← #nieuws

Improved crops can double agricultural production in Europe

Wageningen University & Research (WUR) is working within the CropBooster-P EU project on a roadmap to make agricultural crops future-proof. The CropBooster-P EU project will develop a pathway to sustainably double Europe’s crop yields by 2050 and prepare these crops for the needs and the future climate of Europe. These crops should have higher yields, optimal use of water and minerals, and the highest possible nutritional value and quality.

According to WUR’s René Klein Lankhorst, doubling crop yield of European agriculture by 2050 is feasible by optimizing photosynthesis. “The current agricultural crops now convert a surprisingly low percentage of sunlight into plant biomass; some 0.5 to 1%. Doubling the percentage to 1 to 2% is all we need and this has already been scientifically proven to be possible.” Lankhorst adds that improved crops will also have to use water and minerals such as nitrogen and phosphorus very efficiently.

For more details about CropBooster-P EU, read the news article from WUR.

Source: ISAAA

← #nieuws

Mosselgif opsporen zonder proefdieren

Van een ‘slechte’ oester kun je behoorlijk ziek worden. Promovendus Marcia Bodero ontwikkelde een proefdiervrije methode om schelpdieren te testen op gifstoffen. Bijkomend voordeel: de methode brengt ook onbekende gifstoffen aan het licht.

In schelpdieren zoals oesters en mosselen kunnen gifstoffen zitten die diarree veroorzaken en in ernstige gevallen zelfs verlamming of de dood. ‘Daarom moet elke batch worden gecontroleerd voordat die wordt vrijgegeven voor handel’, vertelt Bodero. Ze promoveerde op vrijdag 11 januari bij Ivonne Rietjens, hoogleraar Toxicologie.

Alleen bekend gif
Voordat ze aan haar promotieonderzoek begon, werkte Bodero voor de Chileense voedsel- en warenautoriteit. ‘In Chili en veel andere landen worden deze tests op gifstoffen gedaan met muizen en ratten.’ In Europa is er al een alternatief, de zogenaamde LC-MS/MS-test die in Wageningen is ontwikkeld door toenmalig promovendus Arjen Gerssen. Deze test wordt gebruikt om vetminnende gifstoffen te detecteren. Het nadeel is dat de test alleen bekende gifstoffen kan detecteren.

Bodero en haar collega’s verbeterden een andere test, de neuro-2a bioassay, die in combinatie met de LC-MS-test ook onbekende gifstoffen kan detecteren. Deze neuro-2a bioassay werkt met cellen die in het lab zijn gekweekt. Bodero: ‘In plaats van muizen doden de gifstoffen de cellen. Zo weten we dat er een gifstof aanwezig is en vervolgens kunnen we verder testen om erachter te komen welke stof het is.’

Gevoelige informatie
De neuro-2a bioassay heeft nog wel een paar beperkingen. Zo is de test nog niet gevoelig genoeg om de wettelijk toegestane hoeveelheden van zogenoemde OA- en DTX-2-gifstoffen te detecteren. Onderzoekers bij Rikilt zijn momenteel bezig om dit te verbeteren.

Bodero hoopt dat de nieuwe combinatiemethode binnenkort toegepast kan worden. ‘De komende jaren zal deze methode naast de proefdiertests worden gebruikt, om te zien of de resultaten vergelijkbaar zijn.’ Ze vindt het lastig om te zeggen hoeveel proefdieren uiteindelijk kunnen worden bespaard als de test blijkt te werken. ‘Ik heb wel geprobeerd om deze gegevens te achterhalen, maar overheden delen deze informatie liever niet. In Nederland is het in ieder geval niet toegestaan om proefdieren te gebruiken voor deze tests.’

Bron: Resource

← #nieuws

HollandBIO terugkijktip: Robbert Dijkgraaf over biotech in DWDD University

,

Opkomen met een baby op de arm en vervolgens met behulp van Legostenen begrijpelijk uitleggen hoe dat leven ontstaat, dat kan alleen Robbert Dijkgraaf. In de eerste aflevering van de vernieuwde DWDD University zette hij de mogelijkheden van biotechnologie volop in de spotlights.

In zijn college laat hij met hulp van concrete voorbeelden zien wat biotechnologische ontwikkelingen ons allemaal al hebben opgeleverd. Ook blikt hij vooruit op de toekomst en wisselt hij van gedachten met biotech toppers als geneticus Hans Clevers, microbioloog John van der Oost en biochemicus Henne Holstege over de potentie van het vakgebied. Het antwoord van de wetenschappers laat zich raden. Zij zien enorme kansen voor verdere ontwikkeling en toepassing van immunotherapieën als CAR-T, en gentherapie voor het genezen en voorkomen van erfelijke en zeldzame ziekten waar nu nog geen medicijnen voor zijn. John van der Oost wijst terecht op het feit dat de kansen zich niet beperken tot mensen, maar dat er ook in dieren, planten en micro-organismen veel te behalen valt. De prominenten zijn het eens: biotechnologie kan de wereld een stuk duurzamer maken. De belemmeringen liggen wat hen betreft niet op wetenschappelijk gebied maar op het gebied van achterhaalde wet- en regelgeving. Ze pleiten dan ook voor modernisering.

Hoewel de uitzending hier en daar alsnog redelijk technisch is en daarmee soms uitdagend voor niet-biotech-experts, is het een mooie introductie van sectorontwikkelingen en maakt het college duidelijk hoe biotechnologie bijdraagt aan duurzaamheid en gezondheid. Al met al een dikke HollandBIO-terugkijktip, ook voor familie en vrienden!

De aflevering kan je hier terug kijken

← #nieuws

Groene revolutie maakt 40% hogere oogst mogelijk

,

We staan aan de start van een nieuwe groene revolutie, dankzij een groep Amerikaanse wetenschappers. Door aanpassingen in het DNA van de plant lukte het hen om de groei van planten met 40% te laten toenemen. Dat is een belangrijke doorbraak voor de mondiale voedselproductie. De vraag naar voedsel zal de komende decennia namelijk fors toenemen door een groeiende wereldbevolking, terwijl het areaal landbouwgrond door de klimaatverandering juist afneemt.

Planten zijn in staat om via een ingenieus biologisch proces, de fotosynthese, uit zonlicht en koolstofdioxide (CO2) hun eigen voedingsstoffen (suikers) te maken. Tijdens de fotosynthese komen er naast de nuttige producten zoals suikers en zuurstof (O2), ook voor de plant schadelijke afvalstoffen vrij. Het opruimen van deze schadelijke producten kost de plant veel energie, die ze niet voor haar groei in kan zetten. Door met behulp van genetische modificatie een veel efficiëntere route voor de afbraak van deze afvalstoffen te maken, nam de groei van de plant tot wel 40% toe. De volgende stap is om die groeipotentie gericht te bevorderen in de ‘nuttige’ delen van de plant, bijvoorbeeld de vruchten, zaden, bladeren of stengels. Het bereiken van dit resultaat zal nog wel een aantal jaren duren, net als de toelating van de planten tot de markt. In Europa geldt namelijk een zeer streng, langdurig en onzeker traject voor genetisch gemodificeerde gewassen. HollandBIO pleit al jaren voor aanpassing van deze wetgeving. Deze doorbraak bevestigt maar weer eens hoe belangrijk de modernisering van het biotech beleid is, willen de EU en Nederland straks de vruchten van deze mooie vindingen kunnen plukken.

Bron: Science

← #nieuws

WRI report says GMOs and gene editing can help improve crop breeding to boost yields to feed the world

A new report, Creating a Sustainable Food Future, published by the World Resources Institute (WRI) suggests ways of feeding the planet’s almost 10 billion people by 2050 when food demand is set to rise by over 50%, and demand for animal-based food products (meat, dairy, and eggs) likely to grow by almost 70%.

The report states that the world must boost food production on existing agricultural land and that genetically modified organisms (GMOs) and gene editing can help improve crop breeding to boost yields. According to the report, there is no evidence that GMOs have directly harmed human health.

The report says that there is no silver bullet in producing enough food sustainably, but it offers a five-course menu of solutions to ensure feeding everyone without increasing emissions, fueling deforestation, or exacerbating poverty. WRI estimates that feeding the world sustainably while reducing agricultural land use and greenhouse gas (GHG) emissions by 2050 will mean the whole world:

  1. reducing demand by cutting food loss and waste, eating less beef and lamb, using crops for food and feed rather than biofuels, and reducing population growth by achieving replacement fertility levels;
  2. increasing crop and livestock productivity to higher than historical levels, but on the same land area;
  3. stopping deforestation, restoring peatlands and degraded land, and linking yield gains to the protection of natural landscapes;
  4. improving aquaculture and managing wild fisheries more effectively; and
  5. using innovative technologies and farming methods that lower agricultural GHG emissions.

Creating a Sustainable Food Future has been produced by WRI in partnership with the World Bank, UN Environment, UN Development Programme, and the French agricultural research agencies CIRAD and INRA. For more details, read this news article from CIRAD. Download a copy of the report from WRI.

Source: ISAAA

 

← #nieuws

Nobel laureates: Fear of GM crops prevents society from benefiting from the technology

The 2018 winners of the Nobel Prize for Chemistry, Professor Frances Arnold from the United States and Sir Gregory Winter of the United Kingdom, say that excessive concerns about genetically modified(GM) foods are preventing society from benefiting from the technology.

“We’ve been modifying the biological world at the level of DNA for thousands of years,” Professor Arnold said at a news conference. “Somehow there is this new fear of what we already have been doing and that fear has limited our ability to provide real solutions,” she added. Professor Arnold argued that GM crops could make food production more environmentally sustainable and help feed the world’s growing population. Sir Gregory Winter, however, said that the current regulations on GM crops need to be “loosened up.”

The Nobel Laureates made the comments on Monday, December 10, 2018, during the presentation of the prize. Professor Frances Arnold and Sir Gregory Winter received the Nobel Prize in Chemistry this year, together with American scientist George Smith, for their work in harnessing evolution to produce new enzymes and antibodies. Their work led to the development of new fuels and pharmaceuticals by making use of nature’s evolutionary processes themselves, leading to medical and environmental advances.

Read more from Central Maine and The Guardian.

Source: ISAAA

 

← #nieuws

Kerstdiner à la HollandBIO

,

Wat staat er deze Kerst bij u op tafel? Gaat u voor de klassiekers ossenstaartsoep, kalkoen en ijstaart met slagroom? Of mogen we u verleiden tot het Kerstdiner a la HollandBIO? Op het menu staan een glutenvrije GlutenTag bruschetta, gevolgd door een malse Meatable steak en een Nederbananasplit met extra zoete Merry Berries toe. Een begeleidend glaasje Nederhop of Vino SenFa maken het menu compleet. Natuurlijk zijn alle ingrediënten van dit overheerlijke gezonde Kerstdiner volledig duurzaam en diervriendelijk geproduceerd. Misschien klinkt het menu u nog wat futuristisch in de oren, alle ingrediënten voor deze Kerstdis kunnen dankzij biotech binnen enkele jaren daadwerkelijk op uw bordje liggen.

Als het aan HollandBIO ligt, zetten we deze kerst al onze tanden in deze gezonde en duurzame producten. Maar dat kan nog niet altijd. Daarom bijten we ons dag in dag uit vast in het beslechten van de barrières die deze en meer fantastische biotech producten in ontwikkeling scheiden van buurtsuper of dokterstas. Dat deden we in 2018, en dat doen we in 2019. Met veel plezier en overtuiging. Voor nu: fijne feestdagen en een fantastische start van 2019!

Boodschappenlijstje Kerstdiner à la HollandBIO

GlutenTag bruschetta

Gemaakt van tarwe en toch zonder gluten.

Meatable steak

De enige steak waarvan de eigenaar nog vrolijk in de wei loopt! Nieuw in het assortiment van HollandBIO!

Nederlandse bananen met Merry Berries

De eerste bananasplit met echte Nederlandse bananen met extra zoete aardbeien. De suikerpot kan in de kast blijven!

Nederhop

Een overheerlijk biertje gebrouwen met Nederlandse hop.

Vino SenFa

Een wijn gemaakt van onvervalste Italiaanse meeldauw resistente druiven.

 

← #nieuws

Hudson River Biotechnology opens up new laboratory

,

Following the global surge in CRISPR investments and research, Hudson River Biotechnology (HRB) is pleased to announce the opening of its new 150m2 laboratory. As one of the few European companies fully dedicated to gene-editing and precision plant breeding, HRB is pleased to take this next important step in the evolution of the company and strengthen the agricultural R&D eco-system in Europe.

HRB is a young and highly innovative agricultural biotech company located in Wageningen. HRB applies novel breeding techniques such as CRISPR to develop new plant traits and has exclusive access to a novel genetic target identification platform, called SuRE (licensed from Amsterdam-based partner company Gen-X). HRB genetically optimizes crops to increase yields, improve disease resistance & nutritional value. The company has an internal R&D pipeline for development of novel platform technologies and varieties with new traits.

In addition, HRB uses their molecular breeding and target identification expertise to accelerate breeding efforts in co-development with plant breeders, seed companies and natural ingredient producers of all sizes. Combined, these efforts ultimately contribute to solving global food challenges such as the need for improved nutritional value or reduced pesticide use.

“We look forward to continue the rapid expansion of our company through this new lab” says Rudi Ariaans, CEO and HRB co-founder. Ferdinand Los, CSO and co-founder, adds “the new facility is fully equipped for the range of activities required for our R&D program”. In the new laboratory, HRB can deploy a range of activities in plant tissue and protoplast culture, genetics (DNA and RNA work), and protein biology. This enables HRB to effectively perform all the required steps in, for example, a CRISPR project, including discovery of genetic targets, in-house production of CRISPR proteins and guide RNAs, plant transfection and regeneration, and genetic testing.

Source: Hudson River Biotechnology

← #nieuws

Tot welk ras behoort mijn rund? Wageningse DNA-test geeft het antwoord!

Lakenvelders en Blaarkoppen herken je gemakkelijk aan hun specifieke kleurenpatroon. Maar het verschil in kleurenpatroon is niet het enige dat deze runderrassen onderscheidt, ook hun DNA is anders. Met een DNA-test kunnen we nu van ieder rund zonder stamboomgegevens bepalen tot welk zeldzaam Nederlands dubbeldoel runderras het behoort. Daarmee wordt opname in het stamboek mogelijk. En hoe groter het aantal stamboekrunderen, hoe breder de genetische basis voor een duurzame fokkerij en behoud van het ras.

Zeldzame Nederlandse runderrassen

In Nederland kennen we het Brandrode rund, het Fries Hollands vee, de Groninger Blaarkop, de Lakenvelder, het Maas-Rijn-IJsselvee (MRIJ) en het Roodbont Fries vee. Eén voor één bedreigde, zeldzame runderrassen omdat er per ras nog maar minder dan 3.000 koeien van zijn. Het aantal nog in leven zijnde koeien van het oude type rund met kleurslag Witrik is ook beperkt. Het MRIJ-vee telde in 2017 nog meer dan 6.000 stamboekkoeien, maar ook dit aantal daalt snel. Deze tellingen worden vastgesteld aan de hand van het aantal raszuivere koeien dat bij een erkend stamboek staat geregistreerd. Een deel van de runderen in Nederland is niet geregistreerd bij een erkend stamboek, stamboomgegevens ontbreken dan. Ook is soms slechts een deel van de stamboom bekend. Deze runderen kunnen best raszuiver zijn, maar worden nu niet als zodanig herkend (en geteld). Dit geldt dus ook voor hun nakomelingen.

DNA-test bepaalt ras

Het Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) heeft met subsidie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een DNA-test ontwikkeld waarmee het voor een rund met (deels) onbekende stamboomgegevens kan bepalen tot welk zeldzaam Nederlands runderras het behoort. Daarmee wordt opname in een erkend stamboek mogelijk en wordt, wanneer het redelijke aantallen betreft, het risico op uitsterven van een ras verkleind.

Welke rassen kunnen meedoen?

De DNA-test kan worden ingezet voor runderen waarvan verwacht wordt dat ze tot één van de volgende rassen behoren: Brandrode rund, Fries Hollands vee, Groninger Blaarkop, Lakenvelder of Roodbont Fries vee. Runderen met de kleurslag Witrik kunnen worden getest wanneer de veehouder vermoedt dat het rund tot één van de zojuist benoemde rassen behoort. Op dit moment kan Maas-Rijn-IJsselvee nog geen gebruik maken van de test, omdat het geen zeldzaam ras betreft.

Het onderzoek en de DNA-test

Voor de ontwikkeling van de DNA-test is DNA gebruikt van bekende raszuivere runderen van de zeldzame Nederlandse runderrassen. Het DNA van deze runderen is met elkaar vergeleken om te kijken hoe uniek individuen én rassen zijn. Op basis van dit DNA konden we de verschillende zeldzame Nederlandse runderrassen van elkaar onderscheiden. Het Brandrode rund en het MRIJ-vee lijken wat meer op elkaar, evenals het Fries Hollands en Roodbont Fries vee, wat de nauwe relatie tussen deze rassen weerspiegelt.

De ontwikkelde DNA-test vergelijkt het DNA van een te testen rund met het DNA van de raszuivere runderen. De uitkomst van de DNA-test geeft aan hoeveel procent het DNA van het onderzochte rund afkomstig is van één of meerdere rassen. Wanneer dit percentage voor één specifiek ras hoger is dan het door het onderzoek vastgestelde drempelpercentage, is met DNA aangetoond dat het rund tot dit specifieke ras behoort.

Wanneer het rund volgens het stamboek ook voldoet aan de uiterlijke raskenmerken, kan het worden opgenomen in een erkend stamboek. Na opname in een erkend stamboek kan het rund “gevlagd” worden als zeldzaam huisdierras in de nationale Identificatie & Registratie database en daarmee door de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH) zichtbaar worden gemaakt in het “paraplubestand” voor zeldzame huisdierrassen. Meer informatie over het paraplubestand is te vinden op de website van de SZH.

Bron: WUR

← #nieuws

Bio-based innovaties versnellen in Delft

,

Biotech Campus Delft stelt zich open voor derden

 

Er bestaan ambitieuze plannen voor de Biotech Campus Delft. Op het terrein van DSM is een  enthousiast team druk bezig de campus uit te bouwen tot Europa’s toonaangevende campus voor industriële biotechnologie. Locatiedirecteur Fedde Sonnema: “Nu al werken hier meer dan duizend mensen aan duurzame, ‘bio-based’ oplossingen voor voeding, diervoeding, biobrandstoffen en bioplastics. Vierhonderd onderzoekers kijken dagelijks hoe we de wereld kunnen voorzien van duurzame en nuttige producten. Door de locatie open te stellen voor derden en de uitwisseling van kennis en faciliteiten te stimuleren, ontstaat er een innovatiebroedplaats waarin we de transitie naar een ‘bio-based economy’ kunnen realiseren.”

 

Wisselwerking met TU Delft

Daarbij werkt DSM goed samen met de TU Delft, vertelt Sonnema. “DSM kan en wil het niet alleen doen. Een voortrekkersrol nemen we wel graag op ons. Dat doen we bijvoorbeeld door te investeren in laboratorium- en kantoorruimte en gemeenschappelijke voorzieningen. We delen kennis met nieuwkomers op de locatie. Wisselwerking met de TU Delft, die hier bijvoorbeeld cursussen en activiteiten organiseert of biotech start-ups tot wasdom kan laten komen, is daarbij essentieel. Dat geldt ook voor de inzet van lokale en provinciale overheden. Voor iedereen zijn het gemeenschappelijke belang en de kans die de Biotech Campus Delft biedt duidelijk: de regio uitbouwen als het Europese zenuwcentrum voor industriële biotechnologie.

 

Toegang tot innovatie ecosysteem

“Samenwerking tussen overheid, universiteit en industrie is doorslaggevend voor succes”, beaamt ook Cindy Gerhardt. Zij is Business Development Director van de Biotech Campus Delft. “Dat vond oprichter en sociaal ondernemer Jacques van Marken van het huidige DSM Delft eind negentiende eeuw al. Ook nu is samenwerking de basisgedachte achter de Biotech Campus Delft.”

Met het gereedkomen van het Beijerinck Center begin 2019 gaat de campus echt van start. Het Beijerinck Center is een volledig gerenoveerd gebouw met kantoor- en labruimte en vormt de centrale ontmoetingsplek voor de campus. Gerhardt: “De naam staat symbool voor de samenwerking tussen industrie en wetenschappers op het gebied van biotechnologie. Martinus Willem Beijerinck deed wetenschappelijke ontdekkingen in het fabriekslaboratorium en werd later de eerste hoogleraar microbiologie ter wereld.”

Innoveren draait om slim samenwerken

Het Beijerinck Center biedt ruimte aan bedrijven actief in de industriële (witte) biotechnologie. Gerhardt: “Zij krijgen niet alleen een laboratorium en kantoorruimte in dit gebouw, maar ook toegang tot het restaurant, de fitness en vergaderzalen. Nog veel belangrijker is de toegang tot het innovatie ecosysteem met mentoren van DSM, cursussen die we samen met de TU-Delft of hogescholen ontwikkelen, conferenties en netwerkevenementen. De biotech campus doet er alles aan om uitwisseling van kennis en talent te stimuleren, omdat innoveren in de 21e eeuw draait om slim samenwerken.”

Campus bewoners

Momenteel bevinden zich op de Biotech Campus Delft al verschillende bedrijven, actief in de biotechnologie; DSM Food Specialties, met daaraan gelieerd het DSM Biotechnologie Centrum (DBC), de Bioprocess Pilot Facility (BPF) en Centrient Pharmaceuticals. Bij DBC werken ruim 400 wetenschappers op alle gebieden van de industriële biotechnologie, van discovery tot genetica tot fermentatie, formulering en toepassing van bio-based ingrediënten. De BPF biedt op pilot plant-schaal een springplank voor proeven in de opschaling van reageerbuis naar fabriek.

Mix van bedrijven

Vanaf begin 2019 zal het aantal bedrijven toenemen. Het Beijerinck Center biedt ruimte aan twee joint ventures met DSM: Veramaris en Avansya. Daarnaast aan een twintigtal nieuwe, kleinere bedrijven. Gerhardt hoopt een mix van verschillende bedrijven aan te trekken op de campus.

Biotech start-ups, of deze nu vanuit de TU Delft of een andere universiteit komen, als spin-off vanuit DSM of een ander bedrijf, kunnen profiteren van een ecosysteem met kennis en een volledige infrastructuur. Zelf zijn zij voor de grotere bedrijven op de campus een bron van inspiratie en ondernemerschap. We kunnen met trots noemen dat de eerste biotech startups met interesse in de campus zich al hebben gemeld!

Opschalen groene processen

Het lokale MKB heeft vaak behoefte aan het ontwikkelen en opschalen van nieuwe, groenere processen, bijvoorbeeld door reststromen slimmer te verwerken. Toegang tot de technologie is niet altijd makkelijk. Het MKB kan slim innoveren op de campus, bijvoorbeeld met financiële ondersteuning van zogenaamde ‘fieldlab’ subsidies.

Een derde categorie campus-collega’s zijn grote internationale bedrijven. Zij komen af op de goede reputatie en het hoge kennisniveau van de bio-based industrie in Nederland en op de (al dan niet gesubsidieerde) samenwerkingsmogelijkheden in Europa. De Biotech campus Delft is uniek omdat het, zo dicht bij het centrum van Delft, ook ruimte biedt aan nieuwbouw van laboratoria, kantoren en fabrieken.

Tot slot is een ecosysteem niet compleet zonder dienstverleners die de andere bedrijven ondersteunen: contract research, adviesbureaus, loopbaancoaches en andere ondersteunende activiteiten.

Bijdrage aan circulaire economie

Gerhardt kan niet wachten tot het gonst van de nieuwe activiteiten, hoewel ze weet dat de opbouw van een nieuwe campus veel tijd kost. Maar, ze is ervan overtuigd dat de campus meerwaarde biedt aan start-ups, MKB en grote bedrijven die actief zijn op het gebied van industriële biotechnologie. “Voortbordurend op 150 jaar ervaring in academisch onderzoek en commercialisatie van bio-based producten, kunnen we in Delft een concrete bijdrage leveren aan de transitie naar een duurzame, circulaire economie!”

Meer informatie vind je op de op de website van de Biotech Campus Delft: www.biotechcampusdelft.com