← #nieuws

Opinie: Gezondheid is steeds minder waard

, ,

Je gezondheid wordt steeds minder waard. In weerwil van stijgende uitgaven aan zorg, heeft de overheid steeds minder geld over voor een gezond levensjaar. Dat bedrag staat namelijk al sinds 2006 op hetzelfde peil, terwijl de inflatie sindsdien bijna 50 procent bedraagt. Onze gezondheid is dan ook hard toe aan een inflatiecorrectie.

In 2006 onderzocht de Raad voor Volksgezondheid en Zorg zich wat we bereid zijn te betalen voor een extra levensjaar in goede gezondheid, bijvoorbeeld gewonnen door een nieuwe behandeling zoals een geneesmiddel. Afhankelijk van hoe ernstig ziek je was, publiceerde de Raad een betalingsbereidheid van €20.000, €50.000 of €80.000. Voor het genezen van kanker hebben we bijvoorbeeld meer over dan voor het verminderen van astma, of het voorkomen van ziekte.

Terug naar 2024. Sinds 2006 zijn door inflatie alle prijzen flink gestegen, met bijna 50%. Zo verdienen verpleegkundigen die in het ziekenhuis werken, in 2024 bijna 50% meer dan in 2006. Gek genoeg groeide de waardering van onze gezondheid niet met de inflatie mee. Was dit wel zo geweest, dan hadden we nu €30.000, €75.000 of €120.000 over voor elk extra jaar in goede gezondheid. Kortom: onze gezondheid wordt jaar op jaar steeds minder waard.

Ondanks die kleinere betalingsbereidheid, introduceren bedrijven steeds meer nieuwe geneesmiddelen tegen steeds meer ziektes, voor steeds meer patiënten. De gemiddelde uitgaven per patiënt aan geneesmiddelen bleven de afgelopen jaren nagenoeg gelijk. Ondertussen stijgen andere zorgkosten wel door, waardoor we nu in verhouding tot het totaal aan zorguitgaven minder aan medicijnen uitgeven dan in 2006. Daarmee leveren geneesmiddelenontwikkelaars elk jaar meer gezondheid per bestede euro. Een prestatie van jewelste! Toch staan de kranten vooral bol van de problemen: vastlopende onderhandelingen, vertragingen en volop verwijten over en weer. Nederlandse patiënten zijn de dupe.

De bedragen die de Raad in 2006 op een rij zette, spelen een belangrijke rol bij de keuze of de zorgverzekering een nieuw geneesmiddel vergoedt. De vastlopende toegankelijkheid van geneesmiddelen roept de vraag op waarom we de waarde van een gewonnen levensjaar niet óók zouden koppelen aan inflatie, net zoals boodschappen, huren en salarissen. In aanloop naar een nieuw kabinet buigen diverse werkgroepen zich over een mogelijke herziening van de bedragen uit 2006. Maar in plaats van de broodnodige bijstelling naar boven, lijkt de overheid zich voor te bereiden op verlaging van de waarde die we aan gezondheid toekennen, in een poging de stijgende uitgaven aan de zorg te beperken.

Ondanks alle ambities van onze overheid op het vlak van preventie en zorg, blijkt onze gezondheid in de praktijk steeds minder waard. Met een ongekend zorginfarct in het vooruitzicht moeten we niet beknibbelen op, maar juist fors investeren in de gezondheid van onze vergrijzende bevolking. Innovatie, of het nu gaat om geneesmiddelen, vaccins of betere diagnostiek, is daarbij onmisbaar om steeds meer burgers gezond te houden of beter te maken. Een fikse inflatiecorrectie op het bedrag dat we als maatschappij bereid zijn te betalen voor een gewonnen levensjaar in goede gezondheid, is daarbij een eerlijke en logische stap.

← #nieuws

Hoofdlijnen uit de formatie voor biotech

, , , ,

Onder het motto ‘Hoop, lef en trots’ presenteerden de PVV, VVD, NSC en BBB afgelopen week hun hoofdlijnenakkoord voor 2024 tot en met 2028. Waar een dergelijk akkoord normaal gesproken zo goed als het eindpunt is van een formatie, staan de partijen de komende weken nog voor een flinke opgave met de zoektocht naar een minister-president en andere bewindspersonen voor een nieuw kabinet. In de tussentijd maakt hollandbio vast de stand op, want wat zijn de hoofdlijnen voor de biotech sector in het akkoord en de financiële bijlage, en hoe verhouden die zich tot het Biotech Verkiezingsmanifest?

Als het gaat om de gezondheidszorg en onderwerpen die relevant zijn voor de medische biotech, valt op dat geneesmiddelen alleen specifiek aan bod komen in het kader van het aanhouden van voorraden van essentiële zaken. Rond preventie komt het kabinet met een nieuwe, samenhangende aanpak voor beleid op vaccins, in het bijzonder ook voor de bescherming van kinderen, en wil zij preventie meer centraal stellen voor gezondheidsverbetering, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag.

Kijkend naar innovaties uit biotech die een bijdrage leveren aan een milieuvriendelijker Nederland, valt op dat het hoofdlijnenakkoord vooral veel aandacht heeft voor de traditionele landbouw, visserij en veeteelt. Ze trekt het stifkstofbeleid in en hoewel de klimaatdoelen overeind blijven, bezuinigen de formerende partijen flink op het Klimaatfonds. Er is geen aandacht voor specifieke biotech innovaties rond plantenveredeling, biobased materialen of innovatieve eiwitbronnen.

Rond het innovatieklimaat zijn in het hoofdlijnenakkoord vooral algemene besluiten terug te lezen en weinig tot geen verwijzingen naar specifieke technologieën of sectoren. Zo annuleren de partijen ronde 4 en 5 uit het Nationaal Groeifonds, terwijl zij wel € 1 miljard extra geven aan Invest-NL. Op arbeidsmigratie zijn harde woorden te lezen, maar onduidelijk blijft wat dit betekent voor kenniswerkers. Wel willen de partijen prioriteit geven aan talent, kenniseconomie, innovatie en (digitale) infrastructuur om te zorgen dat Nederland behoort tot de top vijf van landen met een goede concurrentiepositie. Verder rept het hoofdlijnenakkoord dat we af moeten van knellende regelgeving en dat Nederland geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid zet en waar mogelijk bestaande koppen schrapt.

In de komende tijd houdt hollandbio de ontwikkelingen rond de invulling van een nieuw kabinet scherp in de gaten, waarbij we blijven inzetten op een stevige rol voor de Nederlandse biotech in het bijdragen aan maatschappelijke en economische vooruitgang.

← #nieuws

No go voor de SRGO?

,

‘€30 miljoen ondersteuning mkb’ers en onderzoekers biomedische innovatie’, lazen we afgelopen week op Rijksoverheid.nl. De vlag ging bijna uit bij hollandbio, want passende financiering is van levensbelang voor het succes van de sector. Na lezing van de voorwaarden van de nieuwe Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) sloeg de twijfel echter toe. Het valt nog maar te bezien of de complexe en gekunstelde constructie van een private lening en een publieke subsidie een aanwinst is voor het biotech mkb.

Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een harde voorwaarde om de potentie van biotech te benutten. Hollandbio zet zich daar elke dag voor in. Niet verwonderlijk dat we de aankondiging van een kakelverse nieuwe financieringsmogelijkheid, de SRGO, in eerste instantie met gejuich ontvingen. Na lezing van de kleine lettertjes sloeg de twijfel echter toe.

Met de SRGO maakt de overheid € 30 miljoen vrij voor samenwerkingen tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen voor onderzoek en ontwikkeling naar een nieuw product of dienst in de regeneratieve geneeskunde. Dit doet ze via een regeling die een leningdeel voor het mkb van minimaal 60% van het aangevraagde budget combineert met een subsidie van maximaal 40% voor een kennisinstelling. Het totale aan te vragen budget moet tussen 0,5 en 3 miljoen euro liggen.

Alle goede intenties ten spijt zien we in de SRGO een verwarrende mix van Innovatiekrediet en PPS-subsidie: twee bestaande instrumenten die eveneens bedoeld zijn om innovatief biotech mkb te helpen, maar daar – om uiteenlopende redenen – niet optimaal in slagen en waarvoor hollandbio al jarenlang verbeteringen aandraagt. Waarom er voor de complexe constructie gekozen is en welk voordeel deze lening-met-gedwongen-publieke-samenwerking heeft boven het bestaande instrumentarium, is hollandbio onduidelijk. De SRGO bevat bovendien zoveel minimale en maximale percentages en bedragen, dat het alleen al uitdagend is om tot een illustratief rekenvoorbeeld te komen. En hoewel sommige voorwaarden net wat verbeterd zijn ten opzichte van bestaande regelingen, lijkt een aantal nieuwe voorwaarden haaks te staan op de wetten van de markt.

We zien het helaas vaker als het om biotech-beleid gaat: de overheid gaat gelijktijdig op het gaspedaal en de rem staan. We willen transities versnellen, zonder de status quo ter discussie stellen. Investeringen aanjagen, zonder dat daar iemand rijk mee kan worden. Innovatie stimuleren, zonder risico’s te accepteren. Het resultaat: een uitdijend geheel van visies, strategieën, agenda’s, procedures, instrumenten, toolboxen, loketten, vouchers en regelingen, die stuk voor stuk op papier het beste met de sector zeggen voor te hebben, maar die in de praktijk niet tegemoet komen aan de behoefte van biotech ondernemers en daardoor maatschappelijk succes in de weg staan.

Dat is zonde en bovendien totaal onnodig. Het kan immers ook anders, zo laten onze Zuiderburen zien. In Vlaanderen kan biotech mkb wel onverdunde, aanzienlijke subsidies krijgen, onder exact dezelfde Europese Staatssteunregels die dat in Nederland onmogelijk zouden maken. Daarbij stelt het VLAIO, het Vlaamse RVO, de harde, maar niet remmende voorwaarde dat toekomstige werkgelegenheid in Vlaanderen landt. Een absolute win-win voor overheid én bedrijf. Dus waarom zou het in Nederland dan zo ingewikkeld moeten?

Nederland heeft alles in huis om uit te groeien tot een wereldwijde biotech koploper, laten we die kans grijpen. We vragen daarbij niet zozeer om meer beleid of meer geld, maar om een vleugje lef, een snufje risicoappetijt en vooral om het slimmer en directer inzetten van bestaande middelen. Dat vergt daadkracht en samenwerking, tussen ministeries en met het bedrijfsleven, om spelregels af te spreken die voor iedereen werkbaar zijn. Samen kunnen we de stap vooruitzetten en ervoor zorgen dat we de ontwikkeling van een mooiere wereld voor de toekomstige generatie niet vertragen.

De regeling in het kort:

  • De SRGO ondersteuning is bedoeld voor samenwerkingen tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen voor onderzoek en ontwikkeling naar een nieuw product of dienst in de regeneratieve geneeskunde.
  • De aanvraag moet voor minimaal 500K euro en maximaal 3 mln euro zijn
  • Het MKB bedrijf moet een lening aangaan van minimaal 60% van het aangevraagde budget
  • Het MKB bedrijf mag de lening voor maximaal 50% van het eigen onderzoeksbudget inzetten.
  • Beide partijen leggen minimaal 125K euro in.
  • Subsidie bedraag maximaal 40% van het aangevraagde budget
  • Bij fundamenteel onderzoek wordt 100% subsidie toegekend, 50% bij industrieel en 25% bij experimenteel onderzoek. (definities steunkaders)
  • 10% van de projectkosten moeten bestaan uit fundamenteel onderzoek (waarvoor dus wel 100% subsidie verleend kan worden)
  • Er moet aan het einde van het project een vergoeding van 15% over de lening worden betaald. (dit hoeft echter niet in 1 keer)
  • De rente van 3% (2024) wordt vanaf de start betaald.
  • De lening wordt in delen overgemaakt, de rente wordt alleen over het beschikbare deel betaald
  • De maximale terugbetaal termijn is 14 jaar.
  • Gedurende de looptijd van de lening mag het bedrijf geen uitkering doen aan aandeelhouders.

Mocht je nog vragen hebben of overwegen een aanvraag in te dienen, neem vooral contact op met ons Innovatieklimaat team: dora.menting@hollandbio.nl. Wij horen graag jullie overwegingen en helpen je waar mogelijk met onduidelijkheden of contacten.

← #nieuws

Hollandbio went on tour at the Utrecht Science Park

,

Last Thursday we kicked off the Hollandbio komt naar je toer at the Accelerator in Utrecht, organized in collaboration with the Utrecht Science Park. More than 100 biotech professionals and enthusiasts came together at this local biotech hub to meet and greet each other and look ahead into the future of biotech. Through the amazing networking opportunity and short talks of Wieteke Wouters (hollandbio), Jan Henk van der Velden (Stichting Utrecht Science Park) and Jan van Veen (Genmab) we celebrated the growth and strength of the of the Utrecht region as part of the (inter)national biotech ecosystem. 

Next up on our tour calendar is the Wageningen edition on June 6th! We hope to see you there, or at one of the other networking events taking place at local biotech hubs throughout the country this year as part of our 10-year anniversary. 

← #nieuws

Brief aan informateurs: naar een gezonder, duurzamer en welvarender Nederland met onze toonaangevende biotech sector

,

Met de komst van oud-SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf en staatsraad Richard van Zwol heeft Nederland sinds kort nieuwe informateurs die gaan onderzoeken of een ‘programkabinet’ op basis van een akkoord op hoofdlijnen tussen PVV, VVD, NSC en BBB mogelijk is. In een brief voorziet hollandbio beide informateurs en de formerende partijen graag van advies en hulp, omdat wij ervan overtuigd zijn dat onze sector een bijdrage kan leveren aan een duurzaam, gezond en welvarend Nederland.

Nederlandse toponderzoekers en -ondernemers werken elke dag aan biotechnologische innovaties, voortbouwend op de mogelijkheden die de natuur ons biedt. Van geneesmiddelen die ongeneeslijke ziekten genezen, vaccins die ons gezond houden, gewassen en innovatieve eiwitbronnen die bijdragen aan een duurzamere voedselvoorziening, of biobased grondstoffen en materialen die de weg plaveien naar een circulaire economie. Kortom: ze benutten biotechnologie om het leven voor mens, dier en de planeet beter te maken. 

Nederland is al decennialang een belangrijke speler op biotechnologie en kan een wereldwijde koploper worden. We hebben alles in huis om die positie te pakken, alleen vraagt dit om het juiste samenspel en samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven zodat we sneller en beter kunnen profiteren biotechnologische innovaties. Hollandbio vraagt daarom aandacht voor een aantal overkoepelende aanbevelingen, alsook voor verschillende suggesties rondom het innovatie- en vestigingsklimaat, duurzaamheid en gezondheid. 

← #nieuws

Of je (kweek)worst lust

, ,

Afgelopen week was het zover: Nederland had de primeur met de allereerste proeverij van gecultiveerd vlees in de Europese Unie. In het bijzijn van nationale en internationale pers, zette een panel van fijnproevers hun tanden in Meatable’s worstje. En dan de hamvraag: hoe smaakten die worstjes dan? Nou gewoon, als worst. Ira van Eelen, een van de gelukkige proevers, deelde haar ervaring aan tafel bij Beau en de NOS, en de NRC (achter betaalmuur) wijdde een uitgebreid artikel aan dit duurzame, slachtvrije en smaakvolle worstje. Het is opmaat naar hopelijk veel meer proeverijen met gecultiveerd vlees. 

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: WBSO

, ,

Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financiële middelen voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Na de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) en Invest-NL, nemen we deze keer de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) onder de loep. 

Hoewel de WBSO strikt genomen geen financieringsinstrument is, is de fiscale regeling weldegelijk een belangrijk instrument voor biotech bedrijven. De regeling vergoedt een deel van gemaakte kosten voor onderzoek en ontwikkeling (R&D) en draagt daarmee direct bij aan het stimuleren van innovatie. Aangezien R&D de drijvende kracht is achter biotech innovatie, heeft de WBSO veel impact op de biotech sector. Het jaarverslag 2022 laat zien dat de WBSO ruim €246 miljoen euro aan voordeel, zogeheten afdrachtsvermindering, heeft opgeleverd voor maar liefst 618 biotech bedrijven. Het aantal biotech bedrijven dat dankbaar gebruik maakt van de WBSO is de afgelopen jaren gestegen, en daarmee ook de totale afdrachtsvermindering.  

Hollandbio ziet de WBSO als een cruciale stimulans voor alle innovatieve Nederlandse bedrijven. Wat de regeling bovendien extra waardevol maakt, is het percentage MKB-bedrijven dat profiteert: 96% van het totaal aantal. Dit is tekenend voor de toegankelijkheid van het instrument. Bovendien is het vermeldenswaardig dat mede door de inspanningen van hollandbio de WBSO in 2022 geïndexeerd is en er dus een inflatiecorrectie op het budget heeft plaatsgevonden.  

Om tot deze publicatie te komen, hebben we de categorieën “Biotechnologie” en “Medische Wetenschappen & Farma” samengenomen, maar andere categorieën buiten beschouwing gelaten, ondanks dat biotech daar mogelijk ook een beperkt aandeel in heeft. Het is dus waarschijnlijk dat het daadwerkelijke aandeel van biotech bedrijven in de WBSO groter is dan weergegeven. 

← #nieuws

Hollandbio publiceert update doorlooptijden geneesmiddelen

, , ,

Na een jarenlange en forse stijging van de tijd die het duurt voordat nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis terecht komen, zien we dit jaar voor het eerst een voorzichtig positief signaal: de stijging – hoewel nog steeds aanwezig – vlakt af. Door onderzoek te doen naar de route van lab naar praktijk en hoe lang de verschillende stappen duren draagt hollandbio bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelregistratie en vergoeding. Helaas is er niet voor alle geneesmiddelen positief nieuws. Voor sluisgeneesmiddelen is het tij nog niet gekeerd.

Elk jaar doet hollandbio onderzoek naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Een cruciale stap, want met een add-onprestatie regelen we hoe geneesmiddelen bij de zorgverzekeraar gedeclareerd kunnen worden. Zonder deze declaratiemogelijkheid zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Maar let wel: met alleen een add-onprestatie ben je er nog niet. Óf een geneesmiddel daadwerkelijk vergoed wordt is een andere overweging, aan zorgverzekeraars of – in het geval van sluismiddelen – aan onze overheid.  De gepresenteerde data geeft daarmee een minimale schatting, een ondergrens, van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.   

Stijging vlakt af

Patiënten wachten gemiddeld bijna 300 dagen tot een nieuw geneesmiddel declarabel is. Tussen 2019 en 2023 lukte het slechts 8 geneesmiddelen om binnen 100 dagen na registratie een add-on te krijgen. In 2023 kwam dit zelfs helemaal niet voor. Toch zien we bij hollandbio ook lichtpuntjes: al blijven de doorlooptijden stijgen, de stijging vlakt wel af: van 2019 tot en met 2021 steeg de mediane doorlooptijd met 39% van 189 tot 263 dagen. Van 2021 tot en met 2023 groeide de mediaan tot 296 dagen, goed voor een stijging van 12%. Voor sommige producten lijkt zelf een daling ingezet. Een trendbreuk, die wij graag verder zien doorzetten – het liefst voor alle producten.

Slecht nieuws voor sluismiddelen

Als we verder inzoomen op de data zien we helaas ook dat de afvlakking niet voor alle geneesmiddelen geldt. De doorlooptijden van geneesmiddelen die in de sluis zitten, stijgen onverminderd door. In 2019 duurde het mediaan 187 dagen voor deze geneesmiddelen een add-on kregen, nu is dat 409 dagen. Wat we in deze data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die zich nog in het proces richting add-on bevinden, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. En dat dat er een aantal zijn, laat onze monitor wel zien: sinds onze update van vorig jaar is het aantal middelen dat in de sluis zit namelijk meer dan verdubbeld: van 27 naar 55 stuks. Deze stijging belooft in onze optiek weinig goeds – reden te meer om snel tot oplossingen te komen om tussentijdse toegang te waarborgen. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio daar graag aan meewerkt.

← #nieuws

Gas geven, niet remmen! EZK & RVO ontmoeten biotech frontrunners bij Genmab

, , ,

Met de biorevolutie in volle gang hebben het Ministerie van Economische Zaken (EZK) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gelegenheid te baat genomen om de kansen die er liggen voor Nederland tijdens een werkbezoek aan en met biotech koplopers bij Genmab in Utrecht van dichtbij te ervaren en te bediscussiëren.

Biotech innovaties maken mens en planeet gezonder en dragen bij aan ons verdienvermogen. Maar die innovaties naar de markt brengen, is kennis- en kapitaalintensief en de weg naar de markt is bezaaid met obstakels. Dit vraagt om beleid met visie en een slimme uitvoering. Getuige de plaats van biotech in de Nationale Technologie Strategie en de plannen voor een integrale visie op biotechnologie is onze overheid van plan om gas te geven. En van wie kan je beter leren wat er nodig is dan van biotech ondernemers zelf? Tijd voor een werkbezoek, in dit geval bij Genmab in Utrecht.

In gloedvolle betogen zetten Judith Oprins (Vice President, Head of Global Lab Management & Site Lead NL) namens Genmab en maar liefst drie CEO’s, Tim Knotnerus van Agomab Therapeutics, Kristoff Vercruysse van TargED Biopharmaceuticals en Marcel Jacobs van Matisse Pharmaceuticals, uiteen waar zij de uitdagingen en mogelijkheden zien in Nederland.

Tijdens de daaropvolgende discussie onder leiding van hollandbio’s Annemiek met de delegatie van EZK en RVO en de bedrijven zelf, bleek dat er nu ook al veel instrumenten zijn voor biotech in Nederland. Wat bedrijven en wij daarin zien gebeuren, is dat dat de uitvoering helaas niet altijd aansluit bij de praktijk. Dan lijkt het meer op gas geven met de voet op de rem. En zoals we allemaal weten, kom je in dat geval niet uit de startblokken.

De komende tijd zal hollandbio in nauwe samenwerking met EZK, RVO en bedrijven aan de slag gaan om bestaande instrumenten slimmer en beter te laten aansluiten bij de specifieke wensen van de sector en natuurlijk om gezamenlijk te werken aan een integrale visie die ervoor zorgt dat biotech voor iedereen het leven beter maakt.

← #nieuws

Liever lege supermarktschappen dan octrooien 

, ,

Tijdens het recente Tweeminutendebat Biotechnologie nam de Tweede Kamer een drietal moties aan die – al dan niet bewust – flink roet in het eten gooien voor het spoedig benutten van nieuwe technieken voor plantenveredeling (NGTs) in Europa. Met het aannemen van deze moties vraagt de Kamer het kabinet als het gaat om onze voedselproductie net zo hard op het gaspedaal als op de rem te gaan staan. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte.

De vele toonaangevende plantenveredelaars die Nederland rijk is, staan te trappelen om eindelijk moderne technieken te kunnen benutten om sneller en efficiënter nieuwe gewassen te ontwikkelen die bijdragen aan de wereldwijde voedselvoorziening en verduurzaming van de landbouw. Door buitenproportioneel zware en gedateerde Europese wet- en regelgeving bleven nieuwe genetische precisietools als CRISPR-Cas tot nu toe buiten bereik, terwijl de rest van de wereld wél ruim baan maakt voor innovatieve veredeling. De concurrentiepositie van Europa holt daardoor hard achteruit. Voor een landbouwland als Nederland valt daarmee nogal wat te verliezen.  

Gelukkig is onze overheid zich maar wat bewust van het belang van NGTs voor de toekomst van onze landbouw: Nederland maakt zich al jaren hard voor modernisering van de Europese wetgeving. En met succes. Het Europees Parlement keurde begin februari haar onderhandelingspositie goed rond het NGT-voorstel van de Europese Commissie, een eerste grote stap richting een akkoord op Europees niveau. Een grote overwinning voor wetenschap, voor onze innovatiekracht én voor de duurzaamheidsambities. Hollandbio kijkt reikhalzend uit naar de dag dat de supermarkten vol met gezonde, lekkere en duurzaam geteelde biotech producten liggen.  

Als het aan de Kamer ligt, laat die dag nog jaren op zich wachten. Niet langer omdat we de moderne technieken discrimineren ten opzichte van ouderwetse manieren van veredeling, maar nu omdat de gedachte aan octrooien angst inboezemt. De regels rondom intellectueel eigendom maken géén deel uit van de wetgeving die op dit moment gemoderniseerd wordt om NGTs toegankelijk te maken, maar liggen vast in Europese wetgeving en internationale verdragen. Dat het inbrengen van een discussie over octrooien in een voorstel voor ruimere mogelijkheden voor NGTs alleen maar leidt tot complicaties en jarenlange vertraging, neemt de Tweede Kamer voor lief. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte. 

Innovatie valt of staat met de mogelijkheid om forse investeringen in risicovol onderzoek en ontwikkeling terug te kunnen verdienen. In de plantenveredeling is dat niet anders. Intellectueel eigendom maakt dat mogelijk: in ruil voor openbaarmaking van je kennis zodat anderen daarop voort kunnen innoveren, kun je bescherming aanvragen op jouw uitvinding, zodat niemand daar zonder jouw toestemming mee aan de haal mag gaan. Zaadveredelaars gebruiken verschillende methoden om hun intellectueel eigendom te beschermen, waarvan kwekersrecht en octrooirecht de belangrijkste zijn.  

Octrooi- en kwekersrecht lijken erg op elkaar, maar hebben elk hun eigen toepassing, mogelijkheden en onmogelijkheden. Soms is het gekozen systeem een kwestie van voorkeur, terwijl sommige uitvindingen alleen te beschermen zijn met het octrooirecht, of juist alleen met het kwekersrecht. Toch staan alleen octrooien in een kwaad daglicht, mede door de decennialange lobby van organisaties die met een slim frame van voedselzekerheid innovatieve technieken buiten de deur wilden houden. Met resultaat, zo blijkt ook nu weer. 

Niemand zal het belang ontkennen van een goede toegankelijkheid van uitgangsmaterialen, noch van de continue ontwikkeling van nieuwe rassen. Dat vergt balans: intellectueel eigendom mag toegankelijkheid niet blokkeren, maar moet wel genoeg bescherming bieden om gedane investeringen terug te verdienen. Dat vindt ook de Europese Commissie, die in reactie op de zorgen toezegde de octrooiverlening op planteneigenschappen scherp te zullen monitoren en indien nodig maatregelen te treffen. Daarvoor zijn diverse mogelijkheden, zoals een internationaal licentieplatform waarmee de veredelingssector al eerder ervaring opdeed.  

Naast de premature timing en de onuitvoerbaarheid van de moties, zoals EZK-minister Adriaansens in haar appreciatie terecht opmerkte, is het uit angst verbieden van octrooien op NGT-planten, als schieten met een kanon op een mug. Een heilloze route, die niet zonder gevolgen zal blijven – zo blijkt ook meteen uit de derde aangenomen motie die de Nederlandse regering opdraagt in de EU tegen het NGT-voorstel te stemmen totdat de resultaten bekend zijn uit onderzoek dat in 2025 of 2026 afgerond is. De grootste nachtmerrie van veredelaars, dat Europa niet meer dan het museum van de plantenveredeling zal zijn, wordt daarmee steeds meer werkelijkheid. Onze veredelaars kunnen voorlopig fluiten naar hun ambitie om concurrerend te blijven.