← #nieuws

Nieuw elan in het bestuur van hollandbio 

,

Hollandbio verwelkomt naast nieuwe aanwas in het bestuur ook een nieuwe voorzitter. Tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering voorafgaand aan het Dutch Biotech Event van vrijdag 27 juni, heeft Oscar Goddijn (dsm-firmenich) de voorzittershamer overgedragen aan Jan van Veen (Genmab). Waar Oscar en daarnaast Linda Dijkshoorn afzwaaien als bestuurslid, verwelkomen we tegelijkertijd twee nieuwe leden: Alexander Willemse (BioConnection) en Hella Schmidt (dsm-firmenich).  (English below)

Oscar heeft zich als voorzitter met tomeloze energie en toewijding jarenlang met succes ingezet voor het vergroten van de impact van dat wat hollandbio doet voor de belangen van de Nederlandse biotechsector. Het bestuur, de leden en het bureau van hollandbio bedanken Oscar en Linda voor hun inzet voor hollandbio en de Nederlandse biotech. We zijn beiden enorm dankbaar voor hun inzet, visie en betrokkenheid.

Met Jan van Veen, Vice President Communications and Public Affairs  bij Genmab, krijgt het hollandbio-voorzitterschap een waardig opvolger. Zijn jarenlange ervaring bij diverse bedrijven in de biotechsector en zijn strategische blik maken Jan bij uitstek geschikt voor de voorzittersrol: 

“In de afgelopen drie jaar als lid van het bestuur van hollandbio heb ik van dichtbij kunnen zien hoe groot de impact van onze organisatie is op het beleid en op het netwerk van biotechnologiebedrijven in Nederland. Biotechnologie is de industrie van de 21e eeuw, met oplossingen voor grote vraagstukken op het gebied van voedsel, milieu en gezondheidszorg. 

De biorevolutie gaat door en de enige vraag die we als land volgens mij moeten stellen is: willen we daar deel van uit maken ja of nee?  

Als nieuwe voorzitter van het bestuur verheug ik me op de aankomende jaren. Jaren waarin we als land hopelijk de vele prachtige bedrijven in onze sector de ruimte geven om te groeien. Want dat is wat we nodig hebben: ruimte voor innovatie, groei, en daarmee impact.” 

Ook zijn we trots op de versterking van het bestuur met nieuwe leden Alexander Willemse en Hella Schmidt. Alexander brengt als CEO van BioConnection een scherp inzicht mee in de uitdagingen en kansen waar biotech ondernemers en bedrijven mee te maken krijgen: 

“Als innovatieve CMO en hollandbio-lid van het eerste uur staan we letterlijk en figuurlijk tussen onze klanten: we zien van dichtbij welke stappen biotech- en farmabedrijven moeten zetten om door te groeien. Die unieke positie – gecombineerd met onze diepgaande kennis van de productieketen – wil ik de komende jaren inzetten om samen met hollandbio de volledige keten sterker op de kaart te zetten. Richting overheden, richting investeerders. Want hoe beter die keten functioneert, hoe sneller nieuwe geneesmiddelen de patiënt bereiken. En dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait.” 

Hella Schmidt, Senior Vice President Strategy, Marketing & Transformation bij dsm-firmebich, brengt brede ervaring mee op het snijvlak van strategie, innovatie en transformatie binnen de biotech: 

“Ik treed graag toe tot het bestuur van hollandbio omdat ik een diepe passie heb voor innovatie en de kracht van biotechnologie om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Vanuit mijn rol in strategie, innovatie en transformatie zie ik dagelijks hoe samenwerking tussen wetenschap, industrie en beleid het verschil kan maken. Ik geloof dat hollandbio een unieke positie heeft om deze samenwerking te versnellen en impact te vergroten. Door mijn ervaring en energie in te zetten, hoop ik bij te dragen aan een nog sterkere, toekomstgerichte biotechsector in Nederland.” 

Vanuit het hele hollandbio team: een warm welkom aan alle nieuwe bestuursleden!  

New momentum in hollandbio’s board of directors 

Alongside new additions to the board, hollandbio also welcomes a new chair. During the Annual General Meeting held ahead of the Dutch Biotech Event on Friday, June 27, Oscar Goddijn (dsm-firmenich) officially handed over the chairmanship to Jan van Veen (Genmab). As Oscar and fellow board member Linda Dijkshoorn step down, we are proud to welcome two new members: Alexander Willemse (BioConnection) and Hella Schmidt (dsm-firmenich). 

As chair, Oscar dedicated himself with tireless energy and unwavering commitment to increasing the impact of hollandbio’s efforts on behalf of the Dutch biotech sector. The board, our members, and the hollandbio team sincerely thank Oscar and Linda for their dedication, vision, and engagement. 

With Jan van Veen, Vice President Communications and Public Affairs at Genmab, the chairmanship is in excellent hands. Jan brings years of experience in various biotech companies and a strong strategic perspective — making him the ideal person to lead hollandbio into its next phase.  

“Over the past three years as a member of hollandbio’s board, I’ve seen up close the significant impact our organization has on policy and on the network of biotechnology companies in the Netherlands. Biotechnology is the industry of the 21st century, offering solutions to major challenges in food, the environment, and healthcare.” 

We are equally proud to strengthen the board with the addition of Alexander Willemse and Hella Schmidt. As CEO of BioConnection, Alexander brings valuable insight into the challenges and opportunities biotech companies face: 

“As an innovative CMO and founding member of hollandbio, we are literally and figuratively close to our clients: we see up close what biotech and pharma companies need to grow. I want to use that unique position — along with our deep knowledge of the production chain — to help hollandbio strengthen the entire chain’s visibility and impact. Towards governments, towards investors. Because the better that chain works, the faster new medicines reach patients. And that’s what it’s all about in the end.” 

Hella Schmidt, Senior Vice President Strategy, Marketing & Transformation at dsm-firmenich, brings broad experience at the intersection of strategy, innovation, and transformation in biotech: 

“I’m excited to join hollandbio’s board because I have a deep passion for innovation and for biotechnology’s power to address major societal challenges. In my role, I see every day how collaboration between science, industry, and policy can make a real difference. I believe hollandbio holds a unique position to accelerate this collaboration and amplify its impact. By contributing my experience and energy, I hope to help build an even stronger and future-oriented biotech sector in the Netherlands.” 

From the entire hollandbio team: a warm welcome to all our new board members! 

← #nieuws

Kankerbehandelingen geschrapt uit de dokterstas

,

Een zwarte dag voor kankerpatiënten: voor het eerst verdwijnen op aangeven van het Zorginstituut (ZIN) een aantal geneesmiddelen uit de dokterstas. Zij komen niet langer voor vergoeding via het basispakket in aanmerking. Het is de zoveelste noodgreep waarmee onze overheid de zorgkosten in bedwang probeert te houden. Een schamele pleister op een zorgsysteem waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is. Net als bij patiëntenorganisaties geeft het bij hollandbio een wrange nasmaak.

Kwaliteit en toegankelijkheid onder druk 

Net als de Patiëntenfederatie ziet hollandbio dat de kwaliteit van en de toegankelijkheid tot zorg, waaronder ook tot (nieuwe) medicijnen, onder grote druk staat in Nederland. Liever gisteren dan vandaag werken wij daarom mee aan structurele oplossingen die gezondheidswinst, betaalbaarheid en innovatie hand in hand laten gaan. In onze optiek vraagt dat om een aanpak die meer aansluit bij de flinke stap voorwaarts naar een lerend zorgsysteem, zodat we in samenwerking met elkaar in de praktijk kunnen vaststellen wat wanneer voor wie de best passende behandeling is.   

Doet geen recht aan wat patiënten zelf belangrijk vinden 

In plaats van een echte oplossing voor de uitdagingen van vandaag te zoeken, zien we het Zorginstituut nu weer een pleister plakken op het bestaande zorgsysteem, met een besluit om voor een deel van de kankerpatiënten de vergoeding van PARP-remmers te stoppen. Ook de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) voelt zich tekortgedaan door deze actie, zo blijkt uit hun reactie: ‘We zijn vooral bezorgd dat de gehanteerde uitkomstmaat voor “meerwaarde” zich beperkt tot enkel de gemiddelde overlevingswinst van de gehele groep behandelde patiënten. Hiermee wordt geen recht gedaan aan wat patiënten zelf belangrijk vinden. Voor hen is kwaliteit van leven en behoud van regie minstens zo belangrijk als overleving en overlevingswinst in maanden.’ 

Geen goed onderbouwde conclusie 

In de praktijk ziet NFK wel degelijk patiënten die baat hebben bij de middelen die nu uit het pakket gehaald zijn. De gemiddelden uit klinische studies die ZIN meeweegt, vertellen volgens hen maar een deel van het verhaal. Volgens het NFK zegt het besluit van ZIN iets over de manier waarop zij naar de waarde van behandelopties kijken. De uitkomst van de huidige herbeoordeling had, gebaseerd op de nieuwe data namelijk ook kunnen zijn dat er geen goed onderbouwde conclusie getrokken kan worden. Extra pijnlijk is daarbij dat het Zorginstituut op de stoel van de patiënt – en de arts – plaatsneemt, door voor in plaats van met hen vast te stellen wat de best passende uitkomstmaat is.  

Herbeoordeling van het zorgsysteem 

Ook hollandbio vindt het wrang en onverteerbaar dat patiënten en artsen door dit besluit niet meer uit een volle dokterstas kunnen putten. We vragen ons daarbij ook af of dit een zinnige exercitie is. Wanneer een behandeling niet (voldoende) resultaat oplevert, kunnen patiënt en arts deze immers ook nu al stopzetten. In plaats van geneesmiddelen uit het assortiment te schrappen, kunnen we beter samen kijken hoe we een flinke stap voorwaarts zetten naar een zorgsysteem waarin we aan de hand van praktijkdata kunnen leren voor welke mensen middelen wél van meerwaarde zijn. Met minder, minder, minder behandelingen wordt de zorg niet direct beter. Van gerichte inzet des te meer. Het is dan ook zinniger om niet afzonderlijke geneesmiddelen te herbeoordelen, maar ons na al die jaren met pleisters volgeplakte zorgsysteem. 

← #nieuws

Doorlooptijden tot vergoeding van geneesmiddelen: is de top bereikt?

, ,

Nieuwe geneesmiddelen vormen de drijvende kracht achter de vooruitgang in de zorg. Patiënten die twintig jaar geleden misschien nog in een uitzichtloze situatie zaten, kunnen nu weer naar school, werken en volop meedoen aan het leven. Maar nog niet iedereen heeft op dit moment al uitzicht op een behandeling. Daarom is het essentieel dat we zorgen dat nieuwe geneesmiddelen op de juiste manier zo snel mogelijk beschikbaar komen. Hollandbio doet elk jaar onderzoek naar hoe de route van lab naar praktijk eruit ziet. Op deze manier dragen we bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelontwikkeling, -registratie en -vergoeding.

Zonder add-on geen geneesmiddel

Elk jaar onderzoekt hollandbio de doorlooptijden tussen registratie bij de EMA en add-on toekenning voor nieuwe intramurale geneesmiddelen. Dit is een cruciale stap op de weg van lab naar praktijk, want met een add-on kunnen ziekenhuizen geneesmiddelen declareren bij de zorgverzekeraar. Zonder add-on zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Wel een belangrijke kanttekening: een add-on regelt alleen hóe er betaald gaat worden. Óf het geneesmiddel daadwerkelijk wordt vergoed is een andere overweging van zorgverzekeraars of, in het geval van sluisgeneesmiddelen, de overheid. De doorlooptijden die wij in ons onderzoek laten zien geven dus een minimale inschatting van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.

Doorlooptijden in de sluis blijven doorstijgen

Gemiddeld duurt het 410 dagen na EMA-registratie tot een nieuw geneesmiddel een add-on krijgt toegekend. Bij slechts 6 geneesmiddelen duurde dit korter dan 100 dagen. En de laatste keer dat dit lukte was in 2022. Bij vorige edities van dit onderzoek zagen we een stijgende trend in de doorlooptijden. Die zien we nu niet meer. De mediane doorlooptijd van alle geneesmiddelen is zelfs iets gedaald, van 371 dagen in 2020 tot 349 dagen in de eerste helft van 2025. Voor weesgeneesmiddelen zien we zelfs een daling: de mediane doorlooptijd was voor deze groep in 2020 nog 527 dagen, in de eerste helft van 2025 bedroeg deze 409 dagen. Niet bij alle geneesmiddelen gaat de data de goede kant op. Bij geneesmiddelen die in de sluis zitten zien we de doorlooptijden toenemen van mediaan 482 dagen in 2020 tot 562 dagen in de eerste helft van 2025.

Wat we in de data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die nog onderweg zijn richting add-on, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. Dat dat er sowieso een aantal zijn, is wel uit onze monitor op te maken. In 2024 en de eerste helft van 2025 zijn elf nieuwe intramurale geneesmiddelen vergoed, terwijl er in dezelfde periode in totaal 46 nieuwe geneesmiddelen bij de EMA zijn geregistreerd. Hier zitten wel ook extramurale middelen bij.

Op naar beneden

Het mag duidelijk zijn dat de lange doorlooptijden tussen registratie en vergoeding hollandbio een doorn in het oog zijn. Wij hopen dat we nu de top bereikt hebben, en dat we volgend jaar een daling kunnen laten zien. Volgens hollandbio is vol inzetten op gezondheid op maat de beste manier om dit te bereiken. Werk je aan geneesmiddelen(beleid), heb je ideeën over de toegang tot geneesmiddelen of wil je simpelweg je mening kwijt? Wij gaan graag met je in gesprek! Stuur een mail naar hollandbio’s Thomas, dan zetten wij de koffie klaar.

← #nieuws

Dutch Biotech was buzzing in Boston

,

Orange was the color of innovation last week in Boston, as Dutch biotech made waves at BIO 2025. Over 20.000 innovators, investors, and industry leaders from across the globe gathered on the other side of the Atlantic Ocean to work on a better future for people, animals, and the planet. And at the heart of it, we were proud to represent and connect with the vibrant Dutch biotech ecosystem together with colleagues from Health~Holland and the Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA). Besides more than 100 Dutch delegates from 70 different biotech companies, this year we were joined by special guests from the Dutch Ministries of Economic Affairs, and Health, Welfare and Sport — a strong signal of the Netherlands’ commitment to global biotech leadership. Together we explored how The Netherlands can turn its biotech ambitions into bold and actionable leadership.

We kicked off the week with a buzzing Dutch welcome reception on Sunday evening at local beer brewery Trillium’s Fort Point taproom. During this special Boston edition of our ‘Hollandbio komt naar je toer’ event series, the Dutch delegation had the opportunity to catch up with familiar faces and share ambitions, setting the tone for the exciting week ahead.  

From Monday to Thursday, a steady stream of curious visitors from all over the world stopped by the Dutch Pavilion to connect, energize and discover what makes the Netherlands a true biotech hotspot. The absolute highlight? Our Dutch Networking Reception on Tuesday evening, complete with the much-anticipated bike raffle. After an inspiring speech by Sipko Mülder, Management Team member of Pharmaceutical products and Medical technology at the Ministry of Health, Welfare and Sport, he and Annemiek Verkamman took the stage to announce the lucky winner: Pardis Saffari, Director of Economic Opportunity & Development at the City of Cambridge. Huge thanks to Loyens & Loeff for sponsoring the bike. We hope to spot it cruising through Boston next time we visit! 

Meanwhile, the Dutch ministry representatives crisscrossed the city — by bike and by cab — to meet with key players in Boston’s biotech ecosystem. From strategy sessions at the Massachusetts Life Sciences Center and Massachusetts Institute of Technology, to deep dives at the Broad Institute and Cambridge Innovation Center, they gathered valuable insights on how to translate scientific breakthroughs into real-world impact. At the BIO itself, they met with members of the European Commission currently working on the EU Biotech Act for an additional European perspective. And Jeroen Heijs, Deputy Director of Innovation and Knowledge at the Ministry of Economic Affairs, participated in a panel discussion hosted by the European Innovation Council on how collaboration works in today’s biotech pipeline. We’re sure these countless meetings and inspiring activities help the policy makers to further shape and sharpen the Dutch biotech vision. 

A heartfelt thank you to everyone who joined us in Boston — your energy, ideas, and ambition made this another unforgettable BIO. We’re already looking forward to continuing the momentum at BIO Europe Vienna in November, BIO Europe Spring Lisbon in March or the BIO US San Diego in June next year. Until then, keep innovating!

← #nieuws

EU Biotech Act call for evidence: four asks to make biotech thrive 

, ,

Europe worked hard to become a leader in biotech. But while the rest of the world is taking the next step, we are blocking ourselves. Innovations get stuck in outdated rules and fragmented regulations, talent moves elsewhere, and other continents capitalize on European breakthroughs. If we don’t act now, Europe not only loses its frontrunner’s position, but also the societal and economic benefits that biotech can deliver: new medicines, smarter and cleaner products and a resilient economy.  

While the US and China are competing over pole position, the EU aims to step up its game when it comes to biotech, too. The EU Biotech Act, to be launched next year, is one the instruments to reinstate Europe as a biotech powerhouse. At hollandbio, we welcome the EU Biotech Act as a long-awaited opportunity to restore Europe’s leadership in biotechnology and strengthen our biotech innovation ecosystem—from invention all the way to uptake.   

In our overarching EU Biotech Act position paper, we state what we think is needed to ensure European biotech can thrive. Building on this, hollandbio submitted four key asks for the European Commission’s recent Call for Evidence, a consultation to gather input from stakeholders and experts to shape the EU Biotech Act legislative proposal. 

To ensure biotech can thrive in Europe, we urge policymakers to focus on four key priorities: 

  • Boosting biotech with an integrated approach; 
  • Investing in progress driven by frontrunners; 
  • Paving the way to market entry; 
  • Removing barriers for implementation and uptake. 

In these uncertain time, one thing is clear: the coming years are of crucial importance for the success of biotech. From curing incurable diseases to creating eco-friendly materials and ensuring food security, if we want to pass on a livable world to future generations, biotech is an essential part of the solution.  

What would you act for? 

Have you ever faced funding gaps, regulatory delays, or an uneven playing field? Then this is your moment to speak up! Share your vision for the future of European biotech by joining the conversation on LinkedIn by using #EUBiotechAct.  

← #nieuws

Kabinet gevallen, hollandbio biodieselt door 

,

Met het opzeggen van de samenwerking door Geert Wilders en het vertrek van zijn PVV-bewindslieden is kabinet-Schoof I elf maanden na aantreden al demissionair. Nieuwe verkiezingen staan op de rol voor 29 oktober, en hollandbio zal met hernieuwde inspanning weer voor de biotech sector opkomen. Heb je ideeën of wil je meepraten over nieuwe plannen, laat het ons dan vooral weten. Eerst zetten we de resultaten uit de afgelopen tijd op een rij. 

Tussen het aantreden van de laatste paar kabinetten zat telkens een demissionaire periode van bijna een jaar, langer dan het huidige kabinet heeft gezeten. In deze demissionaire status behandelt een kabinet alleen nog lopende zaken en staan omstreden of controversiële kwesties in de ijskast. Van amper twee jaar geleden weten we nog dat een demissionair kabinet terughoudend is met grote nieuwe plannen. Op veel grote dossiers dreigt dan stilstand, en dus is het zaak om het ijzer te smeden als het heet is. In korte tijd heeft hollandbio zich gelukkig verrassend succesvol kunnen manifesteren.  

Overheid heeft nu visie op biotech 

Kabinet-Schoof I begon nog wel met grote woorden – en een paar tegenstrijdige daden. Gelukkig konden we een half jaar later het meest sprekende succes noteren. Na een lang traject met allerlei stippen en stappen hebben afgelopen april maar liefst zeven bewindspersonen hun handtekening gezet onder de Rijksbrede visie op biotech. Als we samenwerken, krijgen we wat voor elkaar, en dat geldt natuurlijk ook tussen ministeries. Biotech staat goed op de kaart, zo lazen we eerder ook al in de Nationale Techstrategie – een van onze andere duidelijke asks uit hollandbio’s verkiezingsmanifest, dat we de komende tijd van de nodige updates gaan voorzien. 

In nauw contact met Kamerfracties 

Ook buiten het kabinet zaten we niet stil, en zijn we met coalitiefracties op bezoek gegaan in Wageningen. De Kamer sprak brede politieke steun uit voor onder meer fermentatie, NGT’s en durfkapitaal – met proeverijen voor innovatieve fermentatie tot gevolg. En alhoewel we er liever voor zorgen dat Nederland een stukje beter in plaats van minder slecht wordt, sprongen we met succes op de bres voor cel- en gentherapieën.   

Voorafgaand aan verkiezingen met partijen in gesprek 

Meer weten over de inzet van hollandbio en hoe we opkomen voor de Nederlandse biotech? Je leest het in onze recente highlights. En heb je ideeën of wil je meepraten over nieuwe plannen? Laat het ons vooral weten! In aanloop naar de verkiezingen zullen we met verschillende partijen in gesprek gaan zodat zij weten wat de Nederlandse biotech nodig heeft om een koploper te blijven. Vervolgens zullen we de partijprogramma’s van de politieke partijen weer uitpluizen en voor jullie met biotech in het achterhoofd op een rij zetten. 

Nog niet meegenomen: 

← #nieuws

Liever zorg voorkomen dan pleisters plakken 

,

De Nederlandse zorg staat onder druk. Steeds meer patiënten, maar het aantal zorgverleners groeit niet mee. Daardoor lopen wachttijden op. En de druk op onze zorgverleners is te groot. Veel mensen vragen zich af: wie zorgt er straks nog voor mij? Ook daarom willen we natuurlijk liever voorkomen dan genezen. Tóch blijft preventie nog veel te vaak onbenut. Nieuwe – bewezen effectieve – preventieve behandelingen blijven geregeld hangen in lange procedures. Vaccins wel gemiddeld negen jaar! Daardoor doen onnodig veel patiënten een beroep op onze toch al overbelaste zorgverleners. Dat gaan we zo niet veel langer volhouden, dat ziet de overheid gelukkig ook. Op zoek naar waardevolle input gaan ze aanstaande maandag in gesprek met onder meer wetenschap en bedrijven. Ook hollandbio is van de partij. Onze oproep: laten we stoppen met pleisters plakken en samen bouwen aan een omgeving waar innovatie de ruimte krijgt.

Lange procedures uit een andere tijd 

Wie zorgt er straks nog voor mij? Die vraag wordt steeds dringender, zeker met de toenemende druk op zorgverleners. Toch zitten we met een zorgsysteem dat is gebouwd voor een andere tijd. Toen waren er minder patiënten en waren de behandelingen vaak hetzelfde voor iedereen. Gelukkig is er in deze tijd ook hoop. Wetenschappers en bedrijven laten zien dat zorg beter kan. RS-virus, gordelroos, apenpokken – deze ziektes kunnen we voorkomen nog voordat je klachten krijgt. Dat is geen toekomstmuziek, het gebeurt nu al. 

Maar hier is een probleem: ons zorgsysteem is nog niet klaar voor die vernieuwing. Nieuwe – bewezen effectieve – preventieve behandelingen blijven hangen in lange procedures. De beoordeling neemt namelijk veel te veel tijd in beslag en het ontbreekt in Nederland aan structureel budget om de uitvoer te regelen. En dat terwijl innovaties juist hard nodig zijn! 

Preventie rendeert, maar dat zou niet eens hoeven 

Liever voorkomen dan genezen is niet alleen in het belang van zorgverlener en patiënt, maar van ons allemaal. Preventie is immers een slimme investering in onze gezondheid en welvaart. Zo levert elke euro die we in vaccinatie investeren tot wel negentien keer zoveel op. Toch zijn meerdere bewezen effectieve preventieve behandelingen niet beschikbaar, omdat de overheid het budget voor de inkoop en uitvoer simpelweg (nog) niet rond krijgt gerekend. 

Moeten al die preventieve maatregelen wel renderen voor we ze invoeren? Dat vragen we per slot van rekening ook niet van de curatieve of langdurige zorg, draagt CPB-directeur Pieter Hasekamp aan. Het gaat er uiteindelijk om hoeveel gezondheidswinst of kwaliteit van leven een interventie oplevert in relatie tot de kosten – en daar zouden we best wat voor over mogen hebben. Ook de SER pleit al langer voor een transitie van nazorg naar voorzorg. Niet in de laatste plaats omdat dit leidt tot een vitalere samenleving en een bijdrage levert aan duurzame sociale en economische ontwikkeling.  

Zorgsysteem klaarmaken voor vernieuwing 

Het is onbestaanbaar dat ieder kabinet telkens weer voor elke in te voeren vaccinatie of andere preventieve interventie op zoek moet naar een nieuwe pot geld. Iedere keer opnieuw het wiel uitvinden kost onnodig veel tijd en werk, ziet ook staatssecretaris Karremans. Veelvuldig aangemoedigd door de Tweede Kamer werkt hij aan beterschap, middels een zogeheten investeringsmodel voor preventie dat de kosten en baten onderbouwt en helpt wegen.  

Tijdens een werkconferentie op 26 mei gaat de overheid over dit investeringsmodel in gesprek. Het is hartstikke goed en hoog nodig dat we andere spelregels afspreken. Deze samenwerking tussen overheid, wetenschap en bedrijven is daarbij onmisbaar. Uiteraard is hollandbio van de partij, want het is cruciaal om nu ruimte te geven aan vernieuwing in de praktijk. Voldoende budget is essentieel, en er zijn zelfs signalen dat Europese regels extra begrotingsruimte bieden, maar er is meer nodig. 

Stoppen met pleisters plakken 

De Nederlandse zorg staat onder druk. Verouderde beoordelingskaders, lange procedures en spelregels die niet meer bij deze tijd passen staan de nodige vooruitgang in de weg. Laten we het systeem veranderen – niet enkel verder optimaliseren – om ervoor te zorgen dat bewezen effectieve preventieve interventies, waaronder vaccins, de ruimte krijgen om ons gezond te houden. Laten we stoppen met pleisters plakken en samen bouwen aan een omgeving waar innovatie de ruimte krijgt. Alleen zo zorgen we voor betere zorg – nu en in de toekomst. 

← #nieuws

Nederland wacht opnieuw langer op nieuwe geneesmiddelen  

,

Als je ziek bent wil je maar een ding: een behandeling die zo goed mogelijk aansluit bij jouw situatie en wensen. Zowel arts als patiënt hebben dan ook baat bij een zo vol mogelijke dokterstas. Op die manier kunnen zij, op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten, gezamenlijk de beste behandeling kiezen. Helaas zien we in de laatste editie van de EFPIA Patients Waiting to Access Innovative Therapies (W.A.I.T.) Indicator dat het in Nederland steeds lastiger is om deze dokterstas van nieuwe geneesmiddelen te voorzien.

Wachttijd opnieuw toegenomen 
De wachttijd voor patiënten op toegang tot innovatieve geneesmiddelen is opnieuw toegenomen, zo lezen we in de W.A.I,T. Indicator. Bovendien zijn slechts 58% van alle geneesmiddelen met een EMA-registratie vergoed beschikbaar voor Nederlandse patiënten. Gemiddeld duurt het inmiddels 459 dagen tot nieuwe geneesmiddelen na registratie beschikbaar zijn in Nederland – waarbij de teller sinds afgelopen jaar met 55 dagen is opgelopen. Zowel wat betreft het aantal beschikbare geneesmiddelen als doorlooptijden moet Nederland het doen met een elfde plaats van de 36 onderzochte landen. Een bijzonder noemenswaardige en zorgelijke trend is daarbij dat we in slechts drie jaar tijd van plaats vijf, via zeven, naar elf zijn afgegleden als het aankomt op de wachttijd. Dat is niet in lijn met de nationale ambitie om een biotech koploper te zijn, en staat haaks op hollandbio’s ambitie voor gezondheid op maat. Bij onze oosterburen ziet het er een stuk rooskleuriger uit: zowel wat betreft beschikbaarheid (90%) als doorlooptijden (gemiddeld 128 dagen) staat Duitsland op de eerste plek.  

Weg met de zesjescultuur 
Het feit dat het in Nederland langer duurt en minder vaak lukt om geneesmiddelen beschikbaar te maken zegt veel over de aantrekkelijkheid van de Nederlandse geneesmiddelenmarkt. Immers, als een deel van de klas een tien haalt voor de toets, een deel een mager zesje, en een andere deel een dikke onvoldoende, kan je dan zeggen dat de docent zijn werk niet goed gedaan heeft? Of kunnen leerlingen zichzelf ook de vraag stellen of zij er alles aan gedaan hebben om een goed cijfer te halen? In zijn reactie op de monitor legt het Zorginstituut de bal om geneesmiddelen sneller bij de patiënt te krijgen helaas expliciet en eenzijdig bij het bedrijfsleven. En dat is gek, aangezien de cijfers juist klip en klaar maken dat diezelfde fabrikanten dat in andere landen wel sneller lukt.  

Samen het tij keren 
Die volle dokterstas, waar arts én patiënt uit kunnen putten, vergt een gezamenlijke inzet en investering in innovatie. Niet alleen in nieuwe behandelingen zelf, juist ook de beoordelingskaders en spelregels die zorgen voor toegang tot innovatie zijn hard aan een update toe. Waar we nu pleisters plakken op een stelsel dat ontworpen is voor een fundamenteel andere tijd, is evengoed innovatie nodig in de wijze waarop nieuwe behandelingen de dokterstas en de praktijk bereiken. Het is hoog tijd voor gezondheid op maat. Tijd voor een lerend zorgsysteem waarin alle stappen van het ontwikkelen van geneesmiddelen naadloos op elkaar aansluiten en waarin we technologische innovaties optimaal inzetten om ziektes te voorkomen en behandelen. Patiënten hebben namelijk niks aan deze zesjescultuur. Met schoolopdrachten hebben we vroeger allemaal gemerkt hoe moeilijk het gaat als eenieder het zelf uit probeert te zoeken. Laten we daarvan leren en nu gezamenlijk onze schouders eronder zetten, en werk maken van die tien! 

Meer weten? Lees eerdere hollandbio berichten:

← #nieuws

Ziekte voorkomen vergt een discussie over de toekomst van diagnostiek 

,

In haar nieuwste rapport ‘Iedereen bijna ziek’ stelt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) dat onze samenleving leidt aan diagnose-expansie, een uitdijende diagnosedrift waar wel aan wordt verdiend maar die lang niet altijd gezondheidswinst oplevert. Zij roept de overheid en het zorgveld daarom op tot meer terughoudendheid bij de inzet van diagnostiek, het stellen van diagnoses en de daaropvolgende behandelingen. We zouden immers ook “gewoon” meer kunnen inzetten op het voorkomen van ziekten, in plaats van op vroeg opsporen. Dat is echter een kwestie van ‘en en’, zien we bij hollandbio, niet ‘of of’. Niet alleen maar ziekten voorkomen, maar ook moeten we voorkomen dat we in dit debat de kop in het zand steken. Laten we daarom oog houden voor oplossingsrichtingen die rechtdoen aan de mogelijkheden van diverse soorten diagnostiek.

Naast voorkomen ook beter behandelen belangrijk 

Al jaren streven we ernaar om mensen zo lang mogelijk, zo gezond mogelijk te houden. En natuurlijk, dit heb je deels zelf in de hand: jij bepaalt immers of je dagelijks naar de sportschool gaat, of naar de snackbar. Een leefomgeving die gezond eten en leven de makkelijkste optie maakt en armoede en sociaaleconomische gezondheidsverschillen de wereld uithelpt, is waar we daarom ook wat ons betreft sterk op mogen inzetten. Toch blijft feit dat ziekte elk van ons op enig moment kan overkomen. Daar wil je het liefst zo goed en vroeg mogelijk bij zijn, om te voorkomen dat iets van kwaad tot erger gaat en om latere, hogere zorgkosten te besparen. De RVS erkent gelukkig ook dat dit ingrijpen waarde heeft en ons steeds vroeger en beter lukt, dankzij vooruitgang, het vernuft van wetenschappers en ondernemers en investeringen in diagnostiek.  

De ene diagnostiek is de andere niet 

Hoewel de RVS in haar rapport een aantal categorieën aan diagnostiek uit elkaar trekt, gooit zij in de samenvattende aanbevelingen helaas een grote verscheidenheid aan diagnostiek op één hoop. Het groeiend aantal huis-tuin-en-keukentesten, wearables en apps, die je zelf aan kan schaffen om meer regie te voeren op je eigen gezondheid, valt immers lastig te vergelijken met bevolkingsonderzoeken, prognostische testen en diagnostiek die zorgprofessionals nodig hebben om een nauwkeuriger beeld te bepalen van klachten. En dan nog zou binnen deze categorieën een verschillende aanpak niet misstaan, maar laten we voor nu het onderscheid markeren tussen diagnostiek die op de vrije markt verkrijgbaar is en diagnostiek onder begeleiding van een zorgprofessional. 

Diagnostiek onder begeleiding van een zorgprofessional: de behandelopties zijn leidend 

Voor diagnostiek die je alleen via een zorgprofessional kunt krijgen, oefenen zowel de overheid als het zorgveld doorgaans al méér dan voldoende weerstand uit. De route die innovatieve diagnostiek van lab naar praktijk moet afleggen is lang en kostbaar, de bewijslast torenhoog en vaak ingewikkeld te vergaren. Neem de Mammaprint van Agendia, een ontdekking van eigen bodem die pas na 20 jaar tot ons basispakket werd toegelaten. Niet zelden staan de huidige kaders in ons stelsel, bestaande belangen en (financiële) prikkels de inzet van nieuwe diagnostiek in de weg. Met de komst van het raamwerk (moleculaire) diagnostiek is besloten dat de aanwezige behandelopties bepalen welke test een arts uitzet, om te kijken welk middel uit zijn dokterstas hij in mag zetten. Maar wanneer we breder moeten testen om de juiste patiënten te vinden, zoals bij de NTRK-remmers, dan geven we niet thuis. Breed testen op basis van bijvoorbeeld whole genome sequencing doen we eigenlijk alleen voor kankerpatiënten waarbij de primaire tumor zoek is, en dit de laatste kans vormt voor overleving – overigens pas na een stevige lobby vanuit patiënten en nabestaanden. Kortom, in de gezondheidszorg is diagnostiek al niet leidend.  

Vrij beschikbare diagnostiek overwoekert de markt 

Bij diagnostiek die je zelf aan kan schaffen, treedt een andere dynamiek op: zorgconsumentisme. Kennelijk willen veel Nederlanders regie op hun gezondheid voeren, en bij die wil om gezond te blijven zijn we natuurlijk allemaal gebaat, maar in de zoektocht naar handvatten grijpen ze nogal eens naar testen en interventies die niet de zegen van de zorgprofessionals krijgen. Zorgprofessionals die bovendien al zo vol zitten dat ze niet staan te wachten op een spreekuur gevuld met vermeende patiënten waarvan een te groot deel onnodig bang gemaakt is. Dat is natuurlijk in niemands belang – niet de arts, patiënt of samenleving – en dergelijke diagnoses moeten we dan ook inderdaad voorkomen. Hoe dan wel regie voeren, en tegelijkertijd diagnostiek en de kennis die dat ons geeft juist benutten, te midden van alle bestaande belangen en beroepen, zonder dat dit leidt tot overdiagnostiek en overvraagde zorgprofessionals?  

Hollandbio’s blik op de toekomst  

De RVS doet een belangrijke aanzet, die evenwel verdere uitwerking vraagt. In hollandbio’s blik op de toekomst meten we ons graag het perspectief aan van de persoon wiens gezondheid we zo lang mogelijk zo goed mogelijk willen houden. Natuurlijk, je kan en mag er altijd voor kiezen om geen diagnose te laten stellen of te ontvangen – je bepaalt immers zelf wat er met jouw data gebeurt. Maar een juiste diagnose is op zichzelf al waardevol. Want juist door data en inzichten uit diagnostiek op gestandaardiseerde wijze in een gezamenlijke infrastructuur vast te leggen en te ontsluiten voor secundair gebruik, kunnen we nieuwe ziekten en nieuwe behandelingen ontdekken en kan de patiënt van vandaag de zorg van morgen helpen verbeteren – in een lerend zorgsysteem. Dat vraagt wel om een gezondheidsdata-infrastructuur, waar momenteel al hard aan wordt gewerkt.  

Niet onnodig bang maken, maar ook niet de kop in het zand steken 

De discussie over hoe we diagnostiek beter kunnen inbedden in ons toekomstige gezondheidsdata-stelsel, die de RVS met dit rapport aanzwengelt, is broodnodig en enorm waardevol. Aan dit debat geeft hollandbio graag het volgende mee: hoe kunnen we de data-infrastructuur rondom diagnostiek zo goed mogelijk uitwerken, en welke spelregels en randvoorwaarden zijn nodig om dit lerende zorgsysteem zo goed mogelijk voor de maatschappij te laten werken? Want om te voorkomen wat kan en te genezen waar nodig, zullen we wel oog moeten houden voor de mogelijkheden van diagnostiek. En daar blijven we uiteraard zorg voor dragen! 

← #nieuws

“An investors nightmare is missing out on a successful product!” – Empowering Biotech Leaders: Navigating Finance Event, A Recap 

, , ,

Last week, hollandbio had the pleasure of welcoming 50 biotech founders and C-level executives to our first-ever exclusive financing event: Empowering Biotech Leaders: Navigating Finance. The event was organized in response to requests from our members, who – despite working in diverse fields within biotech – often face similar challenges: high-risk ventures, substantial funding needs, and long timelines to market. Ultimately, everyone is looking for the right funding to bring their innovation to the people who need it most. 

In her opening speech, hollandbio’s Wieteke Wouters pointed to the growing Valley of Death, where more and more, the winner takes it all. To help our members beat the odds, we invited three seasoned biotech leaders to share their hard-earned lessons: Sjoerd van Gorp (Citryll), Paul van der Horst (Agomab), and biotech veteran André Hoekema. 

Their engaging presentations covered key topics like how to close a deal, create FOMO among investors, and build long-term value. Some standout takeaways: 

  • Be bold and diversify your pipeline 
  • Perfect your pitch – what message do you want to leave behind with an investor? 
  • Believe in your product and your data 
  • Celebrate the small wins – and don’t forget to enjoy the ride 

Following the presentations, a lively discussion ensued, touching on topics like entering the U.S. market and choosing the right partners. The afternoon continued with 1-on-1 partnering sessions, where participants met directly with peers and experts of their choice to exchange insights and advice. The networking lasted well into the end of the afternoon over drinks and bites. 

We’d like to thank all participants for making this event a success. We hope to have sparked just enough FOMO for a future session with even more members 😉