← #publicaties

Early Access: let’s go Dutch!

Wanneer je ziek bent, wil je maar één ding: beter worden.  Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland en sta je als patiënt met lege handen. In zo’n geval kunnen early access programma’s uitkomst bieden om de behandeling toch beschikbaar te krijgen. De vraag ‘wie betaalt dat?’ vormt helaas in toenemende mate een twistpunt tussen overheid en fabrikanten. Hollandbio zette de ins en outs van verschillende programma’s op een rij en oppert een typisch Nederlandse oplossing: laten we de rekening splitten – let’s go Dutch!

Early access programma’s kunnen van grote waarde zijn voor patiënten, en het Nederlandse zorgsysteem biedt gelukkig verschillende mogelijkheden. Hoewel het belang van de programma’s buiten kijf staat, vormt financiering soms een twistpunt: wie betaalt de rekening wanneer de behandeling (nog) niet voor reguliere vergoeding in aanmerking komt? Een geneesmiddelenbedrijf wil natuurlijk dat de overheid zo snel mogelijk gaat betalen voor het product, terwijl de overheid juist wil dat de fabrikant de kosten zo lang mogelijk op zich neemt. Recent nog, liepen de gemoederen hoog op, toen fabrikanten aangaven dat het niet langer haalbaar is om geneesmiddelen zonder zicht op een einddatum gedurende de sluisperiode gratis weg te geven.

De catch-22 rond toegang
In de discussie om de rekening van nieuwe geneesmiddelen, houden we elkaar in een vervelende en steeds verder verstikkende wurggreep. De overheid eist overtuigende data dat een product zijn prijskaartje waard is – in onze eigen nationale zorgcontext – alvorens tot vergoeding over te gaan. De fabrikant werkt daar weliswaar graag aan mee, maar al die studies kosten veel geld en veel tijd. Dat maakt ten eerste dat patiënten soms lang moeten wachten voordat een geneesmiddel, ondanks een vermoeden van effectiviteit, ook voor hen beschikbaar is, maar ten tweede dat de kosten voor de fabrikant alsmaar oplopen, terwijl de terugverdientijd juist terugloopt, met alle gevolgen van dien voor de prijzen van nieuwe producten. Een regelrechte catch-22 voor de toegang tot nieuwe geneesmiddelen.

Bruggen slaan: de overbruggingsfinanciering
Hollandbio wil deze catch-22 doorbreken, en dat kan niet zonder geven en nemen. Gelukkig zien we steeds meer (early access) initiatieven waar actief gezocht wordt naar een compromis waar uiteindelijk alle partijen mee akkoord kunnen gaan. Helaas blijft onze overheid nog wat achter wanneer zij centrale onderhandelingen voert. Want hoewel ze aangeeft aan early access mee te wegen, is geenszins helder hoe. Bij hollandbio zien we wel brood in een methode waar we internationaal bekend om staan: going Dutch. Hierbij maken de overheid en fabrikant de afspraak om de rekening van een behandeling gedurende de onderhandelingen (retrospectief) te splitten. Dat is niet alleen eerlijk, het geeft beide partijen een incentive om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen én garandeert dat patiënten zo snel mogelijk mogen rekenen op de behandeling waar ze mogelijk baat bij hebben.

← #publicaties

Bereid je voor op de EU HTA Regulation

,

Op 12 januari 2025 gaat er veel veranderen rond de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Vanaf dan moeten alle nieuwe oncologische geneesmiddelen en ATMP’s bij het aanvragen van een marktvergunning bij de EMA gelijktijdig een Joint Clinical Assessment procedure doorlopen, als eerste stap van het vergoedingsproces. In Nederland bereidt het Zorginstituut zich voor op deze nieuwe wetgeving. Benieuwd hoe het ZIN dit doet, en wat je als bedrijf kan doen om je voor te bereiden? Houd dan deze pagina in de gaten.  

← #publicaties

Bijdrage biotech sector aan een duurzaam, gezond en welvarend Nederland

,

Met de komst van oud-SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf en staatsraad Richard van Zwol heeft Nederland sinds kort nieuwe informateurs die gaan onderzoeken of een ‘programkabinet’ op basis van een akkoord op hoofdlijnen tussen PVV, VVD, NSC en BBB mogelijk is. In een brief voorziet hollandbio beide informateurs en de formerende partijen graag van advies en hulp, omdat wij ervan overtuigd zijn dat onze sector een bijdrage kan leveren aan een duurzaam, gezond en welvarend Nederland.

Nederlandse toponderzoekers en -ondernemers werken elke dag aan biotechnologische innovaties, voortbouwend op de mogelijkheden die de natuur ons biedt. Van geneesmiddelen die ongeneeslijke ziekten genezen, vaccins die ons gezond houden, gewassen en innovatieve eiwitbronnen die bijdragen aan een duurzamere voedselvoorziening, of biobased grondstoffen en materialen die de weg plaveien naar een circulaire economie. Kortom: ze benutten biotechnologie om het leven voor mens, dier en de planeet beter te maken. 

Nederland is al decennialang een belangrijke speler op biotechnologie en kan een wereldwijde koploper worden. We hebben alles in huis om die positie te pakken, alleen vraagt dit om het juiste samenspel en samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven zodat we sneller en beter kunnen profiteren biotechnologische innovaties. Hollandbio vraagt daarom aandacht voor een aantal overkoepelende aanbevelingen, alsook voor verschillende suggesties rondom het innovatie- en vestigingsklimaat, duurzaamheid en gezondheid. 

← #publicaties

Vergoeding intramurale geneesmiddelen

,
← #publicaties

To Invest-NL or not to Invest-NL?

,

Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Na de Regionale Investerings Maatschappijen (ROMs), nu in deel 2 van deze serie: Invest-NL. 

Invest-NL is een groot investeringsfonds dat is opgezet vanuit de Nederlandse overheid. Met een fondsvermogen van €2.5 miljard heeft Invest-NL de ambitie om financierbaar te maken wat niet financierbaar lijkt. Een impactinvesteerder die bovendien inzet op innovatie en verduurzaming en die nog risico’s durft te nemen ook, dat klinkt als een perfecte match met biotech. Maar is dat ook zo? 

Hollandbio dook in het portfolio en de plannen van Invest-NL en zette de cijfers op een rij. Van de 44 directe investeringen, ter waarde van in totaal ~€250 miljoen, investeerde Invest-NL tweemaal in biotech. Van een totaal van 19 debt financieringen (~€168 mln) gingen er drie naar biotechbedrijven. Directe investeringen in specifiek medische biotech zien we helemaal niet – afgezien van één toegekend corona-overbruggingskrediet.  

Naast directe investeringen injecteerde Invest-NL maar liefst ~€420 miljoen in zogeheten fund-to-fund constructies. Samen met het European Investment Fund (EIF) richtte Invest-NL het Dutch Alternative Credit Initiative (€ 50 mln) en het Dutch Future Fund I en II op. Deze laatste twee fondsen vullen op hun beurt diverse private Nederlandse fondsen, waarvan sommige actief zijn in Life Sciences. Zo stopte het Dutch Future Fund I in totaal €40 mln in Life Sciences fondsen. Het is daarbij opmerkelijk dat Invest-NL in ruil voor dat geld geen zeggenschap over de besteding vraagt – ze kopen een stoel in de bus, maar hebben geen handen aan het stuur. De Life Sciences fondsen kunnen daardoor in principe in Life Sciences bedrijven waar dan ook ter wereld investeren, maar gelukkig kozen ze er een aantal keer voor om te investeren in biotech bedrijven van eigen bodem. Voor het Dutch Future Fund II (€150 mln) is biotech expliciet uitgesloten. Waarom is hollandbio, ook na gesprekken met Invest-NL, niet geheel duidelijk.   

Kortom: op papier zijn biotech en Invest-NL een perfecte match, maar in de praktijk valt er nog een wereld te winnen. Juist in de grote transities op het gebied van verduurzaming en gezondheid biedt biotech volop kansen, maar ontbreekt passend en geduldig kapitaal. Invest-NL heeft de potentie om biotech bedrijven in elke fase én over de volle breedte wind mee te geven, en daarmee de aanjager zijn die Nederland zo hard nodig heeft om de excellente kennispositie te verzilveren in bedrijvigheid, producten en diensten met maatschappelijke én economische impact. Invest-NL als hof-financier van de biorevolutie – wij zien het wel zitten!

← #publicaties

ROMs: regionale aanjagers van biotech innovaties?

,

Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. In deel 1 van deze serie: de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs).

In deze eerste editie leggen we ons vergrootglas op de investeringen van de negen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) die ons land rijk is. De ROMs hebben als doel groei te versnellen en duurzame economische ontwikkeling en werkgelegenheid op regionaal niveau te bevorderen. Soms hebben ROMs een specifieke focus, maar in algemene zin richten ze zich allemaal op maatschappelijke vraagstukken, zoals gezondheid, duurzaamheid, voeding en digitalisering. Ze bieden ondersteuning aan ondernemers, waaronder begeleiding bij innovatie, internationalisering, en investeringen. En om die investeringen is het ons in het kader van ons onderzoek natuurlijk te doen.

In 2022 deden de ROMs maar liefst 309 investeringen met een totale waarde van €194 miljoen. Met hun vaak vroege fase investeringen verlagen ROMs bovendien de drempel voor co-financiers om ook in te stappen, zodat er financieringsconsortia ontstaan van bijvoorbeeld RVO, Invest-NL en/of private investeringsfondsen. Ook zijn ze doorgaans nauw betrokken bij opvolgende financieringsrondes. ROMs spelen daarmee een belangrijke rol in het financieringslandschap.

Maar dan hollandbio’s hamvraag: hoe vaak zagen de ROMs brood in een biotech bedrijf? Om dit te achterhalen, bestudeerden we publiek beschikbare bronnen, zoals websites en jaarverslagen. We richtten ons enkel op biotechnologiebedrijven. Bedrijven actief in digital health, MedTech en HealthTech namen we niet mee.

Ons bureauonderzoek laat zien dat er dusdanig grote verschillen bestaan tussen de negen ROMs, dat het onmogelijk is om een goede vergelijking te maken, laat staan om ze te ‘ranken’ op basis van hun investeringsbereidheid in biotech. Sommige organisaties bestaan al decennia, terwijl andere net opgericht zijn. Ook zijn er grote verschillen in de omvang van de organisaties en de hoeveelheid geld die zij beschikbaar hebben. Ook ontbreekt thematische samenhang, doordat elke ROM zelf zijn eigen focusgebieden kan kiezen en definiëren.

Hoewel vergelijken ondoenlijk bleek, konden we wel inventariseren wat elke ROM voor biotech ondernemers in hun regio doet, en hoe zich dat verhoudt tot de biotech activiteit in de betreffende regio. De resultaten zijn weergegeven in onze finfographic. Opvallend is dat ROMs in regio’s met veel biotech bedrijven niet perse meer biotech bedrijven in hun investeringsportfolio hebben. Zo heeft bijvoorbeeld ROM InWest ondanks florerende clusters rondom het Amsterdam UMC geen biotech in het portfolio. InnovationQuarter heeft 13 keer geld gestoken in biotech bedrijven. Dat lijkt misschien heel wat, maar als thuisbasis van de grote clusters in Leiden en Delft, maar ook de opkomende activiteit in Rotterdam, hadden wij meer verwacht.

Ons onderzoek versterkt onze stelling dat er voor ROMs nog volop ruimte en mogelijkheden zijn om biotech vaker regionaal de wind in de zeilen te geven. Als ze eenmaal toehappen, zijn de ROMs erg succesvol in het helpen van hun portfolio bedrijven en daarmee van grote waarde voor bedrijven. Dat smaakt als het aan hollandbio ligt naar meer. Dus hup, laten we de handen ineen slaan om die biorevolutie te verzilveren!

← #publicaties

Reactie op versobering 30%-regeling 

,

Iedereen wil graag innovatie stimuleren, maar om dat voor elkaar te krijgen hebben we toptalent nodig. Dit toptalent beweegt zich op de internationale arbeidsmarkt en deze is, net als in Nederland, heel krap. Alle reden om ervoor te zorgen dat de overheid het aantrekken van dit talent stimuleert. Toch strookt de politieke werkelijkheid niet met deze realiteit. 

Helaas stemde het gros van de fracties in de Tweede Kamer recentelijk voor het amendement van lid Omtzigt die de “30% expat”-regeling verder versobert (enkel de VVD stemde tegen, de leden Ephraim en Gundogan onthielden zich van stemming). Kijkend naar alleen de Nederlandse arbeidsmarkt klinkt het inderdaad oneerlijk, een expat die voor een Nederlands bedrijf werkt en met dezelfde functie en hetzelfde salaris netto gedurende vijf jaar meer overhoudt dan de collega die al tien jaar in Nederland inkomensbelasting afdraagt. Maar onze arbeidsmarkt is juist voor innovatieve (start-up) bedrijven een mondiale markt, wat de instemming van de Tweede Kamer wellicht een wat kortzichtige keuze maakt.  

Landen om ons heen hebben ook van dit soort regelingen of introduceren juist initiatieven die de komst van kenniswerkers stimuleert. Werknemers hebben dus volop keuze om te gaan waar zij de beste kansen hebben. Laten we voorkomen dat bedrijven hetzelfde doen en zich buiten Nederland te vestigen. Want daardoor wordt de bezuiniging van vandaag de totaal verloren inkomstenbelasting, werkgelegenheid en winstbelasting van morgen. 

Om toch voorop te blijven lopen in innovatie op gezondheid en duurzaamheid en bedrijven hier te houden en laten groeien, ligt er wat ons betreft dus een grote opdracht voor een volgend kabinet. Hoe blijven wij als land concurrerend voor het toptalent dat we nodig hebben om deze innovaties te realiseren? 

← #publicaties

Reactie op herziening vermogensbelating

,

Positieve fiscale ontwikkelingen, zo blijkt nu het ministerie van Financiën bezig is om de belasting over vermogen, de nieuwe box 3, te herzien. Afgelopen augustus tekende hollandbio nog mee in een open brief van Techleap aan de overheid om aandacht te vragen voor het belastinglot van investeringen in en door start- en scale-ups. En met succes. De huidige herziening heeft gevolgen voor investeringen in o.a. kennis- en kapitaalintensieve start- en scale-ups. Zo ziet het ernaar uit dat de belastingplannen vanaf 2027 positief uitpakken voor deze bedrijven en zal er in het wetsvoorstel worden opgenomen dat zij vermogenswinstbelasting moeten betalen i.p.v. vermogensaanwasbelasting. Deze laatste vorm zou nadelig uitpakken, omdat er dan jaarlijks belasting betaald moet worden over de groei van het vermogen. Wat op zijn beurt weer een negatief effect heeft op het aantrekken van personeel en vroege investeerders. Die kritiek is het ministerie nu tegemoetgekomen.

De gevolgen van een nieuwe box 3 

De manier waarop belasting wordt geïnd heeft een sterke invloed op het Nederlandse innovatieklimaat. Techleap heeft een rapport laten opstellen door Archipel Tax Advice om de consequenties van belastingheffing via box 3 op het innovatieklimaat in kaart te brengen. Kort maar krachtig betekent dit dat vermogenswinstbelasting beter is voor het innovatieklimaat dan een vermogensaanwasbelasting. Als de overheid zou kiezen voor een vermogensaanwasbelasting, moet er jaarlijks belasting betaald worden over niet-liquide middelen zoals aandelen en externe investeringen. Dat heeft een sterk negatief effect op het aantrekken van personeel en vroege investeerders voor start- en scale-ups en is een afbreuk op het Nederlandse innovatieklimaat. Voor nu lijken de belastingplannen vanaf 2027 de goede kant op te vallen, maar niets is nog beklonken. Daarom zal hollandbio de verdere ontwikkelingen monitoren en blijven ageren voor een goed belastingklimaat dat innovatie vooruithelpt. 

Doorzetten van nieuw ingevoerde start- en scale-upbeleid 

Voor de val van het kabinet heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hun nieuwe start- en scale-upbeleid gepresenteerd met plannen om ‘Nederland een mondiaal toonaangevend ecosysteem voor startups en scale-ups’ te maken. Deze ingezette ambitie mag niet doorkruist worden door ondoordachte fiscale plannen. De strekking van het eerder genoemde initiatief van Techleap waar hollandbio op meetekende is het belang om reeds ingezette verbetertrajecten zoals het stimuleren van medewerkersparticipatie en het (her)investeren in nieuwe bedrijven door te zetten voor een succesvolle doorgroei van startups en scale-ups en het versterken van het Nederlandse verdienvermogen. Fiscale wet- en regelgeving hoort daar dienend aan te zijn. 

← #publicaties

Overheid: verzilver de biorevolutie voor Nederland!

,

Gelukkig is dit niet alleen onze bubbel, ook de Gezondheidsraad en de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) slaan met hun Trendanalyse Biotechnologie 2023 de spijker op zijn kop. De publicatie geeft een scherp overzicht van de razendsnelle ontwikkelingen in de sector en de significante rol van deze sleuteltechnologie in de realisatie van de wereldwijde duurzame doelen en nationale ambities zoals de eiwitstrategie en circulaire economie. Bovendien roepen de adviesraden op tot een integrale overheidsvisie om de kansen van biotech te verzilveren. Met een mooie poster hielpen we de overheid alvast een eindje op weg in het proces van visievorming.