← #nieuws

Nieuwe hollandbio-video: ‘Hollandse biotech: mensen vóór vooruitgang’ 

,

Nederland is al eeuwenlang een land van pioniers en innovatie. En ook voor de belangrijkste vragen van vandaag onderzoeken moedige mensen kerngezonde oplossingen. In deze nieuwe video laat hollandbio zien hoe knappe koppen met biotech blijven werken aan vooruitgang, het beste in de natuur naar boven halen én ons leven beter maken. 

Nederland staat als klein land bekend om grote daden. Sinds jaar en dag zijn we bezig met het bedenken van nieuwe oplossingen die ons leven beter maken. We zijn als land een koploper geweest in de tijd van de industriële revolutie, de digitale revolutie en nu biotech. En ook op het gebied van biotech lopen we weer voorop.  

Biotech heeft ons mooie dingen gebracht. Het geeft ons de mogelijkheid om patiënten met ongeneeslijke ziekten te genezen, materialen zoals plastic zonder fossiele grondstoffen te maken, dierproeven en intensieve veeteelt naar het verleden te verbannen en groenten en fruit op onbruikbare grond te telen.  

Als we samen de wereld mooi willen overdragen aan de volgende generatie, is biotech onderdeel van de oplossing. Alleen als we deze ontwikkeling samen doorzetten creëren we de juiste voedingsbodem voor biotech. Dus laten we biotech omarmen en samen de spelregels afspreken. Laten we samen de stap vooruitzetten om zo te zorgen dat we de ontwikkeling van een mooiere wereld voor de toekomstige generatie niet te vertragen. 

Om deze video te bekijken, dient u marketing cookies te accepteren.

Deel de video en help mee om biotech van eigen bodem verder op de kaart te zetten! 

← #nieuws

Biotech, Boldness, and Breakthroughs: A Look Back at hollandbio’s Year Event 2025

,

No winds or rain could stop a record attendance of over 350 guests from attending the 11th edition of hollandbio’s Year Event! Hosted at Theatre de Flint in Amersfoort, the event created a perfect opportunity to connect with familiar faces and new contacts alike. The afternoon was filled with inspiring personal stories of success and resilience in biotech, sprinkled with humor, and packed with plenty of networking opportunities.  

A key theme that ran through the day was: how do we bridge the gap between the public and science? 

After a warm welcome and sneak peek at our soon-to-be-launched video, hollandbio’s Annemiek Verkamman kicked off the plenary session, taking a moment to thank all members and partners for another successful year in biotech. Biotech innovations are flourishing, and Dutch biotech research is still top-notch.  

However, Annemiek also took a moment to acknowledge the challenges in the biotech sector: “Biotech is not for the faint-hearted. It’s risky, full of regulatory hurdles, and even the most exciting innovations aren’t guaranteed to reach the market.” But this is precisely why we need to believe in ourselves and our products: “Our enthusiasm for biotech needs to rub off on the public. We must be bold and shift the narrative, showing that we trust our sector and products. The only thing standing in our way is how far we are willing to push for change. And at hollandbio, we’re committed to improving the biotech ecosystem to make that change happen.” 

As the cherry on top, Annemiek had the pleasure of announcing the publication of our latest hollandbio Highlights, featuring biotech breakthroughs, policy wins, and industry impact. 

Sadly, our first keynote speaker, Björn Heijstra, could not attend the event as he was down with the flu. Fortunately, Independent Board Director Edwin Moses took us on an eventful journey of highs and lows in life in biotech. From becoming a salesman in West Germany to leading over 10 international companies as CEO and Chairman, Edwin’s story was a masterclass in embracing cultural diversity, investing in people, and finding joy in leadership. 

To conclude the program with an unexpected twist, we invited “one of the most empathetic men who loves to let others shine”—television maker and presenter Maxim Hartman, renowned for his satirical, direct, and provocative style—to host a surprise, heartfelt therapeutic session. The lucky ones—Oscar Goddijn, Inez de Greef, Paul Korte, Lori Goff, and Robert Ostendorf—took the stage to reflect on what drives them and the challenges they face in biotech. Any initial stage fright quickly dissolved as they realized they were free to speak about what mattered most to them. Their key takeaway? We must believe in ourselves and the stories we share with our families, friends, neighbors, and beyond. While we are deeply familiar with the technology, it is essential to communicate how biotech solutions impact lives and address real-world challenges.  

The day ended with drinks, dinner, music, and, of course, plenty of networking.  

A huge thanks to everyone who joined and made this another amazing hollandbio Year Event to remember. Of course, a special thanks to our guests who took the stage—our apologies for any discomfort it may have caused. 😉  

In the coming year, let’s keep pushing forward, share our passion, and make biotech a driving force for health, sustainability, and innovation! 

P.S. Mark your calendars because we’ll also see you at the Dutch Biotech Event on June 27, 2025! Until then, keep an eye out for more exciting events throughout the year. 

← #nieuws

Download hollandbio’s highlights!

,

De hollandbio highlights zijn er! Vol biotech doorbraken, beleidswinst en impact—gebundeld in één onmisbaar document! Met trots presenteren we de hollandbio highlights, jouw overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de biotech sector.

Lees je op mobiel? Bekijk hier onze lichtgewicht versie in lage resolutie.

Ben je lid van hollandbio? Laat het weten als je een fysiek exemplaar voor op kantoor wilt ontvangen.


The hollandbio highlights are here! Full of biotech breakthroughs, policy wins, and community-driven impact—bundled into one must-read document! We’re proud to present the hollandbio highlights, your go-to overview of the key developments shaping the Dutch biotech landscape.

Mobile reader? Check out our lightweight low-resolution version here.

Member of hollandbio? Let us know if you would like to receive a physical copy for at the office.

← #nieuws

De overheid faalt, niet de markt 

, ,

De geschiedenis herhaalt zich: nadat het UMCG in 2020 €30 miljoen overheidssubsidie kreeg om in eigen huis een me-too CAR-T behandeling in elkaar te knutselen, kende het Zorginstituut het  ziekenhuis de afgelopen week wederom €16,5 miljoen toe uit diezelfde subsidiepot. Ditmaal voor het kopiëren van een geregistreerde celtherapie, die nota bene al voor vergoedingsadvies voorligt bij datzelfde Zorginstituut. Waar hollandbio zich in 2020 al afvroeg of de toekenning van deze monstersubsidie nou de beste besteding van schaars overheidsgeld was, rest nu enkel verbijstering over deze heilloze verspilling van belastingcenten, die kwetsbare patiënten bovendien nodeloos blootstelt aan een experimentele behandeling. 

Vooropgesteld, hollandbio juicht iedereen toe die een nieuw geneesmiddel bij de patiënt weet te krijgen. Of dat een ziekenhuis, een Mkb’er of een multinational is, is ons om eerlijk te zijn om het even. Ook zijn we niet tegen het verstrekken van subsidies voor geneesmiddelenontwikkeling. Sterker nog, op dagelijkse basis lobbyen wij voor passende financiering in elke fase op de lange weg van lab naar patiënt. Toch vinden we de toekenning van €16,5 miljoen aan het UMCG uit de subsidieregeling veelbelovende zorg niet alleen weggegooid belastinggeld, maar bovendien een grove schoffering voor het biotech ecosysteem. Laat ons dat toelichten. 

Hoezee, 16,5 miljoen voor het UMCG? 

Ondanks dat het nog onduidelijk is of de eerste €30 miljoen voor het UMCG op koers ligt om het gehoopte resultaat op te leveren, krijgt het ziekenhuis opnieuw een fikse duit uit de subsidieregeling Veelbelovende Zorg, ditmaal €16,5 miljoen. Met de subsidie wil het UMCG een studie uitvoeren om een in eigen huis te ontwikkelen celtherapie (CAR-T) te vergelijken met de huidige standaardbehandeling tegen multipel myeloom, een kanker van plasmacellen, zo lezen wij in diverse persberichten en berichtgeving van de Volkskrant. Laat het onderzoek zien dat de behandeling (kosten)effectief is, dan kan deze vergoed worden uit het basispakket, ronkt het Zorginstituut dat niet alleen adviseert over de toelating van geneesmiddelen tot het basispakket, maar bovendien samen met ZonMw en in opdracht van het ministerie van VWS de subsidieregeling uitvoert.  

De subsidie lijkt heuglijk nieuws: geweldig dat de overheid zoveel geld steekt in de experimentele ontwikkeling van een innovatieve therapie voor patiënten in nood. En bovendien, alsof dat op zich al niet risicovol genoeg is, durft de overheid haar nek uit te steken door te investeren in een academisch ziekenhuis, in plaats van in te zetten op de geijkte route van geneesmiddelenontwikkeling door gespecialiseerde biotech bedrijven die het klappen van de zweep kennen. Wat een lef!  

Context is alles 

Helaas doet de context ons enthousiasme omslaan in verbijstering. Waar het UMCG over zes jaar hoopt een CAR-T behandeling tegen multipel myeloom af te leveren, is er vandaag de dag al precies zo’n therapie op de markt. Geneesmiddelenontwikkelaar J&J kreeg in 2022 goedkeuring van de EMA voor haar CAR-T genaamd Cilta-Cel (Carvikty®). In datzelfde jaar oordeelde het Zorginstituut dat deze celtherapie voor de behandeling van multipel myeloom effectief is (in pakketjargon: voldoet aan de Stand der Wetenschap en Praktijk). Wel vond ZIN destijds de onderbouwing van de kosteneffectiviteit onvoldoende om te kunnen adviseren over een gewenste prijsdaling. Daarmee viel voorlopig het doek voor de behandeling, een hard gelag, voor patiënten in Nederland. Juni 2024 diende de fabrikant een aangepaste economische analyse in, op basis waarvan de Adviescommissie Pakket afgelopen week oordeelde dat Carvykti®, weliswaar na prijsonderhandelingen met VWS, vergoed kan worden. In februari zal het Zorginstituut zijn definitieve advies publiceren.  

Niets geen innovatieve ontwikkeling dus die subsidieverstrekking, niets geen onvervulde medische nood, maar ofwel hopeloos naïeve onkunde, ofwel pure symboolpolitiek van het Zorginstituut om biotech bedrijven buitenspel te zetten. En zo harkt het UMCG, handig inspelend op het door het ministerie van VWS zorgvuldig gecultiveerde nationale anti-farma sentiment, schaamteloos opportunistisch, maar onder de vlag maatschappelijk verantwoord ruim €46 miljoen euro aan belastinggeld binnen voor eigen eer en glorie.  

Marktfalen  

Om in aanmerking te komen voor een subsidie uit de regeling Veelbelovende Zorg, moet sprake zijn van marktfalen. Een situatie die veelvuldig voorkomt in de biotech sector: denk aan de ontwikkeling van preventieve interventies zoals vaccins, antiviralen en antibiotica, van geneesmiddelen voor ultra zeldzame aandoeningen, of voor ziektes die minder kapitaalkrachtige gebieden treffen, of bijvoorbeeld voor de repurposing van patentloze geneesmiddelen. Voorbeelden waarbij het schort aan een verdienmodel, waardoor private investeerders hun hand op de knip houden, en innovatie uitblijft.  

Dat is niet het geval bij celtherapieën, noch in de ontwikkeling van therapieën gericht op multipel myeloom. De afgelopen jaren is dankzij grote wetenschappelijke doorbraken de ontwikkeling van cel- en gentherapieën in een stroomversnelling geraakt en zetten publieke en private investeerders wereldwijd vol in op late klinische ontwikkeling, met als resultaat dat de pijplijnen bomvol innovaties zitten en er voor diverse bloedkankers al meerdere effectieve therapieën beschikbaar kwamen. Illustratief zijn de 292 lopende studies die de database clinicaltrial.gov geeft op de zoektermen CAR-T en multipel myeloma, waarvan er op dit moment maar liefst 167 actief patiënten werven. 

Dat een mogelijk gebrek aan bereidheid van de overheid om te betalen voor een geregistreerd geneesmiddel ook binnen de definitie ‘marktfalen’ zou passen,  bij ons gaat het er niet in. Want zelfs wanneer VWS en het Zorginstituut deze definitie met juridisch kunst- en vliegwerk op weten te rekken, lijkt een poging om met belastinggeld lokaal een geneesmiddel te kopiëren en goedkoper te produceren in een wereldwijde markt die bol staat van de innovatie en concurrentie, op zijn zachtst gezegd een wat omslachtige aanpak. In overleg gaan met de fabrikant – onderhandelingen tussen overheid en ontwikkelaar zijn in deze sector immers aan de orde van de dag – zou het vermeende marktfalen immers ook zo maar eens kunnen verhelpen, al vermoeden wij dat die €16,5 miljoen in dat geval niet teruggestort wordt.  

Belangenverstrengeling 

Een arts, of een patiëntvertegenwoordiger die met ‘de industrie’ samenwerkt, moet bij elke gelegenheid al zijn belangen tot in detail vermelden, en is desondanks in de regel uitgesloten van publieke adviesrollen. Farmaceutische bedrijven, of hun vertegenwoordiging, zijn zelfs niet eens welkom aan tafel wanneer die ook maar raakt aan dure geneesmiddelen – uit angst voor beïnvloeding. Die belangenverstrengeling werkt blijkbaar maar één kant op. Immers, de objectiviteit van Zorginstituut en beroepsgroep staan zelfs buiten kijf wanneer ze eigenhandig een oordeel vellen over de vergoeding van een behandeling en gelijktijdig de ontwikkeling van een concurrerend middel met een miljoenensubsidie mogelijk maken.  

Onethisch 

Alle bovenstaande bezwaren verbleken echter bij de verstrekkende gevolgen voor de patiënten die aan deze studie mee zullen gaan doen. Het UMCG zegt de zelf te ontwikkelen CAR-T therapie te willen vergelijken met de ‘standard of care’- de behandelingen die volgens de richtlijnen van de beroepsgroep op dit moment de standaard zijn. Doordat de therapie van J&J nog in de Sluis zit, en dus nog niet vergoed wordt uit het basispakket, maakt deze geen deel uit van de studieopzet waarvoor het UMCG €16,5 miljoen subsidie kreeg. Dat betekent dat het UMCG patiënten met multipel myeloom gaat blootstellen aan een zelf ontwikkelde CAR-T therapie die zichzelf nog moet bewijzen, terwijl er een geregistreerd, effectief en veilig bevonden alternatief voorhanden is. Of dat in het belang van de patiënt is valt nu al te betwijfelen, maar op het moment dat het ministerie van VWS en J&J tot een akkoord komen, is het volstrekt onethisch om patiënten de stand der wetenschap en praktijk te onthouden, om ze bloot te stellen aan een experimentele kopie die ook nog eens vergeleken wordt met een verouderde behandelstandaard.  

Aanfluiting 

Je kan het bijna niet gemist hebben: onze overheid wil vol inzetten op biotech. Zo prijkt de sector bovenaan het lijstje groeimarkten voor Nederland, is deze verkozen tot een van de nationale sleuteltechnologieën, en werkt de overheid as we speak aan een integrale visie en diverse actieplannen om de vele kansen van biotech voor gezondheid, duurzaamheid en welvaart te verzilveren. Hollandbio zei het al eerder: de sector wordt geen haar beter van mooie woorden alleen. Sterker nog, al die ambitieuze vergezichten zijn geen cent waard wanneer de overheid de sector zodra ze de kans krijgt eigenhandig een stok in de wielen steekt. Als het om het nationale biotech beleid gaat, spreekt hollandbio vaak over het gas- en het rempedaal. Met het verstrekken van deze subsidie om één van de grootste en meest succesvolle biotech ontwikkelaars die ons land kent de pas af te willen snijden, stuurt het Zorginstituut aan op een frontale botsing – een doelbewuste bovendien. Kortom: als hier al een partij faalt, dan is het onze overheid.  

← #nieuws

Mijlpaal voor Mosa Meat 

,

Voor het eerst heeft een Nederlandse producent van cellulaire agricultuur Europese markttoelating aangevraagd, de eerste aanvraag voor een rundproduct in de geschiedenis van de EU bovendien. Deze Novel Food-aanvraag van kweekvleesproducent Mosa Meat voor hun gecultiveerd rundervet telt ruim duizend pagina’s en heeft meer dan tien fulltime werknemers twee jaar aan werk gekost. Niet voor niets spreken ze van de gouden standaard in voedselveiligheid, nergens ter wereld zijn alle eisen zo streng als hier. Prijskaartje van het papierwerk: 1,2 miljoen euro. “Veel analyses die je bij externe laboratoria moet laten uitvoeren, waren voor dit product nog niet ontwikkeld. Dat hebben we zelf moeten doen”, zegt CMO Tim van de Rijdt tegen de Volkskrant. Intussen heeft de productontwikkeling niet bepaald stilgestaan: “Vet is een geweldige smaakmaker en we hebben een ingrediënt ontwikkeld dat de rijke culinaire ervaring biedt die consumenten verwachten van conventioneel rundvlees”, aldus CEO Maarten Bosch. Daarnaast kondigde Mosa Meat de mogelijkheid aan om via crowdfunding in de pioniers te investeren. Europese goedkeuring voor hun product zal nog even duren en neemt al gauw anderhalf jaar in beslag.  

← #nieuws

Hollandbio is officieel TPI-partner 

, , ,

Hollandbio is trots toe te treden tot het partnerprogramma van Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI). Een cruciale samenwerking: want hoewel geneesmiddelenontwikkeling op het moment nog zeker niet zonder proefdieronderzoek kan, biedt biotech innovatie steeds meer ziektemodellen die niet alleen onnodig lijden voorkomen, maar bovendien béter zijn, omdat ze meer voorspellende waarde bieden dan een dierproef. Hollandbio neemt met haar deelname aan TPI maar wat graag het voortouw om deze welkome alternatieven zo snel mogelijk verantwoord richting praktijk te loodsen.

Als belangenbehartiger van de Nederlandse biotech sector zet hollandbio zich in voor innovaties die bijdragen aan gezondheid, duurzaamheid en economische groei. Zo ook voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen die zowel mens als dier vooruit helpen. Deze technologieën, waaronder 3D-celkweek, organoïden en organ-on-a-chips dragen niet alleen aanzienlijk bij aan de verbetering van de ontwikkeling van (bio)chemische stoffen, geneesmiddelen en levensmiddelen, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan het verminderen en vervangen van dierproeven.  

Binnen het TPI-partnerprogramma fungeert hollandbio als de stem van de biotech sector. Een cruciale samenwerking, juist omdat de ontwikkeling van veel innovatieve producten vandaag de dag nog helemaal niet zonder proefdieren mag of kan. Onze achterban omvat naast de ontwikkelaars van nieuwe ziektemodellen óók volop productontwikkelaars die nog tegen de beperkingen en hordes aanlopen bij de implementatie van nieuwe mogelijkheden. Hollandbio is trots om met deze sleutelpositie mede het voortouw te nemen in de transitie. De ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen verdient volop steun, zodat de sector sneller, gerichter en diervriendelijker kan bijdragen aan een beter leven voor mens, dier en planeet.  

Met het partnerschap onderschrijft hollandbio de TPI-missie “beter voorspellen zonder proefdieren” en de ambitie om Nederland als katalysator van de (inter)nationale transitie naar proefdiervrije innovaties te positioneren. Wij dragen hier aan bij door in kaart te brengen waar de ontwikkelaars én gebruikers van ziektemodellen – en andere biotech innovaties – tegenaan lopen op de route van lab naar praktijk en aandacht te vragen voor oplossingen voor deze knelpunten.  Namens hollandbio neemt Wieteke Wouters plaats in de TPI kerngroep, en zet Britt van de Ven haar ervaring als programma manager Gezondheid op Maat in binnen de transitiegroep. Hollandbio kijkt ernaar uit om de transitie samen met TPI in goede banen te helpen leiden! 

← #nieuws

Reactie op wijziging Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie binnen Wet Vifo 

, ,

Hollandbio, de belangenvereniging voor de Nederlandse biotech sector, maakt graag gebruik van de mogelijkheid voor het geven van een reactie op de consultatie rond de wijziging van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie. Met deze wijziging regelt de Nederlandse overheid dat bepaalde sensitieve technologieën, waaronder biotechnologie, binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, zodat zij, door middel van veiligheidstoetsing van investeringen in en fusies van ondernemingen, risico’s voor de nationale veiligheid kan beheersen.  

In onze reactie vragen wij aandacht voor de mogelijk negatieve gevolgen van Wet Vifo voor het Nederlandse investerings- en innovatieklimaat voor biotech bedrijven. Want hoewel de bescherming van de nationale veiligheid een groot goed is, kan deze onder druk komen te staan door (1) onduidelijke afbakening, (2) onvoldoende capaciteit bij het Bureau Toetsing Investering (BTI) door de uitbreiding van het toepassingsbereik en door (3) oplopende administratieve lasten die bedrijven en investeerders ervaren ten opzichte van de situatie in andere landen. Wij lichten deze zorgen hier nader toe.  

  1. Afbakening biotechnologie en subtechnologieën 

De afbakening van de vier subtechnologieën binnen biotech in de tabel van bijlage 2 lijkt op eerste oogopslag overzichtelijk. Echter blijft ons onduidelijk in welke mate een bedrijf zich bezig moet houden met deze subtechnologieën voordat zij onder de meldingsplicht valt: is dat verplicht wanneer de hoofdactiviteit één of meerdere van deze subtechnologieën omvat, of ook wanneer zij alleen gebruik maken van deze technologieën? Om een voorbeeld te geven: als een bedrijf als hoofdactiviteit het ontwikkelen en aanbieden van diensten op het vlak van genomics heeft, dan lijkt het aannemelijk dat zij onder het toepassingsbereik valt, maar hoe zit dat voor biotech bedrijven die alleen de uitkomsten uit genomics gebruiken voor de ontwikkeling van hun geneesmiddel, gewas of materiaal? Duidelijkheid over de vraag wanneer je als bedrijf onder de Wet Vifo valt, is wenselijk, omdat dit anders tot onvoorspelbaarheid en onzekerheid leidt voor bedrijven en investeerders. 

  1. Capaciteit en doorlooptijd Bureau Toetsing Investering 

In de huidige situatie staat er maximaal 8 weken voor de eerste toetsing door het BTI. Onder andere in de Nota van toelichting en het Beleidskompas bij de voorliggende wijziging komt naar voren dat er minimaal 1.000 bedrijven in de nieuwe situatie ook binnen het toepassingsbereik van de Wet Vifo gaan vallen, met als gevolg dat het BTI jaarlijks naar alle waarschijnlijk meer dan 100 zaken extra moet gaan toetsen. Het borgen van de tijdslijnen en communicatie met bedrijven en investeerders over verzoeken, aanvullende informatie en verdere eisen maken of dit proces bedrijven vertrouwen geeft, of dat een gebrek aan menskracht of grotere onduidelijkheid voor beperkingen en onnodig oponthoud zorgt. De concurrentiepositie van Nederlandse biotech bedrijven komt in dat laatste geval onder druk te staan op de internationale investeringsmarkt waar zij opereren. Zeker omdat de tijdslijnen voor investeringsscreening in andere EU-lidstaten al (ruim) onder de Nederlandse standaarden liggen: zo houdt Denemarken 45 dagen aan en Frankrijk 42 dagen voor de eerste fase, tegenover 56 dagen in Nederland. En voor de maximale periode, inclusief mogelijk vervolgonderzoek, gaat Denemarken uit van 170 dagen en Frankrijk van 105 dagen tegenover 182 dagen in Nederland.1 

Hoe kijkt de overheid naar deze uiteenlopende doorlooptijden van investeringsscreening in de Europese Unie en kan zij een inschatting maken van de gevolgen voor de aantrekkelijkheid van het Nederlandse investeringsklimaat voor bijvoorbeeld de biotech sector? In hoeverre is het BTI op dit moment toereikend ingericht, qua capaciteit en expertise, om deze grotere aantallen meldingen tijdig te verwerken? Hoe gaat de overheid deze situatie monitoren en evalueren? Hollandbio ziet graag een regelmatige toets en evaluatie van de capaciteit en tijdslijnen van het BTI. 

  1. Administratieve lasten voor bedrijven en investeerders 

Wanneer het melden van een investering, het inwilligen van eventuele aanvullende eisen of het uitvoeren van verder onderzoek veel administratieve lasten met zich meebrengt, kost deze toetsing biotech bedrijven en investeerders veel extra geld en tijd. Bovendien is hiervoor ook kennis nodig die buiten de scope van veel ondernemers ligt, waarmee inhuur van kostbare externe financiële of juridische expertise noodzakelijk wordt. Enige administratieve lasten zijn onvermijdelijk, maar die moeten hun doel niet voorbijschieten en het innovatieklimaat nodeloos schaden. In welke mate zijn de eisen die de Nederlandse overheid oplegt aan bedrijven en investeerders in het kader van meldingen onder de Wet Vifo vergelijkbaar met andere EU-lidstaten? 

We vertrouwen erop dat de overheid bovenstaande zorgen en overwegingen meeneemt in de verdere uitwerking van de wijziging van het toepassingsbereik van de Wet Vifo en gaan hierover graag in gesprek waar nodig en behulpzaam. 

← #nieuws

Nederlandse biotech floreert op de Amerikaanse beurs

,

Nederlandse biotech is booming. Uit een recent overzicht van het FD (inlog nodig) wordt de balans opgemaakt van de zeven Nederlandse beursgenoteerde biotech bedrijven. Met een gemiddelde koersstijging van 51% deden zij het voortreffelijk en lieten zij onder andere de biotech-index van de Nasdaq (+5%) en de AEX-index (+12%) achter zich. Al met al positief nieuws, met een boost voor de hele sector. Tegen de zakenkrant zegt hollandbio-directeur Annemiek Verkamman: “Het effect van de hogere beurskoersen sijpelt door in de hele keten. Over de hele breedte is het optimisme toegenomen.” Toch geeft de index te denken.

De VS oogst wat Nederland zaait

Al deze bedrijven zijn op de Amerikaanse Nasdaq-beurs genoteerd, en niet op een Europese, laat staan Nederlandse beurs. En dat terwijl hun roots hier wel liggen en de Europese markt in potentie groter is dan de Amerikaanse. Nederland zaait, maar oogst niet – en dat zien we vaker. Toch is dat niet gek, aangezien de VS het grote groeigeld kent. Nederlandse ondernemers krijgen het al langer niet voor elkaar om in Europa te blijven, omdat de investeerders en de gunstigere omstandigheden zich aan de andere kant van de oceaan bevinden. Sinds het Draghi-rapport is de urgentie en het inzicht er dat daar wat aan gedaan moet worden. Hollandbio ziet mooie bedrijven die, ook in Nederland, kunnen uitgroeien tot de volgende biotech-reus. Daarom moeten we aan de slag, zodat de oranje biotech index voortaan gewoon floreert op eigen bodem.

← #nieuws

Maakt VWS informatie over early access toegankelijk? 

,

De wens van patiënten is helder: beter worden. De wens van artsen ook: patiënten beter maken. En geregeld zijn daar geneesmiddelen voor nodig. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland. Early access programma’s kunnen in dat geval uitkomst bieden. Vlak voor Kerst publiceerde het ministerie van VWS een Kamerbrief waarin zij ingaan op de verschillende early access routes en de mogelijkheden om hierover te communiceren.

Bij hollandbio zien we aardig wat overeenkomsten tussen onze eerdere early access infographic en de Kamerbrief van VWS. We herkennen ons goed in het overzicht van de verschillende bestaande routes en de wens van de minister om snelle toegang tot het basispakket mogelijk te maken hadden we zomaar zelf op kunnen schrijven. Misschien dat we ons hier een te grote broek aanmeten, maar het lijkt er op dat onze eerdere sollicitatie in goede aarde is gevallen. 

De kern van de Kamerbrief draait om de vraag of de overheid proactief kan communiceren over bestaande early access programma’s. Met een lange opsomming van mogelijke risico’s en problemen beargumenteert de minister waarom dit niet mogelijk is. En dat is jammer, want ze had er ook voor kunnen kiezen om te onderzoeken onder welke voorwaarden communicatie wél mogelijk gemaakt kan worden. Waar een wil is, is een weg, schreven we ook eerder al over early access. 

Hollandbio hoort steeds vaker vanuit onze achterban dat de route van lab naar praktijk lang, hobbelig en onoverzichtelijk is. En zelfs dat deze steeds vaker doodloopt, waardoor patiënten met lege handen blijven staan. Hoe we die weg dan wèl gaan vinden, om geneesmiddelen nu en in de toekomst (ver)goed en wel bij de patiënt te kunnen krijgen, daar maken we graag samen werk van – of we de baan nu wel of niet krijgen 😉. 

← #nieuws

Holiday Quiz: Which Part of the Human Cell Are You?

,

The holidays are here, and at hollandbio, we’re adding a little biology fun to the festive season! Ever wondered which part of the human cell best represents you? Are you the powerhouse mitochondrion, the organized nucleus, or perhaps the flexible cell membrane? Take our short quiz and find out! From all of us at hollandbio: Happy Holidays and a bright, innovative New Year! Let’s continue to grow, connect, and innovate together in 2025. Take the quiz here.