeft verleend aan leniolisib voor de behandeling van geactiveerd fosfoïnositide 3-kinase deltasyndroom (APDS). Dit op basis van een positief advies van het comité voor weesgeneesmiddelen van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Aan leniolisib werd al in januari 2018 door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de weesgeneesmiddelenstatus toegekend voor “de behandeling van geactiveerd PI3Kδ-syndroom (APDS) of p110δ-activerende mutatie, die verouderende T-cellen, lymfadenopathie en immuundeficiëntie (PASLI)” veroorzaakt.
De weesgeneesmiddelenstatus van de Europese Commissie biedt bepaalde regulatoire, procedurele en financiële voordelen, zoals marktexclusiviteit in de EU gedurende tien jaar na goedkeuring. Om hiervoor in aanmerking te komen moet een geneesmiddel gericht zijn op de behandeling van een levensbedreigende of chronisch invaliderende aandoening die minder dan vijf op de 10.000 mensen in de EU treft, en waarbij de behandeling een aanzienlijk voordeel oplevert voor diegenen die deze aandoening treft, dan wel er geen passende behandeling beschikbaar is.
Sijmen de Vries, Chief Executive Officer van Pharming, zegt: “We zijn zeer verheugd over de verkrijging van de weesgeneesmiddelenstatus voor leniolisib van de Europese Commissie. Dit is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van dit medicijn voor de behandeling van APDS, een uiterst zeldzame en slopende ziekte. Omdat er momenteel geengoedgekeurde behandeling voorhanden is, kan leniolisib in potentie voorzien in een aanzienlijke onvervulde medische behoefte voor patiënten met APDS. Met leniolisib wordt op dit moment een klinische fase II/III registratiestudie gedaan. Het medicijn ligt nog steeds op schema om, na goedkeuring door de regelgevende instanties, in de tweede helft van 2022 op de markt te worden geïntroduceerd.”
Geactiveerd fosfoïnositide 3-kinase-delta (PI3Kδ) syndroom (APDS) wordt veroorzaakt door mutaties in het gen PIK3CD (Type 1 APDS) of PIK3R1 (Type 2 APDS) die PI3Kδ activeren. Synoniemen voor Type 1 en Type 2 APDS zijn respectievelijk PASLI-CD en PASLI-R1. PASLI is het acroniem voor p110δ-activerende mutatie die verouderende T-cellen, lymfadenopathie en immunodeficiëntie veroorzaakt.
APDS wordt gedefinieerd als een ultrazeldzame, genetische, primaire immuundeficiëntieziekte die wordt gekenmerkt door een verhoogde gevoeligheid voor terugkerende en/of ernstige bacteriële en virale infecties, chronische goedaardige lymfo-proliferatie en/of auto-immuunziekte. De incidentie van APDS over de hele wereld wordt momenteel geschat op 1-2 per miljoen. De diagnose APDS wordt gesteld door de genen PIK3CD en/of PIK3R1 te sequensen bij patiënten met een compatibel fenotype, d.w.z. immunodeficiëntie en lymf proliferatie van onbekende oorsprong.
Vanaf hun kindertijd ontwikkelen mensen met APDS terugkerende infecties, vooral in de longen, sinussen en oren. Na verloop van tijd kunnen terugkerende luchtweginfecties leiden tot een aandoening die bronchiëctasie wordt genoemd, die de doorgangen van de luchtpijp naar de longen (bronchiën) beschadigt en ademhalingsproblemen kan veroorzaken. Mensen met APDS kunnen ook chronische actieve virale infecties hebben, vaak Epstein-Barr-virus- of cytomegalovirus-infecties. Patiënten ontwikkelen ook vaak lymfomen en andere vormen van kanker.
Een ander mogelijk kenmerk van APDS is abnormale samenklontering van witte bloedcellen. Deze klonters kunnen leiden tot vergrote lymfeklieren (lymfadenopathie), of de witte bloedcellen kunnen zich opstapelen om vaste massa’s te vormen (nodulaire lymfoïde hyperplasie), meestal in de vochtige wanden van de luchtwegen of darmen. Hoewel lymfadenopathie en nodulaire lymfoïde hyperplasie goedaardig zijn, verhoogt APDS het risico op het ontwikkelen van een vorm van kanker die B-cellymfoom wordt genoemd.
Leniolisib is een klein-molecuul fosfoïnositide3-kinase delta (PI3Kẟ)-remmer met een immunomodulerende en mogelijk antineoplastische werking. Leniolisib remt de productie van fosfatidylinositol-3-4-5-trisfosfaat (PIP3). PIP3 dient als een belangrijke cellulaire boodschapper die specifiek Akt activeert (via PDK1) en reguleert een groot aantal celfuncties zoals proliferatie, differentiatie, cytokineproductie, celoverleving, angiogenese en metabolisme. In tegenstelling tot PI3Kα en PI3Kβ die alomtegenwoordig tot expressie worden gebracht, worden PI3Kẟen PI3Kγ voornamelijk tot expressie gebracht in cellen die van hematopoëtische oorsprong zijn. De centrale rol van PI3Kẟ bij het reguleren van talrijke functies van cellen van het adaptieve immuunsysteem (B-cellen en in mindere mate T-cellen) en het aangeboren immuunsysteem (neutrofielen, mestcellen en macrofagen) geeft sterk aan dat PI3Kẟ een geldig en potentieel effectief therapeutisch doelwit is voor APDS.
Leniolisib werd in 2019 in-gelicentieerd van Novartis. Hiermee vindt momenteel een klinische fase II/III-registratiestudie plaats, waarvoor patiënten worden gerekruteerd in klinische centra in de VS en Europa. Tot op heden is aangetoond dat leniolisib veilig is en goed wordt verdragen door zowel gezonde proefpersonen als APDS-patiënten tijdens de eerste klinische studie en in het lopende open-label verlengingsonderzoek.
Bron: Pharming (Persbericht)