← #nieuws

South Korea’s First Genome Edited Petunia Approved in the U.S.

The research team led by professor Geung-Ju Lee of Chungnam National University and Toolgen announced that the new variety of petunia co-developed with CRISPR genome editing technology has been determined as non-GMO by the U.S. Department of Agriculture.

The decision was released under the “Am I Regulated?” program of the USDA. The program is designed to verify the presence of GMOs for crops developed with new breeding techniques such as CRISPR technology. The genome-edited petunia developed in South Korea is the first genome-edited petunia approved by the USDA.

“We have succeeded in developing a new breed of petunia in pale pinky-purple color for the first time in the world by introducing CRISPR system,” said professor Geung-Ju Lee. “Through the Research Center for Animal and Plant Genome Editing established by Chungnam National University and Toolgen, we plan to promote the development of new high-value-added genome editing variety crops and jointly respond to domestic regulatory issues.”

For more details, read the article in Hankyung (in Korean).

Source: ISAAA.org

← #nieuws

KeyGene en WUR gaan bijdragen aan Afrikaanse bananenrassen die resistent zijn tegen Panamaziekte

Wageningen University & Research (WUR) en plantenonderzoekbedrijf KeyGene sluiten zich gezamenlijk aan bij het internationale onderzoeksprogramma Accelerated Breeding of Better Bananas (ABBB). Via dit onderzoeksprogramma gaan WUR en KeyGene meehelpen aan de ontwikkeling van nieuwe bananenrassen die geschikt zijn voor de teelt in Oost-Afrika en die resistent zijn tegen de verwoestende Panamaziekte. Dit is van levensbelang voor Afrikaanse boeren en gemeenschappen, omdat bananen een belangrijke voedingsbron zijn binnen het plaatselijke dieet.

De deelname van WUR en KeyGene wordt gefinancierd door de Bill & Melinda Gates Foundation. Het internationale onderzoeksprogramma ABBB wordt gecoördineerd door het International Institute of Tropical Agriculture (IITA).

De banaan is een van ‘s werelds belangrijkste levensmiddelen en handelsgewassen in de tropische en subtropische regio’s. In Europa en Noord-Amerika worden bananen vooral als lekker en gezond tussendoortje genuttigd. Eén van de bekendste bananenrassen is de Cavendish. Zo’n 95% van de internationale handel in bananen, en de helft van de wereldwijd geproduceerde bananen, behoort tot deze soort.

Momenteel wordt de banaan bedreigd door de onlangs geïdentificeerde Fusarium soort, ook wel bekend als Tropical Race 4, of TR4. Deze schimmel is dodelijk voor vele banaangenotypen, waaronder de Cavendish-banaan, en veroorzaakt de ziekte fusarium wilt of banana (FWB), ofwel de beruchte Panamaziekte. Deze ziekte verspreidt zich wereldwijd met een zorgwekkende snelheid, op een soortgelijke wijze als de eerste zogeheten Race 1 epidemie. Deze epidemie verwoestte in de jaren vijftig van de vorige eeuw de gehele oogst van de destijds gewilde Gros Michel banaan in Midden-Amerika.

Het ontwikkelen van betere rassen is duur, tijdrovend en vereist een flinke hoeveelheid land. Om deze reden is het internationale onderzoeksprogramma ABBB gelanceerd, met financiële steun van de Bill & Melinda Gates Foundation en op initiatief van het International Institute of Tropical Agriculture (IITA). Het Accelerated Breeding of Better Bananas programma richt zich op het verbeteren van de productie en het productievermogen van de banaan in de Oost Afrikaanse hoogvlakten. Dit gebeurt door middel van veredelingsprogramma’s voor de ontwikkeling van nieuwe bananenrassen en het verbeteren van plaatselijke teeltsystemen en gewasbescherming.

WUR en KeyGene nemen vanaf nu deel aan het ABBB-programma, en dragen daarmee unieke technologie, kennis, expertise en onderzoeksfaciliteiten bij aan het programma. WUR en KeyGene werken al vijf jaar samen op het gebied van onderzoek naar bananen, elk met hun eigen expertise en technologie.

Het gezamenlijke WUR/KeyGene team zal beginnen met het ontwikkelen van zogeheten moleculaire merkers, waarmee Afrikaanse bananenveredelaars op effectievere wijze bananenrassen kunnen ontwikkelen die resistent zijn tegen TR4. Door middel van deze merkers kunnen de veredelaars zaailingen selecteren waarvan een DNA test aangeeft dat de plant resistent is tegen TR4. Hiermee wordt de effectiviteit van de veredelingsprogramma’s aanzienlijk verbeterd.

Het team zal vervolgens de genen identificeren die de bananenplanten resistent maken tegen TR4 en tegen Race 1, een vereiste voor nieuwe bananenrassen.

“We zijn zeer verheugd dat we KeyGene’s expertise in DNA-technologie, bio informatica en de ontwikkeling van indicatoren kunnen inzetten om resistente rassen te ontwikkelen van een gewas dat zo cruciaal is voor de voedselvoorziening en het inkomen in Afrika”, aldus Anker Sørensen, Vicepresident New Business en coördinator bananenonderzoek bij KeyGene.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de zogeheten Race 1 bestaat uit een samenhangend geheel van verschillende Fusariumsoorten, en dat TR4 feitelijk biologisch gezien een aparte soort is. De schimmels gebruiken waarschijnlijk effectoreiwitten, die het immuunsysteem van de plant verstoren en daarmee essentieel zijn voor zowel de ziekteverwekker als de weerstand van de plant daartegen.

“Het Fytopathologie Lab bij WUR heeft een gedegen bewezen expertise in het identificeren en bestuderen van effectoreiwitten. We zijn er trots op dat we onze kennis en onderzoeksexpertise nu kunnen inzetten ter ondersteuning van de bananenveredeling in Afrika,” zegt Gert Kema, hoogleraar Tropische Fytopathologie bij WUR.

Bron: Keygene (Persbericht)

← #nieuws

Unilever gaat voor ‘groene’ zeep

,

Unilever zet haar duurzaamheidsambities voort! Het Brits-Nederlandse concern wil de komende jaren alle ingrediënten voor zijn schoonmaak- en wasmiddelen, die nu nog uit olie worden vervaardigd, vervangen door duurzaam geproduceerde en biologisch afbreekbare producten. Het wil de milieuvervuiling hiermee te lijf gaan en tegelijkertijd de CO2-uitstoot verminderen. Met deze stap geeft Unilever gehoor aan de vraag van consumenten naar meer duurzaam produceerde producten.

De komende tien jaar investeert Unilever €1 miljard om deze omslag te bewerkstellingen. Ze richt zich op het inzetten van innovatie en zoekt daarbij ook de samenwerking met biotechnologiebedrijven op. Zo wordt het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Ginkgo Bioworks, dat met synthetische biologie nieuwe cellen met gewenste eigenschappen maakt, genoemd als mogelijke partner. Daarmee geeft Unilever aan haar traditionele chemische toeleveranciers te willen vervangen voor nieuwe innovatieve biotechbedrijven. Een hele stap voor de multinational, maar Unilever hoopt ook dat haar huidige leveranciers gehoor geven aan de oproep en hun productie gaan verduurzamen. Een pleidooi dat HollandBIO van harte ondersteunt, zeker nu eens te meer blijkt dat biotechnologie de groene oplossing binnen handbereik brengt.

Bronnen: Het Financieele Dagblad en NOS

← #nieuws

Wageningse wetenschappers op de bres voor moderne veredeling

Met uitspraken als ‘Geen tijd om oneindig te wachten op juiste mutatie’ en ‘We laten kansen liggen bij verduurzaming landbouw’ pleiten de Wageningse hoogleraar microbiologie John van der Oost en Bert Lotz, teamleider toegepaste ecologie aan dezelfde universiteit, voor de toepassing van moderne veredeling in de landbouw. Volgens hen is de inzet van alle technologie, inclusief moderne veredeling, essentieel om in de toekomst alle monden te kunnen blijven voeden en de landbouw te verduurzamen. De verouderde Europese Regelgeving voor genetische modificatie moet volgens de wetenschappers dan ook snel worden aangepast.

Bert Lotz ziet grote voordelen voor het gebruik van moderne veredeling in het verduurzamen van de landbouw. In combinatie met andere duurzame landbouwtechnieken kan ze een belangrijke bijdrage leveren aan de agro-ecologie, een vorm van landbouw waarin zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen.

John van der Oost ziet vooral voordelen voor de mondiale voedselvoorziening. Met moderne veredeling kunnen gewassen veel sneller worden aangepast aan veranderende klimaatomstandigheden dan met klassieke veredeling. Dit levert een win-winsituatie op. De boeren en plantentelers hebben sneller gewassen tot hun beschikking die een goede opbrengst geven en bestand zijn tegen de veranderende klimaatomstandigheden. Ook kan er genoeg voedsel worden geproduceerd om alle monden wereldwijd te blijven voeden.  

Beide wetenschappers zien de verouderde Europese Regelgeving voor genetische modificatie als de grootste belemmering voor de toepassing van moderne veredeling. Ze pleiten daarom voor een snelle aanpassing daarvan – een pleidooi dat HollandBIO van harte ondersteunt!

Bronnen:

Nieuwe Oogst

Kennisonline

← #nieuws

Gecultiveerd vlees – van cel tot bord

Altijd al willen weten welke route gecultiveerd vlees af moet leggen voordat het op ons bord ligt? Dan is dit artikel, recent verschenen in Nature Foods, echt iets voor jou. Naast een gedetailleerd recept voor het maken van gecultiveerd vlees, geven de auteurs ook inzicht in de regelgeving waar je aan moet voldoen om gecultiveerd vlees in het supermarkt te krijgen. Ook gaat het artikel in op de vraag hoe je de consument kunt verleiden om te kiezen voor gecultiveerd vlees. De weg van cel naar bord is lang, maar wel een met een meer duurzame en diervriendelijke samenleving als eindbestemming.

De ontwikkeling en productie van gecultiveerd vlees is een technologisch hoogstandje waar veel bij komt kijken. De weg van cel naar bord is dan ook niet eenvoudig. Zo moet je in Europa goedkeuring aanvragen vanuit de regelgeving voor nieuwe voedingsmiddelen, ook wel Novel Foods genoemd. Dat is een lang en kostbaar traject, zeker als je de situatie in Europa vergelijkt met andere delen van de wereld. De laatste stap om gecultiveerd vlees op het bord te krijgen, is ervoor zorgen dat  consumenten een geïnformeerde keuze kunnen maken. Daarvoor is complete en heldere informatie essentieel. Uit recent onderzoek blijkt namelijk dat hoe meer informatie de consument heeft, hoe meer ze geneigd is om ook daadwerkelijk voor gecultiveerd vlees te kiezen.

De route van cel naar bord voor gecultiveerd vlees mag dan lang zijn, tegelijkertijd is het wel een uitgelezen kans voor een meer duurzame en diervriendelijke landbouw. HollandBIO zet zich dan ook in om de weg voor koplopers als Meatable zo veel mogelijk te effenen. Want ook wij kunnen niet wachten tot gecultiveerd vlees op ons bord ligt.

Lees hier de artikelen:

← #nieuws

Nieuwe kennis over genetica van Amaranthus-onkruiden gaat duurzaamheid landbouw ondersteunen

Een internationaal team van wetenschappers, waaronder onderzoekers van het Nederlandse onderzoekbedrijf KeyGene uit Wageningen, publiceren het complete DNA van drie soorten Amaranthus-onkruiden in het wetenschappelijk tijdschrift Genome Biology and Evolution. Amaranthus soorten veroorzaken over de hele wereld opbrengstverliezen van gewassen, kostenverhogingen voor boeren en extra belasting van het milieu. De onderzoekers hopen dat hun resultaten, die gratis en openbaar toegankelijk zijn, een bijdrage kunnen leveren aan verder onderzoek naar de genetica van onkruiden, in het bijzonder Amaranthus-soorten, en daarmee aan de duurzaamheid van de toekomstige landbouw.

Amaranthus-soorten zijn lastige onkruiden. Dankzij hun bijzondere metabolisme (het zijn zogenaamde C4-planten) concurreren Amaranthus-planten vooral met gewassen onder wat warmere omstandigheden. Als de onkruidplanten niet bestreden worden, leidt dat tot opbrengstverliezen. Als het onkruid wél bestreden wordt, leidt dat tot extra kosten en milieubelasting.

Nu we meer snappen van de genetica van deze onkruiden, kunnen onderzoekers nieuwe mogelijkheden ontwikkelen om op een milieuvriendelijke manier de strijd aan te gaan met deze en andere onkruiden.

De onderzoekers hebben het DNA in kaart gebracht van de oever-amarant (Amaranthus tuberculatus), de groene amarant (Amaranthus hybridus), en de palmer-amarant (Amaranthus palmeri). Daarvoor gebruikten ze de laatste stand der technieken, de zogenaamde ‘long read DNA sequencers’. Die leveren veel grotere DNA-puzzelstukken op dan de daarvoor gebruikte short read sequencers, waardoor de puzzel van de chromosomen makkelijker te leggen is, en met minder fouten. Deze technieken worden steeds vaker ingezet bij de ontwikkeling van vele landbouw- en tuinbouwgewassen om nieuwe eigenschappen – zoals duurzame resistentie, verbeterde smaak en verlengde houdbaarheid – te ontrafelen in het voordeel van boeren, producenten en consumenten.

Het team gebruikte ook geavanceerde bio-informatica, waardoor ze unieke kennis uit de gelegde DNA-puzzels konden halen. Dat alles heeft geleid tot een hoge kwaliteit van de gepubliceerde ‘genomen’, het totale DNA van de drie Amaranthus-soorten.

De nieuwe kennis van de genetica van de drie Amaranthus-onkruiden geeft aanknopingspunten voor nieuw onderzoek naar het op een duurzame manier omgaan met onkruiden, in het bijzonder de Amaranthus-soorten. Zo kan beter onderzocht worden hoe Amaranthus-soorten ongevoelig kunnen worden voor onkruidbestrijdingsmiddelen en hoe het optreden van die ongevoeligheid voorkómen kan worden. Daarnaast geeft de genetische kennis de mogelijkheid om gericht effectieve middelen te ontwikkelen die het milieu minder belasten.

Het internationale team achter de wetenschappelijke publicatie bestaat uit onderzoekers van de Universiteit van Illinois, de Max Planck Society, BASF SE en KeyGene. Het onderzoek is mede financieel ondersteund door het USDA National Institute of Food and Agriculture, de International Max Planck Research School en de Max Planck Society.

Bron: Keygene (Persbericht)

← #nieuws

Europeanen steeds positiever tegenover genetische modificatie

Een steeds kleiner deel van de Europeanen maakt zich zorgen over het gebruik van genetische modificatie in de landbouw (19%) en genetische gemodificeerde ingrediënten in voedsel (27%). Dat blijkt uit een recente studie waarin de resultaten van de Eurobarometers, regelmatige opiniepeilingen onder Europese burgers, van de afgelopen 20 jaar naast elkaar zijn gelegd.

Ondanks de sterk afnemende zorgen in de afgelopen decennia blijft Europa ver achter met het telen van genetisch gemodificeerde gewassen en het uitvoeren van veldproeven, terwijl in de rest van de wereld het areaal aan genetisch gemodificeerde geteelde gewassen explosief is gegroeid met een factor 113. De opkomst van moderne veredelingsmethoden die aanpassingen binnen het soorteigen DNA mogelijk maken, valt ook beter bij Europese burgers dan toepassingen die met klassieke genetische modificatietechnieken tot stand komen. De positievere houding van Europeanen over genetische modificatie vormt een steun in de rug voor wetenschappers, overheden, bedrijven en burgers die zich inzetten voor modernisering van de verouderde wetgeving in Europa op dit vlak. Op die manier kunnen we meer vaart zetten achter een duurzamere en gezondere landbouw en voedselproductie.

Bron: ISAAA (nieuwsbericht)

← #nieuws

Henny Wilpshaar appointed as co-CEO of KeyGene

KeyGene herewith announces that as of September 1, 2020, Mrs Henny Wilpshaar, currently Financial Director at Kennemervis Groep, has been appointed as co-CEO of KeyGene. With this appointment, KeyGene’s Executive Board has been extended and will now comprise of two co-CEOs who both will be responsible for all company matters. Henny Wilsphaar will act with a focus on financial & entrepreneurial matters and value creation whereas Arjen van Tunen, as the other co-CEO, will have a focus on Innovation, R&D execution and project acquisition.

After her graduation at Wageningen University & Research in animal sciences/business economics, Wilpshaar started as a trainee at Nutreco. There, she chose to further develop her financial skills and knowledge. Since then, Wilpshaar has had financial/commercial positions at several food-oriented enterprises. Since 2016, Henny is financial director at Kennemervis Groep B.V., an internationally oriented fish processing company with a high emphasis on sustainability in fisheries and fish products, having businesses in the Netherlands and Denmark.

Henny Wilpshaar is excited about her new position in a research company. “KeyGene has a great reputation and is at the very center of the development of crop innovations that will help to feed the world. I am looking forward to contributing to that by being part of KeyGene’s CEO team, together with co-CEO Arjen van Tunen”

Arjen van Tunen, who has been CEO from KeyGene for the past 16 years is very pleased with this development. “Working with two co-CEOs will enlarge the executive power of the company and I warmly welcome Henny at KeyGene. She is the right person at the right place at the right time. I am convinced Henny will be able to substantially contribute to the further development and growth of our ambitious and ever-changing organization, operating in the exciting environment of Agricultural Life Sciences and Agro Biotechnology. With this KeyGene can, together with its customers and partners, develop new and breakthrough crop innovations that will make a difference to sustainably feed our current and future world population”

Source: Keygene (Press release)

← #nieuws

Duitsland en Verenigd Koninkrijk willen meer ruimte voor moderne veredeling

In de afgelopen weken spreken zowel de Duitse landbouwminister Julia Klöckner als het Britse ministerie voor milieu en landbouw zich uit voor bredere toepassing van nieuwe veredelingstechnieken, zoals Crispr-Cas. Klöckner roept in een opinieartikel in Der Tagesspiegel op tot meer lef omdat deze technieken het veredelingsproces aanzienlijk bespoedigen, planten beter bestand maken tegen klimaatverandering, ziektes en plagen en ook nog kunnen leiden tot minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en grondstoffen. Het Britse DEFRA-departement is op dit moment bezig met een raadpleging over post-Brexit wetgeving waarin de rol van moderne veredelingsmethoden ook terugkomt. Het ministerie is van mening dat toepassing hiervan bijdraagt aan het verduurzamen van de landbouw en voordelen voor telers.

HollandBIO is blij dat ministeries en bewindspersonen zich ook in andere delen van Europa publiekelijk hard maken voor de bijdrage die moderne veredeling kan leveren aan een duurzame en gezonde landbouw en voedselproductie. We zetten ons er voor in dat dit uiteindelijk leidt tot een breed draagvlak voor een grondige modernisering van de Europese wet- en regelgeving voor genetische modificatie, hopelijk vanaf april 2021.

Verder lezen? Klik dan hier voor een samenvatting het Duitse opiniestuk of hier voor de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk.

← #nieuws

Crop biotechnology continues to provide higher farmer income and significant environmental benefits

Farmers who planted genetically modified (GM) crops increased their incomes by almost $19 billion in 2018 and reduced carbon emissions by 23 billion kilograms or the equivalent of removing 15.3 million cars from the roads that year.  The higher income represents $4.42 in extra income for each extra dollar invested, according to a report released by PG Economics.

“GM crop technology continues to make an important contribution to reducing the environmental footprint of agriculture and securing global food supplies in a sustainable way.  It has also helped lift many small, resource-poor farmers and their families in developing countries out of poverty” said Graham Brookes, director of PG Economics, co-author of the report.  

Highlights in the peer reviewed report include:

Crop biotechnology has reduced agriculture’s environmental impact

  • Crop biotechnology has significantly reduced agriculture’s greenhouse gas emissions by helping farmers adopt more sustainable practices such as reduced tillage, which decreases the burning of fossil fuels and retains more carbon in the soil.  Had GM crops not been grown in 2018, for example, an additional 23 billion kilograms of carbon dioxide would have been emitted into the atmosphere, which is the equivalent of adding 15.3 million cars to the roads.
  • From 1996 to 2018, crop biotechnology reduced the application of crop protection products by 776 million kilograms, a global reduction of 8.6 percent.  This is equal to more than 1.6 times China’s total crop protection product use each year.  As a result, farmers who grow GM crops have reduced the environmental impact associated with their crop protection practices by 19 percent.

Crop biotechnology delivers an excellent return on investment for the farmers using the technology

  • In 2018, farmers in developing countries received $4.42 as extra income for each extra dollar invested in GM crop seeds, whereas farmers in developed countries received $3.24 as extra income for each extra dollar invested in GM crop seeds.
  • The net farm level economic benefit was just under $19 billion in 2018, equal to an average increase in income of $103/hectare.  From 1996 to 2018, the net global farm income benefit was $225 billion, equal to an average increase in income of $96.7/hectare.

Crop biotechnology has contributed to global food security and reduced pressure to use new land in agriculture

  • GM crop technology has improved yields through improved control of pests and weeds.  For example, insect resistant (IR) crop technology used in cotton and corn has, between 1996 to 2018, across all users of this technology, increased yields by an average of 16.5 percent for IR corn and 13.7 percent for IR cotton relative to conventional production systems.  Farmers who grow IR soybeans commercially in South America have seen an average 9.4 percent increase in yields since 2013.
  • Over 23 years of widespread use, crop biotechnology has been responsible for the additional global production of 278 million tonnes of soybeans, 498 million tonnes of corn, 32.6 million tonnes of cotton lint and 14 million tonnes of canola.
  • GM crops allow farmers to grow more without needing to use additional land. For example, if crop biotechnology had not been available to farmers in 2018, maintaining global production levels that year would have required the planting of an additional 12.3 million hectares (ha) of soybeans, 8.1 million ha of corn, 3.1 million ha of cotton and 0.7 million ha of canola.  This is equivalent to needing an additional 14 percent of the arable land in the United States, or roughly 38 percent of the arable land in Brazil or 16 percent of the cropping area in China.

Source: PG Economics