← #nieuws

Invest-NL is een feit

, , ,

De kogel is door de kerk: de Nederlandse overheid mag investeringsfonds Invest-NL oprichten. De Eerste Kamer stemde vorige week in met het wetsvoorstel. Het fonds gaat investeren in risicovolle activiteiten van ondernemingen die bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen, aan economische vooruitgang, en/of de doorgroei van start-ups en scale-ups. HollandBIO zet zich in voor een plek voor de life sciences binnen Invest-NL. De activiteiten van biotech bedrijven sluiten immers naadloos aan op deze doelstellingen.

Bovendien is er ook een duidelijke noodzaak: hoewel de Nederlandse life sciences sector overloopt van potentieel, laat de markt het op een aantal punten afweten. Zo is er gebrek aan kapitaal in de start-up fase en zoeken biotech bedrijven in de scale-up fase vaak tevergeefs naar grotere financieringsrondes. Het resultaat is dat de ontwikkeling van een life sciences bedrijf stagneert, dat een onderneming in financiële nood raakt, of dat het voor een appel en een ei opgekocht wordt door een internationale speler. Met extra investeringen voor start-ups en scale-ups kunnen we deze gaten in het financieringslandschap overbruggen om onze sterke kennispositie te verzilveren in maatschappelijke én economische waarde.

De inzet van HollandBIO is dat Invest-NL een brug gaat slaan tussen publieke regelingen en private investeerders in de Nederlandse life sciences. Zo kan het fonds als vliegwiel dienen voor innovatie. Het resultaat: Nederlandse biotech bedrijven kunnen met nog meer slagkracht werken aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen en bijdragen aan economische vooruitgang.

Lees hier meer over het debat in de Eerste Kamer over Invest-NL                     

Lees hier meer over het marktfalen in het Nederlandse life sciences financieringslandschap

← #nieuws

Effectief vaccinbeleid centraal in Europees beleidsmagazine

,

Staatssecretaris Blokhuis is niet de enige die zoveel mogelijk gezondheidswinst met vaccinatie wil verzilveren. Ook elders in Europa houdt vaccinatie de gemoederen bezig.  Het magazine voor Europese instanties en beleidsmakers, “The European Files”,  wijdt daarom een special aan vaccinaties. Effectief beleid, zowel op nationaal als Europees niveau staat hierin centraal. Diverse partijen, waaronder Europese en nationale Ministers, EMA, ECDC, WHO, IMI, EPF, CPME, PGEU en industrie geven een kijkje in eigen keuken, of reflecteren op mogelijke verbeteringen op Europees niveau. Een absolute leestip als het vaccinatiedossier je na aan het hart gaat!

← #nieuws

MSD verdubbelt biotechproductie in Oss

, , ,

MSD, het grootste geneesmiddelenbedrijf in Nederland, verdubbelt de komende jaren haar capaciteit voor biotechproductie in Oss. De uitbreiding is nodig vanwege de wereldwijd groeiende vraag naar behandelingen tegen diverse soorten kanker. Met de vergroting van de capaciteit en de nieuwe faciliteiten kan MSD vanuit Oss geneesmiddelen leveren aan de rest van de wereld.

Nederlands tintje aan wereldwijde kankerbestrijding

Kanker is één van de grootste uitdagingen van onze tijd. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 116.000 mensen kanker (1). Wereldwijd overlijden ongeveer 1 op de 6 mensen aan de ziekte (2). Er zijn verschillende soorten behandelingen voor verschillende vormen van kanker, zoals doelgerichte therapie, chemotherapie en immuuntherapie. MSD richt zich vooral op immuuntherapie. MSD Nederland is – vooral in Oss – nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van immuuntherapie en speelt daar dus nog steeds een belangrijke rol in met biotechnologische productie.

16 miljard dollar

De investeringen in Oss maken deel uit van een meerjarenprogramma waarmee MSD 16 miljard dollar investeert om productiecapaciteit en -faciliteiten over de hele wereld uit te breiden. Binnen Nederland wordt op dit moment op de locaties van MSD in Haarlem, in Oss en in Boxmeer (diergezondheid) volop gebouwd.

Passie en trots

“Met nieuwe high tech faciliteiten en meer productiecapaciteit gaat Nederland een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van kanker. Met deze uitbreiding tonen we onze betrokkenheid bij de behandeling van kanker en dat doen we uiteindelijk voor al die patiënten”, vertelt John Glavas, directeur van MSD Oss Biotech. “Ik ben trots op onze medewerkers die elke dag met passie en trots aan deze behandelingen werken.” De uitbreiding is daarnaast goed voor de BV Nederland. MSD heeft momenteel 6.000 medewerkers in Nederland en is actief op het gebied van ontwikkeling, klinisch onderzoek, productie, verpakking en distributie.

1) KWF Kankerbestrijding https://www.kwf.nl/kanker In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 116.000 mensen kanker.
2) WHO, factsheets, key facts cancer, 12 september 2018 https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/cancer Cancer is the second leading cause of death globally, and is responsible for an estimated 9.6 million deaths in 2018. Globally, about 1 in 6 deaths is due to cancer.

Bron: https://msd.nl/msd-verdubbelt-biotechproductie-in-oss/ 

← #nieuws

Meer friet per vierkante aardappel: HZPC wijkt uit naar Canada voor snellere en betere veredeling

, , ,

Het eerste bedrijf uit de innovatieve Nederlandse veredelingssector kiest voor de overstap naar Canada door de knellende en achterhaalde Europese wet- en regelgeving. Aardappelveredelaar HZPC kan buiten Europa sneller en beter nieuwe aardappelrassen ontwikkelen met hulp van moderne veredelingsmethodes zoals CRISPR-Cas. De maatschappelijke voordelen zijn groot: aardappelen die een hogere opbrengst hebben, tot minder verspilling leiden en verminderde inzet van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk maken.

In een uitgebreid interview in het Financieele Dagblad doen directeuren Robert Graveland en Gerard Backx hun verhaal. De aanleiding voor de oversteek naar Canada is de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zomer van 2018. Die bestempelde moderne veredelingsmethodes zoals gene editing als genetische modificatie, zonder de uitzonderingspositie die klassieke vormen van mutagenese hebben. Toepassingen op basis van deze methodes moeten daardoor een lang, zeer kostbaar en onzeker Europees goedkeurings- en toelatingstraject doorlopen.

HollandBIO en veel andere organisaties in Nederland en Europa zagen de uitspraak als grote domper. Want hoe gaan we tegemoetkomen aan de ambitieuze doelstellingen voor een duurzame landbouw en voedselproductie, als je de instrumenten voor het sneller en preciezer veredelen van gewassen onbereikbaar maakt? Bij HZPC is deze uitdaging nog groter dan bij andere veredelaars, omdat het ontwikkelen van een nieuw aardappelras zo’n 10 tot 15 jaar duurt terwijl dit bij tomaten in 5 jaar kan.

De keuze die HZPC maakt voor Canada is logisch verklaarbaar. Want waar de EU kijkt naar de techniek die je als veredelaar toepast, stelt Canada de eigenschappen van een nieuw ras centraal in haar beoordelingsprocedure. Dit stelt bedrijven als HZPC in staat om een relatief korte tijdsspanne van 8 jaar te hanteren voor de marktintroductie van een nieuwe fritesaardappel. Een nieuw ras dat niet te onderscheiden valt van een ‘traditioneel veredeld’ aardappelras en dat bovendien leidt tot een 10% hogere opbrengst, 40% minder verspilling en het terugbrengen van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen.

HollandBIO werkt samen met andere partijen aan het zo snel mogelijk agenderen van wijziging van de Europese wet- en regelgeving voor genetische modificatie zodat we alle veredelaars de ruimte geven voor verantwoorde, versnelde en verbeterde innovatie. Alleen op die manier geven we hen de instrumenten in handen om bij te dragen aan de grote uitdagingen op het gebied van landbouw, klimaat en duurzaamheid.

Benieuwd naar het hele artikel? Lees hier het artikel in het FD (log in verplicht).

← #nieuws

Kansen voor slimmer meten: internationale richtlijn medicijnonderzoek aangepast

, ,

Door betere inzet van in vitro-testen kunnen wereldwijd veel dierproeven worden voorkomen. Dit kondigt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen deze week aan. De reden hiervoor is dat de internationale richtlijn voor het testen van de schadelijkheid van medicijnen tijdens de zwangerschap voor het eerst in 25 jaar wordt aangepast.

Op dit moment moeten geneesmiddelenbedrijven nog in twee verschillende diermodellen (bv. konijn en rat) aantonen dat een medicijn niet schadelijk is voor de foetus. Volgens de nieuwe richtlijn zijn tijdens fase 1 en 2 van het geneesmiddelenontwikkelingstraject straks minder grote studiepopulaties nodig en mag een in vitro-test één van de twee diermodellen vervangen. Dit voorkomt onnodige dierproeven voor medicijnen die in veel gevallen de eindstreep niet halen. Daarnaast zullen in vitro-testen in bepaalde gevallen afdoende zijn, bijvoorbeeld als het gaat om een stof uit een medicijngroep waarvan bekend is dat ze schadelijk zijn tijdens zwangerschap.

Hoewel de aanpassing van de internationale richtlijn een mooie eerste stap is op weg naar snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling, zijn we er nog lang niet. Zo blijft voor fase 3 onderzoek de dubbele dierproef vereist. Waarom? Wat staat er nog in de weg om de transitie naar het proefdiervrij ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen mogelijk te maken? Steeds meer bedrijven in onze achterban ontwikkelen innovatieve technologieën die hier een rol in kunnen spelen, zoals organoids of organs-on-a-chip. HollandBIO inventariseert momenteel de knelpunten op weg naar snellere en betere inzet van dit soort “slimmer meten” technologieën.

Wil je meer weten of over ons “Slimmer meten” project? Neem contact op met HollandBIO’s Marit.

Bronnen:

← #nieuws

Verhelpen van marktfalen onthult ware potentie Nederlandse life sciences

, , ,

KPMG heeft een rapport over de life sciences uitgebracht genaamd ‘Unlocking the life sciences potential’. Deze publicatie stelt dat Nederland alle mogelijkheden in huis heeft om de groeiambitie voor de sector die HollandBIO formuleerde, Life Sciences 2030, te verwezenlijken. Voordat we daar zijn, moeten we nog wel verschillende aspecten van het Nederlandse life sciences ecosysteem verder verbeteren. HollandBIO ziet met name het adresseren van het marktfalen in het financieringslandschap voor de life sciences, als factor die het succes of falen van deze ambitie bepaalt.

‘Unlocking the life sciences potential’ beschrijft het Nederlandse life sciences ecosysteem. Nederland doet het goed op vlakken zoals werksfeer, educatie en infrastructuur. Toch zijn er ook gebieden waarin we nog achterlopen op andere landen.

KPMG benoemt 6 factoren die Nederland moet verbeteren:

1. Een complex en gefragmenteerd financieringslandschap

In de vroege, startup fase kent Nederland relatief weinig aanbod van privaat kapitaal, omdat investeerders minder bereid zijn risico’s te nemen. Wel zijn er enkele publieke financieringsinstrumenten, maar het nadeel is dat deze niet tegemoet komen aan de totale vraag naar kapitaal en vooral bestaan uit leningen. Deze financieringsvorm maakt beginnende ondernemingen minder aantrekkelijk voor investeerders. Het rapport ziet in deze fase dus een vorm van marktfalen.

In de latere, scaleup fase en daarna stelt het rapport vast dat Nederland verschillende private life sciences investeringsfondsen kent, maar dat ook hier sprake is van een vorm van marktfalen. Bedrijven in deze fases lijken Nederland te verlaten om hogere financieringsrondes in het buitenland op te halen zodat zij sneller kunnen doorgroeien. De gemiddelde jaarlijkse totale investering van €134 miljoen euro van Nederlandse investeringsfondsen in de life sciences tussen 2015 en 2019 is te weinig als je in ogenschouw neemt dat de investeringsomvang in deze fase vaak meer dan €50 miljoen per bedrijf is.

Daarbovenop maakt de strenge Nederlandse wet- en regelgeving, bijvoorbeeld als het gaat om de vergunningverlening voor klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie, Nederland minder aantrekkelijk voor investeerders.

2. Te sterke regionale competitie

Regionale life sciences hubs houden zich te veel bezig met onderlinge competitie. De regio’s zouden juist met elkaar moeten samenwerken en zich op globaal niveau als nationaal collectief moeten positioneren. 

3. Beperkte aanwezigheid van grote life sciences-bedrijven

Nederland huisvest geen hoofdkantoren van grote life sciences-bedrijven. Dat betekent dat we niet kunnen profiteren van het aanzuigende effect van zulke vestigingen op het ecosysteem. 

4. Beperkte mate van ondernemerschap onder life sciences academici

Een nationale strategie voor het versterken van ondernemersvaardigheden ontbreekt. Universiteiten en instituten focussen te veel op wetenschappelijke publicaties in plaats van valorisatie en ondernemerschap.

5. Problemen rondom het uitwisselen en gebruik van data

Denk hierbij aan de problematiek rondom het inzetten en uitwisselen van patiëntendata, dat in Nederland maar niet van de grond lijkt te komen. De nieuwe regelgeving rond privacy en de beperkte onderlinge uitwisselbaarheid van data via de verschillende systemen die zorgverleners- en aanbieders hanteren zijn ook drempels die nog weggenomen moeten worden. 

6. Suboptimale samenwerking tussen overheid en industrie

Het huidige debat rondom de juiste prijs voor geneesmiddelen brengt onrealistische verwachtingen met zich mee. Maatregelen als magistrale bereidingen lossen het probleem niet op. Het heeft zelfs een averechts effect omdat het onduidelijkheid schept onder bedrijven over de waarde die Nederland toekent aan intellectueel eigendom. Logischerwijs zullen bedrijven wel twee keer nadenken bij nieuwe investeringsbeslissingen en de vraag of zij dat al dan niet voor Nederland kiezen.

Om in 2030 tot een bloeiend Nederlands life sciences ecosysteem te komen, moeten we het marktfalen in het financieringslandschap en de andere factoren de aankomende jaren aanpakken. Dat vraagt om stevige samenwerking tussen alle betrokken partijen, van overheid tot bedrijven, en van investeerders tot onderzoeksinstellingen. Het Nationaal actieprogramma ‘Nieuwe kansen voor topsector Life Sciences & Health’ is alvast een goed begin.

Bronnen

← #nieuws

Overheid bouwt Actieprogramma Nederlandse life sciences verder uit

, , , ,

Het Nationale Actieprogramma van de Nederlandse overheid dat beoogt de Life Sciences & Health sector een verdere impuls te geven, krijgt steeds meer vorm. Na de gezamenlijke aankondiging begin 2019 door de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van dit actieprogramma, volgt nu een Kamerbrief van EZK-staatssecretaris Keijzer met daarin de plannen om van Nederland een internationale life sciences hub te maken. HollandBIO is blij dat daarin het verder versterken van het vestigingsklimaat voor de life sciences en het versnellen en verbeteren van de route van lab naar patiënt centraal staan. Wij helpen de komende tijd dan ook graag mee hier nog meer werk van te maken.

In de Kamerbrief komt onder andere het nieuws aan bod dat Clémence Ross-van Dorp is benoemd als ambassadeur van het actieprogramma. Zij benut haar tijd nu voor gesprekken met alle partijen om zo in de zomer van 2020 samen tot één nationaal actieprogramma te komen. Aandachtspunt daarbij is een aantrekkelijk vestigingsklimaat zodat bedrijven op de lange termijn in de Nederlandse LSH-sector blijven investeren. Ook innovatieve ontwikkelingen op het terrein van nieuwe geneesmiddelen en medische interventies zoals cel- en gentherapie, regeneratieve geneeskunde en personalised medicine vragen om meer samenhang.

Versterking vestigingsklimaat

Hoewel Nederland al verschillende ingrediënten kent die ons tot een aantrekkelijke vestigingsplaats voor life sciences bedrijven maken, leiden (internationale) ontwikkelingen en de grote ambitie die Nederland heeft tot extra inspanningen om ons vestigingsklimaat voor de life sciences verder te versterken.  Zo zorgt de komst van het Europees Medicijn Agentschap (EMA) naar Nederland, en in het kielzog daarvan de Amerikaanse evenknie Food and Drug Administration (FDA), voor economische kansen. Datzelfde geldt voor life sciences bedrijven die een vertrek uit het Verenigd Koninkrijk overwegen in verband met de onrust over de Brexit. De Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) heeft daarom de krachten gebundeld met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen en een aantal grote steden om Nederland verder op de kaart te zetten als LSH-land onder de noemer ‘Invest in Holland Life Sciences & Health’.

Naast het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid, wil de overheid ook aandacht houden voor andere aspecten die bijdragen aan een ijzersterk innovatie- en vestigingsklimaat. In de gesprekken tot nu toe komen drie aandachtspunten naar voren:

  1. De steeds lastiger zoektocht naar geschikt personeel, van laboranten op mbo-niveau tot universitair afgestudeerde farmaceuten. Daarnaast hebben bedrijven moeite met het aantrekken van geschikt senior management uit andere landen binnen de Europese Unie.
  2. De op dit moment zeer beperkt beschikbare lab- en onderzoeksruimte voor onderzoekers en innovatieve bedrijven in de sector.
  3. De strenge Nederlandse regelgeving en de lange doorlooptijden van vergunningverlening voor klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie, waar Nederland sterk achterloopt in vergelijking met andere landen.

Massachusetts – the Netherlands Transatlantic Life Sciences Partnership

Een volgend aanknopingspunt dat staatssecretaris Keijzer aanhaalt in de Kamerbrief is de Memorandum of Understanding (MoU) die het Massachusetts Office of International Trade and Investment (MOITI) en het Nederlandse ministerie van EZK hebben ondertekend tijdens de economische missie naar Boston afgelopen juli onder leiding van minister-president Rutte. Publieke en private sectoren uit Massachusetts en Nederland willen investeringen en innovatiekansen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan stimuleren. Naast de ondertekenaars zullen Health~Holland, MassBio, HollandBIO, het Massachusetts Life Sciences Center en het Henri A. Termeer Tribute Committee ondersteuning bieden voor het versnellen van de groei van de hubs voor life sciences in Nederland en Massachusetts en de kansen voor onderzoeksorganisaties en bedrijven.

Snellere en betere geneesmiddelenontwikkeling

Naast het versterken van het vestigingsklimaat wil de overheid met het actieprogramma ook een verschil maken in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, omdat zij op dit moment een aantal innovatieve ontwikkelingen ziet die samenkomen op het terrein van nieuwe geneesmiddelen en medische interventies. Om hierop in te spelen, is de inzet op sleuteltechnologieën als life sciences technologies/biotechnologie en daaraan gelieerde technologieën essentieel volgens de Kamerbrief. Die kunnen zowel een bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen maar dragen ook bij in economisch opzicht in de vorm van nieuwe bedrijvigheid, het vergroten van de concurrentiekracht of het versterken van de banengroei.

Om toekomstige therapieën sneller en beter van het laboratorium naar de individuele patiënt te brengen, is het volgens de staatssecretaris cruciaal om meer samenhang te creëren in alle bestaande en nieuwe initiatieven in het gehele proces van therapieontwikkeling. ZonMw doet een voorstel de activiteiten te bundelen en de kansen daaruit te verzilveren door de vorming van Future Affordable and Sustainable Therapies (FAST): een nationaal programma voor therapieontwikkeling. De contouren daarvan wil ZonMw de komende tijd uitwerken tot een samenhangend, breed gedragen programmavoorstel. VWS-minister Bruno Bruins gaat de Tweede Kamer daar in een aparte brief verder over informeren. HollandBIO hoopt dat het sneller en beter van lab naar patiënt brengen van nieuwe behandelingen daarin centraal staat, zodat we gezamenlijk kunnen werken aan oplossingen die gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid verenigen.

Lees hier de volledige Kamerbrief terug.

← #nieuws

HollandBIO trotse kennispartner van de Zorgambassade

, ,

Sinds kort maakt HollandBIO onderdeel uit van het Kennisnetwerk van de Zorgambassade, de nieuwe denk- en doetank voor de zorg. Binnen de Zorgambassade buigen elk jaar zestien zorgprofessionals zich over de belangrijkste problemen uit de zorg. Deze professionals komen uit verschillende hoeken van de sector en  combineren hun aandacht en kennis tot concrete, schaalbare oplossingen.

Als onderdeel van het Zorgambassade Kennisnetwerk helpt HollandBIO met het verspreiden van het verhaal van de Zorgambassade en zijn wij beschikbaar voor een inhoudelijke bijdrage of implementatie van oplossingen.

Ben jij werkzaam in de zorg en wil jij een verschil maken? Meld je dan aan bij de Zorgambassade via www.zorgambassade.nl en pak één jaar lang samen met andere professionals hardnekkige zorgproblemen aan.

← #nieuws

Iedereen wordt beter van komst medicijnagentschap

, , ,

In het Parool geeft onze eigen Annemiek Verkamman uitleg over de voordelen die de vestiging van het Europees Medicijn Agentschap, EMA, in Nederland heeft voor het nationale life sciences-cluster. Hoewel de VS voorloopt op het gebied van geneesmiddelontwikkeling, is het Nederlandse gezondheidssysteem beter toegerust om ervoor te zorgen dat die geneesmiddelen de patiënt daadwerkelijk bereiken. “Dat biedt kansen voor ons,” aldus Annemiek, “want in het Nederlandse model weten we elkaar goed te vinden, zodat we tot oplossingen komen waarbij gezondheid, innovatie en betaalbaarheid samengaan.” In het kielzog van EMA zullen ook meer gespecialiseerde dienstverleners hun weg naar Nederland vinden om biotechbedrijven te ondersteunen. “Dat kan ertoe leiden dat de ontwikkeling minder lang hoeft te duren en er minder mislukkingen zijn.”

Lees hier het hele artikel (inloggen verplicht).

← #nieuws

Nieuwe publicatie maakt geneesmiddelenzorg inzichtelijk

, , ,

Hoe lang duurt het om een innovatief geneesmiddel te ontwikkelen? Wie mogen geneesmiddelen voorschrijven en verstrekken? Hoe komt de prijs van een geneesmiddel tot stand? Hoeveel geld geven we uit aan geneesmiddelen en hoe is de vergoeding ervan geregeld? Het boek Zó werkt de geneesmiddelenzorg geeft met ruim 40 visualisaties en begeleidende teksten inzicht in de complexe geneesmiddelenzorg. HollandBIO werkte mee aan de uitgave. Lees het hier