← #ondernemershighlights
Diederik Mud
Bionomic

Overdag stagiair, ’s avonds biotechondernemer

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je koers als de risico’s groot zijn, de financiering onzeker is en de ontwikkeling jaren duurt? We spraken Diederik Mud, co-founder van Bionomic, over de overstap van een studieproject in diagnostiek naar een eigen bedrijf in ziektebehandeling bij planten, de moeizame realiteit van lange toelatingsroutes en de charme van avondmaaltijden op kantoor tijdens het bouwen van een start-up.

Diederik is één van de oprichters van Bionomic, een bedrijf dat werkt aan biopesticiden. Het zaadje werd geplant tijdens zijn tijd aan de Hogeschool Leiden, waar hij samen met medeoprichter Stan Aanhane een project deed waarin ze een diagnostische tool ontwikkelden voor fusariumschimmels bij tulpenbollen.

Hoewel het studieproject zich richtte op diagnostiek, bleek al snel dat de echte urgentie voor de agrarische sector ergens anders lag. “Het grotere probleem is dat de chemische middelen binnen de sector afgebouwd moeten worden, maar tegelijkertijd blijft het aanbod van biologische alternatieven nog te beperkt.” Dat inzicht leidde tot Bionomic: een bedrijf dat op biologische wijze gewassen wil beschermen tegen hardnekkige schimmels.

Na zijn tijd aan de Hogeschool Leiden deed Diederik nog een masteropleiding Life Sciences & Business Studies in Leiden en liep hij overdag stage bij Johnson & Johnson. In die periode werkte hij samen met Stan in de avonduren door aan Bionomic. Overdag liepen beide stage en ’s avonds zaten zij op het kantoortje op het LBSP. Het avondeten werd op kantoor opgewarmd. “In de avonduren hebben we de basis gelegd van wat het bedrijf nu is”, vertelt hij. Die ‘houtje-touwtje’-fase gaf hem echt het ondernemerschapsgevoel: bouwen aan iets dat groter kan worden. Inmiddels heeft Bionomic een product waarvan ze in het veld kunnen aantonen dat het doet wat het moet doen, en waarbij ook de eerste tox- en ecotoxstudies zijn uitgevoerd.

Diederik noemt het zelf “best wel gek” om al zo vroeg te starten. “In de basis werd je opgeleid als techneut,” zegt hij, “dus het was een stap om qua mindset echt vanuit het onderzoekende naar het ondernemende te gaan.”

Op de vraag of het een voordeel of een nadeel is als je nog weinig ‘ondernemersbagage’ hebt, antwoordt hij: “Ik denk wel allebei. Onervarenheid zorgt ervoor dat je soms keuzes maakt die je met de kennis van nu misschien anders zou maken, maar juist daardoor ook stappen zet. Zo waren we aan het begin niet bekend met de enorme doorlooptijd (tot wel 10 jaar) van toelatingen in Europa. Die realiteit schrikt af, maar ergens vond ik het ook een mooie uitdaging: hoe los je dit soort problemen op?”

Toch zit het Diederik nog dwars. Het toelatingsproces voor gewasbeschermingsmiddelen is in Europa complex en traag en niet goed genoeg

ingericht voor innovatie. “Het hele framework is ingericht op het chemische. Het is lastig om daar met een biologisch middel tussen te komen.”

Dat maakt Europa als ‘launching market’ moeilijk en zorgt ervoor dat Bionomic ook naar andere markten kijkt. Tijdens een innovatiemissie in Brazilië zagen Diederik en Stan dat de goedkeuring voor nieuwe gewasbeschermingstechnieken daar tot wel acht keer zo snel kan gaan als in Nederland.

En daar wringt het, juist omdat de innovatie in Nederland ontstaat. “Het is jammer,” zegt Diederik. “We hebben heel veel contact gehad met verschillende telers en als je ze dan vervolgens moet vertellen dat ze nog 8 tot 10 jaar moeten wachten, dat vind ik gewoon ontzettend jammer.”

Diederik zou graag zien dat de producten van Bionomic snel voor de Nederlandse landbouwsector beschikbaar zijn, maar kijkt ook naar de internationale realiteit. “We lopen een beetje achter de feiten aan in Europa.” Een patroon dat wat hollandbio betreft niet alleen bij gewasbescherming zichtbaar is, maar breder in de biotech speelt, en waar ook Diederik zich over verwondert. “Dat kan toch niet echt de bedoeling zijn? Studies en onderbouwing zijn hartstikke belangrijk, maar het wringt dat vergelijkbare kwaliteit elders sneller kan leiden tot markttoegang.”

← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

Bijna de helft van de weesgeneesmiddelen niet beschikbaar voor Nederlandse patiënten 

, ,

1,2 miljoen mensen in Nederland leven met een zeldzame aandoening, vaak zonder uitzicht op een effectieve behandeling. Ondanks dat er steeds meer innovatieve weesgeneesmiddelen een Europese handelsvergunning krijgen, blijft 43% daarvan nog steeds buiten bereik van Nederlandse patiënten. Rond zeldzame ziektedag staat hollandbio, samen met vele anderen over de hele wereld, stil bij iedereen die hier dagelijks mee te maken heeft. Onderzoekers en ondernemers over de hele wereld zetten zich elke dag keihard in om voor iedereen een geneesmiddel te ontwikkelen, ondersteund door gerichte stimulansen voor de Europese Unie. Wij vinden het dan ook enorm zonde als deze behandelingen niet beschikbaar komen voor patiënten. Want iedereen verdient een passende behandeling, onafhankelijk van hoe vaak je ziekte voorkomt.

43% van de weesgeneesmiddelen in Nederland buiten bereik

Niet alle weesgeneesmiddelen die door het Europees Medicijnagentschap (EMA) zijn goedgekeurd zijn dus in Nederland beschikbaar. Het afgelopen jaar hebben negen nieuwe weesgeneesmiddelen een marktvergunning gekregen. Er zijn nu in totaal 251 weesgeneesmiddelen met een actieve marktvergunning. Het Nederlandse basispakket vergoedt op dit moment 57% van deze middelen. Hoewel het uiteindelijk meestal wel lukt om weesgeneesmiddelen vergoed te krijgen, kost dit heel veel tijd: van de weesgeneesmiddelen die in de afgelopen tien jaar zijn geregistreerd is nu 53% vergoed; voor middelen die ouder zijn ligt dat percentage op 89%. En voor de oudere middelen kan dit percentage zelfs iets te rooskleurig zijn, omdat bedrijven geneesmiddelen ook van de markt kunnen halen als deze niet succesvol genoeg zijn. Dat is zonde, juist ook omdat de EU met gerichte wetgeving onderzoek naar zeldzame ziektes extra ondersteunt. Het is hoog tijd om het tij te keren!

Een duik in de feiten en cijfers

Elk jaar onderzoekt hollandbio hoeveel weesgeneesmiddelen vergoed beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten. Als een weesgeneesmiddel een Europese handelsvergunning krijgt, betekent dat nog niet meteen dat artsen dit aan patiënten kunnen voorschrijven. Nadat de EMA een oordeel velt over de balans tussen baten en risico, volgt in Nederland een tweede ronde aan beoordelingen. Daarin wordt getoetst hoe goed een geneesmiddel werkt ten opzichte van de huidige zorgstandaard en of de prijs en effectiviteit van het geneesmiddel met elkaar in balans zijn, zodat daarna kan worden bepaald of een geneesmiddel vanuit de zorgverzekering wordt vergoed. Ook hier is de zeldzaamheid van een ziekte vaak al een spelbreker: Het is natuurlijk veel moeilijker om in een kleine groep patiënten aan te tonen of en bij wie iets werkt. Onze bevindingen over het succespercentage van deze laatste stap, gebaseerd op data van de Europese Commissie, EMA, het GVS en Farmatec, publiceren we vandaag in een bijgewerkte infographic.

Soort registratie en bedrijf maakt verschil

Waarom het ene weesgeneesmiddel wel en het andere niet snel vergoed wordt, is helaas niet uit de openbare data te destilleren. Wel kunnen we zien dat het soort registratie en de grootte van het bedrijf hier invloed op lijken te hebben. Zo worden middelen met een voorwaardelijke marktvergunning maar mondjesmaat vergoed (5%) en weesgeneesmiddelen waarvan de marktvergunning onder bijzondere omstandigheden wordt uitgegeven (67%) juist vaker vergoed dan gemiddeld. Ook zien we dat het grote bedrijven (69%) vaker lukt om een weesgeneesmiddel vergoed te krijgen dan het MKB, waarvoor het maar in 25% van de gevallen lukt. En sowieso wordt het overgrote deel van de weesgeneesmiddelen (95%) uit onze analyse naar de markt gebracht door grotere, dikwijls wereldwijd opererende bedrijven.

Geen tijd te verliezen

Patiënten hebben geen tijd om te wachten tot een nieuw geneesmiddel eindelijk eens vergoed en wel beschikbaar komt. Er zijn legio redenen om aan te wijzen waarom dit zo lang kan duren. Bijvoorbeeld doordat weesgeneesmiddelen niet altijd passen in de bestaande beoordelingskaders, of omdat bedrijven ervoor kiezen om hun middelen eerst in andere landen aan te bieden. Bijvoorbeeld omdat de markt daar groter is, of de procedure om tot vergoede toegang te komen sneller, meer op maat of voorspelbaarder is. En heel soms is het ook zo dat een ziekte zo zeldzaam is dat er geen patiënten in Nederland bekend zijn. Dan kan een ontwikkelaar er bewust voor kiezen het middel helemaal niet in Nederland te lanceren.

Iedereen verdient een weesgeneesmiddel

Wat hollandbio betreft, is onze gezamenlijke opdracht duidelijk: zorgen dat patiënten zo (ver)goed en snel mogelijk toegang kunnen krijgen tot innovatieve weesgeneesmiddelen. Het is domweg onacceptabel dat een werkend geneesmiddel patiënten niet bereikt, allereerst en vooral voor de betreffende patiënten en hun naasten, die verstoken blijven van hun kans op beterschap. Maar de impact reikt verder. Deze sterk gepersonaliseerde geneesmiddelen vertegenwoordigen immers de koplopers in de transitie naar gezondheid op maat – die buiten bereik blijft als we geen toegang kunnen realiseren. Ook blijken nieuwe technologieën, initieel ontwikkeld voor de behandeling van zeldzame ziektes, in veel gevallen later ook toepasbaar voor andere, vaker voorkomende ziektebeelden, waarbij het weesgeneesmiddel de weg vrijmaakt voor forse vervolginnovatie en -ontwikkeling.

Tijd voor vernieuwing

Helaas zien we nog té weinig aandacht, actie en urgentie om te waarborgen dat weesgeneesmiddelen nu en in de toekomst hun weg naar vergoede toegang zullen vinden. Ons huidige zorgstelsel is ontworpen in en voor een andere tijd, en paste goed bij de uitdagingen die toen speelden. Maar die tijd is voorbij: de nieuwe realiteit staat bol van nieuwe mogelijkheden, voor het vastleggen en benutten van data, voor slimmere inzet van nieuwe diagnostiek en uiteraard in het beschikbare behandelarsenaal. Toch blijven we maar pleisters plakken – het systeem oplappen in plaats van de broodnodige echte verandering teweeg te brengen. Het is tijd voor vernieuwing: voor een lerend zorgstelsel, waarin elke patiënt de juiste behandeling krijgt op het juiste moment. Zo laten we gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

Toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen in Nederland

,

1,2 miljoen mensen in Nederland leven met een zeldzame aandoening, vaak zonder uitzicht op een effectieve behandeling. Ondanks dat er steeds meer innovatieve weesgeneesmiddelen een Europese handelsvergunning krijgen, blijft 43% daarvan nog steeds buiten bereik van Nederlandse patiënten. Rond zeldzame ziektedag staat hollandbio, samen met vele anderen over de hele wereld, stil bij iedereen die hier dagelijks mee te maken heeft. Onderzoekers en ondernemers over de hele wereld zetten zich elke dag keihard in om voor iedereen een geneesmiddel te ontwikkelen, ondersteund door gerichte stimulansen voor de Europese Unie. Wij vinden het dan ook enorm zonde als deze behandelingen niet beschikbaar komen voor patiënten. Want iedereen verdient een passende behandeling, onafhankelijk van hoe vaak je ziekte voorkomt.

43% van de weesgeneesmiddelen in Nederland buiten bereik

Niet alle weesgeneesmiddelen die door het Europees Medicijnagentschap (EMA) zijn goedgekeurd zijn dus in Nederland beschikbaar. Het afgelopen jaar hebben negen nieuwe weesgeneesmiddelen een marktvergunning gekregen. Er zijn nu in totaal 251 weesgeneesmiddelen met een actieve marktvergunning. Het Nederlandse basispakket vergoedt op dit moment 57% van deze middelen. Hoewel het uiteindelijk meestal wel lukt om weesgeneesmiddelen vergoed te krijgen, kost dit heel veel tijd: van de weesgeneesmiddelen die in de afgelopen tien jaar zijn geregistreerd is nu 53% vergoed; voor middelen die ouder zijn ligt dat percentage op 89%. En voor de oudere middelen kan dit percentage zelfs iets te rooskleurig zijn, omdat bedrijven geneesmiddelen ook van de markt kunnen halen als deze niet succesvol genoeg zijn. Dat is zonde, juist ook omdat de EU met gerichte wetgeving onderzoek naar zeldzame ziektes extra ondersteunt. Het is hoog tijd om het tij te keren!

Een duik in de feiten en cijfers

Elk jaar onderzoekt hollandbio hoeveel weesgeneesmiddelen vergoed beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten. Als een weesgeneesmiddel een Europese handelsvergunning krijgt, betekent dat nog niet meteen dat artsen dit aan patiënten kunnen voorschrijven. Nadat de EMA een oordeel velt over de balans tussen baten en risico, volgt in Nederland een tweede ronde aan beoordelingen. Daarin wordt getoetst hoe goed een geneesmiddel werkt ten opzichte van de huidige zorgstandaard en of de prijs en effectiviteit van het geneesmiddel met elkaar in balans zijn, zodat daarna kan worden bepaald of een geneesmiddel vanuit de zorgverzekering wordt vergoed. Ook hier is de zeldzaamheid van een ziekte vaak al een spelbreker: Het is natuurlijk veel moeilijker om in een kleine groep patiënten aan te tonen of en bij wie iets werkt. Onze bevindingen over het succespercentage van deze laatste stap, gebaseerd op data van de Europese Commissie, EMA, het GVS en Farmatec, publiceren we vandaag in een bijgewerkte infographic.

Soort registratie en bedrijf maakt verschil

Waarom het ene weesgeneesmiddel wel en het andere niet snel vergoed wordt, is helaas niet uit de openbare data te destilleren. Wel kunnen we zien dat het soort registratie en de grootte van het bedrijf hier invloed op lijken te hebben. Zo worden middelen met een voorwaardelijke marktvergunning maar mondjesmaat vergoed (5%) en weesgeneesmiddelen waarvan de marktvergunning onder bijzondere omstandigheden wordt uitgegeven (67%) juist vaker vergoed dan gemiddeld. Ook zien we dat het grote bedrijven (69%) vaker lukt om een weesgeneesmiddel vergoed te krijgen dan het MKB, waarvoor het maar in 25% van de gevallen lukt. En sowieso wordt het overgrote deel van de weesgeneesmiddelen (95%) uit onze analyse naar de markt gebracht door grotere, dikwijls wereldwijd opererende bedrijven.

Geen tijd te verliezen

Patiënten hebben geen tijd om te wachten tot een nieuw geneesmiddel eindelijk eens vergoed en wel beschikbaar komt. Er zijn legio redenen om aan te wijzen waarom dit zo lang kan duren. Bijvoorbeeld doordat weesgeneesmiddelen niet altijd passen in de bestaande beoordelingskaders, of omdat bedrijven ervoor kiezen om hun middelen eerst in andere landen aan te bieden. Bijvoorbeeld omdat de markt daar groter is, of de procedure om tot vergoede toegang te komen sneller, meer op maat of voorspelbaarder is. En heel soms is het ook zo dat een ziekte zo zeldzaam is dat er geen patiënten in Nederland bekend zijn. Dan kan een ontwikkelaar er bewust voor kiezen het middel helemaal niet in Nederland te lanceren.

Iedereen verdient een weesgeneesmiddel

Wat hollandbio betreft, is onze gezamenlijke opdracht duidelijk: zorgen dat patiënten zo (ver)goed en snel mogelijk toegang kunnen krijgen tot innovatieve weesgeneesmiddelen. Het is domweg onacceptabel dat een werkend geneesmiddel patiënten niet bereikt, allereerst en vooral voor de betreffende patiënten en hun naasten, die verstoken blijven van hun kans op beterschap. Maar de impact reikt verder. Deze sterk gepersonaliseerde geneesmiddelen vertegenwoordigen immers de koplopers in de transitie naar gezondheid op maat – die buiten bereik blijft als we geen toegang kunnen realiseren. Ook blijken nieuwe technologieën, initieel ontwikkeld voor de behandeling van zeldzame ziektes, in veel gevallen later ook toepasbaar voor andere, vaker voorkomende ziektebeelden, waarbij het weesgeneesmiddel de weg vrijmaakt voor forse vervolginnovatie en -ontwikkeling.

Tijd voor vernieuwing

Helaas zien we nog té weinig aandacht, actie en urgentie om te waarborgen dat weesgeneesmiddelen nu en in de toekomst hun weg naar vergoede toegang zullen vinden. Ons huidige zorgstelsel is ontworpen in en voor een andere tijd, en paste goed bij de uitdagingen die toen speelden. Maar die tijd is voorbij: de nieuwe realiteit staat bol van nieuwe mogelijkheden, voor het vastleggen en benutten van data, voor slimmere inzet van nieuwe diagnostiek en uiteraard in het beschikbare behandelarsenaal. Toch blijven we maar pleisters plakken – het systeem oplappen in plaats van de broodnodige echte verandering teweeg te brengen. Het is tijd voor vernieuwing: voor een lerend zorgstelsel, waarin elke patiënt de juiste behandeling krijgt op het juiste moment. Zo laten we gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

Data-gedreven werken in de gezondheidszorg 

De juiste patiënt, de juiste behandeling op het juiste moment, dat gaat een stuk beter en sneller wanneer informatie over de gezondheid van een patiënt op het juiste moment bij de juiste zorgverlener voorhanden is. Daarom is het fantastisch nieuws dat ons gezondheidsinformatiestelsel steeds verder vorm krijgt. Deze implementatiestrategie beschrijft welke punten nog om uitwerking vragen en recent nog maakten het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Zorgverzekeraars Nederland en CumuluZ afspraken over de samenhang in de data-infrastructuur. Een mooie opmaat naar hollandbio’s zo vurig gewenste lerende zorgsysteem. Nu nog zorgen dat deze data ook voor onderzoek en innovatie beschikbaar komt, zodat we samen de zorg kunnen verbeteren!

← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

Patiënt buitenspel bij afwijzing alzheimermedicatie

Het Zorginstituut heeft op 18 februari de minister van VWS, Jan Anthonie Bruijn, geadviseerd om behandeling met het alzheimermedicijn lecanemab niet te vergoeden in het basispakket. Alzheimer Nederland raadt de minister aan om het medicijn toch beschikbaar te stellen aan een beperkte groep. “Deze kleine groep moet de mogelijkheid krijgen om samen met de arts te kiezen. We zien dat het patiëntenperspectief onvoldoende is meegenomen in dit advies”, zegt Wiesje van der Flier, directeur van Alzheimer Nederland. 

Aan innovaties alleen hebben we niet genoeg, ziet ook hollandbio: we moeten deze ook in kunnen en mogen zetten – daar waar deze effect geven. Daarvoor zal ons zorgstelsel zelf ook mee moeten innoveren. Want juist in de praktijk doen we weer inzichten en ervaringen op waar we van leren en die ons betere behandelingen helpen ontwikkelen. Wanneer we blijven wachten op de perfecte behandeling, dan komt deze er misschien wel nooit.

← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

3%-R&D Actieplan, deel 7: Durfkapitaal voor doorbraken met een nationale investeringsinstelling

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken (EZ) negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Deze keer kijken we naar de plannen om een nationale investeringsinstelling op te richten. Een plan dat ook in de formatie is opgenomen en wat hollandbio betreft een absolute meerwaarde kan hebben voor biotech in Nederland.

De kamerbrief over het 3%-actieplan beschrijft een nieuwe investeringsinstelling. De behoefte daarvoor is volgens het ministerie van EZ hoog. Een van de meest structurele knelpunten in het R&D-landschap volgens haar is namelijk het “beperkte vermogen om private investeringen op schaal te mobiliseren”. De instelling moet dat knelpunt oplossen door in nauwe samenwerking met de Europese programma’s als Horizon Europe groot institutioneel kapitaal te mobiliseren, aldus EZ. Daarmee zou de instelling investeringsrondes van formaat beschikbaar moeten maken voor grote transities, zodat projecten snellen kunnen opschalen. Daarnaast moet de nieuwe investeringsinstelling ook beter aansluiten bij het risicoprofiel van innovatieve bedrijven dan het huidige publieke instrumentarium in Nederland. Eerder werd via moties in de Tweede Kamer ook al aangedrongen op zo’n nationale instelling en is al besloten tot de samenvoeging van Invest-NL en Invest International. Deze nieuwe, samengevoegde organisatie wordt in de kamerbrief genoemd als mogelijk startpunt voor deze investeringsinstelling.

Sinds de kamerbrief is er een hoop gebeurd en gezegd rondom deze nieuwe nationale investeringsinstelling. Zo benadrukte het rapport van Peter Wennink het belang van de komst van een nationale investeringsinstelling met een aanbevolen kernkapitaal van €10 tot 20 miljard. Ook vond de instelling – nochtans met een bescheidener budget van €3 tot 5 miljard – haar weg naar het recente coalitieakkoord. De coalitiepartners spreken daar van een instelling “die overwegend marktconforme financiering zal verstrekken, die kan bestaan uit eigen vermogen en verschillende typen leningen”. Ten slotte sprak uit een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer breed draagvlak voor een investeringsinstelling, alsook grote onduidelijkheid over marktconformiteit, mandaat, positie in de markt en governance.

Wat hollandbio betreft, biedt een investeringsinstelling met focus op innovatieve bedrijven, waaronder biotech, veel mogelijkheden. Biotechbedrijven kennen een hoog risico, lange ontwikkeltijden en een grote kapitaalbehoefte, precies in lijn met de beoogde investeringsscope van de nieuw op te richten instelling. Wel ziet hollandbio een risico in een “te Nederlandse” opzet: te risicomijdend en kleinschalig om het financieringsgat waar biotechbedrijven in sneuvelen te dichten. Een nationale investeringsinstelling voegt in de ogen van hollandbio pas waarde toe, wanneer deze echt hogere risico’s durft te nemen dan marktpartijen. Dat is ook dé manier om extra privaat kapitaal aan te trekken, zoals de overheid met de instelling beoogt. Kortom: hoewel de behoefte evident is en het draagvlak groot is, zijn de plannen nog te onduidelijk om de vlag nu al uit te hangen. Hollandbio denkt natuurlijk graag mee over hoe deze investeringsinstelling optimaal bijdraagt aan de brede Nederlandse welvaart en een florerende Nederlandse biotechsector.

← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

Hollandbio verwelkomt Syngenta Nederland

Hollandbio verbindt, vertegenwoordigt en ondersteunt de Nederlandse life sciences sector. We zijn supertrots dat we al meer dan 270 bedrijven vertegenwoordigen: van start-ups, midden- en kleinbedrijven tot grote bedrijven, actief in gezondheid, voeding of biobased economy. Vandaag verwelkomen we ons nieuwste lid, Syngenta Nederland, een wereldwijde leider in landbouwinnovatie en groentezaadveredeling. Syngenta Nederland stelt zich graag aan jullie voor:

Als onderdeel van Syngenta Group, één van ‘s werelds toonaangevende agrarische bedrijven met meer dan 53.000 medewerkers in ruim 100 landen, speelt Syngenta een cruciale rol in de ontwikkeling van duurzame oplossingen voor de voedselproductie. Syngenta is actief op twee hoofdgebieden: gewasbescherming en zaadveredeling. Met onze innovatieve gewasbeschermingsmiddelen helpen we telers wereldwijd hun gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruiden, waarbij biologische gewasbescherming een belangrijke pijler is. Daarnaast bieden we digitale precisielandbouwtools die telers ondersteunen bij hun teelt. Ook zijn we een belangrijke speler in de zaadveredeling, waar we ons richten op de ontwikkeling van hoogwaardige rassen voor de professionele teler.

In Nederland vind je één van de grootste groentezaadveredelingsvestigingen, al bijna 160 jaar stevig geworteld in Enkhuizen, het hart van ‘Seed Valley’. Deze regio in Noord-Holland staat wereldwijd bekend als hét centrum van zaadveredeling en zaadinnovatie. Onze groentezaadveredeling combineert traditionele veredelingstechnieken met geavanceerde biotechnologie en data-analyse. Onze veredelingsprogramma’s richten zich op rassen die niet alleen een hogere opbrengst leveren, maar ook beter bestand zijn tegen ziekten, klimaatverandering en andere uitdagingen. Denk aan tomaten met verbeterde houdbaarheid, paprika’s met verhoogde weerstand tegen ziekten, of komkommers die minder water nodig hebben.

Jan Willem Griep, algemeen directeur van Syngenta Nederland: “Het lidmaatschap van hollandbio past perfect bij onze missie om innovatie en samenwerking centraal te stellen. De Nederlandse life sciences sector staat wereldwijd bekend om haar expertise en ondernemerschap. Als nieuw lid kunnen we kennis delen, leren van elkaar en samenwerken aan innovaties die ertoe doen. Ons werk is daar een mooi voorbeeld van: met wetenschap en innovatie dragen we bij aan een veerkrachtige en duurzame voedselproductie.”

Voor meer informatie over gewasbescherming kunt u terecht bij Ronald Jager (ronald.jager@syngenta.com) en voor vragen over groentezaadveredeling bij Janneke van der Hart (janneke.van_der_hart@syngenta.com)

Bron: Syngenta Nederland
← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

KNAW adviseert: wetenschap als recept

Verrassing! In haar nieuwste rapport ‘Wetenschap als recept’ schrijft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) continue kennisopbouw voor om onze zorg passend, duurzaam en betaalbaar te houden. Wetenschappelijk onderzoek helpt gedurende de gehele levensloop van een geneesmiddel, van ontwikkeling tot gebruik door de patiënt, namelijk om de juiste keuzes te maken. Keuzes die in het belang zijn van zowel de patiënt als de samenleving én bijdragen aan betaalbare zorg. Een feest der herkenning. Onze sector is, net als de academische wereld, namelijk ook gedreven om met kennis en innovatie betere zorg te realiseren.

Eerlijk is eerlijk: kennisopbouw is waar KNAW-leden natuurlijk maar al te graag aan bijdragen en – hoogstwaarschijnlijk – ook de benodigde financiële middelen voor zouden willen ontvangen. Net zoals het bedrijfsleven ook afname van producten nodig heeft om zijn broek op te kunnen houden. Niets menselijks is ons vreemd 😉.

Maar de KNAW heeft geen monopolie op wetenschap, weten we bij hollandbio. Ook binnen de biotechsector wordt dagelijks wetenschap bedreven om tot passende zorg te komen, van productontwikkeling in de preklinische fase tot de complexe studies die nodig zijn om de strenge drempels van de EMA en het Zorginstituut te passeren.

Het is precies wat de KNAW benadrukt in haar advies: structurele kennisopbouw is geen ‘nice to have’, maar een randvoorwaarde voor passend medicijngebruik. Net als de KNAW geloven wij bij hollandbio ook dat Nederland alleen met een echt lerend zorgsysteem waardevolle innovaties verantwoord kan blijven toelaten en gebruiken. Structurele inzet van wetenschap, betere datadeling, samenwerking tussen alle betrokken partijen en Europese afstemming vormen daarbij de sleutel. Sterker nog: we hopen dat we de knappe koppen uit biotech en academie nog intensiever bij elkaar mogen steken, rond elke stap van lab naar patiënt. Het is hoog tijd om ons beider krachten te bundelen voor een slimme, toekomstbestendige zorg die werkt voor patiënten!

← #nieuws
Diederik Mud
Bionomic

European Life Sciences Coalition launched to strengthen Europe’s life sciences investment ecosystem

,

Europe accounts for just 7% of global life sciences Venture Capital (VC), and 66 of 67 EU biotech IPOs in the past six years have been listed outside the EU. Europe is failing to scale life science innovation, held back by fragmented capital markets and structural investment barriers. Reason enough for a group of leading VC firms, such as Forbion and Sofinnova Partners, together with research institutions and sector stakeholders, to launch the European Life Sciences Coalition (ELSC) in association with Invest Europe. The coalition collectively manages more than €24 billion in life sciences assets and supports over 1400 companies. Its goal is to mobilise significantly more private and public investment, improve capital deployment, and create a more integrated environment for scaling European biotech. Ultimately, the ELSC aims to ensure that Europe can finance, grow, and retain its scientific and commercial breakthroughs, securing a strong global position in biotech.