← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit het Innovatiekrediet aan bij biotech? 

,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre het Innovatiekrediet aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

Het Innovatiekrediet is een risicodragende lening van de overheid, bedoeld voor bedrijven die werken aan innovatieve projecten met grote technische of klinische risico’s en een sterk marktperspectief. Met een totaal budget van 50 miljoen euro en een maximum van 5 miljoen per klinisch en 10 miljoen per technisch ontwikkelproject, ondersteunt het Innovatiekrediet de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten uit onder andere biotech.  

Wil een subsidie aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  1. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort het Innovatiekrediet? 

Wanneer we het innovatiekrediet langs onze meetlat leggen, zien we het volgende: 

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort de regeling laag: een 3 op 10. Dat komt doordat deze ‘subsidie’ in feite een lening is met een fors rentepercentage. Ondanks dat het terugbetalingstermijn door de jaren heen is opgerekt van vijf naar ten minste tien jaar na afronding van het project, worden toekomstige investeerders hier niet bepaald enthousiast van. 

Ook de IP-bescherming laat te wensen over: deze scoort een 2 op 10. Het innovatiekrediet werkt namelijk met pandrecht op IP: voor de subsidievertrekker een manier om zekerheid te krijgen, maar voor de ondernemer een serieuze hobbel vormt voor strategische flexibiliteit en investeerbaarheid.

Positiever zijn de administratieve lasten, die scoren een 7 op 10. De administratieve verplichtingen van de subsidieaanvraag en -documentatie zijn omvangrijk maar staan in verhouding tot het substantiële subsidiebedrag.

Ook zeggenschap scoort goed: een 7 op 10. De ondernemer kan zelf een aanvraag doen, zonder verplicht consortium of samenwerkingspartners, en wijzigingen in het projectplan gaandeweg zijn in overleg mogelijk.

De doorlooptijd is een sterk punt van het Innovatiekrediet: deze scoort een 8 op 10. De duidelijke tijdspanne van 11 tot 13 weken maakt de beoordelingsprocedure voorspelbaar, en snel. 

Het budget is redelijk toereikend voor het aantal kwalitatief goede projecten en scoort daarmee een 7 op 10. Voor bedrijven die voldoen aan de strenge voorwaarden is de kans op toekenning groot.

Al met al is het Innovatiekrediet voor biotech ondernemers dus nuttig, maar niet optimaal. Vooral de knellende IP-voorwaarden en het gebrek aan stimulans voor vervolgfinanciering maken deze regeling minder geschikt voor de lange, risicovolle trajecten die biotech kenmerkt. Daar staat tegenover dat het Innovatiekrediet wél ruimte geeft aan ondernemers om zelf de regie te voeren, kwalitatief goede aanvragen beloont en de administratieve lasten in verhouding houdt met de hoogte van het te verkrijgen bedrag. 

Heb jij ervaringen met het innovatiekrediet die je met ons wil delen? Ben je het eens of juist oneens met de scores? Laat het ons weten! 

← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 1: Naar een effectief innovatie-instrumentarium

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3% serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%-actie gericht op de doorontwikkeling van het innovatie-instrumentarium: de beschikbare publieke financieringsregelingen waarmee de overheid bedrijven ondersteunt bij onderzoek en ontwikkeling.

Een goede mix van publieke financieringsinstrumenten is de ruggengraat van een sterk innovatiebeleid. Het ministerie zet in op minder versnippering, meer flexibiliteit, verbeterde publiek-private samenwerking en een betere aansluiting op strategische doelen. Denk aan versterking van de goedlopende WBSO, herziening van de PPSi-subsidie en gerichte inzet op sleuteltechnologieën. Hollandbio onderschrijft deze ambities, maar om met publieke financiering écht verschil te kunnen maken voor biotech, moeten ze de financieringsinstrumenten wel goed bereikbaar zijn voor kennis- en kapitaalintensieve bedrijven. Dat betekent minder belemmerende voorwaarden en ruimte voor groei, en daarvoor zijn deze zes criteria wat ons betreft essentieel: 

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien. 
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.  
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken. Wanneer regelingen te complex zijn, haken ondernemers af.  
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt. 
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken. 
  1. Het beschikbare budget is toereikend voor het aantal kwalitatieve aanvragen, en de regeling is bereikbaar voor start- en scaleups, zodat goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.  

Hollandbio pleit voor een innovatie-instrumentarium dat ambitieus ondernemerschap stimuleert in plaats van afremt. Dat vraagt om minder regels die innovatie verstikken en slimmer investeringen die passen bij de praktijk van biotechbedrijven. Zo behouden we onze koppositie in biotech en zorgen we dat onze knappe koppen nu en in de toekomst kunnen blijven werken aan vooruitgang: aan gezonde en klimaatvriendelijke producten én een gezonde economie.

← #nieuws

Nederland hanteert dubbele preventiestandaard 

, ,

De eerste stappen richting een investeringsmodel voor preventie zijn gezet, met de publicatie van een richtlijn passend bewijs preventie. Hollandbio had goede hoop dat deze de status quo zou doorbreken, maar nu de hiertoe benodigde stappen uitblijven, overheerst teleurstelling. We signaleren een opvallende dubbele standaard in hoe Nederland preventieve oplossingen beoordeelt – een standaard die medische preventie structureel benadeelt.

Preventie: een absolute nobrainer én maatschappelijke plicht 
Ziekte voorkomen: het is de heilige graal in onze gezondheidszorg. Voorkomen is immers beter dan genezen. Preventie blijkt vaak een slimme investering in onze gezondheid en welvaart. Zo levert elke euro die we in vaccinatie investeren tot wel negentien keer zoveel op. Maar over of preventie überhaupt zou moeten renderen, of dat we het aan onze stand verplicht zijn, wierp CPB-directeur Pieter Hasekamp al eerder vragen op. Voorkomen zou, net als genezen, immers best wat mogen kosten.  

Toch zijn meerdere bewezen effectieve preventieve behandelingen simpelweg niet beschikbaar, omdat de overheid het budget voor de inkoop en uitvoer (nog) niet rond krijgt gerekend. Burgers wachten bijvoorbeeld gemiddeld tot wel negen jaar voor nieuwe vaccins hun arm bereiken, als ze die al bereiken. Een doorn in het oog van hollandbio, dat al langer pleit voor meer structureel budget voor preventie. Ook de SER pleit al langer voor een transitie van nazorg naar voorzorg. Iedereen voelt immers wel aan dat je zorg beter kan voorkomen, dan achteraf pleisters te plakken. Al helemaal nu de druk op de zorg steeds verder oploopt. De Nederlandse zorg kraakt immers nu al in haar voegen. Tijdens de verkiezingscampagne kwam de onrust naar voren die bij veel mensen groeit: wie zorgt er straks nog voor mij? Daar moeten we snel wat aan doen, en gelukkig kan dat ook.  

Investeringsmodel preventie moet de status quo doorbreken 
Reikhalzend kijkt hollandbio daarom uit naar de komst van een investeringsmodel voor preventie, dat die voorzorg een stuk makkelijker moet gaan maken. De eerste piketpaaltjes hiervoor zijn afgelopen week geslagen, in de vorm van een richtlijn passend bewijs preventie. Met deze richtlijn breekt de gelijknamige adviescommissie een lans voor ruimte om in de praktijk te bouwen aan het bewijs voor preventieve interventies. Dat is belangrijk, omdat gezondheidseffecten vaak pas op termijn zichtbaar zijn, of bijvoorbeeld omdat de manier waarop we een interventie in de praktijk in willen zetten soms afwijkt van hoe deze in studies is onderzocht. Hollandbio leest de richtlijn daarom graag als een welkome opmaat naar het lerende zorgsysteem dat wij nastreven.  

Medische interventies krijgen nadeel van de twijfel 
Maar wat schetst nu onze verbazing? Medische preventiemaatregelen blijven gek genoeg liggen. De commissie cirkelredeneert zich er simpelweg onderuit: de lat voor medische interventies ligt een stuk hoger, omdat hier de meetlat van het Zorginstituut en de Gezondheidsraad geldt – die hogere eisen stellen. Als verklaring voor die afwijkende lat voert de commissie aan dat medische interventies ook gezondheidsschade kunnen geven, bijvoorbeeld in de vorm van bijwerkingen. Terwijl dat in wezen voor elke preventieve interventie geldt: iedereen die wel eens sport, weet dat je ook daardoor geblesseerd bij de fysio of in het gips kan belanden.  Hoewel de commissie zelfs adviseert passend bewijs een stuk consistenter te beoordelen, laten ze wat hollandbio betreft een belangrijke kans liggen om dat ook daadwerkelijk te doen: dit is immers hét moment om tot één richtlijn te komen. Want als niet nu, dan wanneer – en door wie? 

Eén richtlijn: ruim baan voor preventie 
Met enige regelmaat hoort en leest hollandbio dat investeren in preventie, leefstijl en leefomgeving de voorkeur geniet boven medische interventies en met deze richtlijn krijgen niet-medische interventies dan ook een streepje voor. Maar waarom? Er valt natuurlijk veel voor te zeggen om sociaalmaatschappelijke en/of leefstijlinterventies consistenter te versterken – daar zijn we bij hollandbio ook voorstander van. ‘Gewoon demedicaliseren’ is ieders ideaal, maar helaas niet altijd realistisch of haalbaar. We weten domweg niet of het overhevelen van budget voor medische interventies naar niet-medische preventieve maatregelen net zo veel gezondheidswinst oplevert. Wat is dan wijsheid? Niet-medische interventies tegen dezelfde hoge lat leggen als medische interventies, in de wetenschap dat dit gevolgen heeft voor het prijskaartje? Of accepteren dat we bewijs achteraf – in de praktijk – vergaren, en sturen op lagere kosten? Welke keus ook: hollandbio ziet graag één lat voor preventieve interventies, in plaats van twee. 

Laat politici niet telkens bekvechten 
Hollandbio vraagt zich af wanneer voorzorg nu eindelijk net zo gewaardeerd wordt als nazorg? Terwijl de diverse moties en toezeggingen die aanleiding gaven tot de komst van het investeringsmodel juist leken voor te sorteren op het depolitiseren van keuzes over preventie, lijkt het er nu op dat politici nog altijd keer op keer ideologisch moeten blijven bekvechten over de vraag waar de collectieve verantwoordelijkheid ophoudt en de eigen verantwoordelijkheid begint. Volgens de commissie is het uiteindelijk een politieke afweging of haar richtlijn voor een preventieve maatregel volstaat, en wanneer een minder stevige bewijsvoering voldoende is. Zij levert slechts het instrumentarium op basis waarvan politieke keuzes gemaakt kunnen worden. En met die dubbele preventiestandaard dreigen we de keuzes over preventie, tot hollandbio’s ongenoegen, wéér over te laten aan de waan en politieke wind van de dag. 

Dezelfde meetlat 
Gelukkig zijn we nog niet terug bij af, aan het investeringsmodel wordt hard gewerkt en hollandbio blijft de vormgeving ervan natuurlijk nauwgezet volgen. Het kan namelijk niet voortbestaan dat we ook de komende jaren penny wise, pound foolish blijven omspringen met de onze gezondheidszorg, zelfs tot op het punt dat politici zelfs in hun boekhouding de zorg op slot besluiten te zetten en nog meer gereedschap van dokters dreigen af te pakken. Daar wordt niemand beter van, en natuurlijk willen politici daar ook helemaal niet toe overgaan. Sterker nog, die overbezorgde debatten over afzonderlijke interventies kunnen we allemaal wel missen als kiespijn. Laten we gezondheid weer op 1 zetten, en leg alles wat daaraan bijdraagt langs dezelfde meetlat. 

← #nieuws

De haalbare termijn voor een realistische transitie naar proefdiervrije innovatie 

, ,

Een verdere verschuiving van overheidsbudget voor dierproeven naar proefdiervrije alternatieven is op handen, nu de Eerste Kamer de aangepaste OCW-begroting heeft aangenomen. Een bijzondere aanloop, zag hollandbio, temeer de minister eerder nog aangaf de exploitatiesubsidie aan het BPRC te willen verlengen én daarbij al expliciet oog had voor een sterkere inzet op proefdiervrije modellen. 

Iedereen wil liever gister dan vandaag proefdiervrije alternatieven 

Net als de Kamermeerderheid gaat velen de Transitie Proefdiervrije Innovaties niet snel genoeg, zoveel is duidelijk. Heel Nederland is zo ongeveer verenigd in de wens om dierproeven algeheel te vervangen. Er wordt echter stevig gestreden om de termijn waarop dat gebeurt. Kort voor de verkiezingen bleek een begrotingswijziging een hoogoplopende splijtzwam. 

Hoofdpijndossier voor nieuw kabinet 

Naar aanleiding van bovengenoemd rapport en met eerdere rugdekking vanuit de Kamer op zak besloot Partij voor de Dieren-Kamerlid Kostić via een veelbesproken amendement op de OCW-begroting het overheidsbudget voor apenproeven bij het BPRC in vijf jaar om te buigen ten faveure van proefdiervrije alternatieven. En met succes, zo bleek nadat OCW-minister Moes na het commissiedebat te kennen moest geven dat hij Kostić’ aangenomen amendement onverkort zal uitvoeren. Evenwel benadrukte het demissionaire kabinet dat het vooralsnog nodig is om het BPRC als openbare onderzoeksinstelling te behouden – de tegenstrijdigheid in het amendement waar het kabinet op wees is namelijk allerminst van tafel. En daarmee is er een taai hoofdpijndossier beland op het bordje van het nieuw te vormen kabinet. 

Spannende stemming in de Eerste Kamer 

Ontwikkelingen als deze laten zien hoeveel spanning er op het dierproefdossier zit. Want waar een collectief aan wetenschappers in reactie op het amendement eerder nog met een brandbrief de noodzaak van proeven met non-humane-primaten (NHP) benadrukte, zorgde dit hooguit voor de toezegging dat de minister opties onderzoekt om het risico te vermijden dat lopende onderzoeksprojecten voortijdig stilvallen. Na een paginagrote advertentie, gesponsord door Stichting Proefdiervrij en PETA, waarin een ander collectief aan wetenschappers opriepen tot meer geld voor mensgericht biomedisch onderzoek besloot de Eerste Kamer de geamendeerde OCW-begroting toch niet in z’n geheel weg te stemmen.  

In 2026 meer duidelijkheid over noodzaak NHP-onderzoek 

Toch behoeft de schijnbare tegenstelling die de advertentie wekt nuancering. Geen enkele onderzoeker voert namelijk voor zijn lol dierproeven uit, maar we kunnen zoals het kabinet terecht opmerkt vooralsnog niet zonder. We werken allemaal, ook bij hollandbio, maar wat graag aan de komst en inzet van steeds meer en betere alternatieven. Alleen wil dat nog niet zeggen dat de volledige vervanging van dierproeven over vijf jaar, waar de Tweede Kamer voor heeft getekend, per se een haalbare termijn is. En juist daarom pleit hollandbio als partner van de Transitie Proefdiervrije Innovaties voor realistische stappen, stappen die we niet alleen willen maar ook kúnnen zetten. Daarvoor gaan we ook weer in gesprek bij de nieuwe Kamer en het volgende kabinet, dat nu dus nog eens goed kijkt naar de noodzaak van het NHP-onderzoek. Daarover volgend jaar meer duidelijkheid. 

← #nieuws

Biotech stevig verankerd in nieuw industriebeleid

, ,

Onder het motto “wie niet kiest, verliest” introduceert het kabinet nieuw industriebeleid: een koerswijziging waarmee een nieuw kabinet zich nadrukkelijker richt op de meest kansrijke markten voor Nederland. Op het lijstje van zes strategische sectoren prijkt ook biotech – een keuze die hollandbio uiteraard volmondig onderschrijft. De focus legt het fundament voor gerichte marktinterventies om de biotech sector te ondersteunen, zoals het verbeteren van toegang tot financiering, het wegnemen van knellende regelgeving en het opleiden, aantrekken en behouden van talent. Hollandbio is trots op de plek op de nationale prioriteitenlijst en is nauw betrokken bij de uitwerking in broodnodige acties om ondernemers de wind in de zeilen te geven zodat we de bijdrage van biotech aan maatschappelijke opgaven en ons verdienvermogen ook kunnen realiseren.

Nederland wil zich onderscheiden op biotech

Het kabinet zet in op focus: minder versnippering, meer slagkracht. En één van de zes markten waarmee Nederland zich internationaal kan onderscheiden, is biotech, zo informeert demissionair minister van Economische Zaken Karremans de Tweede Kamer. Het industriebeleid op biotech bouwt voort op de al bestaande inzet via Biotech Booster, CropXR en Cellulaire Agricultuur. Op het menu van mogelijkheden voor het nieuwe industriebeleid staan daarnaast onderwerpen als het verbeteren van ecosystemen, financiering, talent, regelgeving en marktcreatie: stuk voor stuk randvoorwaarden die essentieel zijn voor een bloeiend innovatieklimaat. Tegelijkertijd blijft het generieke instrumentarium, zoals de WBSO, beschikbaar voor alle bedrijven.

Jarenlange inspanning ten grondslag aan prioriteitenlijst

Hoewel het industriebeleid nog geen investeringen of concrete acties toezegt, is de keus voor biotech goed nieuws. Sterker nog, hollandbio vindt het cruciaal dat biotech op de prioriteitenlijst van het kabinet staat. Alleen zo kunnen we immers rekenen op de brede overheidssteun die broodnodig is voor het succes van de sector en de vele gedreven ondernemers in onze achterban. We zijn dan ook trots dat onze jarenlange inspanning zijn vruchten afwerpt: biotech is stevig verankerd in alle relevante strategieën, ambities en beleidsdoelen voor de toekomst van Nederland: naast het nieuwe industriebeleid ook de integrale visie biotechnologie, de Nationale Technologie Strategie (NTS) en diverse maatschappelijke en missie gedreven transities.

De ambitieuze vervolgstap komt eraan

Hoog tijd voor stap twee dus, vinden wij: een fikste dosis lef, daadkracht en actie. Daarvoor zoekt het kabinet inspiratie bij oud-ASML topman Peter Wennink, die gevraagd is om voor eind 2025 advies uit te brengen over de benodigde investeringen voor succes, onder meer in – diverse deelgebieden van – biotech. Ook verkent het kabinet een herprioritering van bestaande budgetten. Natuurlijk zorgt hollandbio ervoor dat de fikse lijst aan acties die de sector nodig heeft op alle juiste bureaus ligt, zodat ondernemers de wind in de zeilen hebben en biotech in optimaal kan bijdragen om de kabinetsambities voor de toekomst van Nederland te realiseren.

← #nieuws

Zet de zorg niet op slot

, ,

Zet de zorg niet op slot

Nu al moet je als patiënt in Nederland steeds vaker, steeds langer – en regelmatig tevergeefs – wachten tot je toegang krijgt tot een nieuw geneesmiddel. Verschillende politieke partijen blijken die lege dokterstas helaas niet als een probleem te zien, maar als oplossing: ze zetten het basispakket op slot. Alle onderzoeksinspanningen ten spijt, die nieuwe innovaties komen niet meer bij de Nederlandse patiënt terecht. Patiëntenorganisaties luidden inmiddels al terecht de noodklok en ook in recente verkiezingsdebatten krijgt het zorgwekkende voornemen steeds meer aandacht.

Behandel de zorg met beter beleid

De bezuinigingsdrift binnen het basispakket is al langer gaande. Vorige week presenteerde ZIN, NZa en ACM het langverwachte MAUG-advies (“Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen”), dat voorsorteert op de zoveelste pleister op ons verouderde zorgstelsel. In plaats van samen met bedrijven te kijken hoe we innovatie wél op een houdbare manier kunnen aanjagen, inzetten en belonen, zetten de voorgestelde maatregelen in op eenzijdige bezuinigingen. Zelfs als de patiënt daar de hoofdprijs voor betaalt – met zijn of haar gezondheid. Een gemiste kans, zo heeft  hollandbio hen laten weten, waarbij weinig oog is voor de maatschappelijke baten van innovaties, noch voor de ingewikkelde geopolitieke context waarin bedrijven opereren om geneesmiddelen beschikbaar te maken en houden. Als we de beschikbaarheid van geneesmiddelen niet nóg verder onder druk willen zetten, is het juist nu zaak om gezamenlijk werk te maken van beter beleid.

Zeven partijen laten wachttijd en gezondheidsverschillen verder oplopen

Zo bezien is het sluiten van het basispakket het ultieme paardenmiddel, maar rekenmeesters hebben dit verkiezingsplan van VVD, D66, SGP, CU, Volt, JA21 en in een mildere variant ook het CDA op hun eigen verzoek wel degelijk opgenomen. Onrealistisch én onwenselijk, stellen gezondheidseconomen als Rob Baltussen en Bram Wouterse, en zelfs DSW-directeur Aad de Groot in Trouw. En in de NRC-rubriek Zo simpel is het niet zegt gezondheidseconoom Xander Koolman treffend: “Artsen gaan in 2040 niet werken volgens de medische inzichten van 2025”.

Hoeveel wachttijd en gezondheidsverschillen is Nederland dan wel bereid te accepteren? Obesitaspatiënten met diabetes type 2 kunnen in ons land de nieuwste afslankmedicatie al jarenlang op hun buik schrijven, ook al rechtvaardigen alleen al de arbeidsmarktbaten “een aanzienlijk deel van de kosten”. Ook worden Alzheimerpatiënten die de nieuwste medicatie willen nu al door de directeur van het Amsterdamse Alzheimercentrum naar Londen gestuurd: “Het is een begin dat we niet moeten missen”. En een mogelijke vinding (van nota bene een Nederlands bedrijf) tegen de ziekte van Huntington zou hier twaalf jaar later beschikbaar kunnen komen. Oplopende wachttijden – behalve voor wie niet afhankelijk is van de overheid, want die permitteert zich de nieuwste zorg. Met groeiende gezondheidsverschillen tot gevolg.

Gezondheid weer op 1

Dat er iets moet gebeuren in de Nederlandse zorg is duidelijk. Die kraakt namelijk in haar voegen. Het aantal patiënten groeit gestaag, terwijl het aantal zorgverleners achterblijft. Bij veel Nederlanders groeit de onrust: wie zorgt er straks nog voor mij? In plaats van in te zetten op vooruitgang, kiezen overheid en een deel van de politiek voor stilstand. Door kortzichtig te knijpen op kosten en het gereedschap van onze dokters af te pakken, zetten ze patiënten in de kou, snakkend naar echte oplossingen. Het is tijd dat we onze gezondheid juist weer op de eerste plek zetten, slim investeren in de zorg en patiënten snel en breed toegang geven tot de best mogelijke behandelingen om erger te voorkomen. Zo maken we echt werk van een gezonde gezondheidszorg.

← #nieuws

Samen voor gezondheid op maat: hollandbio geeft input op IVDR/MDR-herziening

,

Gezondheid op maat komt pas echt binnen bereik als innovatieve diagnostiek snel en veilig de praktijk bereikt. Daarom heeft hollandbio een reactie ingediend voor de herziening van Europese wetgeving voor in vitro diagnostiek en medical devices (IVDR en MDR). Tijdens een recente Praat Mee-bijeenkomst deelden leden hun ervaringen: van administratieve barrières tot onduidelijke routes en hoge kosten, vooral voor het mkb. Deze knelpunten remmen innovatie en belemmeren de toegang tot slimme diagnostiek. Onze oproep aan de Europese Commissie? Zorg voor heldere, proportionele eisen en een toekomstbestendig regelgevingskader dat innovatie stimuleert en versnelt. Zo zorgen we er samen voor dat iedere patiënt profiteert van de juiste behandeling op het juiste moment.

← #nieuws

Hollandbio pleit voor snellere en betere Europese toelatingsroutes voor innovatieve (dier)voeding 

,

Nederlandse biotech bedrijven staan te popelen om hun slimme oplossingen voor een klimaatvriendelijk voedselsysteem en een circulaire, biobased economie van lab naar schap te brengen. Maar complexe en trage regelgeving remt hun vaart. Daarom leverde hollandbio input op de Europese consultatie over de zogeheten food & feed omnibus, een initiatief van de Europese Commissie om het beoordelingsproces voor levensmiddelen en diervoeding simpeler, concurrerender en veerkrachtiger te maken. In onze inbreng pleiten we voor snellere en betere routes richting markttoelating, zodat innovatieve producten zoals NGT-planten, biologische gewasbeschermingsmiddelen en fermentatie-ingrediënten daadwerkelijk hun weg naar de praktijk vinden.

In onze oproep stellen we concrete verbeteringen voor die de barrières wegnemen die biotech koplopers nu nog tegenhouden, waaronder: 

1. Passende beoordelingskaders die ruimte bieden aan innovatie 

2. Flexibele, toekomstbestendige en aantrekkelijke wet- en regelgeving die meebeweegt met nieuwe ontwikkelingen 

3. Snellere en efficiëntere toelatingsprocedures zodat innovaties sneller de markt bereiken.  

Zo zorgen we ervoor dat slimme oplossingen daadwerkelijk en tijdig de consument bereiken en iedereen kan kiezen voor een wereld mét toekomst. 

← #nieuws

Bescherm klinisch onderzoek: Teken de brandbrief tegen het afschaffen van de farmaciebrief

, ,

Dankzij kennis, lef en samenwerking is Nederland koploper in biotech en klinisch onderzoek. Maar dat fundament wankelt. Het ministerie van Economische Zaken heeft besloten om de farmaciebrief af te schaffen, een essentiële regeling voor Contract Research Organisations (CRO’s) binnen de van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Dit resulteert in een grote verslechtering van het klinisch onderzoekklimaat in Nederland. In een brandbrief roept hollandbio het ministerie dringend op dit besluit te heroverwegen. Wij verzoeken iedereen die het belang van innovatie, nieuwe behandelingen en een sterk kennisland onderschrijft, deze onderaan deze pagina te ondertekenen. Samen maken we het verschil voor de toekomst van klinisch onderzoek in Nederland!

De farmaciebrief omschrijft welke activiteiten van CRO’s in aanmerking komen voor WBSO en vormt daarmee een belangrijke troef voor de het Nederlandse klinisch onderzoeksklimaat. Het wegvallen van deze regeling heeft verstrekkende gevolgen: Nederland verliest haar aantrekkingskracht als vestigingsland voor innovatieve (bio)farmaceutische bedrijven, onze internationale kennispositie komt onder druk te staan en patiënten krijgen minder snel toegang tot nieuwe behandelingen.

In de brandbrief benadrukt hollandbio dat het afschaffen van de farmaciebrief haaks staat op de kabinetsambities voor innovatie en biotech. Zonder deze regeling dreigen we niet alleen onze koppositie kwijt te raken, maar ook de voordelen die klinisch onderzoek ons land biedt: toegang tot nieuwe therapieën, economische groei en hoogwaardige werkgelegenheid.

De ondertekenaars van deze brandbrief onderschrijven het belang van een sterk en internationaal concurrerend klinisch onderzoeksklimaat in Nederland. Samen spreken we ons uit vóór behoud van de farmaciebrief óf een alternatieve borging van CRO-activiteiten binnen de WBSO. Alleen zo houden we Nederland aantrekkelijk voor (bio)farmaceutisch onderzoek, innovatie en investeringen.

Vragen over de brandbrief?

Neem contact op met hollandbio’s Robbert.

← #nieuws

Vertrouwde missie, nieuwe naam: Wereld mét toekomst 

,

Om zoveel mogelijk impact te maken, scherpen we het verhaal van ons programma verder aan. Vanaf nu heet ons programma Wereld mét toekomst. Omdat biotech weliswaar wél het middel is, maar geen doel op zich.  

Onze ambitie is helder: een betere wereld voor mens, dier én planeet. We vinden dat we als mensen verantwoordelijk zijn om onze troep op te ruimen – voor onze kinderen en de aarde. En we doen al veel: we recyclen plastic, pakken vaker de fiets, eten meer lokaal en biologisch en onze elektriciteit is steeds vaker groen. Maar we kunnen nog veel meer, en dat is nodig ook. Meer biotech is óók essentieel voor een wereld mét toekomst. Het creëren van deze win-win is een kwestie van slim doorpakken. Gelukkig is Nederland een land van pioniers en lopen we ook in biotech voorop.  

Biotech stelt ons in staat om voedsel en materialen te produceren die net zo lekker, voedzaam en robuust zijn als we gewend zijn, maar met minder impact op dier, natuur en klimaat. Denk aan minder bestrijdingsmiddelen, minder uitstoot en verspilling. Denk fossielvrij, maar juist méér opbrengst, voedselzekerheid en dierenwelzijn.  

Met het programma Wereld mét toekomst geven we innovatieve ondernemers wind mee. We halen drempels weg die biotech koplopers belemmeren om hun ideeën van lab naar schap te brengen. Zo kan iedereen ook daadwerkelijk kiezen voor een wereld mét toekomst: een wereld mét de slimme oplossingen van biotech.  

Meer weten over ons programma? Neem een kijkje op onze programmapagina of stuur een mailtje naar Hollandbio’s Rianne.