Syngenta Vegetable Seeds kondigde de lancering aan van haar eerste commerciële Tomato brown rugose fruit virus ( ToBRFV ) resistente variëteit, beschikbaar begin 2021. De nieuwe variëteit zal worden uitgebracht in gebieden in mediteraanse- en midden-Oosten landen waar telers te maken hebben met ernstige ziektedruk van het virus om oogstverliezen tegen te gaan.
Het R&D-team van Syngenta Vegetables loopt voorop met de lancering van het eerste commerciële ToBRFV-resistente ras”, legt Ruud Kaagman, Global Crop Unit Head voor tomaten, uit. “Na deze lancering gaan we nog meer rassen introduceren die resistent zijn tegen ToBRFV in onze veredelingsprogramma’s en over de hele wereld. In ons portfolio zal de komende jaren deze resistentie breed worden ingebouwd.”
ToBRFV is een nieuw ontdekt tobamovirus dat verband houdt met het tabaksmozaïekvirus (TMV) en het tomatenmozaïekvirus (ToMV). Dit hele stabiele en zeer besmettelijk virus infecteert zowel tomaat als paprika.
Tobamovirussen worden mechanisch overgedragen (contactziekte) binnen en tussen gewassen door mensen en apparatuur. Symptomen veroorzaakt door ToBRFV bij tomaat zijn vergelijkbaar met die veroorzaakt door andere tobamovirussen bij gevoelige planten: mozaïekpatroon op bladeren, vernauwing van bladeren, necrose op pedikel, kelken of bladstelen en / of gele vlekken op de vruchten. Dit heeft een aanzienlijke invloed op de kwaliteit en opbrengst voor telers.
Syngenta streeft ernaar waarde toe te voegen aan haar gewassen met behulp van innovatieve technologische oplossingen. Technologie stimuleert snellere, efficiëntere en nauwkeurigere rassenontwikkelingen – waardoor telers en partners in de waardeketen beter van dienst kunnen zijn met unieke eigenschappen die een grotere aantrekkingskracht en consumptie creëren.
Er bestaan verschillende niveaus van resistentie tegen ToBRFV in het huidige genetica van Syngenta, maar met moderne technologie heeft het R & D-team de specifieke genen die verband houden met de resistentie ontdekt en gericht ingekruist.
“Met de snelle ontwikkeling en het gebruik van moleculaire merkers is Syngenta in staat om snel gebruik te maken van deze resistentie en in te zetten in een groot aantal rassen; het verspreiden van de resistantie in onze genetica. Voordat moleculaire merkers werden gebruikt, kon het tot 10 jaar duren om een resistente variëteit te ontwikkelen. Met een breed gebruik van moleculaire technologie kan Syngenta een resistente variëteit nauwkeuriger en sneller veredelen ”, zegt Pilar Checa, Global Breeding Lead voor tomaat.
De introductie van deze doorbraak, het eerste ToBRFV- resistente ras, is een teken van Syngenta’s wereldwijde toewijding aan het ondersteunen van haar telers en partners. Met meer dan 350 verschillende tomatenrassen die telers over de hele wereld ter beschikking staan, begrijpt Syngenta het belang van het ontwikkelen van een sterk presterende rassen om aan de diverse behoeften van haar netwerk van telers te voldoen. Hierbij geeft Syngenta prioriteit aan het koppelen van technologie en mensen om ervoor te zorgen dat hoogwaardige groentegewassen hun volledige genetische potentieel bereiken. Met de middelen en de schaal van Syngenta, stimuleren wij innovatie om smaak, kwaliteit, gemak en productiviteit te verbeteren – ten voordele van telers, retailers en consumenten.
Een recent gepubliceerde studie van het Europees Octrooibureau laat zien dat Europese universiteiten en kennisinstellingen voornamelijk patenten gebruiken om hun innovaties te commercialiseren. Naast de industrie begint nu ook de academie steeds beter het nut in te zien van patenten; de manier om innovaties het lab uit te brengen naar de maatschappij.
De studie van het Europees Octrooibureau wijst uit dat 70% van de universiteiten en kennisinstellingen voor een patent kiest om hun bevindingen te beschermen en te commercialiseren. HollandBIO is blij om te horen dat de academie steeds beter begrijpt dat patenteren essentieel is om innovaties verder te ontwikkelen.
Het aanvragen en houden van patenten is niets nieuws voor de biotechnologie-industrie, maar wel van essentieel belang. Patenten zijn het fundament waar een bedrijf op is gebouwd en de eerste stap in het valorisatieproces. Het beschermen van innovaties zorgt ervoor dat concurrenten niet zomaar zelf met deze innovatie aan de haal kunnen gaan. Dat stelt bedrijven in staat om open over de innovatie te spreken, data te delen, investeerders aan te trekken en een innovatie daadwerkelijk verder te ontwikkelen tot een product dat meerwaarde heeft voor zowel de maatschappij als de economie. HollandBIO zet zich middels het programma ‘IJzersterk Innovatieklimaat’ in op valorisatie en heeft al eerder vijf aanbevelingen gedaan die bijdragen aan het versoepelen van valorisatie. Lees hier het volledige rapport.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-12-08 14:34:122020-12-08 14:34:13Patenten van essentieel belang voor industrie én academie← #nieuws
Mosa Meat, the European food technology company that introduced the world’s first cultivated beef hamburger in 2013, announced the second closing of its Series B funding. This second closing of $20M brings the total raised so far inthe round to $75M.
The funding brings together leading global investors who are dedicated to sustainability, and tosupporting Mosa Meat in its mission to develop a cleaner, kinder way of making real beef. Theseinclude Blue Horizon Ventures, Target Global, ArcTern Ventures and Rubio Impact Ventures.
Mitsubishi Corporation, Japan, the global integrated business enterprise that develops andoperates businesses together with its offices and subsidiaries in approximately 90 countries andregions worldwide, as well as a global network of around 1,700 group companies, also invested inthe round.
“We are delighted to welcome our new partners,” said Maarten Bosch, CEO of Mosa Meat. “As well as bringing immense strategic capabilities and expertise, they share our strong commitment to increasing the sustainability of our global food system”.
Mosa Meat will use the funds to extend its current pilot production facility at its home inMaastricht, develop an industrial-sized production line, expand its team, and introduce deliciouscultivated beef to consumers.
The Series B funding round is led by Luxembourg-based Blue Horizon Ventures, the foodtechnology fund that aims to support and promote a positive global impact on the environment,human health, and animal welfare.
Mosa Meat welcomes this strong group of mission-aligned investors only two years after itssuccessful Series A funding, which was led by M Ventures and Bell Food Group.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-12-08 14:02:382020-12-08 19:58:32Mosa Meat backed by leading global impact investors, bringing oversubscribed round to $75M← #nieuws
De investeringsfondsen Dutch Venture Initiative I en II (DVI) hebben het afgelopen jaar gezorgd voor een investering van 166 miljoen euro aan durfkapitaal in 67 innovatieve ondernemers. Sinds 2013 is voor elke euro die de Nederlandse overheid in DVI investeert 5 euro risicokapitaal bij Nederlandse bedrijven terechtgekomen. Dit wordt gemeld bij het jaarverslag van DVI dat vandaag is gepubliceerd.
De twee DVI-fondsen zijn gevuld met geld van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Europese Investeringsfonds (EIF) en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) en worden uitgevoerd door EIF. De fondsen investeren in andere risicokapitaalfondsen zodat via die investeringsfondsen de beschikbare hoeveelheid kapitaal voor Nederlandse ondernemers vergroot wordt. Een investering van het DVI kan namelijk bij andere geldschieters het vertrouwen wekken om ook mee te doen.
Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK): “Ondernemers met een wereldidee hebben soms moeite met het vinden van investeerders. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet bewezen hebben en waar voor traditionele investeerders en banken relatief grote risico’s aan kleven. De overheid wil deze ondernemers over het dode punt heen helpen en meer risicokapitaal voor ze beschikbaar maken. We investeren daarom honderden miljoenen om miljarden aan risicokapitaal beschikbaar te maken. Want wie investeert in onze groeibedrijven, investeert in de toekomst van ons land.”
Sinds de start van DVI in 2013 is er in totaal via 27 fondsen 701 miljoen euro geïnvesteerd in 150 Nederlandse bedrijven, die met name actief zijn in tech en in life sciences and health. Alle bijdragen uit door DVI gesteunde fondsen tellen op tot 4 miljard euro.
Voorbeelden van gesteunde bedrijven zijn Mimetas en VarmX. Mimetas ontwikkelde de organ on a chip, miniatuurorgaantjes van menselijk weefsel waar medicijnen snel en veilig op getest kunnen worden. VarmX heeft een medicijn uitgevonden waarmee ernstige bloedingen voorkomen en gestopt kunnen worden bij mensen die bloedverdunners slikken.
DVI investeert niet alleen overheidsgeld maar trekt via het EIF ook geld vanuit de EU aan om de onderliggende fondsen verder te vullen. Voor elke euro die de Nederlandse overheid in DVI investeert, ontvangen Nederlandse bedrijven circa vijf euro aan investeringen. Sinds 2013 hebben de DVI-fondsen geleid tot 36 succesvolle zogenoemde exits (overnames of beursgangen). Gemiddeld is drie keer de inleg terugverdiend bij een succesvolle exit. Dat heeft ervoor gezorgd dat DVI afgelopen boekjaar een positief resultaat van 11,1 miljoen euro heeft behaald.
Naast DVI heeft de overheid meer manieren om risicokapitaal beschikbaar te maken voor innovatieve bedrijven. Op 30 oktober 2020 maakten het kabinet en Invest-NL bekend samen een half miljard euro te willen investeren in Nederlandse start- en scale-ups. Daarbij is ook het EIF betrokken, dat 150 miljoen mee-investeert. Naar inschatting van het EIF kan door investeringen van andere geldschieters uit te lokken in totaal meer dan 1,5 miljard euro worden gemobiliseerd.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-12-08 13:56:412020-12-08 13:56:42Overheidsinvesteringen in Dutch Venture Initiative leveren vijfvoud aan risicokapitaal op voor ondernemers← #nieuws
Forbion, a leading European life science venture capital firm, today announces having secured its fifth flagship fund, Forbion V, at the hard cap amount of EUR 460 million, exceeding its original target size.
The Fund was launched at Forbion’s annual Limited Partners (LPs) meeting on 7 October 2020.
Investors in Forbion V include a mix of existing and new LPs, with both specialized institutional and corporate investors taking part, including Pantheon, Wilshire Associates, the Ewing Marion Kauffman Foundation and Argentum.
The investment period of Forbion V will commence in 2021, with the aim of building a portfolio of approximately 15 therapeutics companies, of which at least a third will be companies created by Forbion, so-called ‘Build’ opportunities, around either assets sourced from pharma or academic institutions, or around proven management teams. The remainder of investments by the Fund will be in highly impactful existing companies.
As with its previous funds, Forbion V will primarily focus on Europe comprising approximately 80% of investments, with the remainder of the fund targeting opportunities in North America.
Forbion will target substantial initial stakes of 20-50%, by taking lead positions and working closely with the entrepreneurial management teams to deliver outsized returns for Forbion LPs.
The demand for involvement in Forbion Fund V was driven by the firm’s long and consistent track record, as well as recent successful exits generating very substantial returns for its limited partners.
Recent exits include:
Roche acquired Promedior for up to USD 1.39 billion with an upfront payment of USD 390 million.
Women’s health company, KaNDy Therapeutics was acquired by Bayer for an upfront consideration of USD 425 million and significant additional consideration in the form of potential future milestone payments.
Roche acquired the full rights to the Inflazome portfolio of NLRP3 inflammasome inhibitors for an upfront payment of EUR 380 million plus additional, substantial, payments based on the achievement of certain predetermined milestones, making this a potential ‘fund returner’ for Forbion IV.
Enterprise Therapeutics’ novel TMEM16A potentiator portfolio was acquired by Roche for an upfront payment of GBP 75 million plus significant additional payments based on the achievement of certain predetermined milestones.
Neuromuscular disease company, Dyne Therapeutics successfully went public on Nasdaq in September of this year after closing a substantial cross-over round in August.
Recent new investments include: leading the USD 62 million Series A financing round for Prilenia Therapeutics, and the USD 35 million Series B financing round for Inversago Pharma.
Forbion V will be managed by Forbion’s highly specialized and experienced investment team and supported by a high-caliber group of Operating Partners, Venture Partners and Advisers. Forbion has one of the largest and most longstanding teams in Europe and continues to invest in team expansion to maintain its reputation for exceptional reach and depth into its chosen markets.
Commenting, Sander Slootweg, Managing Partner, said: “2020 has been an exceptional year in many respects; positive, in terms of our successful divestments as well as promising new investments, and challenging, in terms of the COVID-19 pandemic currently impacting society at large. As a result of the latter, we have seen the level of investor interest in novel medicines, vaccines and other biotech solutions that will impact mankind, markedly increase.” “We are very grateful for the continued support we have received from both institutional and corporate investors which has made Forbion V our largest fund and fastest fund raise to date. Between Forbion V, our Forbion Growth Opportunities Fund and our sister fund, BGV, we have raised USD 1 billion in one calendar year to deploy in the most promising companies and therapies of the future.”
De uitgebreide reconstructie in het NRC Handelsblad van het opschalen van de COVID-19 testcapaciteit door de Nederlandse overheid dit voorjaar maakt één ding duidelijk: het was een hectische en onzekere tijd, waarin onder hoge druk en met beperkte kennis grote beslissingen genomen moesten worden. Ook HollandBIO speelde een bescheiden rol, met een inventarisatie en aanbod voor mogelijke testcapaciteit bij biotechbedrijven. Waar de overheid in eerste instantie koos voor andere opties, ziet HollandBIO inmiddels steeds meer ruimte voor en erkenning van de expertise en toegevoegde waarde die private partijen bieden: of het nu gaat om de recente uitbreiding van de testcapaciteit of het toewerken naar een ‘testsamenleving’ in samenwerking met onder andere VNO-NCW.
In de afgelopen jaren is een voelbare terughoudendheid vanuit de overheid merkbaar om met bedrijven of een sector om tafel te gaan. Het erkennen van bedrijven als onderdeel van het ecosysteem, en hun rol in het realiseren van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen zou business as usual moeten zijn: of we het nu hebben over de pandemie, de transitie naar personalised medicine, preventie, verduurzaming of een ijzersterk innovatieklimaat.
Als vertegenwoordiger van private partijen staat HollandBIO te trappelen om een bijdrage te leveren aan de uitdagingen die ons op korte en langere termijn te wachten staan in Nederland. We zijn er sterk van overtuigd dat de beste antwoorden en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen ontstaan door openlijke en gelijkwaardige samenwerking tussen publieke en private partijen.
In het persbericht bij de recent gepubliceerde Europese Pharmaceutical Strategy, steekt de Europese Commissie de loftrompet op de bijdrage van biotech aan gezondheid: of het nu om behandelingen tegen chronische ziektes als diabetes en hepatitis C gaat, vaccins tegen HPV of Ebola, gepersonaliseerde behandelingen tegen kanker en de opkomst van cel- en gentherapieën. Tegelijkertijd wil de Europese Commissie er ook voor zorgen dat nieuwe innovaties blijven komen en ook beschikbaar en betaalbaar zijn in heel Europa. De Pharmaceutical Strategy probeert hier een mouw aan te passen.
Zo is in de strategie onder andere aandacht voor de ontwikkeling van en de toegang tot nieuwe geneesmiddelen voor indicaties waar nu nog geen behandeling voorhanden is of waar de ontwikkeling stokt, zoals bij antibiotica. Verder wil de Europese Commissie breder inzetten op digitale infrastructuren, uitwisseling van data en de inzet van andere technologieën en innovatieve toepassingen die bijdragen aan snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling. Ook is er aandacht voor het competitiever maken van Europese ontwikkelaars, bijvoorbeeld door de inzet op meer financieringsmogelijkheden en regulatoire flexibiliteit. Tenslotte wil de Europese onderzoek ook meer geld voor onderzoek naar zeldzame ziekten, waar nu nog ruimte voor verbetering is, en samenwerking tussen alle betrokken partijen stimuleren. HollandBIO is blij om deze punten, die goed aansluiten bij onze inbreng bij de consultatie eerder dit jaar, terug te zien in de strategie. Onze inbreng is samen met alle ingestuurde reacties terug te vinden op de websitevan de Europese Commissie.
Het persbericht rond de publicatie lees je hier, de hele Pharmaceutical Strategy is hier te lezen.
Gepast gebruik én een passende organisatie van de zorg – samen gepaste zorg – zijn hard nodig voor het behoud van betaalbare, kwalitatief hoogstaande en toegankelijke zorg in Nederland. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut (ZIN) presenteren daarom deze week een advies en actieplan in één. Goed voor een efficiëntieslag binnen het bestaande systeem, maar wat HollandBIO betreft draaien we nog teveel om de hete brij heen: passende zorg vraagt geen evolutie, maar revolutie!
Ook HollandBIO ziet al jaren verspilling in de zorg, doordat patiënten niet altijd (gelijk) de juiste behandeling ontvangen. Wat zijn we daarom blij met de aanbeveling van de NZa en ZIN dat de gezondheid en het functioneren van het individu het nieuwe uitgangspunt moet worden. Alleen botst dit pontificaal met onze huidige manier van evidence based denken, waarbij we alleen behandelingen toelaten die gemiddeld genomen in een gestandaardiseerde groep effect laten zien. Hoe gaan we deze patstelling oplossen?
Om verspilling tegen te gaan, gaat ZIN onder meer bewezen niet-effectieve zorg uit het basispakket halen. HollandBIO vraagt zich af hoe dit in de praktijk uitpakt. Want wat gaat ZIN doen als een middel in de ene patiënt niks doet, maar bij een ander wel aanslaat? Blijven we varen op de evidence based aanpak op groepsniveau, of komt er – in lijn met de bovengenoemde ambitie – ruimte voor een meer gepersonaliseerde afweging?
In plaats van de evolutie in het tegengaan van verspilling en het meer op het individu inzetten en vergoeden van behandelingen, heeft HollandBIO meer vertrouwen in de bio(tech)revolutie, zoals eerder beschreven door McKinsey. De aankomende jaren zullen we dankzij technieken als Whole Genome Sequencing steeds beter kunnen voorspellen waarom de ene persoon ziek wordt, en de ander niet. Waarom een bepaald geneesmiddel in de ene persoon wel werkt en in de ander niet. Data is de sleutel tot succes, en het hebben van brede registers op patiëntniveau een randvoorwaarde. Daarom zou Nederland partijen die bijdragen aan het inzamelen, vastleggen en analyseren van deze data met een rode loper moeten onthalen. Juist deze spannende innovaties laat het rapport buiten beschouwing – en dus staat HollandBIO te trappelen om dit perspectief alsnog ter tafel te brengen!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-12-01 20:22:082020-12-01 20:22:09Samenwerken aan passende zorg: ja, graag – op naar de revolutie!← #nieuws
Als alles meezit, worden begin januari in Nederland de eerste mensen ingeënt tegen het coronavirus. In een reactie op de vandaag door het Europees Medicijn Agentschap (EMA) gepubliceerde planning, meldt minister Hugo de Jonge (VWS) dat in de logistieke operatie alles erop is gericht om in de week van 4 januari 2021 te starten met vaccineren. RIVM, GGD, huisartsen en artsen van verpleeghuizen en instellingen werken daarbij nauw samen.
“Het vaccin is nu binnen handbereik en daarmee staan we aan de vooravond van een nieuwe fase in deze crisis. Een fase van hoop en nieuw perspectief. Het is nu aan EMA om zorgvuldig zijn werk te doen. Wij zorgen ervoor dat we er klaar voor zijn zodra er groen licht komt. Mogelijk is dat dus al begin januari. Maar hier geldt ook een waarschuwing: dit is echt het meest gunstige scenario. EMA en de Europese Commissie zijn eerst aan zet. En veiligheid gaat voor snelheid”, aldus minister De Jonge.
Het Europees Medicijn Agentschap maakte eerder vandaag bekend dat de vaccinontwikkelaars BioNTech/Pfizer en Moderna officieel een aanvraag tot markttoelating hebben gedaan. Dat betekent dat de testfase van deze vaccins is afgerond. EMA gaat de vaccins nu in nauwe afstemming met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordelen op onder andere veiligheid, kwaliteit en effectiviteit. Als dit proces voorspoedig verloopt, verwacht EMA uiterlijk 29 december met een oordeel te komen over het vaccin van BioNTech/Pfizer. Bij een positief oordeel zou de Europese Commissie kort daarna, mogelijk nog voor de jaarwisseling, kunnen besluiten over toelating van dit vaccin tot de Europese markt. Met de uitvoerende partijen wordt overlegd op welke wijze er bij dit scenario in de week daarop (de week van 4 januari) kan worden gestart met het toedienen van het BioNTech/Pfizer-vaccin.
Het kabinet heeft in de Vaccinatiestrategie al aangegeven het advies van de Gezondheidsraad over te nemen. Dat betekent dat ouderen, kwetsbare mensen en zorgmedewerkers als eerste worden gevaccineerd. Of het vaccin van BioNTech/Pfizer geschikt is voor deze doelgroep moet blijken uit de EMA-beoordeling. Mocht dit niet het geval zijn, dan komen andere groepen in beeld. De vaccinatiestrategie is daarom wendbaar: samen met het RIVM en de andere uitvoerende partijen worden meerdere scenario’s uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten daarbij is dat er zo min mogelijk verspilling van de schaarse vaccins mag optreden.
Naar verwachting kan BioNTech/Pfizer vooruitlopend op het besluit over markttoelating in de loop van december al ongeveer een miljoen doses van zijn vaccin aan Nederland leveren. Daarmee kunnen circa 450.000 mensen worden gevaccineerd. De vroege levering betekent ook dat er – bij een positief oordeel van EMA – kort na het officiële besluit van de Europese Commissie gestart kan worden met vaccineren. Vervolgens kan BioNTech/Pfizer volgens de meest recente informatie in het eerste kwartaal van 2021 nog eens ruim 1,6 miljoen doses van zijn vaccin leveren.
De besluitvorming over het vaccin van Moderna wordt medio januari verwacht, meldt EMA. Moderna denkt daarbij – bij een postief oordeel van EMA – in het eerste kwartaal van 2021 ongeveer 400.000 doses aan Nederland te kunnen leveren. De verwachting is dat in het tweede en derde kwartaal grotere hoeveelheden, van meerdere vaccinontwikkelaars (afhankelijk van goedkeuring door EMA), naar Nederland komen. Momenteel is het echter nog niet mogelijk om daar concrete getallen aan te verbinden.
Nederland en de EU hebben bij de aankoop van vaccins bewust breed ingezet. Er liggen inmiddels contracten met zes verschillende vaccinontwikkelaars: BioNTech/Pfizer, Moderna, Janssen, AstraZeneca, Curevac en Sanofi. Als al deze vaccins worden toegelaten tot de Europese markt, krijgt Nederland de beschikking over ruim 50 miljoen doses. Omdat bij de meeste vaccins twee inentingen per persoon nodig zijn, is dat genoeg voor ruim 29 miljoen mensen. Daarnaast is er in de meeste contracten ruimte voor aanvullende leveringen en er worden ook nog gesprekken gevoerd met andere vaccinontwikkelaars. Voor de inkoop van de vaccins is 700 miljoen euro gereserveerd.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-12-01 20:17:102020-12-01 20:17:11Start corona-vaccinatie mogelijk begin januari← #nieuws
Taking place in the context of the UN Food Systems Summit 2021, the fully virtual ‘Bold Actions for Food as a Force for Good’ summit by the World Economic Forum featured leaders from a broad spectrum of stakeholders to initiate and accelerate action for food systems transformation. During one of the sessions – hosted by Edith Schippers of Royal DSM – several stakeholders discussed how science-based solutions that ensure a more efficient use of our finite natural resources, can be more rapidly and widely adopted.
The challenges in this field are enormous. We need to nutritiously feed a growing population within planetary boundaries. A balanced diet requires good quality proteins; but, to sustainably achieve this goal, the environmental footprint of proteins must be significantly reduced. A systemic change is needed and science is the key. Many innovations and technologies that improve sustainability are ready to be implemented, but acceptance and adoption are lagging. Potential game-changers include proven solutions that can drastically reduce reliance on marine resources and dramatically reduce livestock emissions.
During the webinar, a range of stakeholders – from Veramaris, Danone and Tesco to Wageningen University & Research and DSM – discussed the much-needed bold actions to raise awareness of the many challenges and problems, and even more importantly the solutions and steps forward to address them.
The discussions led to a number of conclusions and bold actions that we need to take. For example, that we need to shift to a farmer-centric approach, whether they farm cattle, proteins or fish, in which individual farmers can be rewarded for the investments in sustainable production and the results that follow from it. Also, it is important that we measure the impact of healthy and sustainable foods. This in turn leads to the step that consumers are made aware of the choices they have by setting up a metric-based label. In addition, monitoring and measuring progress in terms of health and sustainability is key.
Perhaps most important of all, is the collaboration between all involved stakeholders to really scale up the identified bold actions towards science-based solutions that provide nutritious and sustainable proteins for all. Edith Schippers proposed a frontrunner approach to come to such collaboration, in which the pioneers that provide (a part of the) solutions set a standard with which they can take along the rest of society. From HollandBIO, where we also have the strategy to run along with our frontrunners in order to maximize the contribution of biotech innovations to health, sustainability and welfare, we fully support this approach.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00HollandBIOhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgHollandBIO2020-12-01 19:35:122020-12-01 19:35:12How science-based solutions can secure nutritious and sustainable proteins for all
Syngenta introduceert haar eerste commerciële ToBRFV- resistente tomatenras
Voedsel en materialenSyngenta Vegetable Seeds kondigde de lancering aan van haar eerste commerciële Tomato brown rugose fruit virus ( ToBRFV ) resistente variëteit, beschikbaar begin 2021. De nieuwe variëteit zal worden uitgebracht in gebieden in mediteraanse- en midden-Oosten landen waar telers te maken hebben met ernstige ziektedruk van het virus om oogstverliezen tegen te gaan.
Het R&D-team van Syngenta Vegetables loopt voorop met de lancering van het eerste commerciële ToBRFV-resistente ras”, legt Ruud Kaagman, Global Crop Unit Head voor tomaten, uit. “Na deze lancering gaan we nog meer rassen introduceren die resistent zijn tegen ToBRFV in onze veredelingsprogramma’s en over de hele wereld. In ons portfolio zal de komende jaren deze resistentie breed worden ingebouwd.”
ToBRFV is een nieuw ontdekt tobamovirus dat verband houdt met het tabaksmozaïekvirus (TMV) en het tomatenmozaïekvirus (ToMV). Dit hele stabiele en zeer besmettelijk virus infecteert zowel tomaat als paprika.
Tobamovirussen worden mechanisch overgedragen (contactziekte) binnen en tussen gewassen door mensen en apparatuur. Symptomen veroorzaakt door ToBRFV bij tomaat zijn vergelijkbaar met die veroorzaakt door andere tobamovirussen bij gevoelige planten: mozaïekpatroon op bladeren, vernauwing van bladeren, necrose op pedikel, kelken of bladstelen en / of gele vlekken op de vruchten. Dit heeft een aanzienlijke invloed op de kwaliteit en opbrengst voor telers.
Syngenta streeft ernaar waarde toe te voegen aan haar gewassen met behulp van innovatieve technologische oplossingen. Technologie stimuleert snellere, efficiëntere en nauwkeurigere rassenontwikkelingen – waardoor telers en partners in de waardeketen beter van dienst kunnen zijn met unieke eigenschappen die een grotere aantrekkingskracht en consumptie creëren.
Er bestaan verschillende niveaus van resistentie tegen ToBRFV in het huidige genetica van Syngenta, maar met moderne technologie heeft het R & D-team de specifieke genen die verband houden met de resistentie ontdekt en gericht ingekruist.
“Met de snelle ontwikkeling en het gebruik van moleculaire merkers is Syngenta in staat om snel gebruik te maken van deze resistentie en in te zetten in een groot aantal rassen; het verspreiden van de resistantie in onze genetica. Voordat moleculaire merkers werden gebruikt, kon het tot 10 jaar duren om een resistente variëteit te ontwikkelen. Met een breed gebruik van moleculaire technologie kan Syngenta een resistente variëteit nauwkeuriger en sneller veredelen ”, zegt Pilar Checa, Global Breeding Lead voor tomaat.
De introductie van deze doorbraak, het eerste ToBRFV- resistente ras, is een teken van Syngenta’s wereldwijde toewijding aan het ondersteunen van haar telers en partners. Met meer dan 350 verschillende tomatenrassen die telers over de hele wereld ter beschikking staan, begrijpt Syngenta het belang van het ontwikkelen van een sterk presterende rassen om aan de diverse behoeften van haar netwerk van telers te voldoen. Hierbij geeft Syngenta prioriteit aan het koppelen van technologie en mensen om ervoor te zorgen dat hoogwaardige groentegewassen hun volledige genetische potentieel bereiken. Met de middelen en de schaal van Syngenta, stimuleren wij innovatie om smaak, kwaliteit, gemak en productiviteit te verbeteren – ten voordele van telers, retailers en consumenten.
Bron: Syngenta (Persbericht)
Patenten van essentieel belang voor industrie én academie
IJzersterk innovatieklimaat, Innovatieklimaat, UitgelichtEen recent gepubliceerde studie van het Europees Octrooibureau laat zien dat Europese universiteiten en kennisinstellingen voornamelijk patenten gebruiken om hun innovaties te commercialiseren. Naast de industrie begint nu ook de academie steeds beter het nut in te zien van patenten; de manier om innovaties het lab uit te brengen naar de maatschappij.
De studie van het Europees Octrooibureau wijst uit dat 70% van de universiteiten en kennisinstellingen voor een patent kiest om hun bevindingen te beschermen en te commercialiseren. HollandBIO is blij om te horen dat de academie steeds beter begrijpt dat patenteren essentieel is om innovaties verder te ontwikkelen.
Het aanvragen en houden van patenten is niets nieuws voor de biotechnologie-industrie, maar wel van essentieel belang. Patenten zijn het fundament waar een bedrijf op is gebouwd en de eerste stap in het valorisatieproces. Het beschermen van innovaties zorgt ervoor dat concurrenten niet zomaar zelf met deze innovatie aan de haal kunnen gaan. Dat stelt bedrijven in staat om open over de innovatie te spreken, data te delen, investeerders aan te trekken en een innovatie daadwerkelijk verder te ontwikkelen tot een product dat meerwaarde heeft voor zowel de maatschappij als de economie. HollandBIO zet zich middels het programma ‘IJzersterk Innovatieklimaat’ in op valorisatie en heeft al eerder vijf aanbevelingen gedaan die bijdragen aan het versoepelen van valorisatie. Lees hier het volledige rapport.
Mosa Meat backed by leading global impact investors, bringing oversubscribed round to $75M
InnovatieklimaatMosa Meat, the European food technology company that introduced the world’s first cultivated beef hamburger in 2013, announced the second closing of its Series B funding. This second closing of $20M brings the total raised so far inthe round to $75M.
The funding brings together leading global investors who are dedicated to sustainability, and tosupporting Mosa Meat in its mission to develop a cleaner, kinder way of making real beef. Theseinclude Blue Horizon Ventures, Target Global, ArcTern Ventures and Rubio Impact Ventures.
Mitsubishi Corporation, Japan, the global integrated business enterprise that develops andoperates businesses together with its offices and subsidiaries in approximately 90 countries andregions worldwide, as well as a global network of around 1,700 group companies, also invested inthe round.
“We are delighted to welcome our new partners,” said Maarten Bosch, CEO of Mosa Meat. “As well as bringing immense strategic capabilities and expertise, they share our strong commitment to increasing the sustainability of our global food system”.
Mosa Meat will use the funds to extend its current pilot production facility at its home inMaastricht, develop an industrial-sized production line, expand its team, and introduce deliciouscultivated beef to consumers.
The Series B funding round is led by Luxembourg-based Blue Horizon Ventures, the foodtechnology fund that aims to support and promote a positive global impact on the environment,human health, and animal welfare.
Mosa Meat welcomes this strong group of mission-aligned investors only two years after itssuccessful Series A funding, which was led by M Ventures and Bell Food Group.
Source: Mosa Meat (Press release)
Overheidsinvesteringen in Dutch Venture Initiative leveren vijfvoud aan risicokapitaal op voor ondernemers
InnovatieklimaatDe investeringsfondsen Dutch Venture Initiative I en II (DVI) hebben het afgelopen jaar gezorgd voor een investering van 166 miljoen euro aan durfkapitaal in 67 innovatieve ondernemers. Sinds 2013 is voor elke euro die de Nederlandse overheid in DVI investeert 5 euro risicokapitaal bij Nederlandse bedrijven terechtgekomen. Dit wordt gemeld bij het jaarverslag van DVI dat vandaag is gepubliceerd.
De twee DVI-fondsen zijn gevuld met geld van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Europese Investeringsfonds (EIF) en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) en worden uitgevoerd door EIF. De fondsen investeren in andere risicokapitaalfondsen zodat via die investeringsfondsen de beschikbare hoeveelheid kapitaal voor Nederlandse ondernemers vergroot wordt. Een investering van het DVI kan namelijk bij andere geldschieters het vertrouwen wekken om ook mee te doen.
Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK): “Ondernemers met een wereldidee hebben soms moeite met het vinden van investeerders. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet bewezen hebben en waar voor traditionele investeerders en banken relatief grote risico’s aan kleven. De overheid wil deze ondernemers over het dode punt heen helpen en meer risicokapitaal voor ze beschikbaar maken. We investeren daarom honderden miljoenen om miljarden aan risicokapitaal beschikbaar te maken. Want wie investeert in onze groeibedrijven, investeert in de toekomst van ons land.”
Sinds de start van DVI in 2013 is er in totaal via 27 fondsen 701 miljoen euro geïnvesteerd in 150 Nederlandse bedrijven, die met name actief zijn in tech en in life sciences and health. Alle bijdragen uit door DVI gesteunde fondsen tellen op tot 4 miljard euro.
Voorbeelden van gesteunde bedrijven zijn Mimetas en VarmX. Mimetas ontwikkelde de organ on a chip, miniatuurorgaantjes van menselijk weefsel waar medicijnen snel en veilig op getest kunnen worden. VarmX heeft een medicijn uitgevonden waarmee ernstige bloedingen voorkomen en gestopt kunnen worden bij mensen die bloedverdunners slikken.
DVI investeert niet alleen overheidsgeld maar trekt via het EIF ook geld vanuit de EU aan om de onderliggende fondsen verder te vullen. Voor elke euro die de Nederlandse overheid in DVI investeert, ontvangen Nederlandse bedrijven circa vijf euro aan investeringen. Sinds 2013 hebben de DVI-fondsen geleid tot 36 succesvolle zogenoemde exits (overnames of beursgangen). Gemiddeld is drie keer de inleg terugverdiend bij een succesvolle exit. Dat heeft ervoor gezorgd dat DVI afgelopen boekjaar een positief resultaat van 11,1 miljoen euro heeft behaald.
Naast DVI heeft de overheid meer manieren om risicokapitaal beschikbaar te maken voor innovatieve bedrijven. Op 30 oktober 2020 maakten het kabinet en Invest-NL bekend samen een half miljard euro te willen investeren in Nederlandse start- en scale-ups. Daarbij is ook het EIF betrokken, dat 150 miljoen mee-investeert. Naar inschatting van het EIF kan door investeringen van andere geldschieters uit te lokken in totaal meer dan 1,5 miljard euro worden gemobiliseerd.
Bron: Rijksoverheid (Persbericht)
Forbion secures EUR 460 million for oversubscribed fifth fund
InnovatieklimaatForbion, a leading European life science venture capital firm, today announces having secured its fifth flagship fund, Forbion V, at the hard cap amount of EUR 460 million, exceeding its original target size.
The Fund was launched at Forbion’s annual Limited Partners (LPs) meeting on 7 October 2020.
Investors in Forbion V include a mix of existing and new LPs, with both specialized institutional and corporate investors taking part, including Pantheon, Wilshire Associates, the Ewing Marion Kauffman Foundation and Argentum.
The investment period of Forbion V will commence in 2021, with the aim of building a portfolio of approximately 15 therapeutics companies, of which at least a third will be companies created by Forbion, so-called ‘Build’ opportunities, around either assets sourced from pharma or academic institutions, or around proven management teams. The remainder of investments by the Fund will be in highly impactful existing companies.
As with its previous funds, Forbion V will primarily focus on Europe comprising approximately 80% of investments, with the remainder of the fund targeting opportunities in North America.
Forbion will target substantial initial stakes of 20-50%, by taking lead positions and working closely with the entrepreneurial management teams to deliver outsized returns for Forbion LPs.
The demand for involvement in Forbion Fund V was driven by the firm’s long and consistent track record, as well as recent successful exits generating very substantial returns for its limited partners.
Recent exits include:
Forbion V will be managed by Forbion’s highly specialized and experienced investment team and supported by a high-caliber group of Operating Partners, Venture Partners and Advisers. Forbion has one of the largest and most longstanding teams in Europe and continues to invest in team expansion to maintain its reputation for exceptional reach and depth into its chosen markets.
Commenting, Sander Slootweg, Managing Partner, said:
“2020 has been an exceptional year in many respects; positive, in terms of our successful divestments as well as promising new investments, and challenging, in terms of the COVID-19 pandemic currently impacting society at large. As a result of the latter, we have seen the level of investor interest in novel medicines, vaccines and other biotech solutions that will impact mankind, markedly increase.”
“We are very grateful for the continued support we have received from both institutional and corporate investors which has made Forbion V our largest fund and fastest fund raise to date. Between Forbion V, our Forbion Growth Opportunities Fund and our sister fund, BGV, we have raised USD 1 billion in one calendar year to deploy in the most promising companies and therapies of the future.”
Source: Forbion (Press release)
Reconstructie testcapaciteit illustreert expertise en toegevoegde waarde private partijen
HollandbioDe uitgebreide reconstructie in het NRC Handelsblad van het opschalen van de COVID-19 testcapaciteit door de Nederlandse overheid dit voorjaar maakt één ding duidelijk: het was een hectische en onzekere tijd, waarin onder hoge druk en met beperkte kennis grote beslissingen genomen moesten worden. Ook HollandBIO speelde een bescheiden rol, met een inventarisatie en aanbod voor mogelijke testcapaciteit bij biotechbedrijven. Waar de overheid in eerste instantie koos voor andere opties, ziet HollandBIO inmiddels steeds meer ruimte voor en erkenning van de expertise en toegevoegde waarde die private partijen bieden: of het nu gaat om de recente uitbreiding van de testcapaciteit of het toewerken naar een ‘testsamenleving’ in samenwerking met onder andere VNO-NCW.
In de afgelopen jaren is een voelbare terughoudendheid vanuit de overheid merkbaar om met bedrijven of een sector om tafel te gaan. Het erkennen van bedrijven als onderdeel van het ecosysteem, en hun rol in het realiseren van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen zou business as usual moeten zijn: of we het nu hebben over de pandemie, de transitie naar personalised medicine, preventie, verduurzaming of een ijzersterk innovatieklimaat.
Als vertegenwoordiger van private partijen staat HollandBIO te trappelen om een bijdrage te leveren aan de uitdagingen die ons op korte en langere termijn te wachten staan in Nederland. We zijn er sterk van overtuigd dat de beste antwoorden en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen ontstaan door openlijke en gelijkwaardige samenwerking tussen publieke en private partijen.
Lees hier het hele artikel: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/30/te-laat-te-weinig-te-traag-en-niet-goed-doordacht-a4022042
Europese Commissie publiceert Pharmaceutical Strategy
Gezondheid op maat, GezondheidIn het persbericht bij de recent gepubliceerde Europese Pharmaceutical Strategy, steekt de Europese Commissie de loftrompet op de bijdrage van biotech aan gezondheid: of het nu om behandelingen tegen chronische ziektes als diabetes en hepatitis C gaat, vaccins tegen HPV of Ebola, gepersonaliseerde behandelingen tegen kanker en de opkomst van cel- en gentherapieën. Tegelijkertijd wil de Europese Commissie er ook voor zorgen dat nieuwe innovaties blijven komen en ook beschikbaar en betaalbaar zijn in heel Europa. De Pharmaceutical Strategy probeert hier een mouw aan te passen.
Zo is in de strategie onder andere aandacht voor de ontwikkeling van en de toegang tot nieuwe geneesmiddelen voor indicaties waar nu nog geen behandeling voorhanden is of waar de ontwikkeling stokt, zoals bij antibiotica. Verder wil de Europese Commissie breder inzetten op digitale infrastructuren, uitwisseling van data en de inzet van andere technologieën en innovatieve toepassingen die bijdragen aan snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling. Ook is er aandacht voor het competitiever maken van Europese ontwikkelaars, bijvoorbeeld door de inzet op meer financieringsmogelijkheden en regulatoire flexibiliteit. Tenslotte wil de Europese onderzoek ook meer geld voor onderzoek naar zeldzame ziekten, waar nu nog ruimte voor verbetering is, en samenwerking tussen alle betrokken partijen stimuleren. HollandBIO is blij om deze punten, die goed aansluiten bij onze inbreng bij de consultatie eerder dit jaar, terug te zien in de strategie. Onze inbreng is samen met alle ingestuurde reacties terug te vinden op de website van de Europese Commissie.
Het persbericht rond de publicatie lees je hier, de hele Pharmaceutical Strategy is hier te lezen.
Samenwerken aan passende zorg: ja, graag – op naar de revolutie!
GezondheidGepast gebruik én een passende organisatie van de zorg – samen gepaste zorg – zijn hard nodig voor het behoud van betaalbare, kwalitatief hoogstaande en toegankelijke zorg in Nederland. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut (ZIN) presenteren daarom deze week een advies en actieplan in één. Goed voor een efficiëntieslag binnen het bestaande systeem, maar wat HollandBIO betreft draaien we nog teveel om de hete brij heen: passende zorg vraagt geen evolutie, maar revolutie!
Ook HollandBIO ziet al jaren verspilling in de zorg, doordat patiënten niet altijd (gelijk) de juiste behandeling ontvangen. Wat zijn we daarom blij met de aanbeveling van de NZa en ZIN dat de gezondheid en het functioneren van het individu het nieuwe uitgangspunt moet worden. Alleen botst dit pontificaal met onze huidige manier van evidence based denken, waarbij we alleen behandelingen toelaten die gemiddeld genomen in een gestandaardiseerde groep effect laten zien. Hoe gaan we deze patstelling oplossen?
Om verspilling tegen te gaan, gaat ZIN onder meer bewezen niet-effectieve zorg uit het basispakket halen. HollandBIO vraagt zich af hoe dit in de praktijk uitpakt. Want wat gaat ZIN doen als een middel in de ene patiënt niks doet, maar bij een ander wel aanslaat? Blijven we varen op de evidence based aanpak op groepsniveau, of komt er – in lijn met de bovengenoemde ambitie – ruimte voor een meer gepersonaliseerde afweging?
In plaats van de evolutie in het tegengaan van verspilling en het meer op het individu inzetten en vergoeden van behandelingen, heeft HollandBIO meer vertrouwen in de bio(tech)revolutie, zoals eerder beschreven door McKinsey. De aankomende jaren zullen we dankzij technieken als Whole Genome Sequencing steeds beter kunnen voorspellen waarom de ene persoon ziek wordt, en de ander niet. Waarom een bepaald geneesmiddel in de ene persoon wel werkt en in de ander niet. Data is de sleutel tot succes, en het hebben van brede registers op patiëntniveau een randvoorwaarde. Daarom zou Nederland partijen die bijdragen aan het inzamelen, vastleggen en analyseren van deze data met een rode loper moeten onthalen. Juist deze spannende innovaties laat het rapport buiten beschouwing – en dus staat HollandBIO te trappelen om dit perspectief alsnog ter tafel te brengen!
Lees hier het advies en actieplan van NZa en ZIN: https://www.nza.nl/actueel/nieuws/2020/11/30/zorginstituut-en-nza-schetsen-in-advies-randvoorwaarden-passende-zorg
Start corona-vaccinatie mogelijk begin januari
GezondheidAls alles meezit, worden begin januari in Nederland de eerste mensen ingeënt tegen het coronavirus. In een reactie op de vandaag door het Europees Medicijn Agentschap (EMA) gepubliceerde planning, meldt minister Hugo de Jonge (VWS) dat in de logistieke operatie alles erop is gericht om in de week van 4 januari 2021 te starten met vaccineren. RIVM, GGD, huisartsen en artsen van verpleeghuizen en instellingen werken daarbij nauw samen.
“Het vaccin is nu binnen handbereik en daarmee staan we aan de vooravond van een nieuwe fase in deze crisis. Een fase van hoop en nieuw perspectief. Het is nu aan EMA om zorgvuldig zijn werk te doen. Wij zorgen ervoor dat we er klaar voor zijn zodra er groen licht komt. Mogelijk is dat dus al begin januari. Maar hier geldt ook een waarschuwing: dit is echt het meest gunstige scenario. EMA en de Europese Commissie zijn eerst aan zet. En veiligheid gaat voor snelheid”, aldus minister De Jonge.
Het Europees Medicijn Agentschap maakte eerder vandaag bekend dat de vaccinontwikkelaars BioNTech/Pfizer en Moderna officieel een aanvraag tot markttoelating hebben gedaan. Dat betekent dat de testfase van deze vaccins is afgerond. EMA gaat de vaccins nu in nauwe afstemming met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordelen op onder andere veiligheid, kwaliteit en effectiviteit. Als dit proces voorspoedig verloopt, verwacht EMA uiterlijk 29 december met een oordeel te komen over het vaccin van BioNTech/Pfizer. Bij een positief oordeel zou de Europese Commissie kort daarna, mogelijk nog voor de jaarwisseling, kunnen besluiten over toelating van dit vaccin tot de Europese markt. Met de uitvoerende partijen wordt overlegd op welke wijze er bij dit scenario in de week daarop (de week van 4 januari) kan worden gestart met het toedienen van het BioNTech/Pfizer-vaccin.
Het kabinet heeft in de Vaccinatiestrategie al aangegeven het advies van de Gezondheidsraad over te nemen. Dat betekent dat ouderen, kwetsbare mensen en zorgmedewerkers als eerste worden gevaccineerd. Of het vaccin van BioNTech/Pfizer geschikt is voor deze doelgroep moet blijken uit de EMA-beoordeling. Mocht dit niet het geval zijn, dan komen andere groepen in beeld. De vaccinatiestrategie is daarom wendbaar: samen met het RIVM en de andere uitvoerende partijen worden meerdere scenario’s uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten daarbij is dat er zo min mogelijk verspilling van de schaarse vaccins mag optreden.
Naar verwachting kan BioNTech/Pfizer vooruitlopend op het besluit over markttoelating in de loop van december al ongeveer een miljoen doses van zijn vaccin aan Nederland leveren. Daarmee kunnen circa 450.000 mensen worden gevaccineerd. De vroege levering betekent ook dat er – bij een positief oordeel van EMA – kort na het officiële besluit van de Europese Commissie gestart kan worden met vaccineren. Vervolgens kan BioNTech/Pfizer volgens de meest recente informatie in het eerste kwartaal van 2021 nog eens ruim 1,6 miljoen doses van zijn vaccin leveren.
De besluitvorming over het vaccin van Moderna wordt medio januari verwacht, meldt EMA. Moderna denkt daarbij – bij een postief oordeel van EMA – in het eerste kwartaal van 2021 ongeveer 400.000 doses aan Nederland te kunnen leveren. De verwachting is dat in het tweede en derde kwartaal grotere hoeveelheden, van meerdere vaccinontwikkelaars (afhankelijk van goedkeuring door EMA), naar Nederland komen. Momenteel is het echter nog niet mogelijk om daar concrete getallen aan te verbinden.
Nederland en de EU hebben bij de aankoop van vaccins bewust breed ingezet. Er liggen inmiddels contracten met zes verschillende vaccinontwikkelaars: BioNTech/Pfizer, Moderna, Janssen, AstraZeneca, Curevac en Sanofi. Als al deze vaccins worden toegelaten tot de Europese markt, krijgt Nederland de beschikking over ruim 50 miljoen doses. Omdat bij de meeste vaccins twee inentingen per persoon nodig zijn, is dat genoeg voor ruim 29 miljoen mensen. Daarnaast is er in de meeste contracten ruimte voor aanvullende leveringen en er worden ook nog gesprekken gevoerd met andere vaccinontwikkelaars. Voor de inkoop van de vaccins is 700 miljoen euro gereserveerd.
Bron: Rijksoverheid (Persbericht)
How science-based solutions can secure nutritious and sustainable proteins for all
Voedsel en materialenTaking place in the context of the UN Food Systems Summit 2021, the fully virtual ‘Bold Actions for Food as a Force for Good’ summit by the World Economic Forum featured leaders from a broad spectrum of stakeholders to initiate and accelerate action for food systems transformation. During one of the sessions – hosted by Edith Schippers of Royal DSM – several stakeholders discussed how science-based solutions that ensure a more efficient use of our finite natural resources, can be more rapidly and widely adopted.
The challenges in this field are enormous. We need to nutritiously feed a growing population within planetary boundaries. A balanced diet requires good quality proteins; but, to sustainably achieve this goal, the environmental footprint of proteins must be significantly reduced. A systemic change is needed and science is the key. Many innovations and technologies that improve sustainability are ready to be implemented, but acceptance and adoption are lagging. Potential game-changers include proven solutions that can drastically reduce reliance on marine resources and dramatically reduce livestock emissions.
During the webinar, a range of stakeholders – from Veramaris, Danone and Tesco to Wageningen University & Research and DSM – discussed the much-needed bold actions to raise awareness of the many challenges and problems, and even more importantly the solutions and steps forward to address them.
The discussions led to a number of conclusions and bold actions that we need to take. For example, that we need to shift to a farmer-centric approach, whether they farm cattle, proteins or fish, in which individual farmers can be rewarded for the investments in sustainable production and the results that follow from it. Also, it is important that we measure the impact of healthy and sustainable foods. This in turn leads to the step that consumers are made aware of the choices they have by setting up a metric-based label. In addition, monitoring and measuring progress in terms of health and sustainability is key.
Perhaps most important of all, is the collaboration between all involved stakeholders to really scale up the identified bold actions towards science-based solutions that provide nutritious and sustainable proteins for all. Edith Schippers proposed a frontrunner approach to come to such collaboration, in which the pioneers that provide (a part of the) solutions set a standard with which they can take along the rest of society. From HollandBIO, where we also have the strategy to run along with our frontrunners in order to maximize the contribution of biotech innovations to health, sustainability and welfare, we fully support this approach.
The webinar can be watched here: https://channel.royalcast.com/dsmwebcasts/#!/dsmwebcasts/20201123_1