← #nieuws

Dutch assessment of the EU Biotech Act: no guts no glory?

,

In December 2025, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long-awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. During the holidays, the Dutch government dove into the EU proposals to draft its assessment, a so-called BNC-fiche. And, as the Netherlands does not shy away from communicating its strong ambition when it comes to biotech, hollandbio had high hopes that the Dutch government would call for even bolder moves, including proper EU and national resourcing and a broader scope of the Act. The current act still risks falling short of being the breakthrough the EU needs in a highly competitive global landscape. But unfortunately, we felt the official assessment of the EU Biotech Act Part I to be somewhat disappointing.

As expected, the Dutch fiche does embrace biotech’s role in strengthening Europe’s competitiveness, along with attention to workability, harmonisation, and Dutch best practices. But at the same time, the overall stance is surprisingly cautious, in contrast to the previously published broad, forward‑leaning Dutch non‑paper and national biotech vision. Rather than seizing Europe’s opportunity to lead, the fiche places significant weight on feasibility, governance and constraints. Important points, certainly, but for a country that wants to lead in biotech by 2040, we expected stronger follow‑through from ambition to action.

That’s why hollandbio remains fully engaged, contributing to Parliamentary consultations, advising policymakers and feeding insights into both Part I and Part II of the act. Our overall goal, and corresponding asks, remains unchanged: an EU Biotech Act that works end-to-end for health, food and industrial biotech. Read our full analysis here.

← #nieuws

Hoe brengen we innovatieve ziektemodellen samen van lab naar praktijk?

Een realistische transitie naar proefdiervrije innovatie is niet van de een op de andere dag geregeld, zo blijkt uit de verslagen van vijf stakeholderbijeenkomsten die het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) organiseerde. Deze sessies dienden als input voor haar nieuwe transitieadvies 2.0, dat later dit jaar verschijnt. Uit de input van de 200 deelnemers spreekt een beeld dat we maar al te zeer herkennen: er heerst veel innovatiekracht, maar er zijn nog ook duidelijke implementatiedrempels voor ziektemodellen – variërend van validatie-eisen en versnipperde regelgeving tot culturele gewoontes en beperkte datadeling. Toch worden mooie stappen vooruitgezet in binnen‑ én buitenland, doordat beleid, praktijk en regulatoire kaders steeds meer ruimte bieden aan mensgericht onderzoek en ontwikkeling.

De Amerikaanse FDA introduceerde vorige week bijvoorbeeld een helder (concept)valideringskader dat innovatieve ziektemodellen nadrukkelijk een plek geeft in regulatoire besluitvorming. Een ziektemodel hoeft daarbij niet volledig gevalideerd te zijn om te worden meegenomen, mits goed onderbouwd en passend binnen de context‑of‑use. Ook presenteerden de Eurogroup for Animals en de RSPCA, in samenwerking met bedrijven, een actieplan dat organisaties helpt om samen ziektemodellen sneller toe te passen. Zo stellen zij voor te sturen op gedeelde KPI’s, te investeren in mensrelevante modellen, ervaringen uit te wisselen over wat wel en niet werkt en vroegtijdig het gesprek aan te gaan met regulators. Met die gecombineerde acties – beleid dat ruimte maakt en gebruikers die leren – bewegen we langzaam maar zeker naar een wereld waarin mensgerichte ziektemodellen waar mogelijk de norm worden. 

← #nieuws

Is het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen echt klaar voor de toekomst? 

,

De Nederlandse zorg staat onder druk. Er komen steeds meer patiënten bij, maar het aantal handen aan het bed groeit niet mee. Hierdoor lopen wachttijden op en wordt de druk op zorgverleners groter. Dat roept bij veel mensen de vraag op: wie zorgt er straks nog voor mij? Dat komt omdat het huidige zorgsysteem is gebouwd voor een andere tijd, met minder patiënten, minder behandelmogelijkheden en minder kennis over individuele verschillen. Dankzij vooruitgang in onder meer biotech kunnen we ziektes nu steeds beter opsporen en behandelingen afstemmen op wat de individuele patiënt nodig heeft. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt ook om een nieuwe manier van beoordelen en toelaten van geneesmiddelen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaf het Zorginstituut opdracht deze nieuwe manier vorm te geven. Hollandbio gaf input.

Het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen (TSG) waar Zorginstituut Nederland (ZIN) aan werkt, wordt een nieuwe werkwijze om te bepalen hoe nieuwe geneesmiddelen beoordeeld worden en beschikbaar komen voor patiënten. Daarover mag ook hollandbio meedenken. Bij de term toekomstbestendig denken wij al snel aan een lerend zorgstelsel dat blijvend ruimte geeft aan innovatie en erop gericht is om nieuwe behandelingen zo slim en snel mogelijk bij de patiënt te krijgen. Hoewel wij zien dat het TSG een aantal goede elementen bevat, hebben wij naar aanleiding van het laatste conceptvoorstel dat ZIN ons ter consultatie voorlegde ook nog veel vragen. Zo maken wij ons zorgen dat het TSG uiteindelijk niet voor een nog meer rigide systeem zorgt dan we nu hebben, waardoor nieuwe geneesmiddelen uiteindelijk juist langzamer en moeilijker in plaats van sneller en beter van lab naar patiënt komen. In het bijzonder zien we bij weesgeneesmiddelen beren op de weg als we hier geen passende route voor inrichten.  

Het voorstel is nog niet publiek beschikbaar, maar onze volledige inbreng kun je wel alvast lezen via deze link. Heb je extra input of vragen over het TSG? Hollandbio denkt ook mee in een maandelijkse klankbordgroep die het Zorginstituut organiseert. Geef je suggesties daarom vooral mee aan hollandbio’s Thomas.  

← #nieuws

Shaping the path ahead for the biotech innovation climate, together with members 

,

Last Thursday, hollandbio’s rock-solid innovation climate team welcomed hollandbio members to the office in The Hague. We came together to connect and explore what the current surge of government visions, strategies, action plans, acts, and agendas means for the biotech sector and exchange ideas on how we can turn this political momentum into real progress together.

These are turbulent times. China plays by the law of the strongest; the United States is guarding its territory; South America is on the rise; and Europe is eager to show leadership. Hollandbio keeps a cool head and focuses on what truly makes the difference for biotech companies in the Netherlands. Our commitment is crystal clear: ensure that all conditions for biotech innovation are in place so entrepreneurs and companies can move their innovations from the lab to society as quickly as possible. That means access to appropriate financing at every stage of development, smooth and effective knowledge transfer, and an entrepreneurial climate that attracts biotech companies and talent. 

The meeting sparked lively exchanges: members brought real-world cases, highlighted what slows them down today, and highlighted where Europe’s plans could unlock real progress tomorrow. Their insights help us sharpen our advocacy and focus on what truly moves the needle towards a strong innovation climate. On behalf of the entire hollandbio team, thank you to everyone who took the time to join us in The Hague. And for those who couldn’t make it, a recap will be shared by email shortly. If you have questions or ideas to share, feel free to reach out to hollandbio’s Dora or Max

← #nieuws

EU begaat big misteak met namenban voor alles anders dan slachtvlees 

Zeer tegen de recentelijk uitgesproken wens van Nederland in ligt een Europees verbod op vleesnamen voor vegetarische producten ons zwaar op de maag. Al jaren woedt binnen de EU de discussie over de zogenoemde veggieburgerban: mag iets dat geen vlees is wel ‘kip’, ‘rundvlees’ of ‘biefstuk’ heten? Volgens Brussel is dit nodig om consumenten te beschermen tegen verwarring. Maar wie beter kijkt, ziet dat dit debat nauwelijks over consumenten gaat en vooral over het beschermen van de bestaande belangen binnen de toekomst van ons voedselsysteem. Onverteerbaar in dit Europese compromis: vleesnamen gelden alleen nog voor slachtvlees en niet voor gecultiveerd vlees. Kennelijk mag het alleen voor de slagerij nog een onsje meer zijn. 

Erg mager compromis 

In Europees verband wordt nu aangestuurd op de afspraak dat 31 traditionele vleesnamen voortaan strikt worden beschermd. Algemene woorden als ‘burger’, ‘worst’ en ‘nuggets’ mogen blijven, maar verwijzingen naar dieren of specifieke vleessoorten worden exclusief voorbehouden aan slachtvlees. Opvallend is dat deze regels niet alleen gelden voor plantaardige producten, maar ook expliciet – en zelfs nog voordat deze producten in Europa te koop zijn – voor gecultiveerd vlees. En dat is natuurlijk het onverteerbare stukje in dit toch al erg magere compromis. 

Geen consumentenwet, maar landbouwpolitiek 

Een belangrijk, maar vaak onderbelicht detail: deze naambeperkingen komen niet voort uit consumentenwetgeving. Ze zijn opgenomen in een bredere Europese landbouwmarktverordening, bedoeld om traditionele boeren te ondersteunen. De discussie over etiketten is daarmee onderdeel geworden van landbouwpolitiek, niet van consumentenbescherming. En zo komt het dat verbodsvoorstanders reppen over “het vakmanschap van de slager beter op waarde te schatten”, want dat is wat je zegt als je hun concurrentie wil bemoeilijken. 

De consument weet wel beter 

Het officiële argument voor de ban is bescherming van de consument. Maar daar ontbreekt bewijs voor. Consumentenorganisaties, retailers en eerdere Europese uitspraken laten zien dat mensen prima begrijpen wat zij kopen wanneer producten duidelijk zijn gelabeld. Namen helpen juist bij herkenning en gebruik. Het verbieden van vertrouwde woorden leidt eerder tot meer dan tot minder verwarring. 

Die boodschap klinkt ook buiten de politiek. In de No Confusion‑campagne van WePlanet spreken consumenten, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en bedrijven zich uit tegen deze vorm van symboolbeleid. Hun boodschap is nuchter: dit gaat niet om verwarring, maar om het beschermen van gevestigde belangen via taal. 

Rem erop vóórdat we rijden 

Dat de regels ook gelden voor gecultiveerd vlees is het meest veelzeggend. Deze producten liggen nog niet eens in het schap, maar krijgen nu al beperkingen opgeplakt. Dat is preventieve regulering in zijn puurste vorm: niet beoordelen op effect of veiligheid, maar vooraf afremmen uit voorzorg of uit angst voor wat het zou kunnen betekenen. 

Terwijl Europa worstelt met voedselzekerheid, betaalbaarheid, klimaat en biodiversiteit, worden technologieën die juist bekende producten met minder keerzijden willen maken vastgezet in regels van gisteren. En dat staat ook haaks op de EU Biotech Act, waarmee Europa zegt innovatie juist sneller en eenvoudiger naar de markt te willen brengen. 

Beschermen van bestaande belangen 

De discussie over vleesnamen is niet zomaar een detail, maar stelt ons voor de fundamentele vraag hoe we onze voeding in de toekomst willen regelen. Maken we steeds meer regels om krampachtig vast te houden aan de status quo, of geven we ruim baan aan wat generaties na ons nodig hebben? Beschermen we bestaande belangen tegen vernieuwing, of durven we nieuwe oplossingen vrijelijk de concurrentiestrijd aan te laten gaan? 

Vooruitgang zonder keerzijde vraagt om lef: om veiligheid en duidelijkheid te combineren met ruimte voor innovatie, en om te erkennen dat niets doen óók een keuze is – mét gevolgen. Daarbij is het goed te beseffen dat het huidige akkoord een voorlopig politiek compromis is: de afspraken uit de triloog zijn nog niet formeel aangenomen en kunnen in de verdere uitwerking nog worden aangepast. Juist daarom is dit het moment om de vraag te stellen of Europa hier de juiste keuze maakt en of we dit magere compromis wel kunnen slikken. Wij verwachten dat het nieuwe kabinet opkomt voor wat Nederland belangrijk vindt: een wereld mét toekomst

← #nieuws

Taskforce Toekomstige Welvaart & Verdienvermogen: samen aan de slag voor biotech en life sciences

Het nieuwe kabinet-Jetten heeft een brede Taskforce Toekomstige Welvaart & Verdienvermogen opgericht, waarin meerdere ministeries samenwerken onder leiding van minister Herbert van Economische Zaken en Klimaat. De oprichting van deze taskforce geeft gehoor aan de aanbevelingen uit het Wennink-rapport en zal zich onder andere richten op een plan van aanpak op vier strategische domeinen, waarvan Biotech & Life Sciences er één is. Hollandbio ziet dit als een belangrijke stap, want een breed gedragen actie is nodig voor het benutten van de potentie van biotech in Nederland en het vertalen van alle woorden in visies, rapporten en papers naar echte daden. Tegelijkertijd staat of valt het succes van deze daden met het van begin af aan en structureel betrekken van het biotechbedrijfsleven. Hollandbio roept de overheid dan ook op om van meet af aan intensief en gecoördineerd samen te werken met bedrijven en hun vertegenwoordigers.

De taskforce krijgt de opdracht om het toekomstige verdienvermogen van Nederland te versterken, onder meer met de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling, een agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) en meer focus op regionale innovatieclusters en Europese cofinanciering. Daarnaast moet er binnen zes maanden een plan van aanpak komen voor de vier strategische domeinen uit het hernieuwde Nederlandse industriebeleid, waaronder biotech en life sciences. Ook werkt de taskforce aan een nationale talentstrategie en een aanpak om het ondernemerschaps- en vestigingsklimaat te verbeteren, met daarbinnen ook speciale aandacht voor startups en scale-ups.  

Hollandbio ziet deze kabinetsopdracht als een krachtige erkenning van het belang van biotech voor het Nederlandse verdienvermogen en als een goede eerste stap op de weg naar concrete acties die de Nederlandse biotech verder kunnen helpen. Het is positief dat het kabinet kiest voor een interdepartementale aanpak met Economische Zaken en Klimaat in de lead, omdat structurele doorbraken in financiering, talent, regelgeving en implementatie in de praktijk alleen mogelijk zijn wanneer beleid over ministeries heen wordt gecoördineerd. Ook de tijdslijnen laten zien dat het kabinet de urgentie begrijpt. Hollandbio zou graag zien dat deze taskforce nadrukkelijk de samenwerking met het bedrijfsleven zoekt. We hebben een gedeeld doel, dus laten we dan ook samen werken aan dat doel en de beste maatregelen die daaraan bijdragen. Hollandbio zal de komende maanden in ieder geval actief meedenken rondom de uitwerking van het plan van aanpak, zodat de sector kan rekenen op concrete verbeteringen en een ijzersterk innovatieklimaat voor biotech in Nederland.  

← #nieuws

Werkbezoek van EIC-president Michiel Scheffers onderstreept belang van samenwerking in het bloeiende biotech ecosysteem

Afgelopen vrijdag bracht Michiel Scheffers, president van het European Innovation Council (EIC)-board, op uitnodiging van de gemeente Leiden een werkbezoek aan het Leiden Bio Science Park, en hollandbio’s Wieteke was erbij. Het EIC is namelijk een van de grootste deep tech-investeerders in Europa. Met een uitgekiende mix aan financieringsinstrumenten, van vroege fase tot scale-up, is het EIC voor hollandbio een lichtend voorbeeld om innovaties voor transities in energie, voedsel, materialen en gezondheid te realiseren. Goed nieuws dan ook dat het budget fors wordt opgehoogd naar € 34 miljard en nieuwe initiatieven met volop ruimte voor biotech, zoals STEP Scale-up, ruim baan krijgen.

Scheffers werd met open armen ontvangen door het bloeiende biotech-ecosysteem in Leiden. De gezamenlijke aanwezigheid was ook direct de belangrijkste boodschap: een doorslaand succes als het Leiden Bio Science Park kan alleen ontstaan wanneer alle neuzen dezelfde kant op staan. Het EIC, dat door passende financieringssamenwerking mede mogelijk wordt gemaakt, is daarbij een onmisbare schakel voor maatschappelijke én economische impact. Nederlandse ondernemers zijn ondanks de zeer geringe slagingskans buitengewoon succesvol in het verzilveren van EIC-financiering in Europa. Wat hollandbio betreft, speelt het EIC nu al een sleutelrol in het biotech-ecosysteem, die bovendien als blauwdruk kan fungeren voor het vormgeven en optimaliseren van nationale financieringsinstrumenten.  

← #nieuws

Een kleine stap voor de farmawetgeving, grote gevolgen voor het innovatieklimaat?

Afgelopen week publiceerde de Raad van de Europese Unie de tekst rondom het compromisvoorstel voor de nieuwe Europese farmaceutische wetgeving: tijd om de balans op te maken. Voor hollandbio blijft helder dat Europa nog altijd niet volledig doorgedrongen lijkt van de druk waaronder de internationaal opererende farmaceutische industrie staat, te midden van alle geopolitieke ontwikkelingen die de sector in haar greep houden. Of het Europees Parlement daar in de komende tijd tijdens de tweede lezing nog oog voor heeft… Wie weet biedt het oude onderhandelingsadagium ‘Nothing is agreed until everything is agreed’ nog kansen? Of anders toch in ieder geval de Europese Biotech Act?

Hollandbio zag de herziening van de farmaceutische wetgeving vanaf het begin als een grote kans. Alleen in plaats van bij te dragen aan de door ons zo gewenste en broodnodige beweging naar gezondheid op maat, stevenen we af op een bonte verzameling van maatregelen die enerzijds innovatie moeten aanjagen en anderzijds betaalbaardere geneesmiddelen voor ogen hebben. Uit de nu door de Raad geopenbaarde versies van de wetgeving en de richtlijn spreken zowel plussen als minnen. Zo zijn we positief over de verkorting van de tijdlijn voor de CHMP-opinie van 210 naar 180 dagen en over de ruimte die de regulatoire sandboxes in theorie aan innovaties bieden.  

Tegelijkertijd schuurt het op andere punten, zoals de introductie van een ‘modulaire’ beschermingsduur voor nieuwe geneesmiddelen: waarbij de basisbescherming is verlaagd en eventuele voorwaardelijke ophoging voor bedrijven vooral met onzekerheid gepaard gaat. Maar ook de verdere verplichtingen rond lanceringen, toeleveringsketens en milieurisicobeoordelingen vormen in toenemende mate een uitdaging voor bedrijven. En uitdagingen voor het bedrijfsleven, die zijn er momenteel al genoeg nu de Verenigde Staten met het Most Favored Nation Pricing-beleid enorm veel druk uitoefenen om Europa óók op het gebied van geneesmiddelen een eerlijker deel van de innovatierekening te laten betalen.  

Gelukkig zien we dat de Europese Commissie zich inmiddels wel degelijk zorgen begint te maken over het teruglopende concurrentievermogen en de strategische autonomie in en van Europa. In reactie op het rapport van Draghi werken zij nu hard aan een Biotech Act. Hiermee willen zij de bredere potentie van biotech voor mens, dier en planeet ten volste verzilveren en Europa koploper houden op innovatievlak. Deel I van deze wet is inmiddels openbaar, en heeft hollandbio’s volle aandacht, al mag er wat ons betreft nog best een tandje bij om te zorgen dat ook wij aansluiting houden met het tempo waarmee zowel de Verenigde Staten als China innoveren. Of deze ontwikkelingen nog hun weerslag krijgen op de herziening van de farmaceutische wetgeving? Hollandbio hoopt van wel. De inkt is immers nog niet droog: het Europees Parlement heeft nog recht op een tweede lezing voordat het het document ter finale stemming brengt. En ook daarna zal de Europese Commissie -zoals het er nu naar uitziet- voor de implementatie nog zo’n 100 secundaire wetten en regels moeten uitwerken: wat hollandbio betreft het liefst in samenhang met de aanstaande Biotech Act.  

Wanneer de EU wereldwijd serieus wil blijven meeconcurreren, onder andere op het vlak van farmaceutische innovatie, is wat hollandbio betreft een holistische aanpak van ons innovatie-ecosysteem nodig. Want innovatie aanjagen, strategisch autonoom willen zijn én binnen (nationaal) budget toegang tot geneesmiddelen garanderen: dat is geen haalbare combinatie als we op dezelfde voet doorgaan. Dat vraagt om een blik die verder gaat dan alleen de herziening van de farmaceutische wetgeving. Een blik die zich uitstrekt over al onze regelgevingstrajecten, marktvergunningen en de bredere markttoegangsomgeving. En voor die brede blik blijven we ons in het belang van patiënt én planeet bij hollandbio maar wat graag inzetten. 

← #nieuws

Nederlandse patiënt kan en wil niet wachten 

In Kassa werd – hartverscheurend – duidelijk wat de consequenties zijn van de keuzes die Nederland maakt in de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen: jonge moeder Jolie staat met lege handen, terwijl er een nieuwe behandeling bestaat die haar meer tijd met haar zoontje kan bieden. Dat patiënten in 26 Europese landen wél toegang hebben tot diezelfde behandeling, maakt de situatie amper uit te leggen. Waarom niet in een welvarend land als Nederland?

In gesprek met Kassa legt hoogleraar Gezondheidseconomie Xander Koolman helder uit dat Nederland een strenger toelatingsbeleid heeft voor nieuwe geneesmiddelen dan landen om ons heen, met vertraging en, steeds vaker, nee tot gevolg. Koolman: “De Nederlandse filosofie lijkt te zijn: als die andere landen nou die innovatie betalen, dan gaan wij het medicijn toekennen en gebruiken wanneer het goedkoper is.” Kortom: Nederland wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Los van de vraag of een dergelijke strategie wel past voor een welvarend land dat prat gaat op zijn innovatiekracht, vraagt deze aanpak veel geduld en tijd van patiënten – een luxe die Jolie, en de velen die net als zij wachten op een behandeling, niet heeft.  

De reportage kijk je hier terug – vanaf 9 min 45